Theben thePassa P360 KNX UP Handleiding
Pagina's 10 Bewegingsdetector
Bekijk de handleiding van Theben thePassa P360 KNX UP gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 15 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Theben |
| Categorie: | Bewegingsdetector |
| Model: | thePassa P360 KNX UP |
Handleiding Theben thePassa P360 KNX UP – volledige tekst
VeiligheidRaak vóór de montage en inbedrijfstelling met de aanwezigheidsmelder vertrouwd. Lees daarvoor deze bedieningshandleiding en het «KNX-handboek the-Passa P360». •Werkzaamheden aan elektrische installaties mogen alleen door elektromonteurs, of door geïnstrueerde personen onder leiding en toezicht van een elektromon-teur conform de elektrotechnische voorschriften worden uitgevoerd. •Let op de landspecieke veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden aan elektrische installaties. •Het apparaat is onderhoudsvrij. De garantie vervalt als het apparaat wordt geopend of eventuele voorwerpen het apparaat binnendringen. 3. Bedoeld gebruikDe aanwezigheidsmelder is bestemd voor de installatie binnenshuis. De aanwezigheidsmelder dient uitsluitend voor de toepassing die contractueel is afgesproken tussen de fabrikant en de gebruiker. Een ander of verdergaand gebruik geldt als onbedoeld.
2Kanaal licht C1, C2De aanwezigheidsmelder detecteert aanwezige personen bij zeer jne bewegingen. Tegelijkertijd meten de 2 lichtsensoren de lichtsterkte in de ruimte en kunnen de verlichting daar-door afhankelijk van het daglicht traploos regelen of in- en uitschakelen. De uitgangen licht kunnen door de integrator dynamisch worden weergegeven en verborgen. De lichts-terkte-schakelwaarde resp. gewenste lichtsterkte wordt via parameter, object of de afstandsbediening ingesteld. SchakelenDe verlichting wordt bij aanwezigheid en onvoldoende lichts-terkte ingeschakeld, bij afwezigheid of voldoende lichtsterkte uitgeschakeld. Met een toets kan manueel worden geschakeld of gedimd. Manueel uitschakelen, dimmen en scènes stoppen de regeling tijdens de aanwezigheid.
Constante lichtregelingBij ingeschakelde constante lichtregeling wordt de lichtsterkte op de gewenste lichtsterkte constant gehouden. De regeling wordt volautomatisch of manueel met toetsen resp. afstands-bediening gestart. Manueel uitschakelen, dimmen en scènes stoppen de regeling tijdens de aanwezigheid. NalooptijdDe minimale nalooptijd kan voor alle kanalen licht tussen 30 s en 60 min worden ingesteld. Deze past zich zelerend aan het gebruikersgedrag aan en kan automatisch tot max. 30 min worden verhoogd resp. weer tot de ingestelde minimumtijd worden verlaagd. Bij instellingen ≤ 2 min of ≥ 30 min blijft de nalooptijd onveranderd op de ingestelde waarde. Als een niet-bezette ruimte slechts kort wordt betreden en binnen 30 s weer verlaten, wordt het licht na 2 minuten vroegtijdig uitgeschakeld (kortdurende aanwezigheid). Stand-byDe stand-by-functie dient als oriëntatielicht.
Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer op de stand-by-dimwaarde (1 - 25%) ingesteld. De stand-by-tijd kan tussen 30 s en 60 minuten of constant worden ingesteld. Ligt de lichtsterkte in de ruimte boven de lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte, dan wordt de verlichting uitgescha-keld.
Daalt de lichtsterkte in de ruimte tot onder de lichts-terkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte, dan schakelt de verlichting automatisch weer naar de stand-by-waarde. De stand-by functie via een object worden geactiveerd of geblokkeerd. Zo kunnen in combinatie met een schakelklok energiezuinige oplossingen worden gerealiseerd. ToetsaansturingVia een toets kan de verlichting altijd manueel worden geschakeld of gedimd. Wordt de verlichting manueel inge-schakeld, dan brandt de verlichting in de schakelmodus minimaal 30 min. , mits personen aanwezig zijn. Daarna gaat het licht bij voldoende lichtsterkte uit. Wordt de ruimte (eerder) verlaten, dan gaat het licht altijd uit na aoop van de ingestelde nalooptijd. Wordt het kunstmatige licht handmatig uitgeschakeld, dan blijft de verlichting uitgeschakeld zolang er personen aanwezig zijn.
Na aoop van de nalooptijd wordt de verlichting weer automatisch geschakeld. Vol- of halfautomatischDe verlichting van de aanwezigheidsmelder wordt naar keuze volautomatisch voor meer comfort resp. halfautomatisch voor een grotere besparing geregeld. Bij «volautomatisch» wordt de verlichting automatisch in- en uitgeschakeld. Bij «halfautomatisch» moet de verlichting altijd manueel worden ingeschakeld. Het uitschakelen van de verlichting vindt auto-matisch plaats. Zeer eenvoudige instelling van het energiebesparingsgedragMet de keuze «eco» voor optimaal schakelgedrag of «eco plus» voor maximale energiebesparing kan de gebruiker de aanwezigheidsmelder zeer eenvoudig naar zijn behoeften instellen. LooprichtingsherkenningVoor de aanwezigheid in zone 1 of zone 2 wordt telkens een AAN-telegram gezonden. Na verlaten van de zone wordt een UIT-telegram gezonden.
Met een passende analyse kan een looprichtingsherkenning worden gerealiseerd. Aura-effectBij het auro-effect begeleidt het licht de gebruiker in de zone waar hij of zij zich bevindt. Daarom heen wordt het licht tot een vooraf bepaalde oriëntatielichtwaarde omhoog gedimd.
Dit zorgt voor een betere oriëntatie en meer veiligheid. Kanaal aanwezigheid C4, C5De kanalen aanwezigheid worden meestal voor de HLK-rege-ling gebruikt. Een zelf gekozen telegram wordt alleen door aanwezigheid, volledig lichtsterkteonafhankelijk en na aoop van de inschakelvertraging gezonden. Bij elke beweging wordt de nalooptijd opnieuw gestart. Toetsen beïnvloeden het kanaal aanwezigheid niet. InschakelvertragingDe inschakelvertraging voorkomt een directe inschakeling. Het telegram wordt pas na aoop van de inschakelvertraging gezonden, mits er in die tijd personen aanwezig zijn. NalooptijdDe nalooptijd maakt een vertraagde uitschakeling van HLK-apparaten en -systemen mogelijk nadat men de ruimte verlaten heeft. Na aoop van de nalooptijd aanwezigheid kan naar keuze een telegram worden gezonden (eenmalig of cyclisch). 5.
DetectiebereikHet rechthoekige detectiebereik van de aanwezigheidsmelder thePassa dekt een groot detectiegebereik af en maakt een volledige corridorafdekking mogelijk. Het detectiebereik is in twee zones onderverdeeld. De mogelijkheid bestaat dat het detectiebereik op sommige plaatsen groter is dan aangege-ven. De aanbevolen montagehoogte is 2,0 m – 6,0 m. Hoe hoger de montagehoogte, des te lager de gevoeligheid van de aanwezigheidsmelder. De gevoeligheid kan met parameters of met de afstandsbediening in 5 trappen worden aangepast. Vanaf een montagehoogte van 3,5 m moeten zich bij voorkeur de detectiebereiken van meerdere melders in de randzones overlappen. Het detectiebereik wordt met toenemende tem-peratuur minder.
De montageplaats wordt gebruikt als referentie voor het verlichtingsniveau. De lichtsterktemeting kan met de ruimte-correctiefactor op de ruimtelijke omstandigheden worden aangepast. 2 m2 mZ1 Z2Elke lichtmeetzone vormt op de vloer een rechthoek van ca. 2 x 4 m.
Afhankelijk van de gekozen detectiezone zijn de licht-metingen als volgt toegewezen:Keuze detectiezone Lichtkanaal LichtmeetzoneAlleen zone 1 Kanaal C1 - licht Zone 1Alleen zone 2 Kanaal C2 - Licht Zone 2zone 1 + zone 2 gezamenlijkKanaal C1 - licht Ø van zone 1 + zone 2Zone 1 / zone 2 gescheidenKanaal C1 - licht / kanaal C2 - lichtZone 1/Zone 2De lichtmeting wordt beïnvloed door rechtstreekse aanstra-ling. De plaatsing van staande lampen of verlaagde verlichting direct onder de melder moet worden vermeden. Constante lichtregelingDe melder moet zo worden geplaatst dat deze alleen kunst-matig licht detecteert dat hij zelf regelt. Kunstmatig licht dat door andere melders wordt geregeld of manueel geschakelde werkverlichting beïnvloeden de lichtsterktemeting van de melder. Direct kunstmatig licht op de melder moet worden vermeden.
46. MontageInbouwmontageBij de inbouwmontage van de aanwezigheidsmelder wordt een standaardinbouwdoos maat 1 gebruikt.PlafondinbouwVoor een vereenvoudigde plafondinbouw van de aanwezig-heidsmelder is een plafondinbouwdoos 73 A verkrijgbaar (zie accessoires). Deze dient tegelijkertijd als trekontlasting en aanraakbeveiliging. De inbouwdiameter is 72 mm (boordia-meter 73 mm).OpbouwmontageVoor de opbouwmontage is een opbouwraam 110A verkrijg-baar (zie accessoires).7. Inbedrijfstelling1. InstellingenAlle instellingen worden met behulp van de ETS uitgevoerd. Zie document «KNX-handboek thePassa» (applicatiebe-schrijving). Ter ondersteuning van de inbedrijfstelling zijn optioneel de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“, de serbiveafstandsbediening „theSenda P“ en de app-afstandsbediening „theSenda B“ (met app „theSenda Plug“) verkrijgbaar.
Met de „SendoPro 868-A“ en de „theSenda B“ (met app „theSenda Plug“) kunnen parameters worden opgevraagd, aangepast en geoptimaliseerd. Met de «the-Senda P» kunnen de parameters alleen worden aangepast. De afstandsbedieningen dienen dan als instelhulpmiddel. Met de afstandsbediening kunnen een aantal te wijzigen para-meters worden aangepast (zie hoofdstuk «Parameters via afstandsbediening»).Door stuuropdrachten via de afstandsbediening kan de reactie tijdens het bedrijf worden gewijzigd.2. ProgrammeermodusDe programmeermodus kan met de programmeertoets aan de achterkant van de aanwezigheidsmelder of zonder demontage van de aanwezigheidsmelder met behulp van de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“, de ins-tallatieafstandsbediening „theSenda P“ of de app-afstands-bediening „theSenda B“ (met app „theSenda Plug“) worden geactiveerd.
5 Toets programmeermodus Mechanische beveiligingsvergrendeling3. Apparaat in de toestand bij levering (fabrieks-instelling) zettenDe aanwezigheidsmelder wordt met een basisinstelling gele-verd. Deze basisinstelling kan worden hersteld. Activeren BeschrijvingPowerup De programmeertoets tijdens het bij-schakelen van de busspanning ingedrukt houden. 4. BedrijfstoestandDe thePassa P360 KNX kent 3 bedrijfstoestanden •Normaal •Test aanwezigheid •Test licht5. InschakelgedragNa het bijschakelen van de busspanning of downloaden van de parameters door de ETS doorloopt de melder eerst de opstartfase van 30 s, waarna hij overschakelt naar de normale bedrijfstoestand. Een LED geeft de huidige toestand weer. 1. Opstartfase (30 s) •De LED knippert elke seconde. •Schakelen: uitgangen licht zenden lichtsterkteonafhan-kelijk een AAN-telegram.
•Constante lichtregeling: regeling niet-actief, de ver-lichting wordt tot het maximum gedimd (waardetelegram max. regelwaarde). •Bij afwezigheid of voldoende lichtsterkte wordt na 30 s een UIT-telegram gezonden (licht UIT). 2. Bedrijfstoestand Normaal •De melder is gebruiksklaar (LED uit). 3. Bij storing •De LED knippert snel •Voor het verhelpen van storingen zie hoofdstuk «Verhel-pen van storingen»8.
Parameters via afstandsbedieningTer ondersteuning van de inbedrijfstelling en van service-werkzaamheden kunnen de volgende parameters met de afstandsbediening worden opgevraagd of gewijzigd:Parameter Beschrijving Opvraag-baar Sen-doPro/theSenda B (app)Wijzig-baar Sendo-Pro/theSenda B (app)Wijzig-baar theSenda PGewenste lichts-terkte C1Waardebereik in luxx x xAlternatieve gewenste lichts-terkte C1Waardebereik in luxx xGemeten lichtsterkte C1Luxmeter-lichtsterkte in luxxWerkelijke lichts-terkte C1Gemeten lichtsterkte in luxxGewenste lichts-terkte C2Waardebereik in luxx x xAlternatieve gewenste lichts-terkte C2Waardebereik in luxx xGemeten lichtsterkte C2Luxmeter-lichtsterkte in luxxWerkelijke lichts-terkte C2Gemeten lichtsterkte in luxxNalooptijd lichtWaardebe-reiken in seconden/minutenx xDetectiegevoeligheid (PIR)Waardebereik in trappenx x xMet de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ en met de app-afstandsbediening „theSenda B“ (met app „the-Senda Plug“) kunnen parameters worden opgevraagd doordat de waarden trapsgewijs naar de melder worden gezonden.
Is de gezonden waarde lager dan de ingestelde parameter, dan gaat de LED kort branden. Is de gezonden waarde gelijk aan of hoger dan de ingestelde parameter, dan knippert de LED 2 seconden. Bij een dergelijke aanpassing van de parameters worden de instellingen in de ETS niet gewijzigd. Te wijzigen parameters via afstandsbediening1. Aanpassing met de afstandsbedieningDe parameters worden met de managementafstandsbedie-ning „SendoPro 868-A“, de serviceafstandsbediening „the-Senda P“ of de app-afstandsbediening „theSenda B“ (met app „theSenda Plug“) via infrarood naar de aanwezigheidsmelder gezonden. Gewijzigde parameters worden direct door de melder overgenomen en toegepast. LED-beschrijvingFlikkeren gedurende 2 s Na het zenden van de nieuwe parameter via afstandsbedie-ning of app toont de aanwezigheidsmelder de juiste ont-vangst met een 2 s durend ikkeren.
6Controleer het gekozen meldertype en de gezonden parame-ter bij de managementafstandsbediening of app-afstandsbe-diening (app). 2. Lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichts-terkte kanaal C1, C2 lichtDe lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte bepaalt de minimaal gewenste lichtsterkte. De momenteel aanwezige lichtsterkte wordt onder de aanwezigheidsmelder gemeten. Is de aanwezige lichtsterkte lager dan de schakelwaarde / gewenste waarde, dan wordt het licht, voorzover aanwezig-heid wordt gedetecteerd, ingeschakeld (bij de bedrijfsmodus Volautomatisch). WaardebereikInstelbare waarden 'SendoPro 868-A' /'theSenda B' (app)10–3000 luxInstelbare waarden 'theSenda P'10, 15, 300, 500, 800 luxDeactivering van de lichtsterktemeting (lichtsterkteme-ting heeft geen invloed)De kanalen Licht schakelen alleen na aan- en afwezigheid.
'SendoPro 868-A'/ 'theSenda B' (app) Meting UIT'theSenda P'Toets 3. Alternatieve lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1, C2 lichtMet de alternatieve lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kan een tweede verschillende lichtsterkte-scha-kelwaarde / gewenste lichtsterkte worden gedenieerd. In combinatie met de lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1 en C2 Licht kan bijvoorbeeld een dag- en nachtmodus met twee verschillende lichtsterkteniveaus worden verkregen. De alternatieve lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte wordt via een busobject geactiveerd resp. omgeschakeld. Waardebereikvgl. 2. Lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste waarde kanaal C1, C2 licht4.
Gemeten lichtsterkte C1, C2De gemeten lichtsterkte bij het plafond wordt beïnvloed door de montageplaats, de lichtinval, de zonnestand, de weersom-standigheden, de reectie-eigenschappen van de ruimte en het meubilair. Om ervoor te zorgen dat de vereiste luxwaarde op het gewenste oppervlak kan worden aangehouden, is een vergelijking van de lichtsterktemetingen noodzakelijk.
Met het zenden van de gemeten lichtsterkte wordt op het betreffende lichtkanaal de ruimtecorrectiefactor automatisch aan de omstandigheden in de ruimte aangepast. De gemeten luxmeterwaarde onder de aanwezigheidsmel-der wordt via afstandsbediening naar de melder gezonden. Voor de vergelijking kan men kiezen uit twee methoden. 2,5 m2,5 mZ1 Z2theSenda B oder Luxmeter theSenda B of luxmeterRuimtecorrectiefactor = Lichtsterkte bij het plafond Lichtsterkte op de vloer L Let op het «KNX-hanbdboek thePassa» voor het kalibre-ren van de lichtmetingen resp. voor de instelling van de ruimtecorrectiefactor. Omgaan met managementafstandsbediening 'SendoPro 868-A' en luxmeter: Alle lampen tot het maximale vermogen dimmen. Indien mogelijk, de jaloezieën laten zakken.
▻ De luxmeter wordt op het werkvlak onder de sensor geplaatst en de gemeten luxwaarde wordt met de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ parameter ingevoerd. Let bij de luxmeting op de afstanden in de afbeelding. Alle metingen op de vloer uitvoeren. Alleen zone 1 gebruiken: luxmeter bij de lichtsterktemeting in zone 1 plaatsen (op ca. 2,5 m afstand van de melder). Alleen zone 2 gebruiken: luxmeter bij de lichtsterktemeting in zone 2 plaatsen (op ca. 2,5 m afstand van de melder). Zone 1 + 2 gebruiken: luxmeter in het midden plaatsen. Zone 1 + 2 gescheiden gebruiken: luxmeter voor C1 bij de lichtsterktemeting in zone 1 plaatsen. Voor C2 de luxmeter bij de lichtsterktemeting in zone 2 plaatsen. ▻ De ruimtecorrectiefactor wordt automatisch berekend. Toegestaan zijn waarden tussen 0,05 en 2,0.
Berekende of ingevoerde waarden buiten het toegestane gebied worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. ▻ De berekende ruimtecorrectiefactor wordt overgenomen. Omgaan met de app-afstandsbediening 'theSenda B' en de app 'theSenda Plug': Afstandsbediening 'theSenda B' verbinden met de bijbeho-rende app 'theSenda Plug'.
Het betreffende meldertype kiezen en de parameterset laden. Parameter selecteren. Met afstandsbediening theSenda B theSenda B volgens de tekening opstellen en enkele stap-pen van de meetplaats gaan staan, zodat de luxmeting niet wordt beïnvloed. op OK drukken. ▻ Een nieuw venster met de gemeten lichtsterkte ver-schijnt. Als men deze waarde wilt overnemen, op OK drukken. Belangrijk: zendtoets ( ) indrukken. Daarna is de lichts-terktemeting gecompenseerd.
7Met luxmeter Luxmeter volgens de tekening opstellen resp. uitlijnen en de luxwaarde aezen. In de app op „Invoer“ drukken. ▻ Een nieuw venster verschijnt. De luxwaarde invoeren en op OK drukken. ▻ De gemeten lichtsterkte verschijnt op de display. Belangrijk: zendtoets ( ) indrukken. Daarna is de licht- sterktemeting gecompenseerd. ▻ De ruimtecorrectiefactor wordt automatisch berekend. Toegestaan zijn waarden tussen 0,05 en 2,0. Berekende of ingevoerde waarden buiten het toegestane gebied worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. ▻ De berekende ruimtecorrectiefactor wordt overgenomen. Ter controle kan de ruimtecorrectiefactor via object 8 voor kanaal C1 en via object 19 voor kanaal C2 worden opgevraagd. De ruimtecorrectiefactor kan direct alleen met de ETS worden gewijzigd. De standaardwaarde is 0,3 en is geschikt voor de meeste toepassingen.
Veranderingen zijn alleen in sterk afwijkende situaties zinvol. 5. Nalooptijd lichtWaardebereikInstelbare waarden 'SendoPro 868-A' /'theSenda B' (app)30 s – 60 minInstelbare waarden 'theSenda P'30 s, 60 s, 2 min, 10 min, 20 min, 60 min6. DetectiegevoeligheidDe melder heeft 5 gevoeligheidsniveaus. De basisinstelling is het middelste niveau (3). Met de managementafstands-bediening 'SendoPro 868-A' en de app-afstandsbediening 'theSenda B' (met app 'theSenda Plug') kunnen de niveaus 1-5 worden geselecteerd en naar de melder worden gezon-den. Met de installatieafstandsbediening 'theSenda P' kan de gevoeligheid bij elke druk op de knop met één niveau worden verlaagd of verhoogd. Niveau Gevoeligheid1 Zeer ongevoelig2 Ongevoelig3 Standaard4 Gevoelig5 Zeer gevoeligDoor de selectie van de bedrijfsmodus Testaanwezigheid wordt het ingestelde gevoeligheidsniveau niet gewijzigd. 9.
Besturingsopdrachten via afstandsbedieningDe volgende besturingsopdrachten kunnen met de afstands-bediening worden geactiveerd:Besturingsop-drachtBeschrijving Activeerbaar SendoPro / the-Senda B (app)Activeer-baar the-Senda PProgrammeer-modusActiveren van de programmeermodusx xInleren kanaal C1 Inleren van de gewenste lichtsterktex xInleren kanaal C2Inleren van de gewenste lichtsterktex xInleren kanaal C1 + C2Inleren van de gewenste lichtsterktex xMaster/Slave opvraagMaster / Slave xVerlichting schakelenAlle lichtgroepen kunnen worden in- en uitgeschakeld. x xTest aanwezigheid Aan / Uit x xTest licht Aan / Uit xHerstartMelder opnieuw startenx xInlerenDe momenteel gemeten lichtsterkte wordt als gewenste lichtsterkte overgenomen. De momenteel actieve gewenste lichtsterkte wordt overgenomen.
Dit betekent dat, als op de alternatieve gewenste lichtsterkte wordt omgeschakeld, door de inleeropdracht de momenteel gemeten lichtsterkte (lux) in de alternatieve gewenste lichtsterkte wordt overgenomen. Waarden buiten het toegestane bereik worden automatisch op de betreffende grenswaarde gezet. TestmodusDe thePassa P360 KNX beschikt over twee testmodi. •Test aanwezigheid •Test licht1. Test aanwezigheidDe test aanwezigheid dient ter controle van het detectiebereik en de parallelschakeling. Activeren Besturingsopdracht Test aanwezigheid „Aan“ met de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ of de app-afstandsbediening „theSenda B“ (met app „theSenda Plug“). Bij de installatieafstandsbediening „theSenda P“ met de toets. AAN-telegram via busobject (51). De testmodus aanwezigheid kan altijd worden geactiveerd.
8Weergaven van de LED toestand kanalenBeschrijvingAAN Bij beweging is de LED aan en de kanalen C1, C2worden ingeschakeld. UIT Na aoop van de beweging is de LED uit en de kanalen C1, C2 schakelen na ca. 10 s. Testgedrag •Lichtsterktemeting gedeactiveerd, lichtuitgang reageert niet op lichtsterkte •De melder reageert zoals in de bedieningswijze Volauto-matisch, ook als Halfautomatisch is ingesteld. •Het besturingstype verandert in schakelen als het bestu-ringstype op constante lichtregeling is ingesteld. Het licht wordt niet geregeld. •Licht «AAN» bij beweging; Licht «UIT» bij afwezigheid •De kanalen C1 en C2 licht hebben een vaste nalooptijd van 10 s. •De kanalen aanwezigheid reageren net zoals in de nor-male bedrijfsmodus.
Opdrachten en veranderbare parametersIn de testmodus Aanwezigheid zijn met de managementaf-standsbediening „SendoPro 868-A“ en de app-afstandsbe-diening „theSenda B“ (met app „theSenda Plug“) de volgende opdrachten mogelijk: •Beëindigen van de test aanwezigheid •Activeren van de test licht •Detectiegevoeligheid wijzigenDe gekozen detectiegevoeligheid (1. 5) wordt bij het active-ren van de test aanwezigheid niet gewijzigd. Tijdens de test kan de gevoeligheid worden aangepast. Na aoop van de testmodus wordt de aanwezigheidsmelder opnieuw gestart. 2. Test licht De test licht dient ter controle van de lichtsterkte-schakel-waarde / gewenste lichtsterkte. Activeren Besturingsopdracht Test aanwezigheid „Aan“ met de managementafstandsbediening „SendoPro 868-A“ of de app-afstandsbediening „theSenda B“ (met app „theSenda Plug“).
UIT-telegram via busobject (52)Uitval van de netspanning en daardoor PowerupAutomatisch na de in de ETS ingestelde tijdZonder herstart:Activeren van test licht met de managementafstands-bediening „SendoPro 868-A“, de app-afstandsbediening „theSenda B“ (met app „theSenda Plug“) of de installatieaf-standsbediening „theSenda P“ met de toets «Test». Weergave van de LEDBeschrijvingKnipperen, 5 s uit0,3 s AanDe LED knippert zolang de test licht actief is. TestgedragDe aanwezigheidsmelder gedraagt zich voor 100% identiek als in de normale bedieningsmodus, alleen de reactie op lichter/donkerder is sneller. Daardoor kan de lichtsterkted-rempel en ook het adaptieve gedrag worden gecontroleerd. Daarnaast reageert de regeling sneller. Alle geselecteerde functies en parameters blijven ongewijzigd.
Opdrachten en veranderbare parametersIn de testmodus Licht zijn met de managementafstandsbe-diening „SendoPro 868-A“ en de app-afstandsbediening „the-Senda B“ (met app „theSenda Plug“) de volgende opdrachten mogelijk: •Beëindigen van de test licht •Lichtsterkte-schakelwaarde / gewenste lichtsterkte kanaal C1 en C2 licht wijzigen •Activeren van de test aanwezigheid Na aoop van de testmodus wordt de aanwezigheidsmelder opnieuw gestart. De aanwezigheidsmelder niet met een zaklamp laten schakelen. De aanwezigheidsmelder zal dit inleren en daardoor de adaptieve lichtschakeldrempels en hystere-siswaarden vervalsen. Om het gedrag te simuleren, wordt idealiter het bereik onder de aanwezigheidsmelder verlicht of worden de jaloezieën bediend. Voor een nieuwe poging test licht nogmaals activeren. Verhelpen van storingenStoring OorzaakLicht wordt niet inge-schakeld resp.
licht wordt uitgeschakeld bij aanwezigheid en duisternisLuxwaarde te laag ingesteld; melder op halfau-tomatisch ingesteld; licht werd handmatig met de toets of met afstandsbediening uitgeschakeld; geen persoon in het detectiebereik; obstakel(s) storen de detectie; nalooptijd te kort ingesteld. Licht brandt bij aan-wezigheid ondanks voldoende lichtsterkte Luxwaarde te hoog ingesteld; licht werd kort daarvoor manueel met de toets of met afstands-bediening ingeschakeld (30 min. wachten in de schakelmodus); melder in testmodus. Verlichting wordt niet uitgeschakeld resp. verlichting wordt spontaan ingescha-keld bij afwezigheid Nalooptijd afwachten (zelerend); thermische storingsbronnen in het detectiebereik: hetelucht-verwarmers, gloeilamp/halogeenstraler, zich bewegende objecten (bijv. gordijnen bij open ramen).
Storingsknipperen (3 x per seconde)Fout bij zelftest; Ongeldige parameterwaarden in de melder aanwezig (zie KNX-handboek thePassa, hoofdstuk Parameterinstellingen bij download). Apparaat is defect. Weergave van de LEDLED BeschrijvingKnipperen elke secondeDe aanwezigheidsmelder bevindt zich in de opstartfase. Flikkeren gedu-rende 2 sHet via infrarood door de afstandsbediening gezon-den commando werd door de aanwezigheidsmelder geaccepteerd. Kort branden Het via infrarood door de afstandsbediening gezonden commando werd door de aanwezigheidsmelder afge-wezen. De opdracht is niet geldig. Gekozen meldertype of parameter op de SendoPro of in de app controleren. Storingsknippe-ren (3x s)Storingsknipperen; de aanwezigheidsmelder heeft een fout vastgesteld. Knipperen, 5 s uit0,3 s AanDe aanwezigheidsmelder bevindt zich in de testmodus licht.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Theben thePassa P360 KNX UP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden