Miele K 621 I Handleiding

Miele Koelkast K 621 I

Bekijk gratis de handleiding van Miele K 621 I (36 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen. Heb je een vraag over Miele K 621 I of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor koelkasten
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst, T
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 05 238 700

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: K 621 I

Handleiding Miele K 621 I – volledige tekst

InhoudsopgaveAlgemeen. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet verpakkingsmateriaal. 5Het afdanken van het apparaat. 5Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Het in- en uitschakelen van het apparaat. 10Bij langere afwezigheid. 10De juiste temperatuur. in de koelruimte. 11. in het diepvriesvak. 11Het instellen van de temperatuur. 11Het inruimen van levensmiddelen. 12Het indelen van de binnenruimteHet verplaatsen van plateaus. 13Plateau dat uit twee delen bestaat. 13Het verplaatsen van deurvakken en deurvakken voor flessen. 13Het verschuiven van de fleshouder. 13Het koelen en bewaren van levensmiddelenWaar u op moet letten bij het koelen en bewaren van levensmiddelen. 14Het gebruik van het diepvriesvakHet bewaren van diepvriesproducten. 15Het invriezen en bewaren van levensmiddelen. 15Waar u op moet letten bij het invriezen en bewaren van levensmiddelen. 15Het verpakken.

Het ontdooien van de koelkastHet ontdooien van de koelruimte. 18Het ontdooien van het diepvriesvak. 18Het reinigen van de koelkastHet reinigen van de binnenruimte en de toebehoren. 20Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 20Het reinigen van de deurdichting. 20Het reinigen van de koelkast. 21Nuttige tips. 22Technische Dienst. 25Elektrische aansluiting. 26Montage-instructiesPlaats van opstelling. 27Klimaatklasse. 27Luchttoevoer en luchtafvoer. 27Voordat u het apparaat inbouwt. 27Inbouwmaten. 28Het veranderen van de draairichting van de deurDeur van de koelkast. 29Deurtje van het diepvriesvak. 30Het inbouwen van de koelkast. 31Inbouw in een scheidingswand. 31Inhoudsopgave3.

AlgemeenbDiepvriesvakcPlateau (van glas of met spijlen*)dGootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwatereVoorraadbakjes*fGroenten- en fruitladengBoter- en kaasvakhEierrekjeiDeurvakjTemperatuurregelaar enbinnenverlichting metlichtcontactschakelaarkDeurvak voor flessenlFleshouder* Afhankelijk van het modelAlgemeen4

Een bijdrage aan de bescherming van ons milieuHet verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenmet het oog op de geringe belastingvan het milieu en de mogelijkhedenvoor afvalverwerking.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen be-spaard en wordt er minder afval gepro-duceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest-al nog waardevolle materialen.Zet uw apparaat daarom niet zomaarbij het grof vuil, maar informeer bij uwhandelaar of het mogelijk is het appa-raat terug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhande-laar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv.

schrootver-werking).Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd, wan-neer deze wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot. Dan kan men er zekervan zijn dat koelmiddelen die zich inhet koelsysteem bevinden niet in het mi-lieu terechtkomen.Neem ook de aanwijzingen in hethoofdstuk: "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen" in acht.Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu5

Veiligheidsinstructies en waarschuwingenDeze koelkast voldoet aan de voor-geschreven veiligheidsmaatregelen. Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koelkast. Efficiënt gebruikDeze koelkast is uitsluitend be-stemd voor huishoudelijk gebruik. Gebruik deze koelkast uitsluitendvoor het koelen en bewaren van le-vensmiddelen, voor het bewaren vandiepvriesproducten, voor het invriezenen bewaren van verse levensmiddelenen voor het bereiden van ijs. Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve bedie-ning. Technische veiligheidDeze koelkast bevat het koelmid-del Isobutan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieuweinig belast, maar wel brandbaar is. Let er bij het transport en bij de plaat-sing van het apparaat op dat er geenonderdelen van het koelsysteem wor-den beschadigd. Door vrijkomend koelmiddel kan menoogletsel oplopen. Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:– vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,– trek de stekker uit het stopcontact, – lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minuten lang door– en neem contact op met de Techni-sche Dienst. Hoe meer koelmiddel een koelkastbevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin de koelkast wordt opge-steld.

Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3 groot zijn.

De hoeveelheid koelmiddel die de koel-kast bevat staat op het typeplaatje inde binnenkant van het apparaat. Voordat u uw koelkast aansluitdient u altijd de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) ophet typeplaatje met die van het elektrici-teitsnet te vergelijken. Deze moeten beslist overeenkomen,omdat de koelkast anders beschadigdraakt. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6.

De elektrische veiligheid van dekoelkast is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten opeen aardingssysteem dat volgens degeldende veiligheidsbepalingen is geïn-stalleerd. Het is zeer belangrijk dat aan deze fun-damentele veiligheidsvoorwaarde is vol-daan. Laat de huisinstallatie bij twijfeldoor een vakman controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende ofbeschadigde aarddraad (bijv. een elek-trische schok). Een veilig gebruik van de koelkastis alleen dan gegarandeerd, wan-neer het apparaat wordt gemonteerden aangesloten volgens de instructiesdie in de gebruiksaanwijzing staan. Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensenworden uitgevoerd.

Ondeskundig uitgevoerde installatie-en onderhoudswerkzaamheden, alsook ondeskundig uitgevoerde repara-ties kunnen groot gevaar opleverenvoor de gebruiker waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld. Er staat alleen dan geen elektri-sche spanning op de koelkast alsaan één van de volgende voorwaardenis voldaan:–als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,–of als de stekker uit het stopcontactis getrokken. Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel. De koelkast mag niet via een ver-lengsnoer op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet worden ge-waarborgd in verband met het gevaarvoor oververhitting. GebruikRaak ingevroren levensmiddelenniet met natte handen aan. Als u dat doet zouden uw handen vastkunnen vriezen en zou u zich kunnenverwonden.

Bereid deze levensmiddelen zo snelmogelijk omdat ze anders aan voe-dingswaarde verliezen en bederven. Ontdooide levensmiddelen die al ge-kookt en gebraden zijn kunnen welopnieuw worden ingevroren. Bewaar geen stoffen in de koelkastdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in de koelkast in ver-band met explosiegevaar. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.

Bewaar geen blikjes en flessen inhet diepvriesvak met koolzuurhou-dende dranken of vloeistoffen die kun-nen bevriezen. De blikjes en flessen kunnen in datgeval uit elkaar springen, u zou zichkunnen verwonden en er zou schadekunnen ontstaan. Haal flessen die u in het diepvries-vak hebt gelegd om snel te koelener na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet dan kunnen ze uit el-kaar springen, zou u zich kunnen ver-wonden en zou er schade kunnen ont-staan. Wanneer u levensmiddelen eet diete lang zijn bewaard, loopt u het ri-sico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factorenaf, zoals de versheid en kwaliteit vande levensmiddelen en de temperatuurwaarop ze worden bewaard. Neem de bewaartips van de levensmid-delenfabrikanten in acht en houd in degaten tot welke datum de levensmidde-len uiterlijk houdbaar zijn.

Gebruik geen scherpe voorwerp-ten om –rijp- en ijslagen te verwijderen–en vastgevroren ijsbakjes en/of vast-gevroren levensmiddelen los te wrik-ken. Als u dat doet beschadigt u de verdam-pers en functioneert de koelkast nietmeer. Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in de koelkast,Als u dat doet raakt het kunststof be-schadigd. Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid. Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Als u dat doet dan wordt de deurdich-ting in de loop van de tijd poreus. Sluit de luchttoevoeropening in desokkel en de luchtafvoeropeningboven in de kastombouw niet af.

Eenklimaatklasse is een kamertemperatuur-bereik, waarbinnen de temperatuurzich moet bewegen en waar deze nietboven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw koelkast staataangegeven op het typeplaatje aan debinnenkant van uw apparaat. Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat de koelkast voor langere tijd af-slaat zodat het apparaat de vereistetemperatuur niet kan aanhouden. Gebruik voor het ontdooien en rei-nigen van de koelkast nooit eenstoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroor-zaken. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

en Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdanktVoorkom dat kinderen zich bij hetspelen insluiten en in levensgevaarkomen.Haal de stekker uit het stopcontacten maak de aansluitkabel onbruik-baar.Beschadig geen delen van hetkoelsysteem, bijv. door–koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;–buisleidingen om te buigen;–beschermende lagen af te krabben.Als er koelmiddel uit spuit kan dat oog-letsel veroorzaken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Gebruik daar-voor lauwwarm water met een beetjereinigingsmiddel.Wrijf daarna alles met een doekdroog.Het inschakelen van het appa-raatDraai de temperatuurregelaar vanuitstand "0" op één van de andere stan-den.Het apparaat begint te koelen.De binnenverlichting gaat aan wanneerde deur wordt geopend.Het uitschakelen van het appa-raatDraai de temperatuurregelaar vanuitstand "1" op stand "0".De koeling en de binnenverlichting zijnuitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de koelkast vrij lange tijdniet meer gebruikt,schakel dan het apparaat uit;trek de stekker uit het stopcontact;ontdooi het diepvriesvak;reinig het apparaat enlaat de deur van het apparaat en hetdeurtje van het diepvriesvak ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke geval-len wel uitgeschakeld, maar niet ge-reinigd en niet opengezet, bestaathet gevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van het apparaat10

De juiste temperatuur. in de koelruimteHet is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld. Door micro-organismen bederven de le-vensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langer hetduurt voordat de levensmiddelen be-derven. Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuurinstelt kunt u daarmee bederf voorko-men of vertragen. Daarom adviseren wij voor het mid-den van het apparaat een koeltempe-ratuur van 5 °C. De temperatuur in het apparaat wordthoger, naarmate–de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langergeopend blijft;–er meer levensmiddelen worden op-geslagen;–de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;–de omgevingstemperatuur hoger is.

De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waarbinnen de kamertempera-tuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag liggen. in het diepvriesvak(afhankelijk van het model)Stel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren een tem-peratuur in van - 18 °C. Bij deze tem-peratuur wordt de groei van micro-orga-nismen gestopt. Zodra de temperatuurboven de - 10 °C stijgt beginnen ze tegroeien en zijn de levensmiddelen min-der lang houdbaar. Daarom mogen ge-heel of gedeeltelijk ontdooide levens-middelen pas weer worden ingevrorenwanneer ze eerst verwerkt zijn, d. w. z. eerst gekookt of gebraden zijn. Doorde hoge temperaturen worden demeeste micro-organismen gedood. Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur kunt u instellen met be-hulp van de temperatuurregelaar.

Als er in het diepvriesvak diepvriespro-ducten liggen en de vereiste lage diep-vriesvaktemperaturen gewaarborgdmoeten blijven, is een instelling van 4tot 7 aan te raden. Deze instelling raden wij ook aan wan-neer de deur van het apparaat zeervaak geopend wordt, grote hoeveelhe-den levensmiddelen in de koelruimteworden gelegd of de omgevingstempe-ratuur zeer hoog is. De juiste temperatuur11.

Het inruimen van levensmiddelenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelruimte zones met ver-schillende temperaturen.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Maak bij het inruimen van de levens-middelen van deze verschillendekoudezones gebruik.De koelste zones bevinden zich aande achterwand en boven de groenten-en fruitladen.Gebruik de koelzone boven de groen-tenladen voor levensmiddelen die mak-kelijk bederven, bijv. vlees, worst en vis.De minst koele zone bevindt zich hele-maal boven tegen de deur.

Gebruikdeze zone voor het opslaan van boterzodat deze smeerbaar blijft en voorkaas zodat deze zijn aroma niet verliest.Verdere tips voor het inruimen van le-vensmiddelenBewaar op de plateaus van bovennaar beneden:Brood en banket, reeds bereide ge-rechten, zuivelproducten, vlees, visen worst.Bewaar in de groenten- en fruitladengroenten en fruit.Wanneer u groenten en fruit in éénlade bewaart, houdt u er dan reke-ning mee dat er natuurlijke gassenvrijkomen die invloed kunnen heb-ben op de houdbaarheid van ande-re levensmiddelen.Bewaar in de deur van boven naarbeneden:boter, kaas, blikken, kleine flessen,tubes, grote flessen, pakken zuivel.Zet geen culinaire olie in de koel-kastdeur.Wanneer u dat doet kunnen erscheuren in het kunststof materiaalvan de deur ontstaan.Bewaar in het diepvriesvak diepvries-producten, in te vriezen levensmid-delen, ijsblokjes en ijs.Het inruimen van levensmiddelen12

Het indelen van de binnenruimteHet verplaatsen van plateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergelegd /neergezet.Trek het plateau naar voren totdat uweerstand voelt, til het aan de voor-kant op en haal het eruit.Zet het plateau met de achterkantnaar boven op de gewenste plek,haal de voorkant omhoog en schuifhet plateau naar binnen.De opstaande rand moet naar bovenwijzen zodat de levensmiddelen nietmet de achterwand in aanraking kun-nen komen en eraan vastvriezen.Plateau dat uit twee delen be-staat (afhankelijk van het model)Wanneer u hoge producten in het appa-raat wilt plaatsen kunt u gebruik makenvan een plateau dat uit twee delen be-staat.

Het voorste gedeelte kan wordenverwijderd waardoor op het plateaudaaronder hoge producten kunnen wor-den neergezet / neergelegd.Het verplaatsen van deurvak-ken en deurvakken voor fles-senSchuif de deurvakken en deurvak-ken voor flessen naar boven en haalze eruit.Zet de deurvakken er op de gewen-ste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.Het verschuiven van de fles-houder (afhankelijk van het model)De fleshouder kunt u naar rechts oflinks verschuiven.Daardoor staan de flessen steviger alsu de deur van het apparaat opent ensluit.Het indelen van de binnenruimte13

Het koelen en bewaren van levensmiddelenWaar u op moet letten bij het koelenen bewaren van levensmiddelenMaak bij het koelen en bewaren vande levensmiddelen gebruik van deverschillende koudezones. Neem ook de tips voor het inruimenvan levensmiddelen in acht. Zie:"Het inruimen van levensmiddelen’. –De levensmiddelen mogen niet metde achterwand in aanraking komen,want in dat geval kunnen ze eraanvastvriezen. –Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten in verbandmet explosiegevaar. –Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar. –Laat warme levensmiddelen en dran-ken afkoelen voordat u ze in het ap-paraat plaatst. –Bewaar levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt.

Zo voorkomt u dat er levensmidde-lenluchtjes vrijkomen en op anderelevensmiddelen worden overge-bracht en dat de levensmiddelen uit-drogen. Groenten en fruit kunnen echteronverpakt in de groenten- en fruitla-den worden bewaard. –Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tussende levenmiddelen kan circuleren. –Wanneer u levensmiddelen in het ap-paraat wilt leggen of uit het apparaatwilt halen, doe de deur dan altijdmaar even open, zodat de tempera-tuur in de koelzone niet stijgt. Daar-door bespaart u energie. Voor het apparaat ongeschikte levens-middelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.

Hiertoe behoren:–Koudegevoelig fruit en koudegevoeli-ge groenten zoals bananen, avoca-do’s, papaya’s, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten en kom-kommers–Fruit dat nog niet rijp is–Aardappels–Parmezaanse kaasSommige groentensoorten scheiden na-tuurlijke gassen af, wat bederf in dehand werkt. Enkele groenten- en fruit-soorten reageren bijzonder gevoelig opdeze natuurlijke gassen. Daarom mo-gen niet alle groenten- en fruitsoortensamen in één lade worden bewaard.

Het gebruik van het diepvriesvakHet gebruik van het diepvries-vakGebruik het diepvriesvak voor–het bewaren van diepvriesproducten;–het invriezen en bewaren van kleinehoeveelheden verse levensmiddelen;–het bereiden van ijsblokjes en ijs. Het bewaren van diepvriespro-ductenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:–de verpakking op eventuele bescha-digingen;–de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en–de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Is deze hoger dan -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur lager is dan - 18 °C. Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist als u alle andere bood-schappen al in uw wagentje hebt lig-gen en vervoer ze in krantenpapierof in een koeltas. Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het diepvriesvak.

Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen. Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u op moet letten bij het invrie-zen en bewaren van verse levensmid-delen–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliek-jes, eigeel, eiwit en vele kant-en-klaarproducten. –Niet geschikt om in te vriezen zijn:druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonnaise, hele eierenin de schaal, uien, hele appels en pe-ren. –Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren.

Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg de groente daar portiege-wijs aan toe, laat het daar 2-3 minu-ten in liggen, haal het eruit, laat hetsnel in koud water afkoelen en laathet uitlekken. –Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enkan aanmerkelijk langer worden be-waard.

–Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente vóór hetinvriezen niet.Kruid en zout reeds bereide gerech-ten voor het invriezen slechts licht.Sommige kruiden veranderen desmaakintensiteit van de gerechten.–Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelen.Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.Het verpakkenVries de levensmiddelen per portiein.Geschikte verpakking– kunststof folie– diepvrieszakken van polyethyleen– aluminiumfolie– diepvriesbakjeOngeschikte verpakking– pakpapier– braadpapier– cellofaan– afvalzakken– gebruikte plastic zakkenDruk de lucht uit de verpakking.Sluit de verpakking goed af met:– elastiekjes– kunststof klipjes– touwtjes of– koudebestendig plakband.Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een seal-ap-paraat afsluiten.Doe een sticker op de verpakkingmet inhoud en invriesdatum.Het wegleggenLeg de in te vriezen producten overde hele breedte op de bodem vanhet diepvriesvak, zodat ze zo snelmogelijk tot in de kern worden inge-vroren.Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen producten zijn ver-pakt droog is, zodat de productenniet aan elkaar of aan de bodem van-het diepvriesvak vastvriezen.Zorg ervoor dat in te vriezen levens-middelen niet tegen reeds ingevro-ren levensmiddelen aan komen teliggen.Gebeurt dat wel dan kunnen reedsingevroren levensmiddelen gaanontdooien.Het gebruik van het diepvriesvak16

Het ontdooien van ingevrorenproductenDat kunt u doen–in de magnetron;–in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";–bij kamertemperatuur;–in de koelruimte van de koelkast.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowelin de verpakking als ook in een afge-dekte schaal ontdooien.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd. De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Het bereiden van ijsblokjesVul het bakje voor ijsblokjes voor drie-vierde deel met water en zet het op debodem van het diepvriesvak.Als dit bakje is vastgevroren, gebruikdan een stomp voorwerp, bijv.

een le-pelsteel om het los te maken.Als het bakje even onder stromend wa-ter wordt gehouden laten de ijsblokjesgemakkelijk los.Het bereiden van consumptie-ijsGebruik hiervoor een bakje voor ijsblok-jes zonder rooster.Consumptie-ijs heeft afhankelijk vanhet vetgehalte iets langer nodig om inte vriezen dan waterijs.Als het bakje even in water wordt ge-plaatst kan het consumptie-ijs er ge-makkelijk uit worden gehaald.Het snelkoelen van drankenWanneer u flessen drank in het diep-vriesvak hebt gelegd om snel te koe-len, haal ze er dan na maximaal éénuur weer uit.Doet u dat niet dan springen ze uit el-kaar.Het gebruik van het diepvriesvak17

Het ontdooien van de koelkastHet ontdooien van de koel-ruimteTerwijl de koelkast in werking is, kun-nen zich aan de achterwand van dekoelruimte rijp en waterpareltjes vor-men.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelruimte wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het ontdooien van het diep-vriesvak(afhankelijk van het model)Het diepvriesvak ontdooit niet automa-tisch, daar de ingevroren levensmidde-len niet mogen ontdooien.Als het diepvriesvak normaal in gebruikis, ontstaan er na verloop van tijd rijpen ijs op de verdamper.

Daardoorwordt er minder kou afgegeven enmeer stroom verbruikt.Krab de rijp- en ijslagen er niet af,want dan beschadigt u de verdam-per en functioneert de koelkast nietmeer.Ontdooi het diepvriesvak van tijd tottijd, echter in ieder geval zodra zicheen ca. 5 mm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Gebruik de gelegenheid wanneer erweinig of geen producten in het diep-vriesvak liggen.Haal de ingevroren producten uit hetdiepvriesvak en wikkel ze in verschil-lende lagen krantenpapier of dekens.Bewaar de ingevroren producten opeen koele plaats, totdat het diepvries-vak weer klaar is voor gebruik.Het ontdooien van de koelkast18

Handel het ontdooien zo snel moge-lijk af. Hoe langer de ingevroren pro-ducten bij kamertemperatuur wor-den bewaard, des te korter zehoudbaar zijn.Schakel het apparaat uit.Laat de deur van het diepvriesvakopen.Neem het dooiwater met een sponsop.U kunt het ontdooien versnellen dooreen pannetje op een onderzetter metheet (niet kokend) water in het diep-vriesvak te zetten.

In dat geval kan dedeur bij het ontdooien gesloten blijven,zodat de warmte niet vrij kan komen.Blaas bij het gebruik van een hete-luchtapparaat de warme lucht al-leen van buiten gelijkmatig over debinnenkant van het diepvriesvak.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in de koelkast.Als u dat doet raakt het kunststof be-schadigd.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelenof drijfgassen bevatten die hetkunststof beschadigen of ze kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid.Reinig het apparaat en droog het.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater te-rechtkomen.Schakel het apparaat in.Leg de ingevroren producten weerterug in het diepvriesvak.Het ontdooien van de koelkast19

Het reinigen van de koelkastGebruik nooit zand-, soda-, zuur- ofschuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmidde-len. Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmidde-len, daar deze doffe plekken veroor-zaken. Let erop dat er geen water in detemperatuurregelaar of in de verlich-ting terechtkomt. Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt. Gebruik geen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken. Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd. De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt. Voor het reinigenSchakel het apparaat uit door detemperatuurregelaar op "0" te draai-en. Haal de te koelen producten uit dekoelkast en bewaar ze op een koeleplaats. Ontdooi het diepvriesvak.

Haal alle toebehoren uit de koelkastdie kunnen worden verwijderd. Het reinigen van de binnen-ruimte en de toebehorenDeze kunt u het beste reinigen metlauwwarm water met reinigingsmiddel. Reinig de toebehoren met de hand. Hetbotervak kan in de afwasautomaat. Reinig de koelruimte minstens éénkeer in de maand en het diepvries-vak iedere keer na het ontdooien. Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater altijd onge-hinderd weg kan lopen. Neem de binnenruimte en de toebe-horen daarna met helder water af enwrijf alles met een doek droog. Laat de deur van de koelkast en hetdeurtje van het diepvriesvak kortetijd openstaan. Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningenReinig de luchttoevoer- en luchtaf-voeropeningen regelmatig met eenkwast of een stofzuiger.

Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig energie verbruikt. Het reinigen van de deurdich-tingBehandel de deurdichting niet metolie of vet. Als u dat doet dan wordtde deurdichting in de loop van detijd poreus.

u ongewone geluiden hoort nadatu de koelkast hebt ingeschakeld envooral nadat u het apparaat voor heteerst in gebruik hebt genomen?Schakel de koelkast uit en controleer:of de koelkast stabiel en waterpasstaat;of de meubels die naast de koelkaststaan gaan trillen als deze aanstaat;of u er bij het inbouwen van de koel-kast aan gedacht hebt dat alle delenaan de achterwand van het apparaatnergens tegenaan kunnen komen;of u voor het inbouwen van de koel-kast de kabelhouder van de achter-wand van het apparaat hebt verwij-derd;of de uitneembare onderdelen vande koelkast stevig in het apparaat zit-ten;of er geen flessen tegen elkaar aankomen.Bedenk wel dat motor- en stromingsge-luiden in het koelsysteem niet te vermij-den zijn.. . .

de koelkast niet koelt?Controleer:of de temperatuurregelaar op een an-dere stand staat dan op "0";of de stekker stevig in het stopcon-tact zit;of de hoofdschakelaar van de elektri-sche huisinstallatie is ingeschakeld.Is dit wel het geval, neem dan con-tact op met de Technische Dienstvan Miele Nederland B.V.. . . de temperatuur in de koelruimtete laag is?Zet de temperatuurregelaar op eenlagere stand (hogere temperatuur).Controleer of het deurtje van hetdiepvriesvak goed gesloten is.Controleer of er een vrij grote hoe-veelheid levensmiddelen ineens is in-gevroren.Wanneer een grote hoeveelheidlevensmiddelen ineens wordt inge-vroren is de koelkast heel lang in wer-king en daalt de temperatuur in dekoelruimte automatisch. Daarom moet er nooit meer dan 2 kglevensmiddelen ineens worden inge-vroren.Nuttige tips22

. . . de koelkast vaker en voor lange-re tijd aanslaat?Controleer:of de luchttoevoeropening benedenin de sokkel of de luchtafvoerope-ning boven in de koelkastombouw isgeblokkeerd en of er veel stof inzit;of u de deur van de koelkast vaakopen en dicht heeft gedaan;of u het deurtje van het diepvriesvakvaak open en dicht heeft gedaan;of er grote hoeveelheden verse le-vensmiddelen zijn ingevroren;of de deur van de koelkast goed sluit;of het deurtje van het diepvriesvakgoed sluit;of er zich in het diepvriesvak eenvrije dikke ijslaag bevindt.Klopt dat, ontdooi dan het diepvries-vak.. . .

de in het diepvriesvak opgesla-gen levensmiddelen ontdooien, door-dat het in het diepvriesvak te warmis?Controleer of de kamertemperatuuronder de klimaatklasse van het appa-raat ligt.Als dit zo is, verhoog dan de kamer-temperatuur.Wanneer de kamertemperatuur te laagis, slaat de koelkast minder vaak aanen kan het in het diepvriesvak te warmworden.. . . de ingevroren producten vastge-vroren zijn?Maak de ingevroren producten met eenstomp voorwerp, bijv. met een lepel-steel los.. . . zich in het diepvriesvak een vrijdikke ijslaag bevindt?Controleer of het deurtje van hetdiepvriesvak goed sluit.Ontdooi het diepvriesvak en reinighet.Door een dikke ijslaag vermindert dekoelcapaciteit waardoor het stroomver-bruik stijgt.Nuttige tips23

. . . de binnenverlichting in de koel-ruimte niet meer functioneert?Controleer of de lichtschakelaar blijftsteken.Controleer of de temperatuurrege-laar op een andere stand staat danop "0".Is dat zo dan is het gloeilampje de-fect en moet het worden vervangen:Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van deelektrische huisinstallatie uit.Pak de lampafdekking van achterenvast en draai het gloeilampje eruit.Vervang het gloeilampje.Aansluitgegevens van het gloeilamp-je:220 – 240 V, max. 15 W, fitting E 14Draai het nieuwe gloeilampje erin.. . .

de bodem van de koelruimte natis?De afvoeropening voor het dooiwater isverstopt.Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater.Kunt u een storing ook met boven-genoemde tips niet verhelpen, roepdan de hulp in van de TechnischeDienst.Open als het mogelijk is de koelkast-deur en het deurtje van het diep-vriesvak niet vóórdat de storing isverholpen. Op deze manier houdt uhet koudeverlies zo gering mogelijk.Nuttige tips24

Technische Dienst Neem bij storingen die u niet zelf kuntverhelpen contact op met–uw Miele-handelaarof–met de Technische Dienst van MieleNederland B.V.De telefoonnummers van diverse afde-lingen en het adres van Miele Neder-land B.V. vindt u op de achterzijde vandeze gebruiksaanwijzing.Geef bij het inschakelen van de Techni-sche Dienst altijd het type en het num-mer van het apparaat door.Beide gegevens vindt u op het type-plaatje in de binnenruimte van het ap-paraat.Voor informatie over het Miele ServiceVerzekering Certificaat kunt u zichwenden tot uw Miele-vakhandelaar ofde bijgevoegde folder raadplegen.Technische Dienst25

Elektrische aansluitingDit apparaat mag alleen door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten.Dit apparaat is voorzien van een aan-sluitkabel en een stekker met randaar-de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz220 – 240 V.Dit apparaat mag uitsluitend wordenaangesloten op een contactdoos metrandaarde.Het is het beste wanneer de contact-doos zich naast het apparaat bevindten u er gemakkelijk bij kunt.Dit apparaat mag uitsluitend op eenhuisinstallatie worden aangesloten dievolgens NEN 1010 is geïnstalleerd.De installatiegroep dient met een 10 A-zekering te worden gezekerd.In de EU-voorschriften staat het adviesom de huisinstallatie van een aardlek-schakelaar te voorzien.

Daarmee kande veiligheid nog worden vergroot.Het is niet toegestaan het apparaat meteen verlengsnoer op het elektriciteits-net aan te sluiten.Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat namelijk nietworden gewaarborgd in verband methet gevaar voor oververhitting.Moet er aan de aansluiting op het elek-triciteitsnet of aan de aansluitkabel ietsworden veranderd dan mag dat uitslui-tend door een erkend bedrijf gebeuren.Elektrische aansluiting26

Montage-instructiesEen apparaat dat niet is ingebouwdkan kantelen. Plaats van opstellingKies geen plaats direct naast een for-nuis, een verwarming of in de buurt vaneen raam, waar de zon direct doorheen kan schijnen. Hoe hoger de omgevingstemperatuuris, des te langer het apparaat staat teronken en des te hoger het stroomver-bruik is. Geschikt is een droge ruimte waar kanworden geventileerd. KlimaatklasseHet apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een kamertemperatuur-bereik, waarbinnen de temperatuurzich moet bewegen en waar deze nietboven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw apparaatstaat aangegeven op het typeplaatjeaan de binnenkant van uw apparaat. Klimaatklasse KamertemperatuurSNNSTT+10 °C tot + 32 °C+16 °C tot + 32 °C+18 °C tot + 38 °C+18 °C tot + 43 °CEen te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat het apparaat voor langere tijdafslaat.

Dat heeft weer tot gevolg datde temperaturen in het apparaat tehoog zijn. Dat kan er zelfs toe leidendat de ingevroren producten beginnente ontdooien. Luchttoevoer en luchtafvoerDe lucht aan de achterwand van hetapparaat wordt warm. Daarom moet deinbouwkast voor het apparaat zodanigzijn geconstrueerd dat een goede lucht-toevoer en luchtafvoer gewaarborgd is. Bij Miele-keukens is daarmee automa-tisch rekening gehouden. Voor de luchtafvoer moet aan de ach-terkant van het apparaat een luchtaf-voerkanaal van minstens 50 mm diepteworden geplaatst. De lucht wordt via de sokkel van het ap-paraat toegevoerd. De doorsnede van de luchtafvoerope-ning moet minstens 200 cm2 bedra-gen, zodat de warme lucht ongehin-derd kan worden afgevoerd. Is dat niethet geval, dan moet het apparaat meerpresteren, wat meer stroom vergt.

Voordat u het apparaat inbouwtHaal de bevestigingslijst, de afdich-tingsband en andere toebehoren uithet apparaat en van de achterwandvan het apparaat. Verwijder de kabelhouder van deachterwand van het apparaat. Controleer of de onderdelen aan deachterwand van het apparaat ner-gens tegenaan kunnen komen. Buigze zo nodig de andere kant op. Montage-instructies27.

Het veranderen van de draairichting van de deurVoordat u de koelkast inbouwt moet ubepalen aan welke kant de koelkast-deur moet worden geopend.Als de deur linksscharnierend moetzijn, moet u de draairichting van dedeur veranderen.Deur van de koelkastSchroef de lagerbout beruit.Klap de deur naar achteren, til hemnaar boven en haal hem eraf c.Haal de scharnierpen d en de stope eruit en zet ze er aan de anderekant weer aan.Haal de afdekking feraf.Plaats de deur links op de scharnier-bout.Schroef de lagerbout erin b enplaats de afdekking c op de rechterkant van de koelkast.Schroef het deurkoppelingsdeel deraf (dit moet bij de inbouw weerworden gemonteerd) en sluit het vrij-gekomen gat met de bijgevoegdestop e af.Het veranderen van de draairichtin va de deurg n29

Deurtje van het diepvriesvakHaal de stoppen b eruit.Schroef het sluitingsdeel c eraf.Schroef het deurtje van het diepvries-vak deraf, draai het 180° enschroef het er aan de andere kantweer aan.Haal de stoppen e eruit en schroefop deze plek het sluitingsdeel ceraan.Sluit de vrijgekomen gaten met debijgevoegde stoppen e af.Het veranderen van de draairichting van de deur30

Het inbouwen van het apparaatAlle stappen bij de montage wor-den gedemonstreerd met een appa-raat met een rechtsscharnierendedeur.Hebt u de deurscharnieren naarlinks verplaatst, houd daar dan bijde montage rekening mee.Inbouw in een scheidingswandWanneer het apparaat in een schei-dingswand wordt ingebouwd moet deachterkant van de inbouwnis in het ge-deelte van het apparaat van een frontworden voorzien.Het stellen van de inbouwkastStel de inbouwkast voordat u het ap-paraat inbouwt heel precies met eenwaterpas. De hoeken van de kastmoeten allemaal 90° zijn, zodat demeubeldeur tegen alle vier de hoe-ken van de kast aan komt te liggen.Stel de meubeldeur met behulp vande scharnieren.Voordat u het apparaat inbouwtSchroef de bevestigingsplaat op hetapparaat.Verkort de afdichtingsband tot nis-hoogte.Het inbouwen van het apparaat31

Plak de afdichtingsband aan diekant van het apparaat vast, waar dedeur wordt geopend.Het inbouwen van het apparaatSchuif het apparaat in de inbouwnis.Let er daarbij op dat de aansluitka-bel niet ergens tussen beklemd raakt.Verwijder bij zeer geringe nishoogtede afdekking b.Schuif het apparaat zover naar bin-nen, totdat de voorste randen van delagersteunen zowel onder als bovenevenwijdig lopen met de voorsterand van de inbouwkast c.De bovenste rand van de afdek-plaat mag niet tegen de rand vande inbouwkast aanliggen.Schuif het apparaat aan de kantwaar de deur open gaat tegen demeubelwand aan zodat de afdich-tingsband wordt samengeperst d.Het inbouwen van het apparaat32

Maak het apparaat zowel aan de bo-ven- als aan de onderkant metschroeven bvast.Maak het deurkoppelingsdeel c terhoogte van het handvat vast aan dedeur van het apparaat. Bevestig bij gedeelde of zeer grotedeuren twee deurkoppelingsdelen.Doe de deuren helemaal open enschuif de glijstrook d in in het deur-koppelingsdeel.Schroef de glijstrook aan de meubel-deur. Daarbij moet tot de buitenkantvan de meubeldeur een afstand dworden aangehouden (= dikte vande wand van de inbouwnis). Stel de deurkoppeling zo dat demeubeldeur aan de kant van hethandvat in gesloten toestand niet te-gen de kastwand aankomt.Er moet minimaal een afstand van1 mm worden aangehouden e.Sluit de vrijgekomen gaten in dedeur van het apparaat met de bijge-voegde stoppen faf.Het inbouwen van het apparaat33

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele K 621 I stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden