Theben theRonda P360-330 DALI UP Handleiding
Pagina's 14 Bewegingsdetector
Bekijk de handleiding van Theben theRonda P360-330 DALI UP gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 8 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Theben |
| Categorie: | Bewegingsdetector |
| Model: | theRonda P360-330 DALI UP |
Handleiding Theben theRonda P360-330 DALI UP – volledige tekst
3 conventionele toetsen voor handmatig dimmen en schakelen •Flexibele toewijzing van de toetsen aan het gewenste lichtkanaal met afstansbediening •Reactie te kiezen na toetsbediening •Scènefuncties •Eenvoudige instelling van het energiebesparingsgedrag met de „eco plus“-functie •Testmodus ter controle van functie en detectiebereik •De testmodus licht dient ter controle van de lichtsterktedrempel •Uitbreiding van het detectiebereik door Master-Slave of Master-Master-schakeling •Beschermingsgraad IP 54 in ingebouwde toestand •Plafondinbouw in inbouwdoos •Plafondopbouw mogelijk met opbouwraam (optie) •Managementafstandsbediening „SendoPro, theSenda B/App“ (optie) •Gebruikersafstandsbediening ‚theSenda S‘ (optie)2. VeiligheidLevensgevaar door elektrische schokken of brand.
Montage uitsluitend door een elektromonteur laten uitvoeren. WAARSCHUWING •Werkzaamheden aan elektrische installaties mogen alleen door elektromonteurs, of door geïnstrueerde personen onder leiding en toezicht van een elektromon-teur conform de elektrotechnische voorschriften worden uitgevoerd. •Let op de landspecieke veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden aan elektrische installaties. Schakel de leiding vóór de montage spanningsloos. •Het apparaat is onderhoudsvrij. De garantie vervalt als het apparaat wordt geopend of eventuele voorwerpen het apparaat binnendringen. 3. Bedoeld gebruikDe aanwezigheidsmelder is bestemd voor de installatie binnenshuis. De aanwezigheidsmelder dient uitsluitend voor de toepassing die contractueel is afgesproken tussen de fabrikant en de gebruiker. Een ander of verdergaand gebruik geldt als onbedoeld.
Voor daaruit voortvloeiende schade is de fabrikant niet aansprakelijk. 4. FunctieDe aanwezigheidsmelder wordt bij voorkeur in kantoren, scholen, vergaderruimtes en gangen, maar ook in woningen voor de comfortabele en energiezuinige regeling van ver-lichting, HLK en zonwering gebruikt. De verlichting wordt door schakelen of constante lichtregeling beïnvloed. Functiebeschrijving Menglichtmeting Aanwezigheidsdetectie Kunstmatige verlichting Toets voor de manuele regeling van de verlichting Invallend daglichtKanaal C1, C2, C3 licht De verlichting wordt door aanwezigheid en lichtsterkte gere-geld. Via de DALI-interface wordt bij te weinig daglicht en aanwezigheid, het kunstmatig licht ingeschakeld en wordt het lichtsterkteniveau constant gehouden. De verlichting wordt bij voldoende daglicht of bij aanwezig-heid via de DALI-interface uitgeschakeld.
2Op een DALI-kabel kunnen max. 3 lichtgroepen (kanaal C1 - C3 licht) worden gecongureerd. De adressering en gro-epering van de DALI-bedrijfsapparaten is zeer eenvoudig en intuiïtief vormgegeven. Een gedetailleerde beschrijving vindt u in hoofdstuk „9. Inbedrijfstelling“. Constante lichtregelingDe constante lichtregeling compenseert daglichtverschillen door regeling van de verlichting. De totale lichtsterkte wordt op het gewenste niveau constant gehouden. De verlichting wordt met de inschakeldimwaarde ingeschakeld en op de ingestelde gewenste lichtsterkte geregeld. Afhankelijk van de soort functie „school“ of „ofce“ reageert de aanwezigheids-melder na handmatig dimmen met de toets anders: •Bedieningswijze ‚school‘ voor toepassingen in school- en vergaderlokalen:y Manueel dimmen stopt de constante lichtregeling.
y Verlichting behoudt tijdens aanwezigheid de gedimde waarde (geen beïnvloeding door lichtsterkte). y Door uit- en weer inschakelen keert men terug naar de regelmodus. •Bedieningswijze „ofce“ voor gebruik in afzonderlijke en grote kantoren:y Constante lichtregeling blijft na handmatig dimmen tot de huidige lichtsterkte tijdelijk actief als nieuwe gewenste lichtsterkte. y De nieuwe gewenste lichtsterkte geldt alleen bij aanwezigheid. y Na aoop van de nalooptijd licht wordt de oorspronkelijk ingestelde gewenste lichtsterkte weer hersteld. SchakelenDe schakelreactie wordt door aanwezigheid en lichtsterkte geregeld. Het kanaal licht wordt ingeschakeld bij duisternis en aanwezigheid. De verlichting schakelt uit bij voldoende lichts-terkte of na de ingestelde nalooptijd licht bij afwezigheid. De verlichting wordt ingeschakeld met de inschakeldimwaarde.
Wordt de ruimte (eerder) verlaten, dan gaat het licht altijd uit na aoop van de ingestelde nalooptijd. Stand-by (oriëntatielicht)De stand-by-functie dient als oriëntatielicht. Na aoop van de nalooptijd licht wordt de verlichting weer op de stand-by-dimwaarde (1 - 25 % van het lampvermogen) ingesteld. De stand-by tijd kan tussen 0 s en 60 minuten of constant worden ingesteld. Ligt de lichtsterkte in de ruimte boven de gewenste lichtsterkte, dan wordt de verlichting uitgeschakeld. Indien de lichtsterkte in de ruimte tot onder de gewenste lichtsterkte daalt, schakelt de verlichting vanzelf op de stand-by lichtsterkte in. Als de ruimte opnieuw wordt betreden, gaat de melder automatisch (volautomatisch) resp. na indrukken van de toets (halfautomatisch) terug naar de ingestelde gewenste lichtsterkte. Nalooptijd lichtDe minimale nalooptijd (10 s - 60 min) is instelbaar.
Deze past zich zelerend aan het gebruikersgedrag aan en kan automatisch tot max. 30 min worden verhoogd resp. weer tot de ingestelde minimumtijd worden verlaagd. Bij instellingen ≤ 2 min of ≥ 30 min blijft de nalooptijd onveranderd op de ingestelde waarde. Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt de ver-lichting na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid). ToetsaansturingVia een toets is de verlichting altijd manueel te schakelen of te dimmen. Een korte druk op de toets schakelt het licht aan resp. uit, langer drukken dimt de verlichting omhoog of omlaag. De dimrichting verandert bij elke druk op de toets. Wordt de verlichting handmatig uitgeschakeld, dan blijft de verlichting uitgeschakeld zolang er personen aanwezig zijn. Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer automatisch ingeschakeld.
Vol- of halfautomatischDe verlichting van de aanwezigheidsmelder wordt naar keuze volautomatisch voor meer comfort resp. halfautomatisch voor een grotere besparing geregeld. Bij ‚volautomatisch‘ wordt de verlichting automatisch in- en uitgeschakeld. Bij ‚halfautoma-tisch‘ moet de verlichting altijd manueel worden ingeschakeld. Het uitschakelen van de verlichting vindt automatisch plaats. Zeer eenvoudige instelling van het energiebesparingsgedragMet de keuze „eco“ voor optimaal schakelgedrag of „eco plus“ voor maximale energiebesparing kan de gebruiker de aanwe-zigheidsmelder zeer eenvoudig op zijn behoeften instellen. 5. DetectiebereikHet ronde detectiebereik van de aanwezigheidsmelder theRonda P dekt een groot detectiegebereik af en maakt bij vele toepassingen een volledige ruimteafdekking mogelijk.
Let erop dat zittende en bewegende personen in bereiken met verschillende afmetingen worden gedetecteerd. De aanbevolen montagehoogte is 2 m – 6 m. Hoe hoger de montagehoogte, des te lager de gevoeligheid van de aan-wezigheidsmelder. Vanaf een montagehoogte van 3,5 m zijn loopbewegingen nodig en de detectiebereiken van meerdere melders moeten zich in de randzones overlappen. Het detec-tiebereik wordt met toenemende temperatuur minder. Zittende personen:De aanwezigheidsmelder reageert zeer gevoelig op zeer kleine bewegingen. De gegevens hebben betrekking op bewe-gingen op tafelhoogte (ca. 0,80 m).
3St r s12433412Monta-gehoogte (A)bewegende personenDwars (t)bewegende per-sonenFrontaal (r)zittende personen(s)2,0 m 380 m2Ø 22 m 28 m2Ø 6 m 16 m2Ø 4,5 m2,5 m 415 m2Ø 23 m 38 m2Ø 7 m 24 m2Ø 5,5 m3,0 m 452 m2Ø 24 m 50 m2Ø 8 m 28 m2Ø 6 m3,5 m 452 m2Ø 24 m 50 m2Ø 8 m 38 m2Ø 7 m4,0 m 452 m2Ø 24 m 50 m2Ø 8 m – –5,0 m 452 m2Ø 24 m 50 m2Ø 8 m – –6,0 m 452 m2Ø 24 m 50 m2Ø 8 m – –10,0 m 491 m2Ø 25 m 50 m2Ø 8 m – –Alle gegevens zijn richtwaarden (Detectiebereiken volgens sensNORM IEC 63180, zie informatieblad). LichtsterktemetingDe aanwezigheidsmelder meet met behulp van drie gerichte lichtmetingen het kunstmatige licht en het daglicht. De mid-delste lichtmeting meet de lichtsterkte direct onder de melder (A), terwijl de beide andere lichtmetingen de lichtsterkte in de buurt van het raam (B) resp. binnen (C) meten. De montage-plaats wordt gebruikt als referentie van het verlichtingsniveau.
De lichtsterktemeting kan met de ruimtecorrectiefactor op de ruimtelijke omstandigheden worden aangepast. ~ 1,8 m ~ 1,8 m1C BAElke lichtmeetzone verschijnt op tafelhoogte als een rechthoek van ca. 2,0 x 3,5 m. Afhankelijk van de bedrijfsmo-dus zijn de lichtmetingen als volgt toegewezen:•2-kanaals: lichtmeting raam (B) is aan kanaal C1 licht en lichtmeting binnen (C) is aan kanaal C2 licht vast toegewezen•3-kanaals: zoals bij 2-kanaals, daarnaast vrije keuze bij kanaal C3 licht tussen lichtmeting midden (A) en integ-raal (gemiddelde van lichtmeting A + B + C)SchakelenDe lichtmeting wordt beïnvloed door rechtstreekse aanstra-ling. De plaatsing van staande lampen of verlaagd verlichting direct onder de melder moet worden vermeden. Constante lichtregelingDe melder moet zo worden geplaatst dat deze alleen kunst-matig licht detecteert dat hij zelf regelt.
Direct kunstmatig licht op de melder moet worden vermeden. SchakelenWordt de lichsterktemeting gedeactiveerd, dan schakelt de verlichting alleen afhankelijk van de aanwezigheid (gewenste lichtsterkte met de afstandsbediening op »Meting uit» gezet). Geschikte lampenDe aanwezigheidsmelder is geschikt voor uorescentielam-pen, compacte tl-lampen, halogeen-, gloeilampen en LED‘s. 6. MontageL Let op de uitlijning raam / binnen. InbouwmontageBij de inbouwmontage van de aanwezigheidsmelder wordt een standaardinbouwdoos maat 1 gebruikt. PlafondinbouwVoor een vereenvoudigde plafondinbouw van de aanwezig-heidsmelder is een plafondinbouwdoos 73A verkrijgbaar (zie accessoires). Deze dient tegelijkertijd als trekontlasting en aanraakbeveiliging. De inbouwdiameter is 72 mm (boordia-meter 73 mm).
4OpbouwmontageVoor de opbouwmontage is een opbouwraam 110A verkrijg-baar (zie accessoires). 7. AansluitingDe aanwezigheidsmelders kunnen als Master in enkelvoudige schakeling, als Master-Master in parallelschakeling of als Master-Slave in parallelschakeling worden gecombineerd. Er kunnen meerdere toetsen op één stuuringang aanwezig zijn. Verlichte toets met nuldraadaansluiting gebruiken. Met de managementafstandsbediening „SendoPro, theSenda B/App“ kunnen via de parameter de kanalen C1 t/m C3 licht aan de gewenste toetsingangen S1 t/m S3 worden toegewezen. De ingang S3/P kan voor het parallelle signaal van de master-slave- resp. master-master-schakeling of als toetsingang S3 worden gebruikt. Fabrieksin-stelling is „Parallel“. Op elke meter kunnen max. 50 DALI-bedrijfsapparaten worden aangesloten. Wij adviseren de DALI-bedrijfsapparaten gelijkmatig over de 3 fasedraden te verdelen.
L Alle melders en toetsen moeten op dezelfde fase worden aangesloten. L Sluit ten minste 1 DALI-bedrijfsapparaat aan per master. Enkelvoudige schakelingBij de enkelvoudige schakeling detecteert de aanwezigheids-melder als Master aanwezigheid en lichtsterkte en regelt de verlichting. MasterDALIDA+ DA–S1 S2EVGS3/PNLNLEVGParallelschakeling master-slaveIs het detectiebereik van één aanwezigheidsmelder onvoldoende (grote ruimtes), dan kunnen maximaal 10 melders door verbinden van de P-klemmen parallel worden geschakeld. De aanwezigheid wordt daarbij door alle melders gezamenlijk gedetecteerd. De Master meet de lichtsterkte, verwerkt de toetsen en regelt de verlichting. Alle overige melders worden als Slaves gebruikt. Zij leveren uitsluitend aanwezigheidsinformatie.
MasterDALIDA+ DA–S1 S2S3/PNLSlavePNLNLEVG•Lichtmeting alleen bij de Master•Maximaal 10 melders parallel schakelen•Dezelfde fase voor alle melders en toetsen gebruiken•Slave: theRonda P360 Slave (2080080)Parallelschakeling master-masterIn een parallelschakeling kunnen ook meerdere Masters worden gebruikt.
Elke Master regelt daarbij zijn eigen licht-groepen volgens zijn eigen lichtsterktemeting. Nalooptijden en gewenste lichtsterktes worden bij elke Master individueel ingesteld. De aanwezigheid wordt nog steeds door alle mel-ders gezamenlijk geregistreerd. MasterDALI DALIDA+ DA–S1 S2S3/PNLNLEVGMasterDA+ DA–S1 S2S3/PNLEVG•Master met 2 lichtgroepen en individuele lichtsterktemeting•Maximaal 10 melders parallel schakelen•Dezelfde fase voor alle melders en toetsen gebruikenIntegratie van een extern DALI-relais•Op de DALI-kabel kan max. 1 extern DALI-relais worden aangesloten. De DALI-relais moet voldoen aan de norm IEC 62386-208 (apparaattype 7). •Het DALI-relais wordt automatisch door de melder herkend. •Inschakelvertraging en nalooptijd kunnen met de afstandsbediening worden ingesteld. MasterDALIDA+ DA–S1 S2EVGNLNLEVGDALIrelay.
58. InstellingenDe aanwezigheidsmelders worden met een basisinstelling gebruiksklaar geleverd. De vooraf ingestelde gegevens zijn richtwaarden. Ter ondersteuning van de inbedrijfstelling is optioneel de managementafstandsbediening „SendoPro, the-Senda B/App“ of de installatieafstandsbediening ‚theSenda P‘ verkrijgbaar. Daarmee is instelling op afstand mogelijk. Met de „SendoPro, theSenda B/App“kunnen parameters worden opgevraagd, aangepast en geoptimaliseerd. Met de ‚theSenda P‘ kunnen de parameters alleen worden aangepast. Met de afstandsbediening kan een aantal te wijzigen parameters worden aangepast (zie ‚Parameters via afstandsbediening‘). Instellingen met de toets Alle gewenste lichtsterktes kunnen worden ingeleerd door een willekeurige toets > 15 s ingedrukt te houden.
Bovendien kan het inleren gemakkelijk met de managementafstands-bediening „SendoPro, theSenda B/App“ of de installa-tieafstandsbediening „theSenda P“ worden uitgevoerd (zie „Stuurcommando‘s via afstandsbediening“). Het inleren met de toets kan met de managementafstands-bediening „SendoPro, theSenda B/App“ worden geblokkeerd wanneer de parameter op „geblok-keerd“ staat. Met de knop kunnen ook de lichtgroepen worden gecongu-reerd. Alle aangesloten toetsen kunnen voor de conguratie worden gebruikt. Een gedetailleerde beschrijving vindt u in hoofdstuk „9. Inbedrijfstelling“. De conguratie met de toets kan met de managementaf-standsbediening „SendoPro, theSenda B/App“ worden geb-lokkeerd wanneer de parameter op „geblokkeerd“ staat.
6De parameters worden met de managementafstandsbedie-ning SendoPro, theSenda B/App‘ of installatieafstandsbedie-ning ‚theSenda P‘ via infrarood naar de aanwezigheidsmelder gezonden. Gewijzigde parameters worden door de melder overgenomen en gebruikt. L Let erop dat de keuze van de parameters bij de installa-tieafstandsbediening „theSenda P“ beperkt is. Met de managementafstandsbediening ‚SendoPro, theSenda B/App‘ kunnen parameters worden opgevraagd doordat de waarden trapsgewijs naar de melder worden gezonden. Is de gezonden waarde lager dan de ingestelde parameter, dan gaat de LED kort branden. Is de gezonden waarde gelijk aan of hoger dan de ingestelde parameter, dan knippert de LED 2 s. Functie C1, C2Het kanaal C1 en C2 licht kunnen gezamenlijk bij de functie schakelen of constante lichtregeling worden gebruikt. De instelling vindt plaats via de parameter.
Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Schakelen Kanaal C1 en C2 licht staan in de functie schakelenRegeling Kanaal C1 en C2 licht staan in de functie constante lichtregelingFunctie C3Het kanaal C3 licht kan onafhankelijk van kanaal C1 en C2 licht bij de functie schakelen of constante lichtregeling worden gebruikt. De instelling vindt plaats via de parameter. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Schakelen Kanaal C3 licht staat in de functie schakelenRegeling Kanaal C3 licht staat in de functie constante lichtregelingBron lichtmeting C3De aanwezigheidsmelder meet met behulp van drie gerichte lichtmetingen het kunstmatige licht en het daglicht, zie onder „Lichtsterktemeting“ op pagina 3. Bij een 2-kanaalsbediening wordt de lichtmeting raam (B) aan het lichtkanaal C1 en de lichtmeting binnen (C) aan het lichtkanaal C2 vast toegewezen.
Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Midden Kanaal C3 licht gebruikt de lichtmeting midden (A), spotmeting. Integraal Kanaal C3 licht gebruikt het gemiddelde van alle 3 lichtmetin-gen (A + B + C). Klem S1 toewijzing, klem S2 toewijzing, klem S3/P toewijzingDe klemmen S1 en S2 voor de toetsen kunnen zonder wijziging van de bedrading altijd aan het gewenste kanaal licht worden toegewezen. De klem S3/P kan op twee verschillende manieren worden gebruikt. Er kunnen toe-tsen of het parallelle signaal voor master-slave- resp. master-master-parallelschakeling worden aangesloten. De gewenste toewijzing wordt met de parameter uitgevoerd.
Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Parameter Master-Slave/Master-MasterKanaal lichtKlem S1 toewijzingC1 C2 C1+C2 C3 C1+C3 C2+C3 C1+C2+C3Klem S2 toewijzingC1 C2 C1+C2 C3 C1+C3 C2+C3 C1+C2+C3Klem S3/P toewijzingParallel C1 C2 C1+C2 C3 C1+C3 C2+C3 C1+C2+C3Nadere informatie vindt u in hoofdstuk „4. Functie“, paragraaf „Kanaal C1, C2, C3 licht“ op pagina 1. Gewenste lichtsterkte C1, C2, C3De gewenste lichtsterkte bepaalt de minimaal gewenste lichtsterkte. De momenteel aanwezige lichtsterkte wordt onder de aanwezigheidsmelder gemeten. Is de aanwezige lichtsterkte lager dan de gewenste, dan wordt het licht, voor-zover er aanwezigheid wordt gedetecteerd, ingeschakeld (bij bedieningswijze Volautomatisch). Voor elk kanaal C1, C2, C3 licht is een aparte gewenste lichts-terkte beschikbaar.
•De momenteel gemeten lichtsterkte (lux) kan bij de managementafstandsbediening „SendoPro, theSenda B/App“ met het besturingscommando Inleren of bij de ins-tallatieafstandsbediening „theSenda P“ met de toets als nieuwe gewenste lichtsterkte worden overgenomen (zie ook de tabel Besturingscommando‘s via afstandsbe-diening). Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. •Deactivering van de lichtsterktemeting (de lichtsterkte heeft geen invloed). De kanalen licht schakelen alleen na aan-/afwezigheid. Met de managementafstandsbedie-ning „SendoPro, theSenda B/App“ (meting uit) of instal-latieafstandsbediening „theSenda P“ (toets ) mogelijk. Bij „theSenda P“ is alleen kanaal C1, C2 licht mogelijk. Werkelijke lichtsterkte C1, C2, C3Ter controle kunnen alle 3 werkelijke lichtsterktes worden opgevraagd. Het opvragen wordt op pagina 5 beschreven.
Ruimtecorrectiefactor Win, Mid, Bin, Int Gemeten lichtsterkte Win, Mid, Bin, IntDe ruimtecorrectiefactor is een maat voor het verschil tussen de gemeten lichtsterkte bij het plafond en op de werkplek. De lichtsterkte bij het plafond wordt beïnvloed door de.
7montageplaats, de lichtinval, de zonnestand, de weersom-standigheden en de reectie-eigenschappen van de ruimte en het meubilair. Met de ruimtecorrectiefactor wordt de gemeten lichtsterkte van het betreffende lichtkanaal aan de omstandigheden in de ruimte aangepast en kan zo op de gemeten luxwaarde op de plaats onder de aanwezigheidsmelder worden aangepast. ~40°~1,8 m ~1,8 m~40°1,5 x 3,5 m 2 x 3,5 m 1,5 x 3,5 mMontagehoogte 3 mAfbeelding op tafelhoogte (0,8 m)Ruimtecorrectiefactor = Lichtsterkte bij het plafond Lichtsterkte op de werkplekWij raden de volgende procedure aan: Alle lampen tot het maximale vermogen dimmen. Indien mogelijk, de jaloezieën laten zakken. De luxmeter wordt op het werkvlak onder de sensor geplaatst en de gemeten luxwaarde wordt met de managementafstandsbediening „SendoPro, theSenda B/App“ parameter ingevoerd en naar de melder gezonden.
Let bij de luxmeting op de afstanden in de afbeelding. Alle metingen op tafelhoogte uitvoeren. •: luxmeting in de richting van het raam •: luxmeting in het midden (onder de melder) •: luxmeting in de richting van de binnenruimte •: gemiddelde van alle 3 luxme-tingen Win + Mid + Bin. De ruimtecorrectiefactor wordt daaruit automatisch berekend. Toegestaan zijn waarden tussen 0,05 en 2,0. Berekende of ingevoerde waarden buiten het toegestane gebied worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. De berekende ruimtecorrectiefactor wordt direct overgenomen. Ter controle kan de ruimtecorrectiefactor via de parameter worden opgevraagd. L De standaardwaarde is 0,3 en is geschikt voor de meeste toepassingen. Veranderingen zijn alleen in sterk afwi-jkende situaties zinvol. DetectiegevoeligheidDe melder heeft 5 gevoeligheidsniveaus. De basisinstelling is het middelste niveau (3).
Met de installatieafstands-bediening „theSenda P“ kan de gevoeligheid bij elke druk op de toets met één niveau worden verlaagd of met toets worden verhoogd. WaardebereikNiveau gevoeligheid1 zeer ongevoelig2 ongevoelig3 Standaard4 gevoelig5 zeer gevoeligDoor de keuze van de werkingsmodus testaanwezigheid wordt het ingestelde gevoeligheidsniveau niet gewijzigd. Nalooptijd lichtDe nalooptijd geldt voor alle lichtkanalen gezamenlijk. WaardebereikInstelbare waarden met managementafstandsbe-diening 'SendoPro, theSenda B/App'10 s - 60 minBij de installatieafstandsbediening 'theSenda P' staan de volgende waarden ter beschkking10 s (toets ), 30 s, 60 s, 2 min, 10 min, 20 min, 60 min (toets )Korte aanwezigheid Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt de verlichting na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid).
Kort-durende aanwezigheid kan bij de bedieningswijze Volledig automatisch en Halfautomatisch worden gebruikt. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)De nalooptijd wordt volgens de ingestelde nalooptijd toegepast. UitKorte aanwezigheid is actief. AanEnergiebesparingsmodus eco / eco plusKeuze ‚eco‘ betekent optimaal schakelgedrag en ‚eco plus‘ betekent maximale energiebesparing. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)„eco“ De nalooptijd past zich zelerend aan het gebruikersgedrag aan. De ingestelde waarde wordt niet onderschreden. „eco plus“ De ingestelde nalooptijd blijft ongewijzigd (geen zelerend effect). Snellere reactie op lichtsterkteherkennen als bij 'eco'. Inschakelvertraging AanwezigheidHet contact van het externe DALI-relais sluit bij aanwezig-heid onafhankelijk van de lichtsterkte en na aoop van de.
8ingestelde inschakelvertraging. Toets en de bedieningswijze (Volautomatisch / Halfautomatisch) beïnvloeden het relais-contact niet. Waardebereik (met SendoPro/theSenda B/app)geen inschakelvertraging 0 sInschakelvertraging 10 s – 30 minNalooptijd aanwezigheidHet relaiscontact van het externe DALI-relais opent bij afwe-zigheid pas na aoop van de ingestelde nalooptijd. WaardebereikInstelbare waarden SendoPro / theSenda B/app10 s – 120 minInstelbare waarden theSenda P 10 s, 30 s, 60 s, 2 min, 10 min, 20 min, 120 minInschakeldimwaarde C1, C2, C3De verlichting wordt ingeschakeld bij schakelen zoals bij de constante lichtregeling met de inschakeldimwaarde. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Inschakeldimwaarde C1, C2, C3 30 – 100%Bedieningswijze C1/C2Volautomatisch: De verlichting wordt automatisch in- en uitge-schakeld.
(op basis van aan-, afwezigheid en lichtsterkte)„SendoPro, theSenda B/App“„theSenda P“autoToets AHalfautomatisch: Het inschakelen moet altijd handmatig plaatsvinden. Het uitschakelen vindt automatisch door de aanwezigheidsmelder plaats. (op basis van afwezigheid of lichtsterkte)„SendoPro, theSenda B/App“„theSenda P“manToets Bedieningswijze C3Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Volautomatisch: De verlichting wordt automatisch in- en uitge-schakeld (door aan-, afwezigheid en lichtsterkte) autoHalfautomatisch: Het inschakelen moet altijd handmatig plaatsvinden. Het uitschakelen gebeurt automatisch door de aanwezigheids-melder (op basis van afwezigheid of lichtsterkte)manRegelsnelheidIn de functie Constante lichtregeling kan met de parameter de snelheid van de constante lichtregeling worden ingesteld. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Het gedrag is optimaal ingesteld.
snelMinimale / maximale dimwaardeMet de beide parameters en kan de onder- en bovengrens van de uitgangswaarde van alle kanalen worden ingesteld. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Minimale dimwaarde 1% - 25%Maximale dimwaarde 50% - 100%Uitschakelen lichtsterkteBij de functie Constante lichtregeling kan de uitschakeling van de verlichting bij voldoende lichtsterkte worden geselecteerd. Wordt de verlichting tot de onderste regelgrens verlaagd, dan wordt de verlichting na de bij de parameter ingestelde tijd uitgeschakeld. Bij de keuze „nooit uit“ wordt de verlichting nooit uitgeschakeld. Deze reactie is actief zolang er personen aanwezig zijn. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Verlichting uitschakelen na ingestelde tijd. 5 min – 9 hVerlichting wordt nooit uitgeschakeld. nooit uitReactie handm.
dimmenBij constante lichtregeling kan de reactie na handmatig dimmen met de parameter worden geselecteerd. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Constante lichtregeling blijft na handmatig dimmen tot de huidige lichtsterkte tijdelijk actief als nieuwe gewenste waarde. Na aoop van de nalooptijd licht wordt de ingestelde gewenste waarde weer hersteld. ofceConstante lichtregeling wordt door handmatig dimmen tijdelijk onderbroken. De gewenste waarde blijft ongewijzigd. schoolNadere informatie vindt u in het hoofdstuk „Kanaal C1, C2, C3 licht - constante lichtregeling„ op pagina 2. Stand-by-tijd / stand-by-dimwaardeBij geactiveerde stand-by-tijd wordt de verlichting na aoop van de nalooptijd licht niet uitgeschakeld, maar blijft als oriëntatielicht op de stand-by-dimwaarde ingesteld.
Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Instelbare waarden 0 – 100%Met de gebruikersafstandsbediening „theSenda S“ wordt de verlichting eerst op de gewenste lichtsterkte ingesteld en vervolgens als volgt opgeslagen:Toets ten minste 3 s indrukken. Scène 1 werd opgeslagenToets ten minste 3 s indrukken. Scène 2 werd opgeslagenVoor het oproepen van de scène moet een toets kort worden ingedrukt. Conguratie toets/RCHet inleren en de conguratie van de lichtgroepen met de toets of de gebruikersafstandsbediening „theSenda S“ kan met de parameter worden toege-staan of geblokkeerd. Waardebereik (met SendoPro, theSenda B/App)Inleren en conguratie met de toets kunnen worden uitgevoerd. toege-staanHet inleren en de conguratie met de toets of de gebruikersaf-standsbediening „theSenda S“ is geblokkeerd.
AanBesturingscommando‘s via afstandsbedieningDe volgende stuurcommando‘s kunnen met de afstandsbedie-ning worden geactiveerd:Besturingscom-mandoBeschrijving Acti-veerbaar SendoPro, theSenda B/AppActiveer-baar the-Senda PDALI-conguratieConguratie van de lichtgroepenGroepstoewijzing (niet-geadress. )Conguratie van de niet-geadresseerde lichtgroepenxGroepstoewijzing (alle)Conguratie van alle lichtgroepenxGroepstoewijzing wijzigenConguratie van de lichtg-roepen wijzigenxGroepstoewijzing beëindigenConguratie van de lichtg-roepen beëndigenxDALI-EVA's resetten Alle aangesloten DALI-EVA's worden op hun fabrieksins-tellingen geresetxDALI-relais resettenHet aangesloten DALI-relais wordt naar de fabrieksinstel-ling gereset. xLicht schakelen C1Lichtgroep C1 kan worden in- en uitgeschakeld. x xLicht schakelen C2Lichtgroep C2 kan worden in- en uitgeschakeld.
x xLicht schakelen C3Lichtgroep C3 kan worden in- en uitgeschakeldxLicht schakelen (alle)Alle lichtgroepen kunnen gezamenlijk worden in- en uitgeschakeldxInleren kanaal C1Uitvoeren voor kanaal C1 lichtx xInleren kanaal C2Uitvoeren voor kanaal C2 lichtx xInleren kanaal C3Uitvoeren voor kanaal C3 lichtxInleren kanaal C1 + C2 + C3Activeren voor alle lichtkana-len C1 – C3xTest aanwezigheid AAN / UIT x xTest licht AAN / UIT xHerstart Melder opnieuw starten x xFabrieksinstellingenAlle parameters eninstellingen op de leve-ringstoestand instellen; DALI-conguratie blijft ongewijzigd. xInleren kanaal C1, C2, C3Bij inleren wordt de momenteel gemeten lichtsterkte als gewenste lichtsterkte overgenomen. Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet.
10Test aanwezigheidDe testmodus aanwezigheid dient ter controle van de aanwe-zigheidsdetectie en de bedrading. De testmodus aanwezig-heid kan met de managementafstandsbediening „SendoPro, theSenda B/App“ resp. installatieafstandsbediening „the-Senda P“ (toets ) worden geactiveerd. Bij de instelling van de testmodus schakelt de melder direct over naar de testmodus: •Elke beweging wordt door de LED weergegeven. •Bij beweging wordt de verlichting ingeschakeld. •Constante lichtregeling is gedeactiveerd (schakelmodus). •Inleren kan in de testmodus niet worden geactiveerd. •Bij afwezigheid wordt de verlichting na 10 s uitgeschakeld. •Lichtsterktemeting is gedeactiveerd, melder reageert niet op lichtsterkte. •Stand-by functie is gedeactiveerd. •De melder reageert zoals in de bedieningswijze „Volauto-matisch“, ook wanneer „Halfautomatisch“ is ingesteld.
•Na 10 min eindigt de testmodus automatisch. De melder start opnieuw (zie inschakelgedrag op pagina 11). Test lichtDe testmodus licht dient ter controle van de lichtsterktedrem-pel en de constante lichtregeling. De testmodus licht kan met de managementafstandsbediening „SendoPro, theSenda B/App“ worden geactiveerd. Bij de instelling van de testmodus schakelt de melder direct over naar de testmodus: •De LED geeft de testmodus licht weer (5 s AAN, 0,3 s UIT). •De aanwezigheidsmelder gedraagt zich zoals in de nor-male bedieningsmodus, alleen de reactie op licht/donker is sneller. •Om het gedrag te simuleren, kunnen de jaloezieën worden bediend of kan het bereik onder de aanwezig-heidsmelder worden verlicht. •Na 10 min eindigt de testmodus automatisch. De melder start opnieuw (zie inschakelgedrag op pagina 11). L NB: De aanwezigheidsmelder niet met een zaklamp laten schakelen.
InbedrijfstellingEerste inbedrijfstelling (niet-congureerbare installatie)Na het eerste inschakelen van de spanning van de installatie start de melder opnieuw, identiceert automatisch alle aan-gesloten DALI-lampen, geeft Short-adressen af en beheert deze in een lijst. Deze fase is herkenbaar aan het LED-knip-perpatroon (5 x kort aan om de 3 s) en kan afhankelijk van de grootte van de installatie max. 3 min duren. Als geen DALI-EVA op de melder is aangesloten of als een DALI-kabel is onderbroken, is dit op de melder herkenbaar aan het LED-knipperpatroon (LED is ingeschakeld en 2 x kort uit om de 3 s). Als de installatie OK is, schakelt de melder automatisch naar de conguratiemodus en wacht op de conguratie van de lichtgroepen.
Dit is herkenbaar aan het LED-knipperpat-roon (2 x kort aan om de 3 s). Zolang de conguratie niet werd uitgevoerd, bevindt de installatie zich in de volgende bedrijfsmodus: •Melder bevindt zich in de Broadcast-modus. •Functie is schakelen (alleen aanwezigheidsdetectie, geen lichtmeting). •Alle lampen worden met 100% inschakeldimwaarde aangestuurd. •De bedrijfsmodus is volautomatisch. •Alle aangesloten toetsen zijn actief. In- en uitschakelen en dimmen zijn mogelijk. •Nalooptijd 10 min.
11Configuratie van de lichtgroepenVoor de conguratie zijn meerdere mogelijkheden beschikbaar: •Per serviceafstandsbediening “theSenda B/App” •Met de managementafstandsbediening “SendoPro 868-A” •Met toets resp. gebruikersafstandsbediening “theSenda S”Configuratie van de lichtgroepen met serviceafstandsbedie-ning “theSenda B/App” theSenda B met de bijbehorende app “theSenda Plug” verbinden. theSenda B onder de melder plaatsen (afstandsbediening op de melder gericht). In de app “theSenda Plug” het type “theRonda P360-330 DALI” selecteren. In het menu “DALI-conguratie” de gewenste groepstoewi-jzing kiezen. Voor de DALI-conguratie zijn 3 mogelijkheden beschikbaar:y Groepstoewijzing (niet-geadress. ): alleen DALI-EVA‘s zonder groepsadres worden bewerkt. y Groepstoewijzing (alle): alle aangesloten DALI-EVA‘s worden gecongureerd.
LET OP: alle bestaande groepsto-ewijzingen met het groepsnummer 1, 2 of 3 worden gewist. y Groepstoewijzing wijzigen: het volgende aanwezige EVA wordt gezocht en geselecteerd. L De afstandsbediening moet op de melder zijn gericht. De LED wordt uitgeschakeld. ▻ Nadat de gewenste groepstoewijzing is gekozen, bevindt de melder zich in de programmeermodus. ▻ Een DALI-lamp begint te pulseren (willekeurige volgorde). Het gewenste kanaal C1, C2 of C3 met toets aan de DALI-EVA toewijzen. ▻ De lamp bevestigt de toewijzing met omlaag dimmen tot 20%. ▻ De volgende DALI-lamp begint te pulseren. Zo worden achtereenvolgens de lichtgroepen aan alle lampen toegewezen. •Bij groepstoewijzing (niet-geadress. ) of (alle): Wanneer alle DALI-EVA‘s aan een lichtgroep zijn toegewezen, beëindigt de melder de conguratie automatisch en start opnieuw, zie onder “Inschakelgedrag”.
•Indien nodig, kan de conguratie met “Groepstoewijzing beëindigen” worden beëindigd. De installatie is in dat geval niet bedrijfsklaar. •Indien „Groepstoewijzing wijzigen“ werd geselecteerd, kan met “Verder” (toets onder) naar de volgende DALI-EVA zonder wijziging van de lichtgroep worden gescha-keld. Anders blijft de procedure identiek. Wanneer alle gewenste wijzigingen zijn uitgevoerd, moet de congu-ratie met “Beëindigen” (toets onder) worden beëindigd. Configuratie van de lichtgroepen met de managementaf-standsbediening „SendoPro 868-A“ In de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ het type „theRonda P360-330 DALI“ selecteren. „Menu“ (functietoets rechts) en vervolgens „Besturingscommando‘s“ (functietoets links) selecteren. „DALI-conguratie“ met „Openen“ (functietoets rechts) openen.
Voor de DALI-conguratie zijn 3 mogelijkheden beschikbaar:y „Groepstoewijzing (niet-geadress. )“: alleen DALI-EVA‘s zonder groepsadres worden bewerkt. y „Groepstoewijzing (alle)“: alle aangesloten DALI-EVA‘s worden gecongureerd. LET OP: alle bestaande groepsto-ewijzingen met het groepsnummer 1, 2 of 3 worden gewist. y „Groepstoewijzing wijzigen“: het volgende aanwezige EVA wordt gezocht en geselecteerd. Met de toets omlaag resp. omhoog een gewenste gro-epstoewijzing selecteren en met „Zenden“ (functietoets rechts) de conguratie starten. L De afstandsbediening moet op de melder zijn gericht. De LED wordt uitgeschakeld. ▻ Een DALI-lamp begint te pulseren (willekeurige volgorde). Het gewenste kanaal C1, C2 of C3 met de toets selecteren en met „Zenden“ (functietoets rechts) aan de DALI-EVA toewijzen. ▻ De lamp bevestigt de toewijzing met omlaag dimmen tot 20%.
) of (alle): Wanneer alle DALI-EVA‘s aan een lichtgroep zijn toege-wezen, beëindigt de melder de conguratie automatisch en start opnieuw, zie onder „Inschakelgedrag“. Vervolgens schakelt theRonda DALI naar de normale bedrijfsmodus en is de conguratie beëindigd. •Indien nodig, kan de conguratie met „Beëindigen“ (func-tietoets links) worden beëindigd. De installatie is in dat geval niet bedrijfsklaar. •Indien „Groepstoewijzing wijzigen“ werd geselecteerd, kan met de toets rechts „>“ naar de volgende DALI-EVA zonder wijziging van de lichtgroep worden gescha-keld. Anders blijft de procedure identiek. Wanneer alle gewenste wijzigingen zijn uitgevoerd, moet de con-guratie met „Beëindigen“ (functietoets links) worden beëindigd. Functietoets rechtsToets rechtsToets omhoogToets omlaagFunctietoets links.
12Configuratie van de lichtgroepen met toetsVoor de conguratie met de toets moet de parameter op „toegestaan“ staan. Alle aangesloten toetsen kunnen voor de conguratie worden gebruikt. L Als toets S3 wordt gebruikt, mag de parameter niet op „Parallel“ worden gezet. •De DALI-conguratie start met 5 x kort indrukken (< 0,4 s) en 1 x lang indrukken (> 15 s) van een willekeurige toets. De LED wordt uitgeschakeld. ▻ Een DALI-lamp begint te pulseren (willekeurige volgorde). •De lichtgroep wordt door het indrukaantal toegewezen:y 1 x kort indrukken = kanaal C1y 2 x kort indrukken = kanaal C2y 3 x kort indrukken = kanaal C3 ▻ De lamp bevestigt de toewijzing met omlaag dimmen tot 20% (3 s nadat toets voor het laatst is ingedrukt). ▻ De volgende DALI-lamp begint te pulseren. Zo worden achtereenvolgens de lichtgroepen aan alle lampen toegewezen.
•Wanneer alle DALI-EVA‘s aan een lichtgroep zijn toege-wezen, beëindigt de melder de conguratie automatisch en start opnieuw, zie onder „Inschakelgedrag“. Vervolgens schakelt theRonda DALI naar de normale bedrijfsmodus en is de conguratie beëindigd. •Indien nodig, kan de conguratie worden beëindigd, door een willekeurige toets langer dan 15 s in te drukken. De melder start opnieuw. De installatie is in dat geval niet bedrijfsklaar en moet opnieuw worden gecongureerd. L In plaats van de toets kan de conguratie overeenkomstig ook met de toetsen Aan/Uit van de gebruikersafstandsbe-diening „theSenda S“ worden uitgevoerd. Controle van de configuratieDe lichtgroeptoewijzing kan altijd met de toets of manage-mentafstandsbediening „SendoPro, theSenda B/App“ worden gecontroleerd door de afzonderlijke lichtgroepen in- resp.
Als bij enkele DALI-EVA‘s de lichtgroep moet worden gewij-zigd, is de DALI-conguratie via „Groepstoewijzing wijzigen“ met de „SendoPro, theSenda B/App“ mogelijk. Met de toets moet de gehele DALI-conguratie altijd opnieuw worden uitgevoerd. L Voor de conguratie van de lichtgroepen is een video ver-krijgbaar: https://www. youtube. com/user/TheThebenAGInschakelgedrag (gecongureerde installatie)Telkens na het bijschakelen van de spanning doorloopt de aanwezigheidsmelder twee fasen, die door de LED‘s worden weergegeven:1. Opstartfase (30 s) •De rode LED knippert elke seconde, de verlichting is met inschakeldimwaarde ingeschakeld. •De melder reageert niet op toetscommando‘s en op de gebruikersafstandsbediening „theSenda S“. •Bij afwezigheid wordt de verlichting na 30 s uitgeschakeld. 2. Gebruik •De rode LED is uit. Constante lichtregeling of schakelmo-dus wordt gestart.
13Verhelpen van storingen STORING OorzaakLicht wordt niet in- resp. uitgeschakeld bij aanwezigheid en duisternisGewenste lichsterkte te laag ingesteld; melder op halfautomatisch ingesteld; licht werd handmatig met de toets of met „theSenda S“ uitgeschakeld; geen persoon in het detectiebereik; obstakel(s) storen de detectie; nalooptijd te kort ingesteldLicht brandt bij aan-wezigheid ondanks voldoende lichtsterkte Gewenste lichtsterkte te hoog ingesteld; licht werd kort daarvoor handmatig met de toets of met „theSenda S“ ingeschakeld (30 min. wachten bij schakelen); melder in testmodusVerlichting wordt niet uitgeschakeld resp. verlichting wordt spontaan ingeschakeld bij afwezigheid Nalooptijd afwachten (zelerend);thermische storingsbronnen in het detectiebereik: heteluchtverwarmers, gloeilamp/halogeenstraler, zich bewegende objecten (bijv.
gordijnen bij open ramen) Toets werkt niet Apparaat nog in de opstartfase; verlichte toets werd zonder nuldraadaansluiting gebruikt; Toets niet op Master aangesloten. Parameter staat op „Parallel“. Licht kan met de toets niet worden uitgeschakeldToets is niet op de melder aangesloten. Bedrading drukknop controleren. Parameter staat op „Parallel“. Verlichting reageert nietKortsluiting of onderbreking op DALI-bus. Overspanning op DALI-bus: melder 1 min van de netspanning loskoppelen (thermische beveiliging). Storingsknipperen (4 x per seconde)Fout bij zelftest; apparaat is defect. LED is ingeschakeld en is 2x kort uit om de 3 sMelder heeft geen DALI-EVA's gedetecteerd. DALI-aansluitingen controleren. Ten minste 1 DALI-EVA moet op de melder zijn aangesloten. Kortsluiting op DALI-bus.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Theben theRonda P360-330 DALI UP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden