Miele K 9414 IF Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele K 9414 IF (48 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 75 mensen. Heb je een vraag over Miele K 9414 IF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | K 9414 IF |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Gewicht: | 48200 g |
| Breedte: | 543 mm |
| Diepte: | 544 mm |
| Hoogte: | 1218 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Geluidsniveau: | 38 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 215 kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A+ |
| Brutocapaciteit vriezer: | 16 l |
| Nettocapaciteit vriezer: | - l |
| Vriescapaciteit: | 2 kg/24u |
| Ontdooifunctie: | Ja |
| Geschikt voor paneelaanpassing: | Nee |
| Nettocapaciteit koelkast: | - l |
| Brutocapaciteit koelkast: | 194 l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Aantal planken koelkast: | 5 |
| Vriezer positie: | Boven |
| Bewaartijd bij stroomuitval: | 15 uur |
| Aantal sterren: | 4* |
| Totale nettocapaciteit: | - l |
| Eierenrekje: | Ja |
| Flessenrek: | Ja |
| No Frost system: | Nee |
| Totale brutocapaciteit: | 210 l |
| Ingebouwde vriezer: | Ja |
| Stroomvoorziening: | 220-240 V, 50 Hz, 10 A |
| Installatie compartiment afmetingen(WxDxH): | 570 x 550 x 1220 mm |
| Stroomgebruik per dag: | 0.28 kWh/24u |
| Ijsblokjeshouder: | Ja |
Handleiding Miele K 9414 IF – volledige tekst
Beschrijving van het apparaat. 4Na te bestellen accessoire. 6Flesplateau. 6Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 7Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 8Het besparen van energie. 13Het in- en uitschakelen van de koelkast. 15Voor het eerste gebruik. 15Bij langere afwezigheid. 15De juiste temperatuur. 16. in de koelzone. 16. in het diepvriesvak. 16Het instellen van de temperatuur. 17Temperatuuraanduiding. 17De functie "Superkoeling". 18Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen. 19Gedeelten met verschillende temperaturen. 19Koelste gedeelte in de koelzone. 19Minst koele gedeelte in de koelzone. 19Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen. 20Waar u bij het kopen van levensmiddelen al op moet letten. 20Levensmiddelen afdekken of niet. 20Groenten en fruit. 20Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen. 21Eiwitrijke levensmiddelen. 21Vlees.
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 25Waar u daarbij op moet letten. 25Het verpakken. 26Vóórdat u de verse levensmiddelen in het diepvriesvak legt. 26Het inruimen. 26Het ontdooien van ingevroren producten. 27Het bereiden van ijsblokjes. 27Het snelkoelen van dranken. 27Het ontdooien van de koelkast. 28Het ontdooien van de koelzone. 28Het ontdooien van het diepvriesvak. 28Het reinigen van de koelkast. 30Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren. 31Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 31Het reinigen van de deurdichting. 31Nuttige tips. 32Geluiden en de oorzaken ervan. 35Afdeling Klantcontacten. 36Elektrische aansluiting. 37Montage-instructies. 38Plaats van opstelling. 38Klimaatklasse. 38Luchttoevoer en luchtafvoer. 38Voordat u het apparaat inbouwt. 39Inbouwmaten. 40Het veranderen van de draairichting van de deur. 41Deur van de koelkast.
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte elektrische en elektroni-sche apparaten bevatten meestal nogwaardevolle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone huisafval doet, kunnen dezestoffen mens en milieu schaden.Doe het apparaat daarom in geen ge-val bij het gewone huisafval, maar leverhet in bij het inzameldepot van uw ge-meente.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.
Deze koelkast voldoet aan de voor-geschreven veiligheidsmaatregelen.Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koelkast.Efficiënt gebruikDeze koelkast is uitsluitend be-stemd voor huishoudelijk gebruik.Gebruik deze koelkast uitsluitendvoor het koelen en bewaren van le-vensmiddelen, voor het bewaren vandiepvriesproducten, voor het invriezenen bewaren van verse levensmiddelenen voor het bereiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aankennis van de koelkast niet in staat zijnom het apparaat veilig te bedienen,mogen deze koelkast alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of wor-den geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huiszijnKinderen mogen de koelkast alleendan zonder toezicht gebruiken,wanneer ze weten hoe het apparaatwerkt en wat voor gevaar zij lopen wan-neer ze de koelkast fout bedienen.Wanneer er kinderen in de buurtvan de koelkast zijn, houd ze dangoed in de gaten.
Technische veiligheidControleer vóórdat de koelkastwordt geplaatst, of het apparaatzichtbaar beschadigd is. Een beschadigde koelkast mag nietworden geplaatst en niet in gebruik ge-nomen. Deze koelkast bevat het koelmid-del isobutaan (R600a). Dit is eennatuurlijk gas dat het milieu weinig be-last, maar wel brandbaar is. Het gas isniet schadelijk voor de ozonlaag en ver-sterkt het broeikaseffect niet, maar hetgebruik van dit koelmiddel heeft er weltoe geleid dat het apparaat meer lawaaimaakt wanneer het aanstaat. Behalvede geluiden van de compressor kunnener dan in het hele koelsysteem stro-mingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat. Let er bij het transport en bij de plaat-sing van de koelkast op dat er geen on-derdelen van het koelsysteem wordenbeschadigd.
Vrijkomend koelmiddelkan oogletsel veroorzaken. Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:–vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,–trek de stekker uit het stopcontact,–lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minutenlang door–en neem contact op met de afdelingKlantcontacten. Hoe meer koelmiddel een koelkastbevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin dit apparaat wordt op-gesteld. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel-kast bevat staat op het typeplaatje inde binnenkant van het apparaat. Vergelijk vóórdat u de koelkastaansluit de aansluitgegevens (ze-kering, spanning en frequentie) op hettypeplaatje met die van het elektrici-teitsnet. Deze moeten beslist overeen-komen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw inspecteren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv. een elektri-sche schok). Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet de kabel door er-kende vakmensen worden vervangen. Een veilig gebruik van de koelkastis alleen dan gegarandeerd, wan-neer het apparaat wordt gemonteerden aangesloten volgens de instructiesdie in de gebruiksaanwijzing staan. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9.
Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een bootof in een camper) moet worden ge-plaatst, mag het uitsluitend door eenvakman / vakvrouw worden ingebouwden aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden vooreen veilig gebruik worden voldaan. Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensenworden uitgevoerd. Gebeurt dat niet, dan kan de gebruikerrisico’s lopen waarvoor de fabrikant nietaansprakelijk is. Er staat alleen dan geen elektri-sche spanning op de koelkast alsaan één van de volgende voorwaardenis voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit het stopcontactis getrokken. Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel. De koelkast mag niet via een ver-lengsnoer op het elektriciteitsnetworden aangesloten.
Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet worden ge-waarborgd in verband met het gevaarvoor oververhitting. GebruikRaak ingevroren levensmiddelenniet met natte handen aan. Doet u dat wel, dan zouden uw handenvast kunnen vriezen en zou u zich kun-nen verwonden. Nuttig ijsblokjes en ijslolly’s, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat uze uit het vriesvak heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur vandeze producten zouden uw lippen entong kunnen vastvriezen en zou u zichkunnen verwonden. Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet op-nieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snelmogelijk omdat ze anders aan voe-dingswaarde verliezen en bederven. Ontdooide levensmiddelen die al ge-kookt en gebraden zijn kunnen wel op-nieuw worden ingevroren. Bewaar geen stoffen in de koelkastdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.
Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. Gebruik geen elektrische appara-ten in deze koelkast, bijv. voor hetmaken van ijs.
Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop enaltijd goed gesloten in de koelkast inverband met explosiegevaar. Bewaar geen blikjes en flessen inhet vriesvak die koolzuurhoudendedranken bevatten of vloeistoffen diekunnen bevriezen. De blikjes en flessen kunnen in dat ge-val uit elkaar springen, u zou zich kun-nen verwonden en er zou schade kun-nen ontstaan. Haal flessen die u in het vriesvakhebt gelegd om snel te koelen erna maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet, dan kunnen ze uit el-kaar springen, zou u zich kunnen ver-wonden en zou er schade kunnen ont-staan. Wanneer u levensmiddelen eet diete lang zijn bewaard, loopt u het ri-sico voedselvergiftiging op te doen. De bewaartijd hangt van vele factorenaf, zoals de versheid en kwaliteit van delevensmiddelen en de temperatuurwaarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmid-delenfabrikanten in acht en houd in degaten tot welke datum de levensmid-delen uiterlijk houdbaar zijn. Gebruik geen scherpe voorwerpenom–rijp- en ijslagen te verwijderen–en vastgevroren ijsbakjes en/ofvastgevroren levensmiddelen los tewrikken. Doet u dat wel, dan beschadigt u devriesplaten en functioneert de koelkastniet meer. Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsap-paraten of kaarsen in de koelkast. Doet u dat wel, dan raakt het kunststofbeschadigd. Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid. Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Doet u dat wel, dan worden de deur-dichtingen in de loop van de tijd po-reus.
Sluit de luchttoevoeropening in desokkel en de luchtafvoeropeningboven in de kastombouw niet af. Wanneer deze roosters geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koelkast kunnen beschadigen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11.
De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Eenklimaatklasse is een kamertemperatuur-bereik waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen.De klimaatklasse van uw koelkast staataangegeven op het typeplaatje aan debinnenkant van uw apparaat.Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat de koelkast voor langere tijdafslaat zodat het apparaat de vereistetemperatuur niet kan aanhouden.Gebruik voor het ontdooien en rei-nigen van de koelkast nooit eenstoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroorza-ken.Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdanktVoorkom dat kinderen zich bij hetspelen insluiten en in levensgevaarkomen.Haal de stekker uit het stopcontacten maak de aansluitkabel onbruik-baar.Beschadig geen delen van hetkoelsysteem, bijv.
door–koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;– buisleidingen om te buigen;– beschermende lagen af te krabben.Als er koelmiddel uit spuit kan dat oog-letsel veroorzaken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12
Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden ge-ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kanworden geventileerdOp een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnenOp een plaats waar de zon directop kan schijnenNiet naast een warmtebron (ver-warming, fornuis)Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hogere omgevingstempe-ratuurTemperatuurinstellingin standenInstelling van één van de middel-ste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager detemperatuur, des te hoger hetenergieverbruikTemperatuurinstellingin graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.Koelzone: 4 tot 5 °C0° zone: ca.
0 °CDiepvrieszone: - 18 °CDagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer datnodig is en dan nog zo kort moge-lijk.De temperatuur in het apparaatwordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deurlanger geopend blijft.Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt detemperatuur.Laat warme levensmiddelen endranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm,moet de motor langer werken omde vereiste temperatuur te berei-ken.Leg de levensmiddelen alleen af-gedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemt dekoelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tus-sen de levensmiddelen kan circu-leren.Het besparen van energie13
Voor het eerste gebruikDe roestvrijstalen lijsten op de plateausen de deurvakken zijn voorzien van eenfolie die dient ter bescherming van hetapparaat tijdens het transport.^Reinig de binnenkant van de koelkasten de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm watermet een beetje reinigingsmiddel.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.^Trek de folie van de roestvrijstalenlijsten af.Laat het apparaat nadat u het hebtgeplaatst eerst ca.
1/2 tot 1 uurstaan voordat u het aansluit.Dat is zeer belangrijk voor een goe-de werking van de koelkast!Het inschakelen van de koel-kast^Draai de Aan/Uit - schakelaar meteen muntje vanuit stand "0" zovernaar rechts, totdat de temperatuur-aanduiding gaat branden.Draai de Aan/Uit - schakelaar nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder dan raakt de schake-laar beschadigd.Het apparaat begint te koelen.De temperatuuraanduiding geeft de ge-wenste temperatuur aan.Wanneer de deur wordt geopend gaatde binnenverlichting van de koelzoneaan.Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in de koelkast legt, kunt u hetapparaat het beste een paar uur latenvoorkoelen.Het uitschakelen van de koel-kast^Draai de Aan/Uit - schakelaar meteen muntje naar links op stand "0".De temperatuuraanduiding gaat uit.De koeling is uitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de koelkast vrij lange tijdniet gebruikt, doe dan het volgende.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Ontdooi het diepvriesvak indien aan-wezig.^Reinig het apparaat.^Laat de deur van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koelkast15
Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langer hetduurt voordat de levensmiddelen be-derven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.De temperatuur in de koelkast wordthoger, naarmate– de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langeropen blijft;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;–de omgevingstemperatuur hoger is.De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.
Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waarbinnen de kamertempera-tuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag lig-gen.. . . in de koelzoneWij adviseren voor het midden van dekoelkast een koeltemperatuur van 5°C.. . . in het diepvriesvak(Afhankelijk van het model)Stel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, een tem-peratuur in van -18 °C. Bij deze tempe-ratuur wordt de groei van micro-orga-nismen voor het grootste gedeelte ge-stopt.Zodra de temperatuur boven de-10 °C stijgt begint het bederf door demicro-organismen en zijn de levens-middelen minder lang houdbaar. Daar-om mogen geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen pas weer wor-den ingevroren wanneer ze eerst ver-werkt zijn, d.w.z. eerst gekookt ofgebraden zijn.
Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur voor de koelzone kuntu instellen met behulp van de tempera-tuurregelaar.Hoe hoger resp. lager de temperatuurin de koelzone is, des te hoger resp. la-ger is de temperatuur in het diepvries-vak.^Draai de temperatuurregelaar meteen muntje vanuit stand "0" naarrechts.Hoe verder u draait, des te lager detemperatuur in het apparaat.Wanneer u de temperatuur instelt, ver-schijnt deze knipperend in de tempera-tuuraanduiding.Draai de temperatuurregelaar nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder dan raakt de re-gelaar beschadigd.TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding op hetbedieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.Wanneer u bijv.
wilt dat de koelzone opeen temperatuur van 5 °C koelt,^draai de temperatuurregelaar danvanuit stand "0" zo ver naar rechtstotdat de temperatuuraanduiding 5aangeeft.In het diepvriesvak wordt de tempera-tuur dan gemiddeld ca. -18 °C.Binnen het aangegeven temperatuur-bereik (bijv. tussen de 5°C en 3°C) kaneen iets lagere temperatuur worden in-gesteld.^Draai de temperatuurregelaar bijv.vanuit stand 5°C langzaam naarrechts totdat in de temperatuuraan-duiding kort "5°C" gaat knipperen.De lagere temperatuur wordt in de tem-peratuuraanduiding overgenomen.Wanneer de deur van het apparaatvaak wordt geopend, er veel levens-middelen ineens in het apparaat wor-den gelegd of de omgevingstempera-tuur hoog is, adviseren wij voor de koel-zone een temperatuur van 3°C tot 5°C.De juiste temperatuur17
Het gebruik van de superkoe-lingMet behulp van de functie "Superkoe-ling" daalt de temperatuur in de koelzo-ne zeer snel tot de koudste waarde.Deze hangt van de kamertemperatuuraf.Het gebruik van de superkoeling isvooral dan aan te raden, wanneer ugrote hoeveelheden verse levensmid-delen of drank opslaat en snel wilt latenafkoelen.Het inschakelen van de superkoeling^Druk op de Superkoeling - toets.Het controlelampje van deze toets be-gint te branden.De koelcapaciteit van het apparaat ismaximaal. Daardoor daalt de tempera-tuur in het apparaat.Het uitschakelen van de superkoelingDe superkoeling wordt automatisch naca.
6 uur uitgeschakeld.Het controlelampje gaat uit en de koel-capaciteit van het apparaat is weer nor-maal.Om energie te besparen kunt u de su-perkoeling zelf uitschakelen zodra delevensmiddelen of dranken koel ge-noeg zijn.^Druk op de Superkoeling - toets.Het controlelampje van deze toets gaatuit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie "Superkoeling"18
Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen.Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groente- enfruitladen.Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:– vis, vlees, gevogelte;– worst, kant-en-klaar-gerechten;– levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;–alle soorten deeg;–melkproducten;–in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C.Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur.Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest.Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.Dit in verband met explosiegevaar.Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar.Wanneer er in de koelzone vet- ofoliehoudende levensmiddelen zijnopgeslagen, zorg er dan voor dateventueel vrijkomend vet of olie nietmet de kunststof onderdelen van hetapparaat in aanraking komt.Vet en olie kunnen scheuren in hetkunststof veroorzaken.De levensmiddelen mogen niet metde achterwand in aanraking komen,want in dat geval kunnen ze eraanvastvriezen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen19
Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.Hiertoe behoren:–Koudegevoelig fruit en koudegevoe-lige groenten zoals bananen, avoca-do’s, papaja’s, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten enkomkommers–Fruit dat nog niet rijp is–Aardappels– Parmezaanse kaasWaar u bij het kopen van le-vensmiddelen al op moet lettenLevensmiddelen blijven langer be-waard naarmate ze verser zijn op hetmoment dat ze in de koelzone wordengelegd. De versheid is bepalend voorde bewaartijd.Het is daarom belangrijk dat de tijd tus-sen het kopen en het inruimen van le-vensmiddelen zo kort mogelijk is. Laatze daarom niet te lang in een warmeauto liggen.
Te-vens voorkomt u dat de levensmiddelenuitdrogen en dat mogelijk aanwezigebacteriën zich verspreiden.Wanneer u de juiste temperatuur instelten de koelzone regelmatig reinigt ver-meerderen bacteriën zoals salmonella’szich minder snel.Groenten en fruitGroenten en fruit kunnen echter onver-pakt in de groente- en fruitladen wor-den bewaard.Let er echter op dat niet alle groente-en fruitsoorten samen in één lade kun-nen worden bewaard.In de eerste plaats kunnen smaak engeur worden overgedragen (zo nemenwortels snel de smaak en geur van uienaan) en in de tweede plaats zijn er le-vensmiddelen die een natuurlijk gas(ethyleen) afscheiden, waar andere le-vensmiddelen heel gevoelig op reage-ren en daardoor veel sneller bederven.–Voorbeelden van groenten en fruitdie veel natuurlijke gassen af-scheiden:Bonen, appels, abrikozen, peren,nectarines, perziken, pruimen,avocado’s, vijgen, bosbessen enmeloenen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen20
Daarmee voorkomt u dat ermicrobiologische veranderingen optre-den en er ziektekiemen ontstaan.Eiwitrijke levensmiddelenHoe meer eiwit levensmiddelen bevat-ten, des te sneller bederven ze.Dat betekent dat schaaldieren snellerbederven dan vis en dat vis weer snel-ler bederft dan vlees.VleesBewaar vlees onverpakt.Is het vlees verpakt of zit het in eenbakje, open dan verpakking of bakje.Het oppervlak van het vlees wordt dansneller droog, de kans dat zich ziekte-kiemen vormen wordt dan kleiner enhet vlees is dan langer houdbaar.Er zijn bepaalde vleessoorten die nietonverpakt bij elkaar kunnen worden be-waard. Gebeurt dat wel dan dragen devleessoorten ziektekiemen over en be-derft het vlees eerder dan nodig is.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen21
PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Til het plateau iets op.^Trek het iets naar voren.^Til het met de uitsparing over deplateauribben heen.^Verplaats het naar boven of naar be-neden.De opstaande rand die aan de achter-kant zit moet naar boven wijzen, zodatde levensmiddelen niet met de achter-wand in aanraking kunnen komen eneraan vastvriezen.Met stopjes wordt voorkomen dat deplateaus er per ongeluk uit worden ge-trokken.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een glasplateau dat uit tweedelen bestaat.^Til het voorste gedeelte iets op enschuif het onder het achterste ge-deelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Wanneer u de twee gedeelten wiltverplaatsen, doe dan het volgende.^Haal ze uit het apparaat.^Plaats de beide plateauhouders aanweerszijden op de gewenste hoogteop de plateauribben.^Schuif eerst het gedeelte met de op-staande rand op de houders en deribben, daarna het andere gedeelte.Deurvakken^Schuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.^Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.Het indelen van de binnenruimte22
Fleshouder(Afhankelijk van het model)De fleshouder kunt u naar rechts oflinks verschuiven.Daardoor staan de flessen steviger alsu de deur van het apparaat opent ensluit.Wanneer u de fleshouder wilt schoon-maken adviseren wij u deze er hele-maal uit te halen.^Schuif de rand aan de voorkant vande fleshouder naar boven en klik defleshouder eruit.Het indelen van de binnenruimte23
Het gebruik van het diepvries-vak(afhankelijk van het model)Gebruik het diepvriesvak voor–het bewaren van diepvriesproducten;–het invriezen en bewaren van kleinehoeveelheden verse levensmiddelen;–het bereiden van ijsblokjes en ijs.Er kan maximaal 2 kg per 24 uurworden ingevroren.Het bewaren van diepvriespro-ducten^Wilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:– de verpakking op eventuele bescha-digingen;– de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en–de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel.Komt deze boven de -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur -18 °C is.^Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas.^Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het diepvriesvak.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen24
Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden. Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaan krimpen. Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vocht dateerder vrijkwam in de cellen terug. Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen. Dat zietu aan de grote waterplas die zich omde levensmiddelen vormt wanneerdeze ontdooien. Wanneer de levensmiddelen snel hele-maal invriezen, heeft het vocht mindertijd om uit de cellen vrij te komen en inde tussenruimten terecht te komen. De cellen krimpen veel minder.
Wanneer de levensmiddelen ontdooienkan de kleine hoeveelheid vocht dievrijgekomen is naar de cellen terugke-ren. Dat betekent dat de levensmid-delen weinig vocht verliezen. Er vormtzich slechts een kleine waterplas om delevensmiddelen wanneer deze ontdooi-en. Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. –Niet geschikt om in te vriezen zijn:druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren.
Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.
Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten.–Laat warme gerechten en drankeneerst buiten de koelkast afkoelen.Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.Het verpakken^Vries de levensmiddelen per portiein.Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjesOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking.^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband.Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een seal-ap-paraat afsluiten.^Doe een sticker op de verpakkingmet inhoud en invriesdatum.Vóórdat u de verse levensmiddelenin het diepvriesvak legt^Draai de temperatuurregelaar ca.
4uur voordat u de verse levensmidde-len in het diepvriesvak legt op eengemiddelde of lage temperatuur.De producten die al in het diepvriesvakliggen krijgen zo een koudereserve.Het inruimen^Leg de in te vriezen producten overde hele breedte op de bodem vanhet diepvriesvak, zodat ze zo snelmogelijk tot in de kern worden inge-vroren.^Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen producten zijn ver-pakt droog is, zodat de productenniet aan elkaar of aan de bodem vanhet diepvriesvak vastvriezen.Zorg ervoor dat in te vriezen levens-middelen niet tegen reeds ingevro-ren levensmiddelen aan komen teliggen.Gebeurt dat wel dan kunnen reedsingevroren levensmiddelen gaanontdooien.^Draai de temperatuurregelaar na ca.24 uur weer op een gemiddelde tem-peratuur.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen26
Het ontdooien van ingevrorenproductenDat kunt u doen–in de magnetron;–in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";–bij kamertemperatuur;–in de koelzone (de koude die daarbijvrijkomt kan voor het koelen van delevensmiddelen worden gebruikt);–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal ontdooien.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd.
De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Het bereiden van ijsblokjes^Vul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water.^Zet het bakje op de bodem van hetdiepvriesvak.^Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv. een lepelsteel om het los te ma-ken.^Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het snelkoelen van drankenWanneer u flessen drank in de koelkasthebt gelegd om snel te koelen, drukdan op de Superkoeling - toets.Wanneer u flessen drank in het diep-vriesvak hebt gelegd om snel te koelen,haal ze er dan na maximaal één uurweer uit.Doet u dat niet, dan springen ze uit el-kaar.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen27
Het ontdooien van de koelzoneTerwijl de koelkast in werking is, kunnenzich aan de achterwand van de koelzo-ne rijp en waterpareltjes vormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelzone wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het ontdooien van het diep-vriesvak(Afhankelijk van het model)Het diepvriesvak ontdooit niet automa-tisch, daar de ingevroren levensmid-delen niet mogen ontdooien.Wanneer het diepvriesvak normaal ingebruik is, ontstaan er na verloop vantijd rijp en ijs op de verdamper.
Daar-door wordt er minder kou afgegeven enmeer stroom verbruikt.Krab de rijp- en ijslagen er niet af.Doet u dat wel, dan beschadigt u deverdamper en functioneert de koel-kast niet meer.Ontdooi het diepvriesvak van tijd tottijd, echter in ieder geval zodra zicheen ca. 0,5 cm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Gebruik de gelegenheid wanneer erweinig of geen producten in het diep-vriesvak liggen.Voor het ontdooien^Haal de ingevroren producten uit hetdiepvriesvak en wikkel ze in verschil-lende lagen krantenpapier of dekens.^Bewaar de ingevroren producten opeen koele plaats, totdat het diepvries-vak weer klaar is voor gebruik.Het ontdooien van de koelkast28
Het ontdooienHandel het ontdooien zo snel moge-lijk af. Hoe langer de ingevroren pro-ducten bij kamertemperatuur wor-den bewaard, des te korter ze houd-baar zijn.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het apparaat.^Laat de deur van het diepvriesvakopen.U kunt het ontdooien versnellen dooreen pannetje op een onderzetter metheet (niet kokend) water in het diep-vriesvak te zetten.
In dat geval kan dedeur bij het ontdooien gesloten blijven,zodat de warmte niet vrij kan komen.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in de koelkast.Doet u dat wel, dan raakt het kunst-stof beschadigd.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelenof drijfgassen bevatten die hetkunststof beschadigen of ze kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid.Na het ontdooien^Neem het dooiwater met een sponsop.^Reinig het apparaat en droog het.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater te-rechtkomen.^Steek de stekker in het stopcontact.^Schakel de koelkast in.^Leg de ingevroren producten weerterug in het diepvriesvak.Het ontdooien van de koelkast29
Gebruik nooit zand-, soda- , zuur- ofschuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmid-delen.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,daar deze doffe plekken veroorza-ken.Let erop dat er geen water in deAan/Uit - schakelaar of in de verlich-ting terechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.
De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Vòòr het reinigen^Schakel het apparaat uit door deAan/Uit - schakelaar op "0" te draai-en.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Haal de te koelen producten uit dekoelkast en bewaar ze op een koeleplaats.^Ontdooi het diepvriesvak indien aan-wezig.^Haal alle toebehoren uit de koelkastdie kunnen worden verwijderd.Het reinigen van de koelkast30
Het reinigen van de binnen-ruimte en de toebehoren^Reinig de binnenruimte en de toebe-horen van de koelkast minstens éénkeer in de maand.^Gebruik daarvoor lauwwarm watermet wat reinigingsmiddel.^Reinig het diepvriesvak indien aan-wezig iedere keer nadat u het heeftontdooid.^Gebruik ook daarvoor lauwwarm wa-ter met wat reinigingsmiddel.^Reinig de toebehoren met de hand.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater altijd onge-hinderd weg kan lopen.^Reinig de binnenruimte en toebeho-ren nog een keer met helder water endroog alles met een doek.^Laat de deur van de koelkast en dievan het diepvriesvak korte tijd open-staan.Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningen^Reinig de luchttoevoer- en luchtaf-voeropeningen regelmatig met eenkwast of een stofzuiger.Wanneer zich stof ophoopt wordt er on-nodig energie verbruikt.Het reinigen van de deurdich-tingBehandel de deurdichting niet metolie of vet.Doet u dat wel, dan wordt de deur-dichting in de loop van de tijd po-reus.^Reinig de deurdichting regelmatig al-leen met helder water en wrijf dezedaarna met een doek grondig droog.Na het reinigen^Plaats alle toebehoren weer terug inde koelkast.^Steek de stekker weer in het stopcon-tact.^Schakel het apparaat met de Aan/Uit- schakelaar weer in.^Schakel de Superkoeling - functie in,zodat de koelkast snel koud wordt.^Leg de levensmiddelen weer terug inhet apparaat.^Sluit de deur van het diepvriesvak endie van de koelkast.Het reinigen van de koelkast31
Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd.Gebeurt dit niet, dan kan de ge-bruiker grote risico’s lopen.Een aantal storingen kunt u echter zelfverhelpen.Wat moet u doen, wanneer . . .. . . de koelkast het niet doet?^Controleer of:– de Aan/Uit - schakelaar op een an-dere stand staat dan op "0";– de stekker stevig in het stopcontactzit;– de hoofdschakelaar van de elek-trische huisinstallatie is ingescha-keld.Is dit wel het geval,^neem dan contact op met de afdelingKlantcontacten van Miele NederlandB.V.. . .
de temperatuur in de koelzone telaag is?^Stel met de temperatuurregelaar eenhogere temperatuur in.^Controleer of:–het deurtje van het diepvriesvakgoed dicht zit;–er ineens een vrij grote hoeveelheidverse levensmiddelen is ingevroren.In dat geval staat het apparaat heellang te ronken en daalt de temperatuurin de koelzone automatisch.Daarom is het beter om niet meer dan 2kg levensmiddelen ineens in te vriezen.. . .
de koelkast vaker en voor langeretijd aanslaat?^Controleer of:–de luchttoevoeropening beneden inde sokkel of de luchtafvoeropeningboven in de koelkastombouw geblok-keerd of stoffig is;– u de deur van de koelkast of hetdeurtje van het diepvriesvak vaakopen en dicht heeft gedaan;– er ineens grote hoeveelheden verselevensmiddelen in de koelkast zijngelegd;– er ineens grote hoeveelheden verselevensmiddelen zijn ingevroren;– de deur van de koelkast en het deur-tje van het diepvriesvak goed dichtzitten;–er zich in het diepvriesvak een vrijdikke ijslaag bevindt.Is dat laatste het geval,^ontdooi het dan.Nuttige tips32
. . . de ingevroren producten begin-nen te ontdooien, doordat het in hetdiepvriesvak te warm is?^Controleer of de kamertemperatuuronder de klimaatklasse van het appa-raat ligt.Is dat het geval,^verhoog dan de kamertemperatuur.Wanneer de kamertemperatuur te laagis, slaat de koelkast minder vaak aan.Dat kan tot gevolg hebben dat het inhet vriesvak te warm wordt en dat deingevroren producten beginnen te ont-dooien.. . . de ingevroren producten vastge-vroren zijn?^Maak de ingevroren producten meteen stomp voorwerp, bijv. met een le-pelsteel los.. . . zich in het diepvriesvak een vrijdikke ijslaag bevindt?^Controleer of het deurtje van hetvriesvak goed sluit.^Ontdooi het vriesvak en reinig het.Door een dikke ijslaag vermindert dekoelcapaciteit waardoor het stroomver-bruik stijgt.. . . de binnenverlichting in de koelzo-ne het niet meer doet?^Controleer of de deur van de koelkastca.
15 minuten heeft opengestaan.De verlichting wordt in zo’n geval auto-matisch uitgeschakeld.Heeft de deur niet zo lang opengestaanen doet de temperatuuraanduiding hetwel, dan is het gloeilampje kapot.^Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van deelektrische huisinstallatie uit.^Pak de lampafdekking rechtsbovenen rechtsonder vast (1) en klik de af-dekking eraf (2).^Draai het gloeilampje eruit.Daarbij moet u met het oog op deborgschijf een beetje kracht zetten.^Pak een ander lampje.Aansluitgegevens van het lampje:220 - 240 V, fitting E 14.De benodigde capaciteit (Watt) kuntu op het defecte gloeilampje vinden.Nuttige tips33
^Draai het nieuwe gloeilampje erin.Let er daarbij op dat de borgschijf agoed zit.^Zet de lampafdekking er aan de ach-terkant weer in en klik de afdekkingaan de zijkanten vast.. . . de bodem van de koelzone nat is?De afvoeropening voor het dooiwater isverstopt.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater.Kunt u een storing ook met boven-genoemde tips niet verhelpen, neemdan contact op met de afdelingKlantcontacten van Miele NederlandB.V.Open als het mogelijk is de deurenvan koelkast en diepvriesvak nietvóórdat de storing is verholpen.Op deze manier houdt u het koude-verlies zo gering mogelijk.Nuttige tips34
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele K 9414 IF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Miele
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast