Theben PlanoSpot 360 KNX DE Handleiding
Pagina's 41 Bewegingsdetector
Bekijk de handleiding van Theben PlanoSpot 360 KNX DE gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 11 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Theben |
| Categorie: | Bewegingsdetector |
| Model: | PlanoSpot 360 KNX DE |
Handleiding Theben PlanoSpot 360 KNX DE – volledige tekst
72. Fundamentele veiligheidsinstructiesMaak u vóór de montage en inbedrijfstelling met de aanwezigheidsmelder vertrouwd. Lees daarvoor deze bedieningshandleiding en het "KNX-handboek PlanoSpot". •Werkzaamheden aan elektrische installaties mogen alleen door elektromonteurs of door geïnstrueerde per-sonen onder leiding en toezicht van een elektromonteur volgens de elektrotechnische regels worden uitgevoerd! •Let op de landspecieke veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden aan elektrische installaties! Schakel de leiding vóór de montage spanningsvrij! •Het apparaat is onderhoudsvrij. De garantie vervalt als het apparaat wordt geopend of eventuele voorwerpen het apparaat binnendringen.3. Bedoeld gebruikDe aanwezigheidsmelder is bestemd voor de installatie binnenshuis.
De aanwezigheidsmelder dient uitsluitend voor de toepassing die contractueel is afgesproken tussen de fabrikant en de gebruiker. Een ander of verdergaand gebruik geldt als onbedoeld. Voor daaruit voortvloeiende schade is de fabrikant niet aansprakelijk.
84. FunctieDe aanwezigheidsmelder wordt bij voorkeur in kantoren en scholen, maar ook in woningen voor comfortabele en energie-zuinige regeling van verlichting, HLK en zonwering gebruikt. De verlichting wordt door schakelen of constante lichtregeling beïnvloed.Functie Menglichtmeting Aanwezigheidsdetectie Kunstmatig licht Invallend daglichtKanaal licht C1, C2, C3De aanwezigheidsmelder detecteert aanwezige personen bij zeer jne bewegingen. Tegelijkertijd meten de 3 lichtsensoren de lichtsterkte in de ruimte en kunnen de verlichting daar-door afhankelijk van het daglicht traploos regelen of in- en uitschakelen. De uitgangen licht kunnen door de integrator dynamisch worden weergegeven of verborgen. De lichts-terkte-schakelwaarde resp. gewenste lichtsterkte wordt via parameters, object of de afstandsbediening ingesteld.
9SchakelenDe verlichting wordt bij aanwezigheid en onvoldoende lichts-terkte ingeschakeld, bij afwezigheid of voldoende lichtsterkte uitgeschakeld. Met een drukknop kan handmatig worden geschakeld of gedimd. Handmatig uitschakelen, dimmen en scènes stoppen de regeling tijdens de aanwezigheid.Constante lichtregelingBij ingeschakelde constante lichtregeling wordt de lichtsterkte op de gewenste lichtsterkte constant gehouden. De regeling wordt volautomatisch of handmatig met drukknoppen resp. afstandsbediening gestart. Handmatig uitschakelen, dimmen en scènes stoppen de regeling tijdens de aanwezigheid.NalooptijdDe minimale nalooptijd kan voor alle kanalen licht tussen 30 s en 60 min worden ingesteld. Deze past zich zelerend aan het gebruikersgedrag aan en kan automatisch tot max. 30 min worden verhoogd resp. weer tot de ingestelde minimumtijd worden verlaagd.
Bij instellingen ≤ 2 min of ≥ 30 min blijft de nalooptijd onveranderd op de ingestelde waarde. Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer wordt verlaten, wordt het licht na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid).Stand-byDe stand-by-functie dient als oriëntatielicht. Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer op de stand-by-dimwaarde (1 - 25 %) ingesteld. De stand-by-tijd kan tussen 30 s en 60 minuten of constant worden ingesteld. Ligt de lichtsterkte in de ruimte boven de lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte, dan wordt de verlichting uitgescha-keld. Daalt de lichtsterkte in de ruimte tot onder de lichts-terkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte, dan schakelt
10de verlichting automatisch weer naar de stand-by-waarde. De stand-by functie via een object worden geactiveerd of geblokkeerd. Zo kunnen in combinatie met een schakelklok energiezuinige oplossingen worden gerealiseerd.DrukknopaansturingVia een drukknop laat de verlichting zich altijd handma-tig schakelen of dimmen. Wordt de verlichting handmatig ingeschakeld, dan brandt de verlichting in de schakelmodus minimaal 30 min., mits personen aanwezig zijn. Daarna gaat het licht bij voldoende lichtsterkte uit. Wordt de ruimte (eerder) verlaten, dan gaat het licht altijd uit na aoop van de ingestelde nalooptijd. Wordt het kunstmatige licht handmatig uitgeschakeld, dan blijft de verlichting uitgeschakeld zolang er personen aanwezig zijn. Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer automatisch geschakeld.
Vol- of halfautomatischDe verlichting van de aanwezigheidsmelder wordt naar keuze volautomatisch voor meer comfort resp. halfautomatisch voor een grotere besparing geregeld. Bij "volautomatisch" wordt de verlichting automatisch in- en uitgeschakeld. Bij "half-automatisch" moet de verlichting altijd handmatig worden ingeschakeld. Het uitschakelen van de verlichting vindt auto-matisch plaats.Zeer eenvoudige instelling van het energiebespa-ringsgedragMet de keuze van "eco" voor optimaal schakelgedrag of "eco plus" voor maximale energiebesparing kan de gebruiker de aanwezigheidsmelder zeer eenvoudig op zijn behoeften afstemmen.
11Kanaal aanwezigheid C4, C5De kanalen aanwezigheid worden meestal voor de HLK-rege-ling gebruikt. Een zelf gekozen telegram wordt alleen door aanwezigheid, volledig lichtsterkteonafhankelijk en na aoop van de inschakelvertraging gezonden. Na elk telegram wordt de nalooptijd bij elke beweging opnieuw gestart. Toetsen beïnvloeden de kanaalaanwezigheid niet.InschakelvertragingDe inschakelvertraging voorkomt een directe inschakeling. Het telegram wordt pas na aoop van de inschakelvertraging gezonden, mits er in die tijd personen aanwezig zijn. NalooptijdDe nalooptijd maakt een vertraagde uitschakeling van HLK-apparaten en -systemen mogelijk nadat men de ruimte verlaten heeft.
Na aoop van de nalooptijd aanwezigheid kan naar keuze een telegram worden gezonden (eenmalig of cyclisch).Kanaal ruimtebewaking C6Bij het kanaal ruimtebewaking is de gevoeligheid van de aanwezigheidsdetectie verminderd. Een telegram wordt pas bij een duidelijke beweging gezonden en detecteert met hoge zekerheid de aanwezigheid van personen. Voor de ruimtebe-waking is een aparte nalooptijd beschikbaar.5. DetectiebereikHet vierkante detectiebereik van de aanwezigheidsmel-der garandeert een veilig en eenvoudig ontwerp. Er zijn
12twee detectiegebieden beschikbaar die via parameters of met de Management-afstandsbediening kunnen worden omgeschakeld. Let erop dat zittende en bewegende personen in bereiken met verschillende afmetingen worden geregistreerd.De aanbevolen montagehoogte is 2 m – 3 m. Hoe hoger de montagehoogte, des te lager de gevoeligheid van de aan-wezigheidsmelder. Vanaf een montagehoogte van 3 m zijn loopbewegingen nodig en de detectiebereiken van meerdere melders moeten elkaar in de randzones overlappen. Het detectiebereik neemt af naarmate de temperatuur toeneemt.De gevoeligheid is op 5 niveaus instelbaar via parameters of met de afstandsbediening.Zittende personen:De aanwezigheidsmelder reageert zeer gevoelig op uiterst geringe bewegingen. De gegevens hebben betrekking op bewegingen op tafelhoogte (ca. 0,8 m).
Bewegende personen:Vanaf een montagehoogte boven 3 m wordt de grootte van en de afstand tussen de actieve en passieve zones groter.Voor een duidelijke detectie zijn sterkere bewegingen noodzakelijk.
14Detectiegebied beperktMontage-hoogtezittende personen bewegende personen2,0 m 4,0 m22,0m x 2,0m 4,4 m22,1 m x 2,1 m ± 0,5 m2,5 m 6,3 m22,5 m x 2,5 m 9,0 m23,0 m x 3,0 m ± 0,5 m3,0 m 9,0 m23,0 m x 3,0 m 14,4 m23,8 m x 3,8 m ± 1,0 m3,5 m - 22,1 m24,7 m x 4,7 m ± 1,0 mDoor handmatig verplaatsen van de lens kan een detectie-bereik afhankelijk van de montagehoogte binnen een bereik van 0,5 tot 1 meter worden verschoven in de richting van het raam of naar binnen.LichtsterktemetingDe aanwezigheidsmelder meet met behulp van drie gerichte lichtmetingen het kunstmatige licht en het daglicht. De mid-delste lichtmeting meet de lichtsterkte direct onder de melder (A), terwijl de beide andere lichtmetingen de lichtsterkte in de buurt van het raam (B) resp. binnen (C) meten. De montage-plaats wordt gebruikt als referentie van het verlichtingsniveau.
15Wij raden het gebruik van de volgende lichtmetingen aan: •Schakelen of constante lichtregeling 1-kanaals: gebruik van de middelste lichtmeting. •Schakelen of constante lichtregeling 2-kanaals: alleen de beide lichtmetingen raam resp. binnen zijn beschikbaar.SchakelenDoor het direct richten van het licht wordt de lichtmeting beïnvloed. De plaatsing van staande lampen of verlaagde verlichting direct onder de melder moet worden vermeden.Constante lichtregelingDe melder moet zo worden geplaatst dat deze alleen kunst-matig licht detecteert dat hij zelf regelt. Kunstmatig licht dat door andere melders wordt geregeld of handmatig gescha-kelde werkverlichting beïnvloeden de lichtsterktemeting van de melder. Direct kunstmatig licht op de melder moet worden vermeden.Geschikte lampenDe aanwezigheidsmelder is geschikt voor uorescentielam-pen, compacte tl-lampen, halogeen-, gloeilampen en leds. 6.
MontagePlafondinbouwInbouw in holle plafonds met een dikte van 0,5 mm t/m 3 cm. De boordiameter voor de plafondopening is 68 mm. KNX-kabel aansluiten (a). Veren omhoogklappen en melder in het plafond monteren (b). Op uitrichting raam/naar binnen letten (c). Montagebeveiliging verwijderen (d). Indien nodig het
17OpbouwmontageBeide veren uit de melder trekken (g) en door de met het opbouwraam 75A meegeleverde veren vervangen (h). Het opbouwraam 75A op het plafond monteren (i). KNX-kabel ver-binden (a) en de melder in het opbouwraam schuiven (j). Op uitrichting raam/naar binnen letten (c). Montagebeveiliging verwijderen (d). Indien nodig het detectiebereik uitlijnen door 12° naar rechts (I) of links (II) te kantelen (e). Het meegele-verde afdekraam inklikken (f).
197. Inbedrijfname1. InstellingenAlle instellingen worden met behulp van de ETS uitgevoerd. Zie document "KNX-handboek PlanoSpot" (applicatiebeschri-jving). Ter ondersteuning van de inbedrijfstelling is optioneel de managementafstandsbediening "SendoPro 868-A" of de installatieafstandsbediening "the Senda P" verkrijgbaar. Met de "SendoPro 868-A" kunnen parameters worden opge-vraagd, aangepast en geoptimaliseerd. Met de "theSenda P" kunnen de parameters alleen worden aangepast. De afstandsbedieningen dienen dan als instelhulpmiddel. Met de afstandsbediening kunnen een aantal te wijzigen para-meters worden aangepast (zie hoofdstuk "Parameters via afstandsbediening").Door stuurcommando's via de afstandsbediening kan de reac-tie tijdens het bedrijf worden gewijzigd.2.
20 Toets programmeermodus3. Apparat in de toestand bij levering zettenDe aanwezigheidsmelder wordt met een basisinstelling gele-verd. Deze basisinstelling kan weer worden hersteld.Activeren BeschrijvingPowerup De programmeerknop tijdens het bij-schakelen van de busspanning ingedrukt houden.4. BedrijfstoestandDe PlanoSpot 360 KNX kent 3 bedrijfstoestandenNormaal Test-aanwezigheid Test-licht 5. InschakelgedragNa het bijschakelen van de busspanning of downloaden van de parameters door de ETS doorloopt de melder eerst de
21opstartfase van 30 s, waarna hij overschakelt naar de normale bedrijfstoestand. Een led geeft de huidige toestand weer.1. Opstartfase (30 s) •De led knippert elke seconde. •Schakelen: Uitgangen licht zenden lichtsterkteonafhan-kelijk een AAN-telegram •Constante lichtregeling: regeling niet-actief, de ver-lichting wordt tot het maximum gedimd (waardetelegram 100 %). •Bij afwezigheid of onvoldoende lichtsterkte wordt na 30 s een UIT-telegram gezonden (licht UIT).2. Bedrijfstoestand Normaal •De melder is klaar voor gebruik (led UIT).3. Bij storing •De led knippert snel •Voor het verhelpen van storingen zie hoofdstuk "Verhel-pen van storingen"8. Parameters via afstandsbedieningTer ondersteuning van de inbedrijfstelling en van service-werkzaamheden kunnen de volgende parameters met de afstandsbediening worden opgevraagd of gewijzigd:
23Door het aanpassen van de parameters worden de instellin-gen in de ETS niet gewijzigd.9. Te wijzigen parameters via afstandsbediening1. Aanpassing met de afstandsbedieningDe parameters worden met de managementafstandsbe-diening "SendoPro 868-A" of installatieafstandsbediening "theSenda P" via infrarood naar de aanwezigheidsmelder gezonden. Gewijzigde parameters worden door de melder direct overgenomen en gebruikt. Led-beschrijvingFlikkeren gedurende 2 s Na het indrukken van de toets Zenden op de managementaf-standsbediening of het indrukken van de betreffende toets op de theSenda P toont de aanwezigheidsmelder de juiste ontvangst met een 2 s durend ikkeren.Kort brandenDe (het) gezonden parameter/commando door de afstands-bediening is door de aanwezigheidsmelder afgewezen. Het commando is niet geldig.
242. Lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1, C2 lichtDe lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte bepaalt de minimaal gewenste lichtsterkte. De momenteel aanwezige lichtsterkte wordt onder de aanwezigheidsmelder gemeten. Is de aanwezige lichtsterkte lager dan de schakelwaarde / gewenste waarde, dan wordt het licht, voorzover aanwezig-heid wordt gedetecteerd, ingeschakeld (bij bedrijfsmodus Volautomatisch).Waardenbereik •Luxwaarden met managementafstandsbediening "Sen-doPro 868-A": 10-3000 lux •Bij de installatieafstandsbediening "theSenda P" zijn de volgende waarden beschikbaar: 10, 15, 300, 500, 800 lux •De momenteel gemeten lichtsterkte (lux) kan bij de managementafstandsbediening "SendoPro 868-A" met het besturingscommando Inleren of bij de installatieaf-standsbediening "theSenda P" met de toets Inleren worden overgenomen.
253. Alternatieve lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1, C2 lichtMet de alternatieve lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kan een tweede verschillende lichtsterkte-scha-kelwaarde / gewenste lichtsterkte worden gedenieerd. In combinatie met de lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1 en C2 Licht kan bijvoorbeeld een dag- en nachtmodus met twee verschillende lichtsterkteniveaus worden verkregen. De alternatieve lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte wordt via een busobject geactiveerd resp. omgeschakeld.Waardenbereikvgl. 2. Lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste waarde kanaal C1, C2 licht4. Ruimtecorrectiefactor C1, C2De ruimtecorrectiefactor is een maat voor het verschil tussen de gemeten lichtsterkte bij het plafond en op de werkplek.
De gemeten lichtsterkte bij het plafond wordt beïnvloed door de montageplaats, de lichtinval, de zonnestand, de weersom-standigheden, de reectie-eigenschappen van de ruimte en het meubilair. Met de ruimtecorrectiefactor wordt de gemeten lichtsterkte van het betreffende lichtkanaal aan de omstandigheden in de ruimte aangepast en kan zo op de gemeten luxwaarde op het vlak onder de aanwezigheidsmelder worden aangepast.
26Ruimtecorrectiefactor = lichtsterkte op het plafond / lichts-terkte op het werkvlak Neem het "KNX-handboek PlanoSpot" in acht voor het kalibreren van de lichtmetingen resp. voor het instellen van de ruimtecorrectiefactor. •De luxmeter wordt op het werkvlak onder de sensor geplaatst en de gemeten luxwaarde wordt met de managementafstandsbediening "SendoPro 868-A", para-meter ingevoerd. •De ruimtecorrectiefactor wordt daaruit automatisch berekend. Toegestaan zijn waarden tussen 0,05 en 2,0. Berekende of ingevoerde waarden buiten het toegestane gebied worden automatisch op de betreffende grens-waarde gezet.De berekende ruimtecorrectiefactor wordt direct overge-nomen. Ter controle kan de ruimtecorrectiefactor via object 8 voor kanaal C1 en object 19 voor kanaal C2 worden opgevraagd.Direct wijzigen van de ruimtecorrectiefactor is alleen mogelijk met de ETS.
275. Nalooptijd lichtWaardenbereikInstelbare waarden met managementafstandsbe-diening "SendoPro 868-A"Bij de installatieafstandsbediening "theSenda P" zijn de volgende waarden beschikbaar30 s - 60 min30 s, 60 s, 2 min, 10 min, 20 min, 60 min6. DetectiegebiedDe melder beschikt over twee verschillend grote detectiebe-reiken. Deze zijn gemakkelijk te kiezen met de management-afstandsbediening via de parameter "Detectiegebied". U kunt kiezen uit "Standaard" (max. detectiebereik bewegend 8 x 8 m) of "Beperkt" (max. detectiebereik bewegend 4,7 x 4,7 m). Zie ook hoofdstuk 5 Detectiebereik.Als alternatief kunt u de detectiegebieden in de ETS selecte-ren via de parameter "Detectiegebied". Zie document "KNX-handboek PlanoSpot".7. DetectiegevoeligheidDe melder heeft 5 gevoeligheidsniveaus. De basisinstelling is het middelste niveau (3). De gevoeligheid geldt ook tijdens de testmodus.
Door de keuze van de bedrijfsmodus test-aanwezigheid wordt het ingestelde gevoeligheidsniveau niet gewijzigd. Met de managementafstandsbediening "SendoPro 868-A" kunnen de niveaus 1 t/m 5 worden geselecteerd en naar de melder worden gezonden. Met de installatieafstands-bediening "theSenda P" kan de gevoeligheid bij elke druk op de knop met één niveau worden verlaagd of verhoogd.
29HerstartMelder opnieuw startenx xInlerenDe momenteel gemeten lichtsterkte wordt als gewenste lichtsterkte overgenomen. De momenteel actieve gewenste lichtsterkte wordt overgenomen. Dit betekent dat, als op de alternatieve gewenste lichtsterkte wordt omgeschakeld, door het commando Inleren de momenteel gemeten lichtsterkte (lux) in de alternatieve gewenste lichtsterkte wordt overgeno-men. Waarden buiten het toegestane bereik worden automa-tisch op de betreffende grenswaarde gezet.TestmodusDe PlanoSpot 360 KNX beschikt over twee testmodi. •Test-aanwezigheid •Test-licht 1. Test aanwezigheidDe test aanwezigheid dient ter controle van het detectiebereik en de parallelschakeling.Activeren Besturingscommando test-aanwezigheid "Aan" met de managementafstandsbediening "SendoPro 868-A" of instal-latieafstandsbediening "theSenda P" toets "Test".
30Weergaven van de led toestand kanalenBeschrijvingAan Bij beweging is de led aan en de kanalen C1, C2schakelen in.Uit Na aoop van de beweging is de led uit en de kanalen C1, C2 schakelen na ca. 10 s.Testgedrag •Lichtsterktemeting gedeactiveerd, lichtuitgang reageert niet op lichtsterkte •De melder reageert zoals in de bedieningswijze Volauto-matisch, ook als Halfautomatisch is ingesteld. •Het regelingstype verandert in schakelen als het rege-lingstype op constante lichtregeling is ingesteld. Het licht wordt niet geregeld. •Licht "AAN" bij beweging; licht "UIT" bij afwezigheid •De kanalen C1 en C2 licht hebben een vaste nalooptijd van 10 s.
•De kanalen aanwezigheid en ruimtebewaking reageren net zoals in de normale bedrijfsmodus.Commando's en veranderbare parametersIn de testmodus Aanwezigheid zijn met de managementaf-standsbediening "SendoPro 868-A" de volgende opdrachten mogelijk: •Beëindigen van de test-aanwezigheid •Activeren van de Test licht •Detectiegebied wijzigen •Detectiegevoeligheid wijzigenDe gekozen detectiegevoeligheid (1 . . 5) wordt bij het active-ren van de test-aanwezigheid niet gewijzigd. Tijdens de test kan de gevoeligheid worden aangepast.
Daardoor kan de lichtsterkted-rempel en ook het adaptieve gedrag worden gecontroleerd. Daarnaast reageert de regeling sneller. Alle geselecteerde functies en parameters blijven ongewijzigd.
32Commando's en veranderbare parametersIn de testmodus licht zijn met de managementafstandsbedie-ning "SendoPro 868-A" de volgende commando's mogelijk: •Beëindigen van de testmodus licht •Activeren van de test-aanwezigheid •Lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1 en C2 licht wijzigenNa aoop van de testmodus wordt de aanwezigheidsmelder gereset.De aanwezigheidsmelder niet met een zaklamp laten scha-kelen. De aanwezigheidsmelder zal dit inleren en daardoor de adaptieve lichtschakeldrempels en hysteresiswaarden vervalsen.Om het gedrag te simuleren, wordt idealiter het bereik onder de aanwezigheidsmelder verlicht of worden de jaloezieën bediend. Voor een nieuwe poging testmodus licht nogmaals activeren.Verhelpen van storingenSTORING OorzaakLicht wordt niet inge-schakeld resp.
licht wordt uitgeschakeld bij aanwezigheid en duisternisLuxwaarde te laag ingesteld; melder op halfau-tomatisch ingesteld; licht is handmatig met de drukknop of met afstandsbediening uitgeschakeld; geen persoon in het detectiebereik; obstakel(s) storen de detectie; nalooptijd te kort ingesteld.Licht brandt bij aan-wezigheid ondanks voldoende lichtsterkte Luxwaarde te hoog ingesteld; licht is kort daarvoor handmatig met de drukknop of met afstands-bediening ingeschakeld (30 min. wachten in de schakelmodus); melder in testmodus.Licht wordt niet uitgeschakeld resp. licht wordt spontaan ingeschakeld bij afwezigheid Nalooptijd afwachten (zelerend); thermische storingsbronnen in het detectiebereik: hetelucht-verwarmers, gloeilamp/halogeenlamp, zich bewe-gende objecten (bijv. gordijnen bij open ramen).
33Storingsknipperen (3x per seconde)Fout in zelftest; Ongeldige parameterwaarden in de melder aanwezig (zie KNX-handboek PlanoSpot hoofdstuk Parameterinstellingen bij download).Apparaat is defect!Weergave van de ledLed BeschrijvingKnipperen elke secondeDe aanwezigheidsmelder bevindt zich in de opstartfase.Flikkeren gedu-rende 2 sHet via infrarood door de afstandsbediening gezon-den commando werd door de aanwezigheidsmelder geaccepteerd.Kort branden Het via infrarood door de afstandsbediening gezon-den commando werd door de aanwezigheidsmelder afgewezen. Het commando is niet geldig. Gekozen meldertype of parameter op de SendoPro controleren.Storingsknippe-ren (3x s)Storingsknipperen; de aanwezigheidsmelder heeft een fout vastgesteld.Knipperen, 5 s uit 0,3 s AanDe aanwezigheidsmelder bevindt zich in de testmodus licht.
•dat, voorzover de aanwezigheidsmelder op een soft-waregestuurd systeem wordt aangesloten, de garantie voor deze aansluiting alleen geldig is als de gespeci-ceerde interface wordt gebruikt.Wij verplichten ons alle delen van het geleverde product die aantoonbaar vanwege slecht materiaal, foutieve constructie
40of gebrekkige uitvoering tot aan het einde van de garantiepe-riode beschadigd of onbruikbaar worden, zo snel mogelijk te repareren of te vervangen.InsturenAls het apparaat onder de garantie valt, stuur het dan samen met het aeveringsbewijs en een korte beschrijving van de fout c.q. storing naar een bevoegde speciaalzaak.Intellectueel eigendomHet concept alsmede de hard- en software van deze appara-ten zijn auteursrechtelijk beschermd. 13. ContactZwitserlandTheben HTS AGIm Langhag 7b8307 EffretikonZWITSERLANDTel. +41 52 355 17 00Fax +41 52 355 17 01HotlineTel. +41 52 355 17 [email protected]
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Theben PlanoSpot 360 KNX DE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden