Theben LUXA 104 S360-200-24 DE-UP WH Handleiding
Pagina's 9 Bewegingsdetector
Bekijk de handleiding van Theben LUXA 104 S360-200-24 DE-UP WH gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 27 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Theben |
| Categorie: | Bewegingsdetector |
| Model: | LUXA 104 S360-200-24 DE-UP WH |
Handleiding Theben LUXA 104 S360-200-24 DE-UP WH – volledige tekst
: Opbouwraam 100A WH (9070819) gebruikersafstandsbediening theSenda S (9070911) (kort: theSenda S), serviceafstandsbediening theSenda P (9070910) (kort: theSenda P), app-afstandsbediening theSenda B (9070985) en bijbehorende app theSenda Plug (iOS/Android) (kort : theSenda B/app)2. VeiligheidMontage en installatie uitsluitend door een elektromonteur, een persoon met geschikte vakkundige opleiding, met kennis en ervaring zodat hij/zij gevaren kan herkennen en vermijden die door elektriciteit kunnen ontstaan. Vóór montage/demontage netspanning uitschakelen en uitschakeling beveiligen. Vóór ingebruikname en gebruik van het product moet de handleiding volledig worden gelezen en opgevolgd. De aanwezigheidsmelder voldoet aan EN 60669-2-1 bij voor-geschreven montage. 3.
Bedoeld gebruik •Aanwezigheidsmelder voor de aanwezigheids- en licht-sterkteafhankelijke verlichtingsregeling •Geschikt voor plafondmontage (holle plafonds), inbouw-montage in standaarddoos of opbouwmontage binnen (kantoren, conferentieruimtes, klaslokalen, magazijnen, sportscholen, garages etc. )4. MontageInstallatievoorschriftenOmdat de melder op temperatuurschommelingen reageert, moet u de volgende situaties vermijden: Richt de aanwezigheidsmelder niet op voorwerpen met sterk reecterende oppervlakken zoals spiegels etc. Installeer de aanwezigheidsmelder niet in de buurt van warmtebronnen zoals verwarmingsopeningen, airconditio-ning, lampen etc. Richt de aanwezigheidsmelder niet op objecten die in de wind bewegen zoals gordijnen, grote planten etc. Let bij het testen op de bewegingsrichting. L Kies vóór de montage evt. de instellingen op de potentiometers.
L Houd de aanbevolen montagehoogte van 2–5 m aan. L Let op vrije zicht, omdat infraroodstralen geen vaste voor-werpen kunnen doordringen. L De lichtmeting L1 is. aan het lichtkanaal 1 en de licht-meting L2 is aan het lichtkanaal 2 toegewezen. Bij de montage van de melder moet daarmee rekening worden gehouden. Voorbeeld: wanneer de lichtmeting L1 naar het raam is gericht, moet het lichtkanaal 1 (klemaansluiting ↑1) ook aan het raam zijn toegewezen. L2 L1L1L212 Plaats het afdekraam met de kerf in de vorm van een streep op de markering van de behuizing. Draai de afdekring kort naar rechts totdat deze vastklikt.
2L2L1 L Als het afdekraam volgens de afbeelding wordt gemon-teerd, kan de uitlijning van de lichtmeting ook in gemon-teerde toestand plaatsvinden. De markering in de vorm van een pijl geeft aan waar de lichtmeting L2 is. Schakel de spanning vóór de montage vrij.Montage in hol plafond (plafondinbouw) Maak een plafondopening van ca. Ø 68 mm. Strip de kabel af op 6-8 mm. Monteer en sluit het apparaat volgens de afbeelding aan. Ø = 686 - 8 mm30 - 35 mmschroevenInbouwmontage Verwijder de plafondinbouwdoos van de melder. Strip de kabel af op 6-8 mm. Monteer en sluit het apparaat volgens de afbeelding aan. 6 - 8 mm20 - 30 mmDecorativeframeTurn left totake offNon-droppingscrewFixing plateDetectorDraai de vastgedraaide schroevennaar links en verwijder dezeDecoratieve ringMelderMontager-aam L Optimale Montage bij een doosdiepte van min. 40 mm.
Opbouwmontage Strip de kabel af op 6-8 mm. Monteer en sluit het apparaat volgens de afbeelding aan. L Beschermingsgraad IP 54. 6 - 8 mm30 - 35 mmDecorativeframeTurn left totake offNon-droppingscrewDetectorDraai de vastgedraaide schroevennaar links en verwijder dezeDecoratieve ringMelderOpbouwraam 9070819DetectiebereikASTMonta-gehoogte (A)bewegende per-sonen frontaal (r)bewegende per-sonen dwars (t)zittende personen (s)2,5 m 28 m2Ø 6 m 452 m2Ø 24 m 28 m2Ø 6 mAlle gegevens zijn richtwaarden. Detectiebereik beperken Gebruik de meegeleverde afdekclip om de melder aan het gewenste detectiebereik aan te passen. Verwijder het gewenste deel van de clip met een schaar o.i.d. PLaats deze daarna op de lens.
35. Aansluiting. Dezelfde fasedraad voor alle melders en toetsen gebruiken. Er kunnen meerdere drukknoppen op één stuuringang aanwezig zijn. Verlichte toets met nuldraadaansluiting gebruiken. Beveilig het apparaat met een voorgeschakelde bescher-mingsleidingschakelaar type B of C (EN 60898-1) van 10 A. Enkelvoudige schakelingBij de enkelvoudige schakeling detecteert de aanwezig-heidsmelder de aanwezigheid en lichtsterkte en regelt de verlichting. S11212S2MasterParallelschakeling Master-SlaveIs het detectiebereik van één aanwezigheidsmelder onvoldoende (in grote ruimtes), dan kunnen meerdere melders door verbinden van de P-klemmen parallel worden geschakeld. De aanwezigheidsdetectie vindt daarbij door alle melders gezamenlijk plaats. De Master meet de lichtsterkte, verwerkt de toetsinformatie en regelt de verlichting. Alle ove-rige melders worden als Slaves gebruikt.
Zij leveren uitslui-tend aanwezigheidsinformatie. S1PNL1212S2PNLMaster 1Slave L Gebruik de fasedraad met dezelfde fase voor alle melders. L Max. 10 apparaten kunnen parallel worden geschakeld. L De volgende apparaten kunnen als slaven worden ge-bruikt: – theRonda P360 Slave UP WH, 2080030, Ø 24 m – LUXA 104 S360-200-24 DE-UP WH, 1040200, Ø 24 m – theRonda S360 Slave UP WH, 2080530, Ø 8 m – thePassa P360 Slave UP WH, 2010330, 30 x 4,5 m – thePrema S360 Slave E UP WH, 2070630, 7 x 7 m – thePrema P360 Slave E UP WH, 2070130, 9 x 9 mParallelschakeling Master-MasterIn een parallelschakeling kunnen ook meerdere Masters worden gebruikt. Elke Master regelt zijn eigen lichtgroep op basis van de eigen lichtsterktemeting. Vertragingstijden en gewenste lichtsterktes worden bij elke Master individueel ingesteld. De aanwezigheid wordt nog steeds door alle mel-ders gezamenlijk geregistreerd.
ToetsingangMet de toets kan de verlichting altijd handmatig worden in-/uitgeschakeld. Handmatig inschakelenWanneer de toets kort wordt ingedrukt, wordt het licht inge-schakeld. Zolang een beweging wordt gedetecteerd, brandt het licht ten minste 30 min. Daarnaast gaat het bij voldoende lichtsterkte uit. Wordt geen beweging meer gedetecteerd, dan gaat het licht na de ingestelde nalooptijd uit. Handmatig uitschakelenIs het licht ingeschakeld, dan kan het door kort indrukken van de toets worden uitgeschakeld. Zolang personen aanwezig zijn, blijft de verlichting uitgeschakeld. Wordt geen beweging meer gedetecteerd, dan wordt de verlichting weer automa-tisch na aoop van de nalooptijd ingeschakeld. Vol- of halfautomatischDe verlichting van de aanwezigheidsmelder wordt naar keuze volautomatisch resp. halfautomatisch geregeld.
Bij «volautomatisch» wordt de verlichting automatisch (afhan-kelijk van de ingestelde parameters) in- en uitgeschakeld. Bij 'halfautomatisch' moet de melder via een aangesloten toets worden geactiveerd. Daarna wordt de verlichting afhankelijk van beweging en lichtsterkte geregeld en uitgeschakeld. De instelling gebeurt met de afstandsbediening. InschakelreactieBij het bijschakelen van de spanning of na een herstart met de afstandsbediening doorloopt de aanwezigheidsmelder twee fasen, die door een LED en de aangesloten lamp worden weergegeven:1. Opwarmfase (1 min) •De rode LED knippert en het schakelcontact Licht is gesloten (licht aan). •De melder reageert niet op opdrachten van de toets en afstandsbediening. 2. Bedrijf •De melder is bedrijfsklaar (LED uit) en bij afwezigheid opent het schakelcontact Licht (Licht uit).
46. Instellingen met potentiometerDe aanwezigheidsmelder heeft 3 potentiometers (onder de afdekking) voor het instellen van de nalooptijd (TIME) en lichtsterkte-schakelwaarde (LUX). Inleren Impuls TestLichtsterkte-schakelwaarde (LUX 1/LUX 2) instellenMet de potentiometer voor lichtsterkte kunt u diverse licht-sterktes instellen (fabrieksinstelling 500 lx). Stel de potentiometer op de gewenste inschakellichtsterkte 10 – 3000 lux ( = lichtmeting uit) in. Inleerfunctie (lichtsterkte-schakelwaarde inleren) Stel de potentiometer bij de gewenste lichtsterkte in op. ▻ De LED knippert 20 s. Loop weg van de melder zodat de lichtmeting niet wordt beïnvloed. ▻ Wanneer de LED niet meer knippert, wordt de momen-teel gemeten lichtsterkte als nieuwe gewenste licht-sterkte overgenomen. Laat de potentiometer in de stand staan.
Nalooptijd (TIME) instellenAls de melder geen beweging meer detecteert, wordt hij na de ingestelde nalooptijd uitgeschakeld. Als u de vooraf inge-stelde tijd (fabrieksinstelling 10 min) wilt wijzigen, moet u de potentiometer op de gewenste tijd (bijv. 10 s – 60 min) instellen. Functie ImpulsAls u de impulsfunctie (bijv. voor een trapverlichtingtijdscha-kelaar) wilt gebruiken, moet u de potentiometer op instellen (0,5 s aan, 9,5 s uit). Test detectiebereik (testmodus resp. bewegingstest)De testmodus dient voor het testen en evt. beperken van het detectiebereik. Zet de potentiometer TIME op Test. ▻ De aanwezigheidsmelder reageert alleen op bewegin-gen; de lichtmeting is uitgeschakeld. ▻ Nadat de melder een beweging heeft gedetecteerd, schakelt hij de aangesloten verlichting in. Tegelijkertijd gaat de rode LED na elke gedetecteerde beweging kort branden.
Wordt geen beweging gedetecteerd, dan wordt het licht na aoop van de nalooptijd van 10 s uit. 10 sec L Als de bewegingstest bij het Slave-apparaat wordt uit-gevoerd, moet deze ook bij het Master-apparaat worden geactiveerd.
L De testmodus kan ook met de afstandsbediening the-Senda P en theSenda B/app worden geactiveerd. 7. Parameters en besturingscommando's via afstandsbedieningTer ondersteuning bij inbedrijfstelling en servicewerkzaamhe-den kunnen de volgende parameters met de afstandsbedie-ning worden opgevraagd of gewijzigd:ParameterParameter Opvraag theSenda B/appWijzigbaar theSenda B/appWijzigbaar theSenda PGewenste lichtsterkte A X X XGewenste lichtsterkte B X X XRuimtecorrectiefactor A X XRuimtecorrectiefactor B X XMeetwaarde lichts-terkte AXGemeten lichtsterkte BXNalooptijd A+B X XKorte aanwezigheid A+BXBedieningswijze A+B X X Registratiegevoeligheid niveau 3 (standaard)X X XIR-groepsadres A XIR-groepsadres B XScène 1 A XScène 2 A XScène 1 B XScène 2 B XLED-weergave bewegingXA komt overeen met lichtkanaal 1 en B met lichtkanaal 2 L De parameters worden via infrarood naar de melder gezonden.
Gewijzigde parameters worden overgenomen en gebruikt. Ontvangen en begrepen infraroodopdrachten worden door het apparaat bevestigd door kort knipperen van de rode status-LED. Voor de opvraag van de parameters indrukken en de aanwijzingen in de app opvolgen.
5BesturingsopdrachtenDe volgende besturingsopdrachten kunnen met de afstands-bediening worden geactiveerd: Besturingsopdracht Activeerbaar theSenda B/AppActiveerbaar theSenda PActiveerbaar theSenda SInleren kanaal A XInleerkanaal B XInleerkanaal A+B X XLicht schakelen A X XLicht schakelen B X XLicht schakelen (alle) X XTest aanwezigheid X XHerstart X XFabrieksinstellingen X Mobiele eindapparaat met afstandsbediening theSenda B/ App verbinden Open de app 'theSenda Plug'. Klik op het Bluetooth-symbool linksboven in de app. Druk kort op de Bluetooth-toets op de theSenda B. ▻ LED knippert rood, apparaten worden gezocht. Bevestig met OK. ▻ De LED brandt rood en de kleur van het Bluetooth- symbool in de app verandert van grijs naar blauw. 8. Parameters en besturingscommando's via app1.
ParametersGewenste lichtsterkte A/gewenste lichtsterkte BDe gewenste lichtsterkte bepaalt de minimaal gewenste lichtsterkte. Is de aanwezige lichtsterkte lager dan de ge-wenste waarde, dan wordt het licht, wanneer aanwezigheid wordt herkend, ingeschakeld. theSenda PlugtheSenda PVoor de gewenste lichtsterkte A moet bij theSenda P eerst de toets Lichtkanaal 1 en dan de toets met de gewenste luxwaarde worden ingedrukt; voor de gewenste lichtsterkte B analoog moet eerst de toets Lichtkanaal 2 en dan de toets met de gewenste luxwaarde worden ingedrukt. Ruimtecorrectiefactor A/ruimtecorrectiefactor BDe ruimtecorrectiefactor is een maat voor het verschiltussen de gemeten lichtsterkte bij de wand en op de werk-plek. De lichtsterkte bij het plafond wordt beïnvloed door de montageplaats, de lichtinval, de zonnestand etc.
theSenda PlugtheSenda PKorte aanwezigheid A+BAls een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt de verlichting na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld. Kortdurende aanwezigheid kan bij de bedieningswijze Volledig automatisch en Halfautomatisch worden gebruikt.
6theSenda PlugBedieningswijze A+Bauto = volautomatisch (Taste A)De verlichting wordt automatisch in- en uitgeschakeld (door aan-/afwezigheid en lichtsterkte)man = halfautomatisch (toets Hand)De verlichting wordt altijd handmatig met de toets ingescha-keld. De uitschakeling vindt via de melder plaats. theSenda PlugtheSenda PDetectiegevoeligheid De melder heeft 5 gevoeligheidsniveaus (standaard: niveau 3). Niveau Gevoeligheid1 Zeer ongevoelig2 Ongevoelig3 Standaard4 Gevoelig5 Zeer gevoeligtheSenda PtheSenda PlugIR-groepsadres A/IR-groepsadres BAan elk lichtkanaal kan een groepsadres worden toegewezen. De groepsadressen in de melder kunnen met theSenda B/app of theSenda S worden geprogrammeerd. De groepsadressen bij de afstandsbediening – theSenda S: aan het lichtkanaal 1 is het groepsadres I en aan het lichtkanaal 2 het groepsadres II toegewezen.
– theSenda B: hier kunnen aan alle lichtkanaaltoetsen wille- keurige groepsadressen worden toegewezen. Een lichtkanaal kan alleen worden in- of uitgeschakeld wan-neer het groepsadres van het lichtkanaal overeenkomt met de betreffende toets van de afstandsbediening. Met de keuze van de groepsadressen kunnen nabijgelegen melders of lichtkanalen, die met de gebruikersafstandsbe-diening theSenda S of theSenda B worden aangestuurd, van elkaar worden gescheiden.theSenda StheSenda PlugIIIIII
7theSenda BI ... VIIIScène 1 A, B/scène 2, A, B De gewenste schakeltoestand (aan/uit) voor elke lichtgroep kan aan scène 1 en scène 2 worden toegekend (met the-Senda B/app of theSenda S). theSenda S:Toets ten minste 3 s indrukken. Scène 1 werd opgeslagenToets ten minste 3 s indrukken. Scène 2 werd opgeslagentheSenda StheSenda PlugLED-weergave beweging De bewegingsdetectie wordt door de LED weergegeven.theSenda Plug2. StuuropdrachtenInleren kanaal A/inleren kanaal B/inleren kanaal A+BDe melder slaat de momenteel gemeten lichtsterkte als nieuwe gewenste lichtsterkte op.Inleren kanaal A+BtheSenda PlugtheSenda P+Licht schakelen A/licht schakelen B/licht schakelen (alle) (in-/uitschakelen)theSenda PlugtheSenda BtheSenda P theSenda STestmodus 'Test aanwezigheid'Met de testmodus 'Test aanwezigheid' kunnen de aanwezig-heidsdetectie en bedrading worden gecontroleerd. Selecteer ON in de app.
8 ▻ Nadat de melder een beweging heeft gedetecteerd, schakelt hij de aangesloten verlichting in. Tegelijkertijd gaat de rode LED na elke gedetecteerde beweging kort branden. Wordt geen beweging gedetecteerd, dan wordt het licht na aoop van de nalooptijd van 10 s uit. theSenda PlugtheSenda P L De testmodus eindigt na 10 min, wanneer deze met de afstandsbediening werd geactiveerd. L Inleren kan in de testmodus niet worden geactiveerd.
ikkert gedurende 2 s De door de afstandsbediening via infrarood gezonden opdracht werd door de aanwezig-heidsmelder geaccepteerd. gaat kort branden De door de afstandsbediening via infrarood gezonden opdracht werd door de aanwezig-heidsmelder afgewezen. De opdracht is niet geldig. Controleer het gekozen meldertype in de app. knippert snel Storingsknipperen; de aanwezigheidsmelder heeft een fout vastgesteld. knippert 20 s Inleren via potentiometer is geactiveerd. brandt of ikkert onregelmatigDe aanwezigheidsmelder bevindt zich in de testmodus aanwezigheid of 'LED-weergave beweging' is geactiveerd. De LED herkent bewegingen.
Verhelpen van storingenStoring OorzaakLicht wordt niet in- resp. uitgeschakeld bij aanwezigheid en duisternisLuxwaarde te laag ingesteld; melder op halfauto-matisch ingesteld; licht werd handmatig met de toets of met de afstandsbediening uitgeschakeld; geen persoon in het detectiebereik; obstakel(s) storen de detectie; nalooptijd te kort ingesteldLicht brandt bij aanwezigheid ondanks voldoende lichtsterkte Luxwaarde te hoog ingesteld; licht werd kort daarvoor handmatig met de drukknop of met de afstandsbediening ingeschakeld (30 min. wach-ten); melder in testmodus.
9Verlichting wordt niet uitgeschakeld resp. verlichting wordt spontaan ingeschakeld bij afwezigheid thermische storingsbronnen in het detectiebereik: heteluchtverwarmers, gloeilamp/halogeenstraler, zich bewegende objecten (bijv. gordijnen bij open ramen); Last (EVA's, relais) niet ontstoordToets werkt niet Apparaat nog in de opstartfase; verlichte toets werd zonder nuldraadaansluiting gebruikt; Toets niet op Master aangeslotenLicht kan met de toets niet worden uitgeschakeldToets is niet op de melder aangesloten. Bedrading toets controleren.Storingsknipperen (4 x per seconde)Fout bij zelftest; apparaat is defect!9. Technische specicatiesBedrijfsspanning 230 V ACFrequentie 50 HzStand-by-vermogen < 0,5 WSchakelvermogen max. 10 A (bij 230 V AC, cos ϕ = 1)Schakelvermogen min.
10 mA (bij 230 V AC)Schakelcontact 2 x μ-contact 230 V AC (maakcontact)Bedrijfstemperatuur –15 °C … + 45 °C Instelbereik lichtsterkte 10 – 3000 lxBereik inschakelduur 10 s – 60 minDetectiehoek 360°Detectiebereik dwars bewegend: Ø 24 m frontaal bewegend: Ø 6 m zittend: Ø 6 mAanbevolen montagehoogte 2 – 5 mGloeilamplast 2300 WHalogeenlamplast 2300 WTL-lampen (VVG-verliesarme voor-schakelapparaten): niet gecompenseerd seriegecompenseerd parallelgecompenseerd 1200 VA1200 VA1300 W (140 µF) TL-lampen (EVA – elektronische voorschakelapparaten)1200 WCompacte TL-lampen (EVG) 300 W LED-lampen < 2 W LED-lampen > 2 W60 W 600 WBeschermingsgraad IP 40, IP 54 opbouwmontage Beschermingsklasse II bij voorgeschreven montageReiniging en onderhoud Reinig het oppervlak van het apparaat met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- en oplosmiddelen.AfvoerVoer het apparaat apart van het huishoudelijk afval af en breng het naar een ofcieel inzamelpunt.Maattekeningen10.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Theben LUXA 104 S360-200-24 DE-UP WH stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden