Buderus BC10 Thermostaat Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Buderus BC10 Thermostaat (20 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 373 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Buderus BC10 Thermostaat of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Buderus |
| Categorie: | Thermostaat |
| Model: | BC10 Thermostaat |
Foutcodes Buderus BC10 Thermostaat
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| rE | Reset wordt uitgevoerd - verschijnt op het display tijdens het wissen van een storing | 1. Druk de toets 'reset' in om de storing te wissen. 2. 'rE' verschijnt op het display terwijl de reset wordt uitgevoerd. 3. Dit is alleen mogelijk als er daadwerkelijk een storing aanwezig is. 4. Voor vloerketels: als de storing niet kan worden gewist, controleer of de keteltemperatuur nog te hoog is of voer een reset door aan de digitale branderautomaat SAFe. 5. Als de brander na het wissen van de storing weer in storing gaat, neem contact op met uw vakman. |
Handleiding Buderus BC10 Thermostaat – volledige tekst
Voor uw veiligheid 13Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/20041 Voor uw veiligheid1. 1 Over dit voorschriftDit voorschrift bevat belangrijke informatie–over de veilige werking van uw verwarmings-installatie, –over de montage door een vakmak (vervanging van componenten),–over de storingsdiagnose door een vakman en–over het uitvoeren van de rookgastest door een vakman. 1. 2 Voorgeschreven toepassingDankzij de basiscontroller BC10 kan de basisbediening van een verwarmingsinstallatie van Buderus met EMS (Energy-Management-System)1 direct aan de ketel ingegeven worden. De basiscontroller kan met verschillende bedieningseenheden gecombineerd worden, bv. voor de comfortabele regeling van de kamer- of tapwatertemperatuur of voor de toepassing van verwarmingsprogramma's.
De basiscontroller BC10 moet direct op de ketel gemonteerd worden. 1. 3 Neem deze aanwijzingen in achtDe basiscontroller BC10 werd volgens de nieuwste stand van de techniek en de erkende veiligheids-technische regels geconcipieerd en vervaardigd. Bij een ongeoorloofde toepassing kunnen gevaar en materiaal-schade evenwel niet volledig uitgesloten worden. zGebruik de verwarmingsinstallatie uitsluitend conform de voorschriften en in perfecte staat. zLaat u door uw vakman uitvoerig wegwijs maken in de bediening van uw verwarmingsinstallatie. zNeem dit voorschrift zorgvuldig door. 1. 4 ReinigingzReinig de basiscontroller enkel met een vochtige doek. 1. 5 AfvalzSorteer en recycleer de verpakkingsmaterialen op milieuvriendelijke wijze. zComponenten die vervangen moeten worden, moeten naar een instantie gebracht worden, die het afval op milieuverantwoorde wijze verwerkt. 1.
zSchakel in geval van gevaar de verwarmingsnoodschakelaar buiten de stookruimte uit of schakel de verwarmingsinstallatie los van het stroomnet met behulp van de huiszekering. zStoringen aan de verwarmingsinstallatie moet u onmiddellijk door een vakman laten verhelpen. OPGELET. SCHADE AAN DE INSTALLATIEdoor vorst. Als de verwarmingsinstallatie niet in bedrijf is, kan ze in geval van vorst bevriezen. zZorg ervoor, dat de verwarmings-installatie permanent ingeschakeld is. zAls de installatie werd uitgeschakeld omwille van een storing, moet u proberen de storing te wissen of uw vakman te contacteren. AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERMaak enkel gebruik van de originele wisselstukken van Buderus. Buderus kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor schade die veroorzaakt werd door componenten die niet door Buderus geleverd werden.
Montage en service 25Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/20042.2 Basiscontroller demonterenzNeem de bedieningseenheid RC30 (afb. 3, pos. 2) weg en draai de beveiligingsschroef (afb. 3, pos. 1, indien voorhanden) los.zDruk het ontgrendelingslipje aan de basiscontroller BC10 in en neem de basiscontroller BC10 in de richting van de pijl van de basisplaat (afb. 3). 2.3 Vermogensbegrezing voor verwarmingsketels met UBA3 instellenU kan het vermogen van de ketel begrenzen op 11 kW (of op 50 kW bij grotere ketelvermogens) met behulp van een stekkerbrug (jumper) die zich aan de achterzijde van de basiscontroller bevindt. zDemonteer de basiscontroller (zie hoofdstuk 2.2 "Basiscontroller demonteren").zTrek de Jumper (afb. 4, pos. 1) er eventueel af, als het ketelvermogen begrensd moet worden. Afb.
3 RC30/BC10 demonteren (principe-afbeelding)Pos. 1: beveiligingsschroefPos. 2: bedieningseenheid RC30Pos. 3: basiscontroller BC10Pos. 4: regeltoestel MC104321WAARSCHUWING!LEVENSGEVAARdoor elektrische stroom bij een geopend toestel.zVooraleer u het toestel opent:schakel de verwarmingsinstallatie met behulp van de verwarmingsnood-schakelaar stroomloos of koppel ze los via de zekering van het stroomnet.zBeveilig de installatie, zodat ze niet per ongeluk kan ingeschakeld worden.Afb. 4 achterzijde van de basiscontroller BC10Pos. 1: jumper voor de vermogensbegrenzing1AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe montage- en servicewerkzaamheden mogen enkel door een vakman uitgevoerd worden.Jumper Toestand VerklaringNiet ingestoken Vermogen begrensd op 11 kW (50 kW) (enkel voor verwar-mingsketels met UBA3)Ingestoken Vermogen niet begrensd (toestand bij levering)
Bediening van de basiscontroller36Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/2004Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!3 Bediening van de basiscontroller3.1 InleidingDankzij de basiscontroller BC10 kan de basisbediening van de verwarmingsinstallatie gedaan worden. Daarvoor staan er ondermeer de volgende functies ter beschikking:–in-/uitschakelen van de verwarmingsinstallatie–instelling van de tapwatertemperatuur en de maximum keteltemperatuur in het verwarmingsbedrijf–statusindicatie Er staan nog vele bijkomende functies voor een comfortabele regeling van uw verwarmingsinstallatie ter beschikking, die kunnen geregeld worden met behulp van de bedieningseenheid RC30. Respecteer het afzonderlijke bedieningsvoorschrift.3.2 Bedieningselementen aan de BC10 Afb. 5 bedieningselementenPos. 1: bedrijfsschakelaarPos.
2: draaiknop voor streefwaarde van het tapwaterPos. 3: LED "tapwateropwarming"Pos. 4: display voor de statusindicatiePos. 5: draaiknop voor de maximum keteltemperatuur in het verwarmingsbedrijfPos. 6: LED "warmtevraag"Pos. 7: grondplaat met insteekplaats voor een bedieningseenheid, bv. RC30 (achter de afdekplaat)Pos. 8: LED "brander" (aan/uit)Pos. 9: diagnosestekkerPos. 10: toets "statusindicatie"Pos. 11: toets "schoorsteenveger" voor rookgastest en manueel bedrijfPos. 12: toets "reset" (ontstoringsknop)47215812 10113 69
Bediening van de basiscontroller 37Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/20043.3 In- en uitschakelen3.3.1 Verwarmingsinstallatie inschakelenzPlaats de bedrijfsschakelaar aan de basiscontroller in de positie "1" (AAN).Zodoende wordt heel de verwarmingsinstallatie ingeschakeld. De statusindicatie aan de basiscontroller licht op en geeft de actuele ketelwatertemperatuur aan in °C. 3.3.2 Verwarmingsinstallatie uitschakelenz Plaats de bedrijfsschakelaar aan de basiscontroller in de positie "0" (UIT).3.4 Maximum keteltemperatuur voor het verwarmingsbedrijfAan de draaiknop "maximum keteltemperatuur" kan u de bovenste limiettemperatuur instellen voor het ketelwater voor het verwarmingsbedrijf. De begrenzing geldt niet voor de tapwateropwarming.
WAARSCHUWING!LEVENSGEVAARdoor elektrische stroom.zSchakel in geval van gevaar de verwarmingsnoodschakelaar buiten de stookruimte uit of schakel de verwarmingsinstallatie los van het stroomnet met behulp van de huiszekering.Toestand Verklaring LED0Uit Geen toevoer naar de radiatoren (enkel tapwateropwarming).Uit30–901Directe instelling aan de BC10in °CDe temperatuur wordt aan de BC10 ingesteld en kan niet gewijzigd worden met behulp van een bedieningseenheid.2Aan3Aut Maximum keteltemperatuur 90 °C2Aan3Tabel 1 instellingen aan de draaiknop "maximum keteltemperatuur"1In combinatie met de bedieningseenheid RC30 moet u steeds opteren voor de instelling "aut".2Alle regelfuncties van de bedieningseenheid (bv. verwarmingsprogramma, zomer-/winter-omschakeling) blijven actief.3De LED onder de draaiknop licht op, als de verwarming is ingeschakeld en er warmte wordt gevraagd.
Bediening van de basiscontroller38Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/2004Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. 3. 5 Streefwaarde tapwaterMet de draaiknop "streefwaarde tapwater" geeft u de gewenste temperatuur in voor het tapwater in de tapwaterboiler. 3. 6 Storingen wissen (reset) Indien de brander (branderautomaat) in storing is gegaan, kan u de storing wissen door de toets "reset" in te drukken. Dat is enkel bij een vergrendelende fout noodzakelijk. Blokkerende fouten worden automatisch gewist, als de oorzaak verholpen wordt. Druk de toets "reset" in, om de fout te wissen. Op het display verschijnt "rE" terwijl de reset uitgevoerd wordt. Het is enkel mogelijk een reset uit te voeren als er een storing is. Toestand Verklaring LED0Uit Geen toevoer van tapwater (enkel verwarmingsbedrijf).
UitEco1Energiesparende werking2, tapwatertemperatuur 60 °C Het tapwater wordt pas opgewarmd tot 60 °C, als de temperatuur aanzienlijk gedaald is. Daardoor wordt het aantal branderstarts gereduceerd en wordt er energie gespaard. Het water kan dan echter eerst wel wat kouder zijn. Aan330 – 60 Directe instelling aan de BC102in °CDe temperatuur wordt aan de BC10 ingesteld en kan niet gewijzigd worden met behulp van een bedieningseenheid. Aan3Aut Instelling aan de bedieningseenheid (voorinstelling)De temperatuur wordt ingesteld aan de bedieningseenheid (bv. RC30). Wanneer er geen bedieningseenheid is aangesloten, geldt er een tapwatertemperatuur van 60 °C. Aan3Tabel 2 instellingen aan de draaiknop "streefwaarde tapwater"1Deze functie werd geoptimaliseerd voor toestellen met een geïntegreerde tapwateropwarming (combitoestellen, bv. GB132T).
2Het verwarmingsprogramma (schakelklok) van de bedieningseenheid blijft actief, waardoor er tijdens het nachtbedrijf geen tapwater wordt opgewarmd. 3De LED onder de draaiknop licht op als de boiler wordt naverwarmd of als de temperatuur van het tapwater onder de streefwaarde is gedaald (warmtevraag). AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe tapwateropwarming gebeurt met de maximum toegestane keteltemperatuur van de verwarmingsketel. rE.
Bediening van de basiscontroller 39Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/20043.7 LED "brander aan"De LED geeft de toestand van de brander aan. 3.8 Rookgastest uitvoerenDe toets "schoorsteenveger" wordt door uw vakman voor de rookgastest gebruikt.De verwarmingsregeling draait gedurende 30 minuten met een verhoogde vertrektemperatuur. Tijdens de rookgastest licht het decimaalpunt in de statusindicatie op.Druk de toets "schoorsteenveger" in, tot het decimaalpunt in de statusindicatie oplicht (min.
2 seconden).zVoer de rookgastest uit.zOm de rookgastest af te breken, drukt u opnieuw op de toets "schoorsteenveger".AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERVloerketels: indien u de storing niet kan wissen, is de keteltemperatuur nog te hoog of moet er een reset doorgevoerd worden aan de digitale branderautomaat SAFe.Als de brander na het wissen van de storing weer in storing gaat, moet u contact opnemen met uw vakman. LED Toestand VerklaringAan Brander in bedrijf Ketelwater wordt opgewarmd.Uit Brander uit Het ketelwater heeft de gewenste temperatuur bereikt of er is geen warmtevraag. Tabel 3 betekenis van de LED
Bediening van de basiscontroller310 Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/2004Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!3.9 Werking met deellast startenTijdens de rookgastest kan u de ketel met een gereduceerd ketelvermogen (ketelstreeftemperatuur) sturen, bv. voor de instelling van de gasklep. De reductie geldt enkel voor de duur van de rookgastest.Druk de toets "schoorsteenveger" in, tot het decimaalpunt in de statusindicatie oplicht (min. 2 seconden). Zodoende wordt de rookgastest ingeschakeld.Druk de toetsen "schoorsteenveger" en "statusindicatie" tegelijkertijd in gedurende ca.
5 seconden, om in het deellastbedrijf terecht te komen.Druk de toets "reset" in, om het ketelvermogen procentueel te reduceren.Voorbeeld: het ketelvermogen is gereduceerd tot 50 % van het nominale ketelvermogen.Druk de toets "schoorsteenveger" in, om het ketelvermogen procentueel te verhogen.+L50.AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERHet deellastbedrijf kan enkel bij tweetraps of modulerende branders ingesteld worden. De kleinst mogelijke instelling is afhankelijk van de brander.
Bediening van de basiscontroller 311Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/20043.10 Manueel bedrijf kiezenIn het manueel bedrijf kan de verwarmingsinstallatie onafhankelijk van een bedieningseenheid gestuurd worden. De verwarmingsketel wordt gestuurd met de streefwaarde die aan de rechter draaiknop als ketelwatertemperatuur werd ingesteld. Tijdens het manuele bedrijf knippert het decimaalpunt in de statusindicatie.Druk de toets "schoorsteenveger" in, tot het decimaalpunt in de statusindicatie knippert (min. 8 seconden).
zStel de streeftemperatuur voor de ketelwatertemperatuur (ketelvertrektemperatuur) in aan de rechter draaiknop.zOm het manueel bedrijf te beëindigen, drukt u opnieuw op de toets "schoorsteenveger".AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERNadat de spanning werd uitgeschakeld of na een stroomonderbreking is het manuele bedrijf niet langer geactiveerd. zActiveer het manuele bedrijf weer na het inschakelen, zodat de verwarmingsinstallatie in bedrijf blijft (met name bij vorstgevaar).
Bediening van de basiscontroller312 Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/2004Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!3.11 StatusindicatieOp het display van de basiscontroller BC10 wordt de toestand van de verwarmingsinstallatie aangegeven. In geval van een storing wordt in de statusindicatie meteen een fout of waarschuwing aangegeven. In geval van fouten moet u contact opnemen met uw vakman; u kan hem dan al meedelen om welke service- of foutcode het gaat.De waarschuwingen en fouten hangen af van het betreffende type verwarmingsketel. U kan bijkomende informatie over de codes vinden in de documenten van de verwarmingsketel in kwestie. Bij vergrendelende fouten knippert de statusindicatie.Uitgangstoestand:In de normale bedrijfstoestand wordt de actuele keteltemperatuur weergegeven, bv.
60 °C.Als er op het display geen normale bedrijfstoestand wordt aangegeven, bv. "H07" of "2E", verwijzen we u meteen door naar hoofdstuk 3.13 "Storingsdiagnose", pagina 15. Bijkomende statusindicaties aangeven:Druk de toets "statusindicatie" in, om over te gaan naar de volgende statusindicatie.Actuele installatiedruk (in functie van het keteltype, enkel wanneer er een druksensor voorhanden is)Druk de toets "statusindicatie" in, om over te gaan naar de volgende statusindicatie.Bedrijfsstatus (displaycode)Druk de toets "statusindicatie" in, om over te gaan naar de volgende statusindicatie.De keteltemperatuur verschijnt opnieuw.60H07 2E P1.20 y 60
Bediening van de basiscontroller 313Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/20043.12 Parameters instellenDeze parameters mogen enkel door een vakman ingesteld worden.Bediening van de programmeermodus3.12.1 Beperking van de verwarmingsbelastingMet behulp van deze parameter kan het brandervermogen voor het verwarmingsbedrijf gereduceerd worden (enkel bij tweetraps of modulerende branders). Zodoende wordt de looptijd van de brander verlengd en wordt het aantal branderstarts gereduceerd, waardoor in functie van de berekening van de verwarmingsinstallatie energie gespaard wordt. De parameter is te herkennen aan de letter "L".
De instelling "L--" betekent, dat het nominale ketelvermogen niet is begrensd.Druk de toetsen "schoorsteenveger" en "statusindicatie" tegelijkertijd in gedurende 5 seconden, om in de programmeermodus terecht te komen.Druk de toets "statusindicatie" in, om naar de volgende parameter over te gaan.Druk de toets "reset" in, om de waarde van de parameter te verlagen (–).Druk de toets "schoorsteenveger" in, om de waarde van de parameters te verhogen (+).Indien gedurende 5 minuten geen enkele toets wordt ingedrukt, wordt de programmeermodus verlaten.+L– –Invoerbereik FabrieksinstellingBegrenzing van de verwarmingsbelasting Lxx −99 %100 % ("L--")100 % ("L--")xx De kleinst mogelijke instelling hangt af van de brander.AANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERWanneer u het brandervermogen reduceert, wordt de opwarmingssnelheid van de verwarmingsinstallatie verlaagd.
Een te sterke reductie van het brandervermogen kan leiden tot een vermindering aan comfort. Daarom moet de ingestelde waarde groter zijn dan het voor het gebouw maximum benodigde brandervermogen.
Bediening van de basiscontroller314 Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/2004Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!3.12.2 Nadraaitijd pompDeze parameter bepaalt de nadraaitijd van de ketelpomp in minuten. De parameter kan herkend worden aan de letter "F". De instelling "F1d" betekent dat de ketelpomp permanent draait.3.12.3 TapwaterDeze parameter bepaalt of het tapwater door deze ketel opgewarmd wordt. De parameter kan herkend worden aan de letter "C". Bij de instelling "0" wordt ook de vorstbeveiliging voor de drinkwaterleidingen gedeactiveerd.3.12.4 Toerental van de branderventilatorMet deze beide parameters kan de toevoer van verbrandingslucht gecorrigeerd worden.
Zodoende kan de brander bij de inbedrijfstelling ingesteld worden.F 5Invoerbereik FabrieksinstellingNadraaitijd pomp F 1 −60 min24 h ("F1d")5minC0Invoerbereik FabrieksinstellingTapwater C 0 (geen tapwater)1 (tapwater)In functie van de ketel1.2.Invoerbereik FabrieksinstellingLuchtcorrectie 1e trap: 1.–9 tot +9 In functie van de branderLuchtcorrectie 2e trap: 2.–9 tot +9 In functie van de branderAANWIJZING VOOR DE GEBRUIKERDe parameters worden enkel weergegeven bij verwarmingsketels met een digitale branderautomaat SAFe en bij branders, bij dewelke deze correctie elektronisch mogelijk is.
Bediening van de basiscontroller 315Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/20043.13 StoringsdiagnoseOp het display van de basiscontroller BC10 wordt de toestand van de verwarmingsinstallatie aangegeven. In geval van een storing wordt in de statusindicatie meteen een fout of waarschuwing aangegeven. In geval van fouten moet u contact opnemen met uw vakman; u kan hem dan al meedelen om welke service- of foutcode het gaat.De waarschuwingen en fouten hangen af van het betreffende type verwarmingsketel. U kan bijkomende informatie over de codes vinden in de documenten van de verwarmingsketel in kwestie.
P1.0 Waarschuwing (enkel met een digitale druksensor)2: Installatiedruk is te laag (tussen 0,2 en 1,0 bar)Waarschuwing (enkel met een digitale druksensor)zGelieve de verwarmingsinstallatie te vullen.Als de installatiedruk meer dan 1,0 bar bedraagt, gaat het display na 10 minuten over naar de standaardweergave voor de normale bedrijfstoestand.Bedrijfsmelding: actuele toestand van het EMSGetal 0 ... 100 Actuele ketelwatertemperatuurP0.2... P1.0 Actuele installatiedruk(enkel met een digitale druksensor)21 (knippert)
Bediening van de basiscontroller316 Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/2004Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden. 1H00. H99 Waarschuwing: onderhoud noodzakelijk Servicemelding (onderhoudsmelding)zGelieve contact op te nemen met uw vakman en een onderhoud te laten uitvoeren. Betekenis van de codes, zie beschrijving van de betreffende verwarmingsketel. Bedrijfsmelding: actuele toestand van het EMSGetal 0. 100 Actuele ketelwatertemperatuur>P1. 0 Actuele installatiedruk(enkel met een digitale druksensor)21 (knippert gedeel-telijk)Combinatie letter – cijferServicecode FoutzGelieve contact op te nemen met uw vakman en hem eventueel al de service- en foutcode mee te delen. zAls de weergave knippert, (vergrendelende fout), kan u ze wissen door de toets "reset" in te drukken.
Als de weergave niet knippert (blokkerende fout), wordt de fout automatisch gewist, van zodra de oorzaak verholpen is. zIndien er zich al gedurende lange tijd een blokkerende fout voordoet, kan u best contact opnemen met uw vakman. Getal > 200 FoutcodeGetal 0. 100 Actuele ketelwatertemperatuur>P1. 0 Actuele installatiedruk(enkel met een digitale druksensor)2Onderhoudsinterval volgens bedrijfsuren of datum is geactiveerd 1 A00. A99 Servicecode InstallatiefoutzGelieve contact op te nemen met uw vakman en hem eventueel al de service- en foutcode mee te delen. Installatiefouten zijn fouten in de installatie die geen invloed hebben op de werking van de brander. Getal > 800 FoutcodeBedrijfsmelding: actuele toestand van het EMSGetal 0. 100 Actuele ketelwatertemperatuur>P1.
Symbool(voorbeelden)Waarden Betekenis Bedrijfstoestand/verhelpingTabel 4 mogelijke statusindicaties1Standaardweergave voor deze bedrijfstoestand. Deze weergave verschijnt pas nadat er gedurende 5 minuten geen enkele toets werd ingedrukt. 2De verwarmingsketel moet daarvoor uitgerust zijn met een digitale druksensor, om de installatiedruk te kunnen meten. H 8–H60P1. 52E20760P1. 5HAHA12816–H60P1. 5HAH-.
Bediening van de basiscontroller 317Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!Montage- en bedieningsvoorschrift Basiscontroller BC10 • Uitgave 10/20043.14 Onderhoudsinterval opnieuw instellenMet de bedieningseenheid (bv.RC30) kan bij verwarmingsketels met een digitale branderautomaat SAFe een onderhoudsinterval (in functie van de bedrijfsuren of van de datum) ingesteld worden. Als het onderhoudsinterval afgelopen is, verschijnt op het display "H 3" resp. "H 8" (zie "Servicemelding", pagina 12). Wanneer u een onderhoud heeft uitvoerd, moet u het onderhoudsinterval als volgt opnieuw instellen:Druk de toets "reset" in, tot de statusindicatie "HrE" verschijnt. Het onderhoudsinterval wordt opnieuw ingesteld en begint weer met het aftellen van het ingestelde aantal bedrijfsuren.
Bij de instelling "onderhoud volgens datum" verschijnt precies één jaar later de volgende onderhoudsmelding.Onderhoud voor het verstrijken van het onderhoudsintervalDruk de toets "statusindicatie" meermaals in, tot "HAH" (onderhoudsinterval actief) op het display verschijnt. Wanneer de weergave "HAH" zelfs na meermaals indrukken van de toets niet verschijnt, is er geen onderhoudsinterval actief (opnieuw instellen niet mogelijk).Druk de toets "reset" in, tot de statusindicatie "HrE" verschijnt. Zodoende wordt het onderhoudsinterval opnieuw ingesteld en begint vanaf 0.H 3HrEHAH
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Buderus BC10 Thermostaat stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Thermostaat Buderus
Handleiding Thermostaat
Nieuwste handleidingen voor Thermostaat