Buderus IRT 30 Moduline 30 Handleiding

Buderus Thermostaat IRT 30 Moduline 30

Bekijk gratis de handleiding van Buderus IRT 30 Moduline 30 (50 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Buderus IRT 30 Moduline 30 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/50
Nefit houdt Nederland warm
Gebruikers- en
Installatie-instructie
iRT30
klokthermostaat
BBT Thermotechnology Belgium nv/sa
BUDERUS - warmte is ons element

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Buderus
Categorie: Thermostaat
Model: IRT 30 Moduline 30

Handleiding Buderus IRT 30 Moduline 30 – volledige tekst

1. VoorwoordDeze handleiding is opgedeeld in twee gedeelten:- handleiding voor de gebruiker (hoofdstuk 1 t/m 4)- handleiding voor de installateur (hoofdstuk 5 t/m 8).Verder bevat deze handleiding een lijst van gebruikte begrippen(hoofdstuk 10). Deze lijst bestaat uit woorden die niet in hetdagelijks taalgebruik voorkomen. Ook is er een trefwoordenregister opgenomen (hoofdstuk 11), waardoor het makkelijkwordt om bepaalde onderwerpen snel op te zoeken in de hand-leiding.Na het lezen van de gebruikershandleiding, bent u in staat om deModuline 30 klokthermostaat in gebruik te nemen. U kunt zelfhet gewenste programma invoeren, zodat u op elk moment vande dag de gewenste temperatuur zult hebben. In deze handleidingis uit gegaan van de vraag:"Wat moet u weten om de Moduline 30 te kunnen bedienen?"De meer technische onderwerpen vindt u in de handleiding voorde installateur.

In dit gedeelte van de handleiding vindt u ookmontage- en installatievoorschriften. De installateur dient boven-dien de Moduline 30 in te stellen.In geval van eventuele storingen vindt u informatie hierover inhoofdstuk 9. U kunt ook uw installateur raadplegen.2. Veiligheidsvoorschriften- Haal de thermostaat nooit uit elkaar en laat hem niet vallen; dethermostaat bevat kwetsbare elektronica en gevoelige sensoren.- Vermijd hoge temperaturen, vocht en stoffige omgevingen.- Gebruik bij reiniging geen vocht of reiningingsmiddelen. Er kandan kortsluiting of beschadiging aan de thermostaat optreden.- Schakel de netspanning van de cv-ketel uit voordat u met instal-leren begint. Controleer of de spanning ook daadwerkelijk vande ketel af is.2

3. Korte beschrijving van de Moduline 303.1 IntroductieDe Moduline 30 klokthermostaat is speciaal ontwikkeld voorgebruik bij ketels met de universele branderautomaat UBA-4000.De Moduline 30 is bedoeld voor wandmontage en krijgt stroomvia een verbinding met de ketel. De thermostaat gebruikt dusgeen batterijen. Door gebruik te maken van een computerpro-gramma, krijgt de thermostaat continu informatie van de ketel enandersom. Hiermee kan de thermostaat de ketel aanwijzingengeven om:- het huis comfortabel warm te stoken,- de boiler op tijd van warm water te voorzien,- zo zuinig mogelijk met energie om te springen.U kunt de Moduline 30 programmeren met maximaal 70 schakel-punten in een week.Verder kunt u schakelpunten wijzigen, verwij-deren of tussenvoegen.SchakelpuntEen schakelpunt is een instelling op uw klokthermostaat. Het is eentijdstip waarop u een andere temperatuur wenst.

Om dit in te stellenvoert u de gewenste tijd en de gewenste temperatuur in.(In paragraaf 4.4 wordt hier uitvoerig op in gegaan.)Op deze manier kunt u een zo verfijnd mogelijke temperatuur-regeling in huis krijgen.De Moduline 30 is geschikt voor drie soorten temperatuurrege-ling:- ruimteregeling- weersafhankelijke regeling- weersafhankelijke regeling met ruimtetemperatuurcompensatie.Het soort temperatuurregeling dat voor u van toepassing is, ishet uitgangspunt van waaruit de Moduline 30 ingesteld wordt.Daarom beschrijft de volgende paragraaf deze soorten temperatuurregeling.3

3.2 Kiezen voor het juiste soort temperatuurregelingIn paragraaf 3.1 zijn de drie soorten temperatuurregelingengenoemd, waarvoor de Moduline 30 geschikt is:- ruimteregeling- weersafhankelijke regeling- weersafhankelijke regeling met ruimtetemperatuurcompensatie.Voor de laatste twee is het noodzakelijk, dat er een buitentem-peratuursensor (een apparaat, dat de buitentemperatuur waar-neemt en deze informatie aan de ketel doorgeeft) op een buiten-gevel geplaatst wordt. Dit dient een gevel te zijn, waar de zonniet direct op schijnt. De buitenlucht moet bovendien onge-stoord langs de sensor kunnen circuleren.RuimteregelingDit is het eenvoudigste regelprincipe. Het geeft een hoog com-fort en heeft een hoog rendement. Om de installatie volgens ditregelprincipe te laten werken, moet er aan een aantal voor-waarden worden voldaan.

Zo moet er een ruimte in uw huis zijn,die representatief is voor de temperatuursomstandigheden in derest van uw huis. Dit is een ruimte waar bijv. niet de hele dag deopen haard brandt of de buitendeur c.q. de ramen vaak openstaan. Zo'n ruimte wordt een referentievertrek genoemd.ReferentievertrekEen referentievertrek is een ruimte (bijvoorbeeld de woonkamer),waarin de temperatuur gemeten kan worden die representatief isvoor de gehele woning.We nemen aan, dat deze temperatuur ook in de andere vertrekkenheerst (bijvoorbeeld keuken, slaapkamer enz.).Een andere reden waarom men een bepaalde ruimte als refentie-vertrek kiest, is omdat men de meeste tijd in deze ruimte door-brengt. Daarom is het belangrijk dat de temperatuur in deze ruimtegoed geregeld is. De overige ruimtes mogen een lagere (of hogere)temperatuur hebben.4

Wat houdt ruimteregeling in?- De Moduline 30 meet constant de temperatuur in de ruimtewaarin hij is aangebracht.- De gemeten temperatuur wordt vergeleken met de door ugewenste (ingestelde) temperatuur.- De Moduline 30 bepaalt nu hoe hard de ketel moet brandenom het cv-water te verwarmen, zodat de gewenste tempera-tuur bereikt en gehandhaafd kan worden.- Er wordt een zo laag mogelijke cv-watertemperatuur bere-kend, zodat de ketel niet harder hoeft te branden dan striktnoodzakelijk is.- De ketel brandt over het algemeen gedurende een lange tijdop een laag vermogen.- Door dit regelprincipe is er standaard vrijwel altijd warm cv-water aanwezig.Als in een andere ruimte een afgeslotenradiatorafsluiter wordt opengedraaid, zal deze ruimte daaromop temperatuur komen.Wanneer ruimteregeling toepassen?- Indien het huis alleen verwarmd wordt door middel van radia-toren.Wanneer ruimteregeling niet toepassen?- Wanneer er in huis geen geschikt referentievertrek is, waarinde Moduline 30 geplaatst kan worden.- Wanneer uw huis (mede) verwarmd wordt door vloerverwar-ming, luchtverwaming, convectoren.In de praktijk zal in de meeste gevallen voor het principe vanruimtetemperatuurregeling worden gekozen.Weersafhankelijke regelingDit is een regelprincipe waarbij de cv-watertemperatuur bepaaldwordt door de temperatuur buiten en door een aantal voorafingestelde waarden op de Moduline 30.

In een huis dat verwarmd wordt door vloerverwarming, mogende temperatuurschommelingen binnenshuis niet te groot wor-den. Bovendien is dit een type verwarming dat langzaamopwarmt/ afkoelt.

Een weersafhankelijke regeling is hier eengoede keuze, omdat deze het stookgedrag van de ketel slechtslaat beïnvloeden door de buitentemperatuur.Veranderingen gaanhierdoor relatief geleidelijk.Wat houdt weersafhankelijke regeling in?- Het stookgedrag van de ketel wordt bepaald door de buiten-temperatuur en bepaalde vooraf ingestelde waarden op deModuline 30 klokthermostaat.- Wanneer het buiten kouder wordt, zal de ketel harder gaanbranden en het cv-water tot een hogere temperatuur verwar-men (tot een vooraf ingestelde maximumtemperatuur).- Wanneer het buiten warmer wordt, zal de ketel minder hardgaan branden en het cv-water tot een lagere temperatuur verwarmen (tot een vooraf ingestelde minimumtemperatuur).- De vertrekken worden verwarmd door het continu rond-pompen van het cv-water.- De temperatuur in de te verwarmen ruimtes is regelbaar metbehulp van thermostatische radiatorafsluiters.Wanneer weersafhankelijke regeling toepassen?- Wanneer uw huis niet over een geschikt referentievertrekbeschikt.- Wanneer u de temperatuur in meerdere vertrekken nauwkeu-rig geregeld wilt hebben.Wanneer weersafhankelijke regeling niet toepassen?- Wanneer uw huis niet aan bovenstaande criteria voldoet.

de temperatuur in de ruimte waar hij is aangebracht. Deze infor-matie wordt gebruikt om kleine correcties op de aansturing vande ketel toe te passen, zodat de gewenste temperatuur bereiktkan worden. De temperatuur in de ruimte waar de Moduline 30is aangebracht, wordt dus bepaald door de thermostaat zelf. Detemperatuur in de andere ruimtes kan weer geregeld wordendoor middel van thermostatische radiatorafsluiters. In principekan voor een weersafhankelijk regeling met ruimtetemperatuur-compensatie gekozen worden in dezelfde gevallen als bij weersaf-hankelijke regeling zonder ruimtetemperatuurcompensatie.

Alleendient er weer een geschikt referentievertrek in huis aanwezig tezijn.Wat houdt weersafhankelijk regelen met ruimtetemperatuur-compensatie in?- De cv-watertemperatuur wordt in eerste instantie bepaalddoor de buitentemperatuur en de vooraf ingestelde waardenop de Moduline 30.- De Moduline 30 meet ook de temperatuur in de ruimte waarhij is aangebracht.- Op basis van de gemeten ruimtetemperatuur stelt de Moduline30 de cv-watertemperatuur automatisch bij.- De vertrekken worden verwarmd door het continu rondpom-pen van het cv-water.- De temperatuur in de ruimte waar de Moduline 30 is aange-bracht wordt bepaald door de thermostaat zelf.- De temperatuur in de andere te verwarmen ruimtes is regel-baar met behulp van thermostatische radiatorafsluitersWanneer weersafhankelijke regeling met ruimtetemperatuur-compensatie toepassen?- Wanneer u de temperatuur in meerdere vertrekken nauw-keurig geregeld wilt hebben én er een geschikt referentie-vertrek aanwezig is.Wanneer weersafhankelijke regeling met ruimtetemperatuur-compensatie niet toepassen?- Wanneer uw huis niet aan bovenstaande criteria voldoet.Dit is een relatief minder economisch regelprincipe, dus alleentoepassen in situaties die daar echt om vragen.7

3.3 BedieningselementenDe Moduline 30 kan op twee niveaus bediend worden (zie uit-vouwblad, figuur A en figuur B):1. Met de klep dicht (figuur A); u heeft nu toegang tot:- de draaibare temperatuur-instelknop, voor handmatig wijzi-gen van de temperatuur,- de + en – druktoetsen, voor het tijdelijk wijzigen van detemperatuur binnen een klokprogramma.2.

Met de klep open (figuur B); u heeft nu toegang tot 10 bedie-ningselementen:- 1 draaibare programmaknop, waarmee u door een pro-gramma bladert en waarden kunt verhogen of verlagen,- 9 druktoetsen, voor verschillende functies, zoals tijd instel-len, dag instellen, programma instellen enz.Het principe van deze bediening is 'drukken en draaien':- Kies de druktoets van de functie waarvan u de waarde wiltwijzigen en houdt deze ingedrukt.- Draai tegelijkertijd de programmadraaiknop rechtsom (metde wijzers van de klok mee) om de waarde te verhogen, of:- Draai tegelijkertijd de programmadraaiknop linksom (tegende wijzers van de klok in) om de waarde te verlagen.In hoofdstuk 4 wordt uitgebreid op de bediening in gegaan.3.4 Informatie op het schermHet scherm (ook wel 'display' genoemd) geeft u in de vorm vancijfers en symbolen informatie over o.a. de werking van de ther-mostaat en de ketel.

705.202A-2501ketel verwarmt het boiler-water niet (warmwatervoorziening UIT)het klokprogramma wordt getoondketel verwarmt het boiler-water (warmwatervoorziening AAN)ketel verwarmt het boiler-water volgens het klokprogramma(warmwatervoorziening AUTO)cv-ketel staat AANruimteregeling is actiefweersafhankelijke regeling is actiefweersafhankelijke regeling met ruimtetemperatuurcompensatie isactiefcv-ketel staat UITautomatische zomer/ winterschakeling (alleen wanneer er eenbuitentemperatuursensor is)per blokje 0,5°C lager/hogernachtinstelling (ECO- stand)vakantie-instellingdisplay code ketel, kan op storing duidendagnummer (maandag =1, dinsdag =2 .... zondag = 7)tijdaanduidingtemperatuuraanduiding9

Tijdens het programmeren toont het scherm informatie over deschakelpunten van het programma.In ruststand (normale toestand) zult u het volgende schermgetoond krijgen:figuur 3-2 Scherm in ruststand4. Bediening4.1 AlgemeenLees deze handleiding zorgvuldig door, zodat u de Moduline 30correct kunt bedienen.

Uw installateur kan u verder uitvoeriginlichten over het gebruik van uw klokthermostaat.Verantwoord verwarmen en ventileren- Vermijd extreme temperatuurinstellingen en snelle wijzigingenin temperatuur in het programma (verschil tussen dag- ennachttemperatuur bij voorkeur niet groter dan 5°C).- Laat de ruimtes niet te sterk afkoelen tijdens de nachtverlaging(uw cv-installatie moet harder en langer werken om een ruimtemet sterk afgekoelde wanden weer op temperatuur te krijgen).- Zorg voor een goede luchtvochtigheid in huis, vooral in dekoude maanden, bijvoorbeeld door kamerplanten te plaatsen ofeen luchtbevochtiger te gebruiken.

Een goede luchtvochtigheiddraagt bij tot een aangenaam klimaat in huis.- Ventileer goed (kortstondig veel ventileren is energiezuinigerdan langdurig een beetje ventileren).Klok- Zet de klok van de Moduline 30 (zo nodig) op de juiste tijd, omuw klokthermostaat goed te laten functioneren (zie paragraaf4.3: Klok instellen).10

705.202A-2501figuur 4-1handmatigfiguur 4-2automatischfiguur 4-3Voeding- De Moduline 30 werkt niet op batterijen, maar op stroom.- De benodigde stroom wordt geleverd via de aansluiting op deketel.- Bij stroomuitval of uitschakelen van de netspanning van deketel, zal de tijd minimaal 1 uur doorlopen.- Uw klokprogramma blijft altijd bewaard.Onderhoud- Reinig de Moduline 30 met een droge doek- Gebruik geen vocht of reinigingsmiddelen. Er kan dan kortslui-ting of beschadiging aan de thermostaat ontstaan.Buitentemperatuur- Als u voor het weersafhankelijke regelprincipe kiest (met ofzonder ruimtetemperatuurcompensatie), heeft u een buitentemperatuursensor nodig, die aangesloten is op de ketel.- Zonder buitentemperatuursensor heeft u alleen de mogelijkheid tot ruimtetemperatuurregeling.4.2 Temperatuur instellenU kunt de temperatuur op twee manieren instellen:1.

handmatig:- Draai de temperatuur-instelknop naar de gewenste tempe-ratuur (zie figuur 4-1)Het klokprogramma wordt hierbij uitgeschakeld.2. automatisch:- Draai de temperatuur-instelknop omlaag, zodat de streepnaar beneden wijst (AUTO-stand, zie figuur 4-2).- Verhoog de temperatuur door op + te drukken (0,5 (Cper stap, zie figuur 4-3).- Verlaag de temperatuur door op - te drukken.Het klokprogramma wordt hierbij niet uitgeschakeld, maar tij-delijk naar uw wens aangepast. Bij het eerstvolgende schakel-punt hervat de thermostaat weer het klokprogramma.Het scherm toont gewoonlijk de gemeten temperatuur in deruimte, dus niet de ingestelde temperatuur. U kunt de ingestel-de temperatuur zien door even op de + of – toets te druk-ken. De ingestelde temperatuur knippert 5 seconden. Daarnaverschijnt weer de gemeten ruimtetemperatuur.11

Indien de thermostaat ingesteld staat op de weersafhankelijkeregeling en u draait de temperatuurinstelknop uitde AUTO-stand, dan zal de thermostaat gaan werken als bij weersafhanke-lijke regeling met rumtetemperatuurcompenstatie. Op het beeld-scherm zal het symbool van weersafhankelijke regeling dan ookveranderen in het symbool van weersafhankelijke regeling metruimtetemperatuurcompenstatie (zie ook blz 9).4.3 Klok instellenVoor de juiste werking van het klokprogramma is het belangrijk,dat u de klok van de thermostaat gelijk zet met de werkelijketijd. Het instellen van de klok werkt alleen als het scherm in rust-stand is.1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2). Is ditniet het geval, omdat u bijvoorbeeld aan het programmerenbent, wacht dan 7 seconden tot het scherm weer terugkomtin ruststand.2.

Stel de juiste dag in:• Houd de toets DAG ingedrukt.• Wijzig het dagnummer met de programmadraaiknop(maandag = 1, dinsdag = 2, enz.).• Laat de DAG-toets los.3. Stel de juiste tijd in:• Houd de toets TIJD ingedrukt.• Wijzig de tijd met de programmadraaiknop.• Laat de TIJD-toets los.4.4 KlokprogrammaMet een klokprogramma kunt u de hele week de temperatuur inhuis automatisch laten regelen door de Moduline 30. Het klok-programma werkt met schakelpunten.Het programma zal op deze tijdstippen automatisch de tempera-tuur aanpassen aan uw instellingen.12

SchakelpuntEen schakelpunt is een instelling op uw klokthermostaat. Het is eentijdstip waarop u een andere temperatuur wenst. Om dit in te stellen voert u de gewenste tijd en de gewenste temperatuur in.U kunt de schakelpunten bekijken door langzaam aan de pro-grammadraaiknop te draaien. U ziet dan dagnummer, tijd en tem-peratuur per schakelpunt.Tijdens het bekijken van het klokpro-gramma, ziet u steeds een klokje linksboven in het scherm.Zodra u in een klokprogramma instellingen wijzigt, verschijnt ereen knipperend klokje in beeld.De Moduline 30 wordt geleverd met een standaard klokprogram-ma, dat er als volgt uitziet:Dit programma treedt in werking, wanneer de temperatuur-instel-knop op AUTO staat (zie figuur 4.2).ECO staat voor de nachtinsteltemperatuur (standaard ingesteld op 16°C).1ECO7.00 9.00 0011. 0013.

In het standaardklokprogramma voor de weersafhankelijkeregeling vindt u geen temperaturen terug, maar een punteninde-ling. Eén punt komt overeen met een temperatuursgebied van ca.0,5°C tot 2°C. Er wordt gerekend vanaf 0, wat overeenkomt metde standaardkamertemperatuur (20°C).Dus:- – 1 betekent 18 - 19,5°C en- + 1 betekent 20,5 - 22°C.1 punt is niet 1°C.Waar verder in de tekst gesproken wordt van temperatuurinstellen of veranderen, moet bij weersafhankelijke regeling de punteninstelling aangepast worden. Dit kan met stappen van 0,5 punt tegelijk.4.5 Uw eigen klokprogrammaIn plaats van gebruik te maken van het standaard klokprogram-ma, is het ook mogelijk om uw eigen klokprogramma samen testellen. U kunt zo een klokprogramma maken, dat bij uw daginde-ling past.Per schakelpunt kunt u tijd en temperatuur wijzigen.Verder kuntu schakelpunten toevoegen of verwijderen.Wijzigen schakelpunt1.

4. Wilt u de temperatuur veranderen, doe dan als volgt:- Houd de toets TEMPERATUUR ingedrukt.- Wijzig de temperatuur met de programmadraaiknop.- Laat de toets TEMPERATUUR los.U heeft nu een schakelpunt gewijzigd. Na enkele seconden toonthet scherm weer de actuele tijd en de gemeten ruimtetempera-tuur (ruststand).Invoegen willekeurig schakelpuntWanneer u meer schakelpunten in uw klokprogramma wilt, doedan als volgt:1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2).2. Draai aan de programmadraaiknop, zodat een schakelpuntverschijnt.3. Druk op de toets INVOEGEN en laat deze weer los.4. Houd de toets DAG ingedrukt en kies een dag door tegelij-kertijd aan de programmadraaiknop te draaien.5. Laat de toets DAG los.6. Houd de toets TIJD ingedrukt en kies een tijdstip door tegelij-kertijd aan de programmadraaiknop te draaien.7. Laat de toets TIJD los.15–++1..7–++

8. Houd de toets TEMPERATUUR ingedrukt en kies een tempe-ratuur door tegelijkertijd aan de programmadraaiknop tedraaien.9. Laat de toets TEMPERATUUR los.U heeft nu een schakelpunt toegevoegd.Invoegen schakelpunt op de huidige tijdU kunt ook een schakelpunt invoegen op de huidige tijd:1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2).2. Houd de toets INVOEGEN ingedrukt.3. Draai tegelijkertijd aan de programmadraaiknop om de tempe-ratuur te wijzigen. De temperatuuraanduiding zal hierbij knip-peren.4. Laat de toets INVOEGEN los, wanneer de gewenste tempera-tuur ingesteld is.De schakeltijd is de huidige tijd, afgerond op 10 minuten.Verwijderen schakelpunt1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2).2. Zoek met de programmadraaiknop het schakelpunt op, dat uwilt verwijderen.3. Houd de toets VERWIJDEREN ingedrukt.

Alle cijfers van tijden temperatuur veranderen in een '8'. Ze verdwijnen vanrechts naar links.4. Wacht tot alle cijfers '8' verdwenen zijn.5. Laat de toets VERWIJDEREN los.Wanneer u deze toets loslaat voordat alle cijfers '8' verdwenenzijn, is het schakelpunt niet verwijderd.16

17+ +–+1..7+ ++ +–+1..7+ +Kopiëren van de schakelpunten van de vorige dagU kunt de schakelpunten die u voor een dag heeft ingesteld,kopiëren naar de volgende dag. Zo kunt u bijvoorbeeld de scha-kelpunten van dinsdag kopiëren naar woensdag of die van zondagnaar maandag. Let op: kopiëren van schakelpunten is alleen moge-lijk bij opeenvolgende dagen (het kopiëren van schakelpunten vanbijvoorbeeld vrijdag naar maandag is niet mogelijk).1. Houd gelijktijdig toets DAG en toets INVOEGEN ingedrukt.2. Draai aan de programmadraaiknop totdat op het scherm,onder het midden, het dagnummer verschijnt waar u naar toewilt kopiëren.Het kopiëren wordt weergegeven door een streepje dat u vanlinks naar rechts onder over het beeldscherm ziet lopen(‘twee stappen’). Zodra de instellingen gekopieerd zijn, staan ertwee streepjes links van het dagnummer.3.

Laat de toetsen DAG en INVOEGEN los.Terug naar het standaard klokprogrammaU kunt altijd weer het standaard klokprogramma oproepen.Daarmee gaan wel al uw eigen schakelpunten verloren.1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2).2. Houd tegelijkertijd de toetsen TIJD, INVOEGEN en VERWIJ-DEREN ingedrukt. Alle cijfers van tijd en temperatuur veran-deren in een '8'. Ze verdwijnen van rechts naar links.3. Wacht tot alle cijfers '8' verdwenen zijn.4. Laat de toetsen TIJD, INVOEGEN en VERWIJDEREN los.Wanneer u deze toetsen loslaat voordat alle cijfers '8' verdwe-nen zijn, wordt het standaard klokprogramma niet opgeroepen.U behoudt dan uw huidige schakelpunten.

4.6 Speciale functiesBekijken huidige display code ketel- Druk de toets VERWARMING even in. De display code ketelwordt dan 3 seconden getoond, op de plaats waar normaal detemperatuur wordt aangegeven. Zie ook paragraaf 9.2 en deinstallatie-instructie van uw ketel.Bekijken buitentemperatuurWanneer de thermostaat op weersafhankelijke regeling staatingesteld, kunt u de buitentemperatuur bekijken.- Druk de toets MENU even in. De buitentemperatuur wordtdan 3 seconden getoond.Vakantie-instellingMet deze functie kunt u een lagere temperatuur instellen gedu-rende een langere periode, zonder dat u het klokprogramma wij-zigt. Dit wordt ook wel 'vakantie-instelling' genoemd.1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2).2. Houd de toets VAKANTIE ingedrukt.3. Stel met de programmadraaiknop het aantal dagen in, dat uafwezig bent. Reken de huidige dag mee als een vakantiedag.4.

Op het scherm is nu het koffertje te zien, om aan te geven dat ereen vakantie-instelling is geprogrammeerd.Vakantie-instelling verwijderenU kunt de vakantie-instelling op twee manieren verwijderen:1.- Houd de toets VAKANTIE ingedrukt.- Stel met de programmadraaiknop het aantal dagen in op 0.2.- Houd de toets VERWIJDEREN ingedrukt. Alle cijfers vantijd en temperatuur veranderen in een '8'.

Ze verdwijnenvan rechts naar links.- Wacht tot alle cijfers '8' verdwenen zijn.- Laat de toets VERWIJDEREN los.Wanneer u deze toets loslaat voordat alle cijfers '8' verdwenenzijn, wordt de vakantie-instelling niet verwijderd.VerwarmingU kunt de uw verwarmingsinstallatie aan of uit zetten met detoets VERWARMING.Wanneer u heeft gekozen voor weersafhan-kelijke regeling (met of zonder ruimtetemperatuurcompensatie),kunt u bovendien uw verwarming automatisch laten afschakelenwanneer een bepaalde buitentemperatuur bereikt wordt. Hetinstellen gaat als volgt:• Indien uw thermostaat ingesteld staat op ruimteregeling1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2).2. Houd de toets VERWARMING ingedrukt. Op het scherm isnu de huidige staat van de ketel zichtbaar.( = aan, = uit). Standaard is de instelling ‘aan’.19–++–++

–++–++3. Draai aan de programmadraaiknop om de instelling te wijzi-gen. De staat van de ketel zal van ‘aan’ naar ‘uit’ veranderen (ofomgekeerd).4. Laat de toets VERWARMING los. Op het scherm is nu 3seconden de huidige display code ketel te zien.• Indien uw thermostaat ingesteld staat op weersafhankelijke regeling(met of zonder ruimtetemperatuurcompensatie)1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2).2. Houd de toets VERWARMING ingedrukt. Op het scherm is nude huidige staat van de ketel zichtbaar ( = aan, = uit).Standaard is de instelling ‘aan’.3. Draai aan de programmadraaiknop om de instelling te wijzi-gen. Op het scherm verschijnt naast de radiator het symbooldat bij uw regeling hoort en rechts een getal dat kan variërentussen de 10 en de 25.

21–++WarmwaterIndien uw ketel ook een warmwatervoorziening bevat of aan-stuurt, dan kan deze warmwatervoorziening naar wens in destand AAN, UIT of AUTO worden gezet:1. Controleer of het scherm in ruststand is (zie figuur 3-2).2. Houd de toets WARMWATER ingedrukt. Op het scherm is dehuidige staat van warmwatervoorziening zichtbaar.3. Wijzig de staat van warmwatervoorziening door de program-madraaiknop te draaien. Op het scherm zijn achtereenvolgensde keuzemogelijkheden AAN, UIT en AUTO zichtbaar. Stel metbehulp van de programmadraaiknop de gewenste staat in.4. Laat de toets WARMWATER los.In de AUTO-stand wordt de warmwatervoorziening uitgescha-keld,wanneer in het klokprogramma de ECO-stand staat ingesteld.

5. Installeren van de Moduline 30Dit hoofdstuk is bedoeld voor de installateur en de geïnteres-seerde gebruiker.5.1 Montage1. Controleer de inhoud van de verpakkingDe verpakking moet het volgende bevatten:- 1 klokthermostaat Moduline 30 met montageplaat- 1 zakje met 2 schroeven, 2 sluitringen en 2 pluggen- deze handleiding.2. Zoek een geschikte plaatsDe thermostaat moet op een binnenwand worden gemonteerdop ongeveer 1,5 m boven de vloer.

Let bij het zoeken naar eengeschikte plaats op het volgende:- Er moet voldoende luchtcirculatie rond de thermostaat zijn,echter zonder tocht!- De luchttemperatuur bij de thermostaat moet representatiefzijn voor het vertrek waarin hij wordt gemonteerd.- Plaats de thermostaat niet te dicht bij warmtebronnen, zoalsradiatoren, warmwaterleidingen, tv, radio, open haard, schemer-lampen en invallend zonlicht.- Plaats de thermostaat niet te dicht bij koudebronnen, zoals eenonverwarmd vertrek aan de andere kant van de wand, koudwa-terleidingen en tocht.- Plaats de thermostaat niet in een dode hoek van het vertrek.- De thermostaat moet op een vlakke ondergrond wordengemonteerd.3. Leg de bedrading aanSchakel de netspanning van de cv-ketel uit voordat u met deinstallatie begint!Leg de bedrading tussen de thermostaat en de cv-ketel aan. Sluitde draden nog niet aan!22~150 cm

Voor een foutloze werking, moet de bedrading aan de volgendeeisen voldoen:- de kabel moet twee aansluitdraden bevatten- de doorsnede van de aansluitdraden moet bij voorkeur 0,75 mm2zijn en mag maximaal 1,5 mm2zijn- maximale kabelweerstand: 2 x 5 Ohm- maximale kabellengte: 30 m- maximale kabellengte die parallel aan een sterkstroomkabelmag liggen: 2,5 m4. Bevestig de montageplaat aan de wandControleer of de netspanning van de cv-ketel is uitgeschakeld!1. Indien een reeds aanwezige thermostaat wordt vervangendoor de Moduline 30 thermostaat, verwijder dan eerst deoude thermostaat.2. De montageplaat van de Moduline 30 thermostaat kan wor-den gemonteerd op een standaard inbouwdoos of recht-streeks op de wand.3. Haal de montageplaat los van de thermostaat.Aan de onder-zijde van de thermostaat zitten twee rechthoekige gleuven.Hierin zitten de klikhaken van de montageplaat.

Druk de kli-khaken uit de sleuven met een platte schroevendraaier (ziefiguur 5-1). Haal daarna de montageplaat van de thermostaat(zie figuur 5-2).4. Zorg dat de aansluitdraden ongeveer 5 cm uit de wandkomen op de plaats waar de thermostaat wordt gemonteerd.5. Houd de montageplaat tegen de wand en teken de montage-gaten af (alleen als u de thermostaat rechtstreeks op de wandmonteert).6. Neem de montageplaat weer weg.7. Boor op de afgetekende plaatsen een gat van ø 5 mm.8. Stop de pluggen in de geboorde gaten.9. Monteer de montageplaat met behulp van de meegeleverdeschroeven en sluitringen tegen de wand. Draai de schroevenniet te vast. De montageplaat mag niet krom trekken! Ziefiguur 5-3.Als u de montageplaat op een standaard inbouwdoos monteert,gebruik dan alleen de meegeleverde schroeven en sluitringen (ziefiguur 5-4).23ffff

fff5 Sluit de bedrading aanControleer of de netspanning van de cv-ketel is uitgeschakeld!1. Sluit de draden aan op de montageplaat door ze achter deklemmen op de montageplaat te schroeven (zie figuur 5-5).Het maakt niet uit welke draad u op welke klem aansluit.2. Als de draden te lang zijn, duw het overtollige deel dan terugin het gat in de wand.Vul het gat daarna met een vulmiddelom te voorkomen dat tocht de werking van de thermostaatbeïnvloedt.3. Zorg dat de draden in de gootjes van de montageplaat liggenen dat ze niet over elkaar heen liggen.4. Sluit de bedrading aan op de cv-ketel. Sluit de draden aan opde punten 3 en 4 van de kroonsteen in de cv-ketel (zie figuur5-6). Het maakt niet uit welke draad u op punt 3 mon-teert en welke op punt 4.Sluit de bedrading NIET aan op andere aansluitpunten dande punten 3 en 4. Dit kan de thermostaat of de ketel schadetoebrengen6.

5.2 Testen van de thermostaatSchakel de netspanning van de cv-ketel in.De thermostaat doorloopt nu automatisch een opstart- en test-programma:- Het scherm is eerst blanco.- Gedurende 3 seconden zijn alle symbolen op het scherm zicht-baar (zie ook figuur 3-1).- Vervolgens wordt het versienummer van de software op hetscherm getoond.- Hierna worden er een aantal tests uitgevoerd.Tijdens de eerstetest wordt er op het scherm getoond.Als deze test slaagt,EE wordt er een 1 links op het scherm getoond, die daarna veran-dert in een 2.- Daarna wordt de communicatie met de cv-ketel getest.Als dezein orde is, verschijnt er een 1 links op het scherm.- Ten slotte wordt de thermostaat zelf getest.Als deze test slaagt,verschijnt er een 1 links op het scherm.Na afloop van de tests, zullen op het scherm het dagnummer ende tijd knipperen:Zet het dagnummer en de klok gelijk (zie hoofdstuk 4).5.3 Instellen van de thermostaatVoordat de Moduline 30 thermostaat in gebruik kan wordengenomen, moet u eerst een aantal instellingen controleren eneventueel wijzigen:1.

6. Instellen van de temperatuurregeling6.1 Soort temperatuurregeling kiezenDe Moduline 30 thermostaat is geschikt voor 3 soorten tempe-ratuurregeling:- Ruimteregeling (RR)- Weersafhankelijke regeling (WA)- Weersafhankelijke regeling met ruimtetemperatuurcompensatie(WA + RTC).Kies één van deze soorten regelingen voordat u verder gaat.In hoofdstuk 3 staat beschreven waar u bij deze keuze opmoet letten.U heeft gekozen voor ruimteregeling (RR)Stel de thermostaat als volgt in:1. Ga naar het cv-menu; zie paragraaf 6.2.2. Stel ruimteregeling in.3. Verlaat het cv-menu.4. Ga verder met het instellen van de warmwatervoorziening;zie hoofdstuk 7.U heeft gekozen voor weersafhankelijke regeling (WA of WA + RTC)Stel de thermostaat als volgt in:1. Ga naar het cv-menu; zie paragraaf 6.2.Wijzig alleen de hieronder genoemde instellingen!2. Stel weersafhankelijke regeling in.3.

Kies het juiste installatie type.4. Verlaat het cv-menu.5. Wacht 3 à 4 uur.StooklijnDe stooklijn is een lijn die aangeeft wat de temperatuur van het cv-water is bij een bepaalde buitentemperatuur. U kunt de stooklijninstellen met behulp van twee punten:- de gewenste cv-watertemperatuur bij een buitentemperatuur van +20 °C; het voetpunt.- de gewenste cv-watertemperatuur bij een buitentemperatuur van -10 °C; het eindpunt.2630 C°0 C10 C20 C -10 C°°° °buitentemperatuurvoetpunteindpuntcv-watertemperatuur45 C°60 C°75 C°

6. Controleer de temperatuur in de koudste ruimte.7. Als het in de koudste ruimte te koud of te warm is, stel dande stooklijn warmer of kouder in met behulp van het cv-menu(zie paragraaf 6.2). Indien het bijvoorbeeld s’winters te warmof te koud is in een bepaald vertrek, dan kan de stooklijn vol-gens bijgaande grafieken worden bijgesteld.Buitentemperatuur lager dan 0 °C:Warmer: Verhoog het eindpunt van de stooklijn.Kouder: Verlaag het eindpunt van de stooklijn.Buitentemperatuur tussen 0 en +10 °C:Warmer: Verhoog zowel het eindpunt als het voetpunt.Kouder: Verlaag zowel het eindpunt als het voetpunt.Buitentemperatuur boven +10 °C:Warmer: Verhoog het voetpunt van de stooklijn.Kouder: Verlaag het voetpunt van de stooklijn.8.

Ga verder met het instellen van de warmwatervoorziening; ziehoofdstuk 7.Indien er gebruik gemaakt wordt van vloerverwarming, is hetverstandig om de maximum temperatuur van de cv-ketel teverlagen. Dit doet u op de UBA van de cv-ketel. Dit voorkomtte hoge temperaturen in de vloerverwarming.2730 C°0 C10 C20 C -10 C°°° °buitentemperatuurcv-watertemperatuur45 C°60 C°75 C°30 C°0 C10 C °°+–20 C -10 C° °buitentemperatuurcv-watertemperatuur45 C°60 C°75 C°30 C°0 C10 C20 C -10 C°°° °buitentemperatuurcv-watertemperatuur45 C°60 C°75 C°

6.2 CV-menuHet cv-menu verschijnt op het scherm als u tegelijkertijdop de toetsen MENU en CV drukt. Met behulp van het cvmenukunt u het soort temperatuurregeling en alle bijbehorendekenmerken instellen.75 gewenste cv-watertemperatuur80 gemeten cv-watertemperatuur-2.5 gemeten buitentemperatuur(de genoemde getallen zijn voorbeelden)Bij RR wordt alleen de gemeten cv-watertem-peratuur getoond.ECO temperatuurDe laagste temperatuur die in eenklokprogramma kan worden gebruikt.

Standaardis de ECO temperatuur ingesteld op 16 °C.Aanwarm vervroeging (ja=1/nee=0)(alleen voor RR en WA + RTC)Als de aanwarmvervroeging uit staat, begint de cvmet het verwarmen op het tijdstip waarop er inhet klokprogramma een overgang van een lage-retemperatuur naar een hogere temperatuur isopgenomen.Als de aanwarmvervroeging aan staat, zorgt dethermostaat ervoor, dat de cv eerder begintmetverwarmen, zodat de ingestelde temperatuur al isbereikt op het tijdstip dat de hogere temperatuurin het klokprogramma is ingesteld. De thermo-staat leert in de loop van de tijd zelf hoelangvan te voren de cv moet beginnen met verwar-men. Standaard staat de aanwarmvervroeging aan(ja=1).Soort temperatuurregelingHet soort temperatuurregeling dat is gekozen.De ingestelde regeling kan worden herkend aan28

Convectoren3.Thermostatische kranen in de woonkamer4.Alleen vloerverwarming (geen radiatoren ofconvectoren)Aan elk type installatie is een speciale standaardstooklijn gekoppeld (voetpunt, eindpunt en ruim-te invloed); zie tabel 6-1.VoetpuntDe gewenste cv-watertemperatuur bij +20 °C.Dit wordt het voetpunt van de stooklijngenoemd.EindpuntDe gewenste cv-watertemperatuur bij -10 °C.Dit wordt het eindpunt van de stooklijngenoemd.Ruimte invloedEen factor die aangeeft in welke mate de ruimte-temperatuurinvloed heeft op de WA +RTC regeling.De hieronder beschreven instellingen geldenalleen voor weersafhankelijke regeling(met en zonder ruimtetemperatuurcompensatie).29

Met behulp van de 'tapwa-ter start vervroeging' en de 'tapwater stop vertraging' kan wor-den ingesteld, wanneer de cv-installatie start en stopt met hetverwarmen van het boilerwater:- de tapwater start vervroeging bepaalt hoelang vóór de overgangvan ECO naar een andere temperatuur in het klokprogramma,de cv-installatie start met het verwarmen van het boilerwater.- de tapwater stop vertraging bepaalt hoelang na de overgangnaar ECO in het klokprogramma, de cv-installatie stopt met hetverwarmen van het boilerwater.Indien de aanwarm vervroeging is ingeschakeld (zie hoofdstuk6), wordt de tapwater start vervroeging gerekend vanaf hetmoment waarop de cv-installatie begint met het vervroegdeaanwarmen van het huis.7.1 Instellingen controleren en/of wijzigen1.

Controleer met behulp van het tapwater-menu (zie paragraaf7.2) of de tapwater start vervroeging goed is ingesteld.Wijzigde tapwater start vervroeging zo nodig.2. Controleer met behulp van het tapwater-menu of de tapwaterstop vertraging juist is ingesteld.Wijzig de tapwater stop ver-traging zo nodig.3. Verlaat het tapwater-menu.De Moduline 30 thermostaat is nu klaar om in gebruik te wor-den genomen.31

327.2 Tapwater-menuHet tapwater-menu verschijnt op het scherm als u tegelijkertijdop de toetsen MENU en TAP drukt. Met behulp van het tapwater-menu kunt u instellen gedurende welke periode van de dag erwarm water beschikbaar is.1. Druk eerst op:2. Druk daarnategelijkertijdop:(hierna de toetsloslaten)toets+75 gewenste cv-watertemperatuur80 gemeten cv-watertemperatuur-2.5 gemeten buitentemperatuur(de genoemde getallen zijn voorbeelden)Bij RR wordt alleen de gemeten cv-watertempe-ratuur getoond.Ta pwater start vervroegingDe tijd gedurende welke het water in de boiler alwordt verwarmt, voordat de cv-installatie begintmet het aanwarmen van het huis. Deze tijd kanworden ingesteld tussen 0 en 120 minuten.Standaard is 30 minuten ingesteld.Ta pwater stop vertragingDe tijd gedurende welke het water in de boilernog wordt verwarmd nadat de cv-installatie isovergegaan naar de ECO-temperatuur.

8. Configuratie en kalibratie van de8. Moduline 30 thermostaatDit hoofdstuk is bedoeld voor de installateur.Configuratie en kalibratie van de Moduline 30 thermostaat isalleen nodig in uitzonderlijke gevallen.8.1 Configuratie aanpassenDe Moduline 30 thermostaat kan met een aantal instellingenworden aangepast aan de snelheid en het vermogen van de cv-installatie.Deze instellingen zijn opgenomen in het configuratie-menu.In dit menu kunt u:1. De aanwarmsnelheid (PID) instelling wijzigen.2. De kloksnelheid corrigeren.3. De langzame temperatuurverhoging aan- of uitschakelen.4. De thermostaat resetten.Het configuratie-menu verschijnt als u eerst op de toets MENUdrukt en deze vasthoud, druk daarbij op de toets INVOEGEN enhoudt deze ook vast en daarna op VERWIJDEREN (drukken envasthouden).

U houdt nu dus deze drie toetsen tegelijk inge-drukt.U kunt door het configuratie-menu bladeren door alleen op detoets INVOEGEN te drukken.1.Aanwarmsnelheid (PID) instelling wijzigenAls de thermostaat is ingesteld op ruimteregeling, kunt u de aan-warmsnelheidvan de cv-installatie aanpassen. Dit is nodig als detemperatuur in de ruimte waar de thermostaat hangt, tijdens hetaanwarmen in eerste instantie hoger wordt dan de ingesteldetemperatuur en dan pas daalt tot de ingestelde temperatuur.Er zijn 3 instellingen mogelijk:-PID 1: Dit is de standaard, en tevens snelste instelling. Dezestand voldoet in de meeste gevallen.-PID 2: Dit is een langzamere stand. Deze stand is bedoeldvoor een 'snel' huis, dat wil zeggen een cv-installatie met een-grote ketel en met radiatoren met een groot oppervlak.-PID 3: Dit is de langzaamste stand. Deze stand is bedoeld voorzeer snelle huizen.33

–++ +–++ +U kunt de aanwarmsnelheid als volgt bijstellen:1. Druk de toetsen MENU, INVOEGEN en VERWIJDEREN tege-lijkertijd in. Op het scherm verschijnt Pid.2. Houd de toets INVOEGEN ingedrukt en laat de andere toet-sen los.3. Draai, terwijl u de toets INVOEGEN ingedrukt houdt, aan deprogrammadraaiknop totdat het gewenste PID-nummer ver-schijnt.4. Laat de toets INVOEGEN los.2. Kloksnelheid corrigerenDe Moduline 30 thermostaat heeft een interne klok. Deze klokkan in de loop van de tijd iets voor of achter gaan lopen. U kuntde snelheid waarmee de klok loopt corrigeren.Als u een correctievan '+1' invoert, gaat de klok per jaar 1 minuut sneller lopen.U kunt de klok als volgt corrigeren:1. Druk de toetsen MENU, INVOEGEN en VERWIJDEREN tege-lijkertijd in en laat ze daarna los.2. Druk de toets INVOEGEN nogmaals in en houdt deze inge-drukt. Op het scherm verschijnt corr.3.

Draai, terwijl u de toets INVOEGEN ingedrukt houdt, aan deprogrammadraaiknop totdat de gewenste klokcorrectie ver-schijnt.4. Laat de toets INVOEGEN los.3. Langzame temperatuurverhoging aan- ofuitschakelenAls u een cv-ketel met een groot vermogen heeft, kan dat totgevolg hebben dat het cv-water te snel opwarmt. Dit kan een"tikkend" geluid in de leidingen veroorzaken. U kunt dit voorko-men door langzame temperatuurverhoging in te stellen.34

U kunt de langzame temperatuurverhoging als volgt aan- of uit-schakelen:1. Druk de toetsen INVOEGEN,VERWIJDEREN en MENU tege-lijkertijd in en laat ze daarna los.2. Druk de toets INVOEGEN nog 2 maal in en houdt deze inge-drukt. Op het scherm verschijnt SLO of FASt.3. Draai, terwijl u de toets INVOEGEN ingedrukt houdt, aan deprogrammadraaiknop totdat de gewenste instelling (SLO ofFASt)verschijnt.4. Laat de toets INVOEGEN los.4. ResetU kunt de thermostaat even uit- en vervolgens weer inschakelen(resetten). Dit heeft tot gevolg dat de thermostaat opnieuw hetopstart- en testprogramma doorloopt (zie paragraaf 5.2).U kunt de thermostaat als volgt resetten:1. Druk de toetsen MENU, INVOEGEN en VERWIJDEREN tege-lijkertijd in en laat ze daarna los.2. Druk de toets INVOEGEN nog 3 maal in en houdt deze daningedrukt. Op het scherm verschijnt tESt.3.

Laat de toets INVOEGEN los.8.2 KalibrerenHoewel de sensoren van de Moduline 30 thermostaat zeer hoog-waardig zijn, is enig verloop in de loop van de tijd niet te voorko-men. U kunt de sensoren dan opnieuw kalibreren. Doe dit echteralleen als de sensoren duidelijk fout meten en als deze foutenwerkelijk storend zijn.Foutieve kalibratie kan ernstige gevolgen voor de werking vande thermostaat hebben. Laat het kalibreren daarom bij voor-keur door de installateur uitvoeren tijdens zijn service-bezoek.35

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Buderus IRT 30 Moduline 30 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden