Miele K 2204 S-1 Handleiding

Miele Koelkast K 2204 S-1

Bekijk gratis de handleiding van Miele K 2204 S-1 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen. Heb je een vraag over Miele K 2204 S-1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor de koelkast
K 2204 S-1
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
M.-Nr. 06 255 050

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: K 2204 S-1

Handleiding Miele K 2204 S-1 – volledige tekst

Algemeen. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 5Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Het besparen van energie. 10Het in- en uitschakelen van de koelkast. 12Bij langere afwezigheid. 12De juiste temperatuur. 13. in de koelzone. 13. in het diepvriesvak. 14Het instellen van de temperatuur. 14Het gebruik van de winterschakeling. 15Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen. 16Gedeelten met verschillende temperaturen. 16Koelste gedeelte in de koelzone. 16Minst koele gedeelte in de koelzone. 16Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen. 17Levensmiddelen afdekken of niet. 17Groenten en fruit. 17Het indelen van de binnenruimte. 18Plateaus. 18Tweedelig plateau. 18Deurvakken. 18Fleshouders. 18Het invriezen en bewaren van levensmiddelen. 19Het bewaren van diepvriesproducten. 19Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 19Waar u daarbij op moet letten.

Het reinigen van de koelkast. 24Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren. 24Het reinigen van de ventilatieroosters. 24Het reinigen van de deurdichting. 25Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant. 25Nuttige tips. 26Geluiden en de oorzaken ervan. 28Technische Dienst. 29Elektrische aansluiting. 30Tips voor het plaatsen van het apparaat. 31Plaats van opstelling. 31Klimaatklasse. 31Luchttoevoer en luchtafvoer. 31Het bevestigen van de handgreep. 31Het plaatsen van het apparaat. 32Het stellen van het apparaat. 32Het veranderen van de draairichting van de deur. 33Deur van de koelkast. 33Deurtje van het diepvriesvak. 34Het onderbouwen van het apparaat. 35Inhoud.

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte elektrische en elektroni-sche apparaten bevatten meestal nogwaardevolle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone huisafval doet, kunnen dezestoffen mens en milieu schaden.Doe het apparaat daarom in geen ge-val bij het gewone huisafval, maar leverhet in bij het inzameldepot van uw ge-meente.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.

Deze koelkast voldoet aan de voor-geschreven veiligheidsbepalingen. Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koelkast. Efficiënt gebruikDeze koelkast is uitsluitend be-stemd voor huishoudelijk gebruik. Gebruik deze koelkast uitsluitendvoor het koelen en bewaren van le-vensmiddelen, voor het bewaren vandiepvriesproducten, voor het invriezenen bewaren van verse levensmiddelenen voor het bereiden van ijs. Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening. Technische veiligheidDit apparaat bevat het koelmiddelisobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk gas dat het milieuweinig belast, maar wel brandbaar is. Het gas is niet schadelijk voor de ozon-laag en verhoogt het broeikaseffectniet, maar het gebruik van dit koelmid-del heeft er wel toe geleid dat het ap-paraat meer lawaai maakt wanneer hetaanstaat. Behalve de geluiden van decompressor kunnen er dan in het helekoelsysteem stromingsgeluiden optre-den. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat. Let er bij het transport en bij de plaat-sing van het apparaat op dat er geenonderdelen van het koelsysteem wor-den beschadigd. Vrijkomend koelmid-del kan oogletsel veroorzaken.

Hoe meer koelmiddel een koelkastbevat, des te groter moet het ver-trek zijn waarin de koelkast wordt opge-steld. Wanneer het vertrek te klein is kan zichbij een eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel-kast bevat staat op het typeplaatje inde binnenkant van het apparaat. Voordat u uw koelkast aansluitdient u altijd de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) ophet typeplaatje met die van het elektrici-teitsnet te vergelijken. Deze moeten beslist overeenkomen,omdat de koelkast anders beschadigdraakt. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. De elektrische veiligheid van dekoelkast is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten opeen aardingssysteem dat volgens degeldende veiligheidsbepalingen is ge-ïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk dat aan deze fun-damentele veiligheidsvoorwaarde isvoldaan. Laat de huisinstallatie bij twij-fel door een vakman controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die is ont-staan door een ontbrekende of bescha-digde aarddraad (bijv. een elektrischeschok). Een veilig gebruik van de koelkastis alleen dan gegarandeerd, alshet apparaat wordt gemonteerd enaangesloten volgens de instructies diein de gebruiksaanwijzing staan. Wanneer dit apparaat op eenniet-stationaire locatie (bijv. op eenboot of in een camper) moet wordengeplaatst, mag het uitsluitend door eenvakman/vakvrouw worden ingebouwden aangesloten. Hierbij moet aan allevoorwaarden voor een veilig gebruikworden voldaan. Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden als ook reparaties mo-gen alleen door erkende vakmensenworden uitgevoerd.

Er staat alleen dan geen elek-trische spanning op de koelkast alsaan één van de volgende voorwaardenis voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit het stopcontactis getrokken. Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel. De koelkast mag niet via een ver-lengsnoer op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat niet worden ge-waarborgd in verband met het gevaarvoor oververhitting. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7.

GebruikRaak ingevroren levensmiddelenniet met natte handen aan. Wanneer u dat doet zouden uw handenvast kunnen vriezen en zou u zich kun-nen verwonden. Gebruik geen elektrische appara-ten in dit apparaat, bijv. voor hetmaken van ijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex -plosie. Nuttig ijsblokjes en ijslolly’s, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat uze uit het diepvriesvak heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur vandeze producten zouden uw lippen entong kunnen vastvriezen en zou u zichkunnen verwonden. Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet op-nieuw in. Bereid deze levensmiddelenzo snel mogelijk omdat ze anders aanvoedingswaarde verliezen en beder-ven. Ontdooide levensmiddelen die al ge-kookt en gebraden zijn kunnen wel op-nieuw worden ingevroren.

Bewaar geen stoffen in de koelkastdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop enaltijd goed gesloten in de koelkast inverband met explosiegevaar. Bewaar geen blikjes en flessen inhet diepvriesvak met koolzuurhou-dende dranken of vloeistoffen die kun-nen bevriezen. De blikjes en flessen kunnen in dat ge-val uit elkaar springen, u zou zich kun-nen verwonden en er zou schade kun-nen ontstaan. Haal flessen die u in het diepvries-vak hebt gelegd om snel te koelener na maximaal één uur weer uit. Doet u dat niet kunnen ze uit elkaarspringen en zou u zich kunnen verwon-den en zou er schade kunnen ontstaan.

Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid.Behandel de deurdichting niet metolie of vet.Wanneer u dat doet dan wordt de deur-dichting in de loop van de tijd poreus.Sluit de ventilatieroosters in het ap-paraat niet af.Wanneer deze roosters geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koelkast beschadigd kunnen raken.De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Eenklimaatklasse is een kamertemperatuur-bereik waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen.De klimaatklasse van uw koelkast staataangegeven op het typeplaatje aan debinnenkant van uw apparaat.Een te lage temperatuur heeft tot ge -volg dat de koelkast voor langere tijdafslaat zodat het apparaat de vereistetemperatuur niet kan aanhouden.Gebruik voor het ontdooien en rei-nigen van de koelkast nooit eenstoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroor-zaken.Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdanktVoorkom dat kinderen zich bij hetspelen insluiten en in levensgevaarkomen.Haal de stekker uit het stopcontacten maak de aansluitkabel onbruik-baar.Beschadig geen delen van hetkoelsysteem, bijv.

door– koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;– buisleidingen om te buigen;– beschermende lagen af te krabben.Wanneer er koelmiddel uit spuit kan datoogletsel veroorzaken.Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden ge-ventileerdIn gesloten ruimten waar niet kanworden geventileerdOp een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnenOp een plaats waar de zon directop kan schijnenNiet naast een warmtebron (ver-warming, fornuis)Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hogere omgevingstempe-ratuurTemperatuurinstellingin standenInstelling van één van de middel-ste standen: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lager detemperatuur, des te hoger hetenergieverbruikTemperatuurinstellingin graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstempe-raturen lager dan 16 °C de winter-schakeling uit.Koelzone: 4 tot 5 °C0° zone: ca.

0 °CDiepvrieszone: - 18 °CDagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer datnodig is en dan nog zo kort moge-lijk.De temperatuur in het apparaatwordt hoger naarmate de deur va-ker wordt geopend en de deurlanger geopend blijft.Leg de levensmiddelen bij het in-ruimen meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgt detemperatuur.Laat warme levensmiddelen endranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nog warm,moet de motor langer werken omde vereiste temperatuur te berei-ken.Leg de levensmiddelen alleen af-gedekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemt dekoelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tus-sen de levensmiddelen kan circu-leren.Het besparen van energie10

Voor het eerste gebruik^Reinig de binnenkant van de koelkasten de toebehoren. Gebruik daarvoorlauwwarm water met een beetje reini-gingsmiddel.^Maak daarna alles met een doekdroog.Laat het apparaat nadat u het hebtgeplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uurstaan voordat u het aansluit.

Dat iszeer belangrijk voor de werking vande koelkast.Het inschakelen van de koel-kast^Draai de temperatuurregelaar vanuitstand "0" op één van de andere stan-den.Het apparaat begint te koelen.De binnenverlichting gaat aan wanneerde deur wordt geopend.Hoe hoger de stand aan de tempera-tuurregelaar, des te lager de tempera-tuur in het apparaat.Het uitschakelen van de koel-kast^Draai de temperatuurregelaar vanuitstand "1" op stand "0".De koeling en de binnenverlichting zijnuitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de koelkast vrij lange tijdniet meer gebruikt,^schakel dan het apparaat uit;^trek de stekker uit het stopcontact;^ontdooi het diepvriesvak;^reinig het apparaat en^laat de deur van het apparaat en hetdeurtje van het diepvriesvak ietsopenstaan om te voorkomen dat erluchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koelkast12

Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langer hetduurt voordat de levensmiddelen be-derven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.De temperatuur in de koelkast wordthoger, naarmate– de deur van het apparaat vakerwordt geopend en de deur langergeopend blijft;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;– de omgevingstemperatuur hoger is.De koelkast is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Een kli-maatklasse is een temperatuurbe-reik, waarbinnen de kamertempera-tuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag lig-gen.. . . in de koelzoneVoor het midden van de koelzone ad-viseren wij een koeltemperatuur van5 °C.Wilt u weten wat de koeltemperatuurongeveer is,^zet dan een glas water in het middenvan de koelkast met een thermometererin.Deze geeft na ca. 24 uur de tempera-tuur ongeveer aan.Attentie:– Gewone huisthermometers metenmeestal zeer onnauwkeurig. U kunthet beste een elektronisch meetap-paraat gebruiken.– Meet niet de luchttemperatuur die inhet apparaat heerst, want deze zegtniets over de temperatuur van de le-vensmiddelen.– U kunt de deur van de koelkast hetbeste zo min mogelijk opendoen inde tijd waarin u aan het meten bent,omdat er iedere keer warme luchtnaar binnen stroomt.De juiste temperatuur13

. . . in het diepvriesvakStel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, eentemperatuur in van . Bij deze-18 °Ctemperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeeltegestopt. Zodra de temperatuur bovende -10 °C stijgt beginnen ze te groeienen zijn de levensmiddelen minder langhoudbaar. Daarom mogen geheel ofgedeeltelijk ontdooide levensmiddelenpas weer worden ingevroren wanneerze eerst verwerkt zijn, d.w.z. eerst ge -kookt of gebraden zijn.

Door de hogetemperaturen worden de meestemicro-organismen gedood.Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur kunt u instellen met be-hulp van de temperatuurregelaar.^Draai de regelaar vanuit stand "0" opéén van de standen tussen 1 en 7.Hoe hoger de stand aan de tempera-tuurregelaar, des te lager de tempera-tuur in het apparaat.Wij adviseren één van de middelstestanden.Wanneer zich in het ingediepvriesvak -vroren producten bevinden die voorlo-pig beslist niet mogen ontdooien is hetaan te bevelen om een stand van 4 tot7 in te stellen.Deze stand is ook aan te bevelen wan-neer de deur van het apparaat erg vaakopen wordt gedaan, er grote hoeveel-heden levensmiddelen in de koelzoneworden gelegd of de omgevingstempe-ratuur hoog is.De juiste temperatuur14

Bij lage kamertemperaturen onder ofgelijk aan 18 °C slaat het apparaatminder vaak aan en daardoor kan het inhet diepvriesvak te warm worden.Dat kan ertoe leiden dat de ingevrorenproducten gaan ontdooien.Om dat te voorkomen kunt u de winter-schakeling gebruiken.Het inschakelen van de winterscha -keling^Druk op de Winterschakeling - toets.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.Het apparaat slaat vaker aan, waardoorde temperatuur in het diepvriesvakdaalt en de vereiste temperatuur is ge-waarborgd.Het uitschakelen van de winterscha -kelingZodra de kamertemperatuur hoger isdan 18 °C wordt het diepvriesvak metbehulp van de temperatuurregelaar vol-doende gekoeld en moet de winter-schakeling worden uitgeschakeld.Gebeurt dat niet wordt er onnodig veelenergie verbruikt.^Druk op de Winterschakeling - toets.Het controlelampje van deze toets gaatuit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.Het gebruik van de winterschakeling15

Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen.Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groenten- enfruitladen.Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:– vis, vlees, gevogelte;– worst, kant-en-klaar-gerechten;– levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;– alle soorten deeg;– melkproducten;– in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C.Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur.Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest.Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.Dit in verband met explosiegevaar.Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar.Zet geen culinaire olie in de deurvan het apparaat.Doet u dat wel, dan kunnen erscheuren in het kunststof materiaalvan de deur ontstaan.De levensmiddelen mogen niet metde achterwand in aanraking komen,want in dat geval kunnen ze eraanvastvriezen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen16

Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.Hiertoe behoren:– Koudegevoelig fruit en koudegevoe-lige groenten zoals bananen, avoca-do’s, papaja’s, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten enkomkommers– Fruit dat nog niet rijp is– Aardappels– Parmezaanse kaasLevensmiddelen afdekken ofniet?Bewaar levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt.Zo voorkomt u dat er levensmiddelen-luchtjes vrijkomen en op andere levens-middelen worden overgebracht.

PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Trek het plateau naar voren totdat uweerstand voelt, til het aan de voor-kant op en haal het eruit.^Zet het plateau met de achterkantnaar boven op de gewenste plek,haal de voorkant omhoog en schuifhet plateau naar binnen.De opstaande rand moet naar bovenwijzen zodat de levensmiddelen nietmet de achterwand in aanraking kun-nen komen en eraan vastvriezen.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een plateau dat uit twee delenbestaat.^Til het voorste gedeelte iets op enschuif het onder het achterste ge-deelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Deurvakken^Schuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.^Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.FleshoudersFleshouders kunt u naar rechts of linksverschuiven.Daardoor staan de flessen stevigerwanneer u de deur van het apparaatopent en sluit.Het indelen van de binnenruimte18

Het gebruik van het diepvries-vakGebruik het diepvriesvak voor– het bewaren van diepvriesproducten;– het invriezen en bewaren van kleinehoeveelheden verse levensmiddelen;– het bereiden van ijsblokjes en ijs. Het bewaren van diepvriespro-ductenWilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:– de verpakking op eventuele bescha-digingen;– de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Is deze hoger dan -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur lager is dan - 18 °C. ^Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist als u alle andere bood-schappen al in uw wagentje hebt lig-gen en vervoer ze in krantenpapier ofin een koeltas. ^Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in het diepvriesvak. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.

Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen. Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. – om in te vriezen zijn:Niet geschikt druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren.

Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken. – Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enkan aanmerkelijk langer worden be-waard. – Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz.

Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten.– Laat warme gerechten en drankeneerst buiten de koelkast afkoelen.Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is.Het verpakken van de verse levens-middelen^Vries de levensmiddelen per portiein.Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjeOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking.^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband.Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een sealap-paraat afsluiten.^Doe een sticker op de verpakkingmet inhoud en invriesdatum.Vóórdat u de verse levensmiddelenin het diepvriesvak legt^Druk enige tijd voordat u de verse le-vensmiddelen in het diepvriesvaklegt op de Winterschakeling - toets.Zie hoofdstuk: "Het gebruik van dewinterschakeling".Het wegleggen van de verse levens -middelen^Leg de in te vriezen producten overde hele breedte op de bodem vanhet diepvriesvak, zodat ze zo snelmogelijk tot in de kern worden inge-vroren.^Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen producten zijn ver-pakt droog is, zodat de productenniet aan elkaar of aan de bodem vanhet diepvriesvak vastvriezen.Zorg ervoor dat in te vriezen levens-middelen niet tegen reeds ingevro-ren levensmiddelen aan komen teliggen.Gebeurt dat wel dan kunnen reedsingevroren levensmiddelen gaanontdooien.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen20

Het ontdooien van ingevrorenproductenDat kunt u doen– in de magnetron;– in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";– bij kamertemperatuur;– in de koelzone van de koelkast;– in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal ontdooien.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd. De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuwin.

Pas nadat u deze levensmidde-len hebt gekookt of gebraden kunt uze opnieuw invriezen.Het bereiden van ijsblokjes(Afhankelijk van het model met bakjemet boutje)^Druk het boutje naar beneden en vulhet bakje voor ijsblokjes met water.Overtollig water stroomt door eenopening weg.^Druk het boutje naar boven om hetbakje te sluiten en zet het op de bo-dem van het diepvriesvak.^Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv. een lepelsteel om het los te ma-ken.^Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het snelkoelen van drankenWanneer u flessen drank in het diep-vriesvak hebt gelegd om snel te koelen,haal ze er dan na maximaal één uurweer uit.Doet u dat niet dan springen ze uit el-kaar.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen21

Het ontdooien van de koelzoneTerwijl de koelkast in werking is, kunnenzich aan de achterwand van de koelzo-ne rijp en waterpareltjes vormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelzone wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap -paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het ontdooien van het diep-vriesvakHet diepvriesvak ontdooit niet automa-tisch, daar de ingevroren levensmid-delen niet mogen ontdooien.Wanneer het vriesvak normaal in ge-bruik is, ontstaan er na verloop van tijdrijp en ijs op de verdamper.

Daardoorwordt er minder kou afgegeven enmeer stroom verbruikt.Krab de rijp- en ijslagen er niet af.Doet u dat wel, dan beschadigt u deverdamper en functioneert de koel-kast niet meer.Ontdooi het diepvriesvak van tijd tottijd, echter in ieder geval zodra zicheen ca. 5 mm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Gebruik de gelegenheid wanneer erweinig of geen producten in het vries-vak liggen.Voor het ontdooien^Haal de ingevroren producten uit hetdiepvriesvak en wikkel ze in verschil-lende lagen krantenpapier of dekens.^Bewaar de ingevroren producten opeen koele plaats, totdat het diepvries-vak weer klaar is voor gebruik.Het ontdooien van de koelkast22

Het ontdooienHandel het ontdooien zo snel moge-lijk af. Hoe langer de ingevroren pro-ducten bij kamertemperatuur wor-den bewaard, des te korter ze houd-baar zijn.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het apparaat.^Laat de deur van het diepvriesvakopen.U kunt het ontdooien versnellen dooreen pannetje op een onderzetter metheet (niet kokend) water in het vriesvakte zetten.

In dat geval kan de deur bijhet ontdooien gesloten blijven, zodatde warmte niet vrij kan komen.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in de koelkast.Doet u dat wel, dan raakt het kunst-stof beschadigd.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelenof drijfgassen bevatten die hetkunststof beschadigen of ze kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid.Na het ontdooien^Neem het dooiwater met een sponsop.^Reinig het apparaat en droog het.Er mag geen reinigingswater in de af-voeropening voor het dooiwater te-rechtkomen.^Steek de stekker in het stopcontact.^Schakel de koelkast in.^Leg de ingevroren producten weerterug in het diepvriesvak.Het ontdooien van de koelkast23

Gebruik nooit zand-, soda- , zuur- ofschuurmiddelhoudende reinigings-middelen of chemische oplosmid-delen.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,daar deze doffe plekken veroorza-ken.Let erop dat er geen water in detemperatuurregelaar of in de verlich-ting terechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.

De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Voor het reinigen^Schakel het apparaat uit door detemperatuurregelaar op "0" te draai-en.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Haal de levensmiddelen uit de koel-kast en bewaar ze op een koeleplaats.^Ontdooi het diepvriesvak.^Haal alle toebehoren uit de koelkastdie kunnen worden verwijderd.Het reinigen van de buitenkant,de binnenruimte en de toebe-horen^Reinig de buitenkant, de binnenruim-te en de toebehoren van de koelkastminstens één keer in de maand.^Reinig het diepvriesvak iedere keerna het ontdooien.^Gebruik daarvoor lauwwarm watermet wat reinigingsmiddel.^Reinig de toebehoren met de hand.Het botervak kan in de afwasauto-maat.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater regelmatigmet een wattenstaafje of iets derge-lijks, zodat het dooiwater altijd onge-hinderd weg kan lopen.^Neem buitenkant, binnenruimte entoebehoren met helder water af enwrijf alles met een doek droog.^Laat de deur van de koelkast kortetijd openstaan.Het reinigen van de ventilatie-roosters^Reinig de ventilatieroosters regelma-tig met een kwast of een stofzuiger.Wanneer zich stof ophoopt wordt er on-nodig energie verbruikt.Het reinigen van de koelkast24

Doet u dat wel, dan wordtde deurdichting in de loop van detijd poreus.^Reinig de deurdichting regelmatig al-leen met helder water en wrijf dezedaarna met een doek grondig droog.Het reinigen van het metalenrooster aan de achterkantHet metalen rooster aan de achterkantvan het apparaat (warmtewisselaar)moet minstens eenmaal in het jaar vanstof worden ontdaan.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig veel energie verbruikt.Let er bij het reinigen van het meta-len rooster op dat er geen kabels ofandere onderdelen worden afge-scheurd, geknikt of beschadigd.Na het reinigen^Plaats alle toebehoren weer terug inde koelkast.^Steek de stekker weer in het stopcon-tact.^Schakel het apparaat met behulp vande temperatuurregelaar weer in.^Plaats de levensmiddelen weer terugin de koelkast.^Sluit de deur van de koelkast.Het reinigen van de koelkast25

Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Gebeurt dit nietdan kan de gebruiker grote risico’slopen.Een aantal storingen kunt u echter zelfverhelpen.Wat moet u doen, wanneer . . .. . . de koelkast niet koelt?^Controleer of:– de temperatuurregelaar op een an-dere stand staat dan "0";– de stekker stevig in het stopcontactzit;– de hoofdschakelaar van de elektri-sche huisinstallatie is ingeschakeld.Is dit wel het geval, neem dan con-tact op met de Technische Dienstvan Miele Nederland B.V.. . .

de temperatuur in de koelzone telaag is?^Zet de temperatuurregelaar op eenlagere stand (hogere temperatuur).^Controleer of– het deurtje van het diepvriesvakgoed gesloten is;– de winterschakeling is ingeschakeld;– er een vrij grote hoeveelheid levens-middelen ineens is ingevroren.Wanneer een grote hoeveelheid le-vensmiddelen ineens wordt ingevro-ren is de koelkast heel lang in wer-king en daalt de temperatuur in dekoelzone automatisch.Daarom moet er nooit meer dan 2 kglevensmiddelen ineens worden inge-vroren.. . .

de koelkast vaker en voor langeretijd aanslaat?^Controleer of:– de ventilatieroosters zijn geblokkeerden of er veel stof inzit;– het metalen rooster (warmtewisse-laar) aan de achterkant van het ap-paraat stoffig is;– u de deur van de koelkast vaak openen dicht heeft gedaan;– u het deurtje van het diepvriesvakvaak open en dicht heeft gedaan;– er grote hoeveelheden verse levens-middelen zijn ingevroren;– de deur van de koelkast goed sluit;– het deurtje van het diepvriesvakgoed sluit;– er zich in het diepvriesvak een vrijdikke ijslaag bevindt.Klopt dat, ontdooi dan het diepvries-vak.Nuttige tips26

. . . de in het diepvriesvak opgeslagenlevensmiddelen ontdooien, doordathet in het diepvriesvak te warm is?^Controleer of de kamertemperatuuronder de klimaatklasse van het appa-raat ligt.Is dit zo, verhoog dan de kamertem-peratuur of schakel de winterschake-ling in.Wanneer de kamertemperatuur te laagis, slaat de koelkast minder vaak aanen kan het in het diepvriesvak te warmworden.. . . de ingevroren producten vastge-vroren zijn?^Maak de ingevroren producten meteen stomp voorwerp, bijv. met een le-pelsteel los.. . . zich in het diepvriesvak een vrijdikke ijslaag bevindt?^Controleer of het deurtje van hetdiepvriesvak goed sluit.^Ontdooi het diepvriesvak en reinighet.Door een dikke ijslaag vermindert dekoelcapaciteit waardoor het stroomver-bruik stijgt.. . .

de binnenverlichting in de koelzo-ne niet meer functioneert?^Controleer of:– de lichtschakelaar klemt;– de temperatuurregelaar op een an-dere stand staat dan op "0".Zo ja, dan is het gloeilampje kapot.^Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van deelektrische huisinstallatie uit.^Pak de lampafdekking aan de achter-kant vast, druk de zijkant omhoog aen trek de lampafdekking eraf .b^Vervang het gloeilampje.Aansluitgegevens van het lampje:220 - 240 V, max. 15 W, fitting E 14^Schuif de lampafdekking er weer open klik deze vast.. . .

de bodem van de koelzone nat is?De afvoeropening voor het dooiwater isverstopt.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater.Kunt u een storing ook met boven-genoemde tips niet verhelpen, roepdan de hulp in van de TechnischeDienst.Open als het mogelijk is het deurtjevan het diepvriesvak en de koelkast-deur niet vóórdat de storing is ver-holpen. Op deze manier houdt u hetkoudeverlies zo gering mogelijk.Nuttige tips27

Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan?Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan-neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen vande koelvloeistof die door de leidingen stroomt.Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat demotor in- of uitschakelt.Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen-de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver-oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa-raat.Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.Geluiden die makkelijk teverhelpen zijnWat is de oorzaak van deze geluiden en wat kuntu daartegen doen?Klapperende en rammelende ge-luidenHet apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulpvan een waterpas.

Gebruik de stelvoeten onder het apparaat ofleg er iets onder.Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan:Schuif het apparaat een eindje weg.Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde-len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet zeweer goed.In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpentegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaaraankomen.De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant vanhet apparaat: Verwijder de kabelhouder.Geluiden en de oorzaken ervan28

Neem bij storingen die u niet zelf kuntverhelpen contact op met– uw Miele-handelaarof– met de Technische Dienst van MieleNederland B.V.De telefoonnummers van diverse afde-lingen en het adres van Miele Neder-land B.V. vindt u op de achterzijde vandeze gebruiksaanwijzing.Geef bij het inschakelen van de Tech-nische Dienst altijd het type en hetnummer van het apparaat door.Beide gegevens vindt u op het type-plaatje in de binnenruimte van het ap-paraat.Voor informatie over het Miele ServiceVerzekering Certificaat kunt u zichwenden tot uw Miele-vakhandelaar ofde bijgevoegde folder raadplegen.Technische Dienst29

Dit apparaat mag alleen door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten.Dit apparaat is voorzien van een aan-sluitkabel en een stekker met randaar-de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz220 - 240 V.Dit apparaat mag uitsluitend wordenaangesloten op een contactdoos metrandaarde.Het is het beste wanneer de contact -doos zich naast het apparaat bevindten u er gemakkelijk bij kunt.Dit apparaat mag uitsluitend op eenhuisinstallatie worden aangesloten dievolgens NEN 1010 is geïnstalleerd.De installatiegroep dient met een10 A-zekering te worden gezekerd.In de EU-richtlijnen geeft men ter verho-ging van de veiligheid het advies omde huisinstallatie van een aardlekscha-kelaar te voorzien.Het is niet toegestaan het apparaat meteen verlengsnoer op het elektriciteitsnetaan te sluiten.Met verlengsnoeren kan een veilig ge-bruik van het apparaat namelijk nietworden gewaarborgd in verband methet gevaar voor oververhitting.Moet er aan de aansluiting op het elek-triciteitsnet of aan de aansluitkabel ietsworden veranderd dan mag dat uitslui -tend door een erkend bedrijf gebeuren.Elektrische aansluiting30

Zet geen apparaten op uw kast diewarmte afgeven, zoals broodroos-ters of magnetrons.Doet u dat wel dan wordt er onnodigveel energie verbruikt.Plaats van opstellingKies geen plaats direct naast een for-nuis, een verwarming of in de buurt vaneen raam waar de zon direct doorheenkan schijnen.Hoe hoger de omgevingstemperatuuris, des te langer het apparaat staat teronken en des te hoger het stroomver-bruik is.Geschikt is een droge ruimte waar kanworden geventileerd.KlimaatklasseHet apparaat is geconstrueerd vooreen bepaalde klimaatklasse.

Een kli-maatklasse is een kamertemperatuur-bereik waarbinnen de temperatuur zichmoet bewegen en waar deze niet bo-ven of onder mag liggen.De klimaatklasse van het apparaatstaat aangegeven op het typeplaatjeaan de binnenkant van uw apparaat.Klimaatklasse KamertemperatuurSNNSTT+10 °C tot +32 °C+16 °C tot +32 °C+18 °C tot +38 °C+18 °C tot +43 °CEen te lage kamertemperatuur heeft totgevolg dat het apparaat voor langeretijd afslaat.Dat heeft weer tot gevolg dat de tempe-raturen in het apparaat te hoog zijn.Dat kan er zelfs toe leiden dat de inge-vroren producten gaan ontdooien.Luchttoevoer en luchtafvoerDe lucht aan de achterwand van hetapparaat wordt warm.Om een goede luchttoevoer en luchtaf-voer mogelijk te maken mogen de ven-tilatieroosters niet geblokkeerd zijn.De ventilatieroosters moeten bovendienregelmatig stofvrij worden gemaakt.Het bevestigen van de hand-greepWanneer u de draairichting van de deurniet hoeft te veranderen kunt u nu dehandgreep aan de deur van het appa-raat schroeven.^Maak de handgreep met deaschroeven op de deurgaten vast.b^Plaats de bijgevoegde afdekkapjescop de schroeven.Tips voor het plaatsen van het apparaat31

Het plaatsen van het apparaat^Haal eerst de kabelhouder van deachterkant van het apparaat af.^Controleer of alle delen aan de ach-terwand van het apparaat nergenstegenaan kunnen komen.Buig eventueel in de weg zittendedelen voorzichtig weg.^Schuif het apparaat voorzichtig op dedaarvoor bestemde plaats.Het stellen van het apparaat^Stel het apparaat stevig en waterpasvia de stelvoeten met de bijgevoegdesteeksleutel.Tips voor het plaatsen van het apparaat32

De koelkast wordt geleverd met eenrechtsscharnierende deur.Moet de deur linksscharnierend zijn,verander dan de draairichting van dedeur.Deur van de koelkast^Schroef wanneer de deur van dekoelkast nog gesloten is de hoek-scharnier eruit, laat de deur ietsazakken en haal hem eraf.^Haal de scharnierbout uit de hoekb-scharnier en schroef hem in het twee-de gat van de hoekscharnier.^Haal de afdekking eraf en sluitcdaarmee de vrijgekomen gaten aande andere kant af.^Schroef de scharnierbout aan de bo-venkant eruit en schroef de bout erdaan de andere kant weer aan.^Haal de stop uit het deurscharniere-blok en zet hem er aan de anderekant weer in.^Haal de stopjes eruit en schroeffde deurgreep eraf.gZet de deurgreep en de stopjes eraan de andere kant weer aan.^Verwijder de deursteun door dezehgoed vast te pakken en met krachtopzij te drukken.Voor een linksscharnierende deur isde deursteun niet meer nodig.Voor het geval de deur echter weerrechtsscharnierend moet zijn, moetde deursteun op dezelfde plaatsweer worden aangebracht.^Plaats de deur van de koelkast op debovenste scharnierbout en sluit deddeur.^Zet de onderste scharnierbout metbde hoekscharnier in het daarvoorabestemde gat aan de onderkant vande deur van de koelkast en schroefde hoekscharnier aan de ommante-ling vast.^Stel de deur van de koelkast met be-hulp van de sleufgaten in de hoek-scharnier en draai alle schroeven ste-vig aan.Het veranderen van de draairichting van de deur33

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele K 2204 S-1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden