Miele K 12010 S Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele K 12010 S (44 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen. Heb je een vraag over Miele K 12010 S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | K 12010 S |
| Apparaatplaatsing: | Vrijstaand |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Gewicht: | 36800 g |
| Breedte: | 554 mm |
| Diepte: | 623 mm |
| Hoogte: | 850 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Geluidsniveau: | 37 dB |
| Energie-efficiëntieklasse: | F |
| Jaarlijks energieverbruik: | 116 kWu |
| Gewicht verpakking: | 39500 g |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 149 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | - l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Aantal planken koelkast: | 4 |
| Aantal groente lades: | 2 |
| Eierenrekje: | Ja |
| Flessenrek: | Nee |
| Automatisch ontdooien (koelkast): | Ja |
| Vers zone compartiment: | Ja |
| Klimaatklasse: | SN-ST |
| Geluidsemissieklasse: | C |
| Water dispenser: | Nee |
| Energie-efficiëntieschaal: | A tot G |
Handleiding Miele K 12010 S – volledige tekst
Beschrijving van het toestel. 4Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu. 6Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 7Hoe kunt u energie besparen. 12Toestel in- en uitschakelen. 13Bij langdurige afwezigheid. 13De juiste temperatuur. 14. in de koelzone. 14. in het vriesvakje. 14De temperatuur instellen. 15Winterschakeling (afhankelijk van het model). 16De koelzone goed gebruiken. 17Verschillende koelgedeelten. 17Levensmiddelen die zeker niet gekoeld mogen worden. 17Waarop moet u letten wanneer u levensmiddelen koopt. 18Levensmiddelen juist bewaren. 18Fruit en groenten. 18Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen. 19Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten. 19Vlees. 19Binnenruimte indelen. 20Legplaten verplaatsen. 20Rek/flessenrek verplaatsen. 20Diepvries bewaren en levensmiddelen invriezen. 21Diepvrieswaar bewaren. 21Zelf levensmiddelen invriezen.
Reinigen. 26Buitenwanden, binnenruimte, toebehoren. 26Ventilatieroosters. 26Deurdichting. 27Wat gedaan als. 28Waar bepaalde geluiden vandaan komen. 31Technische Dienst van Miele/garantie. 32Elektrische aansluiting. 33Opstelinstructies. 34Opstelplaats. 34Klimaatklasse. 34Luchttoevoer en -afvoer. 34Toestel opstellen. 34Toestel nivelleren. 35Afmetingen van het toestel. 36De draairichting van de deur veranderen. 37De draairichting van de deur van het vriesvak veranderen. 38Deurgreep verplaatsen. 38Inbouw onder een doorlopend werkblad. 40Inhoud3.
Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd materiaal ge-kozen dat door het milieu wordt verdra-gen en opnieuw kan worden benut.Door de verpakking weer in kringloopte brengen, wordt er grondstof ge-spaard en verkleint de afvalberg. Geefdeze stoffen dus niet met het gewonevuilnis mee. Breng ze liever naar hetdichtstbijzijnde gemeentelijk container-park. Waar u dat vindt, komt u zeker bijuw gemeentebestuur aan de weet.Berging van uw oud toestelBij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel.
Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het af-danken van uw oud toestel, neem dancontact op met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg ervoor dat de buisleidingen vande compressor geen schade oplopenvoordat het toestel terdege wordtgeborgen. Zo vermijdt u dat er koelmid-del uit het koelcircuit of olie uit de com-pressor in het milieu terechtkomt.Zorg er ook voor dat het toestel kinder-veilig wordt bewaard voor u het laatwegbrengen.Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu6
Dit toestel voldoet aan de voorge-schreven veiligheidsvoorschriften.Door ondeskundig gebruik kunnengebruikers echter letsel oplopen enkan er schade optreden aan het toe-stel.Voor u het toestel in gebruik neemt,moet u de gebruiksaanwijzing aan-dachtig lezen. U vindt er belangrijkeopmerkingen omtrent de plaatsing,de installatie, het gebruik en het on-derhoud van uw toestel. Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt scha-de aan het toestel.Bewaar de gebruiksaanwijzing engeef ze door aan wie het toesteleventueel na u gebruikt.Juist gebruik~Gebruik het toestel uitsluitend in hethuishouden om levensmiddelen tekoelen en te bewaren, om diepvriespro-ducten te bewaren, om verse levens-middelen in te vriezen en om ijs te be-reiden.Gebruik voor andere doeleinden is niettoegelaten en kan gevaarlijk zijn.
De fa-brikant is niet verantwoordelijk voorschade die wordt veroorzaakt door eenander gebruik dan wat hier wordt ver-meld of door foutieve bediening.~Personen die door hun fysieke,zintuiglijke of geestelijke mogelijkhedenof hun onervarenheid of gebrek aankennis niet in staat zijn om het toestelveilig te bedienen, mogen dit toestel al-leen onder het toezicht of debegeleiding van een verantwoordelijkiemand gebruiken.Kinderen in het huishouden~Kinderen mogen het toestel alleenmaar gebruiken wanneer hen de bedie-ning ervan zo uitgelegd is dat ze hetveilig kunnen bedienen. Kinderen moe-ten de eventuele risico's van een foutie-ve bediening kunnen beseffen.~Hou kinderen die in de buurt van hettoestel komen in het oog. Laat kinderenniet met het toestel spelen.Opmerkingen omtrent uw veiligheid7
Technische veiligheid~Controleer vóórdat het toestel wordtgeplaatst, of het zichtbaar beschadigdis. Is dat het geval, neem het dan ingeen geval in gebruik. Een beschadigd toestel kan uw veilig-heid in gevaar brengen. ~Is het aansluitsnoer beschadigd,laat het dan vervangen door een vak-man die door Miele erkend is. Zo ver-mijdt u risico's voor wie het toestel ge-bruikt. ~Dit toestel bevat het koelmiddel iso-butaan (R600a), een natuurlijk gas dathet milieu weinig belast, maar welbrandbaar is. Het is niet schadelijk voorde ozonlaag en draagt niet bij tot hetbroeikaseffect. Het gebruik van dit mi-lieuvriendelijke koelmiddel veroorzaaktwel een lichte verhoging van hetwerkingsgeluid. Naast dewerkingsgeluiden van de compressorkunnen er stromingsgeluiden in het vol-ledige koelcircuit voorkomen. Dat isjammer genoeg niet te vermijden, maarheeft geen invloed op de prestaties vanhet toestel.
Let er bij het transporteren en het op-stellen van het toestel op dat geen en-kel onderdeel van het koelcircuit be-schadigd raakt. Wegspattend koelmid-del kan tot oogletsels leiden. Bij beschadiging:- vermijd open vuur ofontstekingsbronnen,- trek de stekker uit het stopcontact,- verlucht het vertrek waarin hettoestel staat, en- verwittig de TechnischeDienst van Miele. ~Hoe meer koelmiddel er in een toe-stel zit, hoe groter de ruimte moet zijnwaarin het toestel wordt opgesteld. Bijeen eventueel lek kan er in een tekleine ruimte een brandbaar mengselvan gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveel-heid koelmiddel is aangegeven op hettypeplaatje in het toestel. ~Een veilige werking van het toestelis alleen dan gewaarborgd als het toe-stel overeenkomstig de gebruiksaanwij-zing gemonteerd en aangesloten werd.
Anders treedt er scha-de op aan uw toestel. Vraag bij twijfelinlichtingen aan een elektricien. ~Gebruik uit veiligheidsoverwegingengeen verlengsnoeren ofstopcontactenblokken om het toestelaan te sluiten. Die bieden niet voldoen-de veiligheidsgaranties. Er bestaat on-der meer gevaar voor oververhitting. Opmerkingen omtrent uw veiligheid8.
~De elektrische veiligheid van dittoestel wordt enkel gewaarborgd als uhet op een aardsysteem aansluit datvolgens de voorschriften werd geïnstal-leerd. Het is heel belangrijk dat aandeze fundamentele veiligheidsvoor-waarde is voldaan.
Laat de elektrischeinstallatie in uw woning bij twijfel dooreen elektricien controleren.De fabrikant kan niet aansprakelijk ge-steld worden voor schade die werd ver-oorzaakt doordat de aardleiding onder-broken was of gewoon ontbrak (bijv.elektrische schokken).~Installatiewerken, onderhouds-werken en reparaties mogen alleenworden uitgevoerd door vakmensen diedoor de fabrikant erkend zijn.Door ondeskundig uitgevoerdeinstallatie-, onderhouds- ofreparatiewerken kunnen er voor de ge-bruiker aanzienlijke risico's ontstaanwaarvoor de fabrikant niet aansprakelijkkan worden gesteld.~Laat u het toestel tijdens de ga-rantieperiode herstellen, dan mag datenkel gebeuren door een technicus diedoor de fabrikant erkend is.
Anders iser bij schade achteraf geen aanspraakmeer op waarborg.~Tijdens installatie-, onderhouds- enreparatiewerken moet het toestel vanhet elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.Het toestel is pas stroomloos indien aaneen van deze voorwaarden werd vol-daan:– De stekker van het toestel is uitge-trokken.Trek daarbij niet aan het snoer, welaan de stekker.– De zekering op uw elektrische instal-latie is uitgeschakeld.~Laat defecte onderdelen enkelvervangen door originele Miele-wisselstukken. Enkel dan bent u zekerdat ze ten volle voldoen aan de eisendie Miele qua veiligheid stelt.~Als u het toestel niet op een vasteplaats installeert, bijv. op een schip,laat dit karwei dan enkel uitvoeren doorvakmensen. Die moeten ervoor zorgendat u het toestel veilig kunt gebruiken.Opmerkingen omtrent uw veiligheid9
Efficiënt gebruik~Raak bevroren levensmiddelen nietmet natte handen aan. Uw handen zou-den kunnen vastvriezen. U zou zichkunnen verwonden. ~Steek nooit ijsblokjes en ijslolly's,met name waterijsjes, in de mond wan-neer u ze net uit de vrieszone hebt ge-haald. Door de zeer lage temperatuur van debevroren levensmiddelen kunnen uwlippen of tong vastvriezen. U zou zichkunnen verwonden. ~Gedeeltelijk of volledig ontdooide le-vensmiddelen mogen niet opnieuw wor-den ingevroren. Verbruik deze levensmiddelen zo snelmogelijk, want de levensmiddelen ver-liezen hun voedingswaarde en beder-ven. Ontdooide levensmiddelen kunt uopnieuw invriezen nadat u ze heeft ge-kookt of gebraden. ~Als u levensmiddelen eet die te langbewaard werden, bestaat er gevaarvoor voedselvergiftiging.
De bewaarduur is afhankelijk van di-verse factoren, zoals de versheid enkwaliteit van de levensmiddelen en detemperatuur waarop ze worden be-waard. Hou rekening met debewaarinstructies en deverbruikstermijnen van de fabrikant vande levensmiddelen. ~Bewaar geen explosieve stoffen inhet toestel. Als de thermostaat wordt in-geschakeld, kunnen er vonken ont-staan. Die kunnen ontvlambaremengsels tot ontploffing brengen. ~Gebruik geen elektrische toestellenin het toestel (bijv. om softijs te ma-ken). Er kunnen vonken ontstaan. Ont-ploffingsgevaar. ~Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage enkel rechtop en goedafgesloten in de koelzone. Ontploffingsgevaar. ~Bewaar in het vriesvak geen blikjesen flessen met koolzuurhoudendedranken of vloeistoffen die kunnen be-vriezen. De blikjes of flessen kunnen uitelkaar springen. U kunt zich verwonden en er kan scha-de ontstaan.
~Als u flessen snel in het vriesvakwenst te koelen, moet u ze uiterlijk naéén uur weer uit het vriesvak halen. Deflessen kunnen ontploffen. U kunt zichverwonden en er kan schade ontstaan.
~Gebruik geen voorwerpen met eenscherpe punt of rand om– rijm- en ijslagen te verwijderen,– vastgevroren bakjes voor ijsblokjesen levensmiddelen los te wrikken. Als u dat doet, beschadigt u dekoelelementen en functioneert het toe-stel niet meer correct. ~Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Daardoor wordt de deurdichting na ver-loop van tijd poreus. Opmerkingen omtrent uw veiligheid10.
~Dek de ventilatieroosters van hettoestel niet af. Als die openingen afgedekt zijn, kan ergeen goede luchtcirculatie plaatsvin-den. Het stroomverbruik stijgt en scha-de aan onderdelen kan niet worden uit-gesloten. ~Het toestel is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse (bereik vande kamertemperatuur) waarvan deonder- en bovengrens gerespecteerdmoeten worden. De klimaatklasse isvermeld op het typeplaatje aan de bin-nenzijde van het toestel. Een te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat het koelelement gedurendeeen lange tijd stilstaat, zodat het toestelde vereiste temperatuur niet kan aan-houden. ~Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in het toe-stel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken. ~Gebruik geen ontdooisprays of -producten om ijs te verwijderen.
Die kunnen immers explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelen ofdrijfgassen bevatten die de kunststofaantasten of ze kunnen de gezondheidschaden. ~Als u in het toestel of in de deur vet-of oliehoudende levensmiddelen be-waart, dient u ervoor te zorgen dateventueel uitlopend vet of uitlopendeolie niet in contact komt met dekunststofonderdelen. Er kunnen spanningsscheuren in dekunststof ontstaan, zodat die barst ofscheurt. ~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van het toestel in geen geval eenstoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met on-derdelen van het toestel die onderspanning staan en zo een kortsluitingveroorzaken. Wat met een afgedankttoestel. ~Vernietig het knip- of vergrendelslotvan uw oude toestel als u het afdankt. Op die manier voorkomt u dat spelendekinderen zich in het toestel opsluiten,wat levensgevaarlijk kan zijn.
normaal energieverbruik verhoogd energieverbruikOpstellen In een verluchtbare ruimte. In een gesloten, niet te verluchtenruimteBeschermd tegen directezonnestraling.Bij directe zonnestraling.Niet naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).Naast een warmtebron (verwar-mingselement, fornuis).Bij een ideale kamertemperatuur van20 °C.Bij een hogere omgevingstempera-tuur.TemperatuurinstellingThermostaat"niveaugetallen"(regeling in niveaus)Bij een gemiddelde instelling van 2tot 3.Bij een hoge instelling: Hoe lager detemperatuur in het vriesvak, hoe ho-ger het energieverbruik!TemperatuurinstellingThermostaat"graadaanduidingen"(digitaal scherm)Keldervak van 8 tot 12 °CBij toestellen met een winterschake-ling moet u erop letten dat die scha-kelaar bij temperaturen boven 16resp.
18 °C uitgeschakeld is.Koelvak van 4 tot 5 °CPerfectFresh-zone bijna 0 °CVriesvak -18 °CWijnbewaarzone van 10 tot 12 °CGebruik De deur alleen maar zo kort mogelijkopenen.De deur vaak en langdurig openen =koudeverliesLevensmiddelen goed gesorteerdinladen.Wanneer alles door elkaar ligt, moetu lang zoeken en blijft de deur langopenstaan.Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het toestel afkoelen.Warme gerechten in het toestel doende compressor langdurig werken(het toestel probeert harder tekoelen).Levensmiddelen goed verpakt ofgoed afgedekt inladen.Wanneer vloeistoffen in de koelzoneverdampen en condenseren, leidtdat tot verlies van het koelvermogen.Leg ingevroren producten in dekoelzone om ze te ontdooien.Doe de vakken niet te vol zodat delucht kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het vriesvak bij een ijslaagvan 0,5 cm.Een ijslaag vermindert de overdrachtvan de koude aan de in te vriezen le-vensmiddelen en doet het stroom-verbruik stijgen.Hoe kunt u energie besparen?12
Vóór het eerste gebruikDe roestvrijstalen lijsten op de rekkenen legplaten zijn van een folie voorzienom ze bij het transport te beschermen.^Reinig het inwendige van het toestelen het toebehoren. Gebruik daarvoorlauw water. Wrijf daarna alles droogmet een doek.^Trek de beschermfolie van de roest-vrijstalen lijsten.Laat het toestel na het transport ca.1/2 tot 1 uur staan voor u het aan-sluit.
Dit is zeer belangrijk voor delatere werking!Het toestel inschakelen^Draai de aan-uitknop/temperatuurre-gelaar naar rechts, uit de stand "0".Hoe hoger de instelling, hoe lager detemperatuur in het toestel.Het toestel begint te koelen en de bin-nenverlichting schakelt in als de deurwordt geopend.Om zeker te zijn dat de temperatuurlaag genoeg is, dient u het toestel en-kele uren te laten voorkoelen voordat uvoor het eerst levensmiddelen in hettoestel plaatst.Het toestel uitschakelen^Draai de aan-uitknop/temperatuurre-gelaar op de stand "0".
Daarbij moeteen kleine weerstand worden over-brugd.De koeling en de binnenverlichting zijnnu uitgeschakeld.Bij langdurige afwezigheidAls u het toestel gedurende lange tijdniet gebruikt:^schakel het toestel uit,^trek de stekker uit het stopcontact,^ontdooi het vriesvak (afhankelijk vanhet model),^reinig het toestel en^laat de toesteldeur op een kier staanom geurvorming te vermijden.Als het toestel bij langdurige afwe-zigheid wordt uitgeschakeld maarniet gereinigd, bestaat er gevaarvoor schimmelvorming als de deurgesloten blijft.Toestel in- en uitschakelen13
Voor het bewaren van levensmiddelenis het van groot belang de juiste tempe-ratuur in te stellen. Door micro-organis-men bederft eetwaar namelijk gauw.Door een juiste bewaartemperatuur kandat proces evenwel worden vermedenof vertraagd. De temperatuur heeft eeninvloed op de snelheid waarmee de mi-cro-organismen aangroeien. Hoe lagerde temperatuur, hoe trager dat proces.De temperatuur in het toestel loopt opnaarmate– u de toesteldeur vaker opent enlanger laat openstaan,– u meer eetwaar in het toestel be-waart,– de te bewaren verse eetwaar warmeris,– de omgevingstemperatuur hoger ligt.Dit toestel is geschikt voor een be-paalde klimaatklasse of categorievan omgevingstemperatuur. Diedient binnen bepaalde grenzen teblijven.. . .
in de koelzoneIn de koelzone bevelen wij eenkoeltemperatuur aan van .4 °CZo u die temperatuur wenst te controle-ren, ...^zet dan in het midden van het toesteleen glas water met een thermometererin.Na ca. 24 uur kan u bij benadering dekoeltemperatuur in uw toestel aflezen.Neem het volgende in acht:– Gewone bad- en andere huisthermo-meters meten gewoonlijk heel on-nauwkeurig. Gebruik bij voorkeur eenelektronisch meettoestel.– Meet niet de luchttemperatuur in hettoestel. Daarmee weet u nog nietsover de temperatuur in de levens-middelen.– Tijdens het meten doet u de koel-kastdeur zo weinig mogelijk open.Anders stroomt er telkens warmelucht naar binnen.. . . in het vriesvakjeOm verse levensmiddelen in te vriezenen eetwaar lange tijd te bewaren, is ereen temperatuur van nodig. Bij-18 °Cdeze temperatuur wordt de aangroeivan micro-organismen verregaandstopgezet.
Zodra de temperatuur bo-ven de -10 °C stijgt, wordt de diepvries-waar door de micro-organismen aange-tast en kan die niet meer zo lang wor-den bewaard. Daarom mag u gedeelte-lijk of volledig ontdooide spijzen pasweer invriezen nadat u ze gekookt ofgebraden hebt. Door de hoge tempera-tuur worden de meeste micro-organis-men immers vernietigd.De juiste temperatuur14
De temperatuur instellenDe temperatuur voor de koelkast en hetvriesvakje stelt u in met de tempera-tuurkiezer.^Draai de temperatuurkiezer op eenstand tussen 1 en 7.Hoe hoger de stand, hoe lager de tem-peratuur in het toestel.Wij bevelen u een middelste stand aan.Zo u in het diepvrieswaarvriesvakjebewaart en de vereiste lage tempera-tuur gegarandeerd moet blijven, is eenstand van aan te bevelen.4 tot 7Kies deze stand ook als u de toestel-deur zeer vaak opent, grote hoeveelhe-den eetwaar in de koelkast legt of alsde omgevingstemperatuur hoog is.De juiste temperatuur15
Als de kamertemperatuur te laag is (ka-mertemperatuur van 18°C of lager)kan het te warm worden in het vriesvakdoordat de compressor minder vaakwordt ingeschakeld bij een lage kamer-temperatuur. Mogelijk ontdooien de in-gevroren levensmiddelen. Om dat tevoorkomen, is er de winterschakeling.Winterschakeling inschakelen^Druk op de tuimelschakelaar voor dewinterschakeling op "1".De compressor wordt nu vaker inge-schakeld. Hierdoor daalt de tempera-tuur in het vriesvak, zodat in het vries-vak de vereiste temperatuur behoudenblijft.Winterschakeling uitschakelenZodra de kamertemperatuur hoger isdan 18 °C, schakelt u de winterschake-ling weer uit. Zo voorkomt u dat het toe-stel onnodig energie verbruikt.^Druk op de tuimelschakelaar voor dewinterschakeling op "0".De koeling van het toestel werkt weermet het normale vermogen.Winterschakeling (afhankelijk van het model)16
Verschillende koelgedeeltenDoor de natuurlijke luchtcirculatie is detemperatuur in de koelzone niet overalgelijk. De koude, zware lucht daalt naarhet onderste gedeelte van het toestel. Gebruik de verschillende koudezoneswanneer u levensmiddelen in het toe-stel plaatst. Warmste gedeelteHet warmste gedeelte van de koelzonebevindt zich bovenaan aan de deur. Gebruik dit gedeelte bijv. om boter tebewaren, zodat ze gemakkelijk smeer-baar blijft, en voor kaas, zodat hij zijnaroma niet verliest. Koudste gedeelteHet koudste gedeelte van de koelzonebevindt zich direct boven degroenteschalen.
Gebruik dit gedeelte voor alle gevoe-lige en snel bederfbare levensmid-delen, zoals:– vis, vlees, gevogelte,– worst, kant-en-klaargerechten,– gebak en gerechten met eieren ofslagroom– vers deeg, taart-, pizza- quichedeeg,– kaas en andere producten op basisvan verse melk,– in folie verpakte, bereide groenten enin het algemeen alle verse levens-middelen waarvan de minimalehoudbaarheidsdatum is gebaseerdop een bewaartemperatuur van min-stens 4 °C. Bewaar geen explosieve stoffen engeen producten met brandbare drijf-gassen (bijv. spuitbussen) in hettoestel. Ontploffingsgevaar. Sterke drank met een hoog alcohol-percentage enkel rechtop en goedafgesloten in het toestel plaatsen. Als u in het toestel of in de deur vet-of oliehoudende levensmiddelen be-waart, dient u ervoor te zorgen dateventueel uitlopend vet of uitlopen-de olie niet in contact komt met dekunststofonderdelen.
Waarop moet u letten wanneeru levensmiddelen kooptDe belangrijkste voorwaarde om le-vensmiddelen lang te kunnen bewaren,is hun versheid. Dat is van het grootstebelang voor de bewaartijd van de prod-ucten. De koelketen mag indien moge-lijk niet onderbroken worden. Let erbijv. op dat de levensmiddelen niet telang in een warme auto blijven liggen. Wanneer het verouderings- ofbederfproces ingezet is, kan dat nietmeer ongedaan gemaakt worden. Eenonderbreking van de koeling geduren-de twee uur zet het bederf al in gang. Levensmiddelen juist bewarenLevensmiddelen moet u altijd goed ver-pakt of goed afgedekt bewaren. Zo ver-mijdt u dat de levensmiddelen vreemdegeuren opnemen of gaan uitdrogen. Tegelijk voorkomt u de overdracht vaneventuele bacteriën. Een correcteinstelling van de temperatuur en eenaangepaste hygiëne vertragen devermenigvuldiging van bacteriën zoalssalmonella.
Fruit en groentenFruit en groenten kunt u wel onverpaktin de fruit- en groenteschalen bewaren. Hou er echter rekening mee dat nietalle fruit- en groentesoorten samen inéén schaal bewaard kunnen worden. Enerzijds worden er geurtjes ensmaken overgedragen (worteltjes bijv. nemen snel de smaak en geur van uienover), anderzijds geven heel wat le-vensmiddelen een natuurlijk gas(ethyleen) vrij waarop andere levens-middelen heel gevoelig reageren zodatze sneller slecht worden. – Voorbeelden van fruit en groentendie veel gas vrijgeven:appelen, abrikozen, peren, nectari-nes, perziken, pruimen, avocado’s,vijgen, bosbessen, meloenen, bo-nen. – Voorbeelden van fruit en groentendie zeer gevoelig reageren op hetnatuurlijke gas van andere soortenfruit en groenten:kiwi’s, broccoli, bloemkool, spruiten,mango’s, honingmeloenen, appelen,abrikozen, augurken, tomaten, pe-ren, nectarines, perziken.
Onverpakte dierlijke en plantaardigelevensmiddelenOnverpakte dierlijke en plantaardige le-vensmiddelen moet u van elkaar schei-den. Als de levensmiddelen samen be-waard moeten worden, dan moeten zein elk geval verpakt zijn. Op die maniervoorkomt u dat er microbiologische ver-anderingen optreden.Levensmiddelen die rijk zijn aaneiwittenHou er rekening mee dat levensmid-delen die rijk zijn aan eiwitten snellerbederven.Schaal- en schelpdieren bederven dussneller dan vis, terwijl vis sneller bederftdan vlees.VleesBewaar vlees onverpakt. (Folie en reci-piënten openen.) De uitdroging van hetvleesoppervlak remt de kiemvorming afen zorgt daardoor voor een beterehoudbaarheid. Verschillende vlees-soorten mogen niet rechtstreeks met el-kaar in contact komen, maar moeten al-tijd door een verpakking worden ge-scheiden.
Legplaten verplaatsenU kunt de legplaten verplaatsen over-eenkomstig de hoogte van de te koelenlevensmiddelen.^Trek de legplaat naar voren en zwenkze omlaag om ze uit te nemen.^Plaats de legplaat met de achterrandomhoog opnieuw op de gewensteplaats.De achterrand moet omhoog staan,anders kunnen de levensmiddelende achterwand raken en bevriezen.Rek/flessenrek verplaatsen^Schuif het rek/flessenrek naar bovenen haal het uit het toestel.^Plaats het rek/flessenrek op de ge-wenste plaats weer in het toestel.Zorg er daarbij voor dat het goed opde verhogingen wordt vastgedrukt.Binnenruimte indelen20
Het vriesvakje gebruikenGebruik het vriesvak om– diepvries te bewaren,– ijsblokjes en roomijs te maken,– zelf kleine hoeveelheden levensmid-delen in te vriezen.Diepvrieswaar bewarenZo u kant-en-klare diepvrieswaar in hettoestel legt, controleer dan reeds bij deaanschaf– of de verpakking niet beschadigd is,– tot wanneer het product houdbaar is– en hoe laag de koeltemperatuur inde winkeltoog is. Ligt die hoger dan-18 °C, dan is de diepvrieswaar nietzo lang houdbaar.^Koop uw diepvrieswaar op het eindevan uw boodschappen.
Bewaar hemin krantenpapier of een koeltas.^Leg de gekochte diepvrieswaar met-een in uw toestel.Vries gedeeltelijk of volledig ont-dooide levensmiddelen niet terug in.Zo u ze kookt of braadt, kan u die le-vensmiddelen opnieuw invriezen.Zelf levensmiddelen invriezenGebruik enkel verse en onberispelijkelevensmiddelen om in te vriezen!Hou hiermee rekening bij hetinvriezen:–Zijn geschikt om in te vriezen:vers vlees, gevogelte, wild, vis,groente, kruiden, rauw fruit, zuivel,gebak, spijsresten, eigeel, eiwit enheel wat kant- en klaargerechten.–Niet geschikt om in te vriezen:druiven, kropsla, radijsjes, ramme-nas, zure room, mayonaise, eieren inhun schaal, uien, ongeschilde rauweappelen en peren.– Om kleur, smaak, aroma en vitami-nen C te bewaren, dient u fruit engroente voor het invriezen te blan-cheren. Doe de groente per portie 2à 3 minuten in kokend water.
Daarnauitnemen en vlug in koud water af-koelen. Laat de groente uitdruppen.– Mager vlees is beter geschikt om inte vriezen dan vet. Het kan trouwensveel langer worden bewaard.– Leg tussen koteletten, biefstuk,vleeslapjes e.d. telkens plastic folie.Zo vermijdt u dat de porties aaneen-vriezen.– Rauwe levensmiddelen en geblan-cheerde groente mag u voor het in-vriezen niet kruiden of zouten. Klaar-gemaakte spijzen kruidt of zout umaar lichtjes. Sommige kruiden ver-anderen immers van smaakintensiteitbij het invriezen.Diepvries bewaren en levensmiddelen invriezen21
– Laat warme spijs en drank eerst bui-ten het toestel afkoelen. Anderswordt reeds ingevroren eetwaar evenontdooid. Dit leidt bovendien tot eenhoger stroomverbruik.Verpakken^Vries de eetwaar per portie in.Geschikte verpakking- kunststoffolie- zakjes van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesdozenOngeschikte verpakking- inpakpapier- perkamentpapier- cellofaan- vuilniszakken- gebruikte boodschapzakjes^Druk de lucht uit de verpakking.^Sluit de verpakking af met- elastiekjes,- kunststofklemmen,- touwtjes of- koudebestendige plakband.Polyethyleen zakjes kan u ook meteen lastoestel dichtmaken.^Plak op de verpakking een etiket metinhoud en invriesdatum erop.Voor u de diepvrieswaar schikt^Enige tijd voor u de eetwaar in hetdiepvriesvak plaatst, schakelt u defunctie Winterschakeling in.
Ingevroren kan u in kokendgroentewater doen of in heet vet stoven. Dekooktijd valt dan wat korter uit dan bijverse groente.Vries gedeeltelijk of volledig ont-dooide levensmiddelen niet terug in.Zo u ze kookt of braadt, kan dat wel.IJsblokjes maken^Vul het bakje voor ijsblokjes voor drievierden met water en plaats het opde bodem van een vrieslade.^Gebruik een stomp voorwerp, bijv.een lepelsteel, om een vastgevrorenbakje voor ijsblokjes los te maken.^De ijsblokjes komen gemakkelijk losuit het bakje als u het kort onder stro-mend water houdt.Drank snel koelenAls u flessen met drank snel koelt, haaldie dan weer uit hetuiterlijk na 1 uurvriesvak. Anders springen ze stuk!Diepvries bewaren en levensmiddelen invriezen23
KoelzoneDe koelzone ontdooit automatisch.Terwijl de compressor draait, kunnen errijp en waterpareltjes worden gevormdop de achterzijde van de koelzone. Diehoeft u niet te verwijderen omdat ze au-tomatisch verdampen door de warmtevan de compressor.Het dooiwater loopt via een gootje eneen afvoerbuis naar eenverdampsysteem aan de achterzijdevan het toestel.Zorg ervoor dat het dooiwater altijdongehinderd kan weglopen. Houmet het oog daarop het gootje en deafvoeropening schoon.Vriesvak(volgens het model)Het vriesvak kan niet automatisch ont-dooien.Door de normale werking worden er naverloop van tijd rijp en ijs op hetkoeloppervlak gevormd.
Daardoor ver-mindert de koudeafgifte en stijgt hetstroomverbruik.Schraap de rijp- of ijslagen niet wegomdat het koeloppervlak anders be-schadigd kan worden.Het toestel functioneert dan nietmeer.Ontdooi het vriesvak geregeld, maar ui-terlijk als er zich een ijslaag van ca.0,5 cm dik heeft gevormd. Doe dat bijvoorkeur als het toestel weinig of geenbevroren goederen bevat.Voor het ontdooien^Neem de levensmiddelen uit hetvriesvak en wikkel ze in verschillendelagen krantenpapier of in een deken.^Bewaar de ingevroren levensmid-delen op een koele plaats tot hetvriesvak weer gebruiksklaar is.Ontdooien24
Het ontdooien zelfOntdooien moet snel gebeuren. Hoelanger u de ingevroren levensmid-delen bij kamertemperatuur be-waart, des te korter wordt de houd-baarheid van de ingevroren levens-middelen.^Schakel het toestel uit en trek destekker uit het stopcontact.^Laat de deur van het vriesvak open.^Zuig het dooiwater op met eenspons.U kunt het ontdooien versnellen doorop een onderlegger een pot met heet(niet kokend) water in het vriesvak teplaatsen. In dat geval laat u de deurtijdens het ontdooien gesloten, zodatde warmte niet kan ontsnappen.Plaats nooit elektrische verwar-mingstoestellen of kaarsen in hettoestel om het te ontdooien. Dekunststof zou beschadigd raken.Gebruik geen ontdooisprays of -producten om ijs te verwijderen.
Diekunnen immers explosieve gassenvormen, oplos- of drijfmiddelen be-vatten, of de gezondheid schaden.Na het ontdooien^Reinig het toestel en droog het.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater lo-pen.^Sluit het toestel weer aan en schakelhet in.^Leg de ingevroren levensmiddelenweer in het vriesvak.Ontdooien25
Gebruik nooit reinigingsmiddelen diezand, schuurmiddelen, soda, zurenof chloorverbindingen bevatten. Ge-bruik ook geen chemische oplos-middelen.Ook ongeschikt zijn zogenaamdeschuurmiddelen die "vrij zijn vanschuurmiddelen", want die veroorza-ken matte vlekken.Zorg ervoor dat er geen water in deaan-uitknop/temperatuurregelaar, deverlichting of de ventilatieroosters te-rechtkomt.Er mag geen reinigingswater doorde afvoeropening voor het dooiwaterlopen.Gebruik geen stoomreiniger. Destoom kan terechtkomen op onder-delen van het toestel die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in het toestel magniet worden verwijderd.
De informa-tie op dit plaatje is belangrijk in ge-val van een storing.Vóór het reinigen^Schakel het toestel uit en trek destekker uit het stopcontact of schakelde zekering uit.^Haal de levensmiddelen uit het toe-stel en bewaar ze op een koeleplaats.^Ontdooi het vriesvak (afhankelijk vanhet model).^Neem alle onderdelen die kunnenworden uitgenomen uit het toestel omhet gemakkelijker te kunnen reinigen.Buitenwanden, binnenruimte,toebehoren^Reinig de koelzone minstens éénkeer per maand en het vriesvak (af-hankelijk van het model) na elkeontdooiing.^Was alle onderdelen met de hand af.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een staafje of iets dergelijks, zo-dat het dooiwater altijd ongehinderdkan weglopen.^Veeg de buitenwanden, de binnen-ruimte en het toebehoren na de reini-ging af met schoon water en wrijf al-les droog met een doek.
Laat dedeuren van het toestel korte tijdopenstaan.Ventilatieroosters^Reinig de ventilatieroosters regelma-tig met een kwast of een stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt, ver-hoogt het energieverbruik.Reinigen26
Achterzijde - metalen roosterMinstens één keer per jaar moet hetstof van het metalen rooster aan deachterzijde van het toestel (warmtewis-selaar) worden verwijderd. Wanneer erzich stof ophoopt, neemt het energie-verbruik toe.^Let er bij het reinigen van het metalenrooster op dat u geen kabels of an-dere onderdelen aftrekt, knikt of be-schadigt.DeurdichtingBehandel de deurdichting niet metolie of vet. Anders wordt ze na ver-loop van tijd poreus.Reinig de deurdichting regelmatig uit-sluitend met schoon water en wrijf zedaarna grondig droog met een doek.Na het reinigen^Plaats alle onderdelen in het toestel.^Sluit het toestel weer aan en schakelhet in met de aan-uitnkop/tempera-tuurregelaar.^Plaats de levensmiddelen weer in hettoestel en sluit de deur.Reinigen27
Reparaties aan elektrische toestellenmag u enkel en alleen door een er-kend vakman laten uitvoeren. Doorondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen er niet te onderschatten risi-co's voor de gebruiker ontstaan.Wat gedaan als . . .. . . het toestel niet koelt?^Zorg ervoor dat de aan-uitknop/tem-peratuurregelaar op een andere stan-d dan "0" staat.^Controleer of de stekker van het toe-stel goed in het stopcontact zit.^Controleer of de zekering op uw elek-trische installatie uitgeschakeld is.Als dit het geval is, neemt u contactmet de Technische Dienst van Miele.. . . de temperatuur in de koelzone tekoud is?^Zet de aan-uitknop/temperatuurrege-laar op een lagere stand.^Controleer of de deur van het vries-vak goed gesloten is.^Werd een grote hoeveelheid levens-middelen in één keer ingevroren?Omdat de compressor daardoor zeerlang werkt, daalt de temperatuur inde koelzone automatisch.
Daarommag u niet meer dan 2 kg levensmid-delen per keer invriezen.^Is de winterschakeling (afhankelijkvan het model) ingeschakeld?. . . de inschakelfrequentie eninschakelduur van de compressortoenemen?^Controleer of de ventilatieopeningenniet afgedekt zijn of onder het stof zit-ten.^De toesteldeur en de deur van hetvriesvak werden vaak geopend of erwerden grote hoeveelheden verse le-vensmiddelen ingevroren.^Controleer of de toesteldeur goedsluit.^Controleer of er zich in het vriesvakeen dikke rijplaag gevormd heeft. Alsdat het geval is, moet u het vriesvakontdooien.. . .
de ingevroren levensmiddelenontdooien omdat het in het vriesvakte warm is?^Is de kamertemperatuur lager dandie waarvoor uw toestel ontworpenis?Verhoog de kamertemperatuur.De compressor schakelt minder vaak inals de kamertemperatuur te laag ligt.Daardoor kan het in het vriesvak tewarm worden.^Bij toestellen met winterschakelingschakelt u de winterschakeling in(zie "Winterschakeling gebruiken").. . . de levensmiddelen vastgevrorenzijn?Maak de levensmiddelen los met eenstomp voorwerp, bijv. een lepelsteel.Wat gedaan als . . . ?28
. . . het vriesvak een dikke ijslaag ver-toont?^Controleer of de deur van het vries-vak goed sluit.^Ontdooi en reinig het vriesvak.Een dikke ijslaag vermindert het koel-vermogen, waardoor het stroomver-bruik stijgt.. . . de binnenverlichting in de koelzo-ne niet meer werkt?^Controleer eerst of de lichtcontact-schakelaar klem zit of als de aan-uitknop/temperatuurregelaar op "0"staat.Als dat niet het geval is, is de gloeilampdefect.^Trek de stekker uit of schakel dezekering op uw elektrische installatieuit.^Neem de lampafdekking achteraanvast en trek de lampafdekking af.^Draai de gloeilamp uit en vervang ze.Aansluitgegevens van de gloeilamp:220 - 240 V, fitting E 14.Het vereiste vermogen (Watt) leest uvan de defecte gloeilamp af.^Draai de nieuwe gloeilamp in en zetde afdekking weer vast.. . .
de binnenverlichting warm is,hoewel de toesteldeur gedurendelange tijd niet werd geopend (alleenbij toestellen met een vriesvak)?Dit is geen storing.^Het toestel heeft een winterschake-ling.Als de omgevingstemperatuur onder16 °C zakt, slaat de compressor bijtoestellen zonder winterschakelingminder vaak aan. Hierdoor kan het tewarm worden in de vrieszone.De winterschakeling zorgt ervoor datbij een omgevingstemperatuur vanminder dan 16 °C de binnenverlich-ting wordt ingeschakeld wanneer dedeur dicht is. Zo wordt de koelzoneverwarmd.Door deze opwarming slaat de com-pressor vaker aan en wordt de vrieszo-ne weer voldoende gekoeld.Bij een omgevingstemperatuur onder10 °C kunnen we niet garanderen dathet toestel correct zal werken! Zorgvoor een hogere omgevingstempera-tuur!Wat gedaan als . . . ?29
. . . de bodem van de koelzone natis?De afvoeropening voor het dooiwater zitverstopt.^Reinig het gootje en de opening voorhet dooiwater.Als u de storing niet kunt verhelpenaan de hand van deze aanwijzingen,dient u een beroep te doen op deTechnische Dienst van Miele.Om het koudeverlies zo beperkt mo-gelijk te houden, laat u, indien mo-gelijk, de deur dicht tot de storingverholpen is.Wat gedaan als . . . ?30
Heel normale geluiden Waar komen ze vandaan?Brrrrr... Gebrom komt van de motor (compressor). Dat kan even wat har-der worden terwijl de motor ingeschakeld wordt.Blubb, blubb.... Geborrel, geklots of gezoem komt van het koelmiddel dat doorde buisjes vloeit.Klik.... U hoort een klik telkens als de thermostaat de motor in- of uit-schakelt.Sssrrrrr....
Bij toestellen met verschillende zones of bij No-Frostmodellenkan u een zacht geruis horen van de luchtstroming in de binnen-ruimte van het toestel.Bedenk echter dat motor- en stromingsgeluiden in de koelingskringloop niet tevermijden zijn!Geluid waaraan u vlot kanverhelpenWaar komt het vandaan en wat kan u ertegendoen?Geklepper, gerammel, gerinkel Het toestel staat niet waterpas: Stel het toestel waterpas.Schroef de voetjes in of uit het toestel of leg iets onder het toe-stel.Het toestel raakt andere toestellen of meubels aan: Schuif hettoestel van de meubels of andere toestellen weg.Laden, korven of legplaten trillen of knellen: Controleer de uit-neembare onderdelen en zet ze eventueel opnieuw op hunplaats.Flessen of recipiënten raken elkaar: Schuif de flessen of reci-piënten wat uit elkaar.De snoerhouder hangt nog tegen de achterzijde van het toe-stel: Neem de snoerhouder weg.Waar bepaalde geluiden vandaan komen31
Neem in geval van storingen die u zelfniet kan verhelpen, contact op met^uw Miele-handelaarof^de Technische Dienst van Miele.Het adres en de telefoonnummers vanonze Technische Dienst vindt u op derugzijde van deze gebruiksaanwijzing.Wanneer u daar een beroep op doet,geef dan a.u.b. altijd het type- en hetmachinenummer van uw toestel op.Deze gegevens vindt u op het type-plaatje binnen in het toestel.Duur en voorwaarden van degarantieDe duur van de garantie bedraagt2 jaar.Meer informatie over de garantievoor-waarden kan u bekomen op onze siteof per telefoon bij Miele. Zie keerzijdevan deze gebruiksaanwijzing.Technische Dienst van Miele/garantie32
Dit toestel wordt aansluitklaar geleverd,is dus voorzien van snoer en stekker.Het apparaat is geschikt om te wordenaangesloten op eenfasige stroom 220 -240 V, 50 Hz. Dit toestel mag enkel opeen degelijk geaard stopcontact wor-den aangesloten.Om de veiligheid te verhogen, verdienthet aanbeveling een verliesstroomscha-kelaar met een uitschakelstroom van30 mA voor het toestel te schakelen.U dient smeltveiligheden van 10 A tevoorzien.Plaats het stopcontact naast of vlakbijhet toestel. Dat dient vlot toegankelijk tezijn.Gebruik geen verlengsnoeren om hettoestel op het stroomnet aan te sluiten.Die waarborgen niet de nodige veilig-heid. Er is risico van oververhitting.Dient het aansluitsnoer te wordenvervangen, dan mag dat enkel wordenuitgevoerd door een erkend elektricien.Elektrische aansluiting33
Plaats geen warmteproducerendetoestellen, zoals een broodrooster ofmicrogolfoven, op het toestel. Hier-door stijgt het energieverbruik!Deze koel-/vriescombinatie mag nietonmiddellijk naast ("side-by-side")een ander model worden opgesteld!Omdat het toestel niet met een zij-wandverwarming uitgerust is, kan erbij een "side-by-side"-opstelling con-denswater ontstaan!Vraag meer informatie bij uw Miele-handelaar.OpstelplaatsKies geen plaats direct naast een for-nuis, een verwarming of in de omge-ving van een venster met directe invalvan zonnestralen. Hoe hoger de omge-vingstemperatuur, hoe langer de com-pressor moet werken, waardoor ermeer stroom wordt verbruikt.Een droge, ventileerbare ruimte is ge-schikt.KlimaatklasseHet toestel is geconstrueerd voor eenbepaalde klimaatklasse.
Een klimaat-klasse is een kamertemperatuurbereikwaarbinnen de temperatuur zich moetbewegen en waar deze niet boven ofonder mag liggen. De klimaatklasse isvermeld op het typeplaatje aan de bin-nenzijde van het toestel.Klimaatklasse KamertemperatuurSNNSTTvan +10 °C tot +32 °Cvan +16 °C tot +32 °Cvan +16 °C tot +38 °Cvan +16 °C tot +43 °CEen te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat de compressor gedurendelange tijd niet werkt. Dit kan tot hogeretemperaturen in het toestel leiden.Luchttoevoer en -afvoerDe lucht aan de achterwand van hettoestel wordt opgewarmd.
De ventilatie-roosters mogen daarom niet worden af-gedekt, zodat een goede luchttoevoeren -afvoer verzekerd is.Bovendien moet het stof regelmatig vande ventilatieroosters worden verwijderd.Toestel opstellen^Verwijder eerst de kabelhouder aande achterzijde van het toestel.^Controleer of de onderdelen aan deachterwand van het toestel nergenstegenaan kunnen komen. Buig ze zonodig de andere kant op.^Schuif het toestel voorzichtig op dedaartoe voorziene plaats.^Plaats het toestel met de achterwandvlak tegen de keukenwand.Opstelinstructies34
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele K 12010 S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Miele
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast