Theben theRonda P360-110 DALI UP Handleiding
Pagina's 44 Bewegingsdetector
Bekijk de handleiding van Theben theRonda P360-110 DALI UP gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 14 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Theben |
| Categorie: | Bewegingsdetector |
| Model: | theRonda P360-110 DALI UP |
Handleiding Theben theRonda P360-110 DALI UP – volledige tekst
491 m2) voor een veilig en eenvoudig ontwerp •Beperking van het detectiebereik met afdekclips •Automatische verlichtingsregeling met constante lichtre-geling of schakelmodus •Dimbare verlichting bij schakelen met en zonder daglichtinvloed •Oriëntatielicht (stand-by-functie) •Simpele inbedrijfstelling zonder groepsadressen te hoeven programmeren (DALI-broadcast) •Menglichtmeting geschikt voor uorescentielampen (FL/PL/ESL), halogeen-/gloeilampen en LED's •Correctie van de lichtsterktemeting •Op vol- of halfautomatische bediening om te schakelen •Gewenste lichtsterkte in lux instelbaar •Inleerfunctie via afstandsbediening of toets •Zelerende nalooptijd •Verkorting van de nalooptijd bij korte aanwezigheid (kortdurende aanwezigheid) •Detectiegevoeligheid instelbaar •Aansluitmogelijkheid voor toets voor het manueel dimmen en schakelen •Reactie te kiezen na toetsbediening •Scènefuncties •Door voorinstelling af fabriek direct gebruiksklaar •Eenvoudige instelling van het energiebesparingsgedrag met de „eco plus“-functie •Testmodus ter controle van functie en detectiebereik
7 •Uitbreiding van het detectiebereik door Master/Slave of Master/Master-schakeling •Beschermingsgraad IP 54 in ingebouwde toestand •Plafondinbouw in inbouwdoos •Plafondopbouw mogelijk met opbouwraam (optie) •Managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ (optie) •Installatieafstandsbediening 'theSenda P' (optie) •Gebruikersafstandsbediening 'theSenda S' (optie)2. VeiligheidLevensgevaar door elektrische schokken of brand! Montage uitsluitend door een elektromonteur laten uitvoeren!WAARSCHUWING •Werkzaamheden aan elektrische installaties mogen alleen door elektromonteurs, of door geïnstrueerde personen onder leiding en toezicht van een elektromon-teur conform de elektrotechnische voorschriften worden uitgevoerd! •Let op de landspecieke veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden aan elektrische installaties! Schakel de leiding vóór de montage spanningsloos! •Het apparaat is onderhoudsvrij.
83. Bedoeld gebruikDe aanwezigheidsmelder is bestemd voor de installatie binnenshuis. De aanwezigheidsmelder dient uitsluitend voor de toepassing die contractueel is afgesproken tussen de fabrikant en de gebruiker. Een ander of verdergaand gebruik geldt als onbedoeld. Voor daaruit voortvloeiende schade is de fabrikant niet aansprakelijk.4. FunctieDe aanwezigheidsmelder wordt bij voorkeur in kantoren, scholen, vergaderruimtes en gangen, maar ook in woningen voor de comfortabele en energiezuinige regeling van ver-lichting, HLK en zonwering gebruikt. De verlichting wordt door schakelen of constante lichtregeling beïnvloed.Functiebeschrijving Menglichtmeting Aanwezigheidsdetectie Kunstmatige verlichting Toets voor de manuele regeling van de verlichting Invallend daglicht
9Kanal C1 licht De verlichting wordt door aanwezigheid en lichtsterkte gere-geld. Via de DALI-interface wordt bij te weinig daglicht en aanwezigheid, het kunstmatig licht ingeschakeld en wordt het lichtsterkteniveau constant gehouden.De verlichting wordt bij voldoende daglicht of bij aanwezig-heid via de DALI-interface uitgeschakeld. Constante lichtregelingDe constante lichtregeling compenseert daglichtverschillen door regeling van de verlichting. De totale lichtsterkte wordt op het gewenste niveau constant gehouden. De verlichting wordt met de inschakeldimwaarde C1 ingeschakeld en op de ingestelde gewenste lichtsterkte C1 geregeld.
10SchakelenDe schakelreactie wordt door aanwezigheid en lichtsterkte geregeld. Het kanaal C1 licht wordt ingeschakeld bij duisternis en aanwezigheid. Het licht schakelt uit bij voldoende lichts-terkte of na de ingestelde nalooptijd licht bij afwezigheid. De verlichting wordt ingeschakeld met de inschakeldimwaarde C1. Met de toets kan de kunstlichtsterkte tijdens de aanwe-zigheid worden veranderd.Stand-by (oriëntatielicht)De stand-by-functie dient als oriëntatielicht. Na aoop van de nalooptijd licht wordt de verlichting weer op de stand-by-dimwaarde (1 - 25 % van het lampvermogen) ingesteld. De stand-by tijd kan tussen 0 s en 60 minuten of constant worden ingesteld. Ligt de lichtsterkte in de ruimte boven de gewenste lichtsterkte, dan wordt de verlichting uitgeschakeld.
Indien de lichtsterkte in de ruimte tot onder de gewenste lichtsterkte daalt, schakelt de verlichting vanzelf op de stand-by lichtsterkte in. Als de ruimte opnieuw wordt betreden, gaat de melder automatisch (volautomatisch) resp. na indrukken van de toets (halfautomatisch) terug naar de ingestelde gewenste lichtsterkte.Nalooptijd lichtDe minimale nalooptijd (10 s - 60 min) is instelbaar. Deze past zich zelerend aan het gebruikersgedrag aan en kan automatisch tot max. 30 min worden verhoogd resp. weer tot de ingestelde minimumtijd worden verlaagd. Bij instel-lingen ≤ 2 min of ≥ 30 min blijft de nalooptijd onveranderd op de ingestelde waarde. Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt het licht na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid).
11ToetsaansturingVia een toets is de verlichting altijd manueel te schakelen of te dimmen. Een korte druk op de toets schakelt het licht aan of uit, langer drukken dimt de verlichting meer of minder. De dimrichting verandert bij elke druk op de toets.Wordt de ruimte (eerder) verlaten, dan wordt de verlichting altijd na aoop van de ingestelde nalooptijd uitgeschakeld. Wordt de verlichting handmatig uitgeschakeld, dan blijft de verlichting uitgeschakeld zolang er personen aanwezig zijn. Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer auto-matisch ingeschakeld.Vol- of halfautomatischDe verlichting van de aanwezigheidsmelder wordt naar keuze volautomatisch voor meer comfort resp. halfautomatisch voor een grotere besparing geregeld. Bij 'volautomatisch' wordt de verlichting automatisch in- en uitgeschakeld. Bij 'halfautoma-tisch' moet de verlichting altijd manueel worden ingeschakeld.
125. DetectiebereiktheRonda S360-110 DALIHet ronde detectiebereik van de aanwezigheidsmelder the-Ronda S dekt een gemiddeld detectiebereik af. Let erop dat zittende personen in bereiken met verschillende afmetingen worden gedetecteerd. De aanbevolen montagehoogte is 2 m – 4 m. Hoe hoger de montagehoogte, des te lager de gevoeligheid. Bovendien worden de omvang en afstand tussen de actieve en passieve zones van de aanwezig-heidsmelder groter. Vanaf een montagehoogte van 3 m zijn loopbewegingen nodig en de detectiebereiken van meerdere melders moeten zich in de randzones overlappen. Het detec-tiebereik wordt met toenemende temperatuur minder.Zittende personenDe aanwezigheidsmelder reageert zeer gevoelig op zeer kleine bewegingen. De gegevens hebben betrekking op bewe-gingen op tafelhoogte (ca. 0,80 m). Sr/sSr/s
13Monta-gehoogte (A)bewegende perso-nen dwars (t) bewegende perso-nen Frontaal (r)zittende personen (s)2,0 m 38 m2Ø 7,0 m 5 m2Ø 2,5 m 5 m2Ø 2,5 m2,5 m 38 m2Ø 7,0 m 7 m2Ø 3,0 m 7 m2Ø 3,0 m3,0 m 50 m2Ø 8,0 m 13 m2Ø 4,0 m 13 m2Ø 4,0 m3,5 m 50 m2Ø 8,0 m 13 m2Ø 4,0 m – –4,0 m 64 m2Ø 9,0 m 13 m2Ø 4,0 m – –Alle gegevens zijn richtwaarden.theRonda P360-110 DALIHet ronde detectiebereik van de aanwezigheidsmelder theRonda P dekt een groot detectiegebereik af en maakt bij vele toepassingen een volledige ruimteafdekking mogelijk. Let erop dat zittende en bewegende personen in bereiken met verschillende afmetingen worden gedetecteerd. De aanbevolen montagehoogte is 2 m – 6 m. Hoe hoger de montagehoogte, des te lager de gevoeligheid van de aan-wezigheidsmelder. Vanaf een montagehoogte van 3,5 m zijn loopbewegingen nodig en de detectiebereiken van meerdere melders moeten zich in de randzones overlappen.
15LichtsterktemetingDe aanwezigheidsmelder meet het totaal van kunstmatig licht en daglicht. De montageplaats wordt gebruikt als referentie van het verlichtingsniveau. De lichtsterktemeting kan met de ruimtecorrectiefactor op de ruimtelijke omstandigheden worden aangepast. De lichtmeetzone verschijnt op tafel-hoogte als een rechthoek van ca. 2,0 x 3,5 m.De lichtmeting wordt beïnvloed door rechtstreekse aanstraling door de verlichting. Vermijd de plaatsing van staande lampen of verlaagde verlichting direct onder de melder. L Wordt de lichsterktemeting gedeactiveerd, dan schakelt het kanaal C1 licht alleen afhankelijk van de aanwezig-heid (gewenste lichtsterkte met de afstandsbediening op »Meting uit» gezet).FensterInnen2mGeschikte lampenDe aanwezigheidsmelder is geschikt voor uorescentielam-pen, compacte tl-lampen, halogeen-, gloeilampen en LED's.
166. MontageInbouwmontageBij de inbouwmontage van de aanwezigheidsmelder wordt een standaardinbouwdoos maat 1 gebruikt.PlafondinbouwVoor een vereenvoudigde plafondinbouw van de aanwezig-heidsmelder is een plafondinbouwdoos 73A verkrijgbaar (zie accessoires). Deze dient tegelijkertijd als trekontlasting en aanraakbeveiliging. De inbouwdiameter is 72 mm (boordia-meter 73 mm).
187. AansluitingDe aanwezigheidsmelders kunnen als Master in enkelvoudige schakeling, als Master-Master in parallelschakeling of als Master-Slave in parallelschakeling worden gecombineerd. Er kunnen meerdere toetsen op één stuuringang aanwezig zijn. Verlichte toets met nuldraadaansluiting gebruiken. Op elke meter kunnen max. 50 DALI-bedrijfsapparaten worden aangesloten. Wij adviseren de DALI-bedrijfsapparaten gelijkmatig over de 3 fasedraden te verdelen. L Alle melders en toetsen moeten op dezelfde fase worden aangesloten.Enkelvoudige schakelingBij de enkelvoudige schakeling detecteert de aanwezigheids-melder als Master aanwezigheid en lichtsterkte en regelt de verlichting.LLNMasterEVGDALIDA+ DA-S1NParallelschakeling master-slaveIs het detectiebereik van één aanwezigheidsmelder onvoldoende (grote ruimtes), dan kunnen maximaal 10 melders door verbinden van de P-klemmen parallel worden
19geschakeld. De aanwezigheid wordt daarbij door alle melders gezamenlijk gedetecteerd. De Master meet de lichtsterkte, verwerkt de toetsen en regelt de verlichting. Alle overige melders worden als Slaves gebruikt. Zij leveren uitsluitend aanwezigheidsinformatie.LNLMasterEVGDALIDA+ DA-LSlaveS1S3/PNPN •Lichtmeting alleen bij de Master •Maximaal 10 melders parallel schakelen •Dezelfde fase voor alle melders en toetsen gebruiken •Slave: theRonda P360 Slave (2080080)Parallelschakeling master-masterIn een parallelschakeling kunnen ook meerdere Masters worden gebruikt. Elke Master regelt daarbij zijn eigen licht-groep volgens zijn eigen lichtsterktemeting. Nalooptijden en gewenste lichtsterktes worden bij elke Master individueel ingesteld. De aanwezigheid wordt nog steeds door alle mel-ders gezamenlijk geregistreerd. LNLMaster 1EVGDALI 1 DALI 2 DA+ DA–Master 2EVGDA+ DA–S3/PS1NLS3/PS1N
20 •Per lichtgroep één Master met individuele lichtsterktemeting •Maximaal 10 melders parallel schakelen •Dezelfde fase voor alle melders en toetsen gebruiken8. InstellingenDe aanwezigheidsmelders worden met een basisinstelling gebruiksklaar geleverd. De vooraf ingestelde gegevens zijn richtwaarden. Ter ondersteuning van de inbedrijfstelling is optioneel de managementafstandsbediening 'SendoPro 868-A' of de installatieafstandsbediening 'theSenda P' ver-krijgbaar. Daarmee is instelling op afstand mogelijk. Met de 'SendoPro 868-A' kunnen parameters worden opgevraagd, aangepast en geoptimaliseerd. Met de 'theSenda P' kunnen de parameters alleen worden aangepast. De afstandsbedie-ningen dienen dan als instelhulpmiddel.
Met de afstands-bediening kan een aantal te wijzigen parameters worden aangepast (zie 'Parameters via afstandsbediening').Instellingen met de toets De gewenste lichtsterkte kan worden ingeleerd door de toets > 15 s lang ingedrukt te houden. Bovendien kan het inleren gemakkelijk met de managementafstandsbedie-ning „SendoPro 868-A“ of de installatieafstandsbediening „theSenda P“ worden uitgevoerd (zie „Stuurcommando's via afstandsbediening“). Het inleren met de toets kan met de „SendoPro 868-A“ worden geblokkeerd wanneer de parameter „Conguratie toets“ op „geblokkeerd“ staat.
22Parameter Beschrijving Opvraag-baar SendoPro868-ATe wijzigen SendoPro868-ATe wijzigen theSenda PUitschakelen lichtsterkteWaardebereik in minuten / seconden / nooit uitxReactie handm. dimmenKeuze: school / ofcexStand-by tijdWaardebereik in seconden / minuten /permanent aan (on)xStand-by-dim-waardeWaardebereik in % xIR-groepsadres C1Keuze: Alle / I / II / IIIxScène 1 C1 Waardebereik in % xScène 2 C1 Waardebereik in % xConguratie toetsKeuze: toegestaan / geblokkeerdxLED-weergave bewegingUit / Aan xDe parameters worden met de managementafstandsbe-diening 'SendoPro 868-A' of installatieafstandsbediening 'theSenda P' via infrarood naar de aanwezigheidsmelder gezonden. Gewijzigde parameters worden door de melder overgenomen en gebruikt. Met de managementafstandsbediening 'SendoPro 868-A' kunnen parameters worden opgevraagd doordat de waarden trapsgewijs naar de melder worden gezonden.
Is de aanwezige lichtsterkte lager dan de gewenste, dan wordt het licht, voor-zover er aanwezigheid wordt gedetecteerd, ingeschakeld (bij bedieningswijze Volautomatisch).Waardebereik •Luxwaarden met managementafstandsbediening „Sen-doPro 868-A“: 10-3000 lux, meting uit •Bij de installatieafstandsbediening „theSenda P“ zijn de volgende waarden beschikbaar: 10, 15, 300, 500, 800 lux, meting uit
24 •De momenteel gemeten lichtsterkte (lux) kan bij de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ met het besturingscommando Inleren of bij de installa-tieafstandsbediening „theSenda P“ met de toets als nieuwe gewenste lichtsterkte worden overgenomen. Waarden buiten het toegestane bereik worden automa-tisch op de betreffende grenswaarde gezet. •Deactivering van de lichtsterktemeting (de lichtsterkte heeft geen invloed). De kanalen licht schakelen alleen na aan-/afwezigheid. Met de managementafstandsbe-diening „SendoPro 868-A“ (meting uit) of installatieaf-standsbediening „theSenda P“ (toets ) mogelijk.Ruimtecorrectiefactor Mid, gemeten lichts-terkte MidDe ruimtecorrectiefactor is een maat voor het verschil tussen de gemeten lichtsterkte bij het plafond en op de werkplek.
De lichtsterkte bij het plafond wordt beïnvloed door de montage-plaats, de lichtinval, de zonnestand, de weersomstandigheden en de reectie-eigenschappen van de ruimte en het meubilair.Met de ruimtecorrectiefactor wordt de gemeten lichtsterkte van kanaal C1 licht aan de omstandigheden in de ruimte aan-gepast en kan zo op de gemeten luxwaarde op de plaats onder de aanwezigheidsmelder worden aangepast.Ruimtecorrectiefactor = Lichtsterkte bij het plafond Lichtsterkte op de werkplek
25Wij raden de volgende procedure aan:y De luxmeter wordt op het werkvlak onder de sensor geplaatst en de gemeten luxwaarde wordt met de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ parameter ingevoerd.y De ruimtecorrectiefactor wordt daaruit automatisch berekend. Toegestaan zijn waarden tussen 0,05 en 2,0. Berekende of ingevoerde waarden buiten het toegestane gebied worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet.y De berekende ruimtecorrectiefactor wordt direct overgenomen. Ter controle kan de ruimtecorrectiefactor via de parameter worden opgevraagd. L De standaardwaarde is 0,3 en is geschikt voor de meeste toepassingen. Veranderingen zijn alleen in sterk afwi-jkende situaties zinvol.DetectiegevoeligheidDe melder heeft 5 gevoeligheidsniveaus. De basisinstelling is het middelste niveau (3).
Met de managementafstandsbediening 'SendoPro 868-A' kunnen de niveaus 1 t/m 5 worden geselecteerd en naar de melder worden gezonden.Met de installatieafstandsbediening „theSenda P“ kan de gevoeligheid bij elke druk op de toets - met één niveau worden verlaagd of met toets worden verhoogd.
26Waardebereik:Niveau gevoeligheid1 zeer ongevoelig2 ongevoelig3 Standaard4 gevoelig5 zeer gevoeligDoor de keuze van de werkingsmodus testaanwezigheid wordt het ingestelde gevoeligheidsniveau niet gewijzigd. Nalooptijd lichtWaardebereikInstelbare waarden met managementaf-standsbediening 'SendoPro 868-A'10 s - 60 minBij de installatieafstandsbediening 'the-Senda P' staan de volgende waarden ter beschkking10 s, 30 s, 60 s, 2 min, 10 min, 20 min, 60 minKorte aanwezigheid Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt de verlichting na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid). Kort-durende aanwezigheid kan bij de bedieningswijze Volledig automatisch en Halfautomatisch worden gebruikt.De nalooptijd wordt volgens de ingestelde nalooptijd toegepast.UitKorte aanwezigheid is actief. Aan
27Energiebesparingsmodus eco / eco plusKeuze 'eco' betekent optimaal schakelgedrag en 'eco plus' betekent maximale energiebesparing.Waardebereik (met managementafstandsbediening „Sen-doPro 868-A“).„eco“ De nalooptijd past zich zelerend aan het gebru-ikersgedrag aan. De ingestelde waarde wordt niet onderschreden.„eco plus“De ingestelde nalooptijd blijft ongewijzigd (geen zelerend effect). Snellere reactie op lichtsterkte-herkennen als bij 'eco'.Inschakeldimwaarde C1De verlichting wordt ingeschakeld bij schakelen zoals bij de constante lichtregeling met de inschakeldimwaarde.Waardebereik (met managementafstandsbediening 'SendoPro 868-A')Inschakeldimwaarde C1 30 – 100 %Bedieningswijze C1Volautomatisch: De verlichting wordt automatisch in- en uitgeschakeld. (op basis van aan-, afwezig-heid en lichtsterkte)„SendoPro 868-A“„theSenda P“autoToets A
28Halfautomatisch: Het inschakelen moet altijd hand-matig plaatsvinden. Het uitschakelen vindt automa-tisch door de aanwezigheidsmelder plaats. (op basis van afwezigheid of lichtsterkte)„SendoPro 868-A“„theSenda P“manToets RegelsnelheidIn de functie Constante lichtregeling kan met de parameter de snelheid van de constante lichtregeling worden ingesteld. Waardebereik (met managementafstandsbediening „Sen-doPro 868-A“).Het gedrag is optimaal ingesteld. De rege-ling vindt langzaam plaats en is nauwelijks waarneembaar.StandaardDe regeling vindt iets sneller plaats. gemiddeldDe regeling vindt snel plaats. snelMinimale / maximale dimwaardeMet de beide parameters en kan de onder- en bovengrens van de uitgangswaarde Kanaal C1 licht worden ingesteld. Waardebereik (met managementafstandsbediening „Sen-doPro 868-A“).Minimale dimwaarde 1 % - 25 %Maximale dimwaarde 50 % - 100 %
29Uitschakelen lichtsterkteBij de functie Constante lichtregeling kan de uitschakeling van de verlichting bij voldoende lichtsterkte worden geselecteerd. Wordt de verlichting tot de onderste regelgrens verlaagd, dan wordt de verlichting na de bij de parameter ingestelde tijd uitgeschakeld. Bij de keuze „nooit uit“ wordt de verlichting nooit uitgeschakeld. Deze reactie is actief zolang er personen aanwezig zijn. Waardebereik (met managementafstandsbediening „Sen-doPro 868-A“).Verlichting uitschakelen na ingestelde tijd. 5 min – 9 hVerlichting wordt nooit uitgeschakeld. nooit uitReactie handm. dimmenBij constante lichtregeling kan de reactie na handmatig dimmen met de parameter „Reactie handm. dimmen“ worden geselecteerd.
30Nadere informatie vindt u in het hoofdstuk „Kanaal C1 licht - constante lichtregeling„ op pagina 2.Stand-by-tijd / stand-by-dimwaardeBij geactiveerde stand-by-tijd wordt de verlichting na aoop van de nalooptijd licht niet uitgeschakeld, maar blijft als oriëntatielicht op de stand-by-dimwaarde ingesteld.Waardebereik (met managementafstandsbediening 'SendoPro 868-A')Stand-by-tijd 30 s – 60 minDe stand-by functie (oriëntatielicht) is niet-actief0 sDe stand-by functie (oriëntatielicht) is perma-nent ingeschakeldonStand-by-dimwaarde 1 – 25 %IR-groepsadres C1Deze parameter wordt bij gebruik van de gebruikersafstands-bediening 'theSenda S' toegepast.Aan het kanaal C1 licht kan een groepsadres worden toe-gewezen.
31Met de gebruikersafstandsbediening „theSenda S“ kunnen de groepsadressen als volgt worden toegewezen:Toets en toets tegelijkertijd ten minste 5 s indrukkenIToets en toets tegelijkertijd ten minste 5 s indrukkenIIScène 1 C1 / scène 2 C1De gewenste dimwaarde voor het kanaal C1 licht kan aan scène 1 en scène 2 toegekend worden.Waardebereik (met managementafstandsbediening 'SendoPro 868-A')Instelbare waarden 0 – 100 %Met de gebruikersafstandsbediening „theSenda S“ wordt de verlichting eerst op de gewenste lichtsterkte ingesteld en vervolgens als volgt opgeslagen:Toets ten minste 3 s indrukken. Scène 1 werd opgeslagenToets ten minste 3 s indrukken. Scène 2 werd opgeslagenVoor het oproepen van de scène moet een toets kort worden ingedrukt.Conguratie toetsHet inleren met de toets kan met de parameter worden toegestaan of geblokkeerd.
33Besturingscom-mandoBeschrijving Acti-veerbaar SendoPro868-AActi-veerbaar the-Senda PTest-aanwezig-heid Uit / Aan x xTest licht Uit / Aan xHerstart Melder opnieuw starten x xFabrieksinstel-lingenAlle parameters en instellingen weer op de fabrieksinstelling instellen.xDALI-EVA's resettenAlle aangesloten DALI-EVGs worden op hun fabrieksinstel-lingen teruggezetxInleren kanaal C1Bij inleren wordt de momenteel gemeten lichtsterkte als gewenste lichtsterkte C1 overgenomen. Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet.Het besturingscommando Inleren kan met de managemen-tafstandsbediening „SendoPro 868-A“ of met de installa-tieafstandsbediening „theSenda P“ met de toets worden uitgevoerd.Test aanwezigheidDe testmodus aanwezigheid dient ter controle van de aanwe-zigheidsdetectie en de bedrading.
De testmodus aanwezig-heid kan met de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ resp. installatieafstandsbediening „theSenda P“ worden geactiveerd. Bij de instelling van de testmodus scha-kelt de melder direct over naar de testmodus: •Elke beweging wordt door de LED weergegeven. •Bij beweging wordt de verlichting ingeschakeld.
34 •Bij afwezigheid wordt de verlichting na 10 s uitgeschakeld. •Lichtsterktemeting is gedeactiveerd, melder reageert niet op lichtsterkte. •Constante lichtregeling is gedeactiveerd. •Stand-by functie is gedeactiveerd. •De melder reageert zoals in de bedieningswijze „Volauto-matisch“, ook wanneer „Halfautomatisch“ is ingesteld. •Inleren kan in de testmodus niet worden geactiveerd. •Na 10 min eindigt de testmodus automatisch. De melder start opnieuw (zie inschakelgedrag).Test lichtDe testmodus licht dient ter controle van de lichtsterktedrem-pel en de constante lichtregeling. De testmodus licht kan met de managementafstandsbediening „Sendo Pro 868 A“ worden geactiveerd. Bij de instelling van de testmodus schakelt de melder direct over naar de testmodus: •De LED geeft de testmodus licht weer (5 s AAN, 0,3 s UIT).
•De aanwezigheidsmelder gedraagt zich zoals in de nor-male bedieningsmodus, alleen de reactie op licht/donker is sneller. •Om het gedrag te simuleren, kunnen de jaloezieën worden bediend of kan het bereik onder de aanwezig-heidsmelder worden verlicht. •Na 10 min eindigt de testmodus automatisch. De melder start opnieuw (zie inschakelgedrag). L NB: De aanwezigheidsmelder niet met een zaklamp laten schakelen! De adaptieve lichtschakeldrempels worden dan vervalst!
369. InbedrijfstellingInschakelreactieTelkens na het bijschakelen van de spanning doorloopt de aanwezigheidsmelder twee fasen, die door de LED's worden weergegeven:1. Opstartfase (30 s) •De rode LED knippert elke seconde, verlichting is met inschakeldimwaarde C1 ingeschakeld. •De melder reageert niet op toetscommando's en op de gebruikersafstandsbediening „theSenda S“. •Bij afwezigheid wordt de verlichting na 30 s uitgeschakeld.2. Gebruik •De rode LED is uit. Constante lichtregeling wordt gestart. •De melder is nu klaar voor gebruik.
39Verhelpen van storingen STORING OorzaakLicht wordt niet in- resp. uitgeschakeld bij aanwezigheid en duisternisGewenste lichsterkte te laag ingesteld; melder op halfautomatisch ingesteld; licht werd handmatig met de toets of met „theSenda S“ uitgeschakeld; geen persoon in het detectiebereik; obstakel(s) storen de detectie; nalooptijd te kort ingesteldLicht brandt bij aan-wezigheid ondanks voldoende lichtsterkte Gewenste lichtsterkte te hoog ingesteld; licht werd kort daarvoor handmatig met de toets of met „theSenda S“ ingeschakeld (30 min. wachten bij schakelen); melder in testmodusVerlichting wordt niet uitgeschakeld resp. verlichting wordt spontaan ingeschakeld bij afwezigheid Nalooptijd afwachten (zelerend);thermische storingsbronnen in het detectiebereik: heteluchtverwarmers, gloeilamp/halogeenstraler, zich bewegende objecten (bijv.
gordijnen bij open ramen) Toets werkt niet Apparaat nog in de opstartfase; verlichte toets werd zonder nuldraadaansluiting gebruikt; Toets niet op Master aangeslotenLicht kan met de toets niet worden uitgeschakeldToets is niet op de melder aangesloten. Bedrading toets controlerenApparaat reageert niet Kortsluiting: melder 5 min van de netspanning loskoppelen (thermische beveiliging)Storingsknipperen (4 x per seconde)Fout bij zelftest; apparaat is defect!GarantieverklaringTheben HTS aanwezigheidsmelders zijn met de grootste zorgvuldigheid en met de modernste technologieën geprodu-ceerd en hebben een kwaliteitstest doorstaan. Theben HTS AG garandeert daarom de goede werking bij deskundig gebruik. Als er desondanks gebreken ontstaan, geeft Theben HTS AG garantie volgens de algemene voorwaarden.
40Let er met name op •dat de garantietermijn 24 maanden vanaf productieda-tum bedraagt. •dat de garantie vervalt als u of derden wijzigingen of reparaties aan de apparaten uitvoeren. •dat, voor zover aanwezigheidsmelder op een soft-waregestuurd systeem wordt aangesloten, de garantie voor deze aansluiting alleen geldig is als de gespeci-ceerde interface wordt gebruikt.Wij verplichten ons alle delen van het geleverde product die aantoonbaar vanwege slecht materiaal, foutieve constructie of gebrekkige uitvoering tot aan het einde van de garantiepe-riode beschadigd of onbruikbaar worden, zo snel mogelijk te repareren of te vervangen. InsturenAls het apparaat onder de garantie valt, stuur het dan samen met het aeveringsbewijs en een korte beschrijving van de fout c.q.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Theben theRonda P360-110 DALI UP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden