Kuppersbusch GKH 507.0 E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch GKH 507.0 E (18 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Kuppersbusch GKH 507.0 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Kuppersbusch |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | GKH 507.0 E |
Handleiding Kuppersbusch GKH 507.0 E – volledige tekst
Ter informatieLees zorgvuldig de informatie in deze handleiding. U vindt hierin belangrijketips voor de veiligheid, de installatie, het gebruik en het onderhoud van hetapparaat. Het apparaat dient uitsluitend voor het bereiden van levensmiddelen in hethuishouden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Het apparaat behoort tot de apparatenklasse 3. Het apparaat is alleen voor Duits- land en Oostenrijk toegelaten. Kategorie des Gas-HerdesDE. CAT II 2ELL 3B/PAT. CAT 3B/P. 50 mbarGarantieVoor het aangeschafte apparaat gelden de garantiebepalingen welke doorde vertegenwoordiging van de moederorganisatie in het land van aankoopzijn uitgegeven. Eventuele bijzonderheden hiervoor zal de leverancier, waar-bij het apparaat is gekocht, desgevraagd verschaffen. Om aanspraak te kun-nen maken op eventuele garantie is het overleggen van de rekening in iedergeval vereist.
TypeplaatjeHet bevindt zich rechts aan de zijkant en is zichtbaar wanneer de ovendeurgeopend is. Gelieve de volgende gegevens te noteren voor eventuele vragenaan onze klantenservice:F-nummerType ovenType gasplaatInhoudEen overzicht van het apparaat. 17Veiligheidstips. 18voor het aansluiten en het werkenvoor de kookplatenvoor de ovenVoor het eerste gebruik. 18Verpakking en het oud apparaat verwijderenDe eerste keer schoonmakenHet kookveld. 19Eigenschappen van het gaskookveldGebruik van de pitten. 19Gebruik van de brandersPitten in- en uitschakelenTips voor de juiste pannenOven. 20Keuze van de werkwijze en de temperatuurSchakelaarsymbolen en werkwijzenGebruik van de oven. 20BakkenRichtwaarden voor het bakkenBradenInmakenOntdooienWarmhouden en opwarmenGrillenSchoonmaak en onderhoud. 24Geëmailleerde en gelakte onderdelenBranders en roostersPittenOvenHulp bij storingen.
Veiligheidstipsvoor het aansluiten en het werkenVooraleer het apparaat wordt aangesloten, moet worden gecontroleerd ofde plaatselijke aansluitvoorwaarden (gassoort en gasdruk) met de instel-ling van het apparaat overeenkomen. Alle instelwaarden voor het appa-raat zijn in deze handleiding vermeld. Dit apparaat wordt niet aan eenafvoer voor verbrande produkten aangesloten. Het moet overeenkomstigde geldende installatievereisten worden opgesteld en aangesloten. Ermoet in het bijzonder op een goede verluchting worden gelet. Het gebruik van een kooktoestel op gas leidt tot vorming van warmte envochtigheid in de ruimte waar het staat opgesteld. Daarom is het van belangdat de keuken steeds goed is verlucht; houd de verluchtingsopeningen openof zorg voor een mechanische verluchtingsinstallatie (bijv. een afzuigkap).
Hetbijzonder intensief of langdurig gebruik van het apparaat kan een bijkomen-de verluchting, bv. door het openen van het raam of het gebruik van een af-zuigkap op een hogere stand, noodzakelijk maken. Apparaten van Küppersbusch worden volgens de geldende veiligheids-voorschriften gebouwd. De gasaansluiting en instellings- en aanpassingswerken mogen uitslui-tend door een erkend vakman worden uitgevoerd. Daarbij moeten dewettelijk erkende voorschriften en aansluitivoorwaarden van de plaatse-lijke gasmaatschappijen strikt worden nageleefd. Het apparaat mag alleen in een voldoende geventileerde ruimte worden gebruikt. Het apparaat mag niet worden gebruikt om de ruimte te verwarmen. Wanneer het apparaat niet goed functioneert onmiddellijk de gastoevoerafsluiten.
Onderhoud en herstelling van het apparaat mogen enkel door een er-kend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitge-voerd. Bij herstellingen aan gasinstallaties moet de energietoevoersteeds worden afgesloten. Een ondeskundige uitvoering brengt uw veilig-heid in gevaar.
Bij het werken met vloeibaar gas (propaan/butaan) moeten alle verbindin-gen tussen de fles en het apparaat absoluut dicht zijn. Losse toevoerslangen niet inklemmen of op warme oppervlakken leggen. De oppervlakken van het fornuis, de ovendeur en het kooktoestel wordenwarm wanneer er wordt gewerkt. Kinderen steeds uit de buurt houden. Het netsnoer van elektrische apparaten niet op warme plaatsen neer-leggen of tussen de ovendeur klemmen. Het apparaat niet aan het handvat van de ovendeur optillen. Wij raden aan het apparaat regelmatig te laten nakijken. voor de kookplatenAfzuigkappen die boven de gasplaat zijn aangebracht moeten een mini-mumafstand van 650 mm hebben. De kookplaat alleen gebruiken indien er wordt gekookt. Let erop dat de opsteekringen of branderdeksel steeds op hun plaats liggen. Opgepast: bij stroomuitval functioneert de elektronische één-hand-vonk-ontsteking niet.
Aansteken met lucifers o. d. Oververhitte vetstof en olie kunnen spontaan ontbranden. Blijf steeds bijhet fornuis wanneer u gerechten met vet en olie, bv. frieten, bereidt. Brandend vet en olie nooit met water blussen. Het deksel op de pan leg-gen, de gasplaat uitmaken en de pan van de hete gasplaat schuiven. Snelkookpannen steeds in het oog houden. De brander eerst op maxi-maal vermogen instellen en daarna (volgens de instructies van de pan-nenfabrikant) op tijd verlagen. De ventilatiesleuven in de gasplaat mogen niet worden afgedekt. voor de ovenBij herstellingen en het vervangen van de gloeilampen in de oven maghet apparaat niet op het net zijn aangesloten (zekering uitschakelen). In de oven nooit voorwerpen bewaren die een gevaar kunnen vormenwanneer de oven toevallig wordt aangezet. Voorzichtig bij het werken in de warme oven.
Bij beschadigingen van de deurpakking,de scharnieren, de afdichtingsvlakken of een gebroken deurglas hetapparaat onmiddellijk buiten gebruik nemen tot een vakman het herstelden gecontroleerd heeft. Opgepast. Bij het openen en sluiten van de ovendeur de scharnierenniet vastnemen. Gevaar voor verwondingen. Bij bereidingen in de oven de ovendeur steeds volledig sluiten. Minstens 5 cm afstand bewaren van de grill en de bovenverwarming. Bij het grillen mit open deur moet het bijgeleverde hittescherm wordengemonteerd. Voor het eerste gebruikVerpakking en het oud apparaat verwijderenVerwijder de transportverpakking altijd op een zo milieubewust mogelijke ma-nier. In Duitsland neemt de handelaar, bij wie u het apparaat hebt gekocht, detransportverpakking terug. De recyclage van het verpakkingsmateriaal spaart grondstoffen en vermin-dert de afvalberg.
Het kookveldEigenschappen van het gaskookveldHet gaskookveld heeft vier branders met een verschillend vermogen. 1 Sudderbrander (H) 0,99 kW2 Normale brander (N) 1,81 kW3 Normale branderN (N) 1,81 kW4 Krachtige brander (S) 2,91 kWGebruik van de pittenRekening houden met de veiligheidstips op pagina 18. Gebruik van de brandersDe gastoevoer voor de brander wordt door een knop via de gaskraan metveiligheidssluiting geregeld. Op de knop zijn de symbolen voor de instelwaar-den afgebeeld. Brandersymbolen●gaskraan gesloten brander buiten gebruikgaskraan helemaal open maximale vlamasgaskraan een beetje open minimale vlamPitten in- en uitschakelenElke pit heeft een eigen knop, waarmee de gastoevoer voor de branderwordt geregeld. Welke knop bij welke pit hoort, kunt u aan de symbolen ophet bedieningspaneel herkennen.
Het aansteken van de brander wordt door een elektrische vonkontstekingvergemakkelijkt. - Om de gastoevoer voor de brander in teschakelen de knop lichtjes indrukken ennaar links draaien. - Om uit te schakelen de knop naar linksdraaien tot de veiligheidssluiting inklikt. - Om de brander aan te steken de knoplichtjes indrukken, in wijzerzin tot de maxi-mumstand draaien, ingedrukt houden enmet de drukknop de elektrische ontste-king activeren. Als de vlam brandt de knop nog 10 tot15 seconden ingedrukt houden. - De brander dan op de gewenste stand in-stellen. Als de vlam niet aangaat, herhaalt u de procedure na ca. 2 seconden. Alsde elektrische ontsteking niet werkt (bijv. bij een stroomuitval), kan de vlamook met een brandende lucifer of een aansteker worden aangestoken. Op de knoppen zijn de grootste en de kleinste kookstand gemarkeerd. Devlam kan traploos worden geregeld.
Als de vlam perongeluk uitdooft (bijv. door overkoken), wordt de gastoevoer automatisch uit-geschakeld. Tips voor de juiste pannenMet de juiste pannen spaart u kooktijd en energie. Kies een pan met een diameter die bij de brander past. Let erop dat pan en brander bijelkaar passen. De vlam moet debodem van de pan volledigbedekken, maar mag niet voorbijde bodem komen. Brander Diameter panSudder brander 0,99 kW 16 cmNormale brander 1,81 kW 16 - 22 cmKrachtige brander 2,91 kW 24 - 28 cmLeg steeds een deksel op de pan. De pan kookt alleen over wan-neer de vlam te groot is. Meteen beetje oefening zult u ersnel in slagen de vlam zo teregelen dat ook wanneer hetdeksel op de pan ligt, nietsmeer overkookt. KGH 507. 0E 19.
OvenRekening houden met de veiligheidstips op pagina 18. Bij het werken met de oven wordt de oven warm. De oven biedt u 7 werkwijzen. Keuze van de werkwijze en de temperatuurWerkwijze kiezen:Ovenschakelaar (rechter schakelaar) naar rechts of links draaien. Temperatuur instellen:temperatuurschakelaar (2e schakelaar van links) naar rechts draaien. Het verwarmingslampje op het bedieningspaneel brandt tijdens het opwar-men en dooft uit zodra de ingestelde temperatuur bereikt is. Schakelaarsymbolen en werkwijzen 0 UitVerlichting bij Gebruik van de oven. Boven-/onderverwarmingvoorverwarmen,bakken van biscuit en vochtig gebak Grill grillen van kleine hoeveelheden. De stukkenvlees in het midden van het braadroosterleggen. koude-luchtcirculatie zonder temperatuurinstelling, om be-hoedzaam te ontdooien en af te koelen. Hetelucht braden, bakken, koken op verschillende ni-veau’s.
Ovenrichels:één plaat 2e richel van ondertwee platen 1e en 3e richeldrie platen 1e, 2e en 3e richel Bij het bakken van meerdere lagen plaatgebak (vormgebak) moet de baktijdper bakplaat met ca. 5 tot 10 minuten worden verlengd. Neem de bakplaten afzonderlijk uit de oven, afhankelijk van de brui-ningsgraad.
U kunt uw gebraad ook met de werkwijze boven- en onderverwar-ming of intensieve boven- en onderverwarming bereiden. De braadduur hangt af van de vleessoort en de dikte van het vlees. Hetvlees lichtjes opheffen om te meten omdat het door zijn eigen gewicht in-zakt. De braadduur voor vlees met een vetlaag kan tot het dubbele oplopen. Druippan op 1e en rooster op 2e richel van onder. Gerecht Hete-luchtBoven-/onder-verwarmingIntensieve hete- luchtBerei-dingsduurhet gebraadsteeds kerenTemperatur in °C per cmvlees-dikte in min.
InmakenHete-lucht op 180 °C instellen.Uitsluitend verse levensmiddelen gebruiken en deze volgens de gebruikelijkerecepten voorbereiden. Max. 6 weckglazen van 1-1,5 liter inmaken.Alleen glazen gebruiken die geschikt zijn om in te maken. Alle glazen evenhoog en met dezelfde inhoud vullen. De glazen mogen elkaar niet raken.Fruit–Druippan in de 1e richel van onder schuiven, ca. 1 liter water in dedruippan gieten.–Hete-lucht op 180 °C instellen en het inmaakproces in het oog hou-den. Na 20 tot 40 minuten begint de vloeistof in de eerste glazen teparelen, meestal eerst in het glas rechts voor.–Dan de oven uitschakelen en de glazen nog ca. 30 min. (ca.
15 min.bij delicaat fruit zoals aardbeien) in de gesloten oven laten staan.Groenten en vlees–Weckglazen voorbereiden, in de druippan in de oven schuiven en detemperatuur instellen zoals bij fruit.–Wanneer de vloeistof parelt, de temperatuur op 150 °C verlagen ennog 30 tot 60 minuten laten doorkoken.–Dan de oven uitschakelen en de glazen nog ca. 30 minuten in de ges-loten oven laten staan.Levensmiddelen Inmaakduur(doorkoken)Naverwarmingin min.Bloemkool &0-80 30Bonen 60-80 30Erwten 80-90 30Komkommer uitschakelen 30Wortelen 60-80 30Paddestoelen 60-80 30Spruiten 60-70 30Asperges 80-90 30Tomaten uitschakelen 30Opgelet! Tijdens het inmaken wordt door het verdampen van het water inde ovenruimte zeer veel vochtigheid ontwikkeld; deze vochtigheid komt doorde dampopeningen naar buiten.
Daardoor kan het bedieningspaneel heetworden.OntdooienKies de werkwijze koude luchtcirculatie zonder temperatuurinstelling.Deze werkwijze wordt gebruikt om diepvriesproducten langzaam te ont-dooien.Warmhouden en opwarmenKies de werkwijze Warmhouden en opwarmen om gerechten na hetbereiden warm te houden of om gerechten langzaam op te warmen. Detemperatuur kan tot 150 °C worden ingesteld.22 KGH 507.0E
GrillenGrillen van platte stukkenKies de werkwijze Grill voor stukken vlees. platteZet de temperatuurregelknop van de oven op het symbool Grill. Bij het grillen met Grill de ovendeur open laten. Opgelet. Voorzichtig bij het grillen. De oven en de omgeving worden zeer heet. Kinde-ren moeten uit de buurt blijven. Goed geschikt om te grillen zijn vlees en vis die op het rooster of in dedruippan kunnen worden gegrild, bijv. steak, schnitzel, kotelet en heilbot. U kunt met de grill ook overbakken, gratineren, toasten enz. - Oven 5 tot 10 minuten voorverwarmen. - Het gerecht in de oven plaatsen. - Grillduur a. d. h. van de onderstaande tabel- Druippan met braadslede (extra toebehoren) in de 2e, 3e richel van on-der, braadrooster in de richel volgens de tabel. Gerecht Niveau Grill1e kantin min. 2e kantin min.
Varkenskotelet/Schnitzel 4 8 - 10 6 - 8 Varkensfilet 4 10 - 12 8 - 10Braadworst 4 8 - 10 6 - 8 Schaschlick 4 7 - 8 5 - 6 Gehaktballen 4 8 - 10 6 - 8 Runderfilet-steak 4 6 - 7 5 - 6 Lever 4 3 - 4 2 - 3 Kalfslapje 4 5 - 7 4 - 5 Kalfssteak 4 6 - 8 4 - 6 Schapenkotelet 4 8 - 10 6 - 8 Lamskotelet 4 8 - 10 6 - 8 Halve kip 2 10 - 12 5 - 7 Visfilet 4 6 - 7 4 - 5 Forel 3 4 - 7 3 - 6 Toastbrood 3 2 - 3 2 - 3 Belegd toastbrood 4 6 - 8 Tips voor het grillen- De vlees- of vismoten moeten zoveel mogelijk dezelfde dikte hebben, ten-minste 2 tot 3 cm dik. -Het vlees of de vis vóór het grillen met wat olie of vloeibaar vet bestri-jken zodat het mals blijft en gelijkmatig bruint. - Dunne stukken vlees op de bovenste, dikke stukken vlees tot 3 cm opéén van de onderste richels grillen. - Het grillrooster kan, afhankelijk van de bereiding, beneden worden inge-schoven, de druippan direct eronder.
- De bereiding moet tijdens het grillen worden gedraaid, platte stukkenslechts één keer, dikkere stukken verschillende draaien. HitteschermBij het grillen met open deur moet het bijgeleverde hittescherm worden ge-monteerd (zie afbeelding).
Het hittescherm dient om het bedieningspaneel tegen opstijgende hitte te be-schermen en het verbrandingsgevaar bij het gebruiken van de knoppen uitte sluiten. Grillen van grote stukken vleesKies de werkwijze Grill met hete lucht voor grote stukken vlees. Stel met de temperatuurschakelaar de vereiste temperatuur voor de berei-ding in (richtwaarden zie volgende tabel). Opgelet. Voorzichtig bij het grillen. De oven en de omgeving worden zeer heet. Kinde-ren uit de buurt houden. Geschikt om te grillen zijn grote stukken vlees zoals kalkoen, gebraad, kipenz. Het gewicht van de bereiding moet tenminste 1000 gram bedragen. Bij het grillen met Grill met hete lucht moet de ovendeur dicht bli-jven. Vleessoorten hoeveelheidRichel Grill met heteluchtGrillduurvan onder temperatuur in in min. 1 eend ca. 1,5 -2 kg 1-2 130-150 80-1001 tot 3 kippen,elk ca.
1 kg2-3 160-170 60- 70varkensgebraad 2-3 140-160 90-120varkensschouder 2-3 140-160 100-180varkenspoot,elk ca. 1 kg2-3 140-160 120-160rosbief, runderfilet3-4 170-180 40- 80Tips voor het grillen met hete lucht- Het vlees zoals gebruikelijk voor het grillen voorbereiden, op het roosterleggen en op het gewenste niveau (zie tabel) in de oven schuiven. Dedruippan eronder plaatsen. - Hoe dikker het stuk vlees, hoe lager de in te stellen temperatuur. - Vleesstukken tot 2,5 cm 4e richel 180 tot 200 °CVleesstukken v. a. 3 cm 1e richel- Tijdens het grillen moet het vlees verschillende keren worden omge-draaid. KGH 507. 0E 23.
Schoonmaak en onderhoudGeëmailleerde en gelakte onderdelenEmaillierte und lackierte Teile, wie z. B. dieKochmulde, nach dem Gebrauch mit einemfeuchten Tuch und etwas Handspülmittel reini-gen. Anschließend trocken nachreiben. Verwenden Sie keine kratzenden, scheuerndenoder aggressiven Reinigungsmittel. Entfernen Sie säurehaltige Verunreinigungen wie z. B. Zitronensaft, To-matenpüree, Essig o. ä. sobald wie möglich, da diese emaillierte undlackierte Oberflächen angreifen. Branders en roostersDe branders en roosters kunnen worden afgenomen en met een geschiktproduct worden schoongemaakt. De branders en vlamverdelers moeten na het schoonmaken goed worden af-gedroogd en weer nauwkeurig worden ingezet. Het is belangrijk dat deze on-derdelen weer nauwkeurig op hun plaats zitten omdat het apparaat andersniet meer correct functioneert.
Bij kooktafels met elektrische ontsteking moeten ook de ontstekingskaarsenaltijd worden schoon gehouden omdat ze goed zouden functioneren. PittenDe kooktafel met normaleschoonmaakmiddelen, de bran-derdeksels met heet afwaswaterschoonmaken. Sterkere verontrei-nigingen en ingebrande etensre-sten vóór het schoonmakeneerst laten inweken. Erop lettendat de tussenringen en brander-deksels op hun plaats liggen. Detussenringen door draaien lateninklikken. De geribde platen al-tijd zo leggen dat het uitsteekselnaar binnen gericht is. OvenAf en toe moet de oven grondig worden schoongemaakt. Hiervoor is hetaanbevolen een aantal onderdelen te demonteren. Hoe u daarbij tewerk gaat, ziet u hier:Ovendeur verwijderenOvendeur helemaaoll openen. De beugels aan de deurscharnie-ren opklappen. De ovendeur met beide handenopzij vastnemen en langzaamsluiten.
Ovendeurlangzaam volledig openen. Debeugel van de deurscharnierenweer naar beneden klappen. De ovendeur sluiten. Bovendien kunt u voor het schoonmaken:het venster van de ovendeurverwijderenDe beide bevestigingsschroevenaan de zijkant uitdraaien; het bin-nenste gedeelte van de oven-deur kan worden verwijderd. de lade uitnemenDe lade wordt gewoon uitgeno-men. 24 KGH 507. 0E.
Hulp bij storingenHerstellingen uitsluitend door een erkend vakman. Eerst controleren of het om een bedieningsfout gaat. Een aantal storingenkunt u zelf verhelpen of zoals aangegeven de klantenservice waarschuwen. Storing Oorzaak OplossingGasbranders gaanniet aan. Stroomtoevoeronderbroken. Stroomtoevoercontroleren. Etensresten ofschoonmaakmiddeltussen ontstekingskaarsen brander. Voorzichtig losmaken enschoonmaken. Ontstekingskaars defect. Klantenservice contacteren. Tijdelijk lucifers gebruiken. Vlambeeld van debrander ineensveranderd. Opsteekringen ofbranderdeksel ligt scheef. Opsteekringen of brander-deksel op hun plaatsleggen. De regelknop moetineens langeringedrukt worden, totde vlam brandt. Temperatuursensorverbogen. Temperatuursensor voor-zichtig weer recht buigen. Opsteekringen ofbranderdeksel ligt scheef. Opsteekringen of brander-deksel op hun plaatsleggen. Oven warmt niet op.
Defecte zekering. Zekering controleren of vervangen. De temperatuurknop ofde keuzeschakelaar vande oven zijn nietingeschakeld. Temperatuurknop ofkeuzeschakelaar van deoven instellen. Ovenverlichting func-tioneert niet meer. Lamp defect. Klantenservice vragen delamp te vervangen. Deurglas is gebroken. Apparaat uitschakelen,klantenservicewaarschuwen. Fruitsap ofeiwitvlekken opgeëmailleerdeonderdelen. Vocht van gebak of vlees. Onschadelijke verkleuringvan het email, niet te verhelpen. Ovendeur sluit niet. Deur of deurdichting vervuild. Vuil enkel met zeepsop eneen vochtige lap van dedeur en de pakking ver-wijderen. Opstelling en installatie Rekening houden met de veiligheidsinstructies op pagina 18. Richtlijnen voor opstelling en installatieAansluiting en ingebruikname mogen alleen door een erkende gasinstalla-teur volgens de geldende voorschriften worden uitgevoerd.
Bij het aansluiten op het gasnet moeten in het bijzonder de geldende voor-schriften en richtlijnen van de volgende organisaties worden nageleefd:DVGW Duitse Vereniging van het Gas- en Watervak,(DVGW-werkblad G600 (TRGI) Technische regelsvoor gasinstallaties)ÖVGW Oostenrijkse Vereniging van het Gas- en Watervak,TRGI Technische richtlijnen gasinstallatie,TRF Technische richtlijnen vloeibaar gas,GVU Voorschriften van de plaatselijke gasmaatschappijen, bovendien Geldende ongevallenpreventievoorschriften,Geldende VDE-bepalingen, Geldende rechtsvoorschriften,Regionale bouw- en stookverordeningen. De wettelijke voorschriften en de aansluitvoorwaarden van de plaatselijkegasmaatschappij moeten strikt worden nageleefd. Bij aansluiting, reparatie en vervangen van de ovenlamp het apparaatstroomloos maken (bijv. LS-schakelaar, zekering).
Als het apparaat is ingebouwd mag geen contact mogelijk zijn met on-derdelen die bij het werken onder spanning staan. Apparaat opstellen en installerenNa het verwijderen van de verpakking zorgvuldig controleren of het apparaatgeen beschadigingen vertoont. De verpakking en de beschermende folie vande losse onderdelen verwijderen. De opstellingsruimte moet goed verlucht zijn. Houd er rekening mee dat deachterwand een temperatuur van 50 °C moet uithouden; anders moet eenaangepaste warmte-isolatie worden aangebracht. Het apparaat behoort tot de veiligheidsklasse X. Dat betekent dat het appa-raat tegen muren of meubelwanden met willekeurige hoogte mag wordengeplaatst. Aan beide zijden mogen echter alleen meubels en andere appara-ten worden opgesteld die dezelfde hoogte hebben en er moet altijd een mi-nimumafstand van 20 mm blijven.
Let erop dat de aansluitingsleiding van het apparaat niet in contact komtmet hete onderdelen van de afvoer voor verbrandingsgassen aan de achter-kant van de oven. Afmetingen van het apparaat:KGH 507. 0E 25.
GasaansluitingDe aansluiting moet volgens deze handleiding en de technische regels voorgasinstallaties (DVGW+TRGI) c. q. de technische regels voor vloeibaar gas(TRF) worden uitgevoerd. Bovendien moeten de plaatselijke voorschriftenworden nageleefd. De aansluiting van het apparaat kan zowel rechts als links gebeuren, zodatde veiligheidsgasslang niet achter het apparaat moet worden geleid. De aansluiting kan vast of verwijderbaar zijn. Een door de DVGW erkendegasaansluitkraan wordt tussengezet. Als een veiligheidsgasslang volgens DIN 3383 Deel 1 wordt gebruikt, moeterop worden gelet dat deze niet door hete zones wordt geleid. De gasaansluiting wordt aan een lektest onderworpen. Hiervoor wordt eenlekzoekspray gebruikt. Er mogen in geen geval vlammen voor de lektest wor-den gebruikt. Belangrijke opmerking. Bij het wisselen van de aansluitingskant de instructies volgen.
–Dop van de aansluitstomp draaien, 2 open sleutels SW 24 gebruiken,–oude koperen dichting wegwerpen,–nieuwe koperen dichting (bijgeleverd) inzetten,–dop op de aansluitstomp aan de andere kant steken, gasdicht vast-draaien en de dichtheid controleren. Aansluiting en ingebruikname bij standaardinstelling op aardgas EDe apparaten worden normalerwijs met de instelling voor aardgas E gele-verd en zijn als dusdanig met het typeplaatje gemarkeerd. De apparatenkunnen binnen een Wobbe-index van 12,0 tot 15,7 kWh/m3 zonder aanpas-sing worden gebruikt. De instelling voor de primaire lucht is verzegeld en mag niet worden gewi-jzigd. Het hoofdspuitstuk en het kleinstandspuitstuk hebben vaste gaten voorde instelling op aardgas E. Aansluiting en werkingscontrole moeten dooreen erkend installateur worden uitgevoerd.
Als de gasmaatschappij een instelling verlangt die van de instelling E af-wijkt, moet volgens de installatiehandleiding tewerk worden gegaan. Datgeldt ook als de verzegeling beschadigd is. Gebruik bij afwijkende instellingEerst controleren of de uitvoering van het apparaat, de categorie en de inge-richte gassoort met de ter plaatse voorhanden gasfamilie of gasgroep overe-enkomen. Indien dat niet het geval is, is een conversie of aanpassing aande voorhanden gassoort noodzakelijk. Het apparaat moet met de voor de no-minale warmtebelasting voorziene spuitstukken worden gebruikt. Het gebruik van het apparaat met de voorziene spuitstukken en de daaruitresulterende warmtebelasting is binnen de volgende aansluitingsdrukken toe-laatbaar. –18 tot 25 mbar bij gassen van de 2e familie,–42,5 tot 57,5 mbar bij gassen van de 3e familie.
Buiten de genoemde drukken mag het apparaat niet in gebruik worden ge-nomen. De warmtebelasting op maximale stand wordt voor alle pitten be-reikt door de spuitstukken te vervangen. De warmtebelasting op kleinestand wordt bereikt door de kleinstandschroef in te stellen. De calorischebedrijfswaarde moet bij de gasmaatschappij worden opgevraagd en de juistespuitstukset moet in de tabel worden opgezocht. 26 KGH 507. 0E.
Elektrische aansluitingAlgemene opmerkingenDe aansluiting op het elektriciteitsnet moet door een erkend installateurvolgens de geldende voorschriften worden uitgevoerd.Vooraleer het apparaat op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, moetworden gecontroleerd of de spanning met die op het typeplaatje overeen-komt en of de aansluitkabel geschikt is voor de stroomsterkte die op hettypeplaatje staat vermeld.Het apparaat moet bij de installatie met een scheidingsinstallatie vooralle polen met een contactopeningswijdte van tenminste 3 mm (bijv. LS-schakelaar, zekering) worden verbonden.BelangrijkHet inbouwen en de aansluiting moeten precies volgens de instructies vande fabrikant worden uitgevoerd.
Het apparaat moet in elk geval op de aardingsleiding worden aangesloten.Een foutieve aansluiting kan schade aan personen, dieren en voorwerpenveroorzaken, waarvoor de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden ge-maakt.Elektrische aansluiting uitvoerenVoor de stroomvoorziening van de ovenverlichting en de één-hand-ontste-king is een 230-240 V veiligheidswandcontactdoos noodzakelijk.Het apparaat wordt met een aansluitkabel geleverd.Bij het vervangen van de aansluitkabel de volgende paragraaf lezen!Elektrische aansluitingbij het vervangen van de aansluitkabel Elektrisch vermogen 2540 WElektrische aansluitkabel type H05RR-F 230 V~ 3 x 0,75 mm2Om de elektrische aansluiting uit te voeren, wordt als volgt tewerk gegaan:- Het beschermdeksel A aan de buitenkant van de achterwand van het for-nuis afschroeven.- De aansluitkabel door de trekontlasting M steken en fixeren.- De afzonderlijke fasen volgens het schema in de afbeelding op de klem-strip B aansluiten.- De aardleider met de klem E verbinden.- Het beschermdeksel A vastschroeven.- Verloop van de aansluitkabel controleren:De aansluitkabel mag niet ingeklemd zitten, over het fornuis worden ge-leid of tegen een luchtafvoerkanaal liggen.geel-groenKGH 507.0E 27
Klaar maken voor gebruikDe fabrikant is niet verantwoordelijk voor persoonlijke of materiële schade tengevolge van installatiefouten of ondeskundig gebruik van het apparaat. De technische waarden voor de instelling bij het gebruiksklaar maken en bij het aanpassen aan een andere gassoort vindt u in de volgende instellingstabelvoor het gasdebietIngebruiknameControle van de warmtebelasting volgens de volumetrische methodevoor aardgasM. b. v. een gasteller en een chronometer kan het gasvolume worden vastge-steld dat per apparaat per tijdseenheid moet worden toegevoerd. De juiste gashoeveelheid geeft de instelwaarde E in liter per uur (l/h) of literper minuut (l/min) aan. De formule is als volgt: E = warmtebelasting : calorische bedrijfswaardeBelangrijk hierbij is dat de warmtebelasting in rusttoestand van het apparaatmoet worden gemeten.
De verschillende eenheden moeten overeenkomstig DVGW-TRGI worden om-gerekend. De calorische bedrijfswaarde moet bij de plaatselijke gasmaat-schappij worden opgevraagd. De vereiste instelwaarde voor de nominalewarmtebelasting en de warmtebelasting in kleinstand t. o. v. de nominaledruk vindt u in de instellingstabel voor het gasdebiet. Warmtebelasting bij vloeibaar gas controlerenControleer of de kentekening van de ingezette spuitstukken met de gege-vens van de fabrikant overeenkomt. Controleer a. d. h. van het typeplaatje ofdoor drukmeting of de ingebouwde drukregelaar de voor de gassoort voorzie-ne uitgangsdruk heeft (zie gasaansluiting). Toevoerleidingen controlerenVan alle verbindingen moet de dichtheid worden gecontroleerd. Slangenmoeten op een voldoende afstand van hete vlakken liggen en mogen niet in-geklemd zijn.
WerkingscontroleBrander aansteken en de stabiliteit van de vlammen in het instelbereik groot-en kleinstand controleren. De ovenbrander minstens 10 minuten op maximale temperatuurstand opwar-men en vervolgens op kleinste stand draaien. De brander moet met een klei-ne maar stabiele vlam branden.
Eventueel de luchtinstelling veranderen. Primaire lucht regelenKooktafel- De brander aansteken en con-troleren of de vlam regelmatigis. - Als een regeling noodzakelijkis, met het buisje A de luch-tregeling uitvoeren. De regeling van de primairelucht is correct als voldoendeveiligheid tegen het afblazenvan de brandervlam bij eenkoude brander en tegen vla-minslag bij een hete brandergegarandeerd is. Warmtebelasting bij kleinstand instellenKookplaat- Brander aansteken en de knop op kleine stand draaien. - Knop uittrekken, schroevendraaier in de spleet steken en naar rechts oflinks draaien tot de vlam de juiste kleinstand heeft (zie instellingstabelvoor het gasdebiet). Deze instelling geldt alleen voor aardgas. Bij vloeibaar gas moet de schroefstevig tot aan de aanslag worden ingedraaid.
Branderspuitstukken vervangenInstelling en aanpassing mag alleen door een erkende gasinstallateur in overeenstemming met de geldendevoorschriften worden uitgevoerd.Bij de aanpassing aan een andere gassoort of kwaliteit moeten debranderspuitstukken worden vervangen. Het apparaat is bij levering op aardgas E ingesteld. Voor aardgas ELL moet de spuitstukset acc.-nr. 217 en voor vloeibaar gas de spuitstukset acc.-nr. 214 worden gebruikt. De vereiste spuitstuksets zijn bij de Küppersbusch-klantenservice ver-krijgbaar. Na het vervangen van de branderspuitstukken moet het brandergedrag wor-den gecontroleerd en indien nodig de primaire lucht worden ingesteld.Technische gegevens hiervoor vindt u in de instellingstabel voor het gasde-biet.Spuitstukken van de branders vervangenKooktafel afnemen- Afdekplaat A naar boven trek-ken en verwijderen.- Geribd rooster en brandersvan de kooktafel verwijderen.
- Kooktafel naar voor trekken,optillen en naar achter kante-len.- Kooktafel met een steun recht-zetten en open houden. Despuitstukken worden als volgtvervangen. Kookbrander- De schroef M van despuitstukhouder losdraaien enhet buisje voor de luchtrege-ling A volledig omhoogdrukken.- Het spuitstuk J met een meer-zijdige sleutel, maat 7, af-schroeven en door eenspuitstuk vervangen dat voorhet gebruikte gas is voor-geschreven (zie tabel).Kleinstandschroef instellenKookbrander- Knop verwijderen.- De schroef F inschroeven.- De kleinstandschroef ev.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch GKH 507.0 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Kuppersbusch
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis