Miele K 9552 ID Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele K 9552 ID (48 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen. Heb je een vraag over Miele K 9552 ID of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | K 9552 ID |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Kleur van het product: | Wit |
| Deurscharnieren: | Rechts |
| Gewicht: | 58400 g |
| Breedte: | 560 mm |
| Diepte: | 550 mm |
| Hoogte: | 1397 mm |
| Netbelasting: | - W |
| Geluidsniveau: | 37 dB |
| Jaarlijks energieverbruik: | 169 kWu |
| Gewicht verpakking: | 61600 g |
| Energie-efficiëntieklasse (oud): | A+ |
| Draairichting deur verwisselbaar: | Ja |
| Geschikt voor paneelaanpassing: | Ja |
| Nettocapaciteit koelkast: | 259 l |
| Brutocapaciteit koelkast: | - l |
| Koelkast binnenverlichting: | Ja |
| Aantal planken koelkast: | 7 |
| Aantal groente lades: | 2 |
| Eierenrekje: | Ja |
| Super Cool functie: | Ja |
| Deurpaneel inbegrepen: | Nee |
| Minimum operationele temperatuur: | 10 °C |
| Maximale temperatuur (in bedrijf): | 43 °C |
| Klimaatklasse: | SN-T |
| Water dispenser: | Nee |
Handleiding Miele K 9552 ID – volledige tekst
Beschrijving van het apparaat. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Het besparen van energie. 11Het in- en uitschakelen van de koelkast. 12Vergrendeling. 13Bij langere afwezigheid. 13De juiste temperatuur. 14. indekoelzone. 14Het instellen van de temperatuur. 14Mogelijke temperatuurinstellingen. 15Temperatuuraanduiding. 15De lichtsterkte van de temperatuuraanduiding. 15Superkoeling. 17Het gebruik van de superkoeling. 17DynaCool m. 18Het gebruik van de DynaCool m(dynamische koeling). 18Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen. 19Gedeelten met verschillende temperaturen. 19Koelste gedeelte in de koelzone. 19Minst koele gedeelte in de koelzone. 19Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen. 20Waar u bij het kopen van levensmiddelen al op moet letten. 20Levensmiddelen afdekken of niet. 20Groenten en fruit.
Het automatisch ontdooien. 25Het ontdooien van de koelzone. 25Het reinigen en onderhouden van de koelkast. 26Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. 27Het reinigen van de deurdichting. 27Nuttige tips. 28Geluiden en de oorzaken ervan. 30Afdeling Klantcontacten / Garantie. 31Elektrische aansluiting. 32Montage-instructies. 33Plaats van opstelling. 33Klimaatklasse. 33Luchttoevoer en luchtafvoer. 33Voordat u het apparaat inbouwt. 34Had uw oude apparaat een andere scharniertechniek. 34Roestvrijstalen front. 34Inbouwmaten. 35Het instellen van de deurscharnieren. 36Het veranderen van de draairichting van de deur. 37Deur van het apparaat. 37Het inbouwen van het apparaat. 40Gewicht van de meubeldeur. 40Inbouw in een scheidingswand. 40Het monteren van de meubeldeur. 44Inhoud.
aVentilator voor de dynamischekoeling (DynaCool)bFlesplateau*cPlateausdGootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwatereGroente- en fruitladen *fBoter- en kaasvakgDeurvak, o.a. voor eierenhBinnenverlichtingiUniverseel deurvak*jDeurvak voor flessenkFleshouder** Afhankelijk van het modelBeschrijving van het apparaat5
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte elektrische en elektroni-sche apparaten bevatten meestal nogwaardevolle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone huisafval doet, kunnen dezestoffen mens en milieu schaden.Doe het apparaat daarom in geen ge-val bij het gewone huisafval, maar leverhet in bij het inzameldepot van uw ge-meente.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.
Deze koelkast voldoet aan de voor-geschreven veiligheidsmaatregelen.Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koelkast.Efficiënt gebruik~Deze koelkast is uitsluitend bestemdvoor huishoudelijk gebruik.~Gebruik deze koelkast uitsluitendvoor het koelen en bewaren van levens-middelen.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.~Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan de koelkast niet in staat zijn om hetapparaat veilig te bedienen, mogendeze koelkast alleen gebruiken als zeonder toezicht staan van of worden ge-ïnstrueerd door een verantwoordelijkpersoon.Wanneer er kinderen in huiszijn~Kinderen mogen de koelkast alleendan zonder toezicht gebruiken, wan-neer ze weten hoe het apparaat werkten wat voor gevaar zij lopen wanneerze de koelkast fout bedienen.~Wanneer er kinderen in de buurt vande koelkast zijn, houd ze dan goed inde gaten.
Technische veiligheid~Controleer vóórdat de koelkastwordt geplaatst, of het apparaat zicht-baar beschadigd is. Een beschadigde koelkast mag nietworden geplaatst en niet in gebruik ge-nomen. ~Deze koelkast bevat het koelmiddelisobutaan (R600a). Dit is een natuurlijkgas dat het milieu weinig belast, maarwel brandbaar is. Het gas is niet scha-delijk voor de ozonlaag en versterkt hetbroeikaseffect niet, maar het gebruikvan dit koelmiddel heeft er wel toe ge-leid dat het apparaat meer lawaaimaakt wanneer het aanstaat. Behalvede geluiden van de compressor kunnener dan in het hele koelsysteem stro-mingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat. Let er bij het transport en bij de plaat-sing van de koelkast op dat er geen on-derdelen van het koelsysteem wordenbeschadigd.
Vrijkomend koelmiddelkan oogletsel veroorzaken. Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:–vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,–trek de stekker uit het stopcontact,–lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minutenlang door–en neem contact op met de afdelingKlantcontacten. ~Hoe meer koelmiddel een koelkastbevat, des te groter moet het vertrekzijn waarin dit apparaat wordt opge-steld. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel-kast bevat staat op het typeplaatje inde binnenkant van het apparaat. ~Vergelijk vóórdat u de koelkast aan-sluit de aansluitgegevens (zekering,spanning en frequentie) op het type-plaatje met die van het elektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw inspecteren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv. een elektri-sche schok). ~Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet de kabel door erkendevakmensen worden vervangen. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.
~Een veilig gebruik van de koelkast isalleen dan gegarandeerd, wanneer hetapparaat wordt gemonteerd en aange-sloten volgens de instructies die in degebruiksaanwijzing staan. ~Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot ofin een camper) moet worden geplaatst,mag het uitsluitend door een vakman /vakvrouw worden ingebouwd en aan-gesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden vooreen veilig gebruik worden voldaan. ~Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mogenalleen door erkende vakmensen wor-den uitgevoerd. Gebeurt dat niet, dan kan de gebruikerrisico’s lopen waarvoor de fabrikant nietaansprakelijk is. ~Er staat alleen dan geen elektrischespanning op de koelkast als aan éénvan de volgende voorwaarden is vol-daan:–als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,–of als de stekker uit het stopcontactis getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel. ~De koelkast mag niet via een ver-lengsnoer op het elektriciteitsnet wor-den aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet worden ge-waarborgd in verband met het gevaarvoor oververhitting. Gebruik~Bewaar geen stoffen in de koelkastdie drijfgassen of andere verstuivings-middelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. ~Gebruik geen elektrische apparatenin deze koelkast, bijv. voor het makenvan softijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex-plosie. ~Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en altijdgoed gesloten in de koelkast in ver-band met explosiegevaar.
~Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Dezekunnen explosieve gassen vormen, zekunnen oplosmiddelen of drijfgassenbevatten die het kunststof beschadigenof ze kunnen schadelijk zijn voor de ge-zondheid. ~Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Doet u dat wel, dan worden de deur-dichtingen in de loop van de tijd po-reus. ~Bevinden zich vet- of oliehoudendelevensmiddelen in de koelkast, let erdan op dat er geen vet of olie uitloopt. Wanneer dat in aanraking komt met hetkunststof van het apparaat, kunnen erscheuren in het kunststof ontstaan. ~Sluit de luchttoevoeropening in desokkel en de luchtafvoeropening bovenin de kastombouw niet af. Wanneer deze roosters geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koelkast kunnen beschadigen.
~De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse. Een kli-maatklasse is een kamertemperatuur-bereik waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw koelkast staataangegeven op het typeplaatje aan debinnenkant van uw apparaat. Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat de koelkast voor langere tijdafslaat zodat het apparaat de vereistetemperatuur niet kan aanhouden. ~Gebruik voor het reinigen van dekoelkast nooit een stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroorza-ken. Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdankt~Voorkom dat kinderen zich bij hetspelen insluiten en in levensgevaar ko-men. ~Beschadig geen delen van het koel-systeem, bijv.
door– koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;– buisleidingen om te buigen;– beschermende lagen af te krabben. Als er koelmiddel uit spuit kan dat oog-letsel veroorzaken. Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.
Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden geventi-leerdIn gesloten ruimten waar nietkan worden geventileerdOp een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnenOp een plaats waar de zon di-rect op kan schijnenNiet naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hogere omgevingstem-peratuurTemperatuurinstellingin standenInstelling van één van de middelstestanden: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lagerde temperatuur, des te hogerhet energieverbruikTemperatuurinstellingin graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstem-peraturen lager dan 16 °C dewinterschakeling uit.Koelzone: 4 tot 5 °C0° zone: ca.
0 °CDiepvrieszone: -18 °CDagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer datnodig is en dan nog zo kort moge-lijk.De temperatuur in het apparaatwordt hoger naarmate de deurvaker wordt geopend en dedeur langer geopend blijft.Leg de levensmiddelen bij het inrui-men meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgtde temperatuur.Laat warme levensmiddelen endranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nogwarm, moet de motor langerwerken om de vereiste tempera-tuur te bereiken.Leg de levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemtde koelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tussende levensmiddelen kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wan-neer er een ijslaag van 1 cm in zit.Een ijslaag in het diepvries-gedeelte bemoeilijkt het invrie-zen en bewaren van productenin dit gedeelte.
Voor het eerste gebruikDe roestvrijstalen lijsten en frames zijnvoorzien van een folie die dient ter be-scherming van het apparaat tijdens hettransport.^Trek deze beschermfolie er pas afnadat de koelkast is ingebouwd.^Wrijf de roestvrijstalen gedeelten di-rect daarna in met een middel datgeschikt is voor het onderhoud vanroestvrij staal.Dit middel brengt een film over hetroestvrij staal aan.
Daarmee wordtvoorkomen dat het roestvrij staalweer snel vuil wordt.^Reinig de binnenkant van het appa-raat en de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm watermet een beetje reinigingsmiddel.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.Laat het apparaat na transport eenhalf uur tot één uur staan voordat uhet aansluit.Dat is zeer belangrijk voor een goe-de werking van de koelkast.Het inschakelen van de koel-kast^Druk op de Aan/Uit - toets.De temperatuuraanduiding licht op.Het apparaat begint te koelen.Wanneer de deur wordt geopend gaatde binnenverlichting aan.Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in de koelkast legt kunt u hetapparaat het beste een paar uur latenvoorkoelen.Het uitschakelen van de koel-kast^Druk op de Aan/Uit - toets.De temperatuuraanduiding gaat uit.De koeling is uitgeschakeld.Is dat niet het geval, dan is de vergren-deling ingeschakeld.Het in- en uitschakelen van de koelkast12
VergrendelingMet de vergrendeling kunt u voorkomendat het apparaat per ongeluk wordt uit-geschakeld.Het inschakelen van de vergrende-ling^Druk op de Superkoeling - toets enblijf daar ca. 5 seconden op drukken.Het controlelampje van de Superkoe-ling - toets knippert en in de tempera-tuuraanduiding knippert ;.^Druk opnieuw op de Superkoeling -toets.In de temperatuuraanduiding brandt ;.^Druk op de temperatuurtoetsen.Door daarop te drukken kunt u kiezentussen ;0en ;1.0betekent: De vergrendeling is uitge-schakeld.1betekent: De vergrendeling is inge-schakeld.^Druk op de Superkoeling - toets omde instelling op te slaan.Wanneer de vergrendeling is ingescha-keld, brandt het controlelampje van devergrendeling X.^Wanneer u klaar bent met het in- ofuitschakelen van de vergrendeling,druk dan op de Aan/Uit - toets.Na ca.
2 minuten functioneert het appa-raat weer normaal.Bij langere afwezigheidWanneer u de koelkast vrij lange tijdniet gebruikt, doe dan het volgende.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Reinig het apparaat.^Laat de deur van het apparaat ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koelkast13
Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld. Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langzamerde micro-organismen groeien en des telanger het duurt voordat de levensmid-delen bederven. Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen. De temperatuur in de koelkast wordthoger, naarmate– de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langergeopend blijft;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;–de omgevingstemperatuur hoger is. De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.
Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waarbinnen de kamertempera-tuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag lig-gen. indekoelzoneVoor de koelzone adviseren wij eenkoeltemperatuur van 4 °C. Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur in de koelzone kunt uinstellen met behulp van de beidetoetsen onder de temperatuuraandui-ding. –Wanneer u op de linker toets druktgaat de temperatuur omhoog enwordt het warmer. – Wanneer u op de rechter toets druktgaat de temperatuur omlaag enwordt het kouder. De temperatuur die u instelt knippert inde temperatuuraanduiding. Wanneer u op de temperatuurtoetsendrukt dan ziet u in de temperatuuraan-duiding het volgende veranderen:– Wanneer u voor het eerst drukt, danknippert de temperatuurwaarde die uhet laatst heeft ingesteld. –Vanaf de tweede keer dat u druktverandert de temperatuurwaarde instappen van 1 °C.
Wanneer u een andere temperatuurheeft ingesteld, controleer dan de tem-peratuuraanduiding na ca. 6 uur wan-neer het apparaat lang niet vol is en naca.
24 uur wanneer het apparaat welvol is.Pas dan is de echte temperatuur be-reikt.Is de temperatuur na deze tijd te hoogof te laag, stel dan opnieuw een anderetemperatuur in.Mogelijke temperatuurinstellingenDe temperatuur is instelbaar van 2°Ctot 9 °C.Of de laagste temperatuur wordt be-reikt is afhankelijk van de plaats waarde koelkast is opgesteld en de omge-vingstemperatuur.Wanneer de omgevingstemperatuurhoog is, dan is het mogelijk dat delaagste temperatuur niet wordt bereikt.TemperatuuraanduidingDe temperatuuraanduiding op het be-dieningspaneel geeft bij normaal ge-bruik de gemiddelde temperatuur in dekoelzone aan.Ligt de temperatuur buiten het bereikdat in de temperatuuraanduiding mo-gelijk is, dan knipperen er streepjes inde temperatuuraanduiding.De lichtsterkte van de temperatuur-aanduidingDe lichtsterkte van de temperatuuraan-duiding is zwak wanneer het apparaatwordt afgeleverd.Zodra de deur wordt geopend, een in-stelling wordt veranderd of er sprake isvan een alarmtoestand, dan brandt detemperatuuraanduiding ca.
^Druk opnieuw op de Superkoeling -toets.In de temperatuuraanduiding brandt ^.^Druk op de temperatuurtoetsen.Door daarop te drukken kunt u nu delichtsterkte van de temperatuuraandui-ding veranderen.U kunt kiezen tussen de standen 1toten met 5.Bij 1is de lichtsterkte minimaal.Bij 5is de lichtsterkte maximaal.^Druk op de Superkoeling - toets omde instelling op te slaan.^Wanneer u klaar bent met het instel-len van de lichtsterkte, druk dan opde Aan/Uit - toets.Na ca. 2 minuten functioneert het appa-raat weer normaal.De juiste temperatuur16
Het gebruik van de superkoe-lingMet behulp van de functie "Superkoe-ling" daalt de temperatuur in de koelzo-ne zeer snel zo laag mogelijk. Hoe laaghangt af van de kamertemperatuur.Het gebruik van de superkoeling isvooral dan aan te raden, wanneer ugrote hoeveelheden verse levensmid-delen of drank opslaat en snel wilt latenafkoelen.Het inschakelen van de superkoeling^Druk op de Superkoeling - toets.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.De koelcapaciteit van de koelzone ismaximaal, waardoor de temperatuur inhet apparaat daalt.Het uitschakelen van de superkoe-lingDe superkoeling wordt automatisch naca.
Het gebruik van de DynaCoolm(dynamische koeling)Wanneer de functie "Dynamische koe-ling" (DynaCool) niet is ingeschakeld,ontstaan er in de koelzone als gevolgvan de natuurlijke luchtcirculatie zonesmet verschillende temperaturen.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Het is handig om daar bij het inruimenvan de levensmiddelen gebruik van temaken.Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen enbewaren van levensmiddelen".Wanneer u echter een keer een grotehoeveelheid gelijksoortige levensmid-delen wilt inslaan (bijv. voor een party),kunt u de dynamische koeling beter in-schakelen.
Daarmee wordt de tempera-tuur relatief gelijkmatig over alle pla-teaus in de koelzone verdeeld en zijnalle levensmiddelen in de koelzoneeven koel.De temperatuur kan verder afhankelijkevan het apparaat met behulp van detemperatuurtoets of temperatuurscha-kelaar worden ingesteld.Het gebruik van de dynamische koelingis tevens aan te raden bij:–een hoge kamertemperatuur (vanafca. 30 °C) en–een hoge luchtvochtigheid.Het inschakelen van de dynamischekoeling^Druk op de DynaCool - toets m.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.Het uitschakelen van de dynamischekoelingDaar het energieverbruik iets hoger ligtwanneer de dynamische koeling is in-geschakeld, kunt u de dynamischekoeling bij normale omstandighedenbeter uitschakelen.^Druk op de DynaCool - toets m.Het controlelampje van deze toets gaatuit.Wanneer de deur is geopend, gaatde ventilator automatisch tijdelijk uit!DynaCool m18
Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen. Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van. De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat. Dit is een apparaat met dynamischekoeling (DynaCool). Dat houdt in dat, wanneer de venti-lator is ingeschakeld, de tempera-tuur in de koelzone gelijkmatig wordtverdeeld en de temperatuurverschil-len hier minder groot zijn. Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groente- enfruitvakken.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:–vis, vlees, gevogelte;–worst, kant-en-klaar-gerechten;–levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;–alle soorten deeg;–melkproducten;–in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C. Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur. Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest. Bewaar geen producten in het ap-paraat die drijfgassen of andere ex-plosieve middelen bevatten. Dit in verband met explosiegevaar. Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar.
Wanneer er in het apparaat vet- ofoliehoudende levensmiddelen zijnopgeslagen, zorg er dan voor dateventueel vrijkomend vet of olie nietmet de kunststof onderdelen van hetapparaat in aanraking komt. Vet en olie kunnen scheuren in hetkunststof veroorzaken. Zet de producten niet tegen de ach-terwand om te voorkomen dat ze er-aan vastvriezen. Leg de producten niet te dicht op el-kaar, zodat de lucht goed kan circu-leren.
Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.Hiertoe behoren:–Koudegevoelig fruit en koudegevoe-lige groenten zoals bananen, avoca-do's, papaja's, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten enkomkommers–Fruit dat nog niet rijp is–Aardappels– Parmezaanse kaasWaar u bij het kopen van le-vensmiddelen al op moetlettenLevensmiddelen blijven langer be-waard naarmate ze verser zijn op hetmoment dat ze in de koelzone wordengelegd. De versheid is bepalend voorde bewaartijd.Het is daarom belangrijk dat de tijd tus-sen het kopen en het inruimen van le-vensmiddelen zo kort mogelijk is. Laatze daarom niet te lang in een warmeauto liggen.
Te-vens voorkomt u dat de levensmiddelenuitdrogen en dat mogelijk aanwezigebacteriën zich verspreiden.Wanneer u de juiste temperatuur instelten de koelzone regelmatig reinigt ver-meerderen bacteriën zoals salmonella'szich minder snel.Groenten en fruitGroenten en fruit kunnen echter onver-pakt in de groente- en fruitladen wor-den bewaard.Let er echter op dat niet alle groente-en fruitsoorten samen in één lade kun-nen worden bewaard.In de eerste plaats kunnen smaak engeur worden overgedragen (zo nemenwortels snel de smaak en geur van uienaan) en in de tweede plaats zijn er le-vensmiddelen die een natuurlijk gas(ethyleen) afscheiden, waar andere le-vensmiddelen heel gevoelig op reage-ren en daardoor veel sneller bederven.–Voorbeelden van groenten en fruitdie veel natuurlijke gassen af-scheiden:Bonen, appels, abrikozen, peren,nectarines, perziken, pruimen,avocado's, vijgen, bosbessen enmeloenen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen20
Daarmee voorkomt u dat ermicrobiologische veranderingen optre-den en er ziektekiemen ontstaan.Eiwitrijke levensmiddelenHoe meer eiwit levensmiddelen bevat-ten, des te sneller bederven ze.Dat betekent dat schaaldieren snellerbederven dan vis en dat vis weer snel-ler bederft dan vlees.VleesBewaar vlees onverpakt.Is het vlees verpakt of zit het in eenbakje, open dan verpakking of bakje.Het oppervlak van het vlees wordt dansneller droog, de kans dat zich ziekte-kiemen vormen wordt dan kleiner enhet vlees is dan langer houdbaar.Er zijn bepaalde vleessoorten die nietonverpakt bij elkaar kunnen worden be-waard. Gebeurt dat wel dan dragen devleessoorten ziektekiemen over en be-derft het vlees eerder dan nodig is.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen21
PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Til het plateau iets op.^Trek het iets naar voren.^Til het met de uitsparing over deplateauribben heen.^Verplaats het naar boven of naar be-neden.De opstaande rand die aan de achter-kant zit moet naar boven wijzen, zodatde levensmiddelen niet met de achter-wand in aanraking kunnen komen eneraan vastvriezen.Met stopjes wordt voorkomen dat deplateaus er per ongeluk uit worden ge-trokken.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een glasplateau dat uit tweedelen bestaat.^Til het voorste gedeelte iets op enschuif het onder het achterste ge-deelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Wanneer u de twee gedeelten wilt ver-plaatsen, doe dan het volgende.^Haal ze uit het apparaat.^Plaats de beide plateauhouders aanweerszijden op de gewenste hoogteop de plateauribben.^Schuif eerst het gedeelte met de op-staande rand op de houders en deribben, daarna het andere gedeelte.Groente- en fruitladen opwieltjesrails(Afhankelijk van het model)Deze groente- en fruitladen zijn opwieltjesrails inschuifbaar en uittrekbaar.Bovendien kunnen ze worden verwij-derd om te worden gereinigd.Het indelen van de binnenruimte22
Groente- en fruitladen op tele-scopische rails(Afhankelijk van het model)Deze groente- en fruitladen zijn op tele-scopische rails inschuifbaar en uittrek-baar.Bovendien kunnen ze worden verwij-derd om te worden gereinigd.^Trek de lade naar buiten en til delade van de rails.Schuif de rails daarna weer naarbinnen om beschadigingen te ver-mijden.Wilt u de lade weer terugzetten,^trek de rails helemaal naar buiten a,^leg de lade daarop.De voorkanten van rails en lade moe-ten evenwijdig lopen b.^Schuif de lade naar binnen c.Deurvak, o.a.
voor eieren /Deurvak voor flessenWilt u deze vakken verplaatsen, doedan het volgende.^Til het vak uit het roestvrijstalenframe.^Schuif het frame naar boven.^Plaats het frame op de gewensteplaats.Let erop dat het goed vast zit.^Zet het vak weer in het frame.U kunt deze vakken ook uit het framehalen om er levensmiddelen in te leg-gen of er uit te halen.U kunt ze ook met de levensmiddelendirect op tafel zetten.Het indelen van de binnenruimte23
Universeel deurvak(Afhankelijk van het model)In het universele deurvak kunnen le-vensmiddelen worden bewaard en ookgeserveerd.Het universele deurvak bestaat uit eendiep vak aen een vlak vak b. Beidevakken kunnen als losse vakken in hetroestvrijstalen frame worden geplaatst.Wilt u het universele deurvak als ser-veerblad gebruiken,^zet het vlakke vak bdan in het roest-vrijstalen frame en gebruik het diepevak aals deksel,^haal het universele deurvak uit dehouder^en zet het op tafel.Fleshouder(Afhankelijk van het model)De fleshouder kunt u naar rechts oflinks verschuiven.Daardoor staan de flessen steviger alsu de deur van het apparaat opent ensluit.Wanneer u de fleshouder wilt schoon-maken adviseren wij u deze er hele-maal uit te halen.^Schuif de rand aan de voorkant vande fleshouder naar boven en klik defleshouder eruit.Het indelen van de binnenruimte24
Het ontdooien van de koelzoneTerwijl de koelkast in werking is, kun-nen zich aan de achterwand van dekoelzone rijp en waterpareltjes vormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelzone wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het automatisch ontdooien25
Gebruik nooit zand-, soda- , zuur- ofschuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmid-delen.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,daar deze doffe plekken veroorza-ken.Gebruik voor het onderhoud van deroestvrijstalen gedeelten een middeldat daar geschikt voor is.Dit is verkrijgbaar bij de afdeling On-derdelen van Miele Nederland B.V.Let erop dat er geen water in deelektronica of de verlichting terecht-komt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.De gegevens zijn nodig in het gevaler een storing optreedt.Vòòr het reinigen^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Haal de te koelen producten uit dekoelkast en bewaar ze op een koeleplaats.^Haal alle toebehoren uit de koelkastdie kunnen worden verwijderd.^Haal de deurvakken uit het roestvrij-stalen frame.Het reinigen van de binnen-ruimte en de toebehoren^Reinig de binnenruimte en de toebe-horen van de koelkast minstens éénkeer in de maand.^Gebruik daarvoor lauwwarm watermet wat reinigingsmiddel.^Reinig de toebehoren met de hand.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater altijd onge-hinderd weg kan lopen.^Reinig de binnenruimte en toebeho-ren nog een keer met helder water endroog alles met een doek.^Laat de deur van de koelkast kortetijd openstaan.^Reinig de roestvrijstalen gedeeltenmet een middel dat daar geschiktvoor is.^Wrijf de roestvrijstalen gedeeltendaarna in met een middel dat ge-schikt is voor het onderhoud vanroestvrij staal.Het reinigen en onderhouden van de koelkast26
Het is belangrijk dat dit iedere keerna de reiniging gebeurt.Dit middel brengt een film over hetroestvrij staal aan, waarmee wordtvoorkomen dat het weer snel vuilwordt.Het reinigen van de luchttoe-voer- en luchtafvoeropeningen^Reinig de luchttoevoer- en luchtaf-voeropeningen regelmatig met eenkwast of een stofzuiger.Wanneer zich stof ophoopt wordt er on-nodig energie verbruikt.Het reinigen van de deurdich-tingBehandel de deurdichting niet metolie of vet.Doet u dat wel, dan wordt de deur-dichting in de loop van de tijd po-reus.^Reinig de deurdichting regelmatig al-leen met helder water en wrijf dezedaarna met een doek grondig droog.Na het reinigen^Plaats alle toebehoren weer terug inde koelkast.^Steek de stekker weer in het stopcon-tact.^Schakel het apparaat weer in.^Schakel de Superkoeling - functie in,zodat de koelkast snel koud wordt.^Leg de levensmiddelen weer terug inhet apparaat.^Sluit de deur van de koelkast.Het reinigen en onderhouden van de koelkast27
6 uur nadat u het apparaathebt ingeschakeld.Er wordt alleen dan een temperatuuraangegeven, wanneer die ligt in het be-reik dat in de temperatuuraanduidingmogelijk is....indetemperatuuraanduiding "F0"tot en met "F5" verschijnt?Er is sprake van een technische sto-ring.^Neem contact op met de afdelingKlantcontacten van Miele NederlandB.V....uhetapparaat niet meer kunt uit-schakelen?De vergrendeling is ingeschakeld.Nuttige tips28
15 minuten heeft opengestaan.De verlichting wordt in zo’n geval auto-matisch uitgeschakeld.Heeft de deur niet zo lang opengestaanen doet de temperatuuraanduiding hetwel, dan is de verlichting kapot.^Neem contact op met de afdelingKlantcontacten van Miele NederlandB.V.De LED-verlichting mag alleen dooronze technici worden gerepareerd envervangen.Doet u het zelf, dan loopt u het risicozich te verwonden of het apparaat tebeschadigen.Mocht de afdekking zijn beschadigdof verwijderd, let dan op!U mag niet met optische instrumen-ten zoals een loep in de verlichtingkijken....debodem van de koelzone natis?De afvoeropening voor het dooiwater isverstopt.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater.Kunt u een storing ook met boven-genoemde tips niet verhelpen, neemdan contact op met de afdelingKlantcontacten van Miele NederlandB.V.Open als het mogelijk is de deur vankoelkast niet vóórdat de storing isverholpen.Op deze manier houdt u het koude-verlies zo gering mogelijk.Nuttige tips29
Vaak voorkomende ge-luidenWaar komen deze geluiden vandaan?Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan-neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen vande koelvloeistof die door de leidingen stroomt.Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat demotor in- of uitschakelt.Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen-de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.Geluiden die makkelijk teverhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kuntu daartegen doen?Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulpvan een waterpas.
Gebruik de stelvoeten onder het apparaat ofleg er iets onder.Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan:Schuif het apparaat een eindje weg.Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet zeweer goed.In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpentegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaaraankomen.De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant vanhet apparaat: Verwijder de kabelhouder.Geluiden en de oorzaken ervan30
Neem bij storingen die u niet zelf kuntverhelpen contact op met–uw Miele-handelaarof–de afdeling Klantcontacten van MieleNederland B.V.Telefoonnummer en adres van MieleNederland B.V. vindt u op de achterzij-de van deze gebruiksaanwijzing.Geef bij het inschakelen van de afde-ling Klantcontacten altijd het type enhet nummer van het apparaat door.Beide gegevens vindt u op het type-plaatje in de binnenruimte van het ap-paraat.Voor informatie over het Miele ServiceVerzekering Certificaat kunt u zichwenden tot uw Miele-vakhandelaar ofde bijgevoegde folder raadplegen.Garantietermijn en garantievoorwaar-denDe garantietermijn bedraagt 2 jaar.Voor nadere bijzonderheden over degarantievoorwaarden kunt u bellen metde afdeling Klantcontacten.Afdeling Klantcontacten / Garantie31
Dit apparaat mag alleen door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten.Dit apparaat is voorzien van een aan-sluitkabel en een stekker met randaar-de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz220 - 240 V.Dit apparaat mag uitsluitend wordenaangesloten op een contactdoos metrandaarde.Het is het beste wanneer de contact-doos zich naast het apparaat bevindten u er gemakkelijk bij kunt.Dit apparaat mag uitsluitend op eenhuisinstallatie worden aangesloten dievolgens NEN 1010 is geïnstalleerd.De installatiegroep dient met een10 A-zekering te worden gezekerd.In de EU-voorschriften geeft men terverhoging van de veiligheid het adviesom de huisinstallatie van een aardlek-schakelaar te voorzien.Het apparaat mag niet op omvormersworden aangesloten die bij autonomestroomvoorzieningen zoals zonne-energie worden gebruikt.
Het is moge-lijk dat wanneer het apparaat in dat ge-val wordt ingeschakeld, het door span-ningspieken om veiligheidsredenenweer wordt uitgeschakeld. De elektroni-ca kan beschadigd raken.Het apparaat mag ook niet met eenenergievoorkeurstekker worden ge-bruikt. Het is mogelijk dat er in dat ge-val te weinig energie naar het apparaatwordt toegevoerd en dat componentenin het apparaat te warm worden.Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat namelijk nietworden gewaarborgd in verband methet gevaar voor oververhitting.Moet er aan de aansluiting op het elek-triciteitsnet of aan de aansluitkabel ietsworden veranderd dan mag dat uitslui-tend door een erkend bedrijf gebeuren.Elektrische aansluiting32
Een apparaat dat niet is ingebouwdkan kantelen!Plaats van opstellingKies geen plaats direct naast een for-nuis, een verwarming of in de buurt vaneen raam waar de zon direct door heenkan schijnen.Hoe hoger de omgevingstemperatuuris, des te langer het apparaat staat teronken en des te hoger het stroomver-bruik is.Geschikt is een droge ruimte waar kanworden geventileerd.KlimaatklasseHet apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.
Een kli-maatklasse is een kamertemperatuur-bereik waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen.De klimaatklasse van het apparaatstaat aangegeven op het typeplaatjeaan de binnenkant van uw apparaat.Klimaatklasse KamertemperatuurSNNSTT+10 °C tot +32 °C+16 °C tot +32 °C+16 °C tot +38 °C+16 °C tot +43 °CEen te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat het apparaat voor langeretijd afslaat.Dat heeft weer tot gevolg dat de tempe-raturen in het apparaat te hoog zijn.Luchttoevoer en luchtafvoerDe lucht aan de achterwand van hetapparaat wordt warm.Daarom moet de meubelombouw zoda-nig zijn geconstrueerd dat een goedeluchttoevoer en luchtafvoer gewaar-borgd zijn.Voor de luchtafvoer moet aan de ach-terkant van het apparaat een luchtaf-voerkanaal van minstens 38 mm diepteworden geplaatst.De doorsnede van de luchtafvoerope-ning moet minstens 200 cm2bedragen,zodat de warme lucht ongehinderd kanworden afgevoerd.
Is dat niet het geval,dan moet het apparaat meer presteren,wat meer stroom vergt.De lucht wordt via de sokkel van hetapparaat toegevoerd.De luchttoevoer- en luchtafvoerope-ningen mogen niet worden afgedektof geblokkeerd.Bovendien moeten ze regelmatigstofvrij worden gemaakt.Montage-instructies33
Voordat u het apparaat in-bouwt^Haal de opvulstrip, de afdichtings-band en andere toebehoren uit hetapparaat of van de achterwand vanhet apparaat.^Verwijder in geen geval de afstand-houder van de achterwand van hetapparaat.Deze zorgt voor de noodzakelijke af-stand tussen de achterwand van hetapparaat en de muur.^Verwijder de kabelhouder van deachterwand van het apparaat.^Controleer of de onderdelen aan deachterwand van het apparaat ner-gens tegenaan kunnen komen. Buigze zo nodig de andere kant op.Had uw oude apparaat eenandere scharniertechniek?Wanneer uw oude apparaat een anderescharniertechniek had kunt u toch demeubeldeur gebruiken. Verwijder in datgeval het oude beslag van de inbouw-kast.
We hebben dit niet meer nodigdaar de meubeldeur op de deur vanhet apparaat wordt gemonteerd.Alle benodigde onderdelen worden bij-gevoegd of kunnen bij de afdeling On-derdelen van Miele Nederland B.V.worden besteld.Roestvrijstalen front(Afhankelijk van het model)Heeft uw oude apparaat een anderescharniertechniek gehad en kunt of wiltu de oude meubeldeur niet meer ge-bruiken, of is uw meubeldeur om eenandere reden niet meer te gebruiken,kunt u deze door een roestvrijstalenfront vervangen.Het roestvrijstalen front kan bij de af-deling Onderdelen of bij de afdelingKlantcontacten van Miele NederlandB.V. worden besteld.Montage-instructies34
De deurscharnieren zijn vanuit de fa-briek zo ingesteld, dat de deur van hetapparaat ver open kan.Zijn er echter redenen dat de deur nietzo ver open mag, dan kunnen de deur-scharnieren worden aangepast en dedeuropeningshoek worden verkleind.Wanneer de deur van het apparaat bijvoorbeeld tegen een aangrenzendemuur slaat wanneer hij opengaat, moetde deuropeningshoek tot 90° wordenverkleind.^Plaats de bijgevoegde stiften van bo-ven in de scharnieren.De openingshoek is nu 90°.Wilt u dat de deur van het apparaatzacht open- en dichtveert, dan moet ude veerkracht van de deur vergroten.Stel de deurscharnieren met de bijge-voegde inbussleutel in.aDe deur mag niet zo ver open:^Draai de inbussleutel met de klokmee.De scharnieren zijn nu strakker inge-steld en kunnen niet meer zo veropen.bDe deur mag ver open:^Draai de inbussleutel tegen de klokin.Het instellen van de deurscharnieren36
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele K 9552 ID stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Miele
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast