Hartmann Veroval - ECG Handleiding

Hartmann Bloeddrukmeter Veroval - ECG

Bekijk gratis de handleiding van Hartmann Veroval - ECG (116 pagina’s), behorend tot de categorie Bloeddrukmeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 99 mensen. Heb je een vraag over Hartmann Veroval - ECG of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/116
ECG and blood pressure monitor
FR Tensiomètre à fonction ECG
Mode d‘emploi ....................................................2-40
NL ECG- en bloeddrukmonitor
Handleiding ......................................................41-76
DE EKG- und Blutdruckmessgerät
Gebrauchsanleitung ........................................77-114
Certificat de garantie/ Garantiecertificaat/
Garantieurkunde ..........................................................115

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Hartmann
Categorie: Bloeddrukmeter
Model: Veroval - ECG

Handleiding Hartmann Veroval - ECG – volledige tekst

41Nederlands NLBeste klant, Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor een ECG- en bloeddrukmonitor van HARTMANN. De Veroval®-ECG- en bloeddrukmonitor is een kwaliteitsproduct voor de volautomatische bloeddrukmeting aan de bovenarm van volwassenen en voor ECG-opname (elektrocardiogram) met een draagbaar apparaat. De ECG- en bloeddrukmonitor is geschikt voor klinisch en particulier gebruik. Dit apparaat meet, zonder instellingen vooraf en door handig, automatisch oppom-pen van de manchet, op eenvoudige, snelle en betrouwbare wijze de systolische en de diastolische bloeddruk, alsmede de hartslag. Daarnaast kunt u via de beide elektroden het hartritme in de vorm van een ECG (elektrocardiogram) weergeven. Het ECG brengt bij de meeste hartaandoeningen veranderingen (bijv. hartritme-stoornissen) aan het licht, die door het apparaat worden herkend en voor uw arts worden vastgelegd.

Zo kunnen tijdig preventieve maatregelen worden genomen. Bezoek daarom uw arts. Via de meegeleverde Bluetooth® USB-adapter kan de ECG- en bloeddrukmonitor op een pc worden aangesloten. Op de pc kunt u de gemeten waarden met de software Veroval® medi. connect analyseren en grafisch weergeven. Wij wensen u een goede gezondheid toe. Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat voor de eerste keer gaat gebruiken, omdat een correcte ECG- en bloeddrukme-ting alleen mogelijk zijn als het apparaat op de juiste wijze wordt gebru-ikt. Deze handleiding maakt u vanaf het begin vertrouwd met de verschillende stappen voor uw ECG- en bloeddrukmeting met de Veroval®-ECG- en bloeddruk-monitor. U krijgt belangrijke en handige tips voor betrouwbare resultaten ten aanzien van uw persoonlijke bloeddrukprofiel en elektrocardiogram. Gebruik het apparaat volgens de instructies in de handleiding.

44NederlandsNLECG- en bloeddrukmonitor 1 Extra groot LCD-scherm 2 INSTEL-knop 3 START/STOP-knop 4 GEHEUGEN-knop 5 Aansluiting voor manchet 6 Bovenste elektroden voor ECG-meting 7 Onderste elektrode met detectieschakelaar voor ECG-meting 8 Batterijvak 9 Bluetooth® USB-adapterManchet10 Secure fit-manchet (a) met instructies voor het aanleggen (b)11 Lipje voor aantrekken van de manchet12 Maatschaal voor juist instellen van de manchet13 Aansluitstekker van de manchet14 Slang van de manchet15 Onderarmuitsparing voor correct aanleggen en goede bevestigingScherm16 Verkeerslichtsysteem voor uw bloeddrukwaarden17 Bluetooth®-aanduiding, geeft de status van de Bluetooth®-verbinding weer18 Gebruikersgeheugen 19 Symbool voor gegevensoverdracht, knippert als gegevens worden overgedra-gen20 Alarmindicator, laat zien of het alarm is geactiveerd of gedeactiveerd21 Tijdens de ECG-meting: countdown van 30 seconden.

46NederlandsNL21PAPKartonrecyclingcodeSN Serienummer Belangrijke aanwijzingen voor het gebruik Gebruik het apparaat uitsluitend voor het meten van de bloeddruk aan de bovenarm bij mensen, of voor ECG-opnamen volgens de methoden die worden beschreven in hoofdstuk 7, Opnemen van het ECG. Leg de manchet niet om andere lichaamsdelen. Gebruik alleen de meegeleverde of originele (reserve) manchet. Anders zullen de gemeten waarden niet juist zijn. Gebruik voor het meten van de bloeddruk het apparaat alleen bij personen met de voor het apparaat aangegeven omvang van de bovenarm. Herhaal de meting als u de gemeten waarden niet vertrouwt.

47Nederlands NL Laat het apparaat nooit zonder toezicht achter in de buurt van kleine kin-deren en personen die het niet zelfstandig kunnen bedienen. Er bestaat een kans op wurging door verstrikt raken in de manchetslang. Ook is verstikking mogelijk door het inslikken van kleine onderdelen die van het apparaat zijn losgekomen. Voer onder geen enkel beding een ECG- of bloeddrukmeting uit bij pasgebo-renen, baby´s of peuters. Leg de manchet niet over een wond aan, omdat dit nog meer schade kan aanrichten. Leg de manchet nooit aan bij personen die een borstamputatie hebben ondergaan. Denk eraan dat de druk die de manchet uitoefent, een tijdelijke storing van gelijktijdig gebruikte medische apparatuur aan dezelfde arm kan veroorza-ken. Gebruik de ECG- en bloeddrukmonitor nooit samen met een HF-chirurgisch apparaat.

Als een intraveneuze behandeling plaatsvindt of een infuus in de arm zit, kan het meten van de bloeddruk schadelijk zijn. Leg nooit een manchet om een arm waar een veneuze toegang aanwezig is. Tijdens het oppompen kan in de desbetreffende arm een functievermindering optreden. Als u de meting bij een andere persoon verricht, moet u erop letten dat het gebruik van de ECG- en bloeddrukmonitor niet tot een langdurige belem-mering van de bloedcirculatie leidt. Frequent meten binnen een kort tijdsbestek en aanhoudende druk van de manchet kunnen de bloedcirculatie verstoren en letsels veroorzaken. Verricht metingen niet zonder pauze achter elkaar en knik de luchtslang niet. Haal de manchet van de arm als er in het apparaat een storing is opgetreden. Gebruik de ECG- en bloeddrukmonitor niet bij zwangere patiënten met pre-eclampsie.

48NederlandsNL Belangrijke aanwijzingen voor het zelf meten van de bloeddruk Een geringe wijziging van inwendige en uitwendige factoren (bijvoorbeeld diep ademen, genotmiddelen, praten, opwinding, klimaatinvloeden) kan al schom-melingen in de bloeddruk veroorzaken. Dat verklaart waarom bij de dokter of in de apotheek vaak andere waarden worden gemeten dan thuis. De meetresultaten worden doorgaans mede bepaald door de meetlocatie en de houding (zittend, staand, liggend) van de patiënt. Daarnaast speelt bijvoor beeld inspanning een rol en is de fysiologische gesteldheid van de patiënt van belang. Voor vergelijking van waarden voert u de meting uit op dezelfde plaats en in dezelfde houding. Aandoeningen van het cardiovasculaire systeem kunnen de oorzaak zijn van foutieve metingen of verminderde meetnauwkeurigheid.

Dit is ook het geval bij een zeer lage bloeddruk, diabetes, doorbloedings- en hartritmestoornissen, evenals bij koude rillingen of beven. Overleg met uw arts voordat u zelf uw bloeddruk meet als u … zwanger bent. De bloeddruk kan tijdens de zwangerschap veranderen. Bij een verhoogde bloeddruk is regelmatige controle van groot belang. Een verhoogde bloeddruk kan in bepaalde gevallen invloed hebben op de ontwikkeling van de foetus. Overleg in ieder geval met uw arts, vooral indien er sprake is van pre-eclampsie, of en wanneer u zelf uw bloeddruk moet meten. lijdt aan diabetes, een leverfunctiestoornis of vaatvernauwingen (bijvoor-beeld arteriosclerose, perifeer arterieel vaatlijden). In deze gevallen kunnen afwij-kende meetwaarden voorkomen. lijdt aan bepaalde bloedziekten (bijvoorbeeld hemofilie) of ernstige doorbloe-dingsstoornissen of indien u bloedverdunnende medicijnen gebruikt.

een pacemaker draagt: in dat geval kunnen afwijkende meetwaarden verschij- nen. Houd er rekening mee dat de weergave van de hartslag niet geschikt is om de frequentie van een pacemaker te controleren. snel bloeduitstortingen krijgt en/of gevoelig bent voor drukpijn.

49Nederlands NL De door u zelf gemeten waarden dienen alleen te uwer informatie - ze vervan- gen geen onderzoek door een arts. Bespreek de waarden die u hebt gemeten met uw arts en neem zelf geen medische beslissingen op basis van die waar-den (bijvoorbeeld over medicijnen en de dosering daarvan). Het zelf meten van de bloeddruk is nog geen therapie. Beoordeel daarom de gemeten waarden niet zelf en gebruik deze ook niet voor zelfbehandeling. Voer de metingen uit overeenkomstig de aanwijzingen van uw arts en ver-trouw op zijn diagnose. Neem medicijnen in volgens het voorschrift van uw arts en verander nooit zelf iets aan de dosering. Bepaal samen met uw arts wat het beste tijdstip is om uw bloeddruk te meten. Belangrijke aanwijzingen voor het zelf opnemen van een ECG Het apparaat laat veranderingen in het hartritme zien. Deze veranderingen kunnen verschillende oorzaken hebben.

Ze kunnen onschuldig zijn, maar bij-voorbeeld ook het gevolg van lichte tot ernstige aandoeningen. Raadpleeg bij vermoeden van een aandoening een medisch specialist. Voer geen metingen uit als er waterdruppels op uw huid liggen, zoals van zweet of na het baden of douchen. Als u een pacemaker of een ander geïmplanteerd apparaat hebt, overleg dan met uw arts voordat u zelf een ECG-meting verricht en volg eventueel het advies van uw arts op. De opgenomen ECG‘s geven de werking van het hart ten tijde van de meting weer. Eraan voorafgaande of erop volgende veranderingen worden dus niet noodzakelijkerwijs herkend. Met ECG-metingen die worden gedaan met dit apparaat kunnen niet alle mogelijke hartaandoeningen worden vastgesteld. Raadpleeg, ongeacht de uitkomst van de meting, onmiddellijk een arts als u klachten hebt die kunnen duiden op een acute hartaandoening.

Laat u bij de volgende klachten (de opsomming is niet volledig) door een arts onderzoeken: pijn of druk aan de linkerzijde van uw borst of buik, uitstralende pijn naar uw mond/kaak/gezicht, uitstralende pijn naar uw schouder, arm of hand, pijn in uw rug, misselijkheid, branderig gevoel in uw borst, neiging tot flauwvallen, kortademigheid, snelle hartslag of onregelmatig hartritme. Gebruik geen defibrillator terwijl u zelf een ECG-meting verricht. Voer niet zelf een ECG-meting uit terwijl u een MRI-onderzoek ondergaat.

50NederlandsNL Het zelf opnemen van een ECG is nog geen therapie! Beoordeel daarom het elektrocardiogram niet zelf en gebruik het ook niet voor zelfbehandeling. Voer de metingen uit overeenkomstig de aanwijzingen van uw arts en vertrouw op zijn diagnose. Neem medicijnen in volgens het voorschrift van uw arts en ver-ander nooit zelf iets aan de dosering. Het apparaat kan niet worden gebruikt ter vervanging van een medisch onder-zoek van uw hartfunctie of van het maken van een medisch elektrocardiogram, want dit laatste wordt met complexere instellingen verkregen. Het apparaat stelt geen diagnose voor aandoeningen die mogelijk de oorzaak kunnen zijn van een verandering van het ECG. Dit is uitsluitend voorbehouden aan uw behandelend arts.

Het is raadzaam om de gemeten ECG-golven te registreren en, indien nodig, aan uw behandelend arts te tonen.Stroomvoorziening (batterijen) Let goed op de plus (+) en min (-) polariteit van de batterijen. Gebruik uitsluitend hoogwaardige batterijen (zie de gegevens in hoofdstuk 14, Technische gegevens). Bij gebruikmaking van batterijen van mindere kwaliteit kunnen de opgegeven meetprestaties niet meer worden gegarandeerd. Gebruik nooit oude batterijen in combinatie met nieuwe batterijen of batterijen van verschillende makelij. Verwijder lege batterijen meteen uit het apparaat. Als het batterijsymbool voortdurend oplicht, moet u de batterijen vervan-gen. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Neem de batterijen uit het apparaat als het voor langere tijd niet wordt ge- bruikt, om te voorkomen dat ze uitlopen.

51Nederlands NL Waarschuwingen bij batterijen Inslikkingsgevaar Kleine kinderen kunnen batterijen inslikken en daardoor stikken. Bewaar de batterijen daarom op een voor kinderen onbereikbare plaats. Explosiegevaar Werp batterijen niet in open vuur. Laad de batterijen niet op en voorkom kortsluiting van de batterijen. Trek veiligheidshandschoenen aan en maak het batterijvak waarin een batte-rij is uitgelopen, schoon met een droge doek. Als vloeistof uit een batterijcel in aanraking komt met de huid of ogen, maak deze dan schoon met water en roep zo nodig medische hulp in. Bescherm batterijen tegen hitte. Demonteer batterijen nooit, open ze niet en splits ze niet in delen op.Veiligheidsvoorschriften voor het apparaat Deze ECG- en bloeddrukmonitor is niet waterdicht! Deze ECG- en bloeddrukmonitor bestaat uit hoogwaardige elektronische preci-sieonderdelen.

De nauwkeurigheid van de gemeten waarden en de levensduur van het apparaat hangen af van zorgvuldig omgaan met het apparaat. Stel het apparaat niet bloot aan heftige schokken, stoten en trillingen, en laat het niet op de grond vallen. Buig of knik de manchet en de luchtslang niet overmatig. Open het apparaat niet. Het apparaat mag niet worden aangepast, uit elkaar worden genomen of door de gebruiker zelf worden gerepareerd. Reparaties mogen alleen door geautoriseerd vakkundig personeel worden uitgevoerd. Pomp de manchet nooit op als deze niet op de juiste wijze om de bovenarm is gelegd. Gebruik het apparaat alleen in combinatie met de bijbehorende bovenarm-manchet. Het gebruik van een andere manchet kan schade aan of in het appa-raat veroorzaken. De slang van de manchet mag alleen losgekoppeld worden door aan de bijbe-horende aansluitstekker te trekken. Trek nooit aan de slang zelf!

52NederlandsNL Gebruik het apparaat niet bij personen met een gevoelige, geïrriteerde of beschadigde huid of allergieën. Dit apparaat mag niet worden gebruikt bij kinderen met een gewicht van min-der dan 10 kg. De elektroden van het apparaat mogen niet in contact komen met andere elektrisch geleidende onderdelen (inclusief aarde). Stel het apparaat niet bloot aan statische elektriciteit. Zorg er altijd voor dat u, voordat u het apparaat gebruikt, zelf niet statisch geladen bent. Stel het apparaat niet bloot aan extreme temperaturen, vocht, stof of recht-streeks zonlicht, omdat dit de werking kan verstoren. Bewaar de verpakking, de batterijen en het apparaat op een voor kinderen onbereikbare plaats. Neem de opslag- en gebruiksvoorwaarden in hoofdstuk 14Technische gege-vens in acht.

Het bewaren of gebruiken buiten het aangegeven temperatuur- en luchtvochtigheidsbereik kan de meetnauwkeurigheid en de functie van het apparaat beïnvloeden. Gebruik het apparaat niet nabij sterke elektromagnetische velden en houd het uit de buurt van radioapparatuur en mobiele telefoons. Draagbare en mobiele HF- en communicatieapparatuur, zoals (mobiele) telefoons, kan de werking van elektronische medische apparaten verstoren.Richtlijnen voor de meettechnische controleElk Veroval®-apparaat is door HARTMANN zorgvuldig gecontroleerd voor wat betreft de meetnauwkeurigheid en is ontworpen voor een lange levensduur. Bij professioneel gebruik van de apparaten, bijvoorbeeld in apotheken, artsen-praktijken en klinieken, adviseren wij om de 2 jaar een meettechnische controle te laten uitvoeren. Daarnaast dient u de door uw wetgever vastgelegde nationale voorschriften in acht te nemen.

53Nederlands NLRichtlijnen voor gebruik van de kalibratiemodus van de bloeddrukfunctieDe functie van het apparaat kan worden getest bij een mens of met behulp van een geschikte simulator. Bij de meettechnische controle worden de dichtheid van het druksysteem en een mogelijke afwijking van de weergegeven druk onder-zocht. U komt in de kalibratiemodus door 6 seconden op de START/STOP-knop te drukken. Druk tegelijkertijd op de INSTEL-knop. Laat de knop na enkele secon-den los en wacht dan 10 seconden. Vervolgens verschijnt een „0“ in het scherm. Op verzoek stelt HARTMANN de bevoegde autoriteiten en erkende onderhouds-diensten graag een handleiding voor de meettechnische controle ter beschikking. Adviezen voor verwijderen Denk aan het milieu: batterijen horen niet thuis bij het huisvuil. Houd u aan de in uw land geldende milieuvoorschriften of breng de batterijen bij openbare inzamelingspunten.

Dit product valt onder de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedank-te elektrische en elektronische apparatuur en is overeenkomstig geken-merkt. Elektronische apparaten mogen in geen enkel geval met het nor-male huisvuil worden afgevoerd. Informeer naar de regionale voorschrif-ten voor het correct afvoeren van elektrische en elektronische apparaten. Een correcte afvoer is minder belastend voor het milieu en de menselijke gezondheid. 3. Informatie over de bloeddrukVoor het bepalen van de bloeddruk moeten twee waarden worden gemeten: De systolische bloeddruk (bovendruk): dit is de druk op het moment dat de hartspier zich samentrekt en het bloed in de slagaderen wordt gepompt. De diastolische bloeddruk (onderdruk): dit is de druk op het moment dat de hartspier ontspannen is en zich weer met bloed vult. De bloeddrukwaarden worden weergegeven in mmHg.

Voor een betere beoordeling van de resultaten bevindt zich rechts op de Veroval®-ECG- en bloeddrukmonitor een resultaatindicator die het resultaat meteen weergeeft en helpt om de gemeten waarde gemakkelijker te classificeren. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Internationale Vereniging voor Hypertensie (ISH) hebben het volgende overzicht voor de indeling van de bloed-drukwaarden opgesteld:.

54NederlandsNLResultaatindicator Beoordeling Systolische druk Diastolische druk Aanbeveling3Hypertensie graad 3 180 mmHg of hoger 110 mmHg of hoger Een arts raad-plegen2Hypertensie graad 2 160 – 179 mmHg 100 – 109 mmHg1Hypertensie graad 1 140 – 159 mmHg 90 – 99 mmHg Regelmatig laten contro- leren door artsNGrenswaarde normaal 130 – 139 mmHg 85 – 89 mmHgNnormaal 120 – 129 mmHg 80 – 84 mmHg Zelf contro-lerenNoptimaal tot 119mmHg tot 79mmHgBron: WHO, 1999 (Wereldgezondheidsorganisatie) Er is sprake van een duidelijke hypertensie (verhoogde bloeddruk) als de geme-ten systolische bloeddruk hoger is dan 140 mmHg en/of de diastolische druk hoger is dan 90 mmHg. Over het algemeen is er sprake van een lage bloeddruk (hypotensie) als de gemeten waarde lager is dan 105 over 60mmHg.

De grens tussen een norma-le en een te lage bloeddruk is niet zo vast omschreven als de grens voor een te hoge bloeddruk. Mogelijke symptomen van hypotensie zijn: duizeligheid, vermoeidheid, neiging tot flauwvallen, wazig zien, of een verhoogde hartslag. Om er zeker van te zijn dat het bij hypotensie of de daarmee geassocieerde symptomen niet om verschijnselen van ernstige ziekten gaat, moet bij twijfel een arts worden geraadpleegd. Een langdurig verhoogde bloeddruk vergroot het risico op het ontstaan van andere aandoeningen sterk. De lichamelijke gevolgen daarvan, zoals een hartinfarct, een hersenbloeding en schade aan andere organen, vormen wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaken. Dagelijkse controle van de bloeddruk is daarom van groot belang om deze risico’s te beper-ken.

Vooral als uw bloeddruk vaak verhoogd is of de bloeddrukwaarden zich op de grens van normale waarden bevinden (zie pagina 54) moet u dit zeker met uw arts bespreken (door middel van de software Veroval® medi. connect kunt u uw waarden eenvoudig in een e-mail of op een afdruk aan uw arts voorleggen – zie hoofdstuk 9Gemeten waar-den overdragen naar Veroval® medi. connect ).

55Nederlands NL4. Informatie over het ECGMet behulp van een elektrocardiogram kunnen prikkelingsprocessen van het hart worden beoordeeld. Een samentrekking van de hartspier wordt altijd door een elektrisch signaal veroorzaakt. De spanningsveranderingen die daar het gevolg van zijn, kunnen op het lichaamsoppervlak worden gedetecteerd en hun verloop kan worden geregistreerd en grafisch worden weergegeven.Bij de Veroval®-ECG- en bloeddrukmonitor betreft het een 1-kanaals ECG, waar-mee verschillende hartritmestoornissen kunnen worden opgespoord.De Veroval®-ECG- en bloeddrukmonitor voert een basale registratie en beoorde-ling uit. Het apparaat beoordeelt automatisch of het hartritme te snel (Afb. 3), te langzaam (Afb. 2), onregelmatig (Afb. 5 en 6), met onderbrekingen (Afb. 4) of normaal (Afb. 1) is.

Meteen na de meting verschijnt daarbij op het scherm een duidelijk symbool (meer informatie hierover vindt u in hoofdstuk 7 Opnemen van het ECG).Met de software Veroval® medi.connect kunnen de opnamegegevens grafisch worden weergegeven en worden afgedrukt om aan uw arts te tonen. Deze voor de arts geschikte informatie over het patiëntresultaat kan hem of haar helpen snel tot een uitgebreidere diagnose te komen.5. Voorbereiding van de metingenVerwijder vóór de eerste meting de beschermfolie van het scherm en de elektro-den.Plaatsen/vervangen van de batterijen Open het batterijdeksel aan de onderkant van het apparaat (zie Afb. 1). Plaats de batterijen (zie hoofdstuk 14, Technische gegevens). Let bij het plaatsen op de juiste polariteit („+“ en „–“). Sluit het batterijdeksel weer. Stel nu de datum en tijd in, zoals hieronder wordt beschreven.

Als het symbool voor het vervangen van de batterijen ononderbroken oplicht, kunt u geen meting meer uitvoeren en moet u de batterijen vervangen.Afb. 1 Afb. 2 Afb. 3 Afb. 4 Afb. 5 Afb. 6Afb. 7

56NederlandsNLInstellen van tijd en datum Stel de datum en tijd correct in. Alleen dan kunt u de gemeten waarden met de juiste datum en tijd opslaan en later oproepen. U komt in de instellingsmodus als u de batterijen (opnieuw) plaatst of de INSTEL-knop 5 seconden ingedrukt houdt. Ga daarna als volgt te werk:MeetherinneringHet alarm knippert in het scherm. • Schakel met de INSTEL-knop het alarm uit (" o FF“) of in ("on "). Bevestig uw keuze met de GEHEUGEN-knop .

Als het alarm is ingeschakeld, knipperen achtereenvolgens de uren (a) en de minuten (b) voor het alarm.• Kies afhankelijk van de weergave met de INSTEL-knop het huidige uur of de minuten voor het alarm en bevestig elke keuze met de GEHEUGEN-knop .• Wanneer u het alarm hoort, drukt u op een willekeurige knop om het alarm uit te schakelen.(a)(b)DatumIn het scherm knipperen achtereenvolgens het jaartal (c), de maand (d) en de dag (e).• Kies afhankelijk van de weergave met de INSTEL-knop het jaar, de maand of de dag en bevestig elke keuze met de GEHEUGEN-knop .(c)(d)(e)TijdstipIn het scherm knipperen achtereenvolgens het uur (f) en de minuten (g).• Kies afhankelijk van de weergave met de INSTEL-knop het huidige uur of de minuten en bevestig elke keuze met de GEHEUGEN-knop .(f)(g)Om het apparaat uit te schakelen, moet u op de START/STOP-knop drukken; als u dat niet doet, schakelt het apparaat zichzelf na 30seconden automatisch uit.

57Nederlands NL6. Meten van de bloeddruk10 gouden regels voor het meten van uw bloeddrukBij het meten van de bloeddruk spelen vele factoren een rol. Als u zich aan deze tien algemene regels houdt, krijgt u een juiste meting.5 min 1. Neem voorafgaand aan de meting ca. 5minuten rust. Zelfs werken aan een bureau leidt tot een stij-ging van de bloeddruk met gemiddeld ca. 6 mmHg systolisch en 5 mmHg dia-stolisch.6. Praat en beweeg niet tij-dens het meten. Praten leidt tot een stijging van de bloed-druk met ca. 6 – 7 mmHg.2. Gebruik gedurende een uur voorafgaand aan het meten geen nicotine of koe.1 min7. Wacht tussen twee metin-gen minimaal een minuut, zodat de druk in de bloed-vaten zich voor de volgende meting kan normaliseren.3. Meet niet als u aandrang tot plassen hebt. Door een volle blaas kan de bloeddruk met ca. 10 mmHg stijgen. 8.

Registreer eenvoudig en gemakkelijk met Veroval® medi.connect de gemeten waarden altijd met datum en tijd en de ingenomen medicijnen.4. Leg de manchet rond een blote bovenarm en meet de bloeddruk terwijl u rechtop zit.4567899. Meet uw bloeddruk regel-matig. Ook als de waarden verbeterd zijn, moet u ze blijven controleren.5. Houd bij gebruik van een polsbloeddrukmeter de manchet tijdens het meten ter hoogte van uw hart. Bij gebruik van een bovenarm-bloeddrukmeter bevindt de manchet om de arm zich automatisch op de juiste hoogte.10. Voer de meting altijd op hetzelfde tijdstip uit. Aangezien de hoogte van de bloeddruk bij de mens wel 100.000 keer per dag wis-selt, heeft een enkele meting geen waarde. De hoogte van de bloeddruk kan alleen goed worden beoordeeld als gedurende een langere peri-ode regelmatig op hetzelfde tijdstip van de dag metingen worden uitgevoerd.

58NederlandsNLAanleggen van de manchet Steek, voordat u de manchet aanlegt, de stekker van de manchet in de man-chetaansluiting aan de linkerkant van het apparaat. Zorg dat de slang van de manchet niet bekneld raakt of wordt platgedrukt of geknikt. De meting moet aan een blote bovenarm worden verricht. Als de manchet geheel open is, haalt u het einde van de manchet door de metalen beugel, zodat een lus ontstaat. De klittenbandsluiting moet daarbij aan de buitenzijde liggen. Pak de manchet beet aan het lipje A (zie Afb. 1) en schuif hem over de bovenarm. Afb. 1ABAfb. 2 Uitsparing B (zie Afb. 2) van de manchet, tegenover het lipje, moet in de elle-boogholte liggen. De slang moet midden op de elleboogholte liggen en in de richting van de hand wijzen. Buig de arm een beetje, pak het vrije uiteinde van de manchet, leg deze stevig om de arm en sluit het klittenband.

De manchet moet stevig, maar niet te strak zitten. Er moet voldoende ruimte zijn om twee vingers tussen de arm en de manchet te kunnen schuiven. Let op dat de slang niet geknikt of beschadigd is. Belangrijk: de meting kan alleen goed worden uitgevoerd als de manchet op de juiste wijze is aangelegd. De meegeleverde manchet is een univer-sele manchet voor een bovenarmomtrek tussen 22en42cm. De witte pijl moet binnen de markering liggen. Als dat niet zo is, bent u niet zeker van een juiste uitkomst van de meting.

59Nederlands NL Het innovatieve Veroval®-apparaat met Comfort Air-technologie zorgt ervoor dat metingen aangenaam verlopen. Bij de eerste meting wordt opgepompt tot 190 mmHg. Bij volgende metingen wordt de oppompdruk individueel aangepast op basis van de eerder gemeten bloeddrukwaarden. Hierdoor wordt het meten van de bloeddruk aan de bovenarm minder on- aangenaam. Uitvoeren van de meting De meting moet worden uitgevoerd in een rustige omgeving, terwijl u gemak-kelijk en ontspannen zit. De meting kan aan de rechter- of aan de linkerarm worden uitgevoerd. Op lange termijn moeten de metingen worden uitgevoerd aan de arm waar de hoogste waarden worden gemeten. Als er echter een duidelijk verschil is tussen de gemeten waarden per arm, dan overlegt u met uw arts welke bovenarm u voor de meting moet gebruiken.

Verricht de meting altijd aan dezelfde arm en laat de onderarm daarbij ont-spannen op een ondergrond rusten. We raden u aan de bloeddruk zittend te meten, waarbij uw rug gesteund moet worden door de rugleuning van de stoel. Zet uw voeten plat op de grond naast elkaar. Sla de benen niet over elkaar. Leg de onderarm ontspannen met de handpalm naar boven op een stevige ondergrond en let erop dat de manchet zich ter hoogte van het hart bevindt. Meet de bloeddruk niet na een bad of na het sporten. Zorg dat u minstens 30 minuten voor de meting niet eet, drinkt of lichamelijk actief bent. Wacht ten minste een minuut tussen twee metingen. De gemeten waarde wordt automatisch aan het weergegeven gebruikersge-heugen toegewezen. Om naar een ander gebruikersgeheugen te gaan, drukt u op de GEHEUGEN-knop terwijl het apparaat uit is.

Om te schakelen tussen gebruikersgeheugen en , houdt u de GEHEUGEN-knop 3 seconden ingedrukt. Toewijzing aan een ander gebruikersgeheugen is na de meting niet meer mogelijk. Begin pas met een meting nadat de manchet is aangelegd. Druk ca. 2 secon-den op de START/STOP-knop.

60NederlandsNL Controleer of de schermsegmenten compleet zijn. Na ca. 3 seconden wordt de manchet automatisch opgepompt. Als de druk in de manchet niet hoog genoeg is of als de meting wordt verstoord, pompt het apparaat verder in stappen van 40 mmHg totdat de vereiste hogere druk is bereikt. De stijgende manchetdruk verschijnt tijdens het oppompen op het scherm. Belangrijk: gedurende de gehele meting mag u zich niet bewegen en niet praten. Terwijl de druk uit de manchet ontsnapt, wordt de dalende manchetdruk weer-gegeven. Na afloop van de meting verschijnen op het scherm gelijktijdig de systolische en diastolische bloeddrukwaarden, de pols-slagwaarde, geheugenplaats en resultaatindicator. Na enkele seconden ziet u in plaats van het geheugenplaatsnummer afwisselend datum en tijd.

U kunt uw uitkomst indelen aan de hand van de resultaatindicator rechts in het scherm (zie hoofd- stuk 3, Informatie over de bloeddruk). De gemeten waarde wordt automatisch aan het vooraf ingestelde gebruikersge-heugen toegewezen. Naast de gemeten waarden verschijnt rechtsonder het desbe-treffende gebruikersgeheugen of . Om het apparaat uit te schakelen, moet u op de START/STOP-knop drukken; als u dat niet doet, schakelt het apparaat zichzelf na 30seconden automatisch uit. Wanneer u tijdens een meting om welke reden dan ook de meting wilt afbreken, drukt u gewoon op de START/STOP-knop . Het pompen of het meten wordt stopgezet en de druk in de manchet valt automatisch weg.

61Nederlands NL Hoe betrouwbaar is de bloeddrukmeting met uw apparaat in het geval van hartritmestoornissen. Uw bloeddrukmeter is doorgaans ook in het geval van hartritmestoornissen geschikt om de bloeddruk te meten, omdat het meetalgoritme de hartritme- stoornissen eruit filtert. Ernstige hartritmestoornissen kunnen van invloed zijn op de bloeddrukmeting, omdat dan in het ergste geval het bloeddruksignaal permanent wordt uitge-schakeld. Als u af en toe hartritmestoornissen hebt, adviseren wij u na elke bloed-drukmeting een ECG-diagnostiek uit te voeren, om meetfouten geheel uit te sluiten. Mocht het ECG een acute hartritmestoornis bevestigen, dan dient u de bloeddrukmeting na ongeveer 5-10 minuten te herhalen. 7. Opnemen van het ECGEr zijn twee methoden om de opname te maken. Begin met methode 1, „rechter-wijsvinger - borst“.

Wanneer met deze meetmethode geen of geen stabiele opna-men (vaak weergegeven melding: “EE”) kunnen worden gemaakt, gaat u over op methode 2, „linkerhand - rechterhand“. Afhankelijk van de gebruikersspecifieke hartconfiguratie (vorm van het hart) is een van de genoemde meetmethoden de geschikte manier/werkwijze. Wanneer met een bepaalde meetmethode geen stabiele metingen uitgevoerd kunnen wor-den, kan dit een onschuldige oorzaak hebben (zoals de vorm van het hart), maar het kan ook door een aandoening worden veroorzaakt. Methode 2 is zeer comfortabel, maar de meetstabiliteit is met methode 1 beter. Zorg ervoor dat uw rechter- en linkerhand (methode 2) of hand en borst (methode 1) niet met elkaar in aanraking komen. Anders kan de opname niet correct worden uitgevoerd. Beweeg en spreek niet tijdens de opname en houdt het apparaat stil.

Methode 1: rechterwijsvinger - borst Houd het apparaat in uw rechterhand. Leg uw rechterwijsvinger op de boven-ste elektroden, zoals in Afb. 1 is te zien. Plaats de onderste elektrode van het apparaat op uw blote huid, ca. 5 cm onder de tepel op uw linkerborst. Houd het apparaat voorzichtig tegen de huid gedrukt, totdat u een klik hoort (Afb. 2).

62NederlandsNLMethode 2: linkerhand - rechterhand Leg uw rechterwijsvinger op de bovenste elektroden. Leg een vinger van uw linkerhand op de onderste elektrode (Afb. 3). Houd het apparaat voorzichtig tegen de huid gedrukt, totdat u een klik hoort.Opname uitvoeren Het apparaat schakelt zich automatisch in en in het scherm ziet u kort knipperen. Het apparaat begint nu met de opname en in het scherm ziet u een count-down van 30 seconden. Houd het apparaat tot het einde van de countdown tegen uw huid gedrukt. Tijdens de opname toont het scherm u de hartfre-quentie van dat moment. Daarbij knippert een -symbool in het ritme van uw hartslag. Wanneer de countdown van 30 seconden is afgelopen, is de opname gereed en ziet u het definitieve resultaat op het scherm.

63Nederlands NLECG-resultaatschermpjeNa de opname kunnen op het scherm de volgende resultaten worden getoond.Resultaat van een normale ECG-opname.Aanwijzingen voor een verlaagde hartfrequentie (bradycardie), die kleiner is dan 55 slagen per minuut.Aanwijzingen voor een verhoogde hartfrequentie (tachycardie), die groter is dan 100 slagen per minuut.Aanwijzingen voor een of meer onderbrekingen van de hartcyclus, die elk langer dan 2 seconden duren.Aanwijzingen voor een ritmestoornis tijdens de ECG-opname. Gewoonlijk worden de volgende ritmestoornissen herkend: supraventriculaire ritmestoornissen (o.a. boezemfibrilleren/ boezem-fladdderen/ pathologische sinusaritmie / paroxysmale atriale tachy-cardie (als deze stoornissen steeds aanwezig zijn, verschijnt FAST in het scherm) / supraventriculaire extrasystolen).Aanwijzingen voor een ritmestoornis tijdens de ECG-opname.Veranderde golfvorm.

64NederlandsNL Het samentrekken van de hartspier wordt door elektrische signalen gestimuleerd. Bij een storing in die elektrische prikkels is er sprake van aritmie. Aritmie kan worden veroorzaakt door fysieke aanleg, stress, ouderdom, slaapgebrek, uitputting etc. Uw arts kan vaststellen of een onregelmatige hartslag wordt veroorzaakt door een aritmie.Mogelijke redenen voor een incorrecte ECG-opnameDe ECG-opname kan om de volgende redenen incorrect zijn:Onvoldoende vast contact tussen de elektroden en de vinger.Opnamen zijn gemaakt over of door kleding heen.Het apparaat wordt niet in de goede richting gehouden en met de verkeer-de kant tegen de borst gedrukt.Het apparaat wordt bij methode1 met de linkerhand vastgehouden.8. GeheugenfunctieGebruikersgeheugen De Veroval®-ECG- en bloeddrukmonitor kan per gebruikersgeheugen in totaal maximaal 64 metingen van ECG (Afb. 1) en/of bloeddruk (Afb.

65Nederlands NL De in het geheugen opgeslagen waarden kunnen worden opgeroepen door te druk-ken op de GEHEUGEN-knop terwijl het apparaat is uitgeschakeld. Door meerdere malen achtereen op de GEHEUGEN-knop te drukken, kunnen alle opgeslagen meetwaarden ach-tereenvolgens worden opgeroepen. Om te schakelen tussen gebruikersgeheugen en , houdt u de GEHEUGEN-knop 3 seconden ingedrukt. U kunt het weergeven van de opgeslagen waarden op elk moment annuleren door op de START/STOP-knop te drukken. Als u dat niet doet, schakelt het apparaat zich na 30 seconden vanzelf uit.

Ook na een onderbreking van de stroomtoevoer, bijvoorbeeld door het vervangen van de oude batterijen door nieuwe, goed werkende batterijen, kunnen de gegevens uit het geheugen worden opgeroe- pen.Opgeslagen waarden wissenAlle voor de betrokken persoon opgeslagen waarden kunt u uit gebruikersgeheugen en gebruikersgeheugen afzonderlijk wissen. Als u het hele geheugen van een gebruiker wilt wissen, drukt u nogmaals op de GEHEUGEN-knop en houdt u deze tegelijk met de START/STOP-knop 5 seconden ingedrukt. Alle gegevens in het geselecteerde gebruikersgeheugen zijn nu gewist (Afb. 1). Als u de knop eerder loslaat, worden geen gegevens gewist.9. Gemeten waarden overdragen naar Veroval® medi.connect Download de software Veroval® medi.connect van de website www.veroval.nl. in Nederland of www.veroval.be in België.

66NederlandsNL Start het programma en sluit de Veroval®-ECG- en bloeddrukmonitor via de meegeleverde Bluetooth® USB-adapter op uw pc aan. Steek hiertoe de Bluetooth® USB-adapter in de USB-ingang van uw computer. De Veroval®-ECG- en bloeddrukmonitor draagt de opgeslagen waarden nu via Bluetooth® direct over in de software Veroval® medi.connect. Volg daarna de instructies van de software Veroval® medi.connect.Start de gegevensoverdracht niet tijdens een meting. In het scherm van de ECG- en bloeddrukmonitor wordt weergege-ven. Start de gegevensoverdracht in de software „medi.connect“ op de pc. Tijdens de gegevensoverdracht knippert het gegevensoverdrachtsymbool .Als de ECG- en bloeddrukmonitor 30 seconden inactief is of als de communicatie met de pc is verbroken, schakelt het apparaat zich automatisch uit.10.

Verklaring van foutmeldingenOpgetreden foutMogelijke oorzaken OplossingApparaat kan niet worden inge-schakeldBatterijen ontbreken, zijn niet correct geplaatst of leeg.Controleer de batterijen; plaats zo nodig vier identieke, nieuwe batterijen in het apparaat.Manchet wordt niet opgepomptAansluitstekker van de manchet zit verkeerd in de manchetaansluiting van het apparaat.Controleer de verbinding tussen de stekker van de manchet en de manchetaansluiting.Verkeerd type manchet aangesloten.Controleer of alleen de toege-stane Veroval®-manchet en de bijbehorende stekker worden gebruikt.Bij het weergege-ven resultaat van de ECG-meting knippert de pols- slagwaardeDe polsslag kan niet cor-rect worden geregi- streerd.Voer de ECG-meting opnieuw uit.

67Nederlands NLOpgetreden foutMogelijke oorzaken OplossingEE Onjuiste ECG-meting Controleer of bij de ECG-meting voldoende contact is tussen de huid en de bovenste en onderste elektrode.E0 Bij de bloeddrukmeting kan geen polsslag wor-den vastgelegd, omdat de manchet niet op de juiste manier is aange-legd.Controleer of de manchet correct is aangelegd. De manchet zo strak aanleggen dat tussen de manchet en de bovenarm nog ruimte is voor ca. twee vingers.De luchtslang is niet goed in het apparaat gestoken. Controleer of de aansluitstekker juist is ingestoken. Gebruik een nieuwe manchet indien deze fout her-haaldelijk optreedt. De manchetdruk is hoger dan 300 mmHg.Controleer of de manchet correct is aangelegd. De manchet zo strak aanleggen dat tussen de manchet en de bovenarm nog ruimte is voor ca. twee vingers.

De manchetdruk kan niet worden opgebouwd.De luchtslang is niet goed in het apparaat gestoken. Controleer of de aansluitstekker juist is ingestoken. Gebruik een nieuwe manchet indien deze fout her-haaldelijk optreedt.E 2 Er zijn ongewoon hoge of lage bloeddrukwaar-den vastgesteld.Controleer of de manchet correct is aangelegd. De manchet zo strak aanleggen dat tussen de manchet en de bovenarm nog ruimte is voor ca. twee vingers.De luchtslang is niet goed in het apparaat gestoken. Controleer of de aansluitstekker juist is ingestoken. Gebruik een nieuwe manchet indien deze fout her-haaldelijk optreedt.

68NederlandsNLOpgetreden foutMogelijke oorzaken OplossingE 3Er kan geen bloeddruk-meting worden uitge-voerd.Controleer of de manchet correct is aangelegd. De manchet zo strak aanleggen dat tussen de manchet en de bovenarm nog ruimte is voor ca. twee vingers.De luchtslang is niet goed in het apparaat gestoken. Controleer of de aansluitstekker juist is ingestoken.

Gebruik een nieuwe manchet indien deze fout her-haaldelijk optreedt.E4 Er kan geen bloeddruk-meting worden uitge- voerd, omdat de batteri-jen bijna leeg zijn.Vervang de batterijen.De batterijen zijn bijna leeg.Vervang de batterijen.Niet-plausibele waarden bij bloed- drukmetingNiet-plausibele geme-ten bloeddrukwaarden verschijnen vaak als het apparaat niet op de juis-te wijze wordt gebruikt of als er sprake is van fouten tijdens het meten.Neem de 10 gouden regels voor het meten van de bloeddruk in acht (zie "57") en let ook op de veiligheidsaanwijzingen. Herhaal vervolgens de meting. Schakel het apparaat uit wanneer een foutsymbool verschijnt. Ga de mogelijke oorzaken na en neem de 10 gouden regels in acht, evenals de adviezen voor het zelf meten van de bloeddruk in hoofdstuk 2, Belangrijke aanwijzingen. Ontspan u gedurende ten minste 1minuut en meet dan nogmaals.

Het Bluetooth® woordmerk en bijbehorend logo zijn gedeponeerde han-delsmerken van Bluetooth SIG, Inc. Elk gebruik van deze merken door PAUL HARTMANN AG gebeurt onder licentie. Andere handelsmerken en handelsna-men zijn het eigendom van hun respectievelijke eigenaren.

69Nederlands NL11. Onderhoud van het apparaat Reinig het apparaat uitsluitend met een zachte, vochtige doek. Gebruik geen verdunners, alcohol, reinigings- of oplosmiddelen. Als de elektrodeoppervlak-ken vuil zijn, maakt u ze schoon met een wattenstaafje gedrenkt in schoon-maakalcohol. De manchet mag voorzichtig worden gereinigd met een licht bevochtigde doek en een mild sopje. De manchet mag niet volledig in water worden gedompeld. Vooral als het apparaat door meerdere personen wordt gebruikt, verdient het aanbeveling de manchet regelmatig dan wel na ieder gebruik te reinigen en te desinfecteren, om infecties te voorkomen. De aanbevolen methode voor het desinfecteren van met name de binnenzijde van de manchet is veegdesinfec-tie. Gebruik daarvoor een desinfectiemiddel dat geschikt is voor het materiaal waarvan de manchet is gemaakt.

Bewaar het apparaat en de manchet samen met deze gebruiksaanwijzing in de bewaartas om beschadigingen door externe invloeden te voorkomen. 12. Garantievoorwaarden Wij verlenen op deze hoogwaardige ECG- en bloeddrukmonitor op onderstaan-de voorwaarden 5 jaar garantie, gerekend vanaf de datum van aankoop. Aanspraak op garantie kan uitsluitend binnen de garantieperiode worden gemaakt. De datum van aankoop moet worden aangetoond met behulp van het ingevulde en afgestempelde garantiecertificaat of de aankoopbon. Gedurende de garantieperiode vergoedt HARTMANN alle kosten ten gevolge van materiaal- en fabricagefouten en zorgt voor reparatie van het apparaat. De garantieperiode wordt daardoor niet verlengd. Het apparaat is alleen bestemd voor het gebruik zoals in deze handleiding wordt beschreven. Schade die het gevolg is van oneigenlijk gebruik of ongeoorloofde ingrepen valt niet onder de garantie.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Hartmann Veroval - ECG stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden