Kuppersbusch EDG 6800 Handleiding


Pagina's 54 Nederlands

Bekijk gratis de handleiding van Kuppersbusch EDG 6800 (54 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 82 mensen. Heb je een vraag over Kuppersbusch EDG 6800 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

[zDk}y}
]c\_NPHHFHDOM
]c\_NPHHFHDOM

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Kuppersbusch
Categorie: Oven
Model: EDG 6800

Handleiding Kuppersbusch EDG 6800 – volledige tekst

4 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 1. VeiligheidGevaar!Reparaties mogen uitsluitend door een elektrotechnicus worden uitgevoerd! Door ondeskundige reparaties kunnen gevaren en schade voor de gebruiker ont-staan!Om elektrocutie te vermijden dient u de volgende aanwijzingen beslist te volgen: • Behuizing en frame kunnen in geval van een fout onder spanning staan! • Door het aanraken van onder spanning staande componenten in het apparaat zelf kan een stroomontstaan die leidt tot een elektrische schok! • Voor de reparatie het apparaat van het net nemen! • Bij beproevingen onder spanning moet altijd met een aardlekschakelaar worden gewerkt! • De aardleidingweerstand mag de in de norm vastgelegde waarden niet overschrijden! Deze is vandoorslaggevend belang voor de veiligheid van personen en apparaten.

• Na afloop van de reparatie moet een beproeving conform VDE 0701 of de overeenkomstige nationalevoorschriften worden uitgevoerd! • Na afloop van de reparatie moet een werkings- en dichtheidstest worden uitgevoerd. Let op!De volgende aanwijzingen moeten strikt worden nageleefd: • Voor alle reparaties moeten de apparaten van het elektriciteitsnet worden gescheiden. Indienbeproevingen onder spanning vereist zijn, moet altijd met een aardlekschakelaar worden gewerkt.Scherpe randen: veiligheidshandschoenen gebruiken. Elektrostatisch gevoelige componenten!Op de hanteringsvoorschriften letten!

H3-72-01 5Alleen voor intern gebruik 2. AlgemeenDrukloos stomen is het gaar laten worden van levensmiddelen met een combinatie van stoom en hetelucht. Door een gaarproces met stoom van 40 - 100°C blijven vitaminen en mineralen, maar ook kleurenen natuurlijke aroma’s optimaal behouden. Gerechten drogen niet uit en kunnen noch aanbranden nochvastkoeken. Met stomen wordt duidelijk energie en tijd bespaard, omdat er maar een relatief geringe hoeveelheidwater hoeft te worden verhit. Drukloos stomen werkt bij een temperatuur van 40 tot 100°C, waardoor gerechten eenvoudig en preciesgaar gemaakt kunnen worden. De klimaatsensor laat het te garen gerecht in een optimaal klimaat gaar-stomen, onafhankelijk van de hoeveelheid van het gerecht. Vitaminen en mineralen blijven hierdoor inhoge mate behouden.

De unieke smaak, kleur en consistentie blijft bestaan - de structuur van het voed-sel valt niet uiteen. Het toevoegen van zout en kruiden wordt hierdoor nagenoeg overbodig. Conclusie: Bewust en gezond eten zonder extra moeite is mogelijk dankzij stomen. De stoomoven biedtuitstekende combinatiemogelijkheden met het ökotherm®-fornuis resp. de oven. Met name bij het gaar maken van vlees kan de ovenruimte door spatten vuil worden. Ingedroogde ver-vuiling kan makkelijker worden verwijderd als het apparaat voor het reinigen ongeveer 30 minuten langin de modus „Stomen” bij een temperatuur van 100°C werkt. De vervuiling wordt op deze manier ge-weekt. De ovenruimte krijgt na een bepaalde gebruiksduur een gouden kleur. 2. 1 Technische gegevens Apparaatafmetingen Ovenruimte Nisafmetingen Hoogte: 37,8 cm 25,0 cm 38,0 cm Breedte: 59,6 cm 35,9 cm 58,0 cm min. Diepte: 59,7 cm 39,0 cm 55,0 cm min.

Wijziging vanaf 2003Nieuw is dat het apparaat kan worden gebruikt als de aansluiting van de neutrale leider (N) en de pool-leider (P) verwisseld zijn. Het aansluittype 230V 2~ (zonder neutrale leider), dat af en toe bij elektrici-teitsnetten in België voorkomt, is ook mogelijk. Verwarmingsvermogen Heteluchtverwarming 2,2 kW Stoomgenerator 1,4 kW Bodemverwarming 0,14 kW.

2 uur ononderbroken stoomwerking bij 100°C.VeiligheidsconceptZolang de elektrische voeding gewaarborgd is, wordt het apparaat continu door de elektronische bestu-ring bewaakt. Optredende storingen worden in het tekstdisplay weergegeven.

H3-72-01 7Alleen voor intern gebruik 3. Installatie 3.1 Veiligheidsinstructies voor technici • De wettelijke voorschriften en de aansluitvoorwaarden van het betreffende energiebedrijf moeten vol-ledig worden nageleefd. • Bij aansluiten, repareren en vervangen van de gloeilamp dient het apparaat stroomloos te wordengeschakeld. Randaardestekker uittrekken of zekering uitschakelen. • De volledige bescherming tegen aanraking moet bij de inbouw veiliggesteld zijn. • Het apparaat is stekkerklaar en mag alleen op een reglementair geïnstalleerde veiligheidswandcon-tactdoos worden aangesloten. Het installeren van een contactdoos, verwisselen van pool- en neu-traalgeleiders of het vervangen van het netsnoer mag uitsluitend door een elektricien en metinachtneming van de geldende voorschriften worden uitgevoerd.

• Als de stekker na de inbouw niet meer bereikbaar is, moet er voor het voldoen aan de geldende vei-ligheidsvoorschriften ter plekke een scheidingsinrichting voor alle polen met een contactafstand vantenminste 3 mm aanwezig zijn. • De inbouwkast voor de combisteamer moet bestand zijn tegen temperaturen tot 100 °C. Dit geldt metname voor fineersoorten, kantstukken, kunststofoppervlakken, lijmen en laksoorten. De aangrenzen-de meubelfronten moeten tot min. 70 °C temperatuurbestendig zijn. • Het apparaat moet absoluut waterpas op een vlakke, stevige plank worden ingebouwd. De plank magniet doorbuigen. • Als het meubel niet aan de muur is bevestigd, deze met een gangbaar hoekstuk aanschroeven. 3.2 Inbouwin een passende nis

8 H3-72-01Alleen voor intern gebruikin een standaardnis (met compensatieblindering ZUB 736 (in voorbereiding))Inbouw in keukenblokkenApparaat inbouwen • Stekker in het stopcontact steken. • Als nu op het display „U2” verschijnt, moet de stekkergedraaid worden. Als dit niet mogelijk is, dient eenvakman de neutraalgeleider en de poolleider in decontactdoos te verwisselen. • Apparaat volledig in de nis van de kast schuiven. Hierbijhet netsnoer niet inklemmen!Apparaat bevestigen • De ovendeur openen en het apparaat met de bijgeleverdeschroeven – schuin aanzetten – van binnen naar buitenaan het kastelement vastschroeven.

10 H3-72-01Alleen voor intern gebruikBedieningselementenAlgemene informatie m.b.t. de bedieningInstellingen kunnen gewijzigd worden met de draaiknop, nadat u op de toets van de betreffende modusheeft gedrukt. Daarna bestaat er voor een bepaalde tijdsduur de mogelijkheid om instellingen te wijzigen.Als u na de laatste instelling niet wilt wachten, totdat de instelduur is afgelopen, kunt u de geselecteerdefunctie ook direct met de toets starten. 4.3 Akoestische weergavenDubbele signaaltoon kort (eenmalig) • Start niet mogelijk vanwege geactiveerd kinderslotDeur open • Waterreservoir ontbreekt EAT: Start niet mogelijk? • Gerechtsensor niet ingestoken • Tijd bij selectie van uitschakeltijd niet ingesteld • Tijd instellen geweigerd vanwege geactiveerde uitschakeltijdEnkele signaaltoon kort • Insteltemperatuur voor de ovenruimte bij heteluchtwerking bereiktOnderbroken signaaltoon kort (max.

H3-72-01 11Alleen voor intern gebruik 4.4 Gebruikersinstellingen Taal gewenste taal (Duits, Frans, Italiaans, Engels) selecterenKinderslot: aan - uit Restwarmtegebruik: aan - uit Tijd: zichtbaar - niet zichtbaar Signaaltoon: zacht - middel - hard Insteltijd: kort - middel - lang Ovenruimteverlichting: alleen met knop - automatisch met deurOp display verschijnt „S.v.p. wachten water wordt weggepompt” Water wordt weggepompt Resterende water in de boiler wordt na het uitschakelen van het apparaat door het indrukken van de toets teruggepompt naar het water-reservoir. Op het display verschijnt „Ontkalken”Bij elk genereren van stoom ontstaat er, onafhankelijk van de plaatselijke hardheid van het water, kalk-afzetting in het apparaat. Een systeem in het apparaat herkent automatisch wanneer ontkalking nodigwordt.

In het tekstdisplay wordt „Ontkalken” weergegeven.Geschikt ontkalkingsmiddel!Voor het ontkalken moet een gangbaar ontkalkingsmiddel op amidosulfon- of citroenzuurbasisworden gebruikt.Op het display verschijnt „Restwarmte”Zolang de oventemperatuur hoger is dan 80°C, geeft het tekstdisplay „Restwarmte” weer. Om bij hetbakken energie te besparen, kan het apparaat bij langere baktijden 10 tot 15 minuten vooraf worden uit-geschakeld. Uitzondering: soufflé, biscuit-, brand- en bladerdeeg, omdat deze zeer gevoelig reageren op verande-ringen in de oventemperatuur.

12 H3-72-01Alleen voor intern gebruikModiDe vijf modi (stomen, regenereren, professioneel bakken, hete lucht, hete lucht met bevochtigen) zijn inverschillende ontwikkelingsgangen onderverdeeld. Elke ontwikkelingsgang bestaat uit meerdere stap-pen, waarbij de functies door middel van één of meerdere commando’s geactiveerd worden.De modi onderscheiden zich als volgt: Legenda: — wordt niet gebruikt X wordt uitgevoerd (X) instelbare bevochtiging 4.5 Stomen Adviestemperatuur voor ovenruimte: 100°C (komt overeen met het maximaal mogelijke kookpunt)Toepassingsbereik: 40 tot 100°CBij het stomen stroomt er stoom vanuit een externe stoomgenerator naar de ovenruimte. Tegelijkertijdondersteunt de hete lucht het opwarmproces van het apparaat.

H3-72-01 13Alleen voor intern gebruik 1. Water bijvullenHet vulproces verloopt als volgt:Bij de start van de modus wordt eerst de aanwezigheid van het waterreservoir door middel van een reed-schakelaar gecontroleerd. Als de reedschakelaar niet geactiveerd wordt, wordt de werking afgebroken,er klinkt een akoestisch signaal en in het tekstdisplay verschijnt de melding „Waterreservoir plaatsen enop OK drukken”. De correcte sluiting van de deur wordt eveneens door een reedschakelaar bewaakt. Als de reedscha-kelaar niet geactiveerd wordt, wordt de werking afgebroken, er klinkt een akoestisch signaal en in hettekstdisplay verschijnt de melding „S. v. p. deur sluiten en op OK drukken”. Het waterpeil in de verdamper wordt door middel van een niveausensor (metalen pen / „peilnaald”) be-waakt, waarbij de elektrische geleidbaarheid van het water in de verdamper wordt gemeten.

De toevoer-pomp pompt water naar de verdamper, totdat de niveausensor water herkent plus een zekerenaloopduur boven het niveau van de niveausensor. Als de waterinhoud van de verdamper onder eenbepaald niveau daalt, wordt het bijvullen door de niveausensor geïnitialiseerd. Het bijvullen gaat zoalshierboven beschreven. Aan het begin van het vulproces wordt de kamerluchtventilator met een bepaal-de stand ingeschakeld. Na het vulproces worden ontluchtingsklep en luchttoevoerklep gesloten en wordtde heteluchtventilator geactiveerd. 2. HoogteafstellingDe automatische hoogteafstelling zorgt voor de regeling van de heteluchttemperatuur met een bepaaldtemperatuurverschil onder de maximaal mogelijke stoomtemperatuur. Hierdoor wordt veiliggesteld datde atmosfeer in de ovenruimte altijd voldoende vochtig is en er geen uitdrogingsverschijnselen in de be-treffende gerechten kunnen ontstaan.

• Als de temperatuurvoeler voor de meting van de watertemperatuur in de stoomgenerator gedurendeeen bepaalde tijd geen verandering in de watertemperatuur meet, wordt deze temperatuur als maxi-maal mogelijke water- en daarmee ook stoomtemperatuur aangenomen. 3. Verwarmen met hete lucht en stoom / doorverwarmen stoomNa de hoogteafstelling wordt de heteluchtverwarming ingeschakeld. Als de heteluchtverwarming is in-geschakeld, wordt het vermogen van de verdamperverwarming automatisch gesmoord om bij eenfasigeaansluiting van het apparaat het beveiligde vermogen niet te overschrijden. De heteluchtverwarming wordt met een bepaald temperatuurverschil onder de aanbevolen of zelf inge-stelde oventemperatuur geregeld d. m. v. temperatuurvoelers in de ovenruimte. Als de instelwaarde ho-ger is dan de maximumtemperatuur uit de hoogteafstelling, dan wordt de laatstgenoemde temperatuuraangehouden.

Hierbij mag de hete lucht de oventemperatuur niet bereiken. Er wordt net zolang water verdampt, totdat de temperatuurvoeler van de ovenruimte de aanbevolen ofingestelde oventemperatuur heeft bereikt. Als de instelwaarde hoger is dan de maximumtemperatuur uitde hoogteafstelling, dan wordt de laatstgenoemde temperatuur aangehouden. Uitzondering: vanaf een bepaalde temperatuurinstelling wordt de stoomproductie alleen nog door destoomuitlaattemperatuur bij de klimaatsensor geregeld en daarmee losgekoppeld van de temperatuur-regeling in de ovenruimte. Hiermee wordt voor het gaar maken van gerechten een optimale stoomtoe-voer gewaarborgd (bij de instelling 100°C zal het aandeel hete lucht te groot worden, omdat de stoomop de hoogte van Zug maar ca. 98°C bereikt). De bodemverwarming wordt na beëindiging van de hoogteafstelling met gereduceerd vermogen geac-tiveerd.

14 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 4. Doorverwarmen stoomNa het bereiken van een lichte overdruk treedt overtollige stoom gecontroleerd via een opening uit deovenruimte. De temperatuur wordt met een klimaatsensor (keramische NTC-temperatuurvoeler) bij deuittree-opening gemeten. De stoomproductie wordt onderbroken als de stoomuitlaattemperatuur hogeris dan een proefondervindelijk berekende drempelwaarde. Als de stoomuitlaattemperatuur onder dedrempelwaarde blijft, wordt de verdamperverwarming weer geactiveerd. Het waterpeil in de verdamper wordt continu bewaakt met de niveausensor. Als het waterpeil onder eenbepaalde waarde zakt, wordt er d. m. v. de toevoerpomp water uit het reservoir naar de verdamper ge-pompt. 5. StoomafbouwD. m. v. stoomafbouw kan stoom in de ovenruimte in een bepaalde tijd gecontroleerd aan de omgevingaf worden gegeven.

Dit gaat als volgt: • Na beëindiging van een stoomproces met de UIT-toets blijven de hetelucht- en kamerluchtventilatorgedurende een bepaalde tijdsduur ingeschakeld. Bij het onmiddellijk openen van de deur vermindertde stoomafbouwduur tot zeer weinig tijd. • Tegelijkertijd wordt de luchttoevoer- en ontluchtingsklep geopend. Hierdoor wordt de stoom uit deovenruimte afgezogen, met lucht vermengd en via het luchtgeleidingskanaal aan de kamerlucht af-gegeven. • Na afloop van de stoomafbouw begint het legen. 6. LegenHet legen van de verdamper gaat als volgt: • Eerst wordt gecontroleerd of het waterreservoir is geplaatst. Als dit niet het geval is, wordt de legingniet uitgevoerd. • Tijdens het legingsproces verschijnt in het tekstdisplay de melding „Water wordt weggepompt”.

• De toevoerpomp pompt, onafhankelijk van het niveau, water naar de verdamper, totdat de tempera-tuur van het water een bepaalde waarde heeft bereikt. Op dit proces is echter een tijdsbegrenzingvan toepassing.

Deze bijmenging van koud water moet de watertemperatuur in de verdamper latendalen en zo de thermische belasting in de afvoerpomp verminderen resp. een thermische veiligheidvoor de gebruiker bieden. • Het water in de verdamper wordt bij een temperatuur van 70 °C door de afvoerpomp teruggepomptnaar het waterreservoir. De leging wordt vanaf de waterniveauherkenning plus een zekere nalooptijdmet een maximale tijdsbegrenzing uitgevoerd. • Na het legen wordt door een bepaalde oventemperatuur in het tekstdisplay „Restwarmte” weergege-ven.

16 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 4.6 Regenereren Adviestemperatuur voor ovenruimte: 130°C Toepassingsbereik: 100°C tot 130°CBij het regenereren wordt de ovenruimte verwarmd met stoom en hete lucht. Hierdoor is het mogelijk omhet gerecht snel en gelijkmatig te verwarmen, zonder dat het uitdroogt.De modus regenereren is geschikt voor: • Halfklare- of kant-en-klare producten • Gerechten op het bord opnieuw opwarmen • Diepvriesvoedsel voorzichtig ontdooien 4.6.1 Programmaverloop 1. Water bijvullen 2. Hoogteafstelling 3. Opwarmen en doorverwarmen, hete lucht en stoom 4. Stoomafbouw 5. Legen 1. Water bijvullenZie „1. Water bijvullen” op pagina 13. 2. HoogteafstellingZie „2. Hoogteafstelling” op pagina 13. 3. Opwarmen en doorverwarmen, hete lucht en stoomHet opwarmen verloopt als volgt: • De heteluchtverwarming wordt ingeschakeld met maximumvermogen.

• De heteluchtverwarming wordt op basis van de aanbevolen of zelf ingestelde oventemperatuur ge-regeld d.m.v. temperatuurvoelers in de ovenruimte (bereik 100 - 150°C). • Tijdens het opwarmen met hete lucht blijft de verdamperverwarming eveneens werken. Dit gebeurtechter met een afgezwakt vermogen vanwege de zekering 16 A, 230 V. • Der klimaatsensor onderbreekt de stoomproductie als de stoomtemperatuur de drempelwaarde bijde uittree-opening overschrijdt. De verdamperverwarming wordt weer geactiveerd als de tempera-tuur onder de drempelwaarde komt. Het vermogen van de stoomgenerator blijft afgezwakt bij gelijk-tijdige werking van de heteluchtverwarming. • De bodemverwarming wordt bij het regenereren niet geactiveerd vanwege de doorgaans korterewerkingduur. • Parallel hieraan wordt het waterpeil in de verdamper gecontroleerd en wordt er water d.m.v. de toe-voerpomp getransporteerd. 4.

18 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 4. 7 Professioneel bakken Adviestemperatuur voor ovenruimte: 210°C Toepassingsbereik: 100°C tot 230°CBij het professioneel bakken wordt het gerecht in een eerste fase met stoom behandeld (ook bevochti-gen genoemd) en vervolgens wordt er na een van de capaciteit van de ovenruimte afhankelijke stoom-duur automatisch naar de tweede fase „de heteluchtfase” gewisseld. De modus professioneel bakken isgeschikt voor: • Alle soorten gist- en zuurdesemkoekjes en gebak • Volkorenbrood, wittebroodjes en tulbanden • BladerdeegproductenVoor de modus professioneel bakken zouden uitsluitend het bijgeleverde RVS-bakblik of bakvormen vanglas of porselein gebruikt moeten worden. 4. 7. 1 Programmaverloop 1. Water bijvullen 2. Hoogteafstelling 3. Verwarmen met hete lucht en stoom / doorverwarmen met stoom (stoomfase) 4. Doorverwarmen met hete lucht (heteluchtfase) 5.

Legen 1. Water bijvullenZie „1. Water bijvullen” op pagina 13. 2. HoogteafstellingZie „2. Hoogteafstelling” op pagina 13. 3. Verwarmen met hete lucht en stoom / doorverwarmen met stoom(stoomfase)Na de hoogteafstelling wordt de heteluchtverwarming met vol vermogen ingeschakeld. Als de hetelucht-verwarming is ingeschakeld, wordt het vermogen van de verdamperverwarming automatisch gesmoordom bij eenfasige werking van het apparaat het beveiligde vermogen niet te overschrijden. In de stoomfase verwarmt de heteluchtverwarming de ovenruimte tot een bepaalde temperatuur op ende oventemperatuur wordt d. m. v. ovenruimte-temperatuurvoelers geregeld. De stoomproductie wordt onderbroken als de stoomuitlaattemperatuur hoger is dan een bepaalde drem-pelwaarde. Als deze stoomuitlaattemperatuur onder de drempelwaarde blijft, wordt de verdamperver-warming weer geactiveerd.

De bodemverwarming wordt in de modus professioneel bakken niet geactiveerd. Het waterpeil in de verdamper wordt continu bewaakt met de niveausensor. Als het waterpeil onder eenbepaalde waarde zakt, wordt er d. m.

H3-72-01 19Alleen voor intern gebruik 4. Doorverwarmen met hete lucht (heteluchtfase)Na de stoomfase begint de heteluchtfase. De verwarming in de verdamper wordt uitgeschakeld.De verwarming wordt zolang met maximaal vermogen ingeschakeld, totdat de oorspronkelijk ingesteldeof opgegeven oventemperatuur TBO is bereikt. De geadviseerde of ingestelde oventemperatuur wordt d.m.v. regelspel, dat de heteluchtverwarmingsteeds in- en uitschakelt, aangehouden. De luchttoevoer- en ontluchtingsklep wordt bij het bereiken van TBO geopend.Na beëindiging van de modus professioneel bakken door het indrukken van de UIT-toets of na afloopvan de inschakelduur worden heteluchtverwarming en -ventilator uitgeschakeld.Er wordt geen stoomafbouw uitgevoerd, omdat de kleppen al worden geopend tijdens het doorverwar-men met hete lucht. 5. Legen Het legen wordt na beëindiging van de heteluchtfase uitgevoerd.

Het legen van de verdamper gaat als volgt: Eerst wordt gecontroleerd of het waterreservoir is geplaatst. Als dit niet het geval is, wordt de leging nietuitgevoerd. Tijdens het legingsproces verschijnt in het tekstdisplay de melding „Water wordt wegge-pompt”.De toevoerpomp pompt, onafhankelijk van het niveau, water naar de verdamper, totdat de temperatuurvan het water een bepaalde waarde heeft bereikt. Op dit proces is echter een tijdsbegrenzing van toe-passing. Deze bijmenging van koud water moet de watertemperatuur in de verdamper laten dalen en zode thermische belasting in de afvoerpomp verminderen resp. een thermische veiligheid voor de gebrui-ker bieden.Het water in de verdamper wordt bij een temperatuur van 70°C door de afvoerpomp teruggepompt naarhet waterreservoir.

De leging wordt vanaf de waterniveauherkenning plus een zekere nalooptijd met eenmaximale tijdsbegrenzing uitgevoerd.Na het legen wordt door een bepaalde oventemperatuur in het tekstdisplay „Restwarmte” weergegeven.

H3-72-01 21Alleen voor intern gebruik 4. 8 Hete lucht Adviestemperatuur voor ovenruimte: 180°C Toepassingsbereik: 30°C tot 230°CBij de verwarming met hete lucht wordt de ovenlucht door een verwarming achter de ovenachterwandopgewarmd. De hete lucht wordt met de heteluchtventilator gelijkmatig in de ovenruimte gecirculeerd. Op deze wijze worden de bakproducten aan alle kanten met dezelfde warmte omgeven, zodat er op éénof twee ovenplaten tegelijkertijd kan worden gebakken. Bakken met hete lucht is geschikt voor: • Cake en biscuit evenals voor meringue. 4. 8. 1 Programmaverloop 1. Verwarmen met hete lucht 2. Doorverwarmen met hete lucht 1. Verwarmen met hete luchtDe ontluchtingsklep en de luchttoevoerklep blijven geopend. Dit zorgt voor de nodige doorstroomsnel-heid van verse lucht (ca. 0,7 m/s).

De heteluchtventilator en de heteluchtverwarming worden ingeschakeld totdat de ingestelde oventem-peratuur is bereikt. De kamerluchtventilator wordt ingeschakeld. In het tekstdisplay wordt „Oven wordtopgewarmd” weergegeven. 2. Doorverwarmen met hete luchtDe ingestelde oventemperatuur wordt d. m. v. regelspel, dat de heteluchtverwarming steeds in- en uit-schakelt, aangehouden. Na het indrukken van de UIT-toets of na afloop van de inschakelduur wordenheteluchtverwarming en -ventilator uitgeschakeld. In het tekstdisplay wordt „Restwarmte” weergegeventot aan het punt waarbij de oventemperatuur onder een bepaalde waarde komt. De kamerluchtventilatorloopt gedurende deze tijd. 4. 9 Hete lucht met bevochtigenAdviestemperatuur voor ovenruimte: 180°CToepassingsbereik: 30°C tot 230°CBij de verwarming met hete lucht wordt de ovenlucht door een verwarming achter de ovenachterwandopgewarmd.

De hete lucht wordt met de heteluchtventilator gelijkmatig in de ovenruimte gecirculeerd. Hete lucht met bevochtigen is geschikt voor: • Vlees dat door een bevochtiging in het begin lekker mals blijft.

22 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 1. Vullen en verwarmen met hete luchtZie „1. Water bijvullen” op pagina 13 en verder als volgt: gelijktijdig aan de activering van de toevoer-pomp wordt de hetelucht- en kamerluchtventilator in een bepaalde stand ingeschakeld. De heteluchtver-warming wordt bovendien met maximaal vermogen geactiveerd. Zodra het vullen is afgesloten, wordt de verwarming in de verdamper vanwege de zekering 16 A, 230Vmet gereduceerd vermogen geactiveerd. De ontluchtingsklep en de luchttoevoerklep blijven hierbij geopend. 2. Hoogteafstelling tijdens het verwarmen met hete luchtTijdens het verdere verwarmen van de ovenruimte met de heteluchtverwarming tot de ingestelde oven-temperatuur, wordt de hoogteafstelling uitgevoerd (zie ook „2. Hoogteafstelling” op pagina 13). Als de ingestelde oventemperatuur is bereikt, klinkt er een enkelvoudige signaaltoon.

De weergave inhet tekstdisplay wisselt dan van Hete lucht + bevochtigen naar Hete lucht + bevochtigen Oven wordt opgewarmd Stoom AAN met OK 3. Doorverwarmen met hete luchtDe ingestelde oventemperatuur wordt aangehouden d. m. v. regelspel, dat de heteluchtverwarmingsteeds in- en uitschakelt. 4. BevochtigenDoor de bevochtiging wordt een afzonderlijke toevoer van stoom in de ovenruimte mogelijk ter verbete-ring van gaar- resp. bakresultaten. Bevochtigen is pas mogelijk nadat de oven tot de ingestelde tempe-ratuur is opgewarmd. Bevochtigen kan handmatig d. m. v. de OK-toets in- en uitgeschakeld worden. Als bevochtigen wordt ge-activeerd, worden de luchttoevoer- en ontluchtingskleppen gesloten. Tijdens de bevochtiging wordt net zolang stoom in de ovenruimte gebracht, totdat de stoomuitlaattem-peratuur (TDA) bij de uittree-opening hoger is dan een bepaalde drempelwaarde.

Als de stoomuitlaat-temperatuur onder de drempelwaarde blijft, wordt de verdamperverwarming weer geactiveerd. Als de bevochtiging niet geactiveerd wordt, wordt de verwarming in de verdamper uitgeschakeld.

De ver-warming wordt pas opnieuw ingeschakeld als de watertemperatuur in de verdamper lager wordt dan eenbepaalde temperatuurwaarde. De watertemperatuur in de verdamper wordt dan op deze temperatuurgehouden, zodat het snel opnieuw gebruikt kan worden. 5. StoomafbouwDe stoomafbouw wordt alleen uitgevoerd als de klimaatsensor enige tijd voor het einde van het gaarpro-ces nog geactiveerd is (zie ook „5. Stoomafbouw” op pagina 14). 6. LegenZie „6. Legen” op pagina 14.

H3-72-01 23Alleen voor intern gebruik 5. Constructie - bouwgroepen - componenten 5.1 KalksensorKalksensor en verwarmingsweerstand NTC 25°C/10 k! Verwarming ingebouwd Verwarming met kalkaanslag Verwarming uitgebouwdDe verkalkinggraad wordt a.h.v. twee grootheden gemeten, namelijk door de temperatuur van de ver-warmingsspiraal en de geleidbaarheid van de niveausensor. Door de kalkvorming rond de buizenver-warming van de verdamper worden de gemeten temperatuursensorwaarden van de verwarmingsspiraalhoger. De verkalking wordt getolereerd tot een maximale waarde met een zeker verschil t.o.v. de kook-temperatuur van het water. Tot de melding in het tekstdisplay verschijnt, moet de toelaatbare maximum-waarde een bepaalde frequentie (5 keer of ca. 200 bedrijfsuren) overschrijden.

5.2 Niveausensor (peilnaald)Omdat de kalk zich aanvankelijk vooral op de punt van de niveausensor afzet, daalt de gemeten geleid-baarheid van het water. De verkalking wordt getolereerd tot een bepaalde maximale geleidbaarheid. Totde melding in het tekstdisplay verschijnt, moet de toelaatbare maximumwaarde een bepaalde frequentieoverschrijden (5 keer of ca. 200 uur). Als een van beide grootheden de maximaal toelaatbare waarde overschrijdt, verschijnt de melding „Ont-kalken” in het tekstdisplay.Na het verschijnen van de weergave kan het apparaat gewoon met stoom blijven werken. De effectiviteitvan de verdamper wordt echter minder naarmate de verkalking toeneemt.

24 H3-72-01Alleen voor intern gebruikOmdat de kalksensor bij zacht water of een ontkalkinginstallatie mogelijk niet geactiveerd zou worden,wordt de gebruiker na een bepaald aantal bedrijfsuren via het tekstdisplay verzocht om het systeem teontkalken. Dit gebeurt om een goede hygiëne te waarborgen. Om het waterpeil in de verdamper d. m. v. een niveausensor te kunnen herkennen, wordt de gemiddeldewaarde van 80 metingen gedurende 2 sec. (software) berekend. 5. 3 OntkalkenProgrammaduur ca. 35 minutenHet programma „Ontkalken” kan d. m. v. de OK-toets worden geselecteerd. (Menu van de OK-toets terug - Gebruikersinstellingen - Ontkalken). Het ontkalkingproces is opgebouwd uit de volgende stappen: • Herkenning van het waterreservoir dat gevuld is met 0,5 l van een mengsel met gelijke delenontkalkingmiddel en water. • Om veiligheidsredenen wordt de verdamper eerst geleegd.

Hierbij wordt de afvoerpomp12 seconden lang (software) ingeschakeld. • Het mengsel wordt door de toevoerpomp naar de verdamper gepompt, totdat de niveausensorwater herkent met een zekere naloop [enigszins langere naloop dan in de standaardfunctie]. Hetmengsel wordt meerdere keren gecirculeerd en in- en weer uitgepompt. • Na het vullen van de verdamper wordt het mengsel in de verdamper tot een bepaalde temperatuurverwarmd, waardoor het ontkalkingproces wordt versneld. Het mengsel wordt een bepaalde tijd opdie temperatuur gehouden. • Daarna wordt de verdamper geleegd, totdat de niveauherkenning wordt geactiveerd plus eenzekere naloopduur. De eerste keer spoelen verloopt als volgt: • Het waterreservoir moet uitgenomen, geleegd en met vers water tot aan de MAX-markeringgevuld worden. Reservoir vervolgens weer installeren.

Onvakkundig gebruik wordt tegengegaandoor een minimumtijd van 5 seconden (software) tussen verwijderingdetectie en installatie van hetwaterreservoir. • De spoelvloeistof wordt tot de niveauherkenning met een zekere, langere naloopduur in deverdamper gepompt.

De spoelvloeistof wordt meerdere keren gecirculeerd. • Na het circuleren wordt de spoelvloeistof een bepaalde tijd [0 sec. ] tot een bepaalde temperatuur[60°C] (EEPROM) verwarmd (bijna niet verwarmd. ). • Na het verwarmen wordt de spoelvloeistof weggepompt, totdat de niveauherkenning wordtgeactiveerd plus een zeker naloopduur. Als de spoelvloeistof de toelaatbare temperatuuroverschrijdt, wordt het programma „Legen” gestart. De tweede keer spoelen verloopt als volgt: • Het waterreservoir moet uitgenomen, geleegd en met vers water tot aan de MAX-markeringgevuld worden. Reservoir vervolgens weer installeren. Onvakkundig gebruik wordt tegengegaandoor een minimumtijd van 5 seconden (software) tussen verwijderingdetectie en installatie van hetwaterreservoir. • Vers water wordt tot aan de niveauherkenning met een zekere naloopduur in de verdampergepompt.

H3-72-01 25Alleen voor intern gebruik • Na het circuleren wordt de spoelvloeistof een bepaalde tijd [120 sec.] tot een bepaaldetemperatuur [105°C] verhit (tijdgeregeld verhitten!). • Na het verhitten wordt de spoelvloeistof net als bij het legen (zie Ontkalken op pagina 24) tot eenbepaalde temperatuur afgekoeld. • De afgekoelde spoelvloeistof wordt vanuit de verdamper naar het waterreservoir gepompt, totdatde niveauherkenning wordt geactiveerd plus een zekere naloopduur. • Het ontkalkingproces is pas afgesloten als het waterreservoir na de twee volledig uitgevoerdespoelfases wordt uitgenomen.Bij een stroomonderbreking tijdens het ontkalken wordt het ontkalkingprogramma herhaald resp. voort-gezet bij de processtap (ontkalken, 1e of 2e spoelen), waarbij de stroom was uitgevallen. Verder wordenalle meldingen, met uitzondering van de tijd, gewist.

De tijdweergave knippert met de instelling 12:00.Let op! Wijziging vanaf 2003Bij de gebruikersinstellingen zijn er nu drie instelbereiken voor de waterhardheid (zacht, middel, hard).Standaard ingesteld is de gemiddelde waterhardheid, die de normale bandbreedte van 9-20°H Duitsehardheid (c.q. 16-35°H Franse hardheid) dekt.Het ontkalkingsinterval is afhankelijk van de ingestelde waterhardheid. Daarom wordt automatisch in hettekstdisplay aangetoond wanneer het apparaat moet worden ontkalkt.

H3-72-01 27Alleen voor intern gebruik 5. 4. 1 WatertoevoerAls er tijdens het vulproces binnen een bepaalde tijdsduur geen water in de verdamper wordt herkend,wordt de toevoer onderbroken. Vervolgens verschijnt de melding „Water bijvullen” in het tekstdisplay. Een foutieve watertoevoer kan worden veroorzaakt door de volgende redenen: • geen of te weinig water in het reservoir • een storing van de toevoerpomp of geknikte of defecte slangen • een defecte of verkalkte niveausensor 5. 4. 2 LegenHet legen wordt in elke bedrijfsmodus, behalve bij de werking met uitsluitend hete lucht, altijd automa-tisch uitgevoerd na het indrukken van de UIT-toets, na afloop van de insteltijd van de oven of na beëin-diging van de stoomafbouw. Eerst wordt de watertemperatuur in de verdamper gemeten. Als deze een bepaalde waarde overschrijdt,wordt er eerst d. m. v.

de toevoerpomp water vanuit het waterreservoir naar de verdamper gepompt. Ditgebeurt tot aan de niveauherkenning van de niveausensor plus een zekere naloopduur. Deze naloopwordt uitgevoerd vanwege de thermische beveiliging van de afvoerpomp. Het wegpompen van watermet de afvoerpomp wordt eveneens via de niveauherkenning door de niveausensor en een zekere na-loopduur gestuurd. Als een leging van de verdamper niet binnen deze eerste maximale tijdsduur lukt,worden nog twee extra pogingen gedaan. Als dan nog steeds geen water kan worden weggepompt, ver-schijnt de melding „F8 service opbellen” (storing legen) in het tekstdisplay. Wanneer de watertemperatuur tot onder een bepaalde waarde daalt, vormt dit een dwingende randvoor-waarde voor het wegpompen van water uit de verdamper.

Als het water in de verdamper niet tot dezetemperatuur kan worden afgekoeld - omdat er te weinig water of te warm water in het waterreservoir zit- wordt het water niet weggepompt. Het water wordt pas weggepompt, als het uit zichzelf tot deze tem-peratuur is afgekoeld (dit kan echter makkelijk meer dan een half uur duren. ).

Het apparaat blijft gedu-rende deze tijd echter gewoon operationeel. In het tekstdisplay staat tijdens de afkoelduur „Water wordtweggepompt”. Door bijvullen van een maximaal gevuld waterreservoir kort voor het einde van de stoomwerking, kanhet reservoir bij het leegpompen overstromen. Waterpomp „Cotec” 230 V~ (aanzuigen)Voeler voor hoogteafstelling en water NTC 25°C/100 k. Waterpomp „Hella” 12 V= (legen).

28 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 5.5 Automatische hoogteafstellingBij de bedrijfsmodi stomen, regenereren, professioneel bakken en hete lucht met bevochtigen wordt eenautomatische hoogteafstelling uitgevoerd. De automatische hoogteafstelling zorgt voor de regeling vande heteluchttemperatuur met een bepaald temperatuurverschil onder de maximaal mogelijke stoomtem-peratuur. Hierdoor wordt veiliggesteld dat de atmosfeer in de ovenruimte altijd voldoende vochtig is ener geen uitdrogingsverschijnselen in de betreffende gerechten kunnen ontstaan.Deze maximaal mogelijke stoomtemperatuur is afhankelijk van de omgevingsdruk van het apparaat. Deomgevingsdruk is vooral afhankelijk van de hoogteligging (boven NAP) en van de atmosferische druken dus van het weer.De hoogteafstelling verloopt als volgt: • Het water in de verdamper wordt met het maximumvermogen van de verdamperverhitteropgewarmd.

• Als de temperatuurvoeler voor de meting van de watertemperatuur in de stoomgeneratorgedurende een bepaalde tijd geen verandering in de watertemperatuur meet, wordt dezetemperatuur als maximaal mogelijke water- en daarmee ook stoomtemperatuur aangenomen. • Als de watertemperatuur bij de hoogteafstelling niet binnen een bepaalde tijd boven een bepaaldewaarde stijgt, wordt de foutmelding „F7” in het tekstdisplay weergegeven: „Service opbellen”(verdamperverwarming defect). Voeler voor hoogteafstelling en water NTC 25°C/100 k!Kalksensor en verwarmingsweerstand NTC 25°C/10k!Verdamperverwarming met overtemperatuurbeveiligingVoeler voor hoogteafstelling en water NTC 25°C/100 k!

H3-72-01 29Alleen voor intern gebruik 5.6 Bodemverwarming 140 W met overtemperatuurbeveiligingDe bodemverwarming moet de hoeveelheid condensaat op de bodem van de ovenruimte verminderen.Dankzij het opnieuw verdampen kan gelijktijdig ook de waterbehoefte tijdens een bak-/stoomproces te-ruggebracht worden.De functie bodemverwarming is alleen in de modus stomen geactiveerd.De bodemverwarming wordt na beëindiging van de hoogteafstelling met gereduceerd vermogen geac-tiveerd. Bij een eerste activering van de klimaatsensor wordt de bodemverwarming met een bepaaldevertraging met het maximumvermogen ingeschakeld. Als de deur tijdens het bakken/stomen wordt geopend, begint de bodemverwarming weer met geredu-ceerd vermogen te verwarmen.

Het maximumvermogen wordt pas weer afgegeven na een zekere ver-traging na een eerste activering van de klimaatsensor.De bodemverwarming bezit een uitschakelvertraging die met een bepaalde vertraging op een niet rea-geren van de klimaatsensor reageert met het uitschakelen van de bodemverwarming. Een hernieuwdinschakelen van de verdamper resp. de hierdoor veroorzaakte reactie van de klimaatsensor betekentdat de bodemverwarming opnieuw wordt ingeschakeld. Dit gebeurt eerst met verminderd vermogen envervolgens zoals boven beschreven met het maximumvermogen.Overtemp.Verwarming bodemmatOvertemperatuurOvertemperatuur

30 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 5.7 Herkennen van een stoomlek door de klimaatsensorLekkages, zoals een beschadigde of vervuilde deurafdichting, een onvoldoende afdichting van de hete-lucht-motoras, een open ontluchtingsklep, een verstopte stoomuitlaat, een klimaatsensor vol water etc.,veroorzaken een storing in de temperatuurmeting van de klimaatsensor. Een dergelijke mogelijke sto-ring wordt door bewaking van de temperatuurmeting van de klimaatsensor gedetecteerd. Als de stoom-temperatuur gedurende een bepaalde tijd onder de drempelwaarde van de klimaatsensor ligt, wordt hetverschil berekend tussen de maximale en minimale temperatuurwaarde bij de klimaatsensor. Als dezewaarde kleiner is dan een vastgestelde waarde, verschijnt de foutmelding „F9: service opbellen” (stoom-lekbewaking geactiveerd) in het tekstdisplay.

5.8 Ventilator, naloop en stoomafbouwDoor de temperatuurgestuurde naloop van de kamerluchtventilator wordt d.m.v. luchtcirculatie een ze-kere droging van de ovenruimte en het ventilatiesysteem bereikt. Hierbij worden de kamerlucht- en de heteluchtventilator bij geopende luchttoevoer- en ontluchtingsklep-pen zolang op een bepaald niveau in werking gesteld, totdat de oventemperatuur lager is dan een vast-gestelde temperatuur.In de modi stomen, regenereren en naar behoefte bij hete lucht met bevochtigen vindt daarnaast eenactieve stoomafbouw plaats.KlimaatsensorVentilatorklepLuchtafvoerventilatorLuchtafvoer / luchttoevoer

32 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 5.10 Elektrische verdeelkastOnderbreking werkingBij een onderbreking van de werking bijv. door het openen van de deur, blijven instellingen zoals modus,oven- en kerntemperatuur, inschakelduur en uitschakeltijd behouden. De tijdregeling wordt aangehou-den.Onderbreking werking Drukken Professioneel bakken Regenereren Hete lucht Hete lucht met bevochtigenBij het openen van de deur waterreservoir bijvullenAlle verwar-mingen uit, HL-ventilator uitStoomfase:alle verwarmin-gen uit, HL-ventiel inHL-fase;HL-verwarming en -ventilator uitAlle verwarmin-gen uit,HL-ventiel uitHL-verwarmin-gen en -venti-lator uit indien Tinstelw. !100°CAlle verwarmin-gen uit, hete-luchtventilator uit, kleppen open2 windingen op Kitagawa-ringkernTR 31.7-19-20NNet*geen toewijzing aan CA3-voudige smoorspoel

H3-72-01 33Alleen voor intern gebruikAfbreking werkingEen afbreking van de werking d.m.v. de UIT-toets zorgt er automatisch voor dat de ingestelde modus,oven- en kerntemperatuur, inschakelduur en uitschakeltijd worden gewist. Bovendien wordt het legenvan de verdamper in het tekstdisplay aangeduid en uitgevoerd als de watertemperatuur tot een bepaal-de temperatuur kon worden afgekoeld. Aan het eind van de tijdgeregelde werking blijven instellingenzoals modus, oven- en kerntemperatuur 3 minuten lang (software) stand-by gehouden, zodat een indi-viduele verlenging van het gaarproces mogelijk is. Bij professioneel bakken wordt hierbij alleen de hete-luchtfase verlengd. Het legen en uitschakelen van het apparaat gebeurt automatisch als de stand-by-periode is afgelopen. 5.11 Geleiderooster uitnemenSluitingen aan de voorkant van de geleideroosters lostrekken. Kenplaatje

34 H3-72-01Alleen voor intern gebruik 6. Wijzigingen aan elektronicamodulesAlgemeenDe volgende beschrijving bevat de belangrijkste wijzigingen in beknopte vorm. KentekeningElektronicamodules worden met het art. -nr. en een toegevoegde, door een streepje gescheidenversie-index aangeduid. (Voorbeeld van een kentekening: W1. 2345-6 d. w. z. versie c. q. wijzigings-stand = 6). De tekst staat op de zichtbare kant van de printplaat in de vorm van een stempel of eensticker. VervangingsprincipeBij het vervangen mag de index van een nieuw ingebouwde elektronicamodule nooit lager zijn dan deindex van de vervangen module (minstens even hoog). De gewijzigde instelwaarden van de voorgangermoeten eveneens worden overgenomen. ComputerversiesBij elektronicamodules met microcontrollers wordt behalve de moduleversie-kentekening bovendien deversie van de software en de procesgegevens afzonderlijk aangeduid.

a De moduleversie duidt de versie van de elektronicaschakeling aan. Essentiële wijzigingen aansoftware of procesgegevens hebben eveneens invloed op de module-index. De kentekening gebeurt met een sticker of een stempel. In de service-testmodus kan de versieniet worden opgevraagd. b) De softwareversie duidt de versie van de software aan, die in de microcontroller onveranderbaaris „ingebrand”. De kentekening gebeurt door een opschrift op de microcontroller. De versie kan ook in de service-testmodus worden opgevraagd. c) De procesversie duidt de versie van de procesgegevens aan, die in het wisbare datageheugenzijn geladen. De procesversie kan alleen in de service-testmodus worden opgevraagd; op het datageheugen isgeen kentekening aanwezig. Computers in serie-uitvoering: K2. 8460-0 Levering vanaf ca.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Kuppersbusch EDG 6800 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden