Miele KDN 9713 ID Handleiding

Miele Koelkast KDN 9713 ID

Bekijk gratis de handleiding van Miele KDN 9713 ID (48 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen. Heb je een vraag over Miele KDN 9713 ID of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
Gebruiks-enmontage-aanwijzing
voordekoel-vriescombinatie
metNoFrost-systeem
KDN9713iD
KDN9713i-1
Leesbeslistdegebruiksaanwijzing
voordatuuwapparaatplaatst,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfenuvoorkomt
onnodigeschadeaanuwapparaat.
M.-Nr.09040900
nl-NL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: KDN 9713 ID
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Breedte: 560 mm
Diepte: 550 mm
Hoogte: 1772 mm
Netbelasting: 136 W
Geluidsniveau: 40 dB
Jaarlijks energieverbruik: 335.8 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A
Nettocapaciteit vriezer: 62 l
Vriescapaciteit: 6 kg/24u
Ontdooifunctie: Ja
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Geschikt voor paneelaanpassing: Nee
Nettocapaciteit koelkast: 200 l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Aantal planken koelkast: 5
Bewaartijd bij stroomuitval: 24 uur
Snelvriesfunctie: Ja
Aantal planken vriezer: 3
Eierenrekje: Ja
No Frost system: Ja
Totale brutocapaciteit: - l
Ingebouwde vriezer: Ja

Handleiding Miele KDN 9713 ID – volledige tekst

Beschrijving van het apparaat. 4Bij te bestellen accessoire. 5Flesplateau. 5Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Het besparen van energie. 12Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie. 13Bij langere afwezigheid. 14De juiste temperatuur. 15. indekoelzone. 15. indediepvrieszone. 15Het instellen van de temperatuur. 16Temperatuuraanduiding. 16Controlelampje diepvrieszone. 16Zoemer. 17Temperatuuralarm. 17Deuralarm. 17Hoe kunnen wij het waarschuwingssysteem inschakelen. 17Het voortijdig uitschakelen van de zoemer. 17De functie "Superfrost". 18Het gebruik van de superfrost. 18Het inschakelen van de superfrost. 18Het uitschakelen van de superfrost. 18Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen. 19Gedeelten met verschillende temperaturen. 19Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen.

Het invriezen en bewaren van levensmiddelen. 23Maximale vriescapaciteit. 23Het bewaren van diepvriesproducten. 23Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen. 23Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 24Waar u daarbij op moet letten. 24Het verpakken. 24Vóórdat u de verse levensmiddelen in het apparaat legt. 25Het inruimen. 25Grote stukken vlees. 25Het ontdooien van ingevroren producten. 26Het bereiden van ijsblokjes. 26Het snelkoelen van dranken. 26Diepvriesplateau. 27Het gebruik van de koude-accu. 27Het automatisch ontdooien van het apparaat. 28Koelzone. 28Diepvrieszone. 28Het reinigen van de koel-vriescombinatie. 29Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren. 29Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 30Het reinigen van de deurdichting. 30Nuttige tips. 31Geluiden en de oorzaken ervan. 34Afdeling Klantcontacten / Garantie.

35Elektrische aansluiting. 36Montage-instructies. 37Plaats van opstelling. 37Klimaatklasse. 37Luchttoevoer en luchtafvoer. 37Voordat u het apparaat inbouwt. 38Inbouwmaten. 39Het veranderen van de draairichting van de deuren. 40Het inbouwen van het apparaat. 41Inbouw in een scheidingswand. 41Inhoud3.

a Toets voor het uitschakelen van dezoemer met controlelampjeb Controlelampje van de diepvrieszonec Temperatuuraanduiding van dekoelzonea Ventilatorb Boter- en kaasvakc Plateausd Deurvak voor eierene Binnenverlichtingf Deurvakg Gootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwaterh Groente- en fruitvakkeni Deurvak voor flessenj Diepvriesladend Superfrost - toets met controlelampjee Aan/Uit - schakelaar en temperatuur-regelaarBeschrijving van het apparaat4

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.

Deze koel-vriescombinatie voldoetaan de voorgeschreven veiligheids-maatregelen.Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.Efficiënt gebruik~Deze koel-vriescombinatie is uitslui-tend bestemd voor huishoudelijk of ver-gelijkbaar gebruik.~Gebruik deze koel-vriescombinatieuitsluitend voor het koelen en bewarenvan levensmiddelen, voor het bewarenvan diepvriesproducten, voor het invrie-zen en bewaren van verse levensmid-delen en voor het bereiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.~Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan de koel-vriescombinatie niet instaat zijn om het apparaat veilig te be-dienen, mogen het alleen gebruiken alsze onder toezicht staan van of wordengeïnstrueerd door een verantwoordelijkpersoon.Wanneer er kinderen in huiszijn~Kinderen mogen het apparaat alleendan zonder toezicht gebruiken, wan-neer ze weten hoe het werkt en watvoor gevaar zij lopen wanneer ze hetapparaat fout bedienen.~Wanneer er kinderen in de buurt vanhet apparaat zijn, houd ze dan goed inde gaten.

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaar be-schadigd is. Een beschadigde koel-vriescombinatiemag niet worden geplaatst en niet ingebruik genomen. ~Deze koel-vriescombinatie bevat hetkoelmiddel isobutaan (R600a). Dit iseen natuurlijk gas dat het milieu weinigbelast, maar wel brandbaar is. Het gasis niet schadelijk voor de ozonlaag enversterkt het broeikaseffect niet, maarhet gebruik van dit koelmiddel heeft erwel toe geleid dat het apparaat meerlawaai maakt wanneer het aanstaat. Be-halve de geluiden van de compressorkunnen er dan in het hele koelsysteemstromingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat. Let er bij het transport en bij de plaat-sing van de koel-vriescombinatie opdat er geen onderdelen van het koel-systeem worden beschadigd.

Vrijko-mend koelmiddel kan oogletsel veroor-zaken. Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:–vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,–trek de stekker uit het stopcontact,–lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minutenlang door–en neem contact op met de afdelingKlantcontacten. ~Hoe meer koelmiddel een koel-vries-combinatie bevat, des te groter moethet vertrek zijn waarin dit apparaatwordt opgesteld. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel--vriescombinatie bevat staat op het ty-peplaatje aan de binnenkant van hetapparaat. ~Vergelijk vóórdat u de koel-vries-combinatie aansluit de aansluitgege-vens (zekering, spanning en frequentie)op het typeplaatje met die van het elek-triciteitsnet.

~De elektrische veiligheid van dekoel-vriescombinatie is uitsluitend ge-garandeerd als deze wordt aangeslo-ten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende veiligheidsbepalin-gen is geïnstalleerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw inspecteren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv. een elektri-sche schok). ~Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet de kabel door erkendevakmensen worden vervangen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

~Een veilig gebruik van de koel-vries-combinatie is alleen dan gegaran-deerd, wanneer het apparaat wordt ge-monteerd en aangesloten volgens deinstructies die in de gebruiksaanwijzingstaan. ~Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot ofin een camper) moet worden geplaatst,mag het uitsluitend door een vakman /vakvrouw worden ingebouwd en aan-gesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden vooreen veilig gebruik worden voldaan. ~Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mogenalleen door erkende vakmensen wor-den uitgevoerd. Gebeurt dat niet, dan kan de gebruikerrisico's lopen waarvoor de fabrikant nietaansprakelijk is.

~Er staat alleen dan geen elektrischespanning op de koel-vriescombinatieals aan één van de volgende voorwaar-den is voldaan:–als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,–of als de stekker uit het stopcontactis getrokken. Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel. ~De koel-vriescombinatie mag nietvia een verlengsnoer op het elektrici-teitsnet worden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet worden ge-waarborgd in verband met het gevaarvoor oververhitting. Gebruik~Raak ingevroren levensmiddelenniet met natte handen aan. Doet u dat wel, dan zouden uw handenvast kunnen vriezen en zou u zich kun-nen verwonden. ~Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat u ze uitde diepvrieszone heeft gehaald.

Door de zeer lage temperatuur vandeze producten zouden uw lippen entong kunnen vastvriezen en zou u zichkunnen verwonden. ~Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snelmogelijk omdat ze anders aan voe-dingswaarde verliezen en bederven. Ontdooide levensmiddelen die al ge-kookt en gebraden zijn kunnen wel op-nieuw worden ingevroren. ~Bewaar geen stoffen in de koel-vriescombinatie die drijfgassen of an-dere verstuivingsmiddelen bevatten.

Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. ~Gebruik geen elektrische apparatenin deze koel-vriescombinatie, bijv. voorhet maken van ijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex-plosie. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9.

~Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en altijdgoed gesloten in de koel-vriescombina-tie in verband met explosiegevaar. ~Bewaar geen blikjes en flessen in dediepvrieszone die koolzuurhoudendedranken bevatten of vloeistoffen diekunnen bevriezen. De blikjes en flessen kunnen in dat ge-val uit elkaar springen, u zou zich kun-nen verwonden en er zou schade kun-nen ontstaan. ~Haal flessen die u in de diepvrieszo-ne hebt gelegd om snel te koelen er namaximaal één uur weer uit. Doet u dat niet, dan kunnen ze uit el-kaar springen, zou u zich kunnen ver-wonden en zou er schade kunnen ont-staan. ~Wanneer u levensmiddelen eet diete lang zijn bewaard, loopt u het risicovoedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factorenaf, zoals de versheid en kwaliteit van delevensmiddelen en de temperatuurwaarop ze worden bewaard.

Neem de bewaartips van de levensmid-delenfabrikanten in acht en houd in degaten tot welke datum de levensmid-delen uiterlijk houdbaar zijn. ~Gebruik geen scherpe voorwerpenom–rijp- en ijslagen te verwijderen–en vastgevroren ijsbakjes en/ofvastgevroren levensmiddelen los tewrikken. Doet u dat wel, dan beschadigt u devriesplaten en functioneert de koel-vriescombinatie niet meer. ~Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappara-ten of kaarsen in de koel-vriescombina-tie. Doet u dat wel, dan raakt het kunststofbeschadigd. ~Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Dezekunnen explosieve gassen vormen, zekunnen oplosmiddelen of drijfgassenbevatten die het kunststof beschadigenof ze kunnen schadelijk zijn voor de ge-zondheid. ~Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Doet u dat wel, dan worden de deur-dichtingen in de loop van de tijd po-reus.

~Sluit de luchttoevoeropening in desokkel en de luchtafvoeropening bovenin de kastombouw niet af. Wanneer deze roosters geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koel-vriescombinatie kunnen be-schadigen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10.

~De koel-vriescombinatie is gecon-strueerd voor een bepaalde klimaat-klasse. Een klimaatklasse is een kamer-temperatuurbereik waarbinnen de tem-peratuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag liggen.De klimaatklasse van uw koel-vriescom-binatie staat aangegeven op het type-plaatje aan de binnenkant van uw ap-paraat.Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat de koel-vriescombinatie voorlangere tijd afslaat zodat het apparaatde vereiste temperatuur niet kan aan-houden.~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van de koel-vriescombinatie nooiteen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroorza-ken.Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdankt~Maak het slot onbruikbaar, zodatkinderen niet in het apparaat ingeslotenkunnen raken en in levensgevaar ko-men.~Beschadig geen delen van het koel-systeem, bijv.

door–koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;–buisleidingen om te buigen;–beschermende lagen af te krabben.Als er koelmiddel uit spuit kan dat oog-letsel veroorzaken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaats van het apparaat In geventileerde ruimtes In gesloten, niet geventileerderuimtesBlootgesteld aan zonnestralen Niet blootgesteld aan zonnestralenNiet naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Naast een warmtebron (verwarming,fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hoge omgevingstemperatuurVentilatie-openingen niet blokkerenen regelmatig stofvrij makenTemperatuurinstellingin standenBij een instelling van èèn van demiddelste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager detemperatuur, des te hoger het ener-gieverbruikTemperatuurinstellingin gradenDigitale weergaveOpslagzone: 8 tot 12 °CBij apparaten met winterschakeling:schakel deze bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C of 18 °C uit.Koelzone: 4 tot 5 °CPerfectFresh-zone: ca.

0 °CDiepvrieszone: -18 °CWijnopslagzone: 10 tot 12 °CDagelijks gebruik Plaatsing van de plateaus en vak-ken zoals bij leveringOpen de deur alleen indien nodigen zo kort mogelijk.Deur vaak en lang openen betekentkoudeverliesLeg de levensmiddelen bij het inrui-men meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan blijft dedeur te lang openstaan.Laat warme levensmiddelen eerstbuiten het apparaat afkoelen.Warme levensmiddelen laten demotor langer werken voor de ver-eiste temperatuur.Leg de levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemt dekoelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Belaad de vakken niet te vol zodatde lucht kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wan-neer er een ijslaag van 0,5 cm in zit.Een ijslaag bemoeilijkt het invriezenen bewaren van producten en daar-door stijgt het energieverbruik.Het besparen van energie12

Voor het eerste gebruikLaat het apparaat na transport eenhalf uur tot één uur staan voordat uhet aansluit.Dat is zeer belangrijk voor een goe-de werking van de koel-vriescombi-natie.Beschermende folieDe roestvrijstalen lijsten aan de deur-vakken en de plateaus zijn voorzien vaneen folie die dient ter bescherming vanhet apparaat tijdens het transport.^ Trek de beschermfolie van de roest-vrijstalen lijsten af.Reiniging en onderhoudReinig de binnenkant van de koelkasten de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm water meteen beetje reinigingsmiddel.Wrijf daarna alles met een doek droog.Het inschakelen van het appa-raat^Draai de Aan/Uit - schakelaar meteen muntje vanuit stand "0" naarrechts.Draai de schakelaar niet verder danhet punt waarop u weerstand voelt.Draait u verder, dan raakt hij be-schadigd.De temperatuuraanduiding van de koel-zone licht op.Wanneer de deur van de koelzonewordt geopend, gaat de binnenverlich-ting aan.Het controlelampje van de diepvrieszo-ne brandt constant.Het controlelampje van de toets voorhet uitschakelen van de zoemer gaatbranden.Het gaat uit zodra het in de diepvries-zone koud genoeg is.Het apparaat begint te koelen.Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in het apparaat legt kunt u hetapparaat het beste een paar uur latenvoorkoelen.Koude-accu^Leg de koude-accu in de bovenstediepvrieslade.Na ca.

Het uitschakelen van het appa-raat^Draai de Aan/Uit - schakelaar meteen muntje terug op stand "0".Het apparaat houdt op met koelen.De binnenverlichting gaat uit.Bij langere afwezigheidWanneer u de koel-vriescombinatielangere tijd niet gebruikt, doe dan hetvolgende.^Schakel het apparaat uit.^ Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.^ Reinig het apparaat.^ Laat de deuren van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie14

Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langzamerde micro-organismen groeien en des telanger het duurt voordat de levensmid-delen bederven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.De temperatuur in de koel-vriescombi-natie wordt hoger, naarmate– de deuren van het apparaat vakerworden geopend en de deurenlanger geopend blijven;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;–de omgevingstemperatuur hoger is.De koel-vriescombinatie is gecon-strueerd voor een bepaalde klimaat-klasse.

Een klimaatklasse is een tem-peratuurbereik, waarbinnen de ka-mertemperatuur zich moet bewegenen waar deze niet boven of ondermag liggen....indekoelzoneVoor de koelzone adviseren wij eenkoeltemperatuur van 5 °C....indediepvrieszoneStel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, een tem-peratuur in van -18 °C. Bij deze tempe-ratuur wordt de groei van micro-orga-nismen voor het grootste gedeelte ge-stopt.Zodra de temperatuur boven de-10 °C stijgt begint het bederf door demicro-organismen en zijn de levens-middelen minder lang houdbaar. Daar-om mogen geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen pas weer wor-den ingevroren wanneer ze eerst ver-werkt zijn, d.w.z. eerst gekookt ofgebraden zijn. Door de hoge tempera-turen worden de meeste micro-organis-men gedood.De juiste temperatuur15

Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur voor de koelzone kuntu met de temperatuurregelaar instellen.Hoe hoger resp. lager de temperatuurin de koelzone is, des te hoger resp. la-ger is de temperatuur in de diepvries-zone.^ Draai de temperatuurregelaar meteen muntje vanuit stand "0" naarrechts.Hoe verder u draait, des te lager detemperatuur in het apparaat.De ingestelde temperatuur verschijntknipperend in het temperatuuraandui-ding.Draai de temperatuurregelaar nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder dan raakt de re-gelaar beschadigd.TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding op hetbedieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.Wanneer u wilt dat het apparaat op eentemperatuur van 5°C koelt,^draai de temperatuurregelaar danvanuit stand "0" zo ver naar rechtstotdat de 5 op het paneel gaatbranden.Binnen het aangegeven temperatuur-bereik (bijv.

tussen de 5°C en 3°C) kaneen iets lagere temperatuur worden in-gesteld.^ Draai de temperatuurregelaar bijv.vanuit stand 5°C langzaam naarrechts totdat in de temperatuuraan-duiding kort "5" gaat knipperen.De lagere temperatuur wordt in de tem-peratuuraanduiding overgenomen.Wanneer er producten in de diepvries-zone zitten die lange tijd moeten wor-den bewaard, adviseren wij een tempe-ratuur van 3°C tot 5°C.Deze temperatuur is ook aan te bevelenwanneer de deuren van het apparaatvaak worden geopend, grote hoeveel-heden levensmiddelen in het apparaatworden gelegd of wanneer de omge-vingstemperatuur hoog is.Controlelampje diepvrieszoneDit lampje geeft aan dat de diepvries-zone in gebruik is.De juiste temperatuur16

Dit apparaat is uitgerust met een waar-schuwingssysteem.Daarmee wordt voorkomen dat er te-veel energie wordt gebruikt.Er zijn twee soorten alarm.TemperatuuralarmDit alarm geeft een akoestisch en op-tisch signaal.Wanneer de temperatuur in de diep-vrieszone te veel stijgt, gaat er een zoe-mer.Gelijktijdig gaat het controlelampje vande toets voor het uitschakelen van dezoemer knipperen.Of het apparaat een temperatuur tehoog vindt is afhankelijk van de inge-stelde temperatuur.De temperatuur stijgt teveel wanneer:– u producten in de diepvrieszone her-sorteert of eruit haalt en er daarbij teveel warme lucht in de ruimtestroomt;–u een vrij grote hoeveelheid levens-middelen invriest;–de stroom een tijd uitgevallen is ge-weest.Controleer dan of de levensmiddelengeheel of gedeeltelijk zijn ontdooid.Is dat het geval, verwerk deze levens-middelen dan door ze te koken of tebraden, alvorens ze opnieuw in te vrie-zen.DeuralarmDe zoemer gaat ook wanneer de deurvan de diepvrieszone langer dan ca.60 seconden openstaat.Hoe kunnen wij het waarschu-wingssysteem inschakelen?Het systeem is automatisch klaar voorgebruik en hoeft niet te worden inge-schakeld.Het voortijdig uitschakelen vande zoemerZodra de alarmtoestand verholpen is,houdt de zoemer op en gaat het contro-lelampje uit.Wanneer de zoemtoon u hindert, dankunt u deze voortijdig uitschakelen.^ Druk op de toets voor het uitschake-len van de zoemer.De zoemer houdt op.Het controlelampje van de zoemer blijftbranden en gaat pas uit, wanneer dealarmtoestand voorbij is.Vanaf dat moment is het waarschu-wingssysteem weer klaar voor gebruik.Zoemer17

Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Met behulp van de functie "Superfrost"kunt u verse levensmiddelen optimaalinvriezen.De superfrost moet u al vóór het invrie-zen van verse levensmiddelen inscha-kelen.Schakel de superfrost in 6 uur voordatu de in te vriezen levensmiddelen in dediepvrieszone legt.Wilt u gebruik maken van de maximalevriescapaciteit, schakel de superfrostdan 24 uur van te voren in.De superfrost schakelt u dus niet in:– wanneer u reeds ingevroren levens-middelen in de diepvrieszone legt;– wanneer u dagelijks slechts max.2 kg verse levensmiddelen in dediepvrieszone legt.Het inschakelen van de superfrost^Druk op de Superfrost - toets.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.De temperatuur in het apparaat daalten de koelcapaciteit van het apparaatis maximaal.Het uitschakelen van de superfrostDe superfrost wordt automatisch na 65uur uitgeschakeld.Om energie te besparen kunt u de su-perfrost zelf uitschakelen, zodra in dediepvrieszone een constante tempera-tuur van minstens -18°C is bereikt.Controleer de temperatuur in het appa-raat.^Druk op de Superfrost - toets.Het controlelampje van deze toets gaatuit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie "Superfrost"18

Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen.Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groente- enfruitvakken.Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:– vis, vlees, gevogelte;– worst, kant-en-klaar-gerechten;– levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;–alle soorten deeg;–melkproducten;–in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C.Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur.Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest.Bewaar geen producten in het ap-paraat die drijfgassen of andere ex-plosieve middelen bevatten.Dit in verband met explosiegevaar.Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar.Wanneer er in het apparaat vet- ofoliehoudende levensmiddelen zijnopgeslagen, zorg er dan voor dateventueel vrijkomend vet of olie nietmet de kunststof onderdelen van hetapparaat in aanraking komt.Vet en olie kunnen scheuren in hetkunststof veroorzaken.Zet de producten niet tegen de ach-terwand om te voorkomen dat ze er-aan vastvriezen.Leg de producten niet te dicht op el-kaar, zodat de lucht goed kan circu-leren.Dek de ventilator aan de achterkantniet af; deze is belangrijk voor dekoelcapaciteit.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen19

Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.Hiertoe behoren:–Koudegevoelig fruit en koudegevoe-lige groenten zoals bananen, avoca-do's, papaja's, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten enkomkommers–Fruit dat nog niet rijp is–Aardappels– Parmezaanse kaasWaar u bij het kopen van le-vensmiddelen al op moetlettenLevensmiddelen blijven langer be-waard naarmate ze verser zijn op hetmoment dat ze in de koelzone wordengelegd. De versheid is bepalend voorde bewaartijd.Het is daarom belangrijk dat de tijd tus-sen het kopen en het inruimen van le-vensmiddelen zo kort mogelijk is. Laatze daarom niet te lang in een warmeauto liggen.

Te-vens voorkomt u dat de levensmiddelenuitdrogen en dat mogelijk aanwezigebacteriën zich verspreiden.Wanneer u de juiste temperatuur instelten de koelzone regelmatig reinigt ver-meerderen bacteriën zoals salmonella'szich minder snel.Groenten en fruitGroenten en fruit kunnen echter onver-pakt in de groente- en fruitladen wor-den bewaard.Let er echter op dat niet alle groente-en fruitsoorten samen in één lade kun-nen worden bewaard.In de eerste plaats kunnen smaak engeur worden overgedragen (zo nemenwortels snel de smaak en geur van uienaan) en in de tweede plaats zijn er le-vensmiddelen die een natuurlijk gas(ethyleen) afscheiden, waar andere le-vensmiddelen heel gevoelig op reage-ren en daardoor veel sneller bederven.–Voorbeelden van groenten en fruitdie veel natuurlijke gassen af-scheiden:Bonen, appels, abrikozen, peren,nectarines, perziken, pruimen,avocado's, vijgen, bosbessen enmeloenen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen20

Daarmee voorkomt u dat ermicrobiologische veranderingen optre-den en er ziektekiemen ontstaan.Eiwitrijke levensmiddelenHoe meer eiwit levensmiddelen bevat-ten, des te sneller bederven ze.Dat betekent dat schaaldieren snellerbederven dan vis en dat vis weer snel-ler bederft dan vlees.VleesBewaar vlees onverpakt.Is het vlees verpakt of zit het in eenbakje, open dan verpakking of bakje.Het oppervlak van het vlees wordt dansneller droog, de kans dat zich ziekte-kiemen vormen wordt dan kleiner enhet vlees is dan langer houdbaar.Er zijn bepaalde vleessoorten die nietonverpakt bij elkaar kunnen worden be-waard. Gebeurt dat wel dan dragen devleessoorten ziektekiemen over en be-derft het vlees eerder dan nodig is.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen21

PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Til het plateau iets op.^Trek het iets naar voren.^Til het met de uitsparing over deplateauribben heen.^Verplaats het naar boven of naar be-neden.De opstaande rand die aan de achter-kant zit moet naar boven wijzen, zodatde levensmiddelen niet met de achter-wand in aanraking kunnen komen eneraan vastvriezen.Met stopjes wordt voorkomen dat deplateaus er per ongeluk uit worden ge-trokken.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een glasplateau dat uit tweedelen bestaat.^Druk het achterste gedeelte van on-deren iets omhoog.^Til tegelijk het voorste gedeelte ietsop en schuif het onder het achterstegedeelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Wanneer u de twee gedeelten wilt ver-plaatsen, doe dan het volgende.^Haal ze uit het apparaat.^Plaats de beide plateauhouders aanweerszijden op de gewenste hoogteop de plateauribben.^Schuif eerst het gedeelte met de op-staande rand op de houders en deribben, daarna het andere gedeelte.Deurvakken^ Schuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.^ Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.Het indelen van de binnenruimte22

Maximale vriescapaciteitLevensmiddelen kunnen het best zosnel mogelijk tot in de kern worden in-gevroren. Daarvoor is het noodzakelijkdat de maximale vriescapaciteit nietwordt overschreden. De maximale vriescapaciteit binnen 24uur vindt u op het typeplaatje "Vriesca-paciteit. kg/24 h". Dit vermogen is berekend volgens denorm DIN EN ISO 15502. Het bewaren van diepvriespro-ducten^ Wilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:– de verpakking op eventuele bescha-digingen;– de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Komt deze boven de -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur -18 °C is. ^Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas.

^Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in de diepvrieszone. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen. Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden. Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaan krimpen. Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vocht dateerder vrijkwam in de cellen terug. Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen. Dat zietu aan de grote waterplas die zich omde levensmiddelen vormt wanneerdeze ontdooien.

Wanneer de levensmiddelen ontdooienkan de kleine hoeveelheid vocht dievrijgekomen is naar de cellen terugke-ren. Dat betekent dat de levensmid-delen weinig vocht verliezen. Er vormtzich slechts een kleine waterplas om delevensmiddelen wanneer deze ontdooi-en. Het invriezen en bewaren van levensmiddelen23.

Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. – Niet geschikt om in te vriezen zijn:druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren. Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.

–Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enkan aanmerkelijk langer worden be-waard. –Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aanelkaar vastvriezen. –Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente vóór hetinvriezen niet. Kruid en zout reeds bereide ge-rechten voor het invriezen slechtslicht. Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten. –Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet, dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is. Het verpakken^ Vries de levensmiddelen per portiein.

Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjeOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking. ^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband. Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een sealap-paraat afsluiten.

Vóórdat u de verse levensmiddelenin het apparaat legt^Wanneer u meer dan 2 kg verse le-vensmiddelen heeft, schakel dan eentijdje vóórdat u deze in het apparaatlegt de functie "Superfrost" in.Zie hoofdstuk: "De functie "Super-frost"".De producten die al zijn ingevroren krij-gen zo een koudereserve.Het inruimenDe levensmiddelen kunnen overal in dediepvrieszone worden ingevroren.U kunt ook de diepvriesladen uit hetapparaat halen en de producten directop de glasplaten leggen. Doe dat inieder geval met grotere hoeveelheden.Op de glasplaten worden de levens-middelen heel snel ingevroren zonderdat dat ten koste gaat van de kwaliteit.Haal daarvoor de twee bovenste diep-vriesladen uit het apparaat.Wanneer u de bovenste diepvriesladeuit het apparaat haalt, let er dan op datu de ventilatorgleuven aan de achter-wand niet afdekt.

Deze zijn belangrijkvoor een goede werking van het appa-raat.De onderste diepvrieslade mag niet uithet apparaat worden gehaald.In iedere diepvrieslade en op iedereglasplaat kan maximaal 25 kg wor-den gelegd.^Leg de in te vriezen producten overde hele breedte op de bodem van dediepvriesladen of op de glasplatenvan het apparaat, zodat ze zo snelmogelijk tot in de kern worden inge-vroren.^Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen producten zijn ver-pakt droog is, zodat de productenniet aan elkaar of aan de bodem vande diepvriesladen vastvriezen.Leg in te vriezen levensmiddelenniet tegen reeds ingevroren levens-middelen om te voorkomen dat delaatste gaan ontdooien.Grote stukken vleesWanneer u een groot stuk vlees wilt in-vriezen, bijv. kalkoen of wildbraad kuntu het beste de glasplaten tussen dediepvriesladen verwijderen.

Het ontdooien van ingevrorenproductenDat kunt u doen–in de magnetron;–in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";–bij kamertemperatuur;–in de koelkast (de koude die daarbijvrijkomt kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt);–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal ontdooien.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd.

De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Het bereiden van ijsblokjes^Vul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water.^Zet het bakje op de bodem van eendiepvrieslade.^Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv. een lepelsteel om het los te ma-ken.^ Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het snelkoelen van drankenWanneer u flessen drank in de diep-vrieszone hebt gelegd om snel te koe-len, haal ze er dan na maximaal éénuur weer uit.Doet u dat niet dan springen ze uit el-kaar.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen26

DiepvriesplateauOp het diepvriesplateau kunt u kleinereproducten invriezen, niet alleen fruit engroenten maar ook kruiden, zonder datdat ten koste gaat van de kwaliteit.^Leg de in te vriezen producten op hetdiepvriesplateau.^ Hang het diepvriesplateau in één vande bovenste diepvriesladen.^ Laat de producten 10 tot 12 uur ste-vig invriezen.^ Hevel ze over in een diepvrieszak ofdiepvriesbakje en leg ze in de diep-vriesladen.Het gebruik van de koude-accuDe koude-accu voorkomt dat de tem-peratuur in de diepvrieszone snel stijgtwanneer de stroom is uitgevallen.Leg de koude-accu in de bovenstediepvrieslade direct op de levensmid-delen of op het diepvriesplateau.Na ca.

24 uur bereikt de koude-accuzijn maximale koelcapaciteit.Leg de koude-accu wanneer de stroomuitvalt direct op de levensmiddelen inde bovenste lade om de levensmid-delen in ieder geval nog zo lang moge-lijk te kunnen bewaren.Wanneer u verse levensmiddelen in hetapparaat wilt leggen, gebruik dekoude-accu dan om een scheiding aante brengen tussen reeds ingevroren enverse levensmiddelen, zodat de eerstegroep niet gaat ontdooien.De koude-accu kan ook korte tijd wor-den gebruikt voor het koelen van le-vensmiddelen en dranken in eenkoeltas.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen27

KoelzoneTerwijl de koel-vriescombinatie in wer-king is, kunnen zich aan de achterwandvan de koelzone rijp en waterpareltjesvormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelzone wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.DiepvrieszoneHet apparaat is uitgerust met een"NoFrost" - systeem, waardoor het auto-matisch ontdooit.Het vrijkomende vocht slaat op de ver-damper neer en ontdooit en verdamptregelmatig.Doordat de diepvrieszone automatischontdooit blijft deze altijd ijsvrij.Door dit bijzondere systeem is er geengevaar dat de levensmiddelen begin-nen te ontdooien!Het automatisch ontdooien van het apparaat28

Let erop dat er geen water in deAan/Uit - schakelaar of verlichtingterechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.

De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Om beschadigingen aan het opper-vlak te voorkomen, mag u de volgen-de producten bij het reinigen niet ge-bruiken:– zuur-, soda-, ammoniak- of chloride-houdende reinigingsmiddelen;–kalkoplossende reinigingsmiddelen;–schurende reinigingsmiddelen zoalsschuurpoeder;–oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen;–reinigingsmiddelen voor roestvrijstaal;–reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten;–ovensprays;–glasreinigers;–schurende artikelen zoals schuur-sponsjes, borsteltjes ofpuimsteentjes;–scherpe schrapers.Voor het reinigen^Schakel het apparaat uit.^Haal de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar uit.^Haal de stekker uit het stopcontact.^Haal alle levensmiddelen uit het ap-paraat en leg ze op een koele plaats.^ Haal alle toebehoren uit de koel-vriescombinatie die kunnen wordenverwijderd.Het reinigen van de binnen-ruimte en de toebehoren^ Reinig het apparaat minstens éénkeer in de maand.^ Gebruik lauwwarm water met wat rei-nigingsmiddel.De volgende onderdelen mogen in deafwasautomaat worden gereinigd:–het botervlootje, de eierhouders, hetijsblokjesbakje en het diepvriespla-teau (voor zover bij dit model horend);–de deurvakken, maar dan wel zonderroestvrijstalen frames;–het boter- en kaasvak, maar dan welzonder roestvrijstalen paneel.Het reinigen van de koel-vriescombinatie29

De temperatuur van het gekozen af-wasprogramma mag niet hoger zijndan 55 °C!Kunststof onderdelen kunnen in deafwasautomaat verkleuren, wanneerze in aanraking komen met natuur-lijke kleurstoffen, zoals die van wor-tels, tomaten en ketchup.Verkleuringen hebben echter geennegatief effect op de stabiliteit vande onderdelen.^Reinig de plateaus en de vakken metde hand, want deze onderdelen mo-gen niet in de afwasautomaat wor-den gereinigd.^ Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater in de koelzo-ne regelmatig met een wattenstaafjeof iets dergelijks, zodat het dooiwateraltijd ongehinderd weg kan lopen.^ Neem de binnenruimte en de toebe-horen na het reinigen met helder wa-ter af en droog alles met een doek.^Laat de deuren van het apparaat kor-te tijd openstaan.Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningen^Reinig de luchttoevoer- en luchtaf-voeropeningen regelmatig met eenkwast of een stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt, wordt eronnodig veel energie verbruikt.Het reinigen van de deurdich-tingBehandel de deurdichting niet metolie of vet.Doet u dat wel, dan wordt de deur-dichting in de loop van de tijd po-reus.Reinig de deurdichting regelmatig al-leen met helder water en wrijf dezedaarna met een doek grondig droog.Na het reinigen^ Plaats alle toebehoren weer terug inde koelzone.^ Leg de levensmiddelen weer terug inde koelzone.^ Sluit de deuren van koel-vriescombi-natie.^ Steek de stekker in het stopcontact.^ Schakel het apparaat in.^Schakel de superfrost in, zodat het inde diepvrieszone weer snel koudwordt.Het controlelampje gaat aan.^Leg de ingevroren levensmiddelenweer terug in de diepvriesladen enschuif deze weer in de diepvrieszo-ne, zodra de temperatuur in dezezone laag genoeg is.^Schakel de superfrost weer uit, zodraer in de diepvrieszone een constantetemperatuur van minstens -18°C isbereikt.Het controlelampje gaat uit.Het reinigen van de koel-vriescombinatie30

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KDN 9713 ID stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden