Miele KD 12612 S Handleiding

Miele Koelkast KD 12612 S

Bekijk gratis de handleiding van Miele KD 12612 S (44 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 45 mensen. Heb je een vraag over Miele KD 12612 S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/44
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor de koel-vriescombinaties
KD 12612 S
KD 12813 S
Leesde gebruiksaanwijzingbeslist
voordat uuw apparaaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat isveiliger voor uzelf en uvoorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 07 285 610
nl - NL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Koelkast
Model: KD 12612 S
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Deurscharnieren: Rechts
Gewicht: 61500 g
Breedte: 550 mm
Diepte: 628 mm
Hoogte: 1600 mm
Netbelasting: - W
Geluidsniveau: 40 dB
Jaarlijks energieverbruik: 241 kWu
Energie-efficiëntieklasse (oud): A+
Brutocapaciteit vriezer: - l
Nettocapaciteit vriezer: 54 l
Vriescapaciteit: 4 kg/24u
Draairichting deur verwisselbaar: Ja
Nettocapaciteit koelkast: 199 l
Brutocapaciteit koelkast: - l
Koelkast binnenverlichting: Ja
Soort lamp: LED
Aantal planken koelkast: 4
Aantal groente lades: 2
Vriezer positie: Onder
Bewaartijd bij stroomuitval: 25 uur
Aantal planken vriezer: 4
Aantal sterren: 4*
Totale nettocapaciteit: 253 l
Eierenrekje: Ja
Flessenrek: Ja
Automatisch ontdooien (koelkast): Ja
Totale brutocapaciteit: - l
Plankmateriaal: Gehard glas
Koelkastdeurvakken: 2
Stroombron: Electrisch
Stroomgebruik per dag: 0.658 kWh/24u
Stroom: 10 A
Minimum operationele temperatuur: 10 °C
Maximale temperatuur (in bedrijf): 38 °C
Klimaatklasse: SN-ST
Water dispenser: Nee
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz

Handleiding Miele KD 12612 S – volledige tekst

Beschrijving van het apparaat. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Het besparen van energie. 12Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie. 13Bij langere afwezigheid. 13De juiste temperatuur. 14. in de koelzone. 14. in de diepvrieszone. 15Het instellen van de temperatuur. 15Winterschakeling. 16Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen. 17Gedeelten met verschillende temperaturen. 17Koelste gedeelte in de koelzone. 17Minst koele gedeelte in de koelzone. 17Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen. 18Waar u bij het kopen van levensmiddelen al op moet letten. 18Levensmiddelen afdekken of niet. 18Groenten en fruit. 18Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen. 19Eiwitrijke levensmiddelen. 19Vlees. 19Het indelen van de binnenruimte. 20Plateaus. 20Tweedelig plateau. 20Deurvakken. 20Fleshouder.

Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 22Waar u daarbij op moet letten. 22Het verpakken. 22Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt. 23Het inruimen. 23Na het inruimen. 23Grote stukken vlees. 23Het ontdooien van ingevroren producten. 24Het bereiden van ijsblokjes. 24Het snelkoelen van dranken. 24Het ontdooien van de koel-vriescombinatie. 25Het ontdooien van de koelzone. 25Het ontdooien van de diepvrieszone. 25Het reinigen van de koel-vriescombinatie. 27Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren. 27Het reinigen van de ventilatieroosters. 28Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant. 28Het reinigen van de deurdichtingen. 28Nuttige tips. 29Geluiden en de oorzaken ervan. 32Afdeling Klantcontacten / Garantie. 33Elektrische aansluiting. 34Tips voor het plaatsen van het apparaat. 35Plaats van opstelling. 35Klimaatklasse.

35Luchttoevoer en luchtafvoer. 35Het plaatsen van het apparaat. 36Het stellen van het apparaat. 36Afmetingen van het apparaat. 37Het veranderen van de draairichting van de deuren. 38Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie. 41Inhoud.

aBoter- en kaasvakbPlateauscDeurvak voor eierendAan/Uit - schakelaar / Temperatuur-regelaar,binnenverlichting enwinterschakelingeDeurvakfGootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwatergGroente- en fruitvakkenhFleshouder*iDeurvak voor flessenjDiepvriesladen* Afhankelijk van het modelBeschrijving van het apparaat5

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte elektrische en elektroni-sche apparaten bevatten meestal nogwaardevolle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone huisafval doet, kunnen dezestoffen mens en milieu schaden.Doe het apparaat daarom in geen ge-val bij het gewone huisafval, maar leverhet in bij het inzameldepot van uw ge-meente.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.

Deze koel-vriescombinatie voldoetaan de voorgeschreven veiligheids-maatregelen.Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de plaatsing, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.Efficiënt gebruik~Deze koel-vriescombinatie is uitslui-tend bestemd voor huishoudelijk ge-bruik.~Gebruik deze koel-vriescombinatieuitsluitend voor het koelen en bewarenvan levensmiddelen, voor het bewarenvan diepvriesproducten, voor het invrie-zen en bewaren van verse levensmid-delen en voor het bereiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.~Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan de koel-vriescombinatie niet instaat zijn om het apparaat veilig te be-dienen, mogen deze koel-vriescombi-natie alleen gebruiken als ze onder toe-zicht staan van of worden geïnstrueerddoor een verantwoordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huiszijn~Kinderen mogen de koel-vriescom-binatie alleen dan zonder toezicht ge-bruiken, wanneer ze weten hoe het ap-paraat werkt en wat voor gevaar zij lo-pen wanneer ze de koel-vriescombina-tie fout bedienen.~Wanneer er kinderen in de buurt vande koel-vriescombinatie zijn, houd zedan goed in de gaten.Zorg ervoor dat ze niet met het appa-raat gaan spelen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7

Technische veiligheid~Controleer vóórdat de koel-vries-combinatie wordt geplaatst, of het ap-paraat zichtbaar beschadigd is. Een beschadigde koel-vriescombinatiemag niet worden geplaatst en niet ingebruik genomen. ~Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet deze door een erkendvakman / vakvrouw worden vervangen. ~Deze koel-vriescombinatie bevat hetkoelmiddel isobutaan (R600a). Dit iseen natuurlijk gas dat het milieu weinigbelast, maar wel brandbaar is. Het gasis niet schadelijk voor de ozonlaag enversterkt het broeikaseffect niet, maarhet gebruik van dit koelmiddel heeft erwel toe geleid dat het apparaat meerlawaai maakt wanneer het aanstaat. Be-halve de geluiden van de compressorkunnen er dan in het hele koelsysteemstromingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat.

Let er bij het transport en bij de plaat-sing van de koel-vriescombinatie opdat er geen onderdelen van het koel-systeem worden beschadigd. Vrijko-mend koelmiddel kan oogletsel veroor-zaken. Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:– vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,– trek de stekker uit het stopcontact,– lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minutenlang door– en neem contact op met de afdelingKlantcontacten. ~Hoe meer koelmiddel een koel-vries-combinatie bevat, des te groter moethet vertrek zijn waarin dit apparaatwordt opgesteld. Is het vertrek te klein, dan kan zich bijeen eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel--vriescombinatie bevat staat op het ty-peplaatje in de binnenkant van het ap-paraat.

~Een veilig gebruik van de koel-vries-combinatie is alleen dan gegaran-deerd, wanneer het apparaat wordt ge-monteerd en aangesloten volgens deinstructies die in de gebruiksaanwijzingstaan.

~Vergelijk vóórdat u de koel-vries-combinatie aansluit de aansluitgege-vens (zekering, spanning en frequentie)op het typeplaatje met die van het elek-triciteitsnet. Deze moeten beslist over-eenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. ~Deze koel-vriescombinatie mag nietop het elektriciteitsnet worden aange-sloten via meervoudige stopcontactenof via verlengsnoeren die daarvoor nietgeschikt zijn. Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaarvoor oververhitting. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

~De elektrische veiligheid van dekoel-vriescombinatie is uitsluitend ge-garandeerd als deze wordt aangeslo-ten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende veiligheidsbepalin-gen is geïnstalleerd.Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw inspecteren.De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv.

een elektri-sche schok).~Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden, als ook reparaties mogenalleen door een erkend vakman / vak-vrouw worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan kan de gebruikerrisico's lopen waarvoor de fabrikant nietaansprakelijk is.~Reparaties mogen tijdens de garan-tieperiode alleen door een technicusvan Miele worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, vervalt de garantie.~Bij installatie- en onderhoudswerk-zaamheden, als ook bij reparaties mager geen elektrische spanning op dekoel-vriescombinatie staan.Daarvan is alleen sprake als aan éénvan de volgende voorwaarden is vol-daan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit het stopcontactis getrokken.Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel.~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen.

Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen, datzij volledig voldoen aan de veiligheids-eisen die wij stellen aan onze appara-ten en onderdelen daarvan.~Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot ofin een camper) moet worden geplaatst,mag het uitsluitend door een vakman /vakvrouw worden ingebouwd en aan-gesloten.Hierbij moet aan alle voorwaarden vooreen veilig gebruik worden voldaan.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Veilig gebruik~Raak ingevroren levensmiddelenniet met natte handen aan. Doet u dat wel, dan zouden uw handenvast kunnen vriezen en zou u zich kun-nen verwonden. ~Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat u ze uitde diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur vandeze producten zouden uw lippen entong kunnen vastvriezen en zou u zichkunnen verwonden. ~Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snelmogelijk omdat ze anders aan voe-dingswaarde verliezen en bederven. Ontdooide levensmiddelen die al ge-kookt en gebraden zijn kunnen wel op-nieuw worden ingevroren. ~Het eten van levensmiddelen dieover de uiterste houdbaarheidsdatumheen zijn kan tot een levensmiddelen-vergiftiging leiden. Neem de houdbaarheidsdatum in achtdie de levensmiddelenfabrikant aan-geeft.

De bewaartijd hangt van verschil-lende factoren af, zoals de versheid ende kwaliteit van de levensmiddelen ende koelkasttemperatuur. ~Bewaar geen stoffen in de koel-vriescombinatie die drijfgassen of an-dere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. ~Gebruik geen elektrische apparatenin deze koel-vriescombinatie, bijv. voorhet maken van ijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex-plosie. ~Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en altijdgoed gesloten in de koel-vriescombina-tie in verband met explosiegevaar. ~Bewaar geen blikjes en flessen in dediepvrieszone die koolzuurhoudendedranken bevatten of vloeistoffen diekunnen bevriezen.

~Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Doet u dat wel, dan worden de deur-dichtingen in de loop van de tijd po-reus. ~Sluit de roosters in het apparaat nietaf. Wanneer deze roosters geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koel-vriescombinatie beschadigdkunnen raken. ~De koel-vriescombinatie is gecon-strueerd voor een bepaalde klimaat-klasse. Een klimaatklasse is een kamer-temperatuurbereik waarbinnen de tem-peratuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw koel-vriescom-binatie staat aangegeven op het type-plaatje aan de binnenkant van uw ap-paraat. Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat de koel-vriescombinatie voorlangere tijd afslaat zodat het apparaatde vereiste temperatuur niet kan aan-houden.

~Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappara-ten of kaarsen in de koel-vriescombina-tie. Doet u dat wel, dan raakt het kunststofbeschadigd. ~Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid. ~Bevinden zich vet- of oliehoudendelevensmiddelen in de koel-vriescombi-natie, let er dan op dat er geen vet ofolie uitloopt. Wanneer dat in aanraking komt met hetkunststof van het apparaat, kunnen erscheuren in het kunststof ontstaan. ~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van de koel-vriescombinatie nooiteen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroorza-ken.

Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdankt~Maak het slot onbruikbaar. U voorkomt daarmee dat kinderen zichbij het spelen opsluiten. ~Beschadig geen delen van het koel-systeem, bijv.

door– koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;– buisleidingen om te buigen;– beschermende lagen af te krabben. Wanneer er koelmiddel uit spuit kan datoogletsel veroorzaken. Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11.

Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden geventi-leerdIn gesloten ruimten waar nietkan worden geventileerdOp een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnenOp een plaats waar de zon di-rect op kan schijnenNiet naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hogere omgevingstem-peratuurTemperatuurinstellingin standenInstelling van één van de middelstestanden: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lagerde temperatuur, des te hogerhet energieverbruikTemperatuurinstellingin graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstem-peraturen lager dan 16 °C dewinterschakeling uit.Koelzone: 4 tot 5 °C0° zone: ca.

0 °CDiepvrieszone: - 18 °CDagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer datnodig is en dan nog zo kort moge-lijk.De temperatuur in het apparaatwordt hoger naarmate de deurvaker wordt geopend en dedeur langer geopend blijft.Leg de levensmiddelen bij het inrui-men meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgtde temperatuur.Laat warme levensmiddelen endranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nogwarm, moet de motor langerwerken om de vereiste tempera-tuur te bereiken.Leg de levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemtde koelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tussende levensmiddelen kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wan-neer er een ijslaag van 1 cm in zit.Een ijslaag in het diepvries-gedeelte bemoeilijkt het invrie-zen en bewaren van productenin dit gedeelte.

Voor het eerste gebruikDe roestvrijstalen lijsten aan de deur-vakken en de plateaus zijn voorzien vaneen folie die dient ter bescherming vanhet apparaat tijdens het transport.^Reinig de binnenkant van de koel-vriescombinatie en de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm watermet een beetje reinigingsmiddel.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.^Trek de beschermfolie van de roest-vrijstalen lijsten af.Laat het apparaat na transport ca.1/2 tot 1 uur staan voordat u hetaansluit.Dat is zeer belangrijk voor een goe-de werking van de koel-vriescombi-natie.Het inschakelen van de koel-vriescombinatie^Draai de Aan / Uit - schakelaar / tem-peratuurregelaar vanuit stand "0"naar rechts.Hoe hoger de stand, des te lager detemperatuur in het apparaat.Het apparaat begint te koelen.Wanneer de deur wordt geopend gaatde binnenverlichting aan.Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in het apparaat legt kunt u hetapparaat het beste een paar uur latenvoorkoelen.Het uitschakelen van de koel-vriescombinatie^Draai de Aan / Uit - schakelaar / tem-peratuurregelaar vanuit stand "1" te-rug op stand "0".Daarbij moet u enige weerstandvoelen.De koeling en de binnenverlichting zijnuitgeschakeld.Bij langere afwezigheidWanneer u de koel-vriescombinatie vrijlange tijd niet meer gebruikt, doe danhet volgende.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Ontdooi de diepvrieszone.^Reinig het apparaat.^Laat de deuren van het apparaat eneen beetje openstaan om te voor-komen dat er luchtjes ontstaan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie13

Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langer hetduurt voordat de levensmiddelen be-derven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.De temperatuur in de koel-vriescombi-natie wordt hoger, naarmate– de deuren van het apparaat vakerworden geopend en langer geopendblijven;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;– de omgevingstemperatuur hoger is.De koel-vriescombinatie is gecon-strueerd voor een bepaalde klimaat-klasse.

Een klimaatklasse is een tem-peratuurbereik, waarbinnen de ka-mertemperatuur zich moet bewegenen waar deze niet boven of ondermag liggen.. . . in de koelzoneVoor het midden van de koelzone advi-seren wij een koeltemperatuur van .4 °CWilt u weten wat de koeltemperatuurongeveer is,^zet dan een glas water in het middenvan de koel-vriescombinatie met eenthermometer erin.Deze geeft na ca. 24 uur de tempera-tuur ongeveer aan.Attentie:– Gewone huisthermometers metenmeestal zeer onnauwkeurig. U kunthet beste een elektronisch meetap-paraat gebruiken.– Meet niet de luchttemperatuur die inhet apparaat heerst, want deze zegtniets over de temperatuur van de le-vensmiddelen.– U kunt de deuren van de koel-vries-combinatie het beste zo min mogelijkopendoen in de tijd waarin u aan hetmeten bent, omdat er iedere keerwarme lucht naar binnen stroomt.De juiste temperatuur14

. . . in de diepvrieszone(afhankelijk van het model)Stel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, eentemperatuur in van . Bij deze-18 °Ctemperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeeltegestopt.Zodra de temperatuur boven de -10 °Cstijgt beginnen ze te groeien en zijn delevensmiddelen minder lang houdbaar.Daarom mogen geheel of gedeeltelijkontdooide levensmiddelen pas weerworden ingevroren wanneer ze eerstverwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt ofgebraden zijn.

Door de hoge tempera-turen worden de meeste micro-organis-men gedood.Het instellen van de tempera-tuurDe temperatuur kunt u instellen met be-hulp van de temperatuurregelaar.^Draai de regelaar vanuit stand "0" opéén van de standen tussen 1 en 7.Hoe hoger de stand aan de tempera-tuurregelaar, des te lager de tempera-tuur in het apparaat.Wij adviseren één van de middelstestanden.Wanneer zich in de indiepvrieszone -gevroren producten bevinden die voor-lopig beslist niet mogen ontdooien, ishet aan te bevelen om een stand van 4tot 7 in te stellen.Deze stand is ook aan te bevelen wan-neer– de deuren van het apparaat erg vaakopen worden gedaan,– er grote hoeveelheden levensmid-delen in de koelzone worden gelegd– of de omgevingstemperatuur hoogis.De juiste temperatuur15

Bij lage kamertemperaturen van 18 °Cof daaronder slaat het apparaat min-der vaak aan en daardoor kan het indet diepvrieszone te warm worden.Dat kan ertoe leiden dat de ingevrorenproducten gaan ontdooien.Om dat te voorkomen kunt u de winter-schakeling gebruiken.Het inschakelen van de winterscha-keling^Druk de tuimelschakelaar voor dewinterschakeling op "1".Het apparaat slaat vaker aan, waardoorde temperatuur in det diepvrieszonedaalt en de vereiste temperatuur is ge-waarborgd.Het uitschakelen van de winterscha-kelingZodra de kamertemperatuur hoger isdan 18 °C, wordt de diepvrieszone metbehulp van de temperatuurregelaar vol-doende gekoeld en moet de winter-schakeling worden uitgeschakeld.Gebeurt dat niet, dan wordt er onnodigveel energie verbruikt.^Druk de tuimelschakelaar voor dewinterschakeling op "0".De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.Winterschakeling16

Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen.Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groente- enfruitladen.Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:– vis, vlees, gevogelte;– worst, kant-en-klaar-gerechten;– levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;– alle soorten deeg;– melkproducten;– in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C.Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur.Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest.Bewaar geen stoffen in het apparaatdie drijfgassen of andere verstui-vingsmiddelen bevatten.Dit in verband met explosiegevaar.Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar.Wanneer er in de koelzone vet- ofoliehoudende levensmiddelen zijnopgeslagen, zorg er dan voor dateventueel vrijkomend vet of olie nietmet de kunststof onderdelen van hetapparaat in aanraking komt.Vet en olie kunnen scheuren in hetkunststof veroorzaken.De levensmiddelen mogen niet metde achterwand in aanraking komen,want in dat geval kunnen ze eraanvastvriezen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen17

Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.Hiertoe behoren:– Koudegevoelig fruit en koudegevoe-lige groenten zoals bananen, avoca-do’s, papaja’s, passievruchten, au-bergines, paprika, tomaten enkomkommers– Fruit dat nog niet rijp is– Aardappels– Parmezaanse kaasWaar u bij het kopen van le-vensmiddelen al op moetlettenLevensmiddelen blijven langer be-waard naarmate ze verser zijn op hetmoment dat ze in de koelzone wordengelegd. De versheid is bepalend voorde bewaartijd.Het is daarom belangrijk dat de tijd tus-sen het kopen en het inruimen van le-vensmiddelen zo kort mogelijk is. Laatze daarom niet te lang in een warmeauto liggen.

Te-vens voorkomt u dat de levensmiddelenuitdrogen en dat mogelijk aanwezigebacteriën zich verspreiden.Wanneer u de juiste temperatuur instelten de koelzone regelmatig reinigt ver-meerderen bacteriën zoals salmonella’szich minder snel.Groenten en fruitGroenten en fruit kunnen echter onver-pakt in de groente- en fruitladen wor-den bewaard.Let er echter op dat niet alle groente-en fruitsoorten samen in één lade kun-nen worden bewaard.In de eerste plaats kunnen smaak engeur worden overgedragen (zo nemenwortels snel de smaak en geur van uienaan) en in de tweede plaats zijn er le-vensmiddelen die een natuurlijk gas(ethyleen) afscheiden, waar andere le-vensmiddelen heel gevoelig op reage-ren en daardoor veel sneller bederven.– Voorbeelden van groenten en fruitdie veel natuurlijke gassen af-scheiden:Bonen, appels, abrikozen, peren,nectarines, perziken, pruimen,avocado’s, vijgen, bosbessen enmeloenen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen18

Daarmee voorkomt u dat ermicrobiologische veranderingen optre-den en er ziektekiemen ontstaan.Eiwitrijke levensmiddelenHoe meer levensmiddelen bevateiwit -ten, des te sneller bederven ze.Dat betekent dat schaaldieren snellerbederven dan vis en dat vis weer snel-ler bederft dan vlees.VleesBewaar onverpakt.vleesIs het vlees verpakt of zit het in eenbakje, open dan verpakking of bakje.Het oppervlak van het vlees wordt dansneller droog, de kans dat zich ziekte-kiemen vormen wordt dan kleiner enhet vlees is dan langer houdbaar.Er zijn bepaalde vleessoorten die nietonverpakt bij elkaar kunnen worden be-waard. Gebeurt dat wel dan dragen devleessoorten ziektekiemen over en be-derft het vlees eerder dan nodig is.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen19

PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Til het plateau iets op.^Trek het iets naar voren.^Til het met de uitsparing over deplateauribben heen.^Verplaats het naar boven of naar be-neden.De opstaande rand die aan de achter-kant zit moet naar boven wijzen, zodatde levensmiddelen niet met de achter-wand in aanraking kunnen komen eneraan vastvriezen.Met stopjes wordt voorkomen dat deplateaus er per ongeluk uit worden ge-trokken.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een glasplateau dat uit tweedelen bestaat.^Til het voorste gedeelte iets op enschuif het onder het achterste ge-deelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Wanneer u de twee gedeelten wilt ver-plaatsen, doe dan het volgende.^Haal ze uit het apparaat.^Plaats de beide plateauhouders aanweerszijden op de gewenste hoogteop de plateauribben.^Schuif eerst het gedeelte met de op-staande rand op de houders en deribben, daarna het andere gedeelte.Deurvakken^Schuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.^Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.Fleshouder(Afhankelijk van het model)De fleshouder kunt u naar rechts oflinks verschuiven.Daardoor staan de flessen steviger alsu de deur van het apparaat opent ensluit.Wanneer u de fleshouder wilt schoon-maken adviseren wij u deze er hele-maal uit te halen.^Schuif de rand aan de voorkant vande fleshouder naar boven en klik defleshouder eruit.Het indelen van de binnenruimte20

Maximale vriescapaciteitDe maximale vriescapaciteit mag nietworden overschreden, omdat levens-middelen het best zo snel mogelijk totin de kern kunnen worden ingevroren. De maximale vriescapaciteit binnen 24uur vindt u op het typeplaatje "Vriesca-paciteit. kg/24 h". Dit vermogen isberekend volgens de norm DIN EN ISO15502. Het bewaren van diepvriespro-ducten^Wilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:– de verpakking op eventuele bescha-digingen;– de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Komt deze boven de -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur -18 °C is. ^Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas.

^Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in de diepvrieszone. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi -de levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen. Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden. Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaan krimpen. Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vocht dateerder vrijkwam in de cellen terug. Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen. Dat zietu aan de grote waterplas die zich omde levensmiddelen vormt wanneerdeze ontdooien.

Wanneer de levensmiddelen ontdooienkan de kleine hoeveelheid vocht dievrijgekomen is naar de cellen terugke-ren. Dat betekent dat de levensmid-delen weinig vocht verliezen. Er vormtzich slechts een kleine waterplas om delevensmiddelen wanneer deze ontdooi-en. Het invriezen en bewaren van levensmiddelen21.

Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. – om in te vriezen zijn:Niet geschiktdruiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren. Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.

– Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enkan aanmerkelijk langer worden be-waard. – Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aanelkaar vastvriezen. – Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente vóór hetinvriezen niet. Kruid en zout reeds bereide ge-rechten voor het invriezen slechtslicht. Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten. – Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is. Het verpakken^Vries de levensmiddelen per portiein.

Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjeOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking. ^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband. Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een sealap-paraat afsluiten.

Vóórdat u de verse levensmiddelenin de diepvrieszone legt^Stel 24 uur voor het inruimen met detemperatuurregelaar een gemiddeldeof lage temperatuur in.^Schakel enige tijd voor het inruimende winterschakeling in.Zie hoofdstuk: "Winterschakeling".De producten die al zijn ingevroren krij-gen zo een koudereserve.Het inruimenDe levensmiddelen kunnen overal in dediepvrieszone worden ingevroren.In een diepvrieslade en op de glas-plaat kan maximaal 25 kg wordengelegd.^Leg de in te vriezen producten overde hele breedte in een diepvriesladeof op de glasplaat.^Wanneer u de diepvriesladen niet ge-bruikt, leg dan de in te vriezen pro-ducten direct op de bodem of dichttegen de zijwanden van de diepvries-zone.^Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen producten zijn ver-pakt droog is, zodat de productenniet aan elkaar of aan de bodem vande diepvriesladen vastvriezen.Leg in te vriezen levensmiddelenniet tegen reeds ingevroren levens-middelen om te voorkomen dat delaatste gaan ontdooien.Na het inruimen^Stel ca.

24 uur na het inruimen metde temperatuurregelaar een hogeretemperatuur in.^Schakel de winterschakeling uit.Grote stukken vleesWanneer u een groot stuk vlees wilt in-vriezen, bijv. kalkoen of wildbraad kuntu het beste de glasplaat tussen de 2diepvriesladen verwijderen. Zo is ermeer plaats.^Haal de diepvriesladen uit het appa-raat, til de glasplaat iets op en haaldeze uit het apparaat.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen23

Het ontdooien van ingevrorenproductenDat kunt u doen– in de magnetron;– in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";– bij kamertemperatuur;– in de koelzone (de koude die daarbijvrijkomt kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt);– in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal ontdooien.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd.

De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Het bereiden van ijsblokjes^Vul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water.^Zet het bakje op de bodem van eendiepvrieslade.^Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv. een lepelsteel om het los te ma-ken.^Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het snelkoelen van drankenWanneer u flessen drank in de diep-vrieszone hebt gelegd om snel te koe-len, haal ze er dan na maximaal éénuur weer uit.Doet u dat niet dan springen ze uit el-kaar.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen24

Het ontdooien van de koelzoneTerwijl de koel-vriescombinatie in wer-king is, kunnen zich aan de achterwandvan de koelzone rijp en waterpareltjesvormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelzone wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het ontdooien van de diep-vrieszoneDe diepvrieszone ontdooit niet automa-tisch, daar de ingevroren levensmid-delen niet mogen ontdooien.Wanneer het apparaat normaal in ge-bruik is, ontstaan er na verloop van tijdrijp en ijs op de verdamperplaat.

Daar-door wordt er minder kou afgegeven enmeer stroom verbruikt.Krab de rijp- en ijslagen er niet af,want dan beschadigt u de verdam-perplaat en functioneert het appa-raat niet meer.Ontdooi de diepvrieszone van tijd tottijd, echter in ieder geval zodra zicheen ca. 5 mm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Gebruik de gelegenheid wanneer erweinig of geen producten in de diep-vrieszone liggen.Voor het ontdooien^Haal de ingevroren producten uit dediepvrieszone.^Wikkel ze in verschillende lagen kran-tenpapier of dekens.^Bewaar de ingevroren producten opeen koele plaats, totdat die diepvries-zone weer klaar is voor gebruik.Het ontdooien van de koel-vriescombinatie25

Het ontdooienHandel het ontdooien zo snel moge-lijk af.Hoe langer de ingevroren productenbij kamertemperatuur worden be-waard, des te korter ze houdbaarzijn.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Laat de deur van de diepvrieszoneopen.^Neem het dooiwater met een sponsop.U kunt het ontdooien versnellen dooreen pannetje op een onderzetter metheet (niet kokend) water in de diep-vrieszone te zetten.Houd in dit geval de deur tijdens hetontdooien gesloten, zodat de warmteniet weg kan.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in het apparaat.Doet u dat wel, dan raakt het kunst-stof beschadigd.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelenof drijfgassen bevatten die hetkunststof beschadigen of ze kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid.Na het ontdooien^Reinig de koel-vriescombinatie.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water in de afvoeropening van hetdooiwater terechtkomt.^Maak het apparaat droog.^Steek de stekker in het stopcontact.^Schakel het apparaat in.^Leg de ingevroren producten weer inde diepvrieszone.Het ontdooien van de koel-vriescombinatie26

Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- ofschuurmiddel- of chloridehoudendereinigingsmiddelen of chemischeoplosmiddelen.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,daar deze doffe plekken veroorza-ken.Let erop dat er geen water in deAan/Uit - schakelaar / temperatuur-regelaar, verlichting en ventilatie-roosters terechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.

De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Voor het reinigen^Schakel de koel-vriescombinatie uit.^Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van dehuisinstallatie uit.^Haal de producten uit het apparaaten bewaar ze op een koele plaats.^Ontdooi de diepvrieszone.^Haal alle toebehoren uit het apparaatdie kunnen worden verwijderd.Het reinigen van de buitenkant,de binnenruimte en de toebe-horen^Reinig buitenkant, koelzone en toe-behoren minstens één keer in demaand.^Reinig de diepvrieszone iedere keerna het ontdooien.^Reinig de toebehoren met de handen niet in de afwasautomaat.^Gebruik lauwwarm water met wat rei-nigingsmiddel.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater in de koelzo-ne regelmatig met een wattenstaafjeof iets dergelijks, zodat het dooiwateraltijd ongehinderd weg kan lopen.^Neem de buitenkant, de binnenruim-te en de toebehoren na het reinigenmet helder water af en droog allesmet een doek.^Laat de deuren van het apparaat kor-te tijd openstaan.Het reinigen van de koel-vriescombinatie27

Het reinigen van de ventilatie-roosters^Reinig de ventilatieroosters regelma-tig met een kwast of een stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig energie verbruikt.Het reinigen van het metalenrooster aan de achterkantHet metalen rooster aan de achterkantvan het apparaat (de warmtewisselaar)moet minstens eenmaal in het jaar vanstof worden ontdaan.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig veel energie verbruikt.Let er bij het reinigen van het meta-len rooster op dat er geen kabels ofandere onderdelen worden afge-scheurd, geknikt of beschadigd.Het reinigen van de deurdich-tingenBehandel de deurdichtingen nietmet olie of vet.Doet u dat wel, dan worden ze in deloop van de tijd poreus.^Reinig de deurdichtingen regelmatigalleen met helder water en droog zedaarna grondig met een doek.Na het reinigen^Plaats de toebehoren in de koel-vriescombinatie.^Steek de stekker in het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van dehuisinstallatie in.^Schakel het apparaat weer in.^Leg de levensmiddelen in het appa-raat.^Sluit de deuren van het apparaat.Het reinigen van de koel-vriescombinatie28

Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Wanneer dit nietgebeurt dan kan de gebruiker groterisico's lopen.Een aantal storingen kunt u echter zelfverhelpen.Wat moet u doen, wanneer . . .. . . de koel-vriescombinatie het nietdoet?^Controleer of:– de Aan/Uit - schakelaar / tempera-tuurregelaar op een andere standstaat dan op "0";– de stekker stevig in het stopcontactzit;– de hoofdschakelaar van de elek-trische huisinstallatie is ingescha-keld.Is dit wel het geval,^neem dan contact op met de Afde-ling Klantcontacten van Miele Neder-land B.V.. . .

de temperatuur in de koelzone telaag is?^Stel met de temperatuurregelaar eenhogere temperatuur in.^Controleer of:– de deur van de diepvrieszone goeddicht is;– de winterschakeling is ingeschakeld;– er ineens een vrij grote hoeveelheidverse levensmiddelen is ingevroren.Is dat het geval, dan staat het apparaatheel lang te ronken en daalt de tempe-ratuur in de koelzone automatisch.Daarom mag er geen grotere hoeveel-heid levensmiddelen in één keer wor-den ingevroren dan op het typeplaatjestaat aangegeven.. . .

de koel-vriescombinatie vaker envoor langere tijd aanslaat?^Controleer of:– de ventilatieroosters geblokkeerd ofstoffig zijn;– het metalen rooster aan de achter-kant van het apparaat stoffig is;– u de deuren van het apparaat vaakopen en dicht heeft gedaan;– er ineens grote hoeveelheden verselevensmiddelen zijn ingevroren;– de deuren van het apparaat goeddicht zitten;– er zich in de diepvrieszone een vrijdikke ijslaag bevindt.Is dat laatste het geval,^ontdooi de zone dan.Nuttige tips29

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KD 12612 S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden