Miele KT 12720 SD Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele KT 12720 SD (48 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 75 mensen. Heb je een vraag over Miele KT 12720 SD of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | KT 12720 SD |
Handleiding Miele KT 12720 SD – volledige tekst
Beschrijving van het apparaat. 4Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu. 6Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 7Het besparen van energie. 12Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie. 13Bij langere afwezigheid. 14De juiste temperatuur. 15. indekoelzone. 15. indediepvrieszone. 15Het instellen van de temperatuur. 16De functie "Superfrost". 17Het gebruik van de superfrost. 17De functie "DynaCool m". 18Het gebruik van de "DynaCool m". 18Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen. 19Gedeelten met verschillende temperaturen. 19Koelste gedeelte in de koelzone. 19Minst koele gedeelte in de koelzone. 19Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen. 20Waar u bij het kopen van levensmiddelen al op moet letten. 20Levensmiddelen afdekken of niet. 20Groenten en fruit. 20Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen. 21Eiwitrijke levensmiddelen. 21Vlees.
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen. 24Waar u daarbij op moet letten. 24Het verpakken. 24Vóórdat u de verse levensmiddelen in de diepvrieszone legt. 25Het inruimen. 25Het ontdooien van ingevroren producten. 25Het bereiden van ijsblokjes. 26Het snelkoelen van dranken. 26Het ontdooien van de koel-vriescombinatie. 27Het ontdooien van de koelzone. 27Het ontdooien van de diepvrieszone. 27Het reinigen van de koel-vriescombinatie. 29Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren. 29Het reinigen van de ventilatieroosters. 30Het reinigen van het metalen rooster aan de achterkant. 30Het reinigen van de deurdichtingen. 30Nuttige tips. 31Geluiden en de oorzaken ervan. 34Afdeling Klantcontacten / Garantie. 35Elektrische aansluiting. 36Tips voor het plaatsen van het apparaat. 37Plaats van opstelling. 37Klimaatklasse. 37Luchttoevoer en luchtafvoer.
37Het plaatsen van het apparaat. 38Het stellen van het apparaat. 38Afmetingen van het apparaat. 39Het veranderen van de draairichting van de deuren. 40Het inbouwen van de koel-diepvriescombinatie. 44Inhoud.
aPlateau van de diepvrieszonebVentilatorcBoter- en kaasvakdPlateaus van de koelzoneeDeurvakken, o.a. voor eierenfBinnenverlichtinggGootje voor het dooiwater enafvoeropening voor het dooiwaterhGroente- en fruitladeniFleshouder*jDeurvak voor flessen* Afhankelijk van het modelBeschrijving van het apparaat5
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen.Ze bevatten echter ook schadelijkestoffen die nodig zijn geweest om deapparaten goed en veilig te laten functi-oneren.Wanneer u uw oude apparaat bij hetgewone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Let erop dat de buisleidingen van uwapparaat niet worden beschadigd,wanneer dit wordt weggebracht om opvakkundige wijze en zonder het milieual te veel schade te berokkenen te wor-den verschroot.
Deze koel-vriescombinatie voldoetaan de voorgeschreven veiligheids-maatregelen.Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan.Lees deze gebruiksaanwijzing daar-om eerst aandachtig door voordat udit apparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de plaatsing, deveiligheid, het gebruik en het onder-houd van het apparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de koel-vriescombinatie.Efficiënt gebruik~Deze koel-vriescombinatie is uitslui-tend bestemd voor huishoudelijk ge-bruik.~Gebruik deze koel-vriescombinatieuitsluitend voor het koelen en bewarenvan levensmiddelen, voor het bewarenvan diepvriesproducten, voor het invrie-zen en bewaren van verse levensmid-delen en voor het bereiden van ijs.Gebruik voor andere doeleinden is on-toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die is ontstaan door ge-bruik voor andere doeleinden dan hieraangegeven of door een foutieve be-diening.~Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan de koel-vriescombinatie niet instaat zijn om het apparaat veilig te be-dienen, mogen deze koel-vriescombi-natie alleen gebruiken als ze onder toe-zicht staan van of worden geïnstrueerddoor een verantwoordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huiszijn~Kinderen mogen de koel-vriescom-binatie alleen dan zonder toezicht ge-bruiken, wanneer ze weten hoe het ap-paraat werkt en wat voor gevaar zij lo-pen wanneer ze de koel-vriescombina-tie fout bedienen.~Wanneer er kinderen in de buurt vande koel-vriescombinatie zijn, houd zedan goed in de gaten.Zorg ervoor dat ze niet met het appa-raat gaan spelen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7
Technische veiligheid~Controleer vóórdat de koel-vries-combinatie wordt geplaatst, of het ap-paraat zichtbaar beschadigd is. Een beschadigde koel-vriescombinatiemag niet worden geplaatst en niet ingebruik genomen. ~Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet deze door een erkendvakman / vakvrouw worden vervangen. ~Deze koel-vriescombinatie bevat hetkoelmiddel isobutaan (R600a). Dit iseen natuurlijk gas dat het milieu weinigbelast, maar wel brandbaar is. Het gasis niet schadelijk voor de ozonlaag enversterkt het broeikaseffect niet, maarhet gebruik van dit koelmiddel heeft erwel toe geleid dat het apparaat meerlawaai maakt wanneer het aanstaat. Be-halve de geluiden van de compressorkunnen er dan in het hele koelsysteemstromingsgeluiden optreden. Deze effecten zijn helaas niet te ver-mijden, maar hebben geen negatieveinvloed op de capaciteit van het appa-raat.
Let er bij het transport en bij de plaat-sing van de koel-vriescombinatie opdat er geen onderdelen van het koel-systeem worden beschadigd. Vrijko-mend koelmiddel kan oogletsel veroor-zaken. Wordt het koelsysteem toch bescha-digd:–vermijd dan open vuur of anderebrandhaarden,–trek de stekker uit het stopcontact,–lucht het vertrek waar het apparaatstaat enkele minutenlang door–en neem contact op met de afdelingKlantcontacten. ~Hoe meer koelmiddel een koel-vries-combinatie bevat, des te groter moethet vertrek zijn waarin dit apparaatwordt opgesteld. Is het vertrek te klein, dan kan zich bijeen eventuele lek een brandbaarmengsel van gas en lucht vormen. Per 8 g koelmiddel moet het vertrekminstens 1 m3groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel die de koel-vriescombinatie bevat staat op het ty-peplaatje in de binnenkant van het ap-paraat.
~Een veilig gebruik van de koel-vries-combinatie is alleen dan gegaran-deerd, wanneer het apparaat wordt ge-monteerd en aangesloten volgens deinstructies die in de gebruiksaanwijzingstaan.
~Vergelijk vóórdat u de koel-vries-combinatie aansluit de aansluitgege-vens (zekering, spanning en frequentie)op het typeplaatje met die van het elek-triciteitsnet. Deze moeten beslist over-eenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. ~Deze koel-vriescombinatie mag nietop het elektriciteitsnet worden aange-sloten via meervoudige stopcontactenof via verlengsnoeren die daarvoor nietgeschikt zijn. Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaarvoor oververhitting. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.
~De elektrische veiligheid van dekoel-vriescombinatie is uitsluitend ge-garandeerd als deze wordt aangeslo-ten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende veiligheidsbepalin-gen is geïnstalleerd.Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw inspecteren.De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad (bijv.
een elektri-sche schok).~Installatie- en onderhoudswerk-zaamheden, als ook reparaties mogenalleen door een erkend vakman / vak-vrouw worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, dan kan de gebruikerrisico's lopen waarvoor de fabrikant nietaansprakelijk is.~Reparaties mogen tijdens degarantieperiode alleen door eentechnicus van Miele worden uitgevoerd.Gebeurt dat niet, vervalt de garantie.~Bij installatie- en onderhoudswerk-zaamheden, als ook bij reparaties mager geen elektrische spanning op dekoel-vriescombinatie staan.Daarvan is alleen sprake als aan éénvan de volgende voorwaarden is vol-daan:–als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,–of als de stekker uit het stopcontactis getrokken.Trek daarbij aan de stekker en nietaan de aansluitkabel.~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen, datzij volledig voldoen aan de veiligheids-eisen die wij stellen aan onze appara-ten en onderdelen daarvan.~Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot ofin een camper) moet worden geplaatst,mag het uitsluitend door een vakman /vakvrouw worden ingebouwd en aan-gesloten.Hierbij moet aan alle voorwaarden vooreen veilig gebruik worden voldaan.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9
Veilig gebruik~Raak ingevroren levensmiddelenniet met natte handen aan. Doet u dat wel, dan zouden uw handenvast kunnen vriezen en zou u zich kun-nen verwonden. ~Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooralwaterijsjes, nooit meteen nadat u ze uitde diepvrieszone heeft gehaald. Door de zeer lage temperatuur vandeze producten zouden uw lippen entong kunnen vastvriezen en zou u zichkunnen verwonden. ~Vries geheel of gedeeltelijk ont-dooide levensmiddelen niet opnieuw in. Bereid deze levensmiddelen zo snelmogelijk omdat ze anders aan voe-dingswaarde verliezen en bederven. Ontdooide levensmiddelen die al ge-kookt en gebraden zijn kunnen wel op-nieuw worden ingevroren. ~Het eten van levensmiddelen dieover de uiterste houdbaarheidsdatumheen zijn kan tot een levensmiddelen-vergiftiging leiden. Neem de houdbaarheidsdatum in achtdie de levensmiddelenfabrikant aan-geeft.
De bewaartijd hangt van verschil-lende factoren af, zoals de versheid ende kwaliteit van de levensmiddelen ende koelkasttemperatuur. ~Bewaar geen stoffen in de koel-vriescombinatie die drijfgassen of an-dere verstuivingsmiddelen bevatten. Wanneer de thermostaat wordt inge-schakeld kunnen vonken ontstaan. Deze kunnen licht ontvlambare produc-ten tot explosie brengen. ~Gebruik geen elektrische apparatenin deze koel-vriescombinatie, bijv. voorhet maken van ijs. Doet u dat wel, kunnen er vonken ont-staan en bestaat er gevaar voor een ex-plosie. ~Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en altijdgoed gesloten in de koel-vriescombina-tie in verband met explosiegevaar. ~Bewaar geen blikjes en flessen in dediepvrieszone die koolzuurhoudendedranken bevatten of vloeistoffen diekunnen bevriezen.
~Behandel de deurdichting niet metolie of vet. Doet u dat wel, dan worden de deur-dichtingen in de loop van de tijd po-reus. ~Sluit de roosters in het apparaat nietaf. Wanneer deze roosters geblokkeerdzijn kan er geen goede luchtgeleidingplaatsvinden, waardoor het stroomver-bruik stijgt en bepaalde onderdelen vande koel-vriescombinatie beschadigdkunnen raken. ~De koel-vriescombinatie is gecon-strueerd voor een bepaalde klimaat-klasse. Een klimaatklasse is een kamer-temperatuurbereik waarbinnen de tem-peratuur zich moet bewegen en waardeze niet boven of onder mag liggen. De klimaatklasse van uw koel-vriescom-binatie staat aangegeven op het type-plaatje aan de binnenkant van uw ap-paraat. Een te lage temperatuur heeft tot ge-volg dat de koel-vriescombinatie voorlangere tijd afslaat zodat het apparaatde vereiste temperatuur niet kan aan-houden.
~Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappara-ten of kaarsen in de koel-vriescombina-tie. Doet u dat wel, dan raakt het kunststofbeschadigd. ~Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien. Deze kunnen explosieve gassen vor-men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf-gassen bevatten die het kunststof be-schadigen of ze kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid. ~Bevinden zich vet- of oliehoudendelevensmiddelen in de koel-vriescombi-natie, let er dan op dat er geen vet ofolie uitloopt. Wanneer dat in aanraking komt met hetkunststof van het apparaat, kunnen erscheuren in het kunststof ontstaan. ~Gebruik voor het ontdooien en reini-gen van de koel-vriescombinatie nooiteen stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met de-len van het apparaat die onder span-ning staan en zo kortsluiting veroorza-ken.
Wat te doen wanneer u het ap-paraat afdankt~Maak het slot onbruikbaar. U voorkomt daarmee dat kinderen zichbij het spelen opsluiten. ~Beschadig geen delen van het koel-systeem, bijv.
door– koelmiddelkanalen van de verdam-per open te prikken;–buisleidingen om te buigen;–beschermende lagen af te krabben. Wanneer er koelmiddel uit spuit kan datoogletsel veroorzaken. Wanneer de veiligheidsinstructiesniet worden opgevolgd kan de fabri-kant niet verantwoordelijk wordengesteld voor schade die daar even-tueel het gevolg van is. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11.
Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruikPlaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden geventi-leerdIn gesloten ruimten waar nietkan worden geventileerdOp een plaats waar de zon niet di-rect op kan schijnenOp een plaats waar de zon di-rect op kan schijnenNiet naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Naast een warmtebron (verwar-ming, fornuis)Bij een kamertemperatuur van ca.20 °CBij een hogere omgevingstem-peratuurTemperatuurinstellingin standenInstelling van één van de middelstestanden: 2 of 3.Hoe hoger de stand, hoe lagerde temperatuur, des te hogerhet energieverbruikTemperatuurinstellingin graden(Digitale weergave)Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake-ling: schakel bij omgevingstem-peraturen lager dan 16 °C dewinterschakeling uit.Koelzone: 4 tot 5 °C0° zone: ca.
0 °CDiepvrieszone: -18 °CDagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer datnodig is en dan nog zo kort moge-lijk.De temperatuur in het apparaatwordt hoger naarmate de deurvaker wordt geopend en dedeur langer geopend blijft.Leg de levensmiddelen bij het inrui-men meteen op de goede plek.Moet u lang zoeken, dan stijgtde temperatuur.Laat warme levensmiddelen endranken eerst afkoelen.Zijn de levensmiddelen nogwarm, moet de motor langerwerken om de vereiste tempera-tuur te bereiken.Leg de levensmiddelen alleen afge-dekt of verpakt in het apparaat.Wanneer vloeibare stoffen in dekoelzone condenseren neemtde koelcapaciteit af.Leg ingevroren producten in dekoelzone wanneer ze moeten ont-dooien.Plaats de levensmiddelen niet tedicht op elkaar zodat de lucht tussende levensmiddelen kan circuleren.Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wan-neer er een ijslaag van 1 cm in zit.Een ijslaag in het diepvries-gedeelte bemoeilijkt het invrie-zen en bewaren van productenin dit gedeelte.
Voor het eerste gebruikDe roestvrijstalen lijsten aan de deur-vakken en de plateaus zijn voorzien vaneen folie die dient ter bescherming vanhet apparaat tijdens het transport.^Reinig de binnenkant van de koel-vriescombinatie en de toebehoren.Gebruik daarvoor lauwwarm watermet een beetje reinigingsmiddel.^Wrijf daarna alles met een doekdroog.^Trek de beschermfolie van de roest-vrijstalen lijsten af.Laat het apparaat na transport ca.1/2 tot 1 uur staan voordat u hetaansluit.Dat is zeer belangrijk voor een goe-de werking van de koel-vriescombi-natie.Het inschakelen van de koel-vriescombinatie^Draai de Aan / Uit - schakelaar / tem-peratuurregelaar met een muntjevanuit stand "0" zover naar rechts,totdat de temperatuuraanduiding vande koelzone oplicht.Draai de temperatuurregelaar nietverder dan het punt waarop u weer-stand voelt.Draait u verder dan raakt de rege-laar beschadigd.Het apparaat begint te koelen.De temperatuuraanduiding van de koel-zone geeft de gewenste temperatuuraan.Wanneer de deur wordt geopend gaatde binnenverlichting aan.Voordat u voor de eerste keer levens-middelen in het apparaat legt kunt u hetapparaat het beste een paar uur latenvoorkoelen.Het uitschakelen van de koel-vriescombinatie^Draai de Aan / Uit - schakelaar / tem-peratuurregelaar met een muntje te-rug op stand "0".De koeling en de binnenverlichting zijnuitgeschakeld.Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie13
Bij langere afwezigheidWanneer u de koel-vriescombinatie vrijlange tijd niet meer gebruikt, doe danhet volgende.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Ontdooi de diepvrieszone.^Reinig het apparaat.^Laat de deuren van de koel-vries-combinatie en een beetje openstaanom te voorkomen dat er luchtjes ont-staan.Wordt het apparaat in zulke gevallenwel uitgeschakeld, maar niet gerei-nigd en niet opengezet, bestaat hetgevaar dat zich schimmel vormt.Het in- en uitschakelen van de koel-vriescombinatie14
Het is voor de houdbaarheid van de le-vensmiddelen zeer belangrijk dat dejuiste temperatuur wordt ingesteld.Door micro-organismen bederven delevensmiddelen erg snel. De tempera-tuur beïnvloedt de snelheid waarmeede micro-organismen groeien. Hoe la-ger de temperatuur, des te langer hetduurt voordat de levensmiddelen be-derven.Wanneer u voor het bewaren van le-vensmiddelen de juiste temperatuur in-stelt kunt u daarmee bederf voorkomenof vertragen.De temperatuur in de koel-vriescombi-natie wordt hoger, naarmate– de deuren van het apparaat vakerworden geopend en de deurenlanger geopend blijven;– er meer levensmiddelen worden op-geslagen;– de temperatuur van de net opgesla-gen levensmiddelen hoger is;–de omgevingstemperatuur hoger is.De koel-vriescombinatie is gecon-strueerd voor een bepaalde klimaat-klasse.
Een klimaatklasse is een tem-peratuurbereik, waarbinnen de ka-mertemperatuur zich moet bewegenen waar deze niet boven of ondermag liggen....indekoelzoneVoor het midden van de koelzone advi-seren wij een koeltemperatuur van 4°C....indediepvrieszoneStel, wanneer u verse levensmiddelenwilt invriezen en ingevroren levensmid-delen lange tijd wilt bewaren, eentemperatuur in van -18 °C. Bij dezetemperatuur wordt de groei van micro-organismen voor het grootste gedeeltegestopt.Zodra de temperatuur boven de -10 °Cstijgt beginnen ze te groeien en zijn delevensmiddelen minder lang houdbaar.Daarom mogen geheel of gedeeltelijkontdooide levensmiddelen pas weerworden ingevroren wanneer ze eerstverwerkt zijn, d.w.z. eerst gekookt ofgebraden zijn. Door de hoge tempera-turen worden de meeste micro-organis-men gedood.De juiste temperatuur15
Het instellen van de tempera-tuurDe temperaturen voor de koel- en diep-vrieszone kunt u centraal met behulpvan de Aan/Uit - schakelaar / tempera-tuurregelaar instellen.Wanneer u wilt dat het apparaat op 5°Ckoelt,^draai de Aan / Uit - schakelaar / tem-peratuurregelaar dan met een muntjevanuit stand "0" zover naar rechts,totdat de 5 in de temperatuuraandui-ding gaat branden.De temperatuuraanduiding op hetbedieningspaneel geeft altijd de ge-wenste temperatuur aan.Wanneer er in de diepvrieszone inge-vroren producten liggen en de vereistelage temperaturen gewaarborgd moe-ten blijven, is een instelling van 3°C tot5°C aan te raden.Deze instelling raden wij ook aan wan-neer de deuren van het apparaat zeervaak worden geopend, er grote hoe-veelheden levensmiddelen in wordengelegd of de omgevingstemperatuurhoog is.De juiste temperatuur16
Het gebruik van de superfrostVerse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden.Met behulp van de functie "Superfrost"kunt u verse levensmiddelen optimaalinvriezen.De superfrost moet u al vóór het invrie-zen van verse levensmiddelen inscha-kelen.Schakel de superfrost in 6 uur voordatu de in te vriezen levensmiddelen in dediepvrieszone legt.Wilt u gebruik maken van de maximalevriescapaciteit, schakel de superfrostdan 24 uur van te voren in.De superfrost schakelt u dus niet in:– wanneer u reeds ingevroren levens-middelen in de diepvrieszone legt;– wanneer u dagelijks slechts max.1 kg verse levensmiddelen in dediepvrieszone legt.Het inschakelen van de superfrost^Druk op de Superfrost - toets.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.De koelcapaciteit van het apparaat isnu maximaal.
Daardoor daalt de tempe-ratuur in het apparaat.Het uitschakelen van de superfrostDe superfrost wordt automatisch na ca.65 uur uitgeschakeld.Het controlelampje van de Superfrost -toets gaat uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.Om energie te besparen kunt u de su-perfrost zelf uitschakelen, zodra in dediepvrieszone een constante tempera-tuur van minstens -18°C is bereikt.Controleer de temperatuur in het appa-raat.^Druk op de Superfrost - toets.Daarna gaat het controlelampje vandeze toets uit.De koelcapaciteit van het apparaat isweer normaal.De functie "Superfrost"17
Het gebruik van de DynaCoolmWanneer de functie "Dynamische koe-ling" (DynaCool) niet is ingeschakeld,ontstaan er in de koelzone als gevolgvan de natuurlijke luchtcirculatie zonesmet verschillende temperaturen.De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat.Het is handig om daar bij het inruimenvan de levensmiddelen gebruik van temaken.Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen enbewaren van levensmiddelen".Wanneer u echter een keer een grotehoeveelheid gelijksoortige levensmid-delen wilt inslaan (bijv. voor een party),kunt u beter de dynamische koeling in-schakelen.
Daarmee wordt de tempera-tuur relatief gelijkmatig over alle pla-teaus in de koelzone verdeeld en zijnalle levensmiddelen in de koelzoneeven koel.De temperatuur kan verder met behulpvan de temperatuurregelaar worden in-gesteld.Het gebruik van de dynamische koelingis tevens aan te raden bij:–een hoge kamertemperatuur (vanafca.
30 °C) en–een hoge luchtvochtigheid.Het inschakelen van de dynamischekoeling^Druk op de DynaCool - toets m.Het controlelampje van de DynaCool -toets gaat branden.Zorg ervoor dat de ventilatiegleuvenaan de achterwand niet worden af-gedekt.Gebeurt dat wel, dan wordt de tem-peratuur niet gelijkmatig verdeeld.Het uitschakelen van de dynamischekoelingDaar het energieverbruik iets hoger ligtwanneer de dynamische koeling is in-geschakeld, kunt u de dynamischekoeling bij een normale kamertempera-tuur (onder de 30 °C) en bij een norma-le luchtvochtigheid uitschakelen.^Druk op de DynaCool - toets m.Het controlelampje van de DynaCool -toets gaat uit.Wanneer de deur wordt geopend,gaat de ventilator automatisch tijde-lijk uit.De functie "DynaCool m"18
Gedeelten met verschillendetemperaturenDoor de natuurlijke luchtcirculatie ont-staan er in de koelzone gedeelten metverschillende temperaturen. Maak daar bij het inruimen van de le-vensmiddelen gebruik van. De koude, zware lucht zakt in het on-derste gedeelte van het apparaat. Dit is een apparaat met dynamischekoeling (DynaCool). Dat houdt in dat, wanneer de venti-lator is ingeschakeld, de tempera-tuur in de koelzone gelijkmatig wordtverdeeld en de temperatuurverschil-len hier minder groot zijn. Koelste gedeelte in de koelzoneHet koelste gedeelte in de koelzone be-vindt zich direct boven de groente- enfruitvakken.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens-middelen die niet lang houdbaar zijn,zoals:–vis, vlees, gevogelte;–worst, kant-en-klaar-gerechten;–levensmiddelen waar eieren of roomin zijn verwerkt;–alle soorten deeg;–melkproducten;–in folie verpakte, voorgesnedengroente en in het algemeen alle ver-se groenten waarvan de houdbaar-heidsdatum alleen geldt bij een tem-peratuur van minstens 4°C. Minst koele gedeelte in de koelzoneHet minst koele gedeelte in de koelzo-ne bevindt zich helemaal bovenin tegende deur. Gebruik dit gedeelte voor het opslaanvan boter zodat deze smeerbaar blijften voor kaas zodat deze zijn aroma nietverliest. Bewaar geen producten in het ap-paraat die drijfgassen of andere ex-plosieve middelen bevatten. Dit in verband met explosiegevaar. Plaats dranken met een hoog alco-holpercentage alleen rechtop en al-tijd goed gesloten in het apparaat inverband met explosiegevaar.
Wanneer er in het apparaat vet- ofoliehoudende levensmiddelen zijnopgeslagen, zorg er dan voor dateventueel vrijkomend vet of olie nietmet de kunststof onderdelen van hetapparaat in aanraking komt. Vet en olie kunnen scheuren in hetkunststof veroorzaken. Zet de producten niet tegen de ach-terwand om te voorkomen dat ze er-aan vastvriezen. Leg de producten niet te dicht op el-kaar, zodat de lucht goed kan circu-leren.
Voor het apparaat ongeschiktelevensmiddelenNiet alle levensmiddelen zijn geschiktom in de koelzone te worden bewaard.Hiertoe behoren:–Koudegevoelig fruit en koudegevoe-lige groenten zoals citrusvruchten,bananen, ananas, avocado's, man-go's, papaja's, passievruchten, to-maten, komkommers, paprika's, au-bergines en courgettes–Fruit dat nog niet rijp is– Aardappels– Parmezaanse kaasWaar u bij het kopen van le-vensmiddelen al op moetlettenLevensmiddelen blijven langer be-waard naarmate ze verser zijn op hetmoment dat ze in de koelzone wordengelegd. De versheid is bepalend voorde bewaartijd.Het is daarom belangrijk dat de tijd tus-sen het kopen en het inruimen van le-vensmiddelen zo kort mogelijk is. Laatze daarom niet te lang in een warmeauto liggen.
Te-vens voorkomt u dat de levensmiddelenuitdrogen en dat mogelijk aanwezigebacteriën zich verspreiden.Wanneer u de juiste temperatuur instelten de koelzone regelmatig reinigt, ver-meerderen bacteriën zoals salmonella'szich minder snel.Groenten en fruitGroenten en fruit kunnen echter onver-pakt in de groente- en fruitladen wor-den bewaard.Let er echter op dat niet alle groente-en fruitsoorten samen in één lade kun-nen worden bewaard.In de eerste plaats kunnen smaak engeur worden overgedragen (zo nemenwortels snel de smaak en geur van uienaan) en in de tweede plaats zijn er le-vensmiddelen die een natuurlijk gas(ethyleen) afscheiden, waar andere le-vensmiddelen heel gevoelig op reage-ren en daardoor veel sneller bederven.–Voorbeelden van groenten en fruitdie veel natuurlijke gassen af-scheiden:Bonen, appels, abrikozen, peren,nectarines, perziken, pruimen,avocado's, vijgen, bosbessen enmeloenen.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen20
Daarmee voorkomt u dat ermicrobiologische veranderingen optre-den en er ziektekiemen ontstaan.Eiwitrijke levensmiddelenHoe meer eiwit levensmiddelen bevat-ten, des te sneller bederven ze.Dat betekent dat schaaldieren snellerbederven dan vis en dat vis weer snel-ler bederft dan vlees.VleesBewaar vlees onverpakt.Is het vlees verpakt of zit het in eenbakje, open dan verpakking of bakje.Het oppervlak van het vlees wordt dansneller droog, de kans dat zich ziekte-kiemen vormen wordt dan kleiner enhet vlees is dan langer houdbaar.Er zijn bepaalde vleessoorten die nietonverpakt bij elkaar kunnen worden be-waard. Gebeurt dat wel dan dragen devleessoorten ziektekiemen over en be-derft het vlees eerder dan nodig is.Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen21
PlateausDe plateaus kunt u in hoogte verstellenzodat er producten van verschillendehoogte kunnen worden neergezet /neergelegd.^Til het plateau iets op.^Trek het iets naar voren.^Til het met de uitsparing over deplateauribben heen.^Verplaats het naar boven of naar be-neden.De opstaande rand die aan de achter-kant zit moet naar boven wijzen, zodatde levensmiddelen niet met de achter-wand in aanraking kunnen komen eneraan vastvriezen.Met stopjes wordt voorkomen dat deplateaus er per ongeluk uit worden ge-trokken.Tweedelig plateauWanneer u hoge producten in het ap-paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma-ken van een glasplateau dat uit tweedelen bestaat.^Til het voorste gedeelte iets op enschuif het onder het achterste ge-deelte.Op het plateau daaronder kunnen danhoge producten worden neergezet /neergelegd.Wanneer u de twee gedeelten wilt ver-plaatsen, doe dan het volgende.^Haal ze uit het apparaat.^Plaats de beide plateauhouders aanweerszijden op de gewenste hoogteop de plateauribben.^Schuif eerst het gedeelte met de op-staande rand op de houders en deribben, daarna het andere gedeelte.Deurvakken^Schuif de deurvakken naar boven enhaal ze eruit.^Zet de deurvakken er op de ge-wenste plaats weer in.Zorg er daarbij voor dat ze goedvastklikken.Fleshouder(Afhankelijk van het model)De fleshouder kunt u naar rechts oflinks verschuiven.Daardoor staan de flessen steviger alsu de deur van het apparaat opent ensluit.Wanneer u de fleshouder wilt schoon-maken adviseren wij u deze er hele-maal uit te halen.^Schuif de rand aan de voorkant vande fleshouder naar boven en klik defleshouder eruit.Het indelen van de binnenruimte22
Maximale vriescapaciteitDe maximale vriescapaciteit mag nietworden overschreden, omdat levens-middelen het best zo snel mogelijk totin de kern kunnen worden ingevroren. De maximale vriescapaciteit binnen 24uur vindt u op het typeplaatje "Vriesca-paciteit. kg/24 h". Dit vermogen is berekend volgens denorm DIN EN ISO 15502. Het bewaren van diepvriespro-ducten^Wilt u diepvriesproducten bewaren,controleer dan al vóórdat u ze koopt:– de verpakking op eventuele bescha-digingen;– de uiterste houdbaarheidsdatum vande diepvriesproducten en– de temperatuur van de diepvrieskistin de winkel. Komt deze boven de -18 °C, dan zijnde diepvriesproducten niet zo langhoudbaar als wanneer de tempera-tuur -18 °C is. ^Haal de diepvriesproducten uit dediepvrieskist wanneer u alle andereboodschappen al in uw wagentjehebt liggen en vervoer ze in kranten-papier of in een koeltas.
^Leg de diepvriesproducten thuis di-rect in de diepvrieszone. Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in. Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen. Wat gebeurt er bij het invriezenvan verse levensmiddelen. Verse levensmiddelen moeten zo snelmogelijk tot in de kern worden ingevro-ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,vitaminen, vorm en smaak behouden. Hoe langzamer de levensmiddelen in-vriezen, des meer vocht komt er uitiedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-senruimten terecht. De cellen gaan krimpen. Wanneer de levensmiddelen ontdooienkomt slechts een deel van het vocht dateerder vrijkwam in de cellen terug. Praktisch betekent dit dat de levens-middelen veel vocht verliezen. Dat zietu aan de grote waterplas die zich omde levensmiddelen vormt wanneerdeze ontdooien.
Wanneer de levensmiddelen ontdooienkan de kleine hoeveelheid vocht dievrijgekomen is naar de cellen terugke-ren. Dat betekent dat de levensmid-delen weinig vocht verliezen. Er vormtzich slechts een kleine waterplas om delevensmiddelen wanneer deze ontdooi-en. Het invriezen en bewaren van levensmiddelen23.
Het invriezen en bewaren vanverse levensmiddelenGebruik voor het invriezen alleen verselevensmiddelen waar geen rotte plek-ken in zitten. Waar u daarbij op moet letten–Geschikt om in te vriezen zijn:vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,groenten, kruiden, vers fruit, zuivel-producten, brood en banket, kliekjes,eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar-producten. –Niet geschikt om in te vriezen zijn:druiven, kropsla, radijs, rammenas,zure room, mayonaise, hele eieren inde schaal, uien, hele appels en pe-ren. – Om kleur, smaak, aroma en vitamineC te behouden kunt u groenten enfruit het beste voor het invriezenblancheren. Breng daartoe een pan water aan dekook, voeg het voedsel daar portie-gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi-nuten in liggen, haal het eruit, laathet snel in koud water afkoelen enlaat het uitlekken.
–Mager vlees is beter geschikt om teworden ingevroren dan vet vlees enkan aanmerkelijk langer worden be-waard. –Leg tussen koteletten, biefstukjes,schnitzels enz. telkens een stukjehuishoudfolie. Zo voorkomt u dat stukken vlees aanelkaar vastvriezen. –Kruid en zout verse levensmiddelenen geblancheerde groente vóór hetinvriezen niet. Kruid en zout reeds bereide ge-rechten voor het invriezen slechtslicht. Sommige kruiden veranderende smaakintensiteit van de ge-rechten. –Laat warme gerechten en drankeneerst buiten het apparaat afkoelen. Doet u dat niet dan beginnen reedsingevroren levensmiddelen te ont-dooien en wordt er meer stroom ver-bruikt dan nodig is. Het verpakken^Vries de levensmiddelen per portiein.
Geschikte verpakking- kunststof folie- diepvrieszakken van polyethyleen- aluminiumfolie- diepvriesbakjeOngeschikte verpakking- pakpapier- braadpapier- cellofaan- afvalzakken- gebruikte plastic zakken^Druk de lucht uit de verpakking. ^Sluit de verpakking goed af met:- elastiekjes- kunststof klipjes- touwtjes of- koudebestendig plakband. Zakken en diepvrieszakken van poly-ethyleen kunt u ook met een sealap-paraat afsluiten.
Vóórdat u de verse levensmiddelenin de diepvrieszone legt^Schakel enige tijd voor het inruimende superfrost in.Zie hoofdstuk: "De functie "Super-frost"".Zo krijgen de producten die al zijn inge-vroren een koudereserve.Het inruimen^Leg de in te vriezen producten overde hele breedte op de bodem van dediepvrieszone van het apparaat, zo-dat ze zo snel mogelijk tot in de kernworden ingevroren.^Zorg ervoor dat het materiaal waarinde in te vriezen producten zijn ver-pakt droog is, zodat de productenniet aan elkaar of aan de bodem vande diepvrieszone vastvriezen.Leg in te vriezen levensmiddelenniet tegen reeds ingevroren levens-middelen om te voorkomen dat delaatste gaan ontdooien.De superfrost wordt na een tijdje auto-matisch uitgeschakeld.Het controlelampje gaat uit.Het apparaat werkt weer met normalecapaciteit.Het ontdooien van ingevrorenproductenDat kunt u doen–in de magnetron;–in de oven bij het verwarmingssys-teem "Hetelucht" of "Ontdooien";–bij kamertemperatuur;–in de koelzone (de koude die daarbijvrijkomt kan voor het koelen van deandere levensmiddelen worden ge-bruikt);–in de stoomoven.Platte stukken vlees en vis kunnengedeeltelijk ontdooid in een hete braad-pan worden gelegd.Fruit kan bij kamertemperatuur zowel inde verpakking als ook in een afgedekteschaal ontdooien.Groente kan in het algemeen in bevro-ren toestand aan kokend water wordentoegevoegd of in heet vet worden ge-stoofd.
De kooktijd is iets korter dan bijverse groente.Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi-de levensmiddelen niet opnieuw in.Pas nadat u deze levensmiddelenhebt gekookt of gebraden kunt u zeopnieuw invriezen.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen25
Het bereiden van ijsblokjes^Vul het bakje voor ijsblokjes voordriekwart met water.^Zet het bakje op de bodem van eendiepvrieslade.^Wanneer het bakje is vastgevroren,gebruik dan een stomp voorwerp,bijv. een lepelsteel om het los te ma-ken.^Wanneer het bakje even onder stro-mend water wordt gehouden laten deijsblokjes gemakkelijk los.Het snelkoelen van drankenWanneer u flessen drank in de diep-vrieszone hebt gelegd om snel te koe-len, haal ze er dan na maximaal éénuur weer uit.Doet u dat niet dan springen ze uit el-kaar.Het invriezen en bewaren van levensmiddelen26
Het ontdooien van de koelzoneTerwijl de koel-vriescombinatie in wer-king is, kunnen zich aan de achterwandvan de koelzone rijp en waterpareltjesvormen.Deze hoeft u niet te verwijderen, wantde koelzone wordt automatisch ont-dooid.Het dooiwater loopt via het gootje voorhet dooiwater en via de afvoeropeningvoor het dooiwater in het verdampings-systeem aan de achterkant van het ap-paraat.Let erop dat het dooiwater altijd on-gehinderd weg kan lopen.Houd het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater daaromschoon.Het ontdooien van de diep-vrieszoneDe diepvrieszone ontdooit niet automa-tisch, daar de ingevroren levensmid-delen niet mogen ontdooien.Wanneer het apparaat normaal in ge-bruik is, ontstaan er na verloop van tijdrijp en ijs op de verdamperplaat.
Daar-door wordt er minder kou afgegeven enmeer stroom verbruikt.Krab de rijp- en ijslagen er niet af,want dan beschadigt u de verdam-perplaat en functioneert het appa-raat niet meer.Ontdooi de diepvrieszone van tijd tottijd, echter in ieder geval zodra zicheen ca. 5 mm dikke ijslaag heeft ge-vormd.Gebruik de gelegenheid wanneer erweinig of geen producten in de diep-vrieszone liggen.Voor het ontdooien^Haal de ingevroren producten uit dediepvrieszone.^Wikkel ze in verschillende lagen kran-tenpapier of dekens.^Bewaar de ingevroren producten opeen koele plaats, totdat die diepvries-zone weer klaar is voor gebruik.Het ontdooien van de koel-vriescombinatie27
Het ontdooienHandel het ontdooien zo snel moge-lijk af.Hoe langer de ingevroren productenbij kamertemperatuur worden be-waard, des te korter ze houdbaarzijn.^Schakel het apparaat uit.^Trek de stekker uit het stopcontact.^Laat de deur van de diepvrieszoneopen.U kunt het ontdooien versnellen dooreen pannetje op een onderzetter metheet (niet kokend) water in de diep-vrieszone te zetten.Houd in dit geval de deur tijdens hetontdooien gesloten, zodat de warmteniet weg kan.Plaats wanneer u wilt ontdooiennooit elektrische verwarmingsappa-raten of kaarsen in het apparaat.Doet u dat wel, dan raakt het kunst-stof beschadigd.Gebruik geen ontdooisprays of an-dere middelen om te ontdooien.Deze kunnen explosieve gassenvormen, ze kunnen oplosmiddelenof drijfgassen bevatten die hetkunststof beschadigen of ze kunnenschadelijk zijn voor de gezondheid.Na het ontdooien^Neem het dooiwater met een sponsop.^Reinig de koel-vriescombinatie.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water in de afvoeropening van hetdooiwater terechtkomt.^Maak het apparaat droog.^Steek de stekker in het stopcontact.^Schakel het apparaat in.^Leg de ingevroren producten weer inde diepvrieszone.Het ontdooien van de koel-vriescombinatie28
Gebruik nooit zand-, zuur-, soda- ofschuurmiddel- of chloridehoudendereinigingsmiddelen of chemischeoplosmiddelen.Ongeschikt zijn ook zogenaamde"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,daar deze doffe plekken veroorza-ken.Let erop dat er geen water in deAan/Uit - schakelaar / temperatuur-regelaar, verlichting en ventilatie-roosters terechtkomt.Zorg ervoor dat er geen reinigings-water door de afvoeropening voorhet dooiwater loopt.Gebruik geen stoomreiniger.Stoom kan in aanraking komen metdelen van het apparaat die onderspanning staan en zo kortsluitingveroorzaken.Het typeplaatje in de binnenruimtevan het apparaat mag niet wordenverwijderd.
De gegevens zijn nodigin het geval er een storing optreedt.Voor het reinigen^Schakel de koel-vriescombinatie uit.^Trek de stekker uit het stopcontact ofschakel de hoofdschakelaar van dehuisinstallatie uit.^Haal de producten uit het apparaaten bewaar ze op een koele plaats.^Ontdooi de diepvrieszone.^Haal alle toebehoren uit het apparaatdie kunnen worden verwijderd.Het reinigen van de buitenkant,de binnenruimte en de toebe-horen^Reinig buitenkant, koelzone en toe-behoren minstens één keer in demaand.^Reinig de diepvrieszone iedere keerna het ontdooien.^Reinig de toebehoren met de handen niet in de afwasautomaat.^Gebruik lauwwarm water met wat rei-nigingsmiddel.^Reinig het gootje en de afvoerope-ning voor het dooiwater in de koelzo-ne regelmatig met een wattenstaafjeof iets dergelijks, zodat het dooiwateraltijd ongehinderd weg kan lopen.^Neem de buitenkant, de binnenruim-te en de toebehoren na het reinigenmet helder water af en droog allesmet een doek.^Laat de deuren van het apparaat kor-te tijd openstaan.Het reinigen van de koel-vriescombinatie29
Het reinigen van de deurdich-tingenBehandel de deurdichtingen nietmet olie of vet.Doet u dat wel, dan worden ze in deloop van de tijd poreus.^Reinig de deurdichtingen regelmatigalleen met helder water en droog zedaarna grondig met een doek.Het reinigen van de ventilatie-roosters^Reinig de ventilatieroosters regelma-tig met een kwast of een stofzuiger.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig energie verbruikt.Het reinigen van het metalenrooster aan de achterkant^Maak het metalen rooster aan deachterkant van het apparaat (dewarmtewisselaar) minstens eenmaalin het jaar stofvrij.Wanneer er zich stof ophoopt wordt eronnodig veel energie verbruikt.Let er bij het reinigen van het meta-len rooster op dat er geen kabels ofandere onderdelen worden afge-scheurd, geknikt of beschadigd.Na het reinigen^Plaats de toebehoren in de koel-vriescombinatie.^Sluit het apparaat weer aan.^Schakel het apparaat weer in.^Leg de levensmiddelen in het appa-raat.^Sluit de deuren van het apparaat.Het reinigen van de koel-vriescombinatie30
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele KT 12720 SD stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast Miele
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast