Theben thePassa P360-221 DALI UP Handleiding
Pagina's 16 Bewegingsdetector
Bekijk de handleiding van Theben thePassa P360-221 DALI UP gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 11 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Theben |
| Categorie: | Bewegingsdetector |
| Model: | thePassa P360-221 DALI UP |
Handleiding Theben thePassa P360-221 DALI UP – volledige tekst
voor HLK-regeling •Accessoires: Managementafstandsbediening SendoPro 868-A (optie) (kort: SendoPro); gebruikersafstandsbe-diening theSenda S (optie) (kort: theSenda S); serviceaf-standsbediening theSenda P (optie) (kort: theSenda P); app-afstandsbediening theSenda B (optie) en bijbeho-rende app „theSenda Plug“ (iOS/Android) (kort: theSenda B/app); Cover 110: 9070591, 90705922. VeiligheidMontage en installatie uitsluitend door een elektromonteur, een persoon met geschikte vakkundige opleiding, met kennis en ervaring zodat hij/zij gevaren kan herkennen en vermijden die door elektriciteit kunnen ontstaan. Vóór montage/demontage netspanning uitschakelen en uitschakeling beveiligen. Handleiding helemaal lezen en opvolgen. Vóór ingebruikname en gebruik van het product moet de handleiding worden gelezen en opgevolgd. 3.
Bedoeld gebruik •De aanwezigheidsmelder wordt in doorgangen, trappen, garages, kelders en opslaghallen gebruikt voor de rege-ling van verlichting en HLK. •De aanwezigheidsmelder is bestemd voor de installatie binnenshuis. 4. MontageDetectiebereik L Het rechthoekige detectiebereik van de aanwezigheids-melder maakt een volledige gangafdekking mogelijk.
L Het detectiebereik is in twee zones onderverdeeld. Deze kunnen met de afstandsbediening afzonderlijk worden geactiveerd resp. gedeactiveerd (alleen bij 1 lichtkanaal DALI-Broadcast). L Aanbevolen montagehoogte: 2,0 m – 6,0 m. Hoe hoger de montagehoogte, des te lager de gevoelig-heid van de aanwezigheidsmelder. Vanaf een montageh-oogte van 3,5 m dienen de detectiebereiken van meerdere melders in de randzones zich te overlappen. L Het detectiebereik wordt met toenemende temperatuur minder. L Vanwege de bewegingsrichting (frontaal/dwars) is het detectie in verschillende gebieden onderverdeeld.
Bij de montage moet rekening worden gehouden met de uitlijning van de beide lichtsterk-tes. De montageplaats wordt gebruikt als referentie voor het verlichtingsniveau. De lichtsterktemeting kan met de ruimte-correctiefactor op de ruimtelijke omstandigheden worden aangepast. 2 m2 mZ1 Z2Elke lichtmeetzone vormt op de vloer een rechthoek van ca. 2 x 4 m. Afhankelijk van de bedrijfsmodus en gekozen detectie-zone zijn de lichtmetingen als volgt toegewezen:1-kanaals (Broadcast):Keuze detectiezone Lichtkanaal LichtmeetzoneAlleen zone 1 Kanaal C1 - Licht Zone 1Alleen zone 2 Kanaal C1 - Licht Zone 2Zone 1 + zone 2 Kanaal C1 - Licht Ø van zone 1 + zone 22-kanaals (adresseerbaar):Lichtkanaal LichtmeetzoneKanaal C1 - Licht Zone 1Kanaal C2 - Licht Zone 2L Let op de uitlijning van de beide lichtsterktemetingen zone 1/zone 2. L De lichtmeting wordt beïnvloed door rechtstreekse aanstraling.
Vermijd de plaatsing van staande lampen of verlaagde verlichting direct onder de melder. Constante lichtregelingDe melder moet zo worden geplaatst dat deze alleen kunst-matig licht detecteert dat hij zelf regelt.
3Opbouwmontagemet opbouwraam 110A (9070912, 7070913)5. Aansluiting. Dezelfde fase voor alle melders en toetsen gebruiken. L Meerdere toetsen kunnen op één stuuringang worden aangesloten. L Verlichte toets met nuldraadaansluiting gebruiken. L Op elke meter kunnen max. 50 DALI-bedrijfsapparaten worden aangesloten. Verdeel de DALI-bedrijfsapparaten gelijkmatig over de 3 fasedraden. L Bij de adresseerbare modus kunnen de kanalen C1 en C2 met de afstandsbediening aan de gewenste toetsingangen S1 en S2 worden toegewezen. Enkelvoudige schakeling•De aanwezigheidsmelder detecteert als Master aanwe-zigheid en lichtsterkte en regelt de verlichting.
MasterDALIDA+ DA–S1 S2EVGP*NLNLEVG* alleen in de bedrijfsmodus „adresseerbaar“Parallelschakeling master-slave•Is het detectiebereik van één aanwezigheidsmelder onvoldoende (grote ruimtes), dan kunnen maximaal 10 melders door verbinden van de P-klemmen parallel worden geschakeld. •De aanwezigheid wordt door alle melders gezamenlijk gedetecteerd. •De Master meet de lichtsterkte, verwerkt de toetsinfor-matie en regelt de verlichting. •Andere melders (Slaves) leveren alleen de aanwezig-heidsinformatie (bijv. thePassa P360 Slave UP). MasterDALIDA+ DA–S1 S2PNLSlavePNLNLEVG** alleen in de bedrijfsmodus „adresseerbaar“Parallelschakeling Master-Master•Er kunnen meerdere Masters worden gebruikt. Elke Master regelt daarbij zijn eigen lichtgroepen volgens zijn eigen lichtsterktemeting. •Nalooptijden en gewenste lichtsterktes worden bij elke Master individueel ingesteld.
•De aanwezigheid wordt door alle melders gezamenlijk gedetecteerd. •Maximaal 10 melders parallel schakelen. MasterDALI DALIDA+ DA–S1 S2PNLNLEVGMasterDA+ DA–S1 S2PNLEVG*** alleen in de bedrijfsmodus „adresseerbaar“Integratie van een extern DALI-relais•Op de DALI-kabel kan max. 1 extern DALI-relais worden aangesloten. De DALI-relais moet voldoen aan de norm IEC 62386-208 (apparaattype 7).
46. InbedrijfstellingEerste inbedrijfstelling thePassa P360-111 DALI (Broadcast) → fabrieksinstelling L Na de opstartfase (30 s) is de melder bedrijfsklaar. Eerste inbedrijfstelling thePassa P360-221 DALI (adresseerbaar), niet gecongureerde installatie De bedrijfsmodus met de afstandsbediening Sendo-Pro of theSenda B/app van Broadcast op adresseerbaar omschakelen: Parameter bij het meldertype selecteren. DALI-conguratie openen (bij de SendoPro in het menu 'Stuuropdrachten'). Parameter naar de melder zenden. Na omschakeling het meldertype voor de overige parametrering selecteren. Na de eerste omschakeling naar de bedrijfsmodus adres-seerbar (thePassa P360-221 DALI) start de melder opnieuw, identiceert automatisch alle aangesloten DALI-lampen, geeft Short-adressen af en beheert deze in een lijst.
▻ De LED op de melder knippert (5x kort AAN elke 3 s) afhankelijk van de installatiegrootte max. 3 min. Als geen DALI-EVA op de melder is aangesloten of als een DALI-kabel is onderbroken, ▻ knippert de LED (LED is ingeschakeld en 2x kort UIT elke 3 s). Als de installatie OK is, schakelt de melder automatisch naar de conguratiemodus en wacht op de conguratie van de lichtgroepen. ▻ LED knippert (2x kort AAN elke 3 s). Zolang de conguratie niet werd uitgevoerd, bevindt de ins-tallatie zich in de volgende bedrijfsmodus: •Melder bevindt zich in de Broadcast-modus. •Functie is schakelen (alleen aanwezigheidsdetectie, geen lichtmeting). •Alle lampen worden met 100% inschakeldimwaarde aangestuurd. •De bedrijfsmodus is volautomatisch. •Alle aangesloten toetsen zijn actief. In- en uitschakelen en dimmen zijn mogelijk. •Nalooptijd 10 min.
„Menu“ (functietoets rechts) en vervolgens „Stuuropdrach-ten“ (functietoets links) selecteren. „DALI-conguratie“ met „Openen“ (functietoets rechts) openen. Voor de DALI-conguratie zijn 3 mogelijkheden beschikbaar:y „Groepstoewijzing (niet-geadress. )“: alleen DALI-EVA's zonder groepsadres worden bewerkt. y „Groepstoewijzing (alle)“: alle aangesloten DALI-EVA's worden gecongureerd. LET OP: alle bestaande groepsto-ewijzingen met het groepsnummer 1 of 2 worden gewist. y „Groepstoewijzing wijzigen“: het volgende aanwezige EVA wordt gezocht en geselecteerd. Met de toets omlaag resp. omhoog een gewenste gro-epstoewijzing selecteren en met „Zenden“ (functietoets rechts) de conguratie starten. L De afstandsbediening moet op de melder zijn gericht. De LED wordt uitgeschakeld. ▻ Een DALI-lamp begint te pulseren (willekeurige volgorde).
Het gewenste kanaal C1 of C2 met de toets selecteren en met „Zenden“ (functietoets rechts) aan de DALI-EVA toewijzen. ▻ De lamp dimt ter bevestiging tot 20%. ▻ De volgende DALI-lamp begint te pulseren. Zo worden achtereenvolgens de lichtgroepen aan alle lampen toegewezen. •Bij groepstoewijzing (niet-geadress. ) of (alle): Wanneer alle DALI-EVA's aan een lichtgroep zijn toe-gewezen, beëindigt de melder de conguratie en start opnieuw (opstartfase 30 s. ). Vervolgens schakelt de melder naar de normale bedrijfsmodus en is de congu-ratie beëindigd. L Indien nodig, kan de conguratie met „Beëindigen“ (functi-etoets links) worden beëindigd. ▻ De installatie is in dat geval niet bedrijfsklaar. •Indien „Groepstoewijzing wijzigen“ werd geselecteerd, kan met de toets rechts „>“ naar de volgende DALI-EVA zonder wijziging van de lichtgroep worden geschakeld.
5Configuratie van de lichtgroepen met theSenda B/app theSenda B met de bijbehorende app „theSenda Plug“ verbinden. theSenda B onder de melder plaatsen (afstandsbediening op de melder gericht). In de app „theSenda Plug“ het type „thePassa P360-221 DALI“ selecteren. In het menu „DALI-conguratie“ de gewenste groepstoewi-jzing kiezen. Voor de DALI-conguratie zijn 3 mogelijkheden beschikbaar:y „Groepstoewijzing (niet-geadress. )“: alleen DALI-EVA's zonder groepsadres worden bewerkt. y „Groepstoewijzing (alle)“: alle aangesloten DALI-EVA's worden gecongureerd. LET OP: alle bestaande groepsto-ewijzingen met het groepsnummer 1 of 2 worden gewist. y „Groepstoewijzing wijzigen“: het volgende aanwezige EVA wordt gezocht en geselecteerd. ▻ Nadat de gewenste groepstoewijzing is gekozen, bevindt de melder zich in de programmeermodus.
▻ Een DALI-lamp begint te pulseren (willekeurige volgorde). Het gewenste kanaal C1 of C2 aan de DALI-EVA toewijzen. Voor overige stappen zie „Conguratie van de lichtgroepen met SendoPro“. Configuratie van de lichtgroepen met toets Parameter op „toegestaan“ zetten. Alle aangesloten toetsen kunnen voor de conguratie worden gebruikt. Een willekeurige toets 5x (< 0,4 s) en 1x lang (> 15 s) indrukken. ▻ De LED wordt uitgeschakeld. ▻ Een DALI-lamp begint te pulseren (willekeurige volgorde). ▻ De lichtgroep wordt door het indrukken van de betref-fende toets toegewezen:y Toets 1x kort indrukken = kanaal C1y Toets 2x kort indrukken = kanaal C2 ▻ De lamp dimt ter bevestiging tot 20% (3 s na het indrukken van de laatste toets). ▻ De volgende DALI-lamp begint te pulseren. Zo worden achtereenvolgens de lichtgroepen aan alle lampen toegewezen.
▻ De melder schakelt naar de normale bedrijfsmodus en de conguratie is beëindigd. L Indien nodig, kan de conguratie worden beëindigd, door een willekeurige toets langer dan 15 s in te drukken. De melder start opnieuw. ▻ De installatie is in dat geval niet bedrijfsklaar. L In plaats van de toets kan de conguratie ook met de toe-tsen Aan/Uit van theSenda B/S worden uitgevoerd. Configuratie controlerenDe toewijzing van de lichtgroepen kan altijd met de toets of managementafstandsbediening SendoPro of theSenda B/app worden gecontroleerd door de afzonderlijke lichtgroepen in- resp. uit te schakelen (bij SendoPro/theSenda B (app) de menuoptie „Stuuropdrachten“ selecteren). L De lichtgroep bij DALI-EVA's wijzigen: de DALI-conguratie via „Groepstoewijzing wijzigen“ met SendoPro of theSenda B/app wijzigen. L Met de toets: de gehele DALI-conguratie moet opnieuw worden uitgevoerd.
L Voor de conguratie van de lichtgroepen is een video ver-krijgbaar: https://www. youtube. com/user/TheThebenAGInschakelgedrag (gecongureerde installatie)Bij het bijschakelen van de spanning doorloopt de aan-wezigheidsmelder twee fasen, die door de LED's worden weergegeven:1. Opstartfase (30 s) •De rode LED knippert elke seconde, de verlichting is met inschakeldimwaarde ingeschakeld. •De melder reageert niet op toetsopdrachten en op the-Senda B/app. •Bij afwezigheid wordt de verlichting na 30 s uitgeschakeld. 2. Bedrijf •De rode LED is uit. Constante lichtregeling of schakelmo-dus wordt gestart. ▻ De melder is klaar voor gebruik. 7.
6Constante lichtregeling •De constante lichtregeling compenseert daglichtverschil-len door regeling van de verlichting. •De totale lichtsterkte wordt op het gewenste niveau constant gehouden. •De verlichting wordt met de inschakeldimwaarde ingeschakeld en op de ingestelde gewenste lichtsterkte geregeld. •Afhankelijk van de soort functie „school“ of „ofce“ reageert de aanwezigheidsmelder na handmatig dimmen als volgt: Bedieningswijze „school“ (in klaslokalen en conferentieruimtes):y Manueel dimmen stopt de constante lichtregeling. y Verlichting behoudt tijdens aanwezigheid de gedimde waarde (geen beïnvloeding door lichtsterkte). y Door uit- en weer inschakelen keert men terug naar de regelmodus.
•Bedieningswijze „ofce“ (in afzonderlijke en grote kantoren):y Constante lichtregeling blijft na handmatig dimmen tot de huidige lichtsterkte tijdelijk actief als nieuwe gewenste lichtsterkte. y De nieuwe gewenste lichtsterkte geldt alleen bij aanwezigheid. y Na aoop van de nalooptijd licht wordt de ingestelde gewenste lichtsterkte weer hersteld. Schakelen •De schakelreactie wordt door aanwezigheid en lichts-terkte geregeld. •Het kanaal licht wordt ingeschakeld bij duisternis en aanwezigheid. De verlichting schakelt uit bij voldoende lichtsterkte of bij afwezigheid na de ingestelde nalooptijd licht. •De verlichting wordt ingeschakeld met de inschakeldimwaarde. •Met de toets kan de kunstlichtsterkte tijdens de aan-wezigheid worden veranderd. Wordt de verlichting met de knop ingeschakeld, dan blijft deze ten minste 30 min ingeschakeld.
Wordt de ruimte (eerder) verlaten, dan wordt de verlichting altijd na aoop van de ingestelde nalooptijd uitgeschakeld. Stand-by (oriëntatielicht) •Na aoop van de nalooptijd licht wordt de verlichting weer op de stand-by-dimwaarde (1 – 25% van het lampvermogen) ingesteld. •De stand-by tijd kan tussen 0 s en 60 minuten of cons-tant worden ingesteld.
•Ligt de lichtsterkte in de ruimte boven de gewenste lichtsterkte, dan wordt de verlichting uitgeschakeld. Daalt de lichtsterkte in de ruimte tot onder de gewenste lichts-terkte, dan schakelt de verlichting vanzelf op de stand-by lichtsterkte in. Als de ruimte opnieuw wordt betreden, gaat de melder terug (volautomatisch) resp. na indrukken van de toets (halfautomatisch) terug naar de ingestelde gewenste lichtsterkte. Nalooptijd licht •De miniminale nalooptijd (10 s - 60 min) is instelbaar en kan tot max. 30 min. worden verhoogd resp. weer tot de ingestelde minimumtijd worden verlaagd. •Bij instellingen ≤ 2 min of ≥ 30 min blijft de nalooptijd onveranderd op de ingestelde waarde. Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt de verlichting na 2 minuten vroeg-tijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid).
Toetsaansturing •Via een toets kan de verlichting altijd manueel worden geschakeld of gedimd. •Een korte druk op de toets schakelt het licht aan resp. uit, langer drukken dimt de verlichting omhoog of omlaag. •Wordt de verlichting manueel uitgeschakeld, dan blijft de verlichting uitgeschakeld zolang er personen aanwezig zijn. Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer automatisch ingeschakeld. Vol- of halfautomatisch •Volautomatisch: De verlichting wordt automatisch in- en uitgeschakeld. •Halfautomatisch: de verlichting moet altijd handmatig worden ingeschakeld. Het uitschakelen vindt automatisch plaats. Trapverlichtingsfunctie •Wordt de trapverlichtingsfunctie geactiveerd, dan wordt de melder als trappenhuisautomaat gebruikt. Manueel uitschakelen is niet meer mogelijk. •Bij gedeactiveerde trapverlichtingsfunctie kan de ver-lichting altijd manueel worden in- en uitgeschakeld.
InstellingenDe aanwezigheidsmelder thePassa P360-221 DALI beschikt over twee verschillende bedrijfsmodi: •Broadcast (fabrieksinstelling) •AdresseerbaarDe beide bedrijfsmodi kunnen met de SendoPro of theSenda B/app worden geselecteerd. Parameter KeuzeType thePassa P360-111 DALI (Broadcast)thePassa P360-221 DALI (adresseerbaar) •De aanwezigheidsmelders worden met een basisinstel-ling gebruiksklaar geleverd. •Met de SendoPro en theSenda B/app kunnen bij de inbedrijfstelling parameters worden opgevraagd, aange-past en geoptimaliseerd. •Met theSenda P kunnen de parameters alleen worden aangepast.
7Broadcast Inleren met toets Toets > 15 s indrukken ▻ De gewenste lichtsterkte wordt door de momenteel gemeten lichtsterkte overgenomen. L Het inleren met de toets kan met de managementaf-standsbedieningen SendoPro of theSenda B/app worden geblokkeerd wanneer de parameter „Conguratie toets“ op „geblokkeerd“ staat. Parameters met afstandsbedieningTer ondersteuning van de inbedrijfstelling en van service-werkzaamheden kunnen de volgende parameters met de afstandsbediening worden opgevraagd of gewijzigd:Parameter Beschrijving Opvraag-baar Sen-doPro/theSenda B (app)Wijzig-baar Sen-doPro/theSenda B (app)Wijzig-baar theSenda PDetectiezoneKeuze: Z1 / Z2 / Z1+Z2x xFunctie C1Keuze: schakelen/regelenx xGewenste lichts-terkte C1Waardebereik in lux/meting uitx x xWerkelijke lichtsterkte C1Controle werkelijke lichtsterktexRuimtecorr.
DetectiezoneHet detectiebereik is onderverdeeld in twee onafhankeli-jke detectiezones (zie 4, Montage, detectiebereik). Voor een maximaal bereik worden zone 1 en 2 beide geactiveerd. Als een beperking van het detectiebereik noodzakelijk is, dan kan zone 1 of 2 worden gedeactiveerd. WaardebereikInstelbare waarden SendoPro / theSenda B/appZ1, Z2, Z1 & Z2Functie C1Het kanaal C1 licht kan bij de functie schakelen of constante lichtregeling worden gebruikt. De instelling vindt plaats via de parameter. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Schakelen Kanaal C1 licht staat in de functie schakelenRegeling Kanaal C1 licht staat in de functie constante lichtregelingGewenste lichtsterkte C1De gewenste lichtsterkte bepaalt de minimaal gewenste lichtsterkte. De huidige lichtsterkte wordt onder de aanwe-zigheidsmelder gemeten.
Is de aanwezige lichtsterkte lager dan de gewenste, dan wordt het licht, voorzover er aanwezig-heid wordt gedetecteerd, ingeschakeld (bij bedieningswijze Volautomatisch). WaardebereikInstelbare waarden SendoPro / theSenda B/app 10–3000 luxInstelbare waarden theSenda P10, 15, 300, 500, 800 lux.
8Deactivering van de lichtsterktemeting (lichtsterkteme-ting heeft geen invloed)De kanalen Licht schakelen alleen na aan- en afwezigheid. SendoPro/theSenda B/app Meting UITtheSenda PToets Werkelijke lichtsterkte C1Ter controle kan de werkelijke lichtsterkte worden opge-vraagd. Voor het opvragen zie de tabel „Parameters met afstandsbediening“. Ruimtecorrectiefactor C1, gemeten lichtsterkte C1De ruimtecorrectiefactor is een maat voor het verschil tussen de gemeten lichtsterkte bij het plafond en op de werkplek (de lichtsterkte is afhankelijk van de omgevingsomstandigheden).
2,5 m2,5 mZ1 Z2theSenda B oder Luxmeter theSenda B of luxmeterRuimtecorrectiefactor = Lichtsterkte bij het plafond Lichtsterkte op de vloerDe gemeten lichtsterkte bij het plafond wordt beïnvloed door de montageplaats, de lichtinval, de zonnestand, de weersom-standigheden, de reectie-eigenschappen van de ruimte en het meubilair. Om ervoor te zorgen dat de vereiste luxwaarde op het gewenste oppervlak kan worden aangehouden, is een vergelijking van de lichtsterktemetingen noodzakelijk. De gemeten luxmeterwaarde onder de aanwezigheids-melder wordt met de afstandsbediening naar de melder gezonden. Met het zenden van de gemeten lichtsterkte wordt op het betreffende lichtkanaal de ruimtecorrectiefactor automatisch aan de omstandigheden in de ruimte aangepast. Voor de vergelijking kan men kiezen uit twee methoden. SendoPro en luxmeter Alle lampen tot het maximale vermogen dimmen.
Zone 1 + 2 gebruiken: luxmeter in het midden plaatsen. •De ruimtecorrectiefactor wordt daaruit berekend. Toe-gestaan zijn waarden tussen 0,05 en 2,0. Berekende of ingevoerde waarden buiten het toegestane gebied worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. •De berekende ruimtecorrectiefactor wordt overgenomen. Ter controle kan de ruimtecorrectiefactor via de para-meter worden opgevraagd. De standaardwaarde. is 0,3. theSenda B en app „theSenda Plug“ theSenda B met de bijbehorende app „theSenda Plug“ verbinden. Het betreffende meldertype kiezen en de parameterrecord laden. Parameter selecteren. Met afstandsbediening theSenda B theSenda B volgens de tekening opstellen en enkele stap-pen van de meetplaats gaan staan, zodat de luxmeting niet wordt beïnvloed. Op OK drukken. ▻ Een nieuw venster met de gemeten lichtsterkte ver-schijnt.
Als men deze waarde wilt overnemen, Op OK drukken. Belangrijk: zendtoets ( ) indrukken. Daarna is de lichts-terktemeting gecompenseerd. Met luxmeter Luxmeter volgens de tekening opstellen resp. uitlijnen en de luxwaarde aezen. In de app op „Invoer“ drukken. ▻ Een nieuw venster verschijnt. De luxwaarde invoeren en op OK drukken. ▻ De gemeten lichtsterkte verschijnt op de display. Belangrijk: zendtoets ( ) indrukken. Daarna is de lichts-terktemeting gecompenseerd. •Voor de ruimtecorrectiefactor zie SendoPro en luxmeter. Inschakeldimwaarde C1De verlichting wordt ingeschakeld in de schakelmodus zoals ook bij de constante lichtregeling met de inschakeldimwaarde. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Inschakeldimwaarde C1 30 – 100%Bedieningswijze C1Volautomatisch: De verlichting wordt automatisch in- en uitgeschakeld (door aan-, afwezigheid en lichtsterkte).
Het uitschakelen gebeurt automatisch door de aanwezigheidsmelder (op basis van afwezigheid of lichtsterkte)SendoPro/theSenda B/app mantheSenda PToets IR-groepsadres C1Deze parameter wordt bij gebruik van theSenda S of theSenda B toegepast. Aan het kanaal C1 licht kan een groepsadres worden toe-gewezen. De groepsadressen in de melder kunnen met.
9de SendoPro, theSenda B/app of the Senda S worden geprogrammeerd. WaardebereikInstelbare waarden SendoPro I, II, III, AlleInstelbare waarden theSenda B I , II , IIIInstelbare waarden theSenda Plug I – VIII, alleInstelbare waarden theSenda S I, IIMet theSenda S kunnen de groepsadressen als volgt worden toegewezen:Toets en toets tegelijkertijd ten minste 5 s indrukkenIToets en toets tegelijkertijd ten minste 5 s indrukkenIIMet theSenda B kunnen de groepsadressen zonder app als volgt worden toegewezen:Toets en toets tegelijkertijd ten minste 5 s indrukkenIToets A en toets tegelijkertijd ten minste 5 s indrukkenIIToets en toets tegelijkertijd ten minste 5 s indrukkenIIIScène 1 C1 / scène 2 C1De gewenste dimwaarde voor het kanaal C1 licht kan aan scène 1 en scène 2 toegekend worden.
Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Instelbare waarden 0 – 100%Met theSenda S of theSenda B wordt de verlichting op de gewenste lichtsterkte ingesteld en als volgt opgeslagen:Toets ten minste 3 s indrukken. Scène 1 werd opgeslagenToets ten minste 3 s indrukken. Scène 2 werd opgeslagenVoor het oproepen van de scène moet een toets kort worden ingedrukt. Stuursopdrachten met afstandsbedieningDe volgende stuursopdrachten kunnen met de afstandsbedie-ning worden geactiveerd:Stuursopdracht Beschrijving Activeer-baar Sen-doPro/theSenda B (app)Acti-veerbaar the-Senda PDALI-congu-ratieConguratie van de bedrijfsmodus / DALI-componentenBedrijfsmo-dus „adres-seerbaar“ omschakelenOmschakelen van „Broadcast“ naar „adresseerbaar“. Na omschakeling moet het type worden geselecteerd. xDALI-EVA's resettenAlle aangesloten DALI-EVA' worden naar hun fabrieksinstelling teruggezet.
x xInleren C1 Activeren x xTest aanwezigheid Uit/Aan x xTest licht Uit/Aan xHerstart Melder opnieuw starten x xFabrieksinstel-lingenAlle parameters en instellingen weer op de fabrieksinstelling instellen. xNaar bedrijfsmodus „adresseerbaar“ omschakelenDe melder staat bij aevering in de Broadcast-modus (type ). Met de stuuropdracht wordt naar het meldertype omgescha-keld, die 2 adresseerbare lichtgroepen heeft. L Na omschakeling naar de adresseerbare modus staat de melder in de noodmodus. Voor de programmering van de lichtgroepen zie hoofdstuk 6. „Inbedrijfstelling“. Inleren C1Bij inleren wordt de momenteel gemeten lichtsterkte als gewenste lichtsterkte C1 overgenomen. Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. De stuuropdracht Inleren kan met de SendoPro, theSenda B/app of met theSenda P (met de toets ) worden uitgevoerd.
10Parameter WaardeConguratie toets/RC toegestaanLED-weergave beweging UIT L De parameters kunnen alleen met de SendoPro of the-Senda B naar de fabrieksinstelling worden gereset. Adresseerbaar Inleren met toets instellen Toets > 15 s indrukken ▻ De gewenste lichtsterkte wordt door de momenteel gemeten lichtsterkte overgenomen. L Het inleren met de toets kan met de managementaf-standsbedieningen SendoPro of theSenda B/app worden geblokkeerd wanneer de parameter „Conguratie toets“ op „geblokkeerd“ staat.
Functie C1/C2Het kanaal C1 en C2 licht kunnen gezamenlijk bij de functie schakelen of constante lichtregeling worden gebruikt. De instelling vindt plaats via de parameter. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Schakelen Kanaal C1 en C2 licht staan in de functie schakelenRegeling Kanaal C1 en C2 licht staan in de functie constante lichtregelingKlem S1 toewijzing, klem S2 toewijzingDe klemmen S1 en S2 voor de toetsen kunnen zonder wijzi-ging van de bedrading altijd aan het gewenste kanaal licht worden toegewezen. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Parameter Kanaal lichtKlem S1 toewijzingC1 C2 C1+C2Klem S2 toewijzingC1 C2 C1+C2.
11Gewenste lichtsterkte C1, C2De gewenste lichtsterkte bepaalt de minimaal gewenste lichtsterkte. De huidige lichtsterkte wordt onder de aanwe-zigheidsmelder gemeten. Is de aanwezige lichtsterkte lager dan de gewenste, dan wordt het licht, voorzover er aanwezig-heid wordt gedetecteerd, ingeschakeld (bij bedieningswijze Volautomatisch). Voor elk kanaal C1, C2 licht is een aparte gewenste lichts-terkte beschikbaar. WaardebereikInstelbare waarden SendoPro / theSenda B/app 10–3000 luxInstelbare waarden theSenda P10, 15, 300, 500, 800 luxDeactivering van de lichtsterktemeting (lichtsterkteme-ting heeft geen invloed)De kanalen Licht schakelen alleen na aan- en afwezigheid. SendoPro / theSenda B/app Meting UITtheSenda PToets Werkelijke lichtsterkte C1, C2Ter controle kunnen beide werkelijke lichtsterktes worden opgevraagd. Voor het opvragen zie de tabel „Parameters met afstandsbediening“.
Ruimtecorrectiefactor C1, C2, gemeten lichtsterkte C1, C2De ruimtecorrectiefactor is een maat voor het verschil tussen de gemeten lichtsterkte bij het plafond en op de werkplek (de lichtsterkte is afhankelijk van de omgevingsomstandigheden). 2,5 m2,5 mZ1 Z2theSenda B oder Luxmeter theSenda B of luxmeterRuimtecorrectiefactor = Lichtsterkte bij het plafond Lichtsterkte op de vloerDe gemeten lichtsterkte bij het plafond wordt beïnvloed door de montageplaats, de lichtinval, de zonnestand, de weersom-standigheden, de reectie-eigenschappen van de ruimte en het meubilair. Om ervoor te zorgen dat de vereiste luxwaarde op het gewenste oppervlak kan worden aangehouden, is een vergelijking van de lichtsterktemetingen noodzakelijk. De gemeten luxmeterwaarde onder de aanwezigheids-melder wordt met de afstandsbediening naar de melder gezonden.
Met het zenden van de gemeten lichtsterkte wordt op het betreffende lichtkanaal de ruimtecorrectiefactor automatisch aan de omstandigheden in de ruimte aangepast. Voor de vergelijking kan men kiezen uit twee methoden.
SendoPro en luxmeter Alle lampen tot het maximale vermogen dimmen. Indien mogelijk, de jaloezieën laten zakken. Luxmeter op het werkvlak onder de sensor plaatsen. De gemeten luxwaarde wordt met de SendoPro parameter ingevoerd. Let bij de luxmeting op de afstanden in de afbeelding. Alle metingen op de vloer uitvoeren. Alleen zone 1 gebruiken: luxmeter bij de lichtsterktemeting in zone 1 plaatsen (op ca. 2,5 m afstand van de melder). Alleen zone 2 gebruiken: luxmeter bij de lichtsterktemeting in zone 2 plaatsen (op ca. 2,5 m afstand van de melder). Zone 1 + 2 gebruiken: luxmeter in het midden plaatsen. •De ruimtecorrectiefactor wordt daaruit berekend. Toe-gestaan zijn waarden tussen 0,05 en 2,0. Berekende of ingevoerde waarden buiten het toegestane gebied worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. •De berekende ruimtecorrectiefactor wordt overgenomen.
Ter controle kan de ruimtecorrectiefactor via de parame-ter worden opgevraagd. De standaardwaarde. is 0,3. theSenda B en app „theSenda Plug“ theSenda B met de bijbehorende app „theSenda Plug“ verbinden. Het betreffende meldertype kiezen en de parameterrecord laden. Parameter selecteren. Met afstandsbediening theSenda B theSenda B volgens de tekening opstellen en enkele stap-pen van de meetplaats gaan staan, zodat de luxmeting niet wordt beïnvloed. Op OK drukken. ▻ Een nieuw venster met de gemeten lichtsterkte ver-schijnt. Als men deze waarde wilt overnemen, Op OK drukken. Belangrijk: zendtoets ( ) indrukken. Daarna is de lichts-terktemeting gecompenseerd. Met luxmeter Luxmeter volgens de tekening opstellen resp. uitlijnen en de luxwaarde aezen. In de app op „Invoer“ drukken. ▻ Een nieuw venster verschijnt. De luxwaarde invoeren en op OK drukken.
12Bedieningswijze C1/C2Volautomatisch: De verlichting wordt automatisch in- en uitgeschakeld (door aan-, afwezigheid en lichtsterkte). SendoPro/theSenda B/app autotheSenda P Toets AHalfautomatisch: het inschakelen moet altijd handmatig plaatsvinden. Het uitschakelen gebeurt automatisch door de aanwezigheidsmelder (op basis van afwezigheid of lichtsterkte). SendoPro/theSenda B/app mantheSenda PToets IR-groepsadres C1, C2Deze parameter wordt bij gebruik van theSenda S of theSenda B toegepast. Aan het kanaal C1, C2 licht kan een groepsadres worden toegewezen. De groepsadressen in de melder kunnen met de SendoPro, theSenda B/app of the Senda S worden geprogrammeerd.
Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Instelbare waarden 0 – 100%Met theSenda S of theSenda B wordt de verlichting op de gewenste lichtsterkte ingesteld en als volgt opgeslagen:Toets ten minste 3 s indrukken. Scène 1 werd opgeslagenToets ten minste 3 s indrukken. Scène 2 werd opgeslagenVoor het oproepen van de scène moet een toets kort worden ingedrukt. Stuursopdrachten met afstandsbedieningDe volgende stuursopdrachten kunnen met de afstandsbedie-ning worden geactiveerd:Stuursopdracht Beschrijving Activeer-baar Sen-doPro/theSenda B appActiveer-baar the-Senda P/theSenda B appDALI-conguratieConguratie van de licht-groepen bedrijfsmodus/DALI-componentenGroepstoewijzing (niet-geadress.
)Conguratie van de niet-geadresseerde lichtgroepenxGroepstoewijzing (alle)Conguratie van alle lichtgroepenxGroepstoewijzing wijzigenConguratie van de lichtg-roepen wijzigenxGroepstoewijzing beëindigenConguratie van de lichtg-roepen beëindigenxBedrijfsmo-dus Broadcast omschakelenOmschakelen van „adres-seerbaar“ naar „Broadcast“. Na omschakeling moet het type worden geselecteerd. xDALI-EVA's resetten Alle aangesloten DALI-EVA's worden naar hun fabrieksin-stellingen geresetxDALI-relais resettenHet aangesloten DALI-relais wordt naar de fabrieksinstel-ling gereset. xLicht schakelen C1Lichtgroep C1 kan worden in- en uitgeschakeld. x xLicht schakelen C2Lichtgroep C2 kan worden in- en uitgeschakeld.
13Inleren C1, C2Bij inleren wordt de momenteel gemeten lichtsterkte als gewenste lichtsterkte overgenomen. Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. De stuuropdracht Inleren kan met de SendoPro, theSenda B/app of met theSenda P worden uitgevoerd. Met theSenda P wordt inleren als volgt opgeslagen:Inleren kanaal C1Toets en dan toets binnen 10 s indrukkenInleren kanaal C2Toets 2 en dan toets binnen 10 s indrukkenInleren kanaal C1 + C2Toets indrukkenFabrieksinstellingenDe aanwezigheidsmelder is na het resetten met de parameter met de volgende parameterwaarden vooraf ingesteld: thePassa P360-221 DALIParameter WaardeFunctie C1/C2 RegelingKlem S1 toewijzing C1Klem S2 toewijzing C2Gewenste lichtsterkte C1 200 luxGewenste lichtsterkte C2 200 luxRuimtecorrectiefactor C1 0. 3Ruimtecorrectiefactor C2 0.
Met de SendoPro en theSenda B/app kunnen de niveaus 1 t/m 5 worden geselecteerd en naar de melder worden gezonden. Met theSenda P kan de gevoeligheid bij elke druk op de toets met één niveau worden verlaagd - of met de toets worden verhoogd.
WaardebereikNiveau Gevoeligheid1 Zeer ongevoelig2 Ongevoelig3 Standaard4 Gevoelig5 Zeer gevoelig L Door de selectie van de bedrijfsmodus Testaanwezigheid wordt het ingestelde gevoeligheidsniveau niet gewijzigd. Nalooptijd lichtWaardebereikInstelbare waarden SendoPro / theSenda B/app 10 s – 60 minInstelbare waarden theSenda P10 s (toets ), 30 s, 60 s, 2 min, 10 min, 20 min, 60 min (toets )Korte aanwezigheid Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt de verlichting na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid). Kort-durende aanwezigheid kan bij de bedieningswijze Volledig automatisch en Halfautomatisch worden gebruikt. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)De nalooptijd wordt volgens de ingestelde nalooptijd toegepast. UITKorte aanwezigheid is actief.
AANEnergiebesparingsmodus eco / eco plusKeuze 'eco' betekent optimaal schakelgedrag en 'eco plus' betekent maximale energiebesparing. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)eco De nalooptijd past zich aan het gebruikersgedrag aan. De ingestelde waarde wordt niet onderschreden. ECO plus De ingestelde nalooptijd blijft ongewijzigd (geen zelerend effect). Sneller reageren op lichtsterkte herkennen dan bij „eco”.
14Inschakelvertraging AanwezigheidHet contact van het externe DALI-relais sluit bij aanwezig-heid onafhankelijk van de lichtsterkte en na aoop van de ingestelde inschakelvertraging. Toets en de bedieningswijze (Volautomatisch / Halfautomatisch) beïnvloeden het relais-contact niet. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)geen inschakelvertraging 0 sInschakelvertraging 10 s – 30 minNalooptijd aanwezigheidHet relaiscontact van het externe DALI-relais opent bij afwe-zigheid pas na aoop van de ingestelde nalooptijd. WaardebereikInstelbare waarden SendoPro / theSenda B/app10 s – 120 minInstelbare waarden theSenda P 10 s, 30 s, 60 s, 2 min, 10 min, 20 min, 120 minRegelsnelheidIn de functie „Regeling“ kan met de parameter de snelheid van de constante lichtregeling worden ingesteld. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Het gedrag is optimaal ingesteld.
De regeling vindt lang-zaam plaats en is nauwelijks waarneembaar. StandaardDe regeling vindt iets sneller plaats. gemiddeldDe regeling vindt snel plaats. snelMinimale/maximale dimwaardeMet de beide parameters en kan de onder- en bovengrens van de uitgangswaarden van kanaal licht worden ingesteld. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Minimale dimwaarde 1% - 25%Maximale dimwaarde 50% - 100%Uitschakelen lichtsterkteBij de functie Constante lichtregeling kan de uitschakeling van de verlichting bij voldoende lichtsterkte worden geselecteerd. Wordt de verlichting tot de onderste regelgrens verlaagd, dan wordt de verlichting na de bij de parameter ingestelde tijd uitgeschakeld. Bij de keuze „nooit uit“ wordt de verlichting nooit uitgeschakeld (alleen zolang personen aanwezig zijn). Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Verlichting uitschakelen na ingestelde tijd.
UITDe verlichting kan handmatig worden ingeschakeld, maar niet meer worden uitgeschakeld. Schakelt pas na de ingestelde nalooptijd automatisch uit. AANDimsnelheid bij manueel dimmenWaardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Dimsnelheid bij het dimmen met toets of afstandsbediening: - theSenda S - theSenda B/appStandaardsnelReactie man. dimmenBij constante lichtregeling kan de reactie na manueel dimmen met de parameter worden geselecteerd. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Constante lichtregeling blijft na manueel dimmen tot de huidige lichtsterkte tijdelijk actief als nieuwe gewenste waarde. Na aoop van de nalooptijd licht wordt de ingestelde gewenste waarde weer hersteld. ofceConstante lichtregeling wordt door manueel dimmen tijdelijk onderbroken. De gewenste waarde blijft ongewijzigd.
schoolStand-by-tijd / stand-by-dimwaardeBij geactiveerde stand-by-tijd wordt de verlichting na aoop van de nalooptijd licht niet uitgeschakeld, maar blijft als oriëntatielicht op de stand-by-dimwaarde ingesteld. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Stand-by-tijd 30 s – 60 minDe stand-by functie (oriëntatielicht) is niet-actief 0 sDe stand-by functie (oriëntatielicht) is continu ingeschakeldonStand-by-dimwaarde 1 – 25%Conguratie toets/RCHet inleren en de conguratie van de lichtgroep met de toets of de theSenda B/S kan met de parameter worden toegestaan of geblokkeerd. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Inleren en conguratie met toetsen/afstandsbedieningen kunnen worden uitgevoerd. toegestaanInleren en conguratie met toetsen/afstandsbedieningen zijn geblokkeerd. geblokkeerdLED-weergave bewegingDe bewegingsdetectie kan met behulp van de LED worden weergegeven.
15Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)Geen weergave van de bewegingsdetectie. UITDe LED is bij gedetecteerde beweging ingeschakeld, anders uitgeschakeld. AANTest aanwezigheidDe testmodus aanwezigheid controleert de aanwezigheids-detectie en de bedrading. De testmodus aanwezigheid kan met de SendoPro, theSenda B/app of theSenda P (toets ) worden geactiveerd. Bij de instelling van de testmodus scha-kelt de melder direct over naar de testmodus: •Elke beweging wordt door de LED weergegeven. •Bij beweging wordt de verlichting ingeschakeld. •Bij afwezigheid wordt de verlichting na 10 s uitgeschakeld. •Lichtsterktemeting is gedeactiveerd, melder reageert niet op lichtsterkte. •Constante lichtregeling is gedeactiveerd (schakelmodus). •Stand-by-functie is gedeactiveerd. •De melder reageert zoals in de bedieningswijze „Volauto-matisch“, ook wanneer „Halfautomatisch“ is ingesteld.
•Inleren kan in de testmodus niet worden geactiveerd. •Na 10 min eindigt de testmodus. De melder start opni-euw (zie „Inschakelgedrag“). Test lichtDe testmodus licht controleert de lichtsterktedrempel en de constante lichtregeling. De testmodus licht kan met de SendoPro of theSenda B/app worden geactiveerd. Bij de instelling van de testmodus schakelt de melder direct over naar de testmodus: •De LED geeft de testmodus licht weer (5 s AAN, 0,3 s UIT). •De aanwezigheidsmelder gedraagt zich zoals in de nor-male bedieningsmodus, alleen de reactie op licht/donker is sneller. •Om het gedrag te simuleren, kunnen de jaloezieën worden bediend of kan het bereik onder de aanwezig-heidsmelder worden verlicht. •Na 10 min eindigt de testmodus. De melder start opni-euw (zie „Inschakelgedrag“). L NB: De aanwezigheidsmelder niet met een zaklamp laten schakelen.
16Verhelpen van storingen Storing OorzaakLicht wordt niet in- resp. uitgeschakeld bij aanwezigheid en duisternisGewenste lichtsterkte te laag ingesteld; melder op halfautomatisch ingesteld; licht werd manueel met de toets of met theSenda B/S uitgeschakeld; geen persoon in het detectiebereik; obstakel(s) storen de detectie; nalooptijd te kort ingesteldLicht brandt bij aan-wezigheid ondanks voldoende lichtsterkte Gewenste lichtsterkte te hoog ingesteld; licht werd kort daarvoor handmatig met de toets of met theSenda B/S ingeschakeld (30 min. wachten bij schakelen); melder in testmodusVerlichting wordt niet uitgeschakeld resp. verlichting wordt spontaan ingeschakeld bij afwezigheid Nalooptijd afwachten (zelerend);thermische storingsbronnen in het detectiebereik: heteluchtverwarmers, gloeilamp/halogeenstraler, zich bewegende objecten (bijv.
gordijnen bij open ramen) Toets werkt niet Apparaat nog in de opstartfase; verlichte toets werd zonder nuldraadaansluiting gebruikt; Toets niet op Master aangesloten. Licht kan met de toets niet worden uitgeschakeldToets is niet op de melder aangesloten. Bedrading toets controleren. Verlichting reageert nietKortsluiting of onderbreking op DALI-bus. Overspanning op DALI-bus: melder 1 min van de netspanning loskoppelen (thermische beveiliging). Storingsknipperen (4 x per seconde)Fout bij zelftest; apparaat is defect. LED is ingeschakeld en is 2x kort uit elke 3 sMelder heeft geen DALI-EVA's gedetecteerd. DALI-aansluitingen controleren. Ten minste 1 DALI-EVA moet op de melder zijn aangesloten. Kortsluiting op DALI-bus. Master-Slave of Master-Master-paral-lelschakeling werkt nietMelder en toets zijn niet op dezelfde fase aangesloten.
Reiniging en onderhoud Het oppervlak van het apparaat met een droge, zachte doek reinigen. Geen reinigings- en oplosmiddelen gebruiken. Afvoer Apparaat op milieuvriendelijke wijze afvoeren10. Maattekeningen8646254011. ContactTheben AGHohenbergstr. 3272401 HaigerlochDUITSLANDTel.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Theben thePassa P360-221 DALI UP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden