Fiat Ducato Handleiding
Pagina's 282 Engels Bedrijfswagen
Bekijk de handleiding van Fiat Ducato gratis online of download de PDF. 1301 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fiat |
| Categorie: | Bedrijfswagen |
| Model: | Ducato |
Handleiding Fiat Ducato – volledige tekst
49VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGDraairing C voor de luchtverdeling¶voor lucht uit de uitstroomopeningenin het midden en aan de zijkanten;ßvoor luchttoevoer naar de beenruim-ten en voor een iets lagere tempera-tuur uit de uitstroomopeningen op hetdashboard (“bilevel”-stand);©voor verwarming bij lage buitentem-peraturen: voor maximale luchttoe-voer naar de beenruimten;®voor verwarming van de beenruimtenen ontwaseming van de voorruit;-voor een snelle ontwaseming van devoorruit.Draaiknop D voor het in-/ uitschakelen van deluchtrecirculatieAls u de knop Din stand Òdraait,wordt de luchtrecirculatie ingeschakeld.Als u de knop Din stand Údraait,wordt de luchtrecirculatie uitgeschakeld.SNELLE VERWARMING VANINTERIEURGa voor een snelle verwarming als volgtte werk:❒draai de ring Ain het rode vlak;❒schakel de luchtrecirculatie in door deknop Din stand Òte zetten.❒draai de ring Cin stand ©;❒draai de knop Bin stand 4 -(maxi-male aanjagersnelheid).Vervolgens kan een stand gekozen wor-den waarbij het comfort optimaal blijft.Draai de knop Din stand Úom deluchtrecirculatie uit te schakelen en hetbeslaan van de ruiten te voorkomen.BELANGRIJK Bij een koude motor moetenige minuten worden gewacht totdat devloeistof van het systeem de optimale be-drijfstemperatuur heeft bereikt.VENTILATIE VAN HETINTERIEURGa voor een goede ventilatie van het in-terieur als volgt te werk:❒draai de ring Ain het blauwe vlak;❒schakel de luchtrecirculatie uit doorde knop Din stand Úte zetten;❒draai de ring Cin stand ¶;❒draai de knop Bop de gewenste snel-heid.VERWARMING VAN HETINTERIEURGa als volgt te werk:❒draai de ring Ain het rode vlak;❒draai de ring Cin de gewenste stand;❒draai de knop Bop de gewenste snel-heid.
50VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING SNELLE ONTWASEMING/ONTDOOIING VAN DE RUITENVOOR (VOORRUIT ENZIJRUITEN)Ga als volgt te werk:❒draai de ring Ain het rode vlak;❒schakel de luchtrecirculatie uit doorde knop Din stand Úte zetten;❒draai de ring Cin stand -;❒draai de knop Bin stand 4 -(maxi-male aanjagersnelheid).BELANGRIJK Voor een snelle ontwase-ming/ontdooiing moet als er een extraverwarming aanwezig is (onder de zitplaatsvoor of achter bij Panorama- en Combi-nato uitvoeringen), deze verwarming, in-dien ingeschakeld, worden uitgeschakelddoor op de knop F(lampje gedoofd) ophet schakelaarpaneel te drukken fig.
46.Nadat de ruiten ontwasemd zijn, kan eenstand gekozen worden waarbij het com-fort optimaal blijft.Beslaan van de ruiten voorkomenAls het buiten extreem vochtig is en/of bijregen en/of bij grote verschillen in interi-eur- en buitentemperatuur, raden wij u devolgende procedure aan om het beslaan vande ruiten te voorkomen:❒draai de ring Ain het rode vlak;❒schakel de luchtrecirculatie uit doorde knop Din stand Úte zetten;❒draai de ring Cin stand -met demogelijkheid stand ®in te schake-len als de ruiten niet beslaan;❒draai de knop Bop de 2e snelheid.ONTWASEMING/ONTDOOIINGACHTERRUIT EN BUITEN-SPIEGELS (indien aanwezig) fig. 47Druk op de knop Avoor het inschake-len van deze functie: als deze functie wordtingeschakeld, gaat het lampje op de knopbranden.De functie is voorzien van een tijdscha-keling, waardoor de functie na 20 minutenautomatisch wordt uitgeschakeld.
Het isniet raadzaam dit systeem langdurig te la-ten werken, omdat anders, vooral als umet meerdere personen in de auto zit, dekans aanzienlijk toeneemt dat de ruitenbeslaan.BELANGRIJK Met de recirculatiefunctiekunnen, afhankelijk van de werking van hetsysteem (“verwarming” of “koeling”), degewenste omstandigheden sneller bereiktworden.Het is echter niet raadzaam deze functiein te schakelen op regenachtige of koudedagen, omdat dan de ruiten aan de bin-nenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan.
52VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING Draairing C voor de luchtverdeling¶voor lucht uit de uitstroomopeningenin het midden en aan de zijkanten;ßvoor luchttoevoer naar de beenruim-ten en voor een iets lagere tempera-tuur uit de uitstroomopeningen op hetdashboard (“bilevel”-stand);©voor verwarming bij lage buitentem-peraturen: voor maximale luchttoe-voer naar de beenruimten;Draaiknop D voor het in-/uitschakelen van deluchtrecirculatieAls u op de knop drukt (lampje op de knopbrandt), schakelt de luchtrecirculatie in.Als u nogmaals op de knop drukt (lampjeop de knop gedoofd), schakelt de lucht-recirculatie uit.Knop E voor het in-/uitschakelenvan de airconditioningAls u op de knop drukt (lampje op de knopbrandt), schakelt de airconditioning in.Als u nogmaals op de knop drukt (lampjeop de knop gedoofd), schakelt de aircon-ditioning uit.VENTILATIE VAN HETINTERIEURGa voor een goede ventilatie van het in-terieur als volgt te werk:❒draai de ring Ain het blauwe vlak;❒schakel de luchtrecirculatie uit doorde knop Din stand Úte zetten;❒draai de ring Cin stand ¶;❒draai de knop Bop de gewenste snel-heid.fig.
53VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGAIRCONDITIONING (koeling)Ga voor een snelle koeling als volgt tewerk:❒draai de ring Ain het blauwe vlak;❒schakel de luchtrecirculatie in door deknop Din stand Òte zetten;❒draai de ring Cin stand ¶;❒schakel de airconditioning in door deknop E in te drukken; het lampje op deknop E gaat branden;❒draai de knop Bin stand 4 -(maxi-male aanjagersnelheid). Regeling van de koeling❒draai de ring Anaar rechts voor ver-hoging van de temperatuur;❒schakel de luchtrecirculatie uit doorde knop Din stand Úte zetten;❒draai de knop Bvoor verlaging van deaanjagersnelheid. BELANGRIJK Als u op de knop Evan deaircocompressor drukt, wordt de functiealleen ingeschakeld als de aanjager tenminste op de eerste snelheid is ingescha-keld (draaiknop B).
VERWARMING VAN HETINTERIEURGa als volgt te werk:❒draai de ring Ain het rode vlak;❒draai de ring Cop het gewenste sym-bool;❒draai de knop Bop de gewenste snel-heid. SNELLE VERWARMING VANINTERIEURGa voor een snelle verwarming als volgtte werk:❒draai de ring Ain het rode vlak;❒schakel de luchtrecirculatie in door deknop Din stand Òte zetten. ❒draai de ring Cin stand ©;❒draai de knop Bin stand 4 -(maxi-male aanjagersnelheid). Vervolgens kan een stand gekozen wor-den waarbij het comfort optimaal blijft. Draai de knop Din stand Úom deluchtrecirculatie uit te schakelen (lampjeop de knop gedoofd). BELANGRIJK Bij een koude motor moetenige minuten worden gewacht totdat devloeistof van het systeem de optimale be-drijfstemperatuur heeft bereikt.
BELANGRIJK Voor een snelle ontwase-ming/ontdooiing moet als er een extraverwarming/airconditioning aanwezig is(onder de zitplaats voor of achter bij Pano-rama- en Combinato uitvoeringen), dezeverwarming, indien ingeschakeld, wordenuitgeschakeld door op de knop F(lampjegedoofd) op het schakelaarpaneel te druk-ken fig. 49. Nadat de ruiten ontwasemd zijn, kan eenstand gekozen worden waarbij het com-fort optimaal blijft. BELANGRIJK De airconditioning kan goedgebruikt worden om de ruiten sneller teontwasemen, omdat de lucht wordt ont-vochtigd. Stel de bedieningsorganen in zo-als hiervoor beschreven en schakel de air-conditioning in door de knop Ein te druk-ken; het lampje op de knop gaat branden.
54VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING Beslaan van de ruiten voorkomenAls het buiten extreem vochtig is en/of bijregen en/of bij grote verschillen in interi-eur- en buitentemperatuur, raden wij u devolgende procedure aan om het beslaan vande ruiten te voorkomen:❒draai de ring Ain het rode vlak;❒schakel de luchtrecirculatie uit doorde knop Din stand Úte zetten;❒draai de ring Cin stand -met demogelijkheid stand ®in te schake-len als de ruiten niet beslaan;❒draai de knop Bop de 2e snelheid. BELANGRIJK De airconditioning is zeerbruikbaar om het beslaan van de ruitente voorkomen bij een hoge luchtvochtig-heid, omdat de in het interieur gevoerdelucht wordt ontvochtigd. fig.
49 F0N0185mRECIRCULATIE INSCHAKELENDraai de knop D in stand Ò;Het verdient aanbeveling om de luchtre-circulatie in te schakelen in de file of in tun-nels. Hiermee wordt voorkomen dat ver-vuilde lucht het interieur bereikt. Het isniet raadzaam dit systeem langdurig te la-ten werken, omdat anders, vooral als umet meerdere personen in de auto zit, dekans aanzienlijk toeneemt dat de ruitenbeslaan. BELANGRIJK Met de recirculatiefunctiekunnen, afhankelijk van de werking van hetsysteem (“verwarming” of “koeling”), degewenste omstandigheden sneller bereiktworden. Het is echter niet raadzaam deze functiein te schakelen op regenachtige of koudedagen, omdat dan de ruiten aan de bin-nenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan. ONTWASEMING/ONTDOOIING ACHTERRUIT ENBUITENSPIEGELS (indien aanwezig) fig.
50Druk op de knop Avoor het inschake-len van deze functie: als deze functie wordtingeschakeld, gaat het lampje op de knopbranden. De functie is voorzien van een tijdscha-keling, waardoor de functie na 20 minutenautomatisch wordt uitgeschakeld. U kuntde functie eerder uitschakelen door nog-maals de knop Ain te drukken.
55VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGONDERHOUD VAN HETSYSTEEMSchakel in de winter de airconditioning 1keer per maand gedurende 10 minuten in. Laat voor het zomerseizoen de werkingvan de airconditioning door de Fiat-dealercontroleren. De airconditioning maakt ge-bruik van het koelmiddelR134a. Bij lekkage is dit mid-del niet schadelijk voor hetmilieu. Gebruik in geen geval anderemiddelen, zoals R12, omdat anders decomponenten van het systeem be-schadigd kunnen worden. AIRCONDITIONING,AUTOMATISCH (indien aanwezig)ALGEMENE INFORMATIEDe automatische airconditioning regelt detemperatuur, de luchtopbrengst en deluchtverdeling in het interieur. De tem-peratuurregeling is gebaseerd op “tempe-ratuurgelijkheid”: d. w. z.
dat het systeemcontinu werkt om het comfort in het in-terieur constant te houden en eventueleverschillen in de weersomstandighedenbuiten te compenseren, ook zonnestraling(gesignaleerd door een zonnestralings-sensor). De automatisch gecontroleerde parame-ters en functies zijn:❒luchttemperatuur uit de uitstroom-openingen;❒luchtverdeling uit de uitstroom-openingen;❒aanjagersnelheid (traploze regeling vande luchtstroom);❒inschakeling van de compressor (voorkoelen en drogen van de lucht);❒luchtrecirculatie. Deze functies kunnen handmatig wordengewijzigd, d. w. z. dat u het systeem kuntregelen door naar wens een of meer func-ties te selecteren en te wijzigen. Op dezemanier worden de functies die handma-tig zijn gewijzigd niet langer automatischdoor het systeem geregeld. Het systeemgrijpt alleen in om veiligheidsredenen (bijv. kans op beslaan).
Als handmatig een functie wordt ingesteld,blijven de andere functies echter automa-tisch geregeld. De luchttemperatuur in het interieurwordt altijd automatisch geregeld op ba-sis van de ingestelde temperatuur op hetdisplay (behalve als het systeem is uitge-schakeld of in enkele omstandigheden alsde compressor is uitgeschakeld).
57VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGGEBRUIK VANAIRCONDITIONINGHet systeem kan op verschillende manie-ren worden ingeschakeld, maar wij radenu aan te beginnen met het indrukken vande knop AUTO en vervolgens de draai-knop te draaien om op het display de ge-wenste temperatuur in te stellen.Op deze wijze begint het systeem geheelautomatisch te werken, zodat zo snel mo-gelijk de ingestelde temperatuur wordt be-reikt.
Het systeem regelt de temperatuur,de luchthoeveelheid en de luchtverdelingin het interieur, de recirculatiefunctie enhet inschakelen van de aircocompressor.Tijdens de volledig automatische werkingvan het systeem, moeten alleen de vol-gende functies eventueel handmatig wor-den ingeschakeld:❒Òluchtrecirculatie, om de recirculatiealtijd in- of uitgeschakeld te houden;❒Zvoor een snelle ontwaseming/ont-dooiing van de ruiten voor, de achter-ruit en de buitenspiegels.Tijdens de volledig automatische werkingvan het systeem kunt u op ieder momentde ingestelde temperatuur, de luchtver-deling en de aanjagersnelheid wijzigenm.b.v. de desbetreffende knoppen: het sys-teem zal automatisch de eigen instellingenwijzigen en aanpassen aan de nieuwe in-stellingen.
Als tijdens de volledige automatische wer-king (FULL AUTO) de luchtverdeling en/ofde luchtopbrengst gewijzigd worden en/ofde inschakeling van de compressor en/ofde recirculatie, dan verdwijnt het opschriftFULL. Op deze manier worden de func-ties niet langer automatisch geregeld maarmoeten met de hand worden bediend,totdat u opnieuw de knop AUTO indrukt.Als een of meer functies handmatig zijn in-geschakeld, dan blijft de regeling van deluchttemperatuur automatisch plaatsvin-den, behalve als de compressor is uitge-schakeld: in dat geval kan er geen lucht inhet interieur worden gevoerd waarvan detemperatuur lager is dan de buitentempe-ratuur.
58VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING BEDIENINGSKNOPPENDraaiknopregelingluchttemperatuur (I)Als u de draaiknoprechts- of linksom draait, wordt degewenste interieurtemperatuur ver-hoogd of verlaagd. De ingestelde temperatuur wordt op hetdisplay weergegeven. Als u de knop helemaal naar rechts of he-lemaal naar links draait, tot aan de uiter-ste waarden HI of LO, wordt respectie-velijk de functie van de maximale verwar-ming of de maximale koeling ingeschakeld:❒Functie HI (maximale verwarming):wordt ingeschakeld als de draaiknop van detemperatuur naar rechts wordt gedraaid,voorbij de maximale waarde (32 °C). Deze functie kan worden ingeschakeld alsu het interieur wilt verwarmen, waarbijmaximaal van het vermogen van het sys-teem gebruik wordt gemaakt.
Als dezefunctie wordt ingeschakeld, wordt de tem-peratuur niet meer automatisch geregeld;de lucht wordt maximaal verwarmd en deaanjagersnelheid en de luchtverdeling wor-den door het systeem bepaald. Als de motorkoelvloeistof niet warm ge-noeg is, schakelt het systeem niet onmid-dellijk de maximale aanjagersnelheid in, omde toevoer van te koude lucht in het in-terieur te beperken. Als deze functie is ingeschakeld, zijn allehandmatige instellingen toegestaan. Voor het uitschakelen van de functie is hetvoldoende om de draaiknop voor de tem-peratuur naar links te draaien en de ge-wenste temperatuur in te stellen. ❒Functie LO (maximale koeling):wordt ingeschakeld als de draaiknop vande temperatuur naar links wordt gedraaid,voorbij de minimale waarde (16 °C).
Deze functie kan worden ingeschakeld alsu het interieur wilt koelen, waarbij maxi-maal van het vermogen van het systeemgebruik wordt gemaakt. Als deze functiewordt ingeschakeld, wordt de tempera-tuur niet meer automatisch geregeld; delucht wordt maximaal gekoeld en de aan-jagersnelheid en de luchtverdeling wordendoor het systeem bepaald.
59VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGDrukknoppenluchtverdeling (B)Als u op een van deze knoppen drukt, kunt u handmatig een van dezeven instellingen voor de lucht-verdeling kiezen:▲Lucht uit de luchtroosters voor ont-dooiing/ontwaseming van de voorruiten de zijruiten voor. ˙Lucht uit de luchtroosters in het mid-den en aan de zijkant van het dash-board voor een koele luchtstroom ophet lichaam en het gezicht bij warmweer. ▼Lucht uit de luchtroosters in de been-ruimte voor en achter. Met deze lucht-verdeling kan in een zo kort mogelij-ke tijd de lucht in het interieur wor-den verwarmd, omdat warme luchtopstijgt. Dit geeft snel een behaaglijkgevoel.
˙Lucht uit de luchtroosters in de been-▼ruimte (warmere lucht) en de uit-stroomopeningen in het midden en aan de zijkant van het dashboard (koel-ere lucht). Deze luchtverdeling is bijzonder nuttig in de gematigde seizoen-en (voor- en najaar) als de zon schijnt. ▲Lucht uit de uchtroosters in de been-▼lruimte en de luchtroosters voor ont-waseming/ontdooiing van de voorruiten zijruiten voor. Deze luchtverdelingzorgt voor een goede verwarming vanhet interieur en voorkomt het even-tuele beslaan van de ruiten. ▲Lucht uit de luchtroosters voor ont-˙waseming/ontdooiing van de voorruit en de zijruiten voor en de uitstroom-openingen in het midden en aan de zij-kant van het dashboard. Met deze luchtverdeling wordt het interieur voldoende gekoeld (in de zomer) en blijft het comfort behouden.
▲Lucht uit deluchtroosters voor ont-˙waseseming/ontdooiing van de voor-▼ruit en de zijruiten voor, uit de uit-stroomopeningen in het midden enaan de zijkant van het dashboard en uitde luchtroosters in de beenruimte. Deze luchtverdeling zorgt voor eengoede luchtverspreiding waarbij hetcomfort zowel in de zomer als in dewinter behouden blijft.
60VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING Drukknoppenregelingaanjagersnelheid (H)Als u op de uiteindenvan knop Hdrukt, wordtde aanjagersnelheid verhoogd of verlaagden daarmee de hoeveelheid lucht die inhet interieur wordt gevoerd om degewenste temperatuur te handhaven.De aanjagersnelheid wordt weergegevendoor verlichte staafjes op het display:❒Maximum aanjagersnelheid = allestaafjes verlicht❒Minimum aanjagersnelheid = één staaf-je verlicht.De aanjager kan worden uitgeschakeld,maar alleen als u de aircocompressor hebtuitgeschakeld met de knop F-fig.
51.BELANGRIJK Voor het hervatten van deautomatische werking van de aanjager naeen handmatige instelling, moet de knopAUTO worden ingedrukt.BELANGRIJK Als de auto met hoge snel-heid rijdt, wordt door de rijwind de lucht-opbrengst in het interieur verhoogd; ditwordt niet door de streepjes van de aan-jagersnelheid weergegeven.Knop AUTO (A) (automatischewerking)Als u de knop AUTOindrukt, regelt hetsysteem automatisch de hoeveelheid ende verdeling van de naar het interieurtoegevoerde lucht en worden allevoorafgaande handmatige instellingenopgeheven.Dit wordt aangeven door het verschijnenvan het opschrift FULL AUTO op het dis-play voor.Als er een of meerdere handmatige in-stellingen zijn uitgevoerd (luchtrecircula-tie, luchtverdeling, aanjagersnelheid of uit-schakeling aircocompressor), dooft hetopschrift FULL op het display om aan tegeven dat het systeem niet langer alle func-ties automatisch regelt (behalve de tem-peratuur die altijd automatisch wordt ge-regeld).
61VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGBELANGRIJK Als het systeem vanwegehandmatige instellingen de gewenste tem-peratuur niet meer kan garanderen enhandhaven, knippert de ingestelde tem-peratuur om aan te geven dat het systeemeen probleem heeft gesignaleerd; daarnadooft het opschrift AUTO.Voor het hervatten van de automatischewerking van het systeem na een handma-tige instelling (een of meerdere), moet deknop AUTO worden ingedrukt.Drukknop in-/ uitschakelenluchtrecirculatie (G)De luchtrecirculatiewerkt als volgt:❒handmatig ingeschakeld (recirculatiealtijd ingeschakeld); het lampje op deknop Gen het symbool íop hetdisplay branden;❒geforceerde uitschakeling (recirculatiealtijd uitgeschakeld met luchttoevoervan buiten); lampje op de knop en hetsymbool êop het display gedoofd.Deze mogelijkheden kunnen worden in-geschakeld door meerdere keren op derecirculatieknop Gte drukken.BELANGRIJK Met de recirculatiefunctiekunnen de gewenste omstandigheden(verwarming of koeling van het interieur)sneller worden bereikt.
62VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING Het is echter niet raadzaam deze functiehandmatig in te schakelen op regenachti-ge of koude dagen, omdat dan de ruitenaan de binnenzijde aanzienlijk sneller kun-nen beslaan, vooral als de airconditioningniet is ingeschakeld.Bij lage buitentemperaturen wordt de re-circulatie uitgeschakeld (met luchttoevoervan buiten) om het beslaan van de ruitente voorkomen.Bij lage buitentemperaturen raden wij uaan om de recirculatiefunctie niet te ge-bruiken, omdat hierdoor de ruiten snellerkunnen beslaan.Drukknop in-/uitschakelen aircocompressor(F)Als u op de knop √drukt, wordt deaircocompressor, indien ingeschakeld,uitgeschakeld en dooft het symbool ophet display.Als u op de knop drukt als het lampjegedoofd is, wordt de inschakeling van decompressor weer automatisch door hetsysteem geregeld; dit wordt aangegevendoor een brandend symbool op hetdisplay.Als u de aircocompressor uitschakelt,wordt de recirculatie uitgeschakeld om heteventuele beslaan van de ruiten te voorko-men.
Ook als het systeem de ingesteldetemperatuur kan handhaven, verdwijnt hetopschrift FULL van het display. Als het sys-teem de ingestelde temperatuur echter nietmeer kan handhaven, gaat de temperatuurknipperen en dooft het opschrift AUTO.BELANGRIJK Met uitgeschakelde airco-compressor is het niet mogelijk lucht inhet interieur in te voeren met een tem-peratuur die lager is dan de buitentempe-ratuur; bovendien kunnen (in bijzondereomstandigheden) de ruiten zeer snel be-slaan omdat de lucht niet gedroogd kanworden.De uitschakeling van de aircocompressorblijft in het geheugen opgeslagen, ook nahet afzetten van de motor. U kunt de automatische regeling van deaircocompressor weer inschakelen doornogmaals de knop √in te drukken (in datgeval werkt het systeem alleen als ver-warming) of de knop AUTO.
Dit wordt als volgt aan-gegeven: de ingestelde temperatuur knip-pert enkele seconden op het display envervolgens dooft het opschrift AUTO.Als de compressor is uitgeschakeld, kande aanjagersnelheid handmatig op nul wor-den gezet (geen enkel staafje verlicht).Als de compressor bij draaiende motorwordt ingeschakeld, kan de aanjagersnel-heid niet onder de minimale waarde (éénstaafje verlicht) zakken.Drukknop voor snelle ontwaseming/ontdooiing van de voorruit en de zijruiten voor (D)Als u deze knopindrukt, schakelt de klimaatregelingautomatisch alle functies in dienoodzakelijk zijn voor het snelontdooien/ontwasemen van de voorruiten de zijruiten voor. D.w.z.
64VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING BELANGRIJK Voor een snelle ontwase-ming/ontdooiing moet, als er een extraverwarming/airconditioning aanwezig is(onder de zitplaats voor of achter bij Pano-rama- en Combinato uitvoeringen), dezeverwarming, indien ingeschakeld, wordenuitgeschakeld door op de knop F(lampjegedoofd) op het schakelaarpaneel te druk-ken fig. 52.Systeemuitschakelen OFF (E)Het systeem schakeltuit en het display dooftals u op de knop Edrukt.Als het systeem is uitgeschakeld:❒is het display gedoofd;❒wordt de ingestelde temperatuur nietweergegeven;❒is de recirculatie ingeschakeld, waarbijgeen lucht van buiten binnenkomt (re-circulatielampje brandt);❒is de compressor uitgeschakeld;❒is de aanjager uitgeschakeld.fig.
65VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGEXTRA VERWARMING (indien aanwezig)Enkele uitvoeringen beschikken bovendienover extra verwarming onder de be-stuurdersstoel. Deze kan worden inge-schakeld met de knop Fop het schake-laarpaneel fig. 53.fig. 53 F0N0185mAls u de volledig automatische werking vanhet systeem weer wilt inschakelen, drukdan op de knop AUTO.
66VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING AUTONOME EXTRAVERWARMING (indien aanwezig)De auto kan als optional worden uitgerustmet twee verschillende typen autonomeverwarming: één die volledig automatischwerkt en één die geprogrammeerd kanworden.AUTOMATISCHE UITVOERINGDe extra verwarming wordt automatischingeschakeld als de motor wordt gestarten afhankelijk van de buitentemperatuuren de koelvloeistoftemperatuur. Uitscha-keling vindt altijd automatisch plaats.BELANGRIJK Als in periodes met lage bui-tentemperaturen het systeem inschakelt,controleer dan of het brandstofniveau bo-ven het reserveniveau staat.
Als dit niethet geval is, kan het systeem blokkeren enmoet u zich tot de Fiat-dealer wenden.PROGRAMMEERBAREUITVOERINGDe extra verwarming werkt volledig on-afhankelijk van de werking van de motoren zorgt ervoor dat:❒het interieur van de auto wordt op-gewarmd bij uitgezette motor;❒de ruiten worden ontdooid;❒de koelvloeistof van de motor en ver-volgens de motor zelf voor het star-ten wordt opgewarmd.Het systeem bestaat uit:❒een dieselbrander voor het verwar-men van de koelvloeistof, met een ge-luidgedempte uitlaat;❒een doseerpomp verbonden met debrandstofleidingen van de auto voorbrandstoftoevoer naar de brander;❒een warmtewisselaar verbonden metde slangen van het koelsysteem van demotor;De extra verwarming ver-bruikt, hoewel in geringe ma-te, evenals de motor brandstof.
Ommogelijke vergiftiging en verstikkingte voorkomen, mag de extra verwar-ming nooit, ook niet voor een korteperiode, worden ingeschakeld in eenafgesloten ruimte zoals een garage ofwerkplaats die niet is uitgerust meteen afzuigsysteem voor uitlaatgassen.ATTENTIE
67VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGDe extra verwarming verwarmt (in dewinter) het interieur, houdt het op tem-peratuur en laat gedurende een vastge-stelde tijd de koelvloeistof van de motorcirculeren. Bij het starten van de motorbent u zo verzekerd van een optimaletemperatuur van de motor en van het in-terieur.
De extra verwarming kan automatischworden ingeschakeld als het systeem ge-programmeerd is met de digitale timer, ofhandmatig door op de toets “directe ver-warming” van de timer te drukken.Nadat de verwarming hetzij handmatighetzij automatisch is geactiveerd, schakeltde elektronische regeleenheid de circula-tiepomp in en wordt de brander ontsto-ken op een vastgestelde en gecontroleer-de manier.❒een regeleenheid verbonden met hetverwarmings-/ventilatiesysteem vanhet interieur, die de automatischewerking ervan mogelijk maakt;❒een elektronische regeleenheid voorcontrole en regeling van de in de ver-warming geïntegreerde brander;❒een digitale timer A-fig.
54 voor hethandmatig inschakelen van de verwar-ming of om het inschakeltijdstip teprogrammeren.De opbrengst van de circulatiepompwordt ook gecontroleerd door de elek-tronische regeleenheid, zodat de op-warmperiode tot een minimum beperktblijft. Als het systeem in werking is, scha-kelt de regeleenheid de aanjager van hetverwarmingssysteem in het interieur in opde tweede snelheid.Het vermogen van de brander wordt au-tomatisch door de elektronische regel-eenheid geregeld op basis van de koel-vloeistoftemperatuur.fig. 54 F0N0150m
68VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING BELANGRIJK De extra verwarming is uit-gerust met een thermische beveiliging diede brander uitschakelt bij oververhittingdoor een te laag koelvloeistofniveau ofkoelvloeistoflekkage. Als dit het geval is,moet na het repareren van het defect inhet koelsysteem en/of het bijvullen van dekoelvloeistof en voordat de verwarmingweer wordt ingeschakeld, de programma-keuzetoets worden ingedrukt.De verwarming kan spontaan uitgaan doorgebrek aan brandstof of als tijdens de wer-king de vlam dooft.
Voer in dat geval deprocedure uit voor het uitschakelen enprobeer de verwarming weer in te scha-kelen; als de verwarming dan nog nietwerkt, wendt u dan tot de Fiat-dealer.Extra verwarming inschakelenAls de auto is uitgerust met automatischeairconditioning, stelt de regeleenheid detemperatuur en de luchtverdeling in bij hetinschakelen van de standverwarming.Bij handbediende airconditioning/verwar-ming moet voor een maximale werkingvan de verwarming gecontroleerd wordenof de draaiknop voor het regelen van deluchttemperatuur in het interieur in destand “warme lucht” staat.Om het interieur voor te verwarmen,moet u de draaiknop van de luchtverde-ling in stand ©zetten.Om de voorruit te ontdooien, moet u dedraaiknop van de luchtverdeling in stand-zetten.Voor beide functies moet u de draaiknopvoor de luchtverdeling in stand ®zetten.Digitale timer fig.
69VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGProgrammeren van deinschakeltijd fig. 58De inschakeltijd kan van 1 minuut tot 24uur van te voren worden geprogram-meerd. U kunt drie verschillende inscha-keltijden kiezen, waarvan er echter slechtséén kan worden geactiveerd. Programmeren van de inschakeltijd:❒druk op toets 6: op het display wor-den het symbool 10 of de juist inge-stelde tijd en het nummer 3van dedaarvoor ingestelde tijd 10 secondenverlicht.Instellen van de juiste tijd❒Druk op toets 4: het display en hetcontrolelampje 9-fig. 57 worden ver-licht.
❒Druk binnen 10 seconden op toets 5of 7totdat de juiste tijd is geselec-teerd.Als het display dooft, blijft de huidige tijdopgeslagen.Als toets 5of 7ingedrukt wordt gehou-den, verspringen de cijfers van het klokjesneller voor- of achteruit.Aflezen van de juiste tijd fig. 57Druk om de juiste tijd af te lezen op toets4. De tijd verschijnt ongeveer 10 secon-den op het display en gelijktijdig wordt hetcontrolelampje 9verlicht.Directe inschakeling van de verwarming fig. 56Druk op toets 8van de timer als u het sys-teem handmatig wilt inschakelen: het dis-play en het controlelampje 1worden ver-licht en blijven verlicht zolang het systeemin werking is.Geprogrammeerde inschakeling van de verwarmingVoordat de inschakeling van het systeemwordt geprogrammeerd, moet de klok optijd worden gezet.fig. 56 F0N0152m fig. 57 F0N0153m fig. 58 F0N0154m
70VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING BELANGRIJK Als u de andere vooraf in-gestelde tijden wilt oproepen, druk danbinnen 10 seconden een of meer keren optoets 6. – druk binnen 10 seconden op toets 5of7totdat de gewenste inschakeltijd is ge-selecteerd. BELANGRIJK Als de tijd is opgeslagen:❒verdwijnt de inschakeltijd;❒verschijnt het voorkeuzenummer 3;❒wordt het display verlicht. BELANGRIJK Als de brander wordt in-geschakeld:❒gaat de branderindicatie 1 op het dis-play branden;❒dooft het voorkeuzenummer 3. Uitschakelen van degeprogrammeerde inschakeltijd fig. 58Als u de geprogrammeerde inschakeltijdwilt wissen, druk dan kort op toets 6: deverlichting van het display dooft en hetnummer 3van de vooraf ingestelde tijdverdwijnt. Oproepen van een van degeprogrammeerde inschakeltijdenfig.
59Druk een of meerdere keren op toets 6totdat op het display het nummer 3vande vooraf ingestelde inschakeltijd ver-schijnt. Na 10 seconden verdwijnt de tijdvan het display maar blijft in het geheu-gen opgeslagen en worden het nummer3 en het display verlicht. BELANGRIJK De geprogrammeerde in-schakeltijd kan worden gewijzigd of gewistvolgens de hiervoor beschreven instruc-ties. Uitschakelen van de verwarmingHet systeem kan, afhankelijk van de ma-nier waarop het is ingeschakeld (automa-tisch of handmatig) op twee manierenworden uitgezet:❒automatisch, aan het eind van devastgestelde inschakeltijd (60 minutenmet rood verlicht display);❒handmatig, door opnieuw op deknop “directe verwarming” van de ti-mer te drukken (toets 1).
In beide gevallen doven het controlelampjevan de verwarming en de verlichting vanhet display, schakelt de aanjager van hetverwarmingssysteem in het interieur uiten wordt de verbranding onderbroken.
71VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING❒Schakel de verwarming tijdens het tan-ken en in de nabijheid van tankstationsaltijd uit om brandgevaar en/of ont-ploffingen te voorkomen. ❒Parkeer niet boven brandbaar materi-aal zoals papier, gras of droge blade-ren: brandgevaar. ❒De temperatuur in de nabijheid van deverwarming mag niet boven 120°C ko-men (na spuitwerkzaamheden kan detemperatuur van de carrosserie in eenmoffeloven boven deze waarde uit-stijgen). Hogere temperaturen kunnende componenten van de elektronischeregeleenheid beschadigen. ❒Tijdens de werking bij een stilstaandemotor verbruikt de verwarming elek-trische energie van de accu; daarom iseen goede werking van de dynamo bijdraaiende motor noodzakelijk om deaccu weer voldoende op te laden.
❒Houdt u voor de controle van het ni-veau van de koelvloeistof aan hetgeenbeschreven is in de paragraaf “Koel-vloeistof” in het hoofdstuk “Onder-houd van de auto”. Het water in hetmotorkoelsysteem moet ten minste10% antivries bevatten. ❒Wendt u voor onderhoud en repara-ties uitsluitend tot de Fiat-dealer en ge-bruik uitsluitend originele onderdelen. ONDERHOUDLaat de extra verwarming regelmatig (inieder geval voor het winterseizoen) con-troleren door de Fiat-dealer om verze-kerd te zijn van een veilige en economi-sche werking en een lange levensduur vande verwarming. De extra verwarming ver-bruikt, hoewel in geringe ma-te, evenals de motor brandstof.
Ommogelijke vergiftiging en verstikkingte voorkomen, mag de extra verwar-ming nooit, ook niet voor een korteperiode, worden ingeschakeld in eenafgesloten ruimte zoals een garage ofwerkplaats die niet is uitgerust meteen afzuigsysteem voor uitlaatgassen. ATTENTIEBELANGRIJK De standverwarming scha-kelt uit als de accuspanning laag is, zodatde motor nog kan worden gestart.
72VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING EXTRA VERWARMING ACHTER (Panorama- en Combinatouitvoeringen - indien aanwezig)De Panorama- en Combinato uitvoerin-gen beschikken over een hoofdverwar-mingssysteem en een extra verwarming(optional), waarvan de bedieningsknopzich in de hemelbekleding boven de twee-de rij stoelen fig. 60 bevindt.U schakelt deze verwarming in door opde knop F-fig.
61 op het schakelaarpaneelte drukken.❒Als u de draaiknop Din stand “geheelkoud” (draaiknop in het blauwe ge-bied) zet, komt er lucht met de bui-tentemperatuur uit de uitstroomope-ningen voor de beenruimte achter(onder de stoelen van de 2e-3e rij bijde Panorama-uitvoering en uit hetrooster aan de zijde van de linker wiel-kuip bij de Combinato uitvoeringen).❒Als u de draaiknop Din stand “geheelwarm” (draaiknop in het rode gebied)zet, komt er warme lucht uit de uit-stroomopeningen voor de beenruim-te achter (onder de stoelen van de 2e-3e rij bij de Panorama-uitvoering en uithet rooster aan de zijde van de linkerwielkuip bij de Combinato uitvoerin-gen).fig. 60 F0N0233m fig. 61 F0N0185m
73VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGEXTRA AIRCONDITIONINGACHTER (Panorama- en Combinatouitvoeringen - indien aanwezig)De Panorama- en Combinato uitvoerin-gen beschikken over een hoofdverwar-ming/aircondtioning en een extra aircon-ditioning (optional), waarvan de bedieningzich in de hemelbekleding boven de twee-de rij stoelen fig. 60 bevindt.U schakelt deze airconditioning in door opde knop F-fig. 61 op het schakelaarpaneelte drukken.
Deze airconditioning werkt al-leen als de hoofdairconditioning is inge-schakeld.❒Als u de draaiknop Din stand “geheelkoud” (draaiknop in het blauwe ge-bied) zet, komt er koude lucht uit deuitstroomopeningen op de hemelbe-kleding.❒Als u de draaiknop Din stand “geheelwarm” (draaiknop in het rode gebied)zet, komt er warme lucht (bij warmemotor) uit de uitstroomopeningenvoor de beenruimte achter (onder destoelen van de 2e-3e rij bij de Pano-rama-uitvoering en uit het rooster aande zijde van de linker wielkuip bij deCombinato uitvoeringen).❒Als u de draaiknop Din een tussen-liggende stand zet, wordt de lucht ver-deeld over de uitstroomopeningen opde hemelbekleding en de uitstroom-openingen voor de beenruimte achter,en wijzigt de temperatuur.BELANGRIJK Als de compressor van dehoofdairconditioning wordt ingeschakeld(door knop Ein te drukken), wordt au-tomatisch de 1e aanjagersnelheid inge-schakeld, ook als de aanjager van de extraairconditioning in stand 0staat, om ijs-vorming en daarmee beschadiging van deze component te voorkomen.
74VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING BUITENVERLICHTINGMet de linker hendel bedient u de buiten-verlichting.De buitenverlichting werkt uitsluitend alsde contactsleutel in stand ON staat.VERLICHTING UIT fig. 62Draaiknop in stand å.fig. 62 F0N0030mfig. 63 F0N0031mfig. 64 F0N0032mBUITENVERLICHTING fig. 63Draai de draaiknop in stand 6. Op het instrumentenpaneel gaat het con-trolelampje 3branden.DIMLICHT fig. 64Draai de draaiknop in stand 2.Op het instrumentenpaneel gaat het con-trolelampje 3branden.
75VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGGROOTLICHT fig. 65Trek de hendel naar het stuurwiel, als dedraaiknop reeds in stand 2staat (2e on-vergrendelde stand).Op het instrumentenpaneel gaat het con-trolelampje 1branden.Als de hendel opnieuw naar het stuurwielwordt getrokken, dooft het grootlicht enwordt het dimlicht weer ingeschakeld.GROOTLICHTSIGNAAL fig. 66Trek de hendel naar het stuurwiel (1e on-vergrendelde stand), ongeacht de standvan de draaiknop. Op het instrumenten-paneel gaat het controlelampje 1bran-den.RICHTINGAANWIJZERS fig.
76VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENING “FOLLOW ME HOME” SYSTEEMMet dit systeem kan de ruimte voor de au-to een bepaalde tijd worden verlicht. Inschakelen fig. 68U schakelt deze functie in door de con-tactsleutel in stand OFF te draaien of uitte nemen, en de linker hendel binnen 2 mi-nuten na het uitzetten van de motor naarhet stuur te trekken. Telkens als u de hendel bedient, blijft deverlichting 30 seconden langer branden,tot een maximum van 210 seconden; hier-na schakelt de verlichting automatisch uit. Als de hendel wordt bediend, gaat hetcontrolelampje 3op het instrumen-tenpaneel branden en verschijnt er een be-richt op het display (zie het hoofdstuk“Lampjes en berichten”) gedurende de tijddat de functie actief blijft.
Het lampje gaatbranden als de hendel voor het eerst be-diend wordt en blijft branden totdat defunctie automatisch uitschakelt. Telkensals de hendel wordt bediend, wordt alleende inschakeltijd van de verlichting ver-lengd. UitschakelenHoud de hendel langer dan 2 secondennaar het stuur getrokken. SCHEMERSENSOR (automatischinschakelende koplampen) (indien aanwezig)Deze sensor is in staat om de verschillenin sterkte van het omgevingslicht waar tenemen op basis van de ingestelde gevoe-ligheid: hoe hoger de gevoeligheid, hoeminder buitenlicht er nodig is om de ver-lichting in te schakelen. De gevoeligheidvan de sensor kan worden ingesteld viahet “Setup-menu” van het display. Inschakelen fig. 69Draai de draaiknop in stand 2A:op dezemanier gaan, afhankelijk van de sterkte vanhet buitenlicht, de buitenverlichting en dedimlichten automatisch branden.
UitschakelenAls via de sensor het commando voor uit-schakeling wordt gegeven, wordt het dim-licht uitgeschakeld en vervolgens, na on-geveer 10 seconden, de buitenverlichting. De schemersensor is niet in staat om mistte signaleren. Daarom moet bij mist deverlichting handmatig worden ingescha-keld. fig.
77VEILIGHEIDSTARTEN EN RIJDENLAMPJES ENBERICHTENNOOD-GEVALLENONDERHOUD EN ZORGTECHNISCHEGEGEVENSALFABETISCHREGISTERDASHBOARD EN BEDIENINGRUITEN REINIGENRUITENWISSERS/-SPROEIERSDeze werken uitsluitend als de contact-sleutel in stand ON staat.De rechter hendel kan in vijf verschillen-de standen worden gezet fig. 70:A: ruitenwissers uitgeschakeldB: wissen met interval.Draai als de hendel in stand Bstaat, dedraaiknop Fin een van de vier interval-standen:,= zeer lang interval-- = lang interval--- = gemiddeld interval---- = kort intervalC: langzaam continu wissen;D: snel continu wissen;E: tijdelijk snel wissen (onvergrendeldestand).In stand Ewerken de ruitenwissers, zo-lang u de hendel met de hand in deze standhoudt.
Vragen van gebruikers
Anderhalve liter olie bijgevuld doch blijft aangegeven dat het oliepeil op minimum staat. wat is het volume verschil tussen minimum en maximum?
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fiat Ducato stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Bedrijfswagen Fiat
Alle Fiat Bedrijfswagen handleidingen
Populair in Bedrijfswagen
Meer handleidingen van Fiat
- Fiat Stilo (2010)
- Fiat Tipo (2017)
- Fiat Doblo (2002)
- Fiat Ducato (2012)
- Fiat Dogan (2002)
- Fiat Ulysse (2002)
- Fiat Duna (1991)
- Fiat Doblo (2007)
- Fiat 500 (2007)
- Fiat 600 (1960)
- Fiat 500 (2018)
- Fiat 500x (2019)