Miele K 9754 IDF Handleiding

Miele Koelkast K 9754 IDF

Bekijk gratis de handleiding van Miele K 9754 IDF (56 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 101 mensen. Heb je een vraag over Miele K 9754 IDF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Montage-engebruiksaanwijzing
Koelkast
metvriesvakmet
DynaCool
K9554iDF
K9754iDF
Leesinelkgevaldege-
bruiksaanwijzingvooruhettoestelopstelt,
installeerteningebruikneemt.
Datisveiligervooruzelfenuvoorkomt
schadeaanuwtoestel.
M.-Nr.07469850
nl-BE

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: K 9754 IDF
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Gewicht: 66100 g
Breedte: 559 mm
Diepte: 544 mm
Hoogte: 1770 mm
Geluidsniveau: 37 dB
Jaarlijks energieverbruik: 270 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+
Brutocapaciteit vriezer: 27 l
Vriescapaciteit: 2 kg/24u
Ontdooifunctie: Ja
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Geschikt voor paneelaanpassing: Ja
Brutocapaciteit koelkast: 282 l
Aantal planken koelkast: 6
Bewaartijd bij stroomuitval: 15 uur
Aantal sterren: 4*
Eierenrekje: Ja
Flessenrek: Ja
No Frost system: Nee
Totale brutocapaciteit: 309 l
Ingebouwde vriezer: Ja
Stroomvoorziening: 220-240 V, 50 Hz, 10 A
Installatie compartiment afmetingen(WxDxH): 570 x 550 x 1772 mm
Stroomgebruik per dag: 0.24 kWh/24u
Deurpaneel inbegrepen: Nee
Ijsblokjeshouder: Ja

Handleiding Miele K 9754 IDF – volledige tekst

Beschrijving van het toestel. 4Mits toeslag verkrijgbaar toebehoren. 6Flessenrek. 6Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu. 7Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 8Hoe kunt u energie besparen. 13Toestel in- en uitschakelen. 14Vóór het eerste gebruik. 14Vergrendeling. 14Bij langdurige afwezigheid. 15De juiste temperatuur. 16. indekoelzone. 16. inhetvriesvak. 16Temperatuur instellen. 16Mogelijke instelwaarden voor de temperatuur. 17Temperatuurindicator. 17Lichtsterkte van de temperatuurindicator. 17Superkoel en DynaCool gebruiken. 19De functie Superkoel. 19DynaCool m. 19De koelzone goed gebruiken. 21Verschillende koelgedeelten. 21Levensmiddelen die zeker niet gekoeld mogen worden. 22Waarop moet u letten wanneer u levensmiddelen koopt. 22Levensmiddelen juist bewaren. 22Fruit en groenten. 22Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen. 23Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten.

Zelf levensmiddelen invriezen. 28Hou bij het invriezen rekening met het volgende. 28Verpakken. 28Voor u de levensmiddelen in het toestel legt. 29Hoe de levensmiddelen in het toestel plaatsen. 29Ingevroren voedsel ontdooien. 29IJsblokjes maken. 30Dranken snel koelen. 30Ontdooien. 31Koelzone. 31Vriesvak. 31Reiniging en onderhoud. 33Binnenruimte, toebehoren. 33Openingen voor luchttoevoer en -afvoer. 34Deurdichting. 34Wat gedaan als. 35Waar bepaalde geluiden vandaan komen. 37Technische Dienst van Miele/garantie. 38Elektrische aansluiting. 39Montagerichtlijnen. 40Opstelplaats. 40Klimaatklasse. 40Luchttoevoer en -afvoer. 40Voor u het toestel inbouwt. 41Maakte het oude toestel gebruik van een andere scharniertechniek. 41Voorzijde in roestvrij staal. 41Inbouwafmetingen. 42De deurscharnieren instellen. 43Deurscharnieren veranderen. 44Toesteldeur. 44Deur van het vriesvak. 46Het toestel inbouwen.

Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd materiaal ge-kozen dat door het milieu wordt verdra-gen en opnieuw kan worden benut.Door de verpakking weer in kringloopte brengen, wordt er grondstof ge-spaard en verkleint de afvalberg. Geefdeze stoffen dus niet met het gewonevuilnis mee. Breng ze liever naar hetdichtstbijzijnde gemeentelijk container-park. Waar u dat vindt, komt u zeker bijuw gemeentebestuur aan de weet.Berging van uw oud toestelBij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel.

Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met–de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg ervoor dat de buisleidingen vande compressor geen schade oplopenvoordat het toestel terdege wordtgeborgen. Zo vermijdt u dat er koelmid-del uit het koelcircuit of olie uit de com-pressor in het milieu terechtkomt.Zorg er ook voor dat het toestel kinder-veilig wordt bewaard voor u het laatwegbrengen.Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu7

Dit toestel voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsvoorschriften.Door ondeskundig gebruik kunnengebruikers echter letsel oplopen enkan er schade optreden aan het toe-stel.Voor u het toestel in gebruik neemt,moet u de gebruiksaanwijzing aan-dachtig lezen. U vindt er belangrijkeopmerkingen omtrent uw veiligheid,de installatie, het gebruik en het on-derhoud van uw toestel.

Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt scha-de aan het toestel.Bewaar de gebruiksaanwijzing engeef ze door aan wie het toesteleventueel na u gebruikt.Juist gebruik~Het toestel is uitsluitend bedoeldvoor gebruik in het huishouden engelijkaardige omgevingen zoals–in winkels, kantoren en gelijkaardigewerkomgevingen–op boerderijen–door klanten in hotels, motels,bed-and-breakfasts en anderetypische woonomgevingen.Gebruik het toestel uitsluitend voorhuishoudelijke doeleinden: om levens-middelen te koelen en te bewaren, omdiepvriesproducten te bewaren, omverse levensmiddelen in te vriezen enom ijsblokjes te maken.Gebruik voor andere doeleinden is niettoegelaten en kan gevaarlijk zijn.

De fa-brikant is niet aansprakelijk voor scha-de die werd veroorzaakt doordat hettoestel voor andere doeleinden werdgebruikt of verkeerd werd bediend.~Personen die door hun fysieke,zintuiglijke of geestelijke mogelijkhedenof hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn om het toestelveilig te bedienen, mogen dit toestel al-leen onder het toezicht of debegeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.Kinderen in het huishouden~Kinderen mogen het toestel alleenmaar gebruiken wanneer hun de bedie-ning ervan zo uitgelegd is dat ze hetveilig kunnen bedienen. Kinderen moe-ten de eventuele risico's van een foutie-ve bediening kunnen beseffen.~Hou kinderen die in de buurt van hettoestel komen in het oog. Laat kinderenniet met het toestel spelen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid8

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het toestel wordtgeplaatst, of het zichtbaar beschadigd is. Is dat het geval, neem het dan in geengeval in gebruik. Een beschadigd toestel kan uw veiligheidin gevaar brengen. ~Is de aansluitkabel beschadigd, laatdeze dan vervangen door een vakman ofvakvrouw die door Miele erkend is. Zovermijdt u risico's voor wie het toestel ge-bruikt. ~Dit toestel bevat het koelmiddel iso-butaan (R600a), een natuurlijk gas dathet milieu weinig belast, maar welbrandbaar is. Het is niet schadelijk voorde ozonlaag en draagt niet bij tot hetbroeikaseffect. Het gebruik van dit mi-lieuvriendelijke koelmiddel veroorzaaktwel een lichte verhoging van hetwerkingsgeluid. Naastwerkingsgeluiden van de compressorkunnen er ook stromingsgeluiden te ho-ren zijn die afkomstig zijn van hetkoelcircuit.

Dat is jammer genoeg niette vermijden, maar heeft geen invloedop de prestaties van het toestel. Let er bij het transporteren en het op-stellen van het toestel op dat geen en-kel onderdeel van het koelcircuit be-schadigd raakt. Wegspattend koelmid-del kan tot oogletsels leiden. Bij beschadiging:- vermijd open vuur ofontstekingsbronnen,- trek de stekker uit het stopcontact,- verlucht het vertrek waarin hettoestel staat gedurende enkele minu-ten, en- neem contact op met de dienstHerstellingen aan huisvan Miele. ~Hoe meer koelmiddel er in een toe-stel zit, hoe groter de ruimte moet zijnwaarin het toestel wordt opgesteld. Bijeen eventueel lek kan er in een tekleine ruimte een brandbaar mengselvan gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveel-heid koelmiddel is aangegeven op hettypeplaatje in het toestel.

~Een veilige werking van het toestelis alleen dan gewaarborgd als het toe-stel overeenkomstig de gebruiksaanwij-zing gemonteerd en aangesloten werd. ~Voor u het toestel aansluit, moet ueerst de aansluitgegevens (spanningen frequentie) op het typeplaatje verge-lijken met die van uw elektrische instal-latie.

Deze gegevens dienen absoluut over-een te stemmen. Anders treedt er scha-de op aan uw toestel. Vraag bij twijfelinlichtingen aan een elektricien. ~Gebruik uit veiligheidsoverwegingengeen verlengkabels ofstopcontactenblokken om het toestelaan te sluiten. Die bieden niet voldoen-de veiligheidsgaranties. Er bestaat on-der andere gevaar voor oververhitting. Opmerkingen omtrent uw veiligheid9.

~De elektrische veiligheid van hettoestel is alleen gewaarborgd als hetwordt aangesloten op een volgens devoorschriften geïnstalleerd aardsys-teem. Het is heel belangrijk dat aandeze fundamentele veiligheidsvoor-waarde is voldaan. Laat de elektrischeinstallatie in uw woning in geval vantwijfel door een elektricien controleren.De fabrikant kan niet aansprakelijk ge-steld worden voor schade die werd ver-oorzaakt doordat de aardleiding onder-broken was of gewoon ontbrak.

Er be-staat in dat geval onder andere gevaarvoor elektrische schokken.~Installatie-, onderhouds- enherstellingswerken mogen alleen wor-den uitgevoerd door vakmensen diedoor de fabrikant erkend zijn.Door ondeskundig uitgevoerdeinstallatie-, onderhouds- ofherstellingswerken kunnen er voor degebruiker aanzienlijke risico's ontstaanwaarvoor de fabrikant niet aansprakelijkkan worden gesteld.~Laat u het toestel tijdens de ga-rantieperiode herstellen, dan mag datenkel gebeuren door een technicus diedoor de fabrikant erkend is.

Anders iser bij schade achteraf geen aanspraakmeer op garantie.~Tijdens installatie-, onderhouds- enherstellingswerken moet het toestel vanhet elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.Het toestel is pas stroomloos indien aaneen van deze voorwaarden werd vol-daan:–De stekker van het toestel is uitge-trokken.Trek daarbij niet aan de kabel, welaan de stekker.–De desbetreffende zekering in dezekeringenkast is uitgeschakeld.~Laat defecte onderdelen enkelvervangen door origineleMiele-wisselstukken. Enkel dan bent uzeker dat ze ten volle voldoen aan deeisen die Miele qua veiligheid stelt.~Als u het toestel niet op een vasteplaats installeert, bijv. op een schip,laat dit karwei dan enkel uitvoeren doorvakmensen. Die moeten ervoor zorgendat u het toestel veilig kunt gebruiken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid10

Veilig gebruik~Bewaar geen explosieve stoffen of-producten met brandbare drijfgassen(bijv. spuitbussen) in het toestel. Als dethermostaat wordt ingeschakeld, kun-nen er vonken ontstaan. Die kunnenontvlambare mengsels tot ontploffingbrengen. ~Gebruik geen elektrische toestellenin het toestel (bijv. om softijs te ma-ken). Er kunnen vonken ontstaan. Ont-ploffingsgevaar. ~Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage enkel rechtop en goedafgesloten in de koelzone. Ontploffingsgevaar. ~Raak bevroren levensmiddelen nietmet natte handen aan. Uw handen zou-den kunnen vastvriezen. U kunt zichverwonden. ~Steek nooit ijsblokjes en ijslolly's,met name waterijsjes, in de mond wan-neer u ze net uit het vriesvak hebt ge-haald. Door de zeer lage temperatuur van hetijs kunnen uw lippen of tong vastvrie-zen. U kunt zich verwonden.

~Gedeeltelijk of volledig ontdooide le-vensmiddelen mogen niet opnieuw wor-den ingevroren. Verbruik deze levensmiddelen zo snelmogelijk, want de levensmiddelen ver-liezen hun voedingswaarde en beder-ven. Ontdooide levensmiddelen kunt uopnieuw invriezen nadat u ze hebt ge-kookt of gebraden. ~Bewaar in het vriesvak geen blikjesen flessen met koolzuurhoudendedranken of vloeistoffen die kunnen be-vriezen. De blikjes of flessen kunnen uitelkaar springen. U kunt zich verwonden en er kan scha-de ontstaan. ~Als u flessen snel in het vriesvakwenst te koelen, moet u ze uiterlijk na1 uur weer uit het vriesvak halen. Deflessen kunnen ontploffen. U kunt zichverwonden en er kan schade ontstaan. ~Als u levensmiddelen eet die te langbewaard werden, bestaat er gevaarvoor voedselvergiftiging.

~Gebruik geen voorwerpen met eenscherpe punt of rand om–rijm- en ijslagen te verwijderen,–vastgevroren bakjes voor ijsblokjesen levensmiddelen los te wrikken. Als u dat doet, beschadigt u dekoelelementen en functioneert het toe-stel niet meer correct. ~Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in het toe-stel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken. Opmerkingen omtrent uw veiligheid11.

~Gebruik geen ontdooisprays of-producten om ijs te verwijderen. Die kunnen immers explosieve gassenvormen en kunnen oplosmiddelen ofdrijfgassen bevatten die de kunststofaantasten. Ook zijn ze mogelijk schade-lijk voor de gezondheid. ~Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Daardoor wordt de deurdichting na ver-loop van tijd poreus. ~Als u in het toestel of in de deur vet-of oliehoudende levensmiddelen be-waart, dient u ervoor te zorgen dateventueel uitlopend vet of uitlopendeolie niet in contact komt met dekunststofonderdelen. Er kunnen spanningsscheuren in dekunststof ontstaan, zodat die barst ofscheurt. ~Dek de luchttoevoeropening in desokkel en de luchtafvoeropening bovenin de ombouwkast niet af. Als die openingen afgedekt zijn, kan ergeen goede luchtcirculatie plaatsvin-den. Het stroomverbruik stijgt en scha-de aan onderdelen kan niet worden uit-gesloten.

~Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereik vande kamertemperatuur) waarvan deonder- en bovengrens moeten wordengerespecteerd. De klimaatklasse staatvermeld op het typeplaatje dat binnenin het toestel aangebracht is. Een te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat de compressor gedurendeeen lange tijd stilstaat, zodat het toestelde vereiste temperatuur niet kan aan-houden. ~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van het toestel in geen geval eenstoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met on-derdelen van het toestel die onderspanning staan en zo een kortsluitingveroorzaken. Wat met een afgedankt toe-stel. ~Vernietig het knip- of vergrendelslotvan uw toestel wanneer u het afdankt. Op die manier voorkomt u dat spelendekinderen zich in het toestel opsluiten,wat levensgevaarlijk kan zijn. ~Beschadig geen onderdelen van hetkoelcircuit, bijv.

normaal energieverbruik verhoogd energieverbruikOpstellen In een verluchtbare ruimte. In een gesloten, niet te verluchtenruimteBeschermd tegen directezonnestraling.Bij directe zonnestraling.Niet naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).Naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).Bij een ideale kamertemperatuur van20 °C.Bij een hogere omgevingstempera-tuur.TemperatuurinstellingThermostaat"niveaugetallen"(regeling in niveaus)Bij een gemiddelde instelling van 2tot 3.Bij een hoge instelling: Hoe lager detemperatuur in het vriesvak, hoe ho-ger het energieverbruik!TemperatuurinstellingThermostaat"graadaanduidingen"(digitaal scherm)Keldervak van 8 tot 12 °CBij toestellen met een winterschake-ling moet u erop letten dat die scha-kelaar bij temperaturen boven 16resp.

18 °C uitgeschakeld is.Koelvak van 4 tot 5 °CPerfectFresh-zone bijna 0 °CVriesvak -18 °CWijnbewaarzone van 10 tot 12 °CGebruik De deur alleen maar zo kort mogelijkopenen.De deur vaak en langdurig openen =koudeverliesLevensmiddelen goed gesorteerdinladen.Wanneer alles door elkaar ligt, moetu lang zoeken en blijft de deur langopenstaan.Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het toestel afkoelen.Warme gerechten in het toestel doende compressor langdurig werken(het toestel probeert harder tekoelen).Levensmiddelen goed verpakt ofgoed afgedekt inladen.Wanneer vloeistoffen in de koelzoneverdampen en condenseren, leidtdat tot verlies van het koelvermogen.Leg ingevroren producten in dekoelzone om ze te ontdooien.Doe de vakken niet te vol zodat delucht kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het vriesvak bij een ijslaagvan 0,5 cm.Een ijslaag vermindert de overdrachtvan de koude aan de in te vriezen le-vensmiddelen en doet het stroom-verbruik stijgen.Hoe kunt u energie besparen?13

Vóór het eerste gebruikAls beveiliging tijdens het transport zijnde roestvrijstalen lijsten en houdframesvan een beschermfolie voorzien.^Trek de beschermfolie pas weg na-dat het toestel ingebouwd is.^Wrijf de roestvrijstalen oppervlakken,direct nadat u de beschermfolie ver-wijderd hebt, met een geschiktonderhoudsmiddel voor roestvrij staalin.Belangrijk! Het onderhoudsmiddelvoor roestvrij staal zorgt voor eenduurzame film die voorkomt dat hetstaal snel vuil wordt.^ Reinig het inwendige van het toestelen het toebehoren. Gebruik daarvoorlauw water; wrijf daarna alles droogmet een doek.Laat het toestel na het transport ca.1/2 tot 1 uur staan voor u het aan-sluit.

Dit is zeer belangrijk voor delatere werking!Het toestel inschakelen^Druk op de toets aan/uit.De temperatuurindicator licht op, hettoestel begint te koelen en de binnen-verlichting schakelt in als de deur wordtgeopend.Om zeker te zijn dat de temperatuurlaag genoeg is, dient u het toestel en-kele uren te laten voorkoelen voordat uvoor het eerst levensmiddelen in hettoestel plaatst.Het toestel uitschakelen^Druk op de toets aan/uit tot de tem-peratuurindicator uitgaat.De koeling is uitgeschakeld. (Als ditniet het geval is, is de vergrendelingingeschakeld!)VergrendelingMet de vergrendeling kunt u het toestelbeveiligen, zodat het niet ongewenstwordt uitgeschakeld.Vergrendeling in-/uitschakelen^ Hou de Superkoeling-toets geduren-de ca.

^Druk op de Superkoeling-toets om deinstelling op te slaan.Als de vergrendeling ingeschakeld is,brandt het controlelampje van de ver-grendelingX.^Beëindig de instelmodus door op detoets aan/uit te drukken.Na ca. 2 minuten schakelt de elektro-nische besturing op de normale wer-king over.Bij langdurige afwezigheidAls u het toestel gedurende lange tijdniet gebruikt:^ schakel het toestel uit,^ trek de stekker uit het stopcontact,^ ontdooi het vriesvak,^maak het toestel schoon en^laat de toesteldeur op een kier staanom geurvorming te vermijden.Als het toestel bij langdurige afwe-zigheid wordt uitgeschakeld maarniet gereinigd, bestaat er gevaarvoor schimmelvorming als de deurgesloten blijft.Toestel in- en uitschakelen15

Hoe lager de temperatuur, hoelangzamer dit proces verloopt.De temperatuur in het toestel stijgt–als u vaak en gedurende lange tijdde toesteldeur opent,– als u er meer levensmiddelen in be-waart,– als de verse levensmiddelen warmzijn,– als de omgevingstemperatuur vanhet toestel hoog is.Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereikvan de kamertemperatuur) waarvande onder- en bovengrensgerespecteerd moeten worden....indekoelzoneIn de koelzone wordt een koeltempera-tuur van 4°Caanbevolen....inhetvriesvakOm verse levensmiddelen in te vriezenen ze langdurig te bewaren, is een tem-peratuur van -18 °C vereist. Bij die tem-peratuur komt de groei van micro-orga-nismen in hoge mate tot stilstand. Zo-dra de temperatuur boven -10 °C stijgt,begint de ontbinding door de micro-or-ganismen; de levensmiddelen kunnenminder lang worden bewaard.

Daarommogen geheel of gedeeltelijk ontdooidelevensmiddelen pas opnieuw ingevro-ren worden, nadat ze verwerkt werden(koken of braden). Door de hoge tem-peraturen worden de meeste micro-or-ganismen gedood.Temperatuur instellenDe temperatuur in de koelzone kunt uinstellen met de twee toetsen onder detemperatuurindicator.Bij een temperatuur van 4°C in dekoelzone heerst er in het vriesvakeen gemiddelde temperatuur vanong. -18 °C.Door het indrukken van detoets + : stijgt de temperatuurtoets - : daalt de temperatuurTijdens het instellen wordt deinsteltemperatuur knipperend aangege-ven.Volgende wijzigingen zijn in de tempe-ratuurindicator merkbaar als u op detoetsen drukt:De juiste temperatuur16

Alsde temperatuur na die tijd nog te hoogof te laag is, stelt u de temperatuur op-nieuw in.Mogelijke instelwaarden voor detemperatuurDe temperatuur kan van 2 °C tot 9 °Cingesteld worden.Het bereiken van de laagste tempera-tuur is afhankelijk van de opstelplaatsen van de omgevingstemperatuur. Bijeen hoge omgevingstemperatuur kande laagste temperatuur niet altijd wor-den bereikt.TemperatuurindicatorDe temperatuurindicator in het bedie-ningspaneel toont bij een normale wer-king de gemiddelde temperatuur in dekoelzone.Valt de temperatuur buiten het moge-lijke bereik van de temperatuurindica-tor, dan knipperen er daarin streepjes.Lichtsterkte van de temperatuur-indicatorDe lichtsterkte van de temperatuurindi-cator is bij levering van het toestel inge-steld op laag.

Zodra de deur wordt ge-opend, een instelling wordt gewijzigd ofeen alarmtoestand heerst, brandt detemperatuurindicator gedurende ca. 1minuut met de grootste lichtsterkte.U kunt de lichtsterkte van de tempera-tuurindicator wijzigen:^Hou de Superkoeling-toets geduren-de ca. 5 seconden ingedrukt.Het controlelampje van deSuperkoeling-toets knippert en op detemperatuurindicator knippert een;.^Druk enkele keren op een van de in-steltoetsen voor de temperatuur, totop de indicator een^ wordt weerge-geven.De juiste temperatuur17

De functie SuperkoelMet de functie Superkoel wordt de koel-zone zeer snel op de koudste waardeafgekoeld (afhankelijk van de kamer-temperatuur).Superkoel inschakelenDe functie Superkoel is met name aante bevelen als u grote hoeveelhedenverse levensmiddelen of dranken snelwenst af te koelen.^ Druk op de Superkoel-toets zodat hetcontrolelampje brandt.De temperatuur in het toestel daalt,want het toestel werkt met het maxi-male koelvermogen.Superkoel uitschakelenDe functie Superkoel schakelt zich au-tomatisch na ca. 6 uur uit.

Het controle-lampje gaat uit en het toestel werktweer met het normale koelvermogen.Om energie te sparen, kunt u de functieSuperkoel zelf uitschakelen zodra delevensmiddelen of dranken koud ge-noeg zijn.^Druk op de Superkoel-toets zodat hetcontrolelampje uitgaat.De koeling van het toestel werkt weermet het normale vermogen.DynaCool mZonder de dynamische koeling(DynaCool) ontstaan verschillendekoelgedeelten in de koelzone ten ge-volge van de natuurlijke luchtcirculatie(de koude, zware lucht daalt naar hetonderste gedeelte). Als u levensmid-delen in het toestel plaatst, kunt u re-kening houden met deze verschillendekoelgedeelten (zie rubriek "Koelzonegoed gebruiken").Als u echter een grote hoeveelheidgelijkaardige levensmiddelen wenst tebewaren (bijv.

voor een feestje), kunt umet de dynamische koeling voor alleschappen een relatief gelijkmatige tem-peratuur verkrijgen, zodat alle levens-middelen in de koelzone ongeveereven sterk worden gekoeld.De temperatuur kan nog steeds wordeningesteld met de temperatuurregelaar.De dynamische koeling moet boven-dien worden ingeschakeld bij– een hoge kamertemperatuur (vanafca. 30 °C) en–een hoge luchtvochtigheid.Dynamische koeling inschakelen^Druk op de toets voor de dynamischekoeling m, zodat het controlelampjebrandt.Superkoel en DynaCool gebruiken19

Dynamische koeling uitschakelenOmdat het energieverbruik ietstoeneemt wanneer de dynamischekoeling is ingeschakeld, dient u de dy-namische koeling in normale omstan-digheden weer uit te schakelen.^Druk op de toets voor de dynamischekoeling m, zodat het controlelampjeuitgaat.Wanneer de deur wordt geopend,wordt de ventilator automatischtijdelijk uitgeschakeld!Superkoel en DynaCool gebruiken20

Verschillende koelgedeeltenDoor de natuurlijke luchtcirculatie is detemperatuur in de koelzone niet overalgelijk. De koude, zware lucht daalt naarhet onderste gedeelte van het toestel. Gebruik de verschillende koelgedeeltenwanneer u levensmiddelen in het toe-stel plaatst. Dit is een toestel met dynamischekoeling waarbij er in het toestel eengelijkmatige temperatuur heerstwanneer de ventilator draait. Tussende verschillende koelgedeelten zijner minder uitgesproken temperatuur-verschillen. Warmste gedeelteHet warmste gedeelte van de koelzonebevindt zich bovenaan aan de deur. Gebruik dat gedeelte bijv. om boter tebewaren, zodat ze gemakkelijk smeer-baar blijft, en voor kaas, zodat hij zijnaroma niet verliest. Koudste gedeelteHet koudste gedeelte van de koelzonebevindt zich direct boven de fruit- engroentebakken.

Gebruik dit gedeelte voor alle gevoe-lige en snel bederfbare levensmid-delen, zoals:–vis, vlees, gevogelte,–worst, kant-en-klaargerechten,–gebak en gerechten met eieren ofslagroom–vers deeg, taart-, pizza- quichedeeg,–kaas en andere producten op basisvan verse melk,–in folie verpakte, bereide groenten enin het algemeen alle verse levens-middelen waarvan de minimalehoudbaarheidsdatum is gebaseerdop een bewaartemperatuur van min-stens 4 °C. Bewaar geen explosieve stoffen engeen producten met brandbare drijf-gassen (bijv. spuitbussen) in hettoestel. Ontploffingsgevaar. Sterke drank met een hoog alcohol-percentage enkel rechtop en goedafgesloten in het toestel plaatsen. Als u in het toestel of in de deur vet-of oliehoudende levensmiddelen be-waart, dient u ervoor te zorgen dateventueel uitlopend vet of uitlopen-de olie niet in contact komt met dekunststofonderdelen.

Levensmiddelen die zeker nietgekoeld mogen wordenNiet alle levensmiddelen kunnen in dekoelkast bewaard worden. Daartoe be-horen onder andere:–fruit en groenten die gevoelig zijnvoor koude, zoals bananen,avocado’s, papaja’s, passievruchten,aubergines, paprika’s, tomaten enaugurken–fruit dat nog verder moet rijpen,–aardappelen,– harde kazen (parmezaan).Waarop moet u letten wanneeru levensmiddelen kooptDe belangrijkste voorwaarde om le-vensmiddelen lang te kunnen bewaren,is hun versheid. Dat is van het grootstebelang voor de bewaartijd van de pro-ducten. De koelketen mag indien mo-gelijk niet onderbroken worden. Let erbijv. op dat de levensmiddelen niet telang in een warme auto blijven liggen.Wanneer het verouderings- ofbederfproces ingezet is, kan dat nietmeer ongedaan gemaakt worden.

Een correcteinstelling van de temperatuur en eenaangepaste hygiëne vertragen devermenigvuldiging van bacteriën zoalssalmonella.Fruit en groentenFruit en groenten kunt u wel onverpaktin de fruit- en groentebakken bewaren.Hou er echter rekening mee dat nietalle fruit- en groentesoorten samen inéén bak bewaard kunnen worden.Enerzijds worden er geurtjes ensmaken overgedragen (worteltjes bijv.nemen snel de smaak en geur van uienover), anderzijds geven heel wat le-vensmiddelen een natuurlijk gas(ethyleen) vrij waarop andere levens-middelen heel gevoelig reageren zodatze sneller slecht worden.–Voorbeelden van fruit en groentendie veel gas vrijgeven:appelen, abrikozen, peren, nectari-nes, perziken, pruimen, avocado’s,vijgen, bosbessen, meloenen, bo-nen.De koelzone goed gebruiken22

–Voorbeelden van fruit en groentendie zeer gevoelig reageren op hetnatuurlijke gas van andere soortenfruit en groenten:kiwi’s, broccoli, bloemkool, spruiten,mango’s, honingmeloenen, appelen,abrikozen, augurken, tomaten, pe-ren, nectarines, perziken.Voorbeeld : broccoli mag u niet sa-men met appels bewaren omdat ap-pels veel gas vrijgeven en broccolidaar zeer gevoelig op reageert. Hetgevolg is dat u de broccoli minderlang kunt bewaren dan eigenlijk mo-gelijk is.Onverpakte dierlijke en plantaardigelevensmiddelenOnverpakte dierlijke en plantaardige le-vensmiddelen moet u van elkaar schei-den. Als de levensmiddelen samen be-waard moeten worden, dan moeten zein elk geval verpakt zijn.

Op die maniervoorkomt u dat er microbiologische ver-anderingen optreden.Levensmiddelen die rijk zijn aaneiwittenMerk op dat levensmiddelen die rijk zijnaan eiwitten sneller bederven.Schaal- en schelpdieren bederven dussneller dan vis, terwijl vis sneller bederftdan vlees.VleesBewaar vlees onverpakt. (Folie en reci-piënten openen.) De uitdroging van hetvleesoppervlak remt de kiemvorming afen zorgt daardoor voor een beterehoudbaarheid. Verschillende vlees-soorten mogen niet rechtstreeks met el-kaar in contact komen, maar moeten al-tijd door een verpakking worden ge-scheiden. Daardoor wordt vroegtijdigebederving door kiemoverdracht verme-den.De koelzone goed gebruiken23

Schuif ze met de uit-sparing over de steunribben en ver-plaats ze naar boven of naar onde-ren.De achterste boord van de legplaatmoet naar boven wijzen zodat de le-vensmiddelen niet tegen de achter-wand rusten en daaraan kunnen vast-vriezen.Schuifstoppen voorkomen dat delegplaten ongewild uit het toestel ge-trokken worden.Tweedelige legplaatOm hoge waren, zoals hoge flessen ofrecipiënten, te kunnen plaatsen, is ereen tweedelige legplaat, waarvan u hetvoorste deel voorzichtig onder het ach-terste deel kunt schuiven:^til voorzichtig de achterste helft vande glazen legplaat omhoog.^til gelijktijdig de voorste helft van deglazen plaat lichtjes op en schuif dievervolgens voorzichtig onder de ach-terste helft.Om de tweedelige legplaats te ver-plaatsen,^neemt u de twee halve glasplaten uithet toestel,^plaatst u de twee houders op de ge-wenste hoogte links en rechts op desteunribben,^ en schuift u de glasplaten na elkaarin het toestel.De glasplaat met de aanslagboordmoet achteraan liggen!Op rollen gemonteerdefruit- en groenteschalen(volgens het model)De fruit- en groenteschalen zijn oprollen gemonteerd en kunnen helemaaluit het toestel getrokken worden om zete vullen of leeg te maken.

Op telescopische rails gemon-teerde fruit- en groenteschalen(volgens het model)De fruit- en groenteschalen zijn op te-lescopische rails gemonteerd en kun-nen helemaal uit het toestel getrokkenworden om ze te vullen of leeg te ma-ken en om ze te reinigen.^Trek de schalen helemaal uit het toe-stel en neem ze langs boven weg.Schuif de telescopische rails vervol-gens weer naar binnen.

Zo vermijdtu schade!Om de schalen op hun plaats te zetten,^ legt u ze op de telescopische railsdie helemaal uitgetrokken zijn a.Detelescopische rails moeten vooraantegen de voorzijde van de schaalkomen b!^Schuif de schaal in het toestel c.Opdienset / flessenrekverplaatsen^Neem de hangschalen langs bovenuit het roestvrijstalen frame.^Schuif het roestvrijstalen frame naaromhoog en neem dat langs vorenweg.^Plaats het roestvrijstalen frame opeen willekeurige plaats in het toestel.Zorg er daarbij voor dat het goed opde verhogingen vast gedrukt wordt.^Plaats de hangschalen in het roest-vrijstalen frame.U kunt de hangschalen helemaal uit deopdienset halen om ze te vullen of leegte maken en ze dan weer op hun plaatszetten.Op die manier kunt u de hangschalenook samen met de levensmiddelen di-rect op de tafel plaatsen.De binnenruimte indelen25

Universele box(volgens het model)In de universele box kunnen levensmid-delen bewaard en ook opgediend wor-den.De universele box bestaat uit een diepeschaal a en een platte schaal b - bei-de schalen kunnen als hangschalen inhet roestvrijstalen frame geplaatst wor-den.Wanneer u de universele box wilt ge-bruiken om levensmiddelen op te die-nen,^plaatst u de platte schaal b in hetroestvrijstalen frame en gebruikt u dediepe schaal als deksel a.Zo kunt u de universele box helemaaluit de houder nemen en hem samenmet de levensmiddelen direct op de ta-fel plaatsen.De flessenhouder verschuiven(volgens het model)U kunt de flessenhouder naar rechts ofnaar links verschuiven. Daardoor zittende flessen goed vast als de deur wordtgeopend en gesloten.De flessenhouder kan helemaalweggenomen worden (bijv.

Het vriesvak gebruikenGebruik het vriesvak om–diepgevroren voedsel te bewaren,–ijsblokjes te maken,–kleine hoeveelheden levensmiddelenin te vriezen.U kunt tot 2 kg per 24 uur invriezen.Wat gebeurt er als verselevensmiddelen wordeningevroren?Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk volledig worden doorvroren,zodat de voedingswaarde, devitamines, het uitzicht en de smaak be-houden blijven.Hoe langzamer de levensmiddelen wor-den doorvroren, hoe meer vloeistof eruit elke cel naar de tussenruimten loopt.De cellen krimpen.Tijdens het ontdooien kan slechts eendeel van de voordien vrijgekomen vloei-stof naar de cellen terugvloeien.In de praktijk betekent dit dat delevensmiddelen veel vocht verliezen.Dat kunt u zelf vaststellen: tijdens hetontdooien vormt er zich immers eengrote waterplas rond het levensmiddel.Als het levensmiddel snel wordtdoorvroren, heeft de celvloeistof mindertijd om uit de cellen naar de tussen-ruimten te lopen.

De cellen krimpenveel minder.Tijdens het ontdooien kan de kleinehoeveelheid vloeistof die naar de tus-senruimten was gelopen, terugkerennaar de cellen, zodat het vochtverlieszeer gering is. Er vormt zich slechtseen kleine waterplas!Diepvriesvoedsel bewarenAls u diepvriesvoedsel wenst te bewa-ren, controleert u tijdens de aankoop inde winkel–de verpakking op beschadigingen,–de houdbaarheidsdatum en–de temperatuur in de koelruimte vande winkeldiepvries. Als die tempera-tuur hoger is dan -18 °C, vermindertde houdbaarheid van het diepgevro-ren voedsel.^ Koop diepvriesvoedsel pas op heteinde van het winkelen, en transpor-teer het in krantenpapier of in eenkoelzak.^ Plaats het diepgevroren voedsel on-middellijk in het vriesvak.Gedeeltelijk of volledig ontdooidvoedsel niet opnieuw invriezen.

Zelf levensmiddelen invriezenVries uitsluitend verse levensmiddelenin perfecte staat in!Hou bij het invriezen rekening methet volgende–Onderstaande levensmiddelen kun-nen ingevroren worden:vers vlees, gevogelte, wild, vis,groenten, kruiden, onbewerkt fruit,zuivelproducten, bakkerijproducten,voedselresten, eigeel, eiwit en talrijkekant-en-klaargerechten.– Volgende levensmiddelen zijn nietgeschikt om in te vriezen:wijndruiven, bladsalade, radijzen,rammenas, zure room, mayonaise,volledige eieren in de schaal, uien,volledige onbewerkte appelen en pe-ren.– Om de kleur, de smaak, het aromaen de vitamine C te behouden, moe-ten groenten voor het invriezen wor-den geblancheerd. Doe de groentenin porties gedurende2-3minuten inkokend water. Neem de groentendaarna uit het water en koel ze snelin koud water af.

Laat de groentenuitdruppen.–Mager vlees is beter geschikt om inte vriezen dan vet vlees en kan veellanger worden bewaard.–Plaats telkens een folie uit kunststoftussen koteletten, steaks, schnitzelsenz. Zo vermijdt u dat ze tot één bloksamen vriezen.–Rauwe levensmiddelen en geblan-cheerde groenten voor het invriezenniet kruiden en zouten, schotelsslechts lichtjes kruiden en zouten.

Bijsommige kruiden verandert tijdenshet invriezen de smaakintensiteit.–Laat warme schotels of drankeneerst buiten het toestel afkoelen omte voorkomen dat reeds bevroren le-vensmiddelen gedeeltelijk ontdooienen dat het stroomverbruik stijgt.Verpakken^Vries per portie in.Geschikte verpakking- Kunststoffolie- Buisfolie uit polyethyleen- Aluminiumfolie- DiepvriesdozenOngeschikte verpakking- Pakpapier- Perkamentpapier- Cellofaan- Vuilniszakjes- Gebruikte winkelzakjes^Druk de lucht goed uit de verpak-king.^Sluit de verpakking goed af met- elastiekjes- kunststofclips- touw of- koudebestendige kleefband.Zakjes en buisfolie uit polyethyleenkunt u ook met een folielasapparaatdichtlassen.^Noteer de inhoud en de invriesdatumop de verpakking.Invriezen en bewaren28

Voor u de levensmiddelen in hettoestel legt^Stel ca. 4 uur voor u levensmiddelenin het toestel legt een lagere tempe-ratuur in in de koelzone (bijv. 3 °C).Op deze manier wordt ook in hetvriesvak een lagere temperatuur be-reikt en de levensmiddelen die al inhet toestel liggen krijgen een kou-dereserve.Hoe de levensmiddelen in het toestelplaatsen^Leg de levensmiddelen naast elkaarop de bodem van het vriesvak, zodatze zo snel mogelijk tot in de kern wor-den ingevroren.^ Leg de levensmiddelen droog in hettoestel om te vermijden dat ze aan el-kaar of aan het toestel vastvriezen.In te vriezen levensmiddelen mogenniet in aanraking komen met reedsingevroren levensmiddelen.

Anderszouden deze ontdooien.^Na 24 uur is het invriesproces vol-tooid en kunt u de temperatuur op-nieuw op een normale stand instel-len.Ingevroren voedsel ontdooienIngevroren voedsel kunt u op verschil-lende manieren ontdooien–in de microgolfoven,–in de gewone oven met de modus"hete lucht" of "ontdooien",–bij kamertemperatuur,–in de koelkast (de koude die de inge-vroren levensmiddelen afgeven,wordt gebruikt om te koelen),–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnenlicht ontdooid in een hete pan wordengelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur in deverpakking of in een afgedekte schotelworden ontdooid.Groenten kunnen algemeen in bevro-ren toestand in het kokende water wor-den gedaan of in heet vet worden ge-stoofd. Wegens de gewijzigdecelstructuur is de bereidingstijd ietskorter dan bij verse groenten.Gedeeltelijk of volledig ontdooidvoedsel niet opnieuw invriezen.

IJsblokjes maken^Vul het bakje voor ijsblokjes voor driekwart met water en plaats het op debodem van het vriesvak.^Gebruik een stomp voorwerp, bijv.een lepelsteel, om een vastgevrorenbakje voor ijsblokjes los te maken.^ De ijsblokjes komen gemakkelijk losuit het bakje als u het kort onder stro-mend water houdt.Dranken snel koelenOm dranken snel af te koelen, schakeltu de functie Superkoeling in.Als u flessen in het vriesvak plaatst omze snel te koelen, dient u de flessen ui-terlijk na 1 uur weer uit het vriesvak tenemen, anders zullen de flessenontploffen!Invriezen en bewaren30

KoelzoneDe koelzone ontdooit automatisch.Terwijl de compressor draait, kunnen errijp en waterpareltjes op de achterzijdevan de koelzone ontstaan. Die hoeft uniet te verwijderen omdat ze automa-tisch verdampen door de warmte vande compressor.Het dooiwater loopt via een gootje eneen afvoerbuis naar eenverdampsysteem aan de achterzijdevan het toestel.Zorg ervoor dat het dooiwater altijdongehinderd kan weglopen. Houmet het oog daarop het gootje en deafvoeropening schoon.VriesvakHet vriesvak kan niet automatisch ont-dooien.Door de normale werking worden er naverloop van tijd rijp en ijs op hetkoeloppervlak gevormd. Daardoor ver-mindert de koudeafgifte en stijgt hetstroomverbruik.Schraap de rijp- of ijslagen niet wegomdat de koeloppervlakken andersbeschadigd kunnen worden.Het toestel functioneert dan nietmeer.Ontdooi het vriesvak geregeld, maar ui-terlijk als er zich een ijslaag van ca.

0,5cm dik heeft gevormd. Doe dat bij voor-keur als het toestel weinig of geen be-vroren goederen bevat.Voor het ontdooien^ Neem de levensmiddelen uit hetvriesvak en wikkel ze in verschillendelagen krantenpapier of in een deken.^Bewaar de ingevroren levensmid-delen op een koele plaats tot hetvriesvak weer gebruiksklaar is.Ontdooien31

OntdooienOntdooien moet snel gebeuren. Hoelanger u de ingevroren levensmid-delen bij kamertemperatuur be-waart, des te korter wordt de houd-baarheid ervan.^Schakel het toestel uit en trek destekker uit het stopcontact.^Laat de deur van het vriesvak open.^Zuig het dooiwater op met eenspons.U kunt het ontdooien versnellen doorop een onderlegger een pot met heet(niet kokend) water in het vriesvak teplaatsen. In dat geval laat u de deurtijdens het ontdooien gesloten, zodatde warmte niet kan ontsnappen.Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in hettoestel om het te ontdooien. Dekunststof zou beschadigd raken.Gebruik geen ontdooisprays of-producten om ijs te verwijderen.

Diekunnen immers explosieve gassenvormen, oplos- of drijfmiddelen be-vatten, of de gezondheid schaden.Na het ontdooien^Reinig het toestel en droog het.Er mag geen reinigingswater doorhet afvoergat voor het dooiwater lo-pen.^Steek de stekker in het stopcontacten schakel het toestel in.^Leg de ingevroren levensmiddelenweer in het vriesvak.Ontdooien32

Gebruik nooit een reinigingsmiddeldat zand, schuurmiddelen, soda, zu-ren of chloorverbindingen bevat.Gebruik ook geen chemische oplos-middelen.Ook ongeschikt zijn zogenaamdeschuurmiddelen die "vrij zijn vanschuurmiddelen", want die veroorza-ken matte vlekken.Om roestvrijstalen oppervlaken teonderhouden, gebruikt u het besteen speciaal onderhoudsmiddelvoor roestvrij staal (dat u bij deTechnische Dienst van Miele kuntaanschaffen).Zorg ervoor dat er geen water in detemperatuurregelaar of de elektro-nische besturing komt.Er mag geen reinigingswater doorde afvoeropening voor het dooiwaterlopen.Gebruik geen stoomreiniger. Destoom kan terechtkomen op onder-delen van het toestel die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in het toestel magniet worden verwijderd.

De informa-tie op dit plaatje is belangrijk in ge-val van een storing.Vóór het reinigen^Schakel het toestel uit en trek destekker uit het stopcontact.^Haal de levensmiddelen uit het toe-stel en bewaar ze op een koeleplaats.^Ontdooi het vriesvak.^Neem alle onderdelen die uit het toe-stel genomen kunnenworden uit hettoestel om ze te reinigen.^Om de opdiensets in de binnendeurte reinigen, kunt u de hangschalen uithet roestvrijstalen frame nemen.Binnenruimte, toebehorenDie reinigt u het best met lauwwarmwater waarin u een beetje afwasmiddeldoet. Was alle onderdelen met de handaf.

De boterdoos is geschikt voor devaatwasser.^ Reinig de koelzone minstens éénkeer per maand en het vriesvak naelke ontdooiing.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een staafje of iets dergelijks, zo-dat het dooiwater altijd ongehinderdkan weglopen.^Spoel de binnenruimte en het toebe-horen na de reiniging af met schoonwater en wrijf alles droog met eendoek. Laat de deuren van het toestelkorte tijd openstaan.^Maak de roestvrijstalen oppervlakkenmet een geschikt middel voor roest-vrij staal schoon.Reiniging en onderhoud33

^Wrijf de roestvrijstalen oppervlakkenna elke reiniging in met een geschiktonderhoudsmiddel voor roestvrijstaal.Het is belangrijk dat de roestvrijsta-len oppervlakken na elke reinigingmet een onderhoudsmiddel voorroestvrij staal behandeld worden.Dat beschermt de roestvrijstalen op-pervlakken en voorkomt dat ze snelweer vuil worden.Openingen voor luchttoevoeren -afvoer^ Reinig alle openingen voor de lucht-toevoer en -afvoer regelmatig meteen borsteltje of een stofzuiger. Wan-neer er zich stof ophoopt, verhoogthet energieverbruik.DeurdichtingBehandel de deurdichting niet metolie of vet.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele K 9754 IDF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden