Buderus Logamatic RC300 EMS plus Handleiding

Buderus Thermostaat Logamatic RC300 EMS plus

Bekijk gratis de handleiding van Buderus Logamatic RC300 EMS plus (56 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 198 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Buderus Logamatic RC300 EMS plus of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Voor installatie zorgvuldig lezen.
Installatiehandleiding voor de installateur
Bedieningseenheid
Logamatic RC300
6 720 807 316-00.1O
EMS plus
6 720 807 325 (2013/06)

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Buderus
Categorie: Thermostaat
Model: Logamatic RC300 EMS plus

Foutcodes Buderus Logamatic RC300 EMS plus

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
A11 1000 Systeemconfiguratie niet bevestigd Configureer en bevestig het systeem volledig in het servicemenu.
A11 1010 Geen communicatie via BUS-verbinding EMS plus 1. Controleer of de buskabel correct is aangeloten. 2. Controleer of de buskabel defect is; verwijder de uitbreidingsmodule van EMS-BUS en schakel het regeltoestel uit en weer in. 3. Los bedradingsfouten op en schakel het regeltoestel uit en weer in. 4. Repareer of vervang de buskabel indien nodig.
A01 808 Warmwaterbereiding: boilertemperatuursensor 1 defect 1. Controleer of een warmwatersysteem is geïnstalleerd; zo niet, deactiveer de warmwaterfunctie in de bedieningseenheid. 2. Controleer de verbindingskabel tussen regeltoestel en boilertemperatuursensor op beschadigingen. 3. Controleer de elektrische aansluiting van de verbindingskabel in het regeltoestel (schroeven/stekkers). 4. Controleer de boilertemperatuursensor conform de tabel; vervang deze bij afwijkingen. 5. Controleer de spanning op de aansluitklemmen van de sensor; vervang het regeltoestel als spanningswaarden afwijken maar sensorwaarden kloppen.
A01 809 Warmwaterbereiding: boilertemperatuursensor 2 defect 1. Controleer of een warmwatersysteem is geïnstalleerd; zo niet, deactiveer de warmwaterfunctie in de bedieningseenheid. 2. Controleer de verbindingskabel tussen regeltoestel en boilertemperatuursensor op beschadigingen. 3. Controleer de elektrische aansluiting van de verbindingskabel in het regeltoestel (schroeven/stekkers). 4. Controleer de boilertemperatuursensor conform de tabel; vervang deze bij afwijkingen. 5. Controleer de spanning op de aansluitklemmen van de sensor; vervang het regeltoestel als spanningswaarden afwijken maar sensorwaarden kloppen.
A01 810 Warm water blijft koud 1. Controleer op constant water dat wordt getapt of lekkage uit de boiler; voorkomen indien nodig. 2. Controleer de positie van de boilertemperatuursensor en positioneer correct als deze verkeerd is aangebracht. 3. Controleer of warmwatervoorrang is ingeschakeld; stel op 'voorrang' in indien nodig. 4. Controleer of verwarmingsslang in de boiler volledig is ontlucht. 5. Controleer verbindingsleidingen tussen ketel en boiler op correcte aansluiting. 6. Controleer aan hand van technische documentatie of boilerlaadpomp voldoende capaciteit heeft; vervang pomp bij afwijkingen. 7. Controleer circulatieleiding op grote verliezen. 8. Controleer boilertemperatuursensor conform tabel; vervang bij afwijkingen.
A01 811 Warmwaterbereiding: thermische desinfectie mislukt (Warmwatersysteem I) 1. Controleer op constant water dat wordt getapt of lekkage uit de boiler; voorkomen indien nodig. 2. Controleer de positie van de boilertemperatuursensor en positioneer correct als deze verkeerd is aangebracht. 3. Controleer of warmwatervoorrang is ingeschakeld; stel op 'voorrang' in indien nodig. 4. Controleer of verwarmingsslang in de boiler volledig is ontlucht. 5. Controleer verbindingsleidingen tussen ketel en boiler op correcte aansluiting. 6. Controleer aan hand van technische documentatie of boilerlaadpomp voldoende capaciteit heeft; vervang pomp bij afwijkingen. 7. Controleer circulatieleiding op grote verliezen. 8. Controleer boilertemperatuursensor conform tabel; vervang bij afwijkingen.
A41 4051 Warmwaterbereiding: thermische desinfectie mislukt (Warmwatersysteem I) 1. Controleer op constant water dat wordt getapt of lekkage uit de boiler; voorkomen indien nodig. 2. Controleer de positie van de boilertemperatuursensor en positioneer correct als deze verkeerd is aangebracht. 3. Controleer of warmwatervoorrang is ingeschakeld; stel op 'voorrang' in indien nodig. 4. Controleer of verwarmingsslang in de boiler volledig is ontlucht. 5. Controleer verbindingsleidingen tussen ketel en boiler op correcte aansluiting. 6. Controleer aan hand van technische documentatie of boilerlaadpomp voldoende capaciteit heeft; vervang pomp bij afwijkingen. 7. Controleer circulatieleiding op grote verliezen. 8. Controleer boilertemperatuursensor conform tabel; vervang bij afwijkingen.
A42 4052 Warmwaterbereiding: thermische desinfectie mislukt (Warmwatersysteem II) 1. Controleer op constant water dat wordt getapt of lekkage uit de boiler; voorkomen indien nodig. 2. Controleer de positie van de boilertemperatuursensor en positioneer correct als deze verkeerd is aangebracht. 3. Controleer of warmwatervoorrang is ingeschakeld; stel op 'voorrang' in indien nodig. 4. Controleer of verwarmingsslang in de boiler volledig is ontlucht. 5. Controleer verbindingsleidingen tussen ketel en boiler op correcte aansluiting. 6. Controleer aan hand van technische documentatie of boilerlaadpomp voldoende capaciteit heeft; vervang pomp bij afwijkingen. 7. Controleer circulatieleiding op grote verliezen. 8. Controleer boilertemperatuursensor conform tabel; vervang bij afwijkingen.

Handleiding Buderus Logamatic RC300 EMS plus – volledige tekst

7 Installatie van een buitentemperatuursensor. 124 Basisprincipes van de bediening. 134. 1 Overzicht bedieningselementen. 134. 2 Overzicht van de symbolen in het display. 144. 3 Bediening van het servicemenu. 164. 4 Overzicht van de servicemenu's. 175 In bedrijf nemen. 185. 1 Overzicht van de inbedrijfnamestappen. 185. 2 Algemene inbedrijfname van de bedieningseenheid. 185. 3 Inbedrijfname van de installatie met de configuratie-assistent. 185. 4 Andere instellingen bij de inbedrijfname. 205. 4. 1 Checklist: instellingen op de wens van de klant afstemmen. 205. 4. 2 Belangrijke instellingen voor de verwarming. 205. 4. 3 Belangrijke instellingen voor het warmwatersysteem. 205. 4. 4 Belangrijke instellingen voor de solarinstallatie. 205. 4. 5 Belangrijke instellingen voor het hybride systeem. 205. 5 Functietesten uitvoeren. 205. 6 Controleren monitorwaarden. 205.

▶ Respecteer de nationale en regionale voorschriften, tech-nische regels en richtlijnen. ▶ Documenteer uitgevoerde werkzaamheden. Gebruik volgens de voorschriften▶ Gebruik het product uitsluitend voor de regeling van cv-in-stallaties in eengezinswoningen of appartementen. Ieder ander gebruik is niet voorgeschreven. Daaruit resulteren-de schade valt niet onder de fabrieksgarantie. Installatie, inbedrijfstelling en onderhoudInstallatie, inbedrijfstelling en onderhoud mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd. ▶ Installeer het product niet in vochtige ruimten. ▶ Gebruik alleen originele reserve-onderdelen. Elektrotechnische werkzaamhedenElektrotechnische werkzaamheden mogen alleen door elektro-technici worden uitgevoerd. ▶ Voor elektrotechnische werkzaamheden: – Schakel de netspanning (over alle polen) vrij en borg deze tegen herinschakelen.

Overdracht aan de eigenaarInstrueer de eigenaar bij de overdracht in de bediening en be-drijfsomstandigheden van de cv-installatie. ▶ Leg de bediening uit – ga daarbij in het bijzonder in op alle veiligheidsrelevante handelingen. ▶ Wijs erop, dat ombouw of herstellingen alleen door een er-kend installateur mogen worden uitgevoerd. ▶ Wijs op de noodzaak tot inspectie en onderhoud voor een veilig en milieuvriendelijk bedrijf. ▶ Geef de installatie- en bedieningshandleidingen aan de ei-genaar in bewaring. Schade door vorstWanneer de installatie niet in bedrijf is, kan deze bevriezen:▶ Respecteer de instructies voor vorstbeveiliging. ▶ Laat de installatie altijd ingeschakeld, vanwege extra func-ties zoals bijvoorbeeld warmwatervoorziening of blokkeer-beveiliging. ▶ Eventueel optredende storing direct oplossen. Veiligheidsinstructies in de tekst worden aan-gegeven met een gevarendriehoek.

Het signaalwoord voor de waarschuwing geeft het soort en de ernst van de gevolgen aan in-dien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd. Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of materialen wordt met het nevenstaan-de symbool gemarkeerd. Symbool Betekenis▶ HandelingsstapKruisverwijzing naar een andere plaats in het do-cument• Opsomming/lijstpositie– Opsomming/lijstpositie (2e niveau)Tabel 1 Aanvullende symbolen.

Gegevens betreffende het productLogamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06)42 2 Gegevens betreffende het product2. 1 Productbeschrijving• De bedieningseenheid is bedoeld voor de regeling van een cv-installatie met maximaal vier cv-circuits, twee boiler-laadcircuits voor warmwaterbereiding, solarwarmwater-bereiding en solarverwarmingsondersteuning. • De bedieningseenheid beschikt over tijdprogramma's:– Verwarming: voor ieder cv-circuit telkens 2 tijdpro-gramma's met 6 schakeltijden per dag– Warm water: voor ieder warmwatercircuit een tijdpro-gramma voor de warmwaterbereiding en een tijdpro-gramma voor de circulatiepomp met telkens 6 schakeltijden per dag. • De bedieningseenheid is bedoeld voor de weergave van de informatie van de warmteproducent en de cv-installatie en voor het veranderen van de instellingen.

• Installatiemogelijkheden:– In een warmteproducent met BUS-interface EMS of EMS plus (Energie-Management-Systeem)– Aan de wand met BUS-verbinding met een warmtepro-ducent met BUS-interface EMS of EMS plus. • De bedieningseenheid beschikt na 1 ½ uur bedrijf over een gangreserve van minimaal 8 uur. Wanneer een uitval van de voedingsspanning langer duurt dan de gangreserve, wor-den datum en tijd gewist. Alle andere instellingen blijven behouden. • De functionaliteit en daarmee de menustructuur van de be-dieningseenheid is afhankelijk van de opbouw van de in-stallatie. In deze handleiding wordt de maximale functionaliteit beschreven. Op de betreffende plaatsen wordt naar de afhankelijkheid van de opbouw van de instal-latie verwezen. De instelbereiken en basisinstellingen wij-ken eventueel af van de specificaties in deze handleiding. 2. 1.

• : automatische regeling van Weersafhankelijk geregeldde aanvoertemperatuur afhankelijk van de buitentempera-tuur. •Weersafhankelijk geregeld met invloed van de kamer-temperatuur: automatische regeling van de aanvoertem-peratuur afhankelijk van de buitentemperatuur en de kamertemperatuur. Installatie van een bedieningseenheid in de referentieruimte nodig. • : automatische regeling van de aanvoertempera-Constanttuur voor de verwarming van een zwembad of een ventila-tie-installatie met een constante temperatuur. Dit type regeling is niet afhankelijk van de kamer- of buitentempera-tuur. Respecteer de aanvullende informatie over de regelingstypen ( Soorten regelingen, pagina 29). 2. 1. 2 Toepassingsmogelijkheden in verschillende cv-in-stallatiesIn een BUS-systeem mag slechts één deelnemer de berekening van het cv-circuit uitvoeren.

In een cv-installatie mag slechts één RC300 worden geïnstalleerd. Deze regelaar dient voor:• Installaties met één cv-circuit, bijvoorbeeld in een eenge-zinswoning• Installaties met twee of meer cv-circuits, bijvoorbeeld:– vloerverwarming op een verdieping en radiatoren op de anderen– Woning in combinatie met een werkplaats ( afb. 1, [1])• Installaties met meerdere cv-circuits met afstandsbedie-ningen, bijvoorbeeld:– Huis met zelfstandige wooneenheid met RC300 als re-gelaar en RC200 als afstandsbediening (installatie van de RC300 in de referentieruimte van het huis, RC200 in referentieruimte van de zelfstandige wooneenheid,  afb. 1, [2])– Huis met meerdere woningen (RC300 als regelaar en RC200 als afstandsbediening, installatie van de RC300 in de warmteproducent). Er bestaan warmteproducten met geïntegreer-de weersafhankelijke regeling.

1 Voorbeelden voor cv-installaties met een cv-circuit of met twee cv-circuits[1] RC300 als regelaar voor meerdere (hier twee) cv-circuits (HK 1 en HK 2).[2] RC200 als afstandsbediening voor het tweede cv-circuit (HK 2) en RC300 als regelaar voor het eerste cv-circuit (HK 1).2.2 Belangrijke adviezen voor het gebruik• De bedieningseenheid mag uitsluitend op warmteprodu-centen met BUS-interface EMS of EMS plus (Energie Ma-nagement Systeem) worden aangesloten.• De bedieningseenheid is niet toegestaan voor de combina-tie met warmteproducenten uit de productseries GB112, GB132, GB135, GB142, GB152.• Binnen het BUS-systeem mogen uitsluitend producten van Buderus worden gebruikt.• De installatieruimte moet voor de beschermingsklasse IP20 geschikt zijn.2.3 ConformiteitsverklaringDit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlijnen evenals aan de bijko-mende nationale vereisten.

De conformiteit wordt aangetoond door het CE-kenmerk. U kunt de conformi-teitverklaring van het product vinden op het internet bij www.buderus.de/konfo of deze opvragen bij uw filiaal van Bu-derus.HK 1HK 1HK 2HK 2RC200HK 1RC300RC3006 720 645 480-09.1o1 2WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor verbranding!▶ Wanneer warmwatertemperaturen boven 60 °C zijn ingesteld of de thermische des-infectie is ingeschakeld, moet een ther-mostatische tapwatermengkraan worden geïnstalleerd.OPMERKING: Schade aan de vloer!▶ Gebruik de vloerverwarming alleen met extra temperatuurbewaking.

Logamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06) 7Gegevens betreffende het product 2 2. 6 Karakteristieken temperatuursensorBij metingen met temperatuursensoren, de volgende voor-waarden respecteren:• De installatie voor het meten stroomloos schakelen. • Weerstand op de kabeluiteinden meten. • De weerstandswaarden zijn gemiddelde waarden, waarbij toleranties moeten worden gerespecteerd. 2. 7 Aanvullende toebehorenExacte informatie over geschikte toebehoren is opgenomen in de catalogus.

Functiemodule en bedieningseenheden van het regelsysteem EMS plus:• als eenvoudige afstandsbe-Bedieningseenheid RC100diening• als comfortabele afstandsbe-Bedieningseenheid RC200diening• : module voor gemengde cv-circuits en een boiler-MM50laadcircuit• : module voor gemengd cv-circuit, boilerlaadcir-MM100cuit en constant cv-circuit• : module voor solarwarmwaterbereidingSM50• : module voor solarwarmwaterbereidingSM100• : module voor uitgebreide solarinstallaties (alleen SM200wandmontage). Functiemodule voor het regelsysteem : bijvoorbeeld EMSASM10, DM10 en EM10. Met de volgende producten van het regelsysteem is de EMScombinatie niet mogelijk:• MM10, WM10, SM10, MCM10• RC20, RC20 RF, RC25, RC35. Geldigheid van deze handleiding voor EMS plus compatibel moduleDeze handleiding geldt ook voor de bedieningseenheid in com-binatie met de cv-mengmodule MM50 en MM100 (toebeho-ren).

Is de cv-installatie uitgerust met andere modules (bijvoorbeeld solarmodule SM100, toebehoren), dan bevatten bepaalde me-nu's extra instelmogelijkheden. Deze instelmogelijkheden wor-den in de technische documenten van de module uitgelegd. BuitentemperatuursensorEen buitentemperatuursensor voor de weersafhankelijke rege-ling is niet meegeleverd. De buitentemperatuursensor is als toebehoren leverbaar. 2. 8 Geldigheid van de technische documentatieDoor het gebruik van de bedieningseenheid kunnen afwijkin-gen ten opzichte van de technische documentatie van de warm-teproducent ontstaan.

Wanneer de beschrijving afwijkt, is een extra documentatie meegeleverd. In dit bijlagedocument zijn de afwijkende specificaties opgenomen. Alle overige specificaties in de technische documentatie van de warmteproducent, basiscontroller (bijvoorbeeld RC35) of het BUS-systeem EMS, gelden ook voor de bedieningseenheid, wanneer deze in de aanvulling niet als afwijkend zijn gespecifi-ceerd. 2. 9 Recyclage▶ Sorteer en recycleer de verpakking op milieuvriendelijke wijze. ▶ Bij vervangen van een module of een component: oude mo-dule of oude component milieuvriendelijk afvoeren. Leveringsomvang  Hoofdstuk 2. 4, pagina 6Afmetingen 150 × 90 × 25 mm ( afb. 3)Nominale spanning 10. 24 V DCNominale stroom (zon-der verlichting)9 mABUS-interface EMS plusRegelbereik 5 °C. 30 °CToegelaten omge-vingstemp. 0 °C.

InstallatieLogamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06)83 3 InstallatieZie voor het gedetailleerde installatieschema betreffende de installatie van de hydraulische modules en componenten en de bijbehorende stuurelementen de planningsdocumenten of de aanbesteding. 3. 1 Soorten installatieHoe de bedieningseenheid moet worden geïnstalleerd, is af-hankelijk van het gebruik van de bedieningseenheid en de op-bouw van de gehele installatie ( hoofdstuk 2, pagina 4). 3. 2 Installatieplaats van de bedieningseenheidWanneer de weersafhankelijke regeling (zonder kamerinvloed) actief is, adviseren wij voor een directe en eenvoudig toeganke-lijke bediening de bedieningseenheid in de woonomgeving te installeren. Als alternatief is bij dit type regeling ook installatie van de bedieningseenheid op de warmteproducent mogelijk.

De referentieruimte is de ruimte in de woning waar de bedie-ningseenheid (als regelaar) is geïnstalleerd. Wanneer de ka-mertemperatuurgestuurde regeling actief is, dient de kamertemperatuur in deze ruimte als stuurgrootheid voor de gehele installatie. Wanneer de weersafhankelijke regeling met invloed van de ka-mertemperatuur actief is, dient de kamertemperatuur als extra stuurgrootheid. Bij een ruimtetemperatuurgeregelde regeling en een weersaf-hankelijke regeling met invloed van de kamertemperatuur is de regelkwaliteit afhankelijk van de installatieplaats. • De installatieplaats (= referentieruimte) moet voor de rege-ling van de cv-installatie geschikt zijn ( afb. 4, pagina 9). • De bedieningseenheid moet op een binnenwand worden geïnstalleerd. • Wanneer voor alle cv-circuits afstandsbedieningen worden toegepast, kan de bedieningseenheid in de warmteprodu-cent worden geïnstalleerd.

Bij thermostaatkranen in de referentieruimte:▶ Open de thermostaatkranen volledig en stel het vermogen van de radiatoren via de instelbare retourkoppeling zo krap mogelijk in. Daardoor warmt de referentie hetzelfde op als de overige ruimten. WAARSCHUWING: Verbrandingsgevaar. Wanneer warmwatertemperaturen boven 60 °C zijn ingesteld of de thermische desinfec-tie is ingeschakeld, moet een thermostatische mengkraan worden geïnstalleerd. GEVAAR: Elektrocutiegevaar. ▶ Voor de installatie van dit product: warmteproducent en alle andere BUS-deelnemers over alle polen losmaken van de netspanning. Wanneer geen geschikte referentieruimte aan-wezig is, adviseren wij, naar een pure weersaf-hankelijke regeling over te gaan.

5 Installatie van de sokkelBUS Aansluiting BUS-verbinding3.4 Elektrische aansluitingDe bedieningseenheid wordt via de BUS-kabel met energie ge-voed.De polariteit van de aders is willekeurig.Maximale totale lengte van de BUS-verbindingen:• 100 m met 0,50 mm2 aderdiameter• 300 m met 1,50 mm2 aderdiameter.▶ Houd een minimale afstand van 100 mm tussen de afzon-derlijke BUS-deelnemers aan, wanneer meerdere BUS-deelnemers worden geïnstalleerd.▶ Sluit de BUS-deelnemers naar keuze serieel of stervormig aan, wanneer meerdere BUS-deelnemers worden geïnstal-leerd.▶ Om inductieve beïnvloeding te vermijden: alle laagspan-ningskabels van netspanning geleidende kabels afzonder-lijk installeren (minimale afstand 100 mm).▶ Bij externe inductieve invloeden (bijvoorbeeld van het foto-voltaïsch systeem) kabel afgeschermd uitvoeren (bijvoor-beeld LiYCY) en afscherming eenzijdig aarden.

Sluit de afscherming niet aan op de aansluitklem voor de randaarde in de module, maar op de huisaarde, bijvoorbeeld vrije randaardeklem of waterleiding.▶ Maak de BUS-verbinding met de warmteproducent.Afb. 6 Aansluiting van de bedieningseenheid op een warm-teproducent1) In UBA3.x, UBA4.x, BC10, BC20, BC25, MC10, MC40 en MC100 is de klemcodering EMSHet installatieoppervlak op de wand moet vlak zijn.Bij installatie op een inbouwdoos:▶ Vul de inbouwdoos met isolatiemateriaal, om beïnvloeding van de kamertempera-tuurmeting door tocht te verhinderen.▶ Installeer de sokkel op een wand ( afb. 5).6 720 645 407-04.1O6 mm 3,5 mm6 mm3,5 mmInbedrijfstelling van de installatie is niet moge-lijk, wanneer de maximale totale lengte van de BUS-verbindingen tussen alle BUS-deelne-mers wordt overschreden of in het BUS-sy-steem sprake is van een ringsysteem.RC 3006 720 645 480-04.1OBUSBUS 1)

8 Afnemen bedieningseenheid3.6 Installatie in de warmteproducentWanneer de warmteproducent met het Energie Management Systeem EMS of EMS plus is uitgerust, kan de bedieningseen-heid direct in de warmteproducent worden geïnstalleerd. Dit is in installaties met een cv-circuit alleen bij een weersafhankelij-ke regeling zinvol. Voor kamertemperatuurgestuurde regeling of weersafhankelijke regeling met invloed van de kamertempe-ratuur is dan een afstandsbediening voor ieder cv-circuit in de betreffende referentieruimte nodig.Voor installatie van de bedieningseenheid:▶ Respecteer de installatiehandleiding van de warmteprodu-cent.6 720 645 480-05.1O1. 1.2.favfavfavfavfav6 720 645 480-06.1O3.2.1.

InstallatieLogamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06)123 3.7 Installatie van een buitentemperatuursensorWanneer de bedieningseenheid als weersafhankelijke regelaar wordt toegepast, is een buitentemperatuursensor nodig.Om de buitentemperatuur correct te registreren:▶ Respecteer de in afb. 9 genoemde punten bij de keuze van de juiste installatieplaats van de buitentemperatuursensor.Afb. 9 Installatieplaats van de buitentemperatuursensor (bij weersafhankelijke regeling met of zonder invloed van de kamertem-peratuur)1/2H(min 2m)H1/2YY1/2H(min 2m)HNSW ENW NESW SE6 720 645 480-29.1O

Logamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06) 13Basisprincipes van de bediening 4 4 Basisprincipes van de bediening4.1 Overzicht bedieningselementenAfb. 10 Bedieningselementen[1] fav-toets (favorietenfuncties)[2] man-toets (handbediening)[3] auto-toets (automatisch bedrijf)[4] menu-toets (menu's oproepen)[5] info-toets (informatiemenu en help)[6] Terug-toets[7] Keuzeknopauto menumanfavinfo6 720 807 316-01.1O5674231Wanneer de achtergrondverlichting van het display uit is, wordt door bedienen van een be-dieningselement de betreffende bedienings-stap uitgevoerd en de achtergrondverlichting ingeschakeld. De eerste keer indrukken van de keuzeknop heeft echter alleen het inschakelen van de achtergrondverlichting tot gevolg. Wordt geen bedieningselement bediend, dat gaat de achtergrondverlichting automatisch uit. afb. 10, pagina 13Pos.

Symbool Benaming Verklaring1fav-toets ▶ Indrukken, om de favorietenfuncties voor cv-circuit 1 op te roepen.▶ Ingedrukt houden, om het favorietenmenu individueel aan te passen ( bedienings-handleiding van de bedieningseenheid).2man-toets ▶ Indrukken om de handbediening voor constante gewenste waarde voor de kamer-temperatuur te activeren.▶ Ingedrukt houden, om het invoerveld voor de duur van het handmatig bedrijf te acti-veren (maximaal 48 uur vanaf de huidige tijd).3auto-toets ▶ Indrukken, om het automatisch bedrijf met tijdprogramma te activeren.Tabel 5 Bedieningselementenfavmanauto

11 Voorbeeld voor de standaardweergave bij een installatie met meerdere cv-circuits4menu-toets ▶ Indrukken, om het hoofdmenu te openen.▶ Ingedrukt houden, om het servicemenu te openen.5Info-toets Wanneer een menu is geopend:▶ Indrukken, om aanvullende informatie over de actuele keuze op te roepen.Wanneer de standaardweergave actief is:▶ Indrukken, om het infomenu te openen.6Terug-toets ▶ Indrukken, om naar het bovenliggende menuniveau te gaan of een gewijzigde waarde te negeren.Wanneer benodigde service of een storing wordt getoond:▶ Indrukken, om tussen standaardweergave en storingsmelding te schakelen.▶ Ingedrukt houden, om uit een menu naar de standaardweergave te gaan.7Keuzeknop ▶ Draaien om een instelwaarde (bijvoorbeeld temperatuur) te veranderen of tussen de menu's of menupunten te kiezen.Wanneer de achtergrondverlichting is uitgeschakeld:▶ Indrukken, om de achtergrondverlichting in te schakelen.Wanneer de achtergrondverlichting is ingeschakeld:▶ Indrukken, om een menu of een menupunt te openen, een ingestelde waarde (bij-voorbeeld temperatuur) of een melding te bevestigen of om een popup-venster te sluiten.Wanneer de standaardweergave actief is:▶ Indrukken, om het invoerveld voor de keuze van het cv-circuit in de standaardweer-gave te activeren (alleen bij installaties met minimaal twee cv-circuits), bedie-ningshandleiding van de bedieningseenheid. afb.

Logamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06) 15Basisprincipes van de bediening 4  afb. 11, pagina 14Pos. Symbool Benaming Verklaring1Waarde-weergave Weergave van de actuele temperatuur:• Kamertemperatuur bij wandinstallatie• Temperatuur warmteproducent bij installatie in de warmteproducent. 2 – Informatieregel Weergave van tijd, weekdag en datum. 3Extra tempera-tuurindicatieWeergave van de buitentemperatuur (kan op de weergave van de temperatuur van de solarcollector of een warmwatersysteem worden omgesteld, meer infor-matie bedieningshandleiding van de bedieningseenheid). 4 – Tekstinformatie Bijvoorbeeld de identificatie van de momenteel weergegeven temperatuur ( afb. 11, [1]); voor de kamertemperatuur wordt geen identificatie getoond. Wanneer een storing aanwezig is, wordt hier een melding getoond, tot de storing is opgelost. 5Informatiegrafiek Solarpomp is in bedrijf.

Toetsblokkering is actief (auto-toets en keuzeknop ingedrukt houden, om de toetsblokkering in- of uit te schakelen). 6Tijdprogramma Grafische weergave van het actieve tijdprogramma voor het getoonde cv-circuit. Balken markeren de tijdsperioden, waarbinnen een bedrijfsmodus actief is. De bovenste balken staan voor cv-bedrijf en de onderste voor verlaagd regime. 7Tijdmarkering De tijdmarkering toont in het tijdprogramma in stappen van 15 minuten (= in-deling van de tijdschaal) de actuele tijd. 8 auto Modus Installatie met een cv-circuit in automatisch bedrijf (verwarmen volgens tijdpro-gramma). CV2auto Het getoonde cv-circuit werkt in automatisch bedrijf. De standaardweergave heeft uitsluitend betrekking op het getoonde cv-circuit. Bedienen van de man-toets, de auto-toets en het veranderen van de gewenste kamertemperatuur heb-ben alleen invloed op het getoonde cv-circuit.

Zomer (uit) Installatie met een cv-circuit in zomerbedrijf (verwarming uit, warmwaterberei-ding actief)CV2 Zomer (uit) Het getoonde cv-circuit werkt in zomerbedrijf (verwarming uit, warmwaterberei-ding actief). De standaardweergave heeft uitsluitend betrekking op het getoonde cv-circuit. handmatig Installatie met een cv-circuit in handbediening. CV2handmatig Het getoonde cv-circuit werkt in handmatig bedrijf. De standaardweergave heeft uitsluitend betrekking op het getoonde cv-circuit. Bedienen van de man-toets, de auto-toets en het veranderen van de gewenste kamertemperatuur hebben alleen invloed op het getoonde cv-circuit. Vak. tot $11. 1. 2011$Vakantieprogramma in installatie met één cv-circuit actief ( bedieningshandleiding van de bedieningseenheid). CV2Vak. tot $11. 1.

2011$In het getoonde cv-circuit en eventueel ook voor warmwatersystemen is het va-kantieprogramma actief ( bedieningshandleiding van de bedieningseenheid). De standaardweergave heeft uitsluitend betrekking op het getoonde cv-circuit. Tabel 6 Symbolen bij standaardweergave12.

Basisprincipes van de bedieningLogamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06)164 4. 3 Bediening van het servicemenuServicemenu openen en sluitenDoor het menu bewegenInstelwaarden veranderenBevestigen of verwerpen van de veranderingWanneer de achtergrondverlichting van het display uit is, wordt door bedienen van een be-dieningselement de betreffende bedienings-stap uitgevoerd en de achtergrondverlichting ingeschakeld. De eerste keer indrukken van de keuzeknop heeft echter alleen het inschakelen van de achtergrondverlichting tot gevolg. Wordt geen bedieningselement bediend, dat gaat de achtergrondverlichting automatisch uit. Servicemenu openen▶ menu-toets ingedrukt houden, tot het ser-vicemenu wordt getoond. Servicemenu sluiten▶ Druk op de terug-toets, wanneer geen submenu is geopend, om naar de stan-daardweergave over te gaan.

-of-▶ Druk op de terugtoets en houdt deze enke-le seconden ingedrukt, om naar de stan-daardweergave over te gaan. ▶ Draai de keuzeknop, om een menu of een menupunt te markeren. ▶ Druk de keuzeknop in. Het menu of het menupunt wordt weerge-geven. ▶ Druk op de terugtoets, om naar het boven-liggende menuniveau te gaan. keuze▶ Verdraai de keuzeknop, om een positie te markeren. Schuifregelaar▶ Verdraai de keuzeknop, om de instelwaar-de tussen minimum en maximum in te stel-len. menumenumenumenumenumenu&Keuze met schuifregelaar (weergave schuif-regelaar op display)▶ Verdraai de keuzeknop, om een positie te markeren. ▶ Druk op de keuzeknop, om de keuze te be-vestigen. Het invoerveld en de schuifregelaar zijn actief. ▶ Verdraai de keuzeknop, om de instelwaar-de tussen minimum en maximum in te stel-len. Meervoudige keuze▶ Verdraai de keuzeknop, om een positie te markeren.

Tijdprogramma▶ Verdraai de keuzeknop, om een schakel-tijd of de daarbij behorende bedrijfsmo-dus te markeren. ▶ Keuzeknop indrukken, om het invoerveld voor de schakeltijd of de bedrijfsmodus te activeren. ▶ Verdraai de keuzeknop, om de instelwaar-de te veranderen. Bevestigen verandering&▶ Verdraai de keuzeknop, om de gemarkeer-de positie te activeren of de verandering te bevestigen. ▶ Verdraai de keuzeknop, om te Verdermarkeren en druk de keuzeknop in. Het display gaat naar het bovenliggende menuniveau. De bedieningseenheid werkt met de gewijzigde instelling. Verwerpen verandering▶ Druk op de terugtoets om de verandering te verwerpen.

CV-circuitspecifieke instellingen van de geïnstalleerde cv-circuits 1 t/m 4, bij-voorbeeld vorstbeveiliging en stooklijn. 27Drogen dekvloer Configureerbaar programma voor drogen van een nieuwe chape bij vloerverwar-ming. 34Instellingen warmwater1)Warmwatersy-steem I II of Gescheiden instelmogelijkheden voor twee warmwatersystemen, bijvoorbeeld maximale warmwatertemperatuur, tijdstip voor thermische desinfectie en confi-guratie van de circulatiepomp. 36Instellingen solar Wanneer een solarinstallatie is geïnstalleerd: zie technische documenten van de solarmodules. 38Instellingen hybride Wanneer een hybride systeem is geïnstalleerd: zie technische documenten van het hybride systeem.

Instellingen in het servicemenu van de bedieningseenheid RC300 controleren, eventueel aanpassen en configuratie uitvoeren (bijvoorbeeld solar) ( hoofdstuk 5. 4, pagina 20)12. Eventueel waarschuwings- en storingsmeldingen opheffen en historie resetten13. CV-circuits benoemen ( bedieningshandleiding)14. Inbedrijfnameprotocollen invullen ( hoofdstuk 10 vanaf pagina 48 en bedieningshandleiding)15. Overdracht installatie ( hoofdstuk 5. 7, pagina 20). 5. 2 Algemene inbedrijfname van de bedienings-eenheid5. 3 Inbedrijfname van de installatie met de confi-guratie-assistentDe configuratieassistent herkent automatisch, welke BUS-deelnemers in de installatie zijn geïnstalleerd. De configuratie-assistent past het menu en de voorinstellingen daarop aan. De systeemanalyse kan tot een minuut duren. Naar de systeemanalyse door de configuratieassistent is het menu geopend.

De instellingen moeten hier Inbedrijfstellingabsoluut worden gecontroleerd, eventueel worden aangepast en daarna worden bevestigd. Wanneer de systeemanalyse werd overgeslagen, is het menu Inbedrijfstelling geopend.

Pas de hier genoemde instellingen zorgvuldig aan op de geïnstalleerde installatie. Bevestig als af-sluiting de instellingen. Installatievoorbeelden vindt u in de installatie- en onderhoudshandleidingen van de module MM50/MM100 en SM50/SM100/SM200. An-dere mogelijke installaties zijn weergegeven in de ontwerpdocumentatie. &Instelling taal▶ Verdraai de keuzeknop, om een taal te kie-zen en druk dan op de keuzeknop. Datum instellen▶ Verdraai de keuze knop en druk deze in, om de dag, maand en jaar in te stellen. De markering staat op. Verder▶ Druk, wanneer de datum correct is inge-steld, op de keuzeknop om deze te beves-tigen. Uur instellen▶ Verdraai de keuzeknop, om de uren en mi-nuten in te stellen. De markering staat op. Verder▶ Druk, wanneer de tijd correct is ingesteld, op de keuzeknop om deze te bevestigen.

Systeemconfiguratie▶ Verdraai de keuzeknop en druk deze in om de configuratie-assistent te starten (Ja) of over te slaan ( ). Nee▶ Wanneer de configuratie-assistent wordt gestart, herkent de bedieningseenheid au-tomatisch, welke BUS-deelnemers in de installatie zijn geïnstalleerd (systeemana-lyse) en past het menu en de voorinstellin-gen aan op de installatie. ▶ Uitvoeren inbedrijfname van de installatie ( hoofdstuk 5. 3). Tabel 8 Algemene instellingen bij de inbedrijfname.

Logamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06) 19In bedrijf nemen 5 Respecteer voor meer informatie over de instellingen hoofdstuk 7 vanaf pagina 21. Menupunt Vraag Antwoord/instellingConfiguratieassistent starten. Controleer voor de start van de configuratieassistent:• Module geïnstalleerd en geadresseerd. • Afstandsbediening geïnstalleerd en ingesteld. • Temperatuursensor geïnstalleerd. Configuratieassistent starten. Ja | NeeCV-circuit 1 geïnstalleerd Is cv-circuit 1 geïnstalleerd. Waar is cv-circuit 1 elek-trisch aangesloten. Nee Op ketel Op module | | Regeltype cv-circuit 1 Hoe moet de via cv-circuit 1 beïnvloedbare temperatuur worden geregeld. Weersafhankelijk geregeld | Weersafhankelijk met voetpunt | Ruimteregeling op watertemp. | Ruimteregeling op vermogen | ConstantMenger cv-circuit 1 Ja NeeIs cv-circuit 1 een gemengd cv-circuit. | Mengerlooptijd cv-circ.

1 Hoe lang duurt het, voordat de mengkraan in cv-circuit 1 van de ene aanslag tot de andere draait. 10 600 s. Verwarmingsysteem CV-1 Radiator Convector Vloerver-Welk soort verwarming bedient cv-circuit 1. | | warmingGew. waarde const. CV1 Wanneer cv-circuit 1 als constant cv-circuit is geconfigu-reerd: op welke temperatuur moet worden geregeld. 30. 85 °CBediening cv-circuit 1 Welke bedieningseenheid of afstandsbediening is voor cv-circuit 1 geïnstalleerd. RC300 RC200 RC100 | | CV-circuit 2 geïnstalleerd,. overeenkomstig cv-circuit 1CV-circuit 3 geïnstalleerd,. overeenkomstig cv-circuit 1CV-circuit 4 geïnstalleerd,. overeenkomstig cv-circuit 1Warmwatersysteem I install Is een warmwatersysteem geïnstalleerd. Waar is warm-watersysteem I elektrische aangesloten. Nee Op ketel Op module | | Configuratie WW op ketel Geen warmwater 3-wegklepHoe is warmwatersysteem I hydraulisch gekoppeld.

| Configuratie bevestigen Komen alle instellingen overeen met de geïnstalleerde installatie. Bevestigen Terug | Tabel 9 Inbedrijfname met de configuratieassistentIn de uitleveringstoestand van de bedienings-eenheid is warmwatersysteem I geactiveerd. Wanneer warmwatersysteem I niet is geïnstal-leerd maar wel is geactiveerd, toont de bedie-ningseenheid een storing. ▶ Wanneer geen warmwatersysteem in de installatie is geïnstalleerd, warmwatersy-steem I in het inbedrijfname of warmwater-menu deactiveren.

In bedrijf nemenLogamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06)205 5. 4 Andere instellingen bij de inbedrijfnameWanneer bepaalde functies niet zijn geactiveerd en modules, bouwgroepen of componenten niet zijn geïnstalleerd, worden niet benodigde menupunten bij de verdere instelling onder-drukt. 5. 4. 1 Checklist: instellingen op de wens van de klant af-stemmenVoer de inbedrijfstelling altijd zo uit, dat beide partijen tevre-den zijn en de CV-installatie naar wens en zonder problemen werkt. Uit onze ervaring is gebleken dat de volgende instellin-gen van groot belang zijn voor de tevredenheid van de gebrui-ker:▶ Overige instellingen in het hoofdmenu op de wensen van de klant aanpassen ( bedieningshandleiding). 5. 4. 2 Belangrijke instellingen voor de verwarmingDe instellingen in het menu verwarming moeten bij de inbedrijf-name in ieder geval worden gecontroleerd en eventueel wor-den aangepast.

Alleen zo wordt de goede werking van de verwarming gewaarborgd. Het is zinvol de getoonde instellin-gen te controleren. ▶ Controleer de instellingen in het menu Installatie gegevens ( hoofdstuk 7. 1. 1, pagina 24). ▶ Instellingen in het menu Ketelinstelling controleren ( hoofdstuk 7. 1. 2, pagina 26). ▶ Instelling in het menu cv-circuit 1. 4 controleren ( hoofdstuk 7. 1. 3, pagina 27). 5. 4. 3 Belangrijke instellingen voor het warmwatersy-steemDe instellingen in het menu Warmwater moeten bij de inbedrijf-name in ieder geval worden gecontroleerd en eventueel wor-den aangepast. Alleen zo wordt de goed werking van de warmwaterbereiding gewaarborgd. ▶ Instellingen in het menu Warmwatersysteem I. II contro-leren ( hoofdstuk 7. 2, pagina 36). 5. 4.

3, pagina 38 en installatiehandleiding SM50, SM100 of SM200)5. 4. 5 Belangrijke instellingen voor het hybride systeemRespecteer de technische documentatie van het hybride sy-steem (bijvoorbeeld Logatherm WPLSH) en hoofdstuk 7. 4, pagina 39, om de goede werking te waarborgen. 5. 5 Functietesten uitvoerenBenader de functietesten via het diagnosemenu. De ter be-schikking staande menupunten zijn sterk afhankelijk van de ge-enstalleerde installatie. Bijvoorbeeld kunt u onder dit menu testen: : / ( hoofdstuk 7. 5. 1, pagina 39). Brander Aan Uit 5. 6 Controleren monitorwaardenBenader de monitorwaarden via het menu Diagnose( hoofdstuk 7. 5. 2, pagina 39). 5. 7 Overdracht van de installatie▶ Waarborg, dat op de warmteproducent geen begrenzing van de temperaturen voor verwarming en warm water is in-gesteld. Alleen dan kan de bedieningseenheid RC300 de warmwater- en aanvoertemperatuur regelen.

Logamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06) 21Buiten bedrijf stellen/uitschakelen 6 6 Buiten bedrijf stellen/uitschakelenDe bedieningseenheid wordt via de BUS-verbinding van stroom voorzien en blijft continu ingeschakeld. De installatie wordt alleen bijvoorbeeld bij onderhoudswerkzaamheden uit-geschakeld.▶ Schakel de gehele installatie en alle BUS-deelnemers span-ningsloos.7 ServicemenuHet menu van de bedieningseenheid wordt automatisch op de installatie aangepast. Bepaalde menupunten zijn alleen be-schikbaar, wanneer de installatie overeenkomstig is opge-bouwd en de bedieningseenheid correct is ingesteld. De menupunten worden alleen in installaties getoond, waarin de bijbehorende componenten van de installatie zijn geïnstal-leerd, bijvoorbeeld een solarinstallatie of een warmtepomp.

De bijbehorende menuposities en instellingen vindt u in de bijbe-horende handleiding.Wanneer een cv-circuit een RC200 als afstandsbediening heeft, zijn de instelmogelijkheden op de RC300 voor het be-treffende cv-circuit beperkt. Bepaalde instellingen, die via de RC200 kunnen worden veranderd, worden in het menu van de RC300 niet getoond. Zie voor meer informatie, welke instellin-gen dit betreft, de handleidingen van de RC200.Informatie over de bediening van de servicemenu's is opgeno-men in hoofdstuk 4 vanaf pagina 13.Na langere stroomuitval of uitschakelen moet eventueel de datum en de tijd weer opnieuw worden ingesteld. Alle andere instellingen blij-ven permanent behouden.De basisinstellingen zijn in de kolom instelbe-reik geaccentueerd ( hoofdstuk 7.2 tot 7.5).

ServicemenuLogamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06)247 Afb. 14 Overzicht van de servicemenu's 3/37.1 Instellingen voor verwarmingAfb. 15 Menu instellingen verwarmen7.1.1 Menu installatiegegevensIn dit menu kunnen instellingen voor de gehele cv-installatie worden uitgevoerd. Hier wordt bijvoorbeeld ingesteld, hoe hoog de minimale buitentemperatuur of de thermische opslag-capaciteit van het verwarmde gebouw is. Dit menu bevat extra instellingen voor cv-circuit 1 en warmwatersysteem I (indien di-rect op de warmteproducent aangesloten).Diagnose StoringsmeldingenFunctietest Actuele storingenFunctietesten activeren StoringshistoriekKetel / brander Systeeminformatie... ...CV-circuit 1 ... 4 Onderhoud... OnderhoudsmeldingWarmwatersysteem I ... II Onderhoudsdatum... Looptijd onderh.meldingSolar Looptijd ketel... ContactadresHybride Reset...

Logamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06) 25Servicemenu 7 Minimale buitentemperatuurDe minimale buitentemperatuur is de gemiddelde waarde van de koudste buitentemperaturen gedurende de laatste jaren en heeft invloed op de stooklijn. De waarde voor de regio kan uit de voor ieder gebouw noodzakelijke warmtevraagberekening, uit een klimaatzonekaart of uit tab. 12 worden bepaald. ▶ Instellen minimale buitentemperatuur voor dimensionering van de verwarming. Menupunt Instelbereik BeschrijvingSensor open verde-ler installNee Geen evenwichtsflesOp ketel Evenwichtsfles geïnstalleerd, temperatuursensor op ketel aangeslotenOp module Evenwichtsfles geïnstalleerd, temperatuursensor op module aangeslotenOpen verdeler zonder sensorEvenwichtsfles geïnstalleerd, geen temperatuursensor aangesloten. Wanneer een warmtevraag bestaat, is de cv-pomp constant in bedrijf.

Configuratie WW op ketelGeen warmwater Hydraulische aansluiting warmwatersysteem I op ketel3-wegklepLaadpompConfiguratie cv-1 ke-tel(alleen bij warmte-producent met EMS plus)Hydraulische en elektrische aansluiting cv-circuit 1 op ketelGeen cv-circuit CV-circuit 1 niet direct op ketel aangeslotenGeen eigen cv-pomp De interne pomp van de ketel dient ook als cv-pomp in cv-circuit 1Eigen pomp CV-circuit 1 wordt door een eigen cv-pomp (aangesloten op cv-ketel) gevoedPomp ketel Geen Alleen beschikbaar, wanneer in de installatie een evenwichtsfles is geïnstalleerd (systeempomp = ketelcircuitpomp). SysteempompMin. buitentempera-tuur – 35. – 10. 10 °C De minimale buitentemperatuur heeft bij een weersafhankelijke regeling invloed op de stooklijn ( Minimale buitentemperatuur, pagina 25 en Menu voor instel-ling van de stooklijn, pagina 30).

ServicemenuLogamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06)267 Soort gebouwWanneer de demping is geactiveerd, kan met het gebouwsoort de demping van de variaties van de buitentemperatuur worden ingesteld. Door de demping van de buitentemperatuur wordt met de thermische traagheid van de gebouwmassa rekening gehouden. Zo kan met de gebouwsoort de regeling op het ka-rakteristieke gedrag van het gebouw worden afgestemd. De gebouwsoort heeft invloed op de snelopwarming. Afb. 16 Voorbeeld voor de gedempte buitentemperatuur[1] actuele buitentemperatuur[2] Gedempte buitentemperatuurHet sterk vereenvoudigde voorbeeld laat zien hoe de gedempte buitentemperatuur de werkelijke buitentemperatuur volgt, maar deze extreme waarden niet bereikt. De werkelijke waarde van de gedempte en de gemeten buiten-temperatuur 7. 1.

2 Menu ketelgegevensIn dit menu kunnen instellingen voor de cv-pomp van de ge-bruikte warmteproducent worden uitgevoerd. Met deze instel-lingen worden bedrijfstijden en energieverbruik van de pomp geoptimaliseerd. Hier wordt bijvoorbeeld ingesteld, welk pomptype wordt gebruikt, of hoe lang de pompnadraaitijd is. Wanneer een module PM10 is geïnstalleerd, zijn hier nog meer instellingen beschikbaar. Meer informatie vindt u in de techni-sche documenten van de gebruikte warmteproducent en even-tueel de module. Instelling Type EffectLicht Bijvoorbeeld huis in prefab uitvoering, houtskeletbouw• Geringe demping van de buitentemperatuur• Korte verhoging van de aanvoertemperatuur bij snelopwarmen. Gemiddeld Bijvoorbeeld huis van holle stenen (basisinstelling)• Gemiddelde demping van de buitentemperatuur• Verhoging van de aanvoertemperatuur bij snelopwarmen van gemiddelde duur.

Logamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06) 27Servicemenu 7 7. 1. 3 Menu cv-circuit 1. 4In dit menu kunnen instellingen voor de afzonderlijke cv-cir-cuits worden uitgevoerd. Hier wordt voor het gekozen cv-cir-cuit bijvoorbeeld ingesteld, welk cv-systeem is geïnstalleerd. Bovendien wordt ingesteld, of er een afstandsbediening aan-wezig is en welk regelingstype wordt gebruikt. Ook bestaat de mogelijkheid, de stooklijnen van de cv-circuits te optimalise-ren. Menupunt Instelbereik BeschrijvingPompregeling De cv-pomp wordt afhankelijk van het brandervermogen aangestuurd. Vermogen gestuurdDelta-P gestuurd stand 1. 4De cv-pomp wordt afhankelijk van de verschildruk aangestuurd. Pompnadraaitijd 24 h Pompnadraaitijd nadat de brander is uitgeschakeld, om de warmte uit de warmteproducent af te voeren1. 60 min5Pomplogicatemperatuur.

90 °C Onder deze temperatuur is de pomp uit, om de warmteproducent tegen con-30densvorming te beschermen (alleen beschikbaar bij condensatieketels). Tabel 14 Instellingen in het menu ketelgegevensOPMERKING: Gevaar voor beschadiging van de afwerkvloer. ▶ Houd bij vloerverwarming de door de fa-brikant aanbevolen maximale aanvoer-temperatuur aan. Menupunt Instelbereik BeschrijvingCV-circuit geïnstal-leerdNee CV-circuit is niet geïnstalleerd. Wanneer geen cv-circuit is geïnstalleerd, wordt de warmteproducent alleen gebruikt voor warmwaterbereiding. Op ketel Elektrische modules en componenten van het gekozen cv-circuit zijn direct op de warmteproducent aangesloten (alleen bij cv-circuit 1 beschikbaar). Op module Elektrische modules en componenten van het gekozen cv-circuit zijn op een module MM50/MM100 aangesloten.

ServicemenuLogamatic RC300 – 6 720 807 325 (2013/06)287 Minimale waarde ge-bruikenJa In de woonruimte is een bedieningseenheid RC300 in combinatie met een afstandsbediening RC100 of RC200 geïnstalleerd. De verwarming wordt conform de lagere kamertemperatuurwaarde (gemeten op interne tempera-tuursensor van de beide bedieningseenheden) gestuurd (bijvoorbeeld in grotere ruimten voor betrouwbare registratie van de kamertemperatuur bij kamertemperatuurgestuurde regeling, kamervorstbeveiliging, kamerin-vloed,. ). Nee In de woonruimte is een bedieningseenheid RC300 in combinatie met een afstandsbediening RC100 of RC200 geïnstalleerd. De verwarming wordt al-tijd conform de kamertemperatuurwaarde van de afstandsbediening ge-bruikt. CV-systeem Voorinstelling van de stooklijn conform verwarmingstype bijvoorbeeld Radiatorkromming en ontwerptemperatuurConvectorVloerverwarmingGew. waarde con-stant30.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Buderus Logamatic RC300 EMS plus stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden