Kuppersbusch EGE 304.1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EGE 304.1 (15 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch EGE 304.1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | EGE 304.1 |
Handleiding Kuppersbusch EGE 304.1 – volledige tekst
46NLVerwijderen van de verpakkingVerwijder de transportverpakking op een zo milieubewust moge-lijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaalbespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Verwijderen van oude apparatenHet symbool op het product of op de verpakkingwijst erop dat dit product niet als huishoudafvalmag worden behandeld. Het moet naar eenplaats worden gebracht waar elektrische enelektronische apparatuur wordt gerecycled. Door dit product correct te verwijderen, draagt ubij tot de bescherming van het milieu en devolksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden ingevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voormeer details in verband met het recyclen van dit product, neemtu het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijfof de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of dewinkel waar u het product hebt gekocht.
Reglementair gebruikDe kookplaat mag alleen voor de bereiding van levensmiddelenin het huishouden worden gebruikt. Ze mag niet voor een anderdoel en alleen onder toezicht worden gebruikt. Hier vindt u. Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer uuw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnenvoor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onder-houd van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft. Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk„Wat te doen bij problemen. ”. Kleinere storingen kunt u vaak zelfverhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten. Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- enmontagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuweeigenaar door. InhoudVeiligheidsinstructies. 47Voor aansluiting en werking. 47Voor de kookplaat in het algemeen.
VeiligheidsinstructiesNL47Veiligheidsin st ructiesVoor aansluiting en werking• De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoor-schriften gebouwd. • Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het appa-raat mogen alleen door een erkend vakman volgens degeldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondes-kundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico vooruw veiligheid. Voor de kookplaat in het algemeen• Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kook-zones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij hetgevaar bestaat dat de pannen oververhit raken. • Wees voorzichtig bij het gebruik van bain-marie pannen. Bain-marie pannen kunnen onbemerkt leegkoken. Dat veroorzaaktbeschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikantkan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. • Oververhitte vetstoffen en olie kunnen spontaan ontbranden.
Bij het bereiden van gerechten met vet en olie steeds in debuurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen. Een deksel op de pan leggen, kookzone uitschakelen. • De keramische plaat is zeer resistent. Zorg er niettemin voordat er geen harde voorwerpen op de keramische plaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen bre-ken. • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aande keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrischeschokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contactopnemen met de klantenservice. • Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling nietmeer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in dewoning uitschakelen en contact opnemen met de klantenser-vice. • Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparaten.
Net-snoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen. • De keramische kookplaat mag niet worden gebruikt om ervoorwerpen op neer te leggen. • Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen.
Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone hou-den, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechtenmet een hoog suikergehalte. Suiker onmiddellijk met een spe-ciale glasschraper volledig van de keramische kookplaat ver-wijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen tevermijden. • Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voor-werpen direct onder de kookplaat leggen. • Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingenop kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnendeze uiteenbarsten. • De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door hetapparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooitvoorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz. ) op de sensoren plaat-sen. • Als pannen tot over de sensoren overkoken, is het aanbevolenop de UIT-toets te drukken. • Hete potten en pannen mogen de sensoren niet afdekken.
Indat geval wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld. • Flambeer nooit onder een afzuigkap – het vet dat zich in het fil-ter bevindt, kan daarbij in brand geraken. • Herhaaldelijk vastbranden van verontreinigingen vermijden. Voor de grill-kookplaat• Bij het grillen moet u zeer voorzichtig zijn. Door de hitte vanhet verwarmingselement zijn de kookplaat en de levensmidde-len heet. Daarom keukenhandschoenen en een grilltanggebruiken. • Als u in de levensmiddelen, bijv. worstjes, prikt, kan het veteruit spuiten. Om verbrandingen van de huid en vooral van deogen te vermijden, moet u een grilltang gebruiken. • De bereiding steeds in het oog houden. • kleine kinderen steeds uit de buurt houden. • Gebruik voor het onderhoud van de grillplaat in geen gevalonderhoudsproducten die siliconen bevatten. Volg de richtlij-nen voor reiniging en onderhoud.
Voor personen• Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door perso-nen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische ofgeestelijke mogelijkheden of met gebrek aan ervaring en/ofkennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke per-soon erop toezicht houdt of hen aanwijzingen heeft gegevenhoe het apparaat moet worden gebruikt. Kinderen moeten onder toezicht worden gehouden om te ver-hinderen dat ze met het apparaat spelen. • Let op:De oppervlakken van verwarmings- en kookzones worden bijhet werken heet. Daarom moeten kleine kinderen principieeluit de buurt worden gehouden.
48Beschrijving van het apparaatNLBesc hrijving van het a pp araat1. Aan/Uit-toets2. Kookzonekeuzetoets3. Kookstandweergave4. Gereedheidsstip5. Plus-toets (verhogen) / Min-toets (verlagen)6. Vergrendeltoets met controlelampje7. STOP-toets8. Inschakeltoets extra ring9. Controlelampje (extra ring)10. Timer-selectietoets11. Timer-weergave12. Controlelampje voor het aanwijzen van de kookzonepositie op de keramische kookplaatBediening door sensorenDe bediening van de keramische kookplaat gebeurt door touch-control-sensoren. De sensoren functioneren als volgt: met de vin-gertop een symbool op het keramische oppervlak even aanra-ken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoonbevestigd. In de rest van de tekst wordt voor de touch-control-sensoren het woord „toets“ gebruikt. Aan/Uit-toets (1)Met deze toets wordt de volledige kookplaat in- en uitgeschakeld.
De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar. Kookzonekeuzetoets, bijv. vooraan (2)Door op een van de beschikbare kookzonekeuzetoetsen te druk-ken wordt een kookzone geselecteerd, waarvoor vervolgens metde plus-toets of min-toets een kookstand kan worden ingesteld. Plus-toets / Min-toets (5)Met deze toetsen worden de kookstanden, de automatische uit-schakeling en de kookwekker ingesteld. Met de min-toets wordtde aangetoonde waarde verlaagd, met de plus-toets verhoogd. De aangetoonde waarde kan worden gewist door beide toetsentegelijk aan te raken. Kookstandweergave (3)De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of:H. restwarmteA. automatisch aankokenSTOP. stop-functie. warmhoudfunctieAls het gereedheidspunt (4) brandt, kan de kookzone wor-den ingesteld. Inschakeltoets extra ring (8)Voor het inschakelen van extra verwarmingsringen.
BedieningNL49BedieningGebruiksduurbeperkingDe kookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking. Deononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijkvan de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen vande kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeper-king gereageerd heeft, wordt de kookzone uitgeschakeld; er iseen kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H. Andere functiesAls één of meer sensoren langer of tegelijk worden bediend (bijv. door een per ongeluk op de sensoren geplaatste pan) wordt erniet geschakeld. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijdeen signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgescha-keld. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen.
Tips om energie te besparenHier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig en effi-ciënt met uw nieuwe kookplaat en het kookservies om te gaan. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de kook-zonediameter. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houdendat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die ismeestal groter dan de panbodem. • Snelkookpannen zijn door de gesloten kookruimte en de over-druk bijzonder tijdbesparend en zuinig. Door de korte berei-dingsduur blijven vitamines bewaard. • Let erop dat er altijd voldoende vloeistof in de snelkookpan is,want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pandoor oververhitting worden beschadigd. • Kookpannen indien mogelijk altijd met een passend dekselsluiten. • Voor elke te bereiden hoeveelheid de passende pan gebrui-ken. Een grote, nauwelijks gevulde pan verbruikt veel energie.
RestwarmteweergaveDe keramische kookplaat is met een restwarmteweer-gave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de rest-warmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm tehouden.
Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nogheet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding. KookstandenHet verwarmingsvermogen van de kookzones kan in meerderestanden worden ingesteld. In de tabel vindt u toepassingsvoor-beelden voor de verschillende standen. Grillen op de grill-kookplaatDe keramische kookplaat is geschikt om direct op de hete kook-zone te grillen. De te grillen gerechten, zoals steaks of worstjes,worden op de hete kookzone gelegd. Vooraleer u de eerste keer levensmiddelen bereidt, de grillplaatmet een vochtige doek en wat afwasmiddel schoonmaken. Ver-volgens met een pluisvrije doek droogwrijven. • Gebruik geen olijfolie om te grillen. Ingebrande olijfolierestenzijn zeer moeilijk weer te verwijderen. • De grill onmiddellijk voor het grillen ca. 5 minuten op stand 9voorverwarmen. Leg de te grillen levensmiddelen direct op deglaskeramiek.
Gebruik geen aluminiumfolie of dergelijke. • Het vlees op stand 9 aan weerszijden grillen tot het van degrillplaat loskomt. Zo blijft de jus in het vlees. • Dan eventueel verlagen (bijv. op stand 6) en gaar grillen. Dikke stukken vlees en worst af en toe omdraaien. • De grillplaat niet met olie invetten. Mager vlees kan met olieworden bestreken. Bij het grillen van zeer vette levensmidde-len het uitlopend vet tijdens het grillen voorzichtig met keuken-papier afdeppen. Bij ingelegd vlees het overtollig vet en grovekruiden (zoals uien, bladeren of tijm) verwijderen. • Denkt u eraan dat grote hoeveelheden levensmiddelen langernodig hebben om gaar te worden dan kleine. Daarom is hetaanbevolen meermaals na elkaar kleinere hoeveelheden tegrillen. • Na elke grillbeurt de grillresten met de reinigingsschraper ver-wijderen.
50BedieningNLBediening van de toetsenDe hier beschreven besturing verwacht na het bedienen van een (keuze-)toets daarna de bediening van een volgende toets.De volgende toets moet principieel binnen 10 seconden worden bediend,anders wordt de keuze geannuleerd.De plus-/min-toetsen kunnen apart worden aangeraakt of ingedrukt gehou-den worden.Kookplaat en kookzone inschakelen1. Zolang op de Aan/Uit-toets drukken tot de kookstandweergaven 0 aantonen. De gereedheidspunten knipperen. De besturing is klaar voor gebruik. 2. Vervolgens op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor voor-aan) (indien aanwezig). Het gereedheidspunt van de gekozen kookzone brandt.3. Met de plus-toets of min-toets een kookstand kiezen.Door de plus-toets wordt de kookstand 1 ingeschakeld, door de min-toets de kookstand 9.4.
Een pan op de kookzone plaatsen.Om tegelijk op andere kookzones te koken de punten 2 tot 4 herhalen.Kookzone uitschakelen5. Gereedheidspunt van de gekozen kookzone moet branden. Hiervoor ev. op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor vooraan) (indien aanwezig).6. a) Meermaals op de min-toets drukken tot de kookstandweergave 0 aantoont, ofb) één keer tegelijk op de min-toets en de plus-toets drukken. De kookzone wordt vanop elke kookstand direct uitgeschakeld, ofc) op de Aan/Uit-toets drukken. De volledige kookplaat wordt uitge-schakeld (alle kookzones worden uitgeschakeld).Kookplaat uitschakelen7. Op de Aan/Uit-toets drukken. De kookplaat wordt onafhankelijk van de instelling volledig uitgeschakeld.kookzonekeuzetoetsen gereedheidspunt
BedieningNL51Inschakelen van de tweede ring (indien voorhanden)(Alleen kookzones met meerdere verwarmingsringen)De tweede ring van de gewenste kookzone kan slechts worden ingeschakeldna het inschakelen van de overeenkomstige kookzone.1. Gewenste kookstand van 1-9 kiezen.2. De tweede verwarmingsring inschakelen door op de inschakeltoets extra ring te drukken. Het controlelampje tweekrings licht op.3. Door opnieuw op de inschakeltoets extra kring te drukken, wordt de buitenste verwarmingskring uitgeschakeld. Het controlelampje twee-krings gaat uit.Opmerking• De handmatig ingeschakelde verwarmingsringen worden automatischgedesactiveerd als de kookzone wordt uitgeschakeld.Kinderbeveiliging De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de kookplaat per ongelukof opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.Kinderbeveiliging inschakelen1.
Op de Aan/Uit-toets drukken om de kookplaat in te schakelen.2. Meteen daarna tegelijk op de plus-toets en de min-toets druk-ken.3. Vervolgens op de plus-toets drukken om de kinderbeveiliging te acti-veren. In de kookstandweergaven verschijnt een L voor Child-Lock; debediening is geblokkeerd en de kookplaat wordt uitgeschakeld.Kinderbeveiliging uitschakelen4. Op de Aan/Uit-toets drukken.5. Meteen daarna tegelijk op de plus-toets en de min-toets druk-ken.6. Vervolgens op de min-toets drukken om de kinderbeveiliging uit teschakelen. De L verdwijnt.OpmerkingBij een stroomstoring wordt de ingeschakelde kinderbeveiliging beëin-digd, d.w.z. gedesactiveerd.
52BedieningNLAutomatische uitschakeling (timer) Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone naeen instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van 1 tot99 minuten worden ingesteld. 1. De kookplaat inschakelen. Een of meer kookzones inschakelen en gewenste kookstanden kiezen. 2. Op de timer-selectietoets drukken. Het gereedheidspunt van de automatische uitschakeling brandt. Blijven op de toets drukken tot het timer-controlelampje voor de gewenste kookzone knippert. Belangrijk: Timer-controlelampjes kunnen alleen knipperen als de kook-zones eerst werden ingeschakeld (kookstand groter dan 0). 3. Meteen daarna met de plus-toets of de min-toets de kooktijd van 1 tot 99 minuten ingeven. Met de plus-toets begint de aangetoonde waarde bij 01, met de min-toets bij 99.
Door gelijktijdig aanraken van de plus- en min-toets wordt de instelling teruggezet (00). 4. Om de automatische uitschakeling voor nog een kookzone te program-meren, zo vaak op de timer-selectietoets drukken tot de timer-con-trolelamp voor de gewenste kookzone knippert. Vervolgens met de plus-toets of min-toets de gewenste tijd instellen. 5. Na afloop van de tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er is een tijd lang een signaal te horen, dat kan worden uitgeschakeld door op een wille-keurige toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken. Opmerkingen• Om de afgelopen tijd (automatische uitschakeling) te controleren, zo vaakop de timer-selectietoets drukken tot de timer-controlelamp voor degewenste kookzone knippert. De aangetoonde waarde kan afgelezen enveranderd worden.
Na afloop van de tijd is er een tijd lang een signaal te horen, dat kan wor-den uitgeschakeld door op een willekeurige toets. Noot:• De kookwekker blijft ook dan in werking als de keramische kookplaat uitge-schakeld is. Om de tijd te wijzigen de kookplaat met de Aan/Uit-toets inschakelen. Controlelamp timerGereedheidspunt van de automatische uitschakeling.
BedieningNL53STOP-functie Het koken kan tijdelijk met de STOP-toets worden onderbroken, bijv. als eraan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort tezetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een ev. ingestelde timerwordt gestopt en loopt daarna verder.Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar.Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld.1. Het kookgerei staat op de kookzones en de gewenste kookstanden zijn ingesteld.2. Op de STOP-toets drukken. In plaats van de gekozen kookstanden verschijnen na elkaar de letters S-T-O-P.3.
De onderbreking wordt beëindigd door eerst op de STOP-toets en daarna op een willekeurige andere toets (behalve de Aan/Uit-toets) te drukken.De tweede toets moet binnen 10 seconden worden bediend, anders wordt de kookplaat uitgeschakeld.Vergrendeling Door de vergrendeling kunnen de bediening van de toetsen en de instellingvan een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Uit-toets kan nog altijdworden bediend om de kookplaat uit te schakelen.Vergrendeling inschakelen (tijdens het koken):1.Vergrendeltoets indrukken om de functie te activeren. Het controle-lampje boven de vergrendeltoets brandt. De bediening is geblokkeerd.Vergrendeling uitschakelen2.Vergrendeltoets indrukken om de functie uit te schakelen. Het con-trolelampje van de vergrendeltoets dooft.Opmerkingen• De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de kookplaat uitge-schakeld is!
Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerstgedesactiveerd worden!• Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergrendeling beëindigd,d.w.z. gedesactiveerd.
54BedieningNLAutomatisch aankoken Bij het automatisch aankoken gebeurt het aan de kook brengen met kook-stand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkook-stand (1 tot 8) teruggeschakeld. Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstandworden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdatde elektronica automatisch terugschakelt. Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opge-zet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet per-manent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees). 1. Een kookzone in werking nemen. De gereedheidsstip van de gekozen kookzone moet branden. Hiervoor ev. op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor vooraan) (indien aanwezig). 2. Kookstand 9 instellen. Door de plus-toets opnieuw aan te raken wordt het automatisch aankoken geactiveerd.
De kookstandweergave toont afwisselend A en 9. 3. Meteen daarna met de min-toets een lagere kookstand 1 tot 8 kie-zen. A en de gekozen doorkookstand knipperen afwisselend. 4. Het automatisch aankoken verloopt volgens de programmering. Na een bepaalde tijd (zie tabel) wordt het kookproces op de doorkookstand voort-gezet. Opmerkingen• Tijdens het automatisch aankoken kan met de plus-toets de door-kookstand worden verhoogd. Door op de min-toets te drukken, wordthet automatisch aankoken uitgeschakeld. • Behoudt men na activering van het automatisch aankoken de stand 9 enkiest men geen lagere kookstand, wordt het automatisch aankoken na10 sec. automatisch uitgeschakeld en stand 9 blijft behouden. Warmhoudfunctie Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kook-zone warm gehouden worden. De kookzone wordt met laag vermogengebruikt. 1.
Kookgerei staat op een kookzone en een kookstand (bijv. 3) is gekozen. Het gereedheidspunt van de gekozen kookzone moet branden. Hiervoor ev. op een kookzonekeuzetoets drukken (bijv. voor vooraan) (indien aanwezig). 2.
Reiniging en onderhoudNL55Reiniging en onderhoud • Vóór het reinigen de kookplaat uitschakelen en laten afkoelen. • De keramische kookplaat mag in geen geval met een stoom-reinigingsapparaat of dergelijke worden schoongemaakt. • Bij het reinigen erop letten dat slechts kort over de Aan/Uit-toets wordt geveegd. Op die manier wordt vermeden dat dekookplaat per ongeluk wordt ingeschakeld. Keramische kookplaatBelangrijk. Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoalsgrove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- envlekkenverwijderaar enz. Reiniging na gebruik1. Maak de hele kookplaat altijd schoon als ze vuil is – het bestetelkens na gebruik. Gebruik hiervoor een vochtige doek en watafwasmiddel. Daarna wrijft u de kookplaat met een schone doekdroog, zodat er geen resten van afwasmiddel op het oppervlakachterblijven. Wekelijks onderhoud2.
Reinig en onderhoud de kookplaat een keer in de week gron-dig met gebruikelijke reinigingsproducten voor vitrokeramiek. Houdt u zich in elk geval aan de instructies van de fabrikant. De reinigingsproducten vormen bij het aanbrengen een bescher-mende film, die water en vuil tegenhoudt. Alle verontreinigingenblijven op de film en kunnen daarna veel gemakkelijker wordenverwijderd. Vervolgens met een schone doek droogwrijven. Ermogen geen resten van reinigingsmiddelen op het oppervlakachterblijven, omdat ze bij het opwarmen agressief reageren enhet oppervlak veranderen. Speciale verontreinigingenSterke verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoer-achtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als dekookplaat nog lauwwarm is. Gebruik hiervoor gebruikelijke reini-gingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschre-ven.
Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen– in nog hete toestand – met een glasschraper. Daarna de kook-plaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Zandkorrels, die eventueel bij het aardappelen schillen of slaschoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschui-ven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geenzandkorrels op het oppervlak blijven liggen. Kleurveranderingen van de kookplaat hebben geen invloed opde werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hier-bij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet ver-wijderde en daarom ingebrande resten. Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, inhet bijzonder bij het gebruik van kookservies met een aluminium-bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnenslechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen wordenverwijderd.
Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door hetgebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurendepanbodems wordt het decor in de loop van de tijd afgeschuurden ontstaan er donkere vlekken. Grill-kookplaatEerst worden alle spijzen en vetspatten met een reinigingsschra-per van de hete zone van de grillplaat verwijderd. Dat gaat hetgemakkelijkst door onmiddellijk na het grillen de verontreinigin-gen van de nog hete zone op de koude zone te schuiven. Na het afkoelen van het apparaat zijn deze verontreinigingen danprobleemloos te verwijderen. Vervolgens wordt de koude grillplaat met afwaswater vetvrijgemaakt, nat afgeveegd en met een schone doek of keukenpa-pier drooggewreven. We bevelen aan de grillplaat met een halve citroen of metcitroensap af te wrijven. Lichte eiwitverontreinigingen, bijv. vanvlees worden verwijderd en de grillplaat glanst weer.
Hardnekkige verontreinigingenAls er na het schoonmaken nog hardnekkige verontreinigingenop het oppervlak achterblijven, kan men die met een geschiktschoonmaakmiddel voor kookplaten verwijderen. Hiervoor wordt wat schoonmaakmiddel m. b. v.
een stukje keu-kenpapier over de hele grillplaat gewreven tot er geen verontrei-nigingen meer te zien zijn. Meteen daarna wordt de hele grillplaatmeermaals nat afgeveegd en dan drooggewreven. Gebruik in geen geval siliconenhoudende reinigingsmidde-len. Die laten een beschermende film op de grillplaat achter,die in de levensmiddelen kan trekken als u de volgende keergrillt. Let daarom in elk geval op de desbetreffende instruc-ties van de fabrikant. Gebruik van een reinigingsschraper• Opgelet, gevaar voor snijwonden. Het mes van een reinigings-schraper is zeer scherp. • Houd de reinigingsschraper altijd plat en schuif de verkorstin-gen weg. • Maak geen krassen met de hoek van de schraper.
56Wat te doen bij problemen. NLWat te doen b ij problemen. Ongekwalificeerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijngevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluitingbestaat. Om lichamelijke schade en schade aan het apparaat tevoorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen der-gelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd. Denk eraanAls er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerstaan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken nietzelf kunt verhelpen. Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit. • Neem contact op met de klantenservice of een elektromon-teur. De kookplaat kan niet worden ingeschakeld. • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gere-ageerd. • Is de aansluitingskabel aangesloten.
• Zijn de sensoren vergrendeld, d. w. z. het controlelampje bovende vergrendeltoets brandt. • Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d. w. z. er wordt een Laangetoond. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt. A. u. b. verwijderen. Het symbool knippert en er is gedurende een bepaaldetijd een signaal te horen. Er is een permanente bediening van de touch-control-sensorendoor overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voor-werpen. Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerpen ver-wijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of dekookplaat uit- en inschakelen. De kookplaat c. q. de kookzone is plots uitgeschakeld. • Hebt u per ongeluk op de Aan/Uit-toets gedrukt. • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistofof een metalen voorwerp bedekt.
Een signaaltoon weerklinktgedurende een beperkte tijd. Na een paar seconden wordt eruitgeschakeld. A. u. b. het voorwerp van de sensoren verwijde-ren. • Heeft de veiligheidsuitschakeling gereageerd, d. w. z.
een kook-stand werd langer dan een bepaalde tijd ongewijzigd gebruikt. Zie hoofdstuk „Gebruiksduurbeperking”. Wordt een foutcode Fx aangetoond na het insteken van destekker en het uitvoeren van de afstelling. • F1: de omgevingshelderheid is te hoog (bijv. zonlicht, spots)• F2: sterk pulserend licht (tl-lamp)• F3: toets met een helder voorwerp afgedekt• F4: sterk schommelende omgevingshelderheid Oplossing bij alle foutcodes: omgevingslicht reduceren of voor-werpen van de sensoren verwijderen. Kookplaat uitschakelen niet mogelijk. • Elektronisch onderdeel is defect. Zekering uitschakelen en service contacteren. De kookplaat warmt niet op. • Kookplaat defect. Service contacteren. • Binnenste ring van een kookzone met meerdere ringen defect. Functionerende buitenste ring in geen geval blijven gebruiken. Onmiddellijk de service contacteren.
De kookplaat maakt geluiden (klikkende of krakende gelui-den) of bij het inschakelen van de kookplaat is gezoem tehoren. • Dat heeft een technische oorzaak en heeft geen invloed op dekwaliteit en de werking. LED voor de kookstanden of voor de restwarmteverklikker Hbrandt niet of slechts af en toe. • LED defect. Service contacteren. Gevaar voor verbranding omdat er niet meer voor hoge tempe-raturen wordt gewaarschuwd. De kookplaat heeft barsten of breuken. • Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aande keramische kookplaat bestaat gevaar voor elektrischeschokken. Het apparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contactopnemen met de klantenservice.
MontagehandleidingNL57MontagehandleidingOpmerkingDe KÜPPERSBUSCH-kookplaat mag alleen volgens de instructies in deze handleiding worden ingebouwd. Als dit voorschrift niet wordt nageleefd, sluit KÜPPERSBUSCH elke aansprakelijkheid uit en verliezen de toegekende keurmer-ken hun geldigheid. Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur• Het fineer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangren-zende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (>75°C). Als het fineer en de bekleding onvoldoende temperatuurbe-stendig zijn, kunnen ze vervormen. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkbladachter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumaf-standen volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
• De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuit-sparingen moeten volgens de inbouwtekening worden geres-pecteerd. • Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstandvan minstens 40 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moetmet warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed tekunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm tebedragen. • De afstand tussen kookplaat en afzuigkap moet minstens zogroot zijn als in de montagehandleiding van de afzuigkap isvoorgeschreven. • Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, nagels,enz. ) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdatdeze delen eventuele risicobronnen vormen. Kleine onder-delen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat verstikkings-gevaar. MontageBelangrijke opmerkingen• Indien de kookplaat boven meubelgedeelten (zijwanden, ladene. d.
) ligt, moet een tussenbodem met een minimale afstandvan 20 mm t. o. v. de onderkant van de kookplaat worden inge-bouwd, zodat een toevallig contact niet mogelijk is. De tussen-bodem mag alleen met gereedschap kunnen wordenverwijderd.
• Om brand te vermijden, moet erop worden gelet dat geenbrandgevaarlijke, licht ontvlambare of door warmte vervorm-bare voorwerpen direct naast de kookplaat worden geplaatstof gelegd. KookplaatafdichtingVóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichtingzonder onderbreking worden ingelegd. • U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat enhet werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen inde daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnenindringen. • Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv. meteen keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz. ) moetde pakking, die zich ev. aan de kookplaat bevindt, worden ver-wijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kook-plaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit)worden afgedicht. •De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven.
Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer teverwijderen zonder ze te vernielen. Uitsparing in het werkbladDe uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk meteen goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geenvocht kan binnendringen. De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingenuitgezaagd. De keramische kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijkehoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnende glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de kookplaat correct zit en volledigafsluit. De keramische kookplaat wordt ofwel met clips of met plaatstripsbevestigd.
MontagehandleidingNL58Clips • De clips op de aangegeven afstanden inde uitsparing van het werkblad inslaan.Door de horizontale aanslag is geen aan-passing in de hoogte nodig.• Belangrijk: de horizontale aanslag van declips moet vlak op het werkblad liggen(breukgevaar vermijden).• De kookplaat volgens de afbeelding linksinzetten (a), justeren (b) en vastclipsen(c).• Om de clips te zekeren kunnen schroevenworden gebruikt.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage!Minimumafstand tot naburige wandenUitfreesmaatBuitenmaat kookplaatKabeldoorvoer door de achterwandInbouwhoogtePlaatstrip • De kookplaat inzetten en justeren.• Onderlangs de plaatstrips met schroevenaan de voorziene bevestigingsgaten inzet-ten, justeren en vastzetten.• De schroeven alleen met een schroeven-draaier met de hand vastzetten; geenelektrische schroevendraaier gebruiken.• Bij dunne werkbladen op de juiste positievan de plaatstrip letten.Belangrijk:Als de keramische kookplaat scheef zit ofspant, bestaat er verhoogd breukgevaarbij de montage!Minimumafstand tot naburige wandenUitfreesmaatBuitenmaat kookplaatKabeldoorvoer door de achterwandInbouwhoogteAfmetingen in mm
MontagehandleidingNL59Elektrische aansluiting• De elektrische aansluiting mag uitsluitend door eenerkend vakman worden uitgevoerd. • De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van deplaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt wordennageleefd. • Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie wordenvoorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contact-openingswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het nette scheiden. Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schake-laars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatiehet apparaat met één van deze installaties stroomloos maken. • De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van detrekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aan-sluitkabel met trek wordt belast. • De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder hetapparaat worden getrokken.
• U moet er ook op letten dat de netspanning met de op hettypeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt. • De kookplaat is bij levering met een temperatuurbestendigeaansluitkabel uitgerust. • De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn. • Als de aansluitleiding van dit apparaat wordt beschadigd, moetze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijk-aardig gequalificeerde persoon worden vervangen om risico'ste vermijden. • Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijnmet onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan. • Let op: door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselek-tronica worden vernield.
AansluitwaardenNetspanning: 220 - 240V~, 50-60 HzNominale componentenspanning: 220 - 240VInbedrijfstellingNa het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van devoedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftestvan de besturing plaats en verschijnt er een service-informatievoor de klantenservice. Belangrijk: Bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwer-pen op de touch-control sensoren liggen.
Met een sponsje en wat sop even over het oppervlak van dekookplaat vegen en vervolgens droogwrijven. BelangrijkDoor het testen van de kookplaat bij de productie (kwaliteits-controle) kan het geheugen noch informatie bevatten. Als dekookplaat op het net wordt aangesloten, kan daarom gedu-rende maximaal 60 minuten een H in de kookstandweergavete zien zijn. Dat is voor de gebruiker zonder belang. Technische gegevens Afmetingen Kookplaathoogte/ breedte/ diepte mm 40 x 294 x 519Kookzonesachter Ø cm (kW)voor Ø cm (kW)18/12 (1,7)14 (1,2)Kookplaat, totaal kW 2,9Afmetingen Kookplaathoogte/ breedte/ diepte mm 40 x 294 x 519KookzonecmkW18,5 x 30,51,4Kookplaat, totaal kW 1,45 Sek.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EGE 304.1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Kuppersbusch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis