Fiat Fiorino (2008) Handleiding
Pagina's 22 Nederlands Auto
Bekijk de handleiding van Fiat Fiorino (2008) gratis online of download de PDF. 13 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fiat |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Fiorino (2008) |
Handleiding Fiat Fiorino (2008) – volledige tekst
In dit supplement worden de gebruiksinstructies beschreven voor de versnellingsbak met elektronisch geregelde Comfort-matic bediening.Voor het juiste gebruik van de versnellingsbak is het noodzakelijk dat dit supplement geheel wordt gelezen zodat u vanaf het begin opde hoogte bent van de juiste bedieningswijze.Zie voor de onderwerpen die hier niet behandeld worden, het instructieboekje waarbij dit supplement geleverd is.
3KLAAR OM WEG TE RIJDENHANDMATIGE BEDIENING(MANUAL)BELANGRIJK Voor een juist gebruik vanhet systeem moeten de pedalen uitslui-tend met de rechter voet worden be-diend.rTrap het rempedaal in.rStart de motor.rDruk de versnellingspook naar + fig. 1 om de eerste versnelling in teschakelen (vanuit stand kunt uN of R de pook in de middelste stand plaat-sen) of in R fig. 2 om de achteruit inte schakelen.rLaat het rempedaal los en trap het gas-pedaal in.rDruk tijdens het rijden de versnellings-pook naar om op te schakelen+ fig. 1 of naar – fig. 1 om terug te schakelen.De auto is uitgerust met een elektronischgeregelde mechanische “Comfort-matic”versnellingsbak die op twee manieren kanworden bediend: MANUAL en AUTO. De transmissie bestaat uit een normalemechanische versnellingsbak met versnel-lingspook fig. 1, waaraan een elektronischgeregeld elektrohydraulisch systeem istoegevoegd.
4WERKINGDe versnellingsbak kan op twee manie-ren worden bediend:rde eerste methode is handmatig (MA-NUAL), waarbij de bestuurder beslistwanneer er geschakeld wordt;rde tweede methode is volledig auto-matisch (AUTO), waarbij het systeembeslist over het overschakelen. Bij de-ze methode kan de ECO-functie (Eco-nomy) worden gekozen om het ver-bruik te beperken. Druk voor het in-schakelen van deze functie op knop E-fig. 4.De versnellingen en de werking (MA-NUAL of AUTO) kunnen bij iederesnelheid worden gekozen met de ver-snellingspook. fig. 4 F0T0223mF0T0223mF0T0223mF0T0223mF0T0223mVERSNELLINGSPOOKDe “multistabiele” versnellingspook fig.1op de tunnelconsole heeft drie ver-grendelde en drie onvergrendelde stan-den.De drie vergrendelde standen zijn de stan-den die overeenkomen met de vrijstandN-fig. 2 R-fig. 2 , de achteruit en de mid-delste stand tussen de onvergrendeldestanden (+) en (–) fig.
1.Bij de onvergrendelde standen keert depook direct na het loslaten terug in demiddenstand. Dit zijn de standen voor hetopschakelen ( ), het terugschakelen (+ –)en de automatische werking (A/M) fig.3.Er wordt teruggekeerd naar de handma-tige bediening als de pook opnieuw instand A/M wordt gezet.AUTOMATISCHE WERKINGBELANGRIJK Voor een juist gebruik vanhet systeem is het raadzaam de pedalen uit-sluitend met de rechter voet te bedienen.rTrap het rempedaal inrStart de motor.rDruk de versnellingspook naar A/M fig. 3 voor het inschakelen van de au-tomatische werking of naar R-fig. 2voor het inschakelen van de achteruit.rLaat het rempedaal los en trap het gas-pedaal in.fig. 3 F0T0226mF0T0226mF0T0226mF0T0226mF0T0226mHoud uw hand niet op de ver-snellingspook; laat de pook losnadat u een schakelcomman-do hebt gegeven of de auto-matische/handmatige werking hebt ge-kozen.
5Bij stilstaande auto en uitgenomen con-tactsleutel kunt u de pook zonder of metingetrapt rempedaal verplaatsen. Het sys-teem voert geen enkel commando uit alsde pook wordt verplaatst en de versnel-ling die was ingeschakeld voordat de con-tactsleutel werd uitgenomen, blijft in hetgeheugen opgeslagen.BELANGRIJK Bij draaiende motor klinkter een akoestisch signaal als de stand vande pook en de ingeschakelde versnellingniet overeenkomen. Dit signaal stopt alsde fout is hersteld.HANDMATIGE BEDIENING(MANUAL)Deze functie biedt de bestuurder de ge-legenheid zelf de beste versnelling te kie-zen in relatie tot de gebruiksomstandig-heden van de auto.Ga voor het overschakelen als volgt tewerk:rdruk de pook in stand + fig. 1 om opte schakelen;ofrdruk de pook in stand – fig.
1 om te-rug te schakelen.Tijdens het overschakelen hoeft het gas-pedaal niet te worden losgelaten.Als een schakelcommando van de be-stuurder de juiste werking van de motoren de versnellingsbak in gevaar brengt, danweigert het systeem het commando. In deze gevallen waarschuwt het systeemde bestuurder m.b.v. een geluidssignaal dathet niet mogelijk is het schakelcomman-do uit te voeren.Er wordt automatisch teruggeschakeld alsde motor het stationair toerental bereikt(bijv. bij afremmen).
6Automatische werking (AUTO - ECO)De functie kan alleen worden inge-ECO schakeld bij de automatische werking. De ECO-functie kan worden ingescha-keld door op knop te drukken. E-fig. 4 Als deze functie is ingeschakeld, verschij-nen op het display de ingeschakelde ver-snelling, het opschrift AUTO en de let-ter E (zie volgende paragraaf). Als de -functie is ingeschakeld, zalECOhet systeem zodanig schakelen, afhanke-lijk van de snelheid van de auto, het mo-tortoerental en de snelheid waarmee hetgaspedaal wordt ingetrapt, dat het brand-stofverbruik zo laag mogelijk blijft. Als het nodig is (bijv.
bij inhalen), schakelthet systeem, na het volledig intrappen vanhet gaspedaal, een of meer versnellingenterug zodat meer vermogen en een ge-schikt koppel beschikbaar is voor de doorde bestuurder gevraagde acceleratie (ditgeschiedt op volledig automatische wijzeongeacht of de -functie is in- of uit-ECOgeschakeld). AUTOMATISCHE WERKING(AUTO)Voor het in-/uitschakelen van de automa-tische werking ( ) moet de pookAUTOin stand worden gezet; de in-A/M fig. 3 schakeling wordt bevestigd door de weer-gave van het opschrift AUTO fig. 5 ende ingeschakelde versnelling op het dis-play. Als de functie is ingeschakeld, zalAUTOhet systeem schakelen afhankelijk van desnelheid van de auto, het motortoerentalen de snelheid waarmee het gaspedaalwordt ingetrapt.
Tijdens de automatischewerking kan ook met de versnellingspookworden overgeschakeld, zonder daarvoorde functie uit te schakelen: met dit “scha-keladvies” wordt de automatische func-tie tijdelijk uitgeschakeld om de door debestuurder gewenste versnelling in teschakelen. WEERGAVE OP HET DISPLAYAls u de contactsleutel in stand MARdraait, dan wordt na ongeveer 1 secondeop het display de ingeschakelde versnel-ling en de gekozen functie (AUTO of MANUAL) weergegeven:N = vrijstand;1 = eerste versnelling;2 = tweede versnelling3 = derde versnelling;4 = vierde versnelling;5 = vijfde versnelling;6 = zesde versnelling;R = achteruit. fig.
7Als de ECO-functie is gekozen, dan ver-schijnt naast de ingeschakelde versnellingde letter E(Economy) op het display fig. 6. BELANGRIJK Als met de contactsleutelin stand , het display niet binnen 10MARseconden de ingeschakelde versnellingaangeeft, draai dan de sleutel in standSTOP, wacht tot het display gedoofd isen draai de sleutel weer in stand MAR. Wendt u tot het Fiat Servicenetwerk alsde storing blijft bestaan. MOTOR STARTENDe motor kan worden gestart zowel bijeen ingeschakelde versnelling als in de vrij-stand (N); bij ingeschakelde versnelling ishet echter altijd noodzakelijk eerst hetrempedaal in te trappen. Het is raadzaam de versnellingspook in devrijstand ( ) te zetten voordat u de mo-Ntor start.
Na het starten:rschakelt de versnellingsbak automatischde vrijstand (N) inrblijft de versnellingspook in de standstaan waarin deze stond tijdens het af-zetten van de motorrverschijnt op het display de letter (N);zodra het rempedaal wordt losgelatengeven een geluidssignaal en een knip-perende letter (N) aan dat de stand vande pook en de ingeschakelde versnel-ling niet overeenkomenrkan alleen de 1e, de 2eof de achteruit(R) worden gekozen, met ingetraptrempedaal. BELANGRIJK Als bij het starten de ver-snellingsbak in een andere stand staat danN en het rempedaal is niet ingetrapt, danverschijnt op het display een waarschu-wingsbericht (zie de paragraaf “Lampjes enberichten”). In dat geval moet het startenworden herhaald met ingetrapt rempedaal. fig.
6 F0T0228mF0T0228mF0T0228mF0T0228mF0T0228mAls het niet lukt de motor testarten met een ingeschakel-de versnelling, dan klinkt ereen akoestisch signaal om debestuurder er op te attenderen dat ermogelijk een gevaarlijke situatie ont-staat, omdat de versnellingsbak auto-matisch in de vrijstand wordt gezet.
BELANGRIJK Als u de motor wilt star-ten, terwijl er een storing optreedt in deversnellingsbak, dan moet de procedure“Vertraagde start” worden gebruikt (zieook de bijbehorende meldingen): houd desleutel ten minste 7 seconden in standAVV terwijl het rempedaal ingetraptwordt gehouden; de motor zal dan star-ten. Het systeem zal het noodlooppro-gramma geactiveerd houden (hoogst toe-laatbare versnelling: 3e, Auto-werking nietbeschikbaar). Wendt u, als de motor nietaanslaat, tot het Fiat Servicenetwerk. BELANGRIJK Als u het bestuurderspor-tier opent, schakelt het systeem het hydraulische deel in, zodat het systeemgereed is als de motor wordt gestart.
8WEGRIJDEN MET DE AUTOU kunt met de auto wegrijden in de 1eofin de 2eversnelling (aanbevolen op eenwegdek met weinig grip) of in de achter-uit (R). BELANGRIJK Gebruik de handrem bij hetwegrijden op een steile helling. 1eversnelling inschakelenrtrap het rempedaal in;rals de pook in stand ( ) of ( ) stond,N Rmoet deze in de middelste stand gezetworden;rals de pook al in de middelste standstond, moet deze naar stand + fig. 1worden gedrukt;rlaat het rempedaal los en trap het gas-pedaal in (als u het pedaal snel en vol-ledig intrapt, kan “sportief” wordenweggereden). 2eversnelling inschakelenrtrap het rempedaal in;rals de pook in stand ( ) of (N R) fig. 2stond, moet deze in de middelste standworden gezet en vervolgens naar stand+ fig. 1 worden gedrukt;rals de pook al in de middelste standstond, moet deze 2 maal naar stand + fig.
1 worden gedrukt;rlaat het rempedaal los en trap het gas-pedaal in. Gebruik de handrem bij het wegrijden opeen steile helling. Als de auto is uitgerustmet ESP is dit niet nodig. Achteruit (R) inschakelenrtrap het rempedaal in;BELANGRIJK Als de auto rijdt, dan wordtde achteruit ingeschakeld als binnen 1,5seconde na de schakelopdracht, de snel-heid van de auto lager is dan 3 km/h: alsde schakelopdracht niet wordt uitgevoerd,blijft de reeds ingeschakelde versnellingingeschakeld; als de snelheid van de autoonder 10 km/h komt, wordt de versnel-lingsbak in de vrijstand ( ) gezet en moetNde handeling herhaald worden. rzet de pook in stand (R) fig. 2;rlaat het rempedaal los en trap het gas-pedaal in.
AKOESTISCHWAARSCHUWINGSSYSTEEMOm veiligheidsredenen klinkt er een akoestisch signaal als de auto wordt stil-gezet in de vrijstand ( ) (dit signaal wordtNgegeven als de contactsleutel in standSTOP wordt gedraaid);Bij stilstaande auto, draaiende motor eningeschakelde versnelling ( ) of (1), (2 R)klinkt er een geluidssignaal en wordt automatisch naar de vrijstand (N) over-geschakeld als:rhet gaspedaal en/of rempedaal gedu-rende ten minste 3 minuten niet wor-den bediend;rhet rempedaal langer dan 10 minutenwordt ingetrapt;rhet bestuurdersportier wordt geopenden het gas- en rempedaal ten minste 1,5seconde niet worden ingetrapt;reen storing aan de versnellingsbak is ge-signaleerd.
9PARKERENOm veilig te parkeren moet, met de voetop het rempedaal, de 1eversnelling of deachteruit ( ) worden ingeschakeld en alsRu op een helling staat, de handrem wor-den aangetrokken; het is bovendien nood-zakelijk dat de weergave van de ingescha-kelde versnelling van het display verdwijnt,voordat het rempedaal wordt losgelaten. BELANGRIJK Verlaat de auto NOOITals de versnellingsbak in de vrijstand (N)staat.
ALGEMENE OPMERKINGENrHoud het rempedaal altijd ingetrapt bijstilstaande auto en ingeschakelde ver-snelling, totdat u wilt wegrijden; laatvervolgens het rempedaal los en geefgeleidelijk gas;rzet de versnellingsbak in de vrijstand(N) als de auto lang stilstaat met eendraaiende motor;rals de auto stilstaat op een helling moet,om beschadiging aan de koppeling tevoorkomen, geen gebruik worden ge-maakt van het gaspedaal om wegrollente voorkomen; door oververhitting kande koppeling beschadigd worden.
Houdde auto op zijn plaats door het rem-pedaal ingetrapt te houden en trap hetgaspedaal alleen in als u wilt wegrijden;rrijd alleen weg in de tweede versnel-ling, als u meer controle over de autowilt behouden bij het wegrijden op eenglad wegdek;rschakel alleen vanuit de achteruit (R)de eerste versnelling in of omgekeerd,als de auto geheel stilstaat en het rem-pedaal is ingetrapt;rhoewel het beslist wordt afgeraden,kunt u door onvoorziene omstandig-heden afdalen van een helling met deversnellingsbak van de auto in de vrij-stand ( ); als u vervolgens een scha-Nkelopdracht geeft, dan schakelt het sys-teem automatisch de versnelling in, diehet meest geschikt is om het motor-koppel over te brengen naar de wielen;rindien nodig kan bij uitgezette motor ge-schakeld worden met de contactsleutelin stand MAR en ingetrapt rempedaal.
Om in dit geval te kunnen schakelen,moeten tussen een schakelopdracht ende volgende tenminste 5 seconden zit-ten, om beschadiging aan het hydrauli-sche systeem en in het bijzonder depomp te voorkomen; In deze situatiekunnen dan alleen de eerste versnelling(1), de achteruit ( ) en de vrijstand (R N)worden gekozen;rals u het gaspedaal snel en maximaal in-trapt, kan “sportief” worden weggere-den;rals u met een auto zonder ESP berg-opwaarts wilt wegrijden en geleidelijkmaar stevig gas geeft, zodra u de hand-rem of het rempedaal hebt losgelaten,hebt u een hoger motortoerental enmeer kracht op de wielen om weg terijden op een steile helling. Bij een auto met ESP wordt het motortoeren-tal automatisch verhoogd afhankelijkvan de hellingsgraad van de weg;.
10LAMPJES ENBERICHTENSCHAKELMOMENTENBEPERKENBij een verkeerd gebruik van de versnel-lingsbak door de bestuurder gaat hetlampje op het instrumentenpaneel bran-den en verschijnt er een bericht op hetdisplay.Bij een verkeerd gebruik (door de be-stuurder) kan automatisch een procedu-re voor de beveiliging van het systeemworden ingeschakeld. FUNCTIE MANUAL NIET BESCHIKBAARHet bericht verschijnt op het display alsbij draaiende motor de handmatige be-diening MANUAL niet gekozen kan wor-den.STORINGVERSNELLINGSBAK COMFORT-MATIC(rood)Als u de contactsleutel in stand MARdraait, gaat het lampje branden.
Na enke-le seconden moet het lampje doven.Het lampje op het instrumentenpaneelgaat knipperen (op het display verschijntook een bericht en er klinkt een akoes-tisch signaal) als er een storing in de ver-snellingsbak wordt gevonden.tWendt u bij een storing in deversnellingsbak zo snel mo-gelijk tot het Fiat Service-netwerk om het systeem telaten controleren. Als het lampje blijft branden(in combinatie met de weer-gave van het bericht op hetdisplay), wendt u dan tot hetFiat Servicenetwerk.Als het bericht op het displayniet verdwijnt, wendt u dantot het Fiat Servicenetwerk.FUNCTIE AUTO NIET BESCHIKBAARHet bericht verschijnt op het display alsbij draaiende motor de automatische be-diening AUTO niet gekozen kan worden.Als het bericht op het displayniet verdwijnt, wendt u dantot het Fiat Servicenetwerk.
11TE HOGE TEMPERATUURKOPPELING - ZIEINSTRUCTIEBOEKHet bericht verschijnt op het display ener klinkt een akoestisch signaal als de kop-peling te heet is geworden. Geef in die omstandigheden niet te veelgas en beperk het overschakelen of zet,indien nodig, de motor uit totdat de nor-male omstandigheden hersteld zijn. Als het bericht op het displayniet verdwijnt, wendt u dantot het Fiat Servicenetwerk. Om beschadiging aan de kop-peling te voorkomen, maggeen gebruik worden ge-maakt van het gaspedaal omwegrollen te voorkomen (bijvoorbeeld:als de auto stilstaat op een helling);door oververhitting kan de koppelingbeschadigd worden. Houd de auto opzijn plaats door het rempedaal inge-trapt te houden en trap het gaspedaalalleen in als u wilt wegrijden. Als de berichten op het dis-play niet verdwijnen, wendt udan tot het Fiat Servicenet-werk.
BELANGRIJK De berichten worden alleenweergegeven als gestart wordt met eeningeschakelde versnelling, maar niet in devrijstand (N). BELANGRIJK Als u de motor wilt star-ten, terwijl er een storing optreedt in deversnellingsbak, dan moet de procedure“Vertraagde start” worden gebruikt (zieook de bijbehorende meldingen): houd desleutel ten minste 7 seconden in standAVV terwijl het rempedaal ingetraptwordt gehouden; de motor zal dan star-ten. Het systeem zal het noodloop-programma geactiveerd houden (hoogsttoelaatbare versnelling: 3e, Auto-werkingniet beschikbaar). Wendt u, als de motorniet aanslaat, tot het Fiat Servicenetwerk. REMPEDAAL INTRAPPENHet bericht wordt op het display weer-gegeven in combinatie met een geluids-signaal als tijdens het starten, het rem-pedaal niet ingetrapt wordt gehouden.
REMPEDAAL INTRAPPEN - VERTRAAGDE STARTDe berichten worden na elkaar op hetmultifunctionele display herhaald in com-binatie met een geluidssignaal tijdens hetstarten, als de werking van het rempedaalniet door het systeem wordt herkend.
12VERSNELLING NIETBESCHIKBAARIn de volgende gevallen wordt dit berichtop het multifunctionele display weerge-geven en klinkt er een geluidssignaal:rals er vanwege een storing in het sys-teem niet meer geschakeld kan wor-den;ofrals vanwege een storing in het systeemalleen de 1e(1), de 2e(2), de 3e(3) ver-snelling of de achteruit (R) kan wor-den ingeschakeld.HANDELING NIETTOEGESTAANDit bericht verschijnt op het display en erklinkt een akoestisch signaal, als het sys-teem een met de versnellingspook ge-geven schakelopdracht, niet accepteertomdat aan enkele voorwaarden niet is vol-daan.REMPEDAAL INTRAPPEN - HANDELING HERHALENOp het display verschijnt dit bericht ener klinkt in enkele gevallen een akoestischsignaal ter verhoging van de veiligheid, alsu bij stilstaande auto en draaiende motorprobeert een versnelling in te schakelenzonder het rempedaal te hebben ingetrapt.ZET DE POOK IN STAND N(vrijstand)Dit bericht verschijnt op het display en erklinkt een akoestisch signaal, als het sys-teem aan de bestuurder vraagt de hande-ling uit te voeren.Als de versnellingsbak in stand ( ) wordtNgezet, verdwijnt het bericht op het dis-play.Als het bericht op het displayniet verdwijnt, wendt u dantot het Fiat Servicenetwerk.Als het bericht op het displayniet verdwijnt, wendt u dantot het Fiat Servicenetwerk.Als het bericht op het displayniet verdwijnt, wendt u dantot het Fiat Servicenetwerk.
13SLEPEN VAN DE AUTOControleer of de versnellingsbak in de vrij-stand (N) staat (controleer of de auto roltals er tegen wordt geduwd). Sleep de auto zoals een auto met een handgescha-kelde versnellingsbak (zie de aanwijzingenin het instructieboekje).Als de versnellingsbak niet in de vrijstandkan worden gezet, dan mag de auto nietworden gesleept; wendt u in dat geval tothet Fiat Servicenetwerk.ZEKERINGEN VERVANGENZie voor de opstelling van de zekeringen de afbeeldingen in de paragraaf “Zekeringenvervangen” in het hoofdstuk “Noodgevallen” in het instructieboekje.ZEKERING AMPÈREVoeding (+ accu) COMFORT-MATIC pomp 82 30Regeleenheid COMFORT-MATIC versnellingsbak (+ voeding accu) 84 10Regeleenheid COMFORT-MATIC schakelsysteem en versnellingspook (voeding via contactslot) 16 7,5
14NIVEAUS CONTROLERENOLIE VOOR HET COMFORT-MATIC SCHAKELSYSTEEMWendt u voor het controleren van het olieniveau voor de versnellingsbakbediening en het controleren/vervangen van de olie vande hydraulische koppelingbediening, uitsluitend tot het Fiat Servicenetwerk.Afgewerkte transmissie-olie bevat stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Het israadzaam om het verversen van de olie door het Fiat Servicenetwerk te laten uit-voeren.
Het Servicenetwerk beschikt over de uitrusting voor het op milieuvriendelijke wijze en conform de wet-telijke bepalingen verwerken van afgewerkte olie.ATTENTIE!GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMAHet Onderhoudsschema omvat, als aanvulling op alle al beschreven onderhoudswerkzaamheden (zie het hoofdstuk “Onderhouden zorg” in het Instructieboek), ook de controles/vervangingen van de volgende tabel:1.3 MultijetOlieniveau van versnellingsbakbediening controleren om de 30.000 kmOlie van hydraulische koppelingbediening controleren om de 30.000 kmOlie van hydraulische koppelingbediening verversen om de 60.000 km (of om de 2 jaar)
17GEWICHTENGewichten (kg)Leeg gewicht (met alle vloeistoffen, en 90% volle brandstoftankmaar zonder optionals)Draagvermogen inclusief de bestuurder (*):Nuttig draagvermogen exclusief de bestuurder (*):Max. toelaatbaar gewicht (**)– vooras:– achteras:– totaal: Trekgewichten– geremd:– ongeremd:Max. dakbelasting (met draagstangen) (***):Maximale kogeldruk trekhaak(geremde aanhanger):OPMERKING De versies Adventure hebben hetzelfde draagvermogen als de andere versies.(*) CATEGORIE N1: voor de versies full optional (110 kg) vermindert het nuttige draagvermogen geleidelijk tot 500 kg. CATEGORIE M1: de optionals zijn inbegrepen in het draagvermogen.(**) Maximum waarden die niet mogen worden overschreden.
De gegevens in deze publicatie dienen alleen ter informatie. Fiat behoudt zich het recht voor om op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor meer informatie tot het Fiat Servicenetwerk. Gedrukt op ecologisch chloorvrij papier.NEDERLANDS
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fiat Fiorino (2008) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden