Kuppersbusch GKS 644.1 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch GKS 644.1 (14 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen. Heb je een vraag over Kuppersbusch GKS 644.1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/14
BEDIENUNGSANWEISUNG
mit Montageanweisungen
Instructions for use and installations instructions
Gebruiksaanwijzing en montagehandleiding
Instructions d’installation et d’utilisation
Istruzioni per l’installazione e per l’uso
Instrucciones de uso y de montaje
Instruções de uso e instalação
Οδηγίεςολόγησης ατοςχρήσης και συναρµ Πεδίο µαγειρέµ µε αέριο
GB
NL
F
I
E
P
GR
GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954
6-99.05.82.000 6-99.05.82.000
004

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Kuppersbusch
Categorie: Fornuis
Model: GKS 644.1

Handleiding Kuppersbusch GKS 644.1 – volledige tekst

GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954 27NL/BE: InhoudOverzicht van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28GWS 307 GKS 644 GKS 324 GKS 954 Veiligheidsinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29voor montage, aansluiting en werking voor het gebruik Het gebruik van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30Wokbrander ontsteken en instellen Wokbrander uitschakelen Kookzonebranders aansteken en instellen Kookzone uitschakelen Tips voor de juiste pannen Tips om energiebesparend te koken Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .31Alle vlakken en onderdelen De keramische kookplaat Hulp bij storingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .31Montage en installatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

28 GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954Overzicht van het apparaat GWS 3071.1 Brander binnenste kring1.2 Brander buitenste kring1.3 Pannendrager1.4 Bedieningsknop1.5 SpanclipsDe gasaansluiting 1/2" (ISO 7) bevindt zich achteraan in het midden van de on-derkant van het apparaat. GKS 6442.1 Krachtige brander2.2 Normale brander2.3 Pannendrager2.4 Bedieningsknop2.5 SpanclipsDe gasaansluiting 1/2" (ISO 7) bevindt zich achteraan in het midden van de on-derkant van het apparaat.

GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954 29Veiligheidsinstruc-tiesvoor montage, aansluiting en werkingDeze handleiding moet samen met de gebruiker worden overlopen. Deze hand-leiding moet samen met de gebruiker worden overlopen. • Het apparaat mag alleen met aardgas of vloeibaar gas (butaan/propaan of een mengsel van beide) worden gebruikt. • Dit apparaat moet volgens de geldende bepalingen worden geïnstalleerd en mag alleen in goed beluchte ruimten worden gebruikt. Voor installatie en ingebruikname van het apparaat moeten deze handleiding worden gelezen. • De aansluitdruk bedraagt – voor aardgas 2L G25 25 mbar– voor vloeibaar gas 3B/P G30/G31 30 mbar. Het apparaat mag niet in gebruik worden genomen als de gasaansluit-druk buiten het vermelde bereik ligt: – aardgas G25 min. 20 mbar, max. 30 mbar– vloeibaar gas G30/G31 min. 25 mbar, max.

35 mbar• De netvoeding van het apparaat moet 230 V/50 Hz bedragen. • De technische aansluitwaarden vindt u op de kenplaat van het apparaat. • Vóór de aansluiting van het apparaat moet worden gecontroleerd of de pla-atselijke aansluitvoorwaarden (gassoort en gasdruk) met de instelling van het apparaat overeenkomen. • De instelwaarden voor dit apparaat staan op een informatieplaatje (of op het typeplaatje) vermeld. De instelwaarden bevinden zich ook in deze hand-leiding in het hoofdstuk „Technische gegevens“ (pagina 37). • Als een instelling wordt gewijzigd, moet deze worden vermeld. • Dit apparaat wordt niet op een afvoerschouw voor verbrande gassen aan-gesloten. Het moet volgens de geldende installatievoorwaarden worden op-gesteld en aangesloten. Er moet in het bijzonder op een aangepaste ventilatie worden gelet.

• De gasaansluiting evenals het instellen en aanpassen mogen uitsluitend door een erkende gasfitter worden uitgevoerd. Daarbij moeten de wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke gasmaatschappij strikt worden nageleefd.

• De reparatie van de apparaten mag enkel door een door de fabrikant op-geleide gasfitter worden uitgevoerd. Bij reparaties aan onderdelen waar gas doorstroomt moet altijd de energietoevoer worden afgesloten. Ondeskun-dig uitgevoerde werken vormen een risico voor uw veiligheid. • Wanneer met vloeibaar gas (butaan/propaan) wordt gewerkt, moeten alle verbindingen tussen de fles en het apparaat absoluut gasdicht aangehaald zijn. • Vrij verlopende toevoerslangen niet inklemmen of op de hete kookplaat leg-gen. • De minimumafstand van hangkasten boven de kookplaat bedraagt 650 mm. Bij afzuigkappen gelden de gegevens van de fabrikant. voor het gebruik • Dit apparaat mag niet door personen (inclusief kinderen) met een beperkte lichamelijke, sensorische of verstandelijke vaardigheid gebruikt worden. Tevens is het niet toegestaan het apparaat te gebruiken bij te weinig ervaring of te weinig kennis.

U mag het alleen ge-bruiken als er iemand toezicht houdt die voor uw veiligheid verantwoordelijk is of als deze verantwoordelijke u instructies heeft gegeven over het ge-bruik van het apparaat. • Op kinderen moet toezicht gehouden worden om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen. • WAARSCHUWING: Als het oppervlak gescheurd is, moet het apparaat van het stroomnet losgekoppeld worden om een eventuele elektrische schok te voorkomen. • De apparaten mogen niet in een stoomreiniger gereinigd worden. • Neem het apparaat pas in gebruik nadat de gasfitter die het heeft geïnstal-leerd u het gebruik ervan heeft uitgelegd. • Lees zorgvuldig de informatie in deze handleiding. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor de veiligheid en het gebruik van het apparaat. Denk eraan dat beschadigingen die te wijten zijn aan een foutief gebruik niet door de garantie worden gedekt.

• Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden. • Het apparaat niet gebruiken om ruimtes te verwarmen. • Bij storingen onmiddellijk de gastoevoer afsluiten. • Bewaar deze handleiding zorgvuldig. • Let erop dat de branderdeksels op hun plaats liggen. Branderdeksel ev. door draaien laten inklikken. • De kookzones alleen gebruiken als er een pan opstaat. • De oppervlakken van de kookplaat en het apparaat worden bij het werken warm. Kinderen steeds uit de buurt houden. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bere-iden van gerechten met vet en olie, bijv. frieten, steeds in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, de kookzone uitschakelen en de pan van de hete kookzone schuiven. • Snelkookpannen voortdurend in het oog houden tot de juiste druk bereikt is.

De brander eerst op maximaal vermogen instellen en daarna (volgens de instructies van de pannenfabrikant) op tijd verlagen. • Het gebruik van een kooktoestel op gas veroorzaakt warmte en vochtigheid in de ruimte waar het staat opgesteld. Op een goede ventilatie van de keu-ken letten: de natuurlijke beluchtingsopeningen openhouden of een mecha-nische beluchtingsinstallatie (bijv. een afzuigkap) voorzien. • Een intensief en langdurig gebruik van het apparaat kan een bijkomende ventilatie, bijv. door het openen van een raam of een doelgerichte ventilatie, bijv. het gebruik van de mechanische beluchtingsinstallatie op een hogere stand, noodzakelijk maken.

30 GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954Het gebruik van het ap-paraatGelieve de veiligheidsinstructies op pagina 29 te lezen. Schakel bij gebruik van de kookzones de afzuiginstallatie in. Wokbrander ontsteken en instellenDe brander met dubbele kring heeft slechts een knop waarmee alle functies worden ingesteld. De symbolen voor de verschillende bedieningsstanden zijn cirkelvormig rond de bedieningsknop gegroepeerd. Posities van de bedieningsknop1 Gesloten (UIT)2 OntstekingsstandBuitenste en binnenste kring volopen3 Buitenste kring kleinstand4 Binnenste kring vol-openBuitenste kring gesloten5 Buitenste kring gesloten– Om de brander aan te steken drukt u de knop even in en draait u hem te-gen de wijzers van de klok in de stand „ontstekingsstand” (2). De wokbrander wordt met de elektrische ontsteking automatisch ontsto-ken. – Houd de knop nog ongeveer 10 seconden ingedrukt.

Dat is noodzakelijk omdat de gaskranen van het apparaat thermoelektrisch zijn beveiligd. Mocht een brander uitgaan, wordt zo verhinderd dat perma-nent onverbrand gas kan uitstromen. Als de brander na 10 seconden nog niet is ontstoken of als de vlam weer uitdooft moet de poging worden afgebroken. Na het verstrijken van ten min-ste één minuut kan een nieuwe poging worden gestart. – In geval van een stroomstoring of als de bougies vochtig zijn, kan het uit-stromende gas ook met een lucifer of een gasontsteker worden aangesto-ken. – Stel daarna de vlam op de gewenste grootte in door aan de knop te draai-en. De zichtbare verandering van de vlamgrootte tussen stand (4) en (5) is slechts klein. In de kleinste instelling (5) is de vlamstabiliteit beperkt. – Tegen de wijzers van de klok in draaien, in de richting „kleinstand bin-nenste kring” (5), verkleint de vlam.

– Kies de grootste vlam om aan de kook te brengen en draai vervolgens terug op een kleinere vlam. Wokbrander uitschakelen– Om uit te schakelen de knop in de richting van de wijzers van de klok op „z“ (1) draaien. Kookzonebranders aansteken en instellenElke kookzone heeft een eigen bedieningsknop. Welke knop bij welke kookzone hoort, kunt u aan de symbolen op het bedieningspaneel herkennen. Voorbeeld: Knop voor de achterste kookzon: Naast elke kookzoneknop staan de volgende drie symbolen:„z“ „UIT”-standgrote vlamkleine vlam– Om een brander aan te steken moet u de kookzoneknop indrukken en in de stand "grote vlam" draaien. De kookzone wordt met de elektrische ontsteking automatisch ontstoken. – Houd de knop nog ongeveer 10 seconden ingedrukt. Dat is noodzakelijk omdat de gaskranen van het apparaat thermoelektrisch zijn beveiligd.

Mocht een brander uitgaan, wordt zo verhinderd dat perma-nent onverbrand gas kan uitstromen. Als de brander na 10 seconden nog niet is ontstoken of als de vlam weer uitdooft moet de poging worden afgebroken. Na het verstrijken van ten min-ste één minuut kan een nieuwe poging worden gestart. – In geval van een stroomstoring of als de bougies vochtig zijn, kan het uit-stromende gas ook met een lucifer of een gasontsteker worden aangesto-ken. – Stel daarna de vlam op de gewenste grootte in door aan de knop te draai-en. – Tegen de wijzers van de klok in draaien, in de richting „kleine vlam”, verkleint de vlam. – In de richting van de de wijzers van de klok draaien, in de richting „grote vlam”, vergroot de vlam. Instellingen tussen de standen „grote vlam” en „UIT” mogen niet wordengebruikt. – Kies de grootste vlam om aan de kook te brengen en draai vervolgens terug op een kleinere vlam.

• Kies een pandiameter die bij de grootte van de ko okz one past : De vlammen moeten de panbodem bedekken, maar mogen niet buiten de rand van de panbodem uitkomen. Aan de zijkant voorbijstromende warmte kann niet worden benut en verhit de handvatten. • Daar de warmteovergang van de vlam naar de panbodem bij gasvlam opti-maal is, kunnen alle soorten potten en pannen worden gebruikt die hitte-bestendig zijn en voor het koken op vlammen geschikt zijn. Ideaal zijn pannen van roestvrij staal, aluminium, email en gietijzer, maar ook glassoorten zijn geschikt als de fabrikant van het servies dit uitdrukke-lijk vermeldt. • Ook pannen met een dunne of niet helemaal vlakke bodem zijn geschikt, zodat u geen speciaal kookservies hoeft te kopen. Pannen met sandwich-bodem kunnen zeer goed worden gebruikt, maar bieden geen bijzondere voordelen in vergelijking met eenvoudige pannen.

GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954 31Tips om energiebesparend te koken• Kook met zo weinig mogelijk vloeistof. De inhoud van de pan wordt sneller warm en er gaan minder vitamines en mineralen in de vloeistof over, die vaak wordt weggegooid. • Leg altijd een goed sluitend deksel op de kookpan. De in-houd van de pan kookt alleen over als de gekozen vlam te groot is. Schakel terug op een kleinere vlam als de inhoud van de pan te fel kookt. Zo hebt uminder energie nodig en ver-mindert u de vochtvorming bij het koken. • Kook levensmiddelen slechts zo lang als nodig. Voor het warmhouden van levensmiddelen is meer energie nodig dan voor het heropwarmen van af-gekoelde levensmiddelen. Bovendien spaart u de vitamines: u hebt minder verlies, daar veel vitamines hittegevoelig zijn. • Bij gerechten met lange kooktijden spaart u energie en tijd als u een snel-kookpan gebruikt.

Reiniging en onderhoud Alle vlakken en onderdelen• Geen schuurmiddelen en -sponsjes (vooral geen staalwol) of agressieve reiningsmidde-len gebruiken. Chemische ovenreinigers, bleekmiddelen, roest- en vlekkenproducten kunnen een bijtend effect hebben en het op-pervlak beschadigen. • Zuur- of chloorhoudende schoonmaakproduc-ten mogen niet worden gebruikt. • De oppervlakken vóór het schoonmaken laten afkoelen. • Meestal is het voldoende het apparaat na elk gebruik met een vochtige doek en wat afwasmiddel schoon te maken. Vervolgens droogwrijven. Re-sten van reinigingsproducten altijd met een vochtige doek volledig verwij-deren; anders kunnen ze agressief reageren. • Vermijd het vastbranden van verontreinigingen. • Let erop dat de branderkoppen en branderdeksels na het schoonmaken correct op hun plaats liggen. Branderdeksel ev. door draaien laten inklik-ken.

Suiker en gesmolten kunststof onmiddellijk verwijderen zolang de kookpla-at nog heet is. • Sterkere verontreinigingen en vlekken met een parelmoeren glans kunnen met een schoonmaakproduct voor roestvrij staal worden verwijderd. • Geen schoonmaakdoeken of sponsjes gebruiken die al voor iets anders worden gebruikt. Daardoor kan het oppervlak verkleuren, wat echter pas zichtbaar wordt als de kookplaat weer wordt gebruikt. • Voor de bescherming en het onderhoud van de keramische kookplaat ad-viseren wij het gebruik van speciaal ontwikkelde producten, bijv. VSR Clea-ner of VSR O-Fix. Deze middelen zijn bij de onderdelendienst van Küppersbusch verkrijgbaar. U beschermt het kookplateau. Ze beschermen de kookplaat door een dunne wateren vuilwerende film. Hulp bij storingenReparaties alleen door een erkende vakman laten uitvoeren. Kijk eerst na of u geen bedieningsfout hebt gemaakt.

Een aantal storingen kunt u zelf oplossen. Reparaties tijdens de garantieperiode zijn niet kosteloos wanneer het probleem aan een bedieningsfout te wijten is of wanneer u een voorschrift in het hoofd-stuk „Hulp bij storingen” niet hebt nageleefd. Als u de klantenservice nodig hebt of als u reservedelen bestelt, vermeld dan de gegevens op het typeplaatje. Storing Oorzaak VerhelpenKookzones kunnen niet worden aangestoken/werken niet. Huishoudzekering defect. Zekering controleren en ev. vervangen. Stekker niet ingesto-ken. Stekker insteken. Stroomstoring. De kookzone kan met een lucifer of een aanste-ker worden aangestoken. Geen gastoevoer. Gaskraan openen. Bougie vochtig, ver-korst of defect. Bougie schoonmaken. Eventueel laten vervan-gen. De kookzone kan met een lucifer of een aanste-ker worden aangestoken. Geleidedraad van de bougie gebroken of iso-lator beschadigd.

Bougie laten vervangen. De kookzone kan met een lucifer of een aanste-ker worden aangestoken. Ontstekingstransforma-tor of schakelaar defect. Bel de klantenservice.

De kookzone kan met een lucifer of een aanste-ker worden aangestoken. Lucht in de gasleiding (bijv. bij de eerste inwerkingstelling). Ontsteking herhalen, eventueel ook meer-maals. Branderdeksel ligt niet correct op de brander. Branderdeksel correct op de brander plaatsen. Kookzone uitschakelen niet mogelijk. Kookzonekraan defect. Gaskraan sluiten, bel de klantenservice. Gaslucht in de kamer. Lek in de gasleiding, gaskraan of wokbran-der defect. Gashoofdkraan sluiten, vertrek luchten, geen elektrische scha-kelaar bedienen, geen open vlam ontste-ken, installateur, gas-maatschappij of klanten-dienst onmiddellijk waarschuwen.

32 GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954Montage en installa-tieVeiligheidsinstructies• Dit apparaat moet volgens de geldende bepalingen worden geïnstalleerd en mag alleen in goed beluchte ruimten worden gebruikt. Voor installatie en ingebruikname van het apparaat moeten deze handleiding worden gelezen. • Let op. De voor de aansluiting van de apparaten toegelaten categorie kan regionaal verschillen. In geval van twijfel moet u bij de plaatselijke gas-maatschappij informeren welke gascategorie in aanmerking komt. • Vóór de aansluiting van het apparaat moet worden gecontroleerd of de pla-atselijke aansluitvoorwaarden (gassoort en gasdruk) met de instelling van het apparaat overeenkomen. Bij afwijkingen moet het apparaat worden aangepast. • De instelwaarden voor dit apparaat staan op een informatieplaatje (of op het typeplaatje) vermeld.

De instelwaarden bevinden zich ook in deze hand-leiding in het hoofdstuk „Technische gegevens“ (pagina 37). • Bij de aansluiting op het gasnet moeten in het bijzonder de specifieke voor-schriften en richtlijnen worden nageleefd van het land waar het apparaat wordt gebruikt. • Voorschriften van de plaatselijke gasmaatschappijen en van de overheid (bijv. brandveiligheid) moeten eveneens worden nageleefd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elek-triciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd. • Aansluiting en ingebruikneming evenals reparaties en het instellen en aan-passen mogen uitsluitend door een erkende fitter en in overeenstemming met de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Daarbij moe-ten de wettelijk erkende voorschriften en de aansluitvoorwaarden van de plaatselijke gasmaatschappij strikt worden nageleefd.

Ondeskundig uitgevoerde werken vormen een risico voor de veiligheid van de gebruiker. • Dit apparaat wordt niet op een afvoerschouw voor verbrande gassen aan-gesloten.

Het moet volgens de geldende installatievoorwaarden worden op-gesteld en aangesloten. Er moet in het bijzonder op een aangepaste ventilatie worden gelet. • Wanneer de aansluitstekker van het apparaat niet toegankelijk is, het ap-paraat door LS-schakelaars, zekeringen of contactoren met minstens 3 mm contactopeningswijdte beveiligen. • Bij aansluiting en reparatie moet het apparaat met één van de bovenge-noemde voorzieningen stroomloos worden gemaakt. Bij reparaties aan on-derdelen waar gas doorstroomt moet altijd de energietoevoer worden afgesloten. • Als de aansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet hij door een bijzondere aansluitkabel vervangen worden die alleen bij de fabrikant of via de klantenservice verkrijgbaar is.

• De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast. • Bij het omschakelen van aardgas op vloeibaar gas moeten in elk geval de spuitstukken van de wokbrander worden vervangen. Dat geldt ook in het omgekeerde geval. De aanpassing mag uitsluitend door een erkende fitter worden uitgevoerd. • Wijzigingen aan het apparaat zijn alleen met uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant toegelaten. • Als het apparaat is ingebouwd, mag er geen contact mogelijk zijn met on-derdelen die tijdens het gebruik onder stroom staan. InbouwvoorwaardenDe opstellingsruimte moet een volume hebben van min. 20 m³ en via een raam of een deur naar buiten kunnen worden gelucht.

De kookplaat wordt in een uitsparing in het aanrechtblad ingebouwd; deze uitsparing moet volgens de aangegeven inbouwmaten worden uitgezaagd. De afstand aan de zijkant t. o. v. hoge kasten moet ten minste 60 mm bedragen. Om goed te kunnen werken mag de afstand echter niet minder dan ca. 300 mm bedragen. De muurstrip moet uit hittebestendig materiaal bestaan en mag achter de koo-kplaat geen contactdozen hebben.

Aanbevolen is een draaglijst van kunststof met een deklijst van aluminium. Het gedeelte dat op het aanrechtblad ligt, mag niet breder dan 30 mm zijn. De muur boven de muurstrip moet in de nabijheid van het apparaat uit onbrand-baar materiaal bestaan. Hout, kunststof, PVC-folie enz. voldoen niet aan deze vereisten. Bij normaal gebruik kan op de omringende meubels stralingswarmte met een temperatuur van 65 °C boven de kamertemperatuur inwerken. De meubels moeten minstens daartegen bestand zijn. Bij inbouwmeubels moet de kunststofbekleding of het fineer met een hittebe-stendige lijm (100 °C) zijn aangebracht. De minimumafstand van hangkasten boven de kookplaat bedraagt 650 mm. Bij afzuigkappen gelden de gegevens van de fabrikant.

Een correct ingebouwde kookplaat dient aan de onderkant door een afdekking (K-bodem) dusdanig te worden beschermd, dat de kookplaatonderkant niet toevallig kan worden aangeraakt. Deze afdekking mag alleen met behulp van gereedschap verwijderbaar zijn. Gasaansluiting Controleer eerst of het juiste gas en de juiste aansluitdruk voorhanden zijn. In-formatie over de aansluitdruk vindt u in deze handleiding in het hoofdstuk „Technische gegevens”. Op de gastype-sticker kunt u zien voor welk gastype de inbouwkookplaat is in-gesteld. Een aanpassing aan een andere gassoort is mogelijk en wordt in deze handlei-ding in het hoofdstuk „Aanpassen aan een andere gassoort” uitgelegd. De gasaansluiting moet door een erkende gasfitter worden uitgevoerd. De externe gasaansluiting moet bij voorkeur goed toegankelijk in de naburige nevenkast worden voorzien.

De onderdelen van de leiding moeten zo worden gelegd dat ze tijdens het ge-bruik niet door de warmte kunnen worden beschadigd en dat ze niet met de beweeglijke onderdelen van de keukenelementen in aanraking komen. De gaskraan eerst gesloten laten en de stekker nog niet in het stopcon-tact steken. Elektrische aansluitingVoor de elektrische aansluiting is een geaarde veiligheidswandcontactdoos ver-eist.

De elektrische aansluiting moet in overeenstemming met de VDE-richtlijnen worden uitgevoerd en moet bij voorkeur in een extra kast worden onderge-bracht. De netvoeding van het apparaat moet 230 V/50 Hz bedragen. De elek-trische vermogensopname vindt u bij de Technische gegevens op pagina 37. De aansluitleiding moet zo worden gelegd dat ze bij het werken met het appa-raat niet door de warmte wordt beschadigd. InbouwInbouwmatenDe dikte van het aanrechtblad moet tussen 30 en 40 mm bedragen. De afstand aan de zijkant t. o. v. hoge kasten moet ten minste 60 mm bedragen. Om goed te kunnen werken mag de afstand echter niet minder dan ca. 300 mm bedra-gen. Houd voor een naadloze montage de separate montageinstructie "Naadlo-ze montage" aan. 6080.

GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954 33Voorbereidingen voor het inbouwen– De uitsparing in het aanrechtblad volgens de opgegeven maten zo exact mogelijk met een recht zaagblad of een bovenfrees uitzagen. De snijkanten dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht binnendringt. Apparaattype GWS 307– Apparaat uit de verpakking nemen. De verschillende componenten zijn apart verpakt. Controleer voor demontage of ze geen transportschade vertonen. Montage van het apparaat– De gasaansluiting aan het apparaat volgens de gege-vens op pagina 32 voorbereiden. – Het onderste gedeelte van de kookplaat in de voorbere-ide uitsparing in het aanrechtblad plaatsen. – Schroeven (5. 1) van alle spanklemmen (5. 2) (voor 30 mm aanrechtblad spanklemmen (5. 2) omdraaien) aan de rand van de uitsparing schuiven en aanhalen. – Een van de afdichtingen (6. 7) uit de verpakking nemen en op het branderlichaam (6.

9) plaatsen. Als spuitstukken moeten worden vervangen om hetapparaat aan een andere gassoort aan te passen,moet dat gebeuren vooraleer de keramische plaatwordt gemonteerd. – Glaskeramische kookplateaus uitpakken. De meegeleverde afdichtband van onderen aan de rand op de keramische plaat plakken. – De keramische plaat zo op het aanrechtblad leggen dat de aan de onderkant opgeplakte hoeken in het onderste gedeelte van de kookplaat passen. De keramische plaatmoet absoluut vlak lig-gen en ter hoogte vande branderopeningzorgvuldig worden inge-past. – Tweede pakking (6. 7) sa-men met de drukring (6. 6) in de branderopeningleg-gen. Drukring zo plaatsen dat de schroefopeningen op de schroefdraadopenin-gen in de brander (6. 9) lig-gen. De drukring moet vlak li-ggen (niet scheef zet-ten). – Met de meegeleverde schroeven de drukring (6. 6) aan de brander (6. 9) vastschroeven.

8) uit de verpakking nemen en opsteken. – Er de pannendrager (6. 1) opleggen. Apparaattype GKS 324– Apparaat uit de verpakking nemen. De verschillende componenten zijn apart verpakt. Controleer voor demontage of ze geen transportschade vertonen. Montage van het apparaat– De gasaansluiting aan het apparaat volgens de gegevens op pagina 32 voorbereiden. – Het onderste gedeelte van de kookplaat in de voorbereide uitsparing in het aanrechtblad plaatsen. – Schroeven (5. 1) (zie pagina 33) van alle spanklemmen (5. 2) (voor 30 mm aanrechtblad spanklemmen (5. 2) omdraaien) aan de rand van de uitsparing schuiven en aanhalen. Als spuitstukken moeten worden vervangen om het apparaat aan eenandere gassoort aan te passen, moet dat gebeuren vooraleer de kera-mische plaat wordt gemonteerd. – Keramische plaat uitpakken. De meegeleverde afdichtband van onderen aan de rand op de keramische plaat plakken.

34 GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954De keramische plaatmoet absoluut vlak lig-gen en ter hoogte vande branderopeningzorgvuldig worden inge-past. – Drukringen (7. 4) met de opgestoken pakkingen (7. 5) opleggen, drukring dusdanig plaatsen dat de schroefopeningen op de schroefdraadboringen in de brander liggen. De drukring moet vlak liggen (niet scheef zetten). – Met de meegeleverde schroeven de drukring (7. 4) aan de brander vast-schroeven. De schroeven gelijkmatig aanhalen. – Branderdelen uit de verpakkingen nemen. – De branderkoppen (7. 3) opsteken, branderdeksels (7. 2) opleggen. – Er de pannendrager (7. 1) opleggen. – Bedieningsknop uit de verpakking nemen en opsteken. Apparaattype GKS 644Ter bescherming van het glaskeramische kookplateau tijdens het trans-port, wordt deze op het kookplaatonderdeel gemonteerd geleverd.

Omhet apparaat in het aanrechtblad te monteren moet het glaskeramischekookplateau eerst worden afgenomen. – Het apparaat hiervoor uit de verpakking nemen en de drukringen (8. 4) met opgestoken pakkingenverwijderen nadat de bevestigingsschroeven werden uitgedraaid. – Het glaskeramische kookplateau voorzichtig op een geschikte plaats neer-zetten. – Het apparaat daarna zoals beschreven monteren. Montage van het apparaat– De gasaansluiting aan het apparaat volgens de gegevens op pagina 32 voorbereiden. – Het onderste gedeelte van de kookplaat in de voorbereide uitsparing in het aanrechtblad plaatsen. – Schroeven (5. 1) (zie pagina 33) van alle spanklemmen (5. 2) (voor 30 mm aanrechtblad spanklemmen (5. 2) omdraaien) aan de rand van de uitsparing schuiven en aanhalen.

Als spuitstukken moeten worden vervangen om het apparaat aan eenandere gassoort aan te passen, moet dat gebeuren vooraleer de kera-mische plaat wordt gemonteerd. – De meegeleverde afdichtband van onderen aan de rand op de kerami-sche plaat plakken. – De glaskerami-sche plaat op het aanrechtblad plaat-sen.

De keramischeplaat moet ab-soluut vlak lig-gen en terhoogte van debranderope-ning zorgvuldig worden ingepast. – Drukringen (8. 4) met de opgestoken pakkingen opleggen en de drukring dusdanig plaatsen dat de schroefopeningen op de schroefdraadboringen in de brander liggen. De drukring moet vlak liggen (niet scheef zetten). Indien pakkingen ophet glaskeramische kookplateau blijven kleven, dan dient bij het opste-ken op de drukringen erop te worden gelet dat de ca. 1,5 cm brede lipvan de pakking in de uitsparing van de drukring wordt gelegd. – Met de meegeleverde schroeven de drukring aan de brander (10. 2) (zie pa-gina 35) vastschroeven. De schroeven gelijkmatig aanhalen. – Branderdelen uit de verpakkingen nemen. – De branderkoppen (8. 3) opsteken, branderdeksels (8. 2) opleggen. – Er de pannendrager (8. 1) opleggen. – Bedieningsknop (8. 6) uit de verpakking nemen en opsteken.

Apparaattype GKS 954Ter bescherming van het glaskeramische kookplateau tijdens het trans-port, wordt deze op het kookplaatonderdeel gemonteerd geleverd. Omhet apparaat in het aanrechtblad te monteren moet het glaskeramischekookplateau eerst worden afgenomen. – Het apparaat hiervoor uit de verpakking nemen en de drukringen (9. 10) met opgestoken pakkingen en de drukring (9. 6) met de pakking (9. 7) ver-wijderen nadat de bevestigingsschroeven werden uitgedraaid. – Het glaskeramische kookplateau voorzichtig op een geschikte plaats neer-zetten. – Het apparaat daarna zoals beschreven monteren. Montage van het apparaat– De gasaansluiting aan het apparaat volgens de gegevens op pagina 32 voorbereiden. – Het onderste gedeelte van de kookplaat in de voorbereide uitsparing in het aanrechtblad plaatsen. – Schroeven (5. 1) (zie pagina 33) van alle spanklemmen (5.

Als spuitstukken moeten worden vervangen om het apparaat aan eenandere gassoort aan te passen, moet dat gebeuren vooraleer de kera-mische plaat wordt gemonteerd. – Een van de pakkingen (9. 7) uit de verpakking nemen en op het branderlic-haam (10. 1) (zie pagina 35) plaatsen. – De meegeleverde afdichtband van onderen aan de rand op de keramische plaat plakken. – De glaskeramische plaat op het aanrechtblad plaatsen. De keramische plaat moet absoluut vlak liggen en ter hoogte van debranderopening zorgvuldig worden ingepast. Wokbrander– Tweede pakking (9. 7) samen met de drukring (9. 6) in de branderopening leggen. Drukring zo plaatsen dat de schroefopeningen op de schroefdraa-dopeningen in de brander liggen. De drukring moet vlak liggen (niet scheef zetten). – Met de meegeleverde schroeven de drukring aan de brander (10. 1) (zie pa-gina 35) vastschroeven. De schroeven gelijkmatig aanhalen.

GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954 35(zie tekening); erop letten dat ze vastklikken indien nodig. Normale, krachtige en kleine brander– Drukringen (9. 10) met de opgestoken pakkingen opleggen en de drukrin-gen dusdanig plaatsen dat de schroefopeningen op de schroefdraadborin-gen in de brander liggen. De drukringen moeten vlak liggen (niet scheeftrekken). Indien pakkin-gen op het glaskeramische kookplateau blijven kleven, dan dient bij hetopsteken op de drukringen erop te worden gelet dat de ca. 1,5 cm bre-de lip van de pakking in de uitsparing van de drukring wordt gelegd. – Met de meegeleverde schroeven de drukringen met de branders (10. 2) (zie pagina 35) vastschroeven. De schroeven gelijkmatig aanhalen. – Branderonderdelen uit de verpakkingen nemen en een na een opleggen (zie tekening); erop letten dat ze vastklikken indien nodig. – Er de pannendragers (9. 1) en (9. 13) opleggen.

– Bedieningsknop (9. 8) uit de verpakking nemen en opsteken. Alle typesDe gasaansluiting uitvoeren– De gasaansluiting volgens de gegevens op pagina 32 uitvoer. Toevoerleidingen controlerenStroomvoorziening– Controleer de installatie van de aansluitkabel. Hij mag niet ingeklemd zijn, over het fornuis heen worden geleid of tegen het afzuigluchtkanaal liggen. Gastoevoer– Slangen moeten zich op voldoende afstand van hete vlakken bevinden. Slangen niet inklemmen. Inbedrijfstelling– De stekker in een geaarde contactdoos steken. – De gaskraan opendraaien, stekker van de gasveiligheidsslang in het gas-stopcontact steken. Voor ingebruikneming moet de installateur controleren of het apparaatcorrect functioneert en of het gasdicht is. Daarna is het apparaat klaarvoor gebruik. De installateur moet de gebruiker de werking van het apparaat a. d. h. vande gebruiksaanwijzing verklaren.

De gebruiksaanwijzing vervolgens aande gebruiker overhandigen. Aanpassen aan een ande-re gassoort• De aanpassing aan een andere gassoort mag uitsluitend door een erkende fitter worden uitgevoerd.

• Alle met G20 gekentekende apparaten kunnen bij een Wobbe-index van 11,3-15,2 kWh/m3 worden gebruikt zonder de instelling te wijzigen. • Wanneer de instelling wordt gewijzigd, moet de nieuwe instelling worden vermeld. Let erop dat u spuitstukken met de correcte spuitstukdiameter gebruikt. De gepaste spuitstukken staan op pagina 37 in de tabel „Spuitstukdia-meters”. Voor de aanpassing de gas- en elektriciteitstoevoer onderbreken. De hierna beschreven werkvolgorde is heel precies die voor het type GFC 2795. Aangezien de componenten van deze kookplaat vergelijkbaar zijn met de op-bouw van de overige types, wordt afgezien van een verdere, naar type onder-scheidende beschrijving van de werkvolgorde voor de aanpassing aan een andere gassoort. – Bedieningsknop aftrekken. – De pannendragers, branderdeksels en -koppen afnemen.

– Vervolgens de schroeven uitdraaien waarmee de drukringen aan de bran-derlichamen zijn vastgeschroefd. – Verwijder de drukringen met pakkingen (zie afb. op pagina 34). – Til de glaskeramische plaat af. Vervangen van de gasspuitstukkenVervangen van de hoofdgasspuitstukken Normale, krachtige en kleine brander– Vervang de hoofdgasspuitstukken in de branderonderdelen (10. 2) met een steeksleutel. Wokbrander, buitenste kring– Draai de borgschroef (10. 8) los en schuif de MS injector (10. 7) zo ver in de mengbuis tot het spuitstuk van de buitenste ring (10. 6) toegankelijk is. – Vervang het spuitstuk van de buitenste ring. – Verschuif de MS injector tot de afstand (X) overeenkomt met de volgende tabel. Draai de borgschroef (10. 8) weer vast. – Controleer na het vervangen van de spuitstukken op gasdichtheid. Wokbrander, binnenste kring– Maak de schroefverbinding (10.

36 GWS 307, GKS 324, GKS 644, GKS 954Instellen van de minimumstand Om de minimumstand van de wokbrander in te stellen moet de kerami-sche plaat verwijderd zijn. Wegens de daarna toegankelijke elektrischebedrading mag het apparaat tijdens deze werkzaamheden niet opnieuwop het elektriciteitsnet worden aangesloten. Ontsteek de brander meteen lucifer of met een gasaansteker. – Zorg weer voor gastoevoer. Wokbrander– Breng de branderringen en branderdeksel van de wokbrander weer aan. Let op de juiste plaatsing. – Draai de schakelaar terzijde of verwijder de borgring en neem de MS-schijf, de veer en de schakelaar af. – Schroef er de kleinstandspuitstukken (12. 2) en (12. 1) uit en draai er de nieu-we kleinstandspuitstukken tot de aans-lag in. In stand (12. 2) i wordt het spuitstuk met de grootste diameter inge-schroefd.

– Steek de kookzonebrander aan en draai de knop in de stand "buitenste kring kleinstand" (pagina 30, pos. 3). – Let erop dat de vlammen niet uitdoven als de knop snel van de maximumstand naar stand (pagina 30, pos. 3) wordt ge-draaid. Als dat het geval is, kan het kleinstandspuitstuk (12. 2) minimaal naar links worden teruggedraaid. – Steek de kookzonebrander aan en draai de knop in de stand "Binnenste kring kleinstand" (pagina 30, pos. 5). – Let erop dat de vlammen niet uitdoven als de knop snel van de maximum-stand naar stand (pagina 30, pos. 5) wordt gedraaid. Als dat het geval is, kan het kleinstandspuitstuk (12. 1) minimaal naar links worden terugge-draaid. – Neem de branderringen en branderdeksel van de wokbrander weer af. – Draai de schakelaar terug of schuif de schakelaar, de veer en de MS-schijf er weer op en borg de componenten met de borgring.

1) uit en draai er het nieuwe kleinstandspuitstuk tot de aanslag in. – Draai de schakelaar terug of schuif de scha-kelaar, de veer en de messingring er weer op en borg de componenten met de borgring. – Monteer de kookplaat opnieuw. Ga hierbij te werk zoals in het hoofdstuk "Monteren van het apparaat" (pagina 33 tot 35) is beschre-ven. – Voer een functionele controle uit. 12. 212. 1 Afbeelding 1213. 1 Afbeelding 13.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch GKS 644.1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden