Fiat Panda 603.46.346 Handleiding
Pagina's 146 Nederlands Autoradio
Bekijk de handleiding van Fiat Panda 603.46.346 gratis online of download de PDF. 54 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Fiat |
| Categorie: | Autoradio |
| Model: | Panda 603.46.346 |
Handleiding Fiat Panda 603.46.346 – volledige tekst
INLEIDING. 4TIPS. 4- Verkeersveiligheid. 4- Ontvangstomstandigheden. 4- Voorzorgsmaatregelen en onderhoud. 5- Cassettes. 5- Compact Disc. 5- Opmerkingen over CD’s. 6AUTORADIO METCASSETTESPELERBESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL. 7ALGEMEEN. 12- Radio. 12- Cassettespeler. 12- CD-speler. 13- Audiosysteem. 13- Diefstalbeveiliging. 13VERKLARING. 15WERKING. 18Bedieningsknoppen op het stuurwiel. 18Functies en instellingen. 20Inbouwvoorbereiding telefoon. 24Radio (Tuner). 25Menu. 38Cassettespeler (Tape). 41Werking van de CD-wisselaar. 45Technische gegevens. 45AUTORADIO MET CD-SPELERBESCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL. 51ALGEMEEN. 56- Radio. 56- CD-speler. 57- Audiosysteem. 57- Diefstalbeveiliging. 57VERKLARING. 59WERKING. 62Bedieningsknoppen op het stuurwiel. 62Functies en instellingen. 64Inbouwvoorbereiding telefoon. 68Radio (Tuner). 69Menu. 82CD-speler. 87Werking van de CD-wisselaar.
4INLEIDINGDe autoradio van de Fiat Panda is uitgerust met eenaudiocassettespeler (autoradio met cassettespeler),een CD-speler (autoradio met CD-speler) of eenCD/MP3-speler (autoradio met CD/MP3-speler). Devormgeving en specificaties van het systeem zijnaangepast aan het interieur en sluiten aan bij hetontwerp van het dashboard. De autoradio is vastingebouwd en kan aan geen enkele andere autoworden aangepast.De autoradio is op een ergonomische positiegemonteerd voor zowel de bestuurder als de passagieren met de symbolen op het front kunnen snel deeenvoudig te gebruiken bedieningsorganen wordenherkend.De 5-CD-wisselaar (indien aanwezig) is in hetdashboardkastje geplaatst.Hieronder zijn tips en aanwijzingen opgenomen. Hetverdient aanbeveling deze aandachtig te lezen.
In dezeaanwijzingen is ook de bediening van de CD-wisselaar(indien van toepassing) via de autoradio opgenomen.Zie voor het gebruik van de CD-wisselaar hetbetreffende instructieboekje.TIPSVerkeersveiligheidVoordat u gaat rijden, raden wij u aan om vertrouwdte raken met de verschillende functies van deautoradio (bijv. het opslaan van stations).OntvangstomstandighedenTijdens het rijden wisselen de ontvangstomstandig-heden voortdurend. De ontvangst kan gestoordworden door de aanwezigheid van bergen, gebouwenof bruggen, vooral als u ver verwijderd bent van dezender waarnaar u luistert.BELANGRIJK Bij verkeersinformatie kan het volumeaanzienlijk toenemen in vergelijking tot de normaleweergave.ATTENTIEEen te hoog volume tijdens het rijden kan zowel uw leven als het leven vananderen in gevaar brengen. Wij raden u dan ook aan om het volume altijd zo teregelen dat geluiden van buiten (bijv.
5Voorzorgsmaatregelen en onderhoudZonder dat er speciale voorzorgsmaatregelen nodigzijn, is een lange levensduur van de speciaal ontworpenautoradio gegarandeerd. Wendt u bij storingen tot deFiat-dealer.Maak het frontpaneel alleen met een zachte, droge enantistatische doek schoon.
Schoonmaak- englansmiddelen kunnen het front beschadigen.CassettesVoor een perfecte weergave geven wij u de volgendetips:❒ gebruik geen cassettes van een slechte kwaliteit ofcassettes met vervormingen of loszittende etiketten;❒ laat de cassette niet in de cassettespeler zitten alsdeze niet wordt gebruikt;❒ steek geen andere voorwerpen in de cassette-opening;❒ stel de cassette niet bloot aan zonnestraling, zeerhoge temperaturen of vocht;❒ berg de cassettes na gebruik altijd op in decassettedoosjes;❒ vuil op de koppen van de cassettespeler kan naverloop van tijd een vermindering van de hoge-tonenweergave veroorzaken.
Wij raden u daaromaan om de koppen regelmatig met eenreinigingscassette schoon te maken;❒ gebruik voor een perfecte weergave bij voorkeurcassettes van het C-60 type en in ieder geval geencassettes die langer dan 90 minuten duren; Hetdunne bandje in cassettes met een lange speelduurkan bovendien makkelijk breken;❒ gebruik geen cassettes waarvan het bandje isbeschadigd; dit geldt vooral voor cassettes van hetC-90 type. Als de cassette in de speler wordtgestoken, kan het bandje in het mechanisme lopenwaardoor de cassettespeler blokkeert.
Als hetbandje niet strak is opgerold of bij soortgelijkeproblemen, wordt de cassette automatischuitgeworpen;❒ smeer het mechanisme van de cassettespeler niet;❒ raak de koppen van de cassettespeler niet aan metmagnetische of harde voorwerpen.CD’sVuil, krassen of vervormingen kunnen sprongen in degeluidsweergave tot gevolg hebben en hebben eennegatieve invloed op de geluidskwaliteit. Voor eenperfecte weergave geven wij u de volgende tips:❒ gebruik alleen CD’s met het merkteken:
6❒ verwijder eventuele vingerafdrukken en stof van hetCD-oppervlak m.b.v. een zachte doek. Houd de CDbij de randen vast en reinig vanuit het midden naarde randen;❒ Gebruik voor het schoonmaken nooit chemischeproducten (bijv. antistatische sprays of thinner)omdat hierdoor het oppervlak van de CD kanworden beschadigd.❒ berg na het beluisteren de CD weer op in hetdoosje om te voorkomen dat er vlekken of krassenontstaan die de weergave kunnen verstoren;❒ stel de CD’s niet bloot aan warmtebronnen,zonnestraling of vocht om te voorkomen dat deCD’s vervormen;❒ plak geen stickers op het CD-oppervlak en schrijfnooit met een pen of potlood op het weergave-oppervlak van de CD.Neem de CD uit het doosje door in het midden vanhet doosje te drukken en de CD aan de rand omhoogte trekken.Pak de CD altijd bij de rand vast.
Raak nooit hetoppervlak aan.Verwijder eventuele vingerafdrukken en stof van hetCD-oppervlak m.b.v. een zachte doek. Houd de CD bijde randen vast en reinig de CD vanuit het midden naarde randen.Gebruik geen CD’s met krassen, barsten ofvervormingen, enz. Het gebruik van dergelijke CD’skan storingen of schade veroorzaken.BELANGRIJK Gebruik geen in de handel verkrijgbarebeschermfolies voor CD’s of CD’s met stabilisatorenenz. omdat deze kunnen vastlopen in het inwendigemechanisme en de CD kunnen beschadigen.BELANGRIJK Als u CD’s gebruikt die beschermd zijntegen kopiëren, kan het enkele seconden durenvoordat de CD wordt weergegeven.Nieuwe CD’s kunnen oneffenheden hebben rondomde randen. Als u deze CD’s gebruikt, kan het geluidvan de radio ongewoon klinken. Verwijder deoneffenheden aan de randen.
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERCD-SPELER(als een CD-wisselaar is geïnstalleerd)❒ CD direct selecteren.❒ Muziekstuk selecteren (vooruit/achteruit).❒ Snel vooruit-/terugspoelen.❒ Mix (willekeurige weergave van de muziekstukken).❒ Repeat (muziekstuk herhalen).❒ Scan (muziekstukken op CD kort beluisteren).AUDIOSYSTEEM❒ Mute/Pauze.❒ Loudness.❒ Gescheiden regeling bassen/hoge tonen.❒ Balansregeling kanalen rechts/links.DIEFSTALBEVEILIGINGDe autoradio is voorzien van een diefstalbeveiliging diegebaseerd is op het invoeren van een geheime code.De geheime code wordt opgeslagen en moet iederekeer worden ingevoerd nadat de voedingsspanning vande autoradio onderbroken is geweest (bijv.:loskoppelen van de accu).Tijdens het invoeren van de code staat het opschrift“CODE” op het display.
Zolang de juiste code niet isingevoerd, kan het apparaat niet werken.De diefstalbeveiliging zorgt ervoor dat de autoradioonbruikbaar wordt als deze bij diefstal uit hetdashboard wordt weggenomen.BELANGRIJK De geheime code moet ingevoerdworden als de autoradio in een andere auto gebruiktwordt, die verschillend is van de auto waarop deautoradio oorspronkelijk was geïnstalleerd.13Wendt u voor de installatie en aansluiting van de CD-wisselaar tot de Fiat-dealer.Op een multimedia-CD staan naast audiotracks ook gegevens geregistreerd. Het afspelen van dittype CD’s kan piepgeluiden op een zodanig volume opleveren, dat niet alleen de verkeersveiligheidin gevaar komt, maar waardoor ook de eindversterker en de luidsprekers beschadigd kunnenworden.
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER14Geheime code invoerenHet invoeren van de geheime code voor de werkingvan de autoradio is noodzakelijk telkens na hetonderbreken van de voeding van de autoradio. Als de radio op de voeding van de auto wordtaangesloten, verschijnt op het display ongeveer 2seconden het opschrift “CODE” en verschijnenvervolgens vier streepjes “- - - -”. De geheime code bestaat uit vier cijfers tussen 1 en 6. Elk streepje staat voor een cijfer. Druk voor het invoeren van het eerste cijfer op debetreffende voorkeuzetoets (tussen 1 en 6). Voer opdezelfde wijze de overige cijfers van de code in. Als de vier cijfers niet binnen 20 seconden wordeningevoerd, verschijnt op het display opnieuwgedurende 2 seconden het opschrift “CODE” envervolgens vier streepjes “- - - -”. Dit wordt nietbeschouwd als het invoeren van een verkeerde code.
Na het invoeren van het vierde cijfer (binnen 20seconden) begint de radio te werken. Als een verkeerde code wordt ingevoerd, hoort u eenakoestisch signaal en verschijnt op het displaygedurende 2 seconden het opschrift “CODE”;vervolgens verschijnen vier streepjes “- - - -” om aan te geven dat de juiste code moetworden ingevoerd. Iedere keer als een verkeerde code wordt ingevoerd,wordt de wachttijd waarna opnieuw een code kanworden ingevoerd, verhoogd (1 min, 2 min, 4 min, 8min, 16 min, 30 min, 1 uur, 2 uur, 4 uur, 8 uur, 16 uuren 24 uur), totdat de wachttijd van maximaal 24 uur isbereikt. Tijdens de automatische stationopslag, wordt hetopschrift “WAIT” weergegeven. Als dit opschrift isverdwenen, kan een nieuwe invoerprocedure van decode worden gestart. CODE-cardDit document is het eigendomsbewijs van deautoradio.
Op dit document staan het model, hetserienummer en de geheime code van de autoradioaangegeven. De geheime code moet iedere keer worden ingevoerdnadat de voedingsspanning van de autoradioonderbroken is geweest.
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERVERKLARINGAF (Alternatieve frequentie)Met deze functie blijft de radio afgestemd op hetgekozen FM-station, waarbij eventueel op een anderezenderfrequentie van hetzelfde station wordtafgestemd als het signaal te zwak wordt.Het RDS-systeem controleert de sterkte en dekwaliteit van het ontvangen signaal en zoektautomatisch naar het station met het sterkste signaal.AutoreverseMet deze functie kunnen beide zijden van een cassetteworden beluisterd zonder de cassette in het apparaatom te draaien.AutoSToreMet deze functie kunnen automatisch stations met hetsterkste signaal worden opgeslagen.BalanceDeze functie regelt de volumeverhouding tussen delinker en rechter luidsprekers.Bass (Lage tonen)Functie voor het regelen van de lage tonen.Blank SkipMet deze functie wordt bij lege stukken op eencassettebandje snel vooruitgespoeld.
Hierdoor wordtde wachttijd tussen muziekstukken of aan het eindevan de band bekort.CLR (Clear)Met deze functie kunnen een of alle muziekstukken vaneen CD uit het geheugen van de TPM-functie wordengewist.CD-wisselaar (indien aanwezig)Speler voor meerdere CD’s.Distant/Local (Dx/Loc-gevoeligheid)Hiermee kan de ontvangstgevoeligheid op tweeniveaus worden aangepast.1) Distant (maximum gevoeligheid) voor hetafstemmen op alle stations, waarvan een signaal kanworden ontvangen.2) Local (minimum gevoeligheid) voor het afstemmenop stations, waarvan het signaal sterk is, zoals lokalestations.Dolby BSysteem voor ruisonderdrukking voor cassettebandjesdat wordt gefabriceerd onder licentie van de “DolbyLaboratories Licensing Corporation”.15
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER16EON (Enhanced Other Network)Functie waarbij automatisch wordt afgestemd op eenander station, op het moment dat door het anderestation verkeersinformatie wordt uitgezonden.FaderDeze functie regelt de volumeverhouding tussen deluidsprekers voor en achter.Hicut (beperking van de hoge tonen)Deze functie beperkt de weergave van hoge tonen inrelatie tot het ontvangen signaal.LoudnessDeze functie versterkt automatisch de lage en hogetonen bij het luisteren op een laag geluidsvolume. Defunctie schakelt uit bij een maximaal geluidsvolume.MSS (vorig/volgend muziekstuk selecteren)Met deze functie kan naar het vorige/volgendemuziekstuk op de cassette geluisterd worden.MuteMet deze functie kan het volume van de ingeschakeldebron op nul worden gezet.
Als er een mobieletelefoon op de autoradio is aangesloten, wordt dezefunctie bij een inkomend gesprek automatischgeactiveerd.VoorkeuzestationsAantal radiostations dat met de hand of automatischkan worden opgeslagen.PTY (Programmatype)Met deze functie kan een keuze worden gemaakt uiteen bepaald programmatype, zoals nieuws enactualiteiten, muziek en sport. Het apparaat stemtautomatisch af op programma’s van het gekozen type.RDS (Radio Data System)Dit is een informatiesysteem dat gebruik maakt van de57 kHz draaggolf bij normale FM-uitzendingen.Met deze functie kan verschillende informatie wordenontvangen, zoals de naam van het station waarop isafgestemd, de alternatieve ontvangstfrequenties, deautomatische afstemming op verkeersinformatie of opbepaalde programma’s die met de PTY-functiegeselecteerd zijn.
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERREG (ontvangst van regionale uitzendingen)Functie voor het afstemmen op lokale (regionale)stations.Repeat (muziekstuk herhalen)Met deze functie wordt het weergegeven muziekstukvan een CD continu herhaald.Functie RM (Radio Monitor)Via deze functie kan naar de radio worden geluisterdtijdens het snel vooruit-/terugspoelen van de cassette.ScanMet deze functie worden alle opgeslagen radiostationsongeveer 10 seconden weergegeven of het begin vanalle muziekstukken op een cassette of CD.ScrollingFunctie voor ontvangst van diverse programma’sbinnen hetzelfde netwerk (alleen FM-band).PLL-tunerDigitale afstemming via een Phase Lock Loop(fasegekoppelde kring) voor een optimale afstemmingop radiostations.Soft MuteFunctie voor het geleidelijk verlagen en vervolgensverhogen van het geluidsniveau bij het in-/uitschakelenvan de Mute-functie.Sound FlavourFunctie voor het verbeteren van de klankkleur inrelatie tot het weergegeven muziektype (klassiek, jazz,rock, enz.).TA (Verkeersinformatie)Functie voor het weergeven van verkeersinformatie viade aangesloten stations, ook als op een ander station isafgestemd of naar een cassette of CD wordtgeluisterd.Treble (Hoge tonen)Functie voor het regelen van de hoge tonen.17
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERMultifunctionele toetsen (5) en (6)Met de multifunctionele toetsen (5) en (6) kunt uvoorkeuzestations oproepen, het volgende/vorigemuziekstuk zoeken als een cassette wordt beluisterd(MSS-functie) of het volgende/vorige muziekstukselecteren als een CD wordt beluisterd.Druk op toets (5) voor het selecteren van de stationsvan 1 tot 6 of voor het beluisteren van het volgendemuziekstuk op de cassette of CD.Druk op toets (6) voor het selecteren van de stationsvan 6 tot 1 of voor het beluisteren van het vorigemuziekstuk op de cassette of CD.19Toetsen volumeregeling/inschakeling Mute-functieDe toetsen voor het regelen van het volume (2) en (3)en voor het in-/uitschakelen van de Mute-functie (1)werken op dezelfde wijze als de overeenkomendetoetsen op de autoradio.
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER20FUNCTIES EN INSTELLINGENFunctie IGN TIME (in-/uitschakelwijze) (indien aanwezig)Het apparaat schakelt in als u de toets “ON” (21)ingedrukt houdt.Als de contactsleutel in stand MAR staat, dan is detoets “ON” altijd verlicht om het inschakelen van deautoradio te vergemakkelijken.Met deze functie kan de uitschakelwijze van de auto-radio (2 mogelijkheden) worden ingesteld.
De functiekan worden ingeschakeld met toets 9 (˜) of 12(÷).Op het display verschijnt de gekozen wijze:❒ “00 MIN”: uitschakeling afhankelijk van de start-/contactsleutel; de autoradio wordt automatischuitgeschakeld zodra u de contactsleutel in standSTOP draait;❒ “20 MIN”: uitschakeling onafhankelijk van de start-/contactsleutel; de autoradio blijft 20 minuteningeschakeld nadat de contactsleutel in stand STOPis gedraaid.BELANGRIJK Als de autoradio automatisch uitschakeltnadat de contactsleutel in stand STOP is gedraaid(voor directe uitschakeling of uitschakeling na 20minuten), dan schakelt hij automatisch weer in als decontactsleutel in stand MAR wordt gedraaid.
Als deautoradio daarentegen wordt uitgeschakeld door toets21 “ON” in te drukken, en u de contactsleutel in standMAR draait, dan blijft de autoradio uitgeschakeld.Functies Radio/Cassette/CD-wisselaarselecterenDruk een aantal malen kort op toets 6 (SRC-SC) omachtereenvolgens de volgende functies te selecteren:❒ TUNER (Radio);❒ CASSETTE (Cassette) (alleen als een cassette isgeladen);❒ CHANGER (CD-wisselaar) (alleen als de CD-wisselaar is aangesloten).Telkens als van audiobron is gewisseld wordtgedurende circa 2,5 seconden de gekozen functie ophet display weergegeven: TUNER, CASSETTE ofCHANGER. Hierna start de weergave van degeselecteerde audiobron.
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERDe niet te selecteren functies (bijv. “CASSETTE” alsgeen CASSETTE is ingestoken) worden automatischovergeslagen. Als geen cassette is geladen en geen CD-wisselaar aangesloten en u drukt op toets 6 (SRC-SC),dan verschijnt gedurende 2,5 seconde het opschrift“NO CD” op het display. Hierna wordt automatischafgestemd op “TUNER” (Radio). Pauze-functieAls u naar een cassette of CD luistert en een anderefunctie selecteert (bijv. de radio), dan wordt deweergave onderbroken. Als de cassette of CD weerwordt gekozen, dan wordt de weergave hervat op hetpunt waarop de weergave was onderbroken. Als u naar de radio luistert en u selecteert een andereaudiobron en daarna weer de radio, dan wordtafgestemd op het laatst gekozen station.
VolumeregelingDruk op toets “VOL+” (22) om het geluidsniveau teverhogen of op toets “VOL–” (20) om het niveau teverlagen. Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau instappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijziging sneller. Op het display verschijnt enige seconden het opschrift“VOL” en het geluidsniveau (van 0 tot 66). Als het volume wordt gewijzigd tijdens de weergavevan verkeersinformatie of tijdens een telefoongesprek(als de handsfree-kit is geïnstalleerd), dan wordt dezenieuwe instelling gehandhaafd tot het einde van deverkeersinformatie of het telefoongesprek. Hetvolume kan ook geregeld worden tijdens hethandmatig/automatisch zoeken, het automatischopslaan (AutoSTore), het kort beluisteren vanradiostations of het inschakelen van de CD-wisselaar.
BELANGRIJK Als bij uitvoeringen zonder luidsprekersachter het geluidsniveau laag is ook als een hogewaarde is ingesteld, moet gecontroleerd worden of defader is ingesteld op de waarden “F” (voor).
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER22Mute-functie (volume op nul zetten)Druk voor het inschakelen van de Mute-functie kortop toets/z(21). Het volume neemt geleidelijk af (SoftMute-functie) en op het display verschijnt het opschrift“MUTE”. Druk voor het uitschakelen van de Mute-functieopnieuw kort op toets/z(21). Het volume wordtgeleidelijk verhoogd (Soft Mute-functie) tot op hetniveau dat oorspronkelijk voor het inschakelen van deMute-functie was ingesteld. De Mute-functie wordt ook uitgeschakeld door op“VOL+” (22) of “VOL-” (20) te drukken: in dit gevalwordt direct het volume gewijzigd.
Bij ingeschakelde Mute-functie:❒ zijn alle overige functies bruikbaar;❒ wordt bij verkeersinformatie (als de TA-functie isingeschakeld) of bij ontvangst van een alarmbericht,de Mute-functie uitgeschakeld;❒ wordt bij uitvoeringen met “InbouwvoorbereidingTelefoon”, tijdens een inkomend telefoongesprek deMute-functie genegeerd. Na beëindiging van hetgesprek, wordt de functie weer ingeschakeld;❒ hoort u een akoestisch signaal als bij ingeschakeldeTA-functie het geselecteerde station geenverkeersinformatie uitzendt. Soft Mute-functieAls de Mute-functie wordt in-/uitgeschakeld, neemt hetvolume geleidelijk af of toe (Soft Mute-functie). DeSoft Mute-functie wordt ook ingeschakeld als u eenvan de zes voorkeuzetoetsen, de toets “BN” (7) of detoets “ON” (21) indrukt.
Toonregeling (bassen/hoge tonen)Ga als volgt te werk:❒ druk kort een aantal malen op toets 19 (AUD),totdat op het display het opschrift “BASS” of“TREBLE” (functie bassen of hoge tonen) verschijnt;❒ druk op toets 8 (N) of 10 (O) voor hetversterken/verzwakken van de bassen of hogetonen. Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau instappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijzigingsneller. Op het display verschijnt gedurende 4 seconden deinstelling voor de lage of hoge tonen (van -6 tot +6).
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERBalansregelingGa als volgt te werk:❒ druk kort een aantal malen op toets 19 (AUD),totdat op het display het opschrift “BALANCE”(functie balans) verschijnt;❒ druk op toets 8 (N) om het geluid uit de rechterluidsprekers te versterken of op toets 10 (O) omhet geluid uit de linker luidsprekers te versterken.Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau instappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijzigingsneller. Op het display verschijnt gedurende enigeseconden de balansinstelling tussen R+9 en L+9(R = rechts, L = links).
Ongeveer 4 seconden na de instelling verschijnt hethoofdscherm weer op het display van de radio.FaderregelingGa als volgt te werk:❒ druk kort een aantal malen op toets 19 (AUD),totdat op het display het opschrift “FADER” (functiefader) verschijnt;❒ druk op toets 8 (N) om het geluid uit deluidsprekers achter te versterken of op toets 10(O) om het geluid uit de luidsprekers voor teversterken.Als u de toets kort indrukt, wijzigt het geluidsniveau instappen. Als u de toets ingedrukt houdt, is de wijzigingsneller. Op het display verschijnt gedurende enigeseconden de balansinstelling tussen R+9 en F+9 (R =achter, F = voor).
OPMERKING: De audio-instellingen (Bass, Treble,Fader, Balance) worden in de volgende gevallenautomatisch uitgeschakeld (na het uitvoeren van deinstellingen worden de waarden opgeslagen):❒ na ongeveer 4 seconden nadat de laatste instelling isuitgevoerd;❒ als opnieuw op toets 19 (AUD) wordt gedrukt;23
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER24❒ als een instelling wordt uitgevoerd of een functiewordt uitgeschakeld waarvoor informatie op hetdisplay van de autoradio nodig is;❒ als een nieuwe functie wordt ingeschakeld (bijv. TA-functie, Tel Mute) of een cassette wordt ingestoken. BELANGRIJK Bij uitvoeringen zonder luidsprekersachter, moet de fader zijn ingesteld op de waarden “F”(voor), om te voorkomen dat het uitgangsvermogenvan de autoradio vermindert en het volume op nulwordt gezet als de fader is ingesteld op de waardeR+9. Loudness-functieMet de Loudness-functie verbetert degeluidsweergave, omdat de bassen en hoge tonenversterkt worden. De functie schakelt uit bij eenmaximaal geluidsvolume. Houd voor het in-/uitschakelen van deze functie toets“AUD” (19) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaalhoort.
De werking van de functie (in- of uitgeschakeld)wordt enige seconden op het display aangegeven doorhet opschrift “LD ON” of “LD OFF”. INBOUWVOORBEREIDING TELEFOON (indien aanwezig)Als op de auto een handsfree carkit is geïnstalleerd enu gebeld wordt, wordt het audiosysteem verbondenmet de telefoon en de weergave van het radiostationof de CD onderbroken. Het volume van de telefoon isvast ingesteld, maar het is mogelijk het volume tijdenshet gesprek te regelen met toets 22 (VOL+) voor hetverhogen van het volume of toets 20 (VOL–) voor hetverlagen van het volume. Het vast ingestelde volume kan worden ingesteld metde functie “PHONE” van het menu (zie de paragraaf“MENU”)Alleen de volgende toetsen van de autoradio zijn actieftijdens een telefoongesprek:❒ 20, 21 en 22 (ON , VOL+, VOL-: voor in-/uitschakelen van de autoradio en regeling van hetvolume;❒ 1 (AF-TA): verkeersinformatie.
Tijdens een telefoongesprek zijn alle functies, metuitzondering van de functies AutoSTore en Search(werking selecteren), uitgeschakeld. De weergave van het telefoongesprek wordtonderbroken als er verkeersinformatie of een PTY31-bericht wordt uitgezonden; als u het bericht wiltonderbreken, moet u op toets 15 (AF-TA) drukken. Bij ingeschakelde autoradio en uitgezette motor(contactsleutel in stand STOP) wordt bij eeninkomend telefoongesprek de autoradio nietuitgeschakeld. Na beëindiging van het gesprek schakeltde autoradio automatisch uit.
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERRADIO (Tuner)Als u de autoradio inschakelt, dan wordt de audiobroningeschakeld die voor het uitschakelen beluisterd werd(radio, cassettespeler of CD-wisselaar).Om de radio te selecteren tijdens het beluisteren vaneen cassette of CD, moet u kort een aantal malen optoets 6 (SRC-SC) drukken, totdat de radio wordtweergegeven.Als de radio is ingeschakeld, verschijnen op het displayde naam (alleen RDS-stations) of de frequentie van hetgeselecteerde station, de geselecteerde golfband (bijv.FM1) en het nummer van de voorkeuzetoets (bijv. P1= station opgeslagen onder toets 1).Golfband selecterenDruk bij ingeschakelde radio kort een aantal malen optoets 7 (BN-AS) om de gewenste golfband teselecteren.Telkens als u op de toets drukt, wordt de volgendegolfband geselecteerd in de volgorde “FM1”, “FM2”,“FMT”, “MW” en “LW”.
De geselecteerde golfbandwordt op het display weergegeven.Er wordt afgestemd op het laatst geselecteerde stationop de betreffende golfband, ook als het station nietonder een voorkeuzetoets was opgeslagen.Als het geselecteerde station is opgeslagen onder eenvan de voorkeuzetoetsen, verschijnt op het displayenkele seconden het nummer van de voorkeuzetoets;daarna wordt de frequentie van het radiostation weerop het display weergegeven.De FM-band is onderverdeeld in: FM1, FM2 en FMT;de FMT-golfband is gereserveerd voor de stations diemet de AutoSTore-functie automatisch wordenopgeslagen.De radio is altijd ingesteld op de ontvangst van RDS-stations (Radio Data System).25
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER26VoorkeuzetoetsenDe toetsen met de symbolen van 1 tot 6 (“18”, “17”,“16”, “15”, “14”, “13”) maken de volgende voorkeuze-instellingen mogelijk:❒ 18 stations op de FM-golfband (6 in FM1, 6 in FM2,6 in FMT);❒ 6 stations op de MW-golfband;❒ 6 stations op de LW-golfband;❒ 6 PTY programmatypes (alleen op FM-band als dePTY-functie is ingeschakeld). Kies voor het oproepen van een voorkeuzestation degewenste golfband en druk vervolgens kort op debetreffende voorkeuzetoets (tussen 1 en 6). Op hetdisplay verschijnt gedurende enige seconden hetnummer van het voorkeuzestation en de bijbehorendefrequentie, waarna de golfband en de naam van hetRDS-station worden weergegeven.
Als van een voorkeuzestation geen PI-code (ProgramIndex) wordt ontvangen, wordt deze code gezocht opeen andere frequentie zodra de auto in een anderzendgebied komt. Op het display verschijnt hetopschrift “SEARCH”. Als de PI-code niet op de golfband gevonden kanworden, wordt afgestemd op de opgeslagenfrequentie. Als langer dan 2 seconden de betreffendevoorkeuzetoets wordt ingedrukt, wordt hetgeselecteerde station opgeslagen (de frequentie en dePI-code worden altijd opgeslagen). Als het station isopgeslagen, klinkt er een akoestisch signaal. Laatst beluisterde station opslaanDe radio onthoudt automatisch naar welk station opde diverse golfbanden is geluisterd. Op dit stationwordt afgestemd als de radio wordt ingeschakeld ofwanneer van golfband wordt gewisseld.
Automatische afstemmingDruk kort op toets 8 (N) of 10 (O) om automatischin de gekozen richting te zoeken naar heteerstvolgende station. Als de toets 8 (N) of 10 (O) langer wordt ingedrukt,dan start het snel zoeken: zodra op het eerstvolgendestation is afgestemd, stopt het zoeken gedurende 1seconde (in de mute-stand) voordat naar het volgendestation wordt gezocht.
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERAls de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld,wordt alleen naar stations gezocht dieverkeersinformatie uitzenden.Als de PTY-functie is ingeschakeld, wordt alleen naarPTY-stations gezocht. Tijdens het zoeken verschijnt ophet display afwisselend het programmatype en hetopschrift “SEARCH”.Als de frequentie van het station waarop is afgestemd,overeenkomt met een station dat al is opgeslagenonder een voorkeuzetoets, verschijnt enige secondenhet nummer van de voorkeuzetoets op het display.Handmatige afstemmingU kunt handmatig de stations op de geselecteerdegolfband zoeken.Ga als volgt te werk:❒ selecteer de golfband met toets 7 (BN-AS): FM1,FM2, FMT, MW of LW;❒ druk op toets 9 (˜) of 12 (÷) om in degekozen richting te zoeken.
Als toets 9 (˜) of 12(÷) langer wordt ingedrukt, wordt er snel naarstations gezocht. Als de toets wordt losgelaten,stopt het zoeken.Voor het starten van het handmatig afstemmenmoeten de functies PTY en AF (alternatievefrequentie), indien ingeschakeld, worden uitgeschakeld.Als de frequentie van het station waarop is afgestemd,overeenkomt met een station dat al is opgeslagenonder een voorkeuzetoets, verschijnt enige secondenhet nummer van de voorkeuzetoets op het display.Scan-functie (stations kort beluisteren)Houd toets 6 (SRC-SC) ingedrukt, totdat u eenakoestisch signaal hoort; de stations op degeselecteerde golfband (FM, MW, LW) worden kortweergegeven. Elk gevonden station wordt enkeleseconden weergegeven en de naam en de frequentieknipperen op het display.
Tijdens het zoeken verschijntop het display enkele seconden het opschrift “FMSCAN”, “AM SCAN” of “PTY SCAN”.Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld,dan wordt alleen naar stations gezocht dieverkeersinformatie uitzenden. Als de PTY-functie isingeschakeld, wordt alleen naar PTY-stations gezocht.27
Als de Scan-functie is ingeschakeld, knipperen de naamvan het station en de bijbehorende frequentie op hetdisplay.Als u bij ingeschakelde Scan-functie een geselecteerdstation wilt blijven beluisteren, moet opnieuw op detoets “SRC” (6) worden gedrukt.De Scan-functie wordt in de volgende gevallenonderbroken:❒ als opnieuw op toets 6 (SRC-SC) wordt gedrukt;❒ als op toets 8 (N) of 10 (O) of 9 (˜) of 12(÷)wordt gedrukt (handmatig of automatischafstemmen starten);❒ als op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt;❒ als de AutoSTore-functie (automatisch opslaan)wordt ingeschakeld;❒ als de functie PTY wordt in-/uitgeschakeld;❒ als van golfband wordt gewisseld;❒ als op toets 11 (MENU-PS) of 19 (AUD) wordtgedrukt;❒ als bij ingeschakelde TA-functie een station wordtgevonden dat verkeersinformatie uitzendt;❒ als een cassette wordt ingestoken.Na het kort weergegeven van de stations op degolfband, wordt het afstemmen uitgeschakeld, ook alsgeen enkel station wordt geselecteerd.
LW 6.Alle voorkeuzestations worden enkele secondenweergegeven en, als het signaal sterk genoeg is,knipperen de naam en de frequentie op het display.Tijdens de overgang van het ene naar het anderevoorkeuzestation verschijnt op het display ongeveer 2seconden het opschrift “SCAN”In de eerste 2 seconden waarin het nieuwevoorkeuzestation wordt beluisterd, wordt op hetdisplay de geselecteerde golfband getoond en hetnummer van de voorkeuzetoets.Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld,dan wordt alleen naar stations gezocht dieverkeersinformatie uitzenden.Als de Scan-functie van de voorkeuzestations wordtingeschakeld, worden alle andere functiesuitgeschakeld.De Scan-functie van de voorkeuzestations wordt in devolgende gevallen onderbroken:❒ als op de toets “BN” (7) wordt gedrukt;❒ als opnieuw op toets 11 (MENU-PS) wordt gedrukt;❒ als op toets 8 (N) of 10 (O) of 9 (˜)of 12(÷)wordt gedrukt (handmatig of automatischafstemmen starten);❒ als op een van de voorkeuzetoetsen wordt gedrukt;❒ als de AutoSTore-functie (automatisch opslaan)wordt ingeschakeld;❒ als de PTY-functie wordt in-/uitgeschakeld;❒ als van audiobron wordt gewisseld (Cassettespeler,CD-wisselaar);❒ als de FM-band of de geselecteerde golfband wordtgewijzigd;❒ als op toets 19 (AUD) wordt gedrukt;❒ als bij ingeschakelde TA-functie een station wordtgevonden dat verkeersinformatie uitzendt;❒ als een cassette wordt ingestoken.Als geen enkel voorkeuzestation wordt geselecteerd,wordt het daarvoor geselecteerde stationweergegeven.29
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER30Handmatig opslaan van een stationHet station waarnaar u luistert, kan wordenopgeslagen op de geselecteerde golfband onder de van1 tot 6 genummerde toetsen (“18”, “17”, “16”, “15”,“14”, “13”).Houd één van deze cijfertoetsen ingedrukt, totdat ueen akoestisch signaal hoort. Als het station isopgeslagen toont het display het nummer van de toetswaaronder het station is opgeslagen.Functie AutoSTore (automatische stationopslag)Voor het inschakelen van de functie AutoSTore(automatische opslag) moet u toets 7 (BN-AS)indrukken, totdat u een akoestisch signaal hoort.
Deze functie kan ookworden ingeschakeld als u naar een cassette of de CD-wisselaar (indien aangesloten) luistert.Tijdens de automatische stationopslag knippert op hetdisplay het opschrift “A-STORE”.Om de AutoSTore-functie te onderbreken moetopnieuw op toets 7 (BN-AS) worden gedrukt: erwordt afgestemd op het station waarnaar u luisterde,voordat de functie werd ingeschakeld.Als de AutoSTore-functie is beëindigd, wordtautomatisch afgestemd op het eerste voorkeuzestationop de FMT-golfband, dat is opgeslagen ondervoorkeuzetoets 1 (18).Onder de van 1 tot 6 genummerde toetsen (“18”,“17”, “16”, “15”, “14”, “13”) worden nu automatischde stations opgeslagen die op dat moment op degeselecteerde golfband het sterkste signaal uitzenden.
2 (PTY), 8 (N), 9 (˜), 10 (O), 12 (÷), (13),(14), (15), (16), (17), (18) drukt, dan wordt deautomatische stationopslag onderbroken, wordtafgestemd op het station waarnaar u luisterdevoordat de Autostore-functie werd ingeschakeld enwordt de functie van de ingedrukte toets uitgevoerd;❒ als u op toets 1 (AF-TA) drukt tijdens deautomatische stationopslag, wordt deze laatsteonderbroken, de TA-functie (verkeersinformatie) in-/uitgeschakeld en wordt een nieuwe, automatischestationopslagprocedure gestart;❒ als van audiobron (Radio, Cassettespeler, CD-wisselaar) wordt gewisseld tijdens de automatischestationopslag, wordt de Autostore-functie nietonderbroken;❒ als is afgestemd op de MW- of LW-golfband en deAutoSTore-functie wordt ingeschakeld, dan wordtautomatisch de FMT-golfband geselecteerd, waaropde functie wordt uitgevoerd.
BELANGRIJK Soms slaagt de functie Autostore er nietin 6 stations met een voldoende sterk signaal te vinden. In dat geval worden de vrije voorkeuzetoetsenongeveer 2 seconden op het display weergegeven door4 streepjes en wordt op het laatst beluisterde stationafgestemd. Opgeslagen stations beluisterenGa als volgt te werk:❒ selecteer de gewenste golfband (FM, MW, LW);❒ druk kort op één van de zes voorkeuzetoetsen. Op het display verschijnt een nummer datovereenkomt met het nummer van de toets. Op de FM1-, FM2- en FMT-golfband wordt, als deontvangst niet goed is en de AF-functie (zoeken naaralternatieve frequentie) is ingeschakeld, automatischgezocht naar een station met het sterkste signaal dathetzelfde programma uitzendt.
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER32Als het signaal van het RDS-station zwakker wordt,zijn er twee mogelijkheden:❒ bij “AF ON” en ingeschakeld RDS-systeem wordt,bij stations die deze functie ondersteunen,automatisch afgestemd op de optimale frequentievan de geselecteerde golfband; er wordt dusautomatisch afgestemd op het station met hetsterkste signaal, dat hetzelfde programma uitzendt. Tijdens het rijden kunt u zo blijven luisteren naarhet geselecteerde station, zonder dat u op eenandere frequentie hoeft af te stemmen als u in eenander gebied komt. Uiteraard moet het stationontvangen kunnen worden in het betreffendegebied. ❒ Bij “AF OFF” wordt niet automatisch op het stationafgestemd met het sterkste signaal en moethandmatig gezocht worden naar het sterkste stationmet behulp van de afstemtoetsen.
Houd voor het in-/uitschakelen van de AF-functie toets1 (AF-TA) ingedrukt, totdat u een akoestisch signaalhoort. De RDS-naam (indien beschikbaar) blijft op hetdisplay weergegeven en, als de AF-functie isingeschakeld, verschijnt het opschrift “AF”. Als de radio is afgestemd op de AM-golfband en toets1 (AF-TA) wordt ingedrukt, dan wordt overgeschakeldnaar de FM1-golfband en afgestemd op het laatstbeluisterde station. TA-functie (verkeersinformatie)Enkele stations op de FM-golfband (FM1, FM2 en FMT)zenden ook verkeersinformatie uit. In dat gevalverschijnt op het display het opschrift “TP”. Druk voor het in-/uitschakelen van de TA-functie(verkeersinformatie) kort op toets 1 (AF-TA).
De weergave en bijbehorende opschriften op hetdisplay zijn:❒ TA en TP: als is afgestemd op een station datverkeersinformatie uitzendt en de TA-functie isingeschakeld;❒ TP: als is afgestemd op een station datverkeersinformatie uitzendt en de TA-functie isuitgeschakeld❒ TA(*): als is afgestemd op een station dat geenverkeersinformatie uitzendt en de TA-functie isingeschakeld❒ TA en TP niet aanwezig op het display: als isafgestemd op een station dat geenverkeersinformatie uitzendt en de TA-functie isuitgeschakeld. (*) Als de TA-functie (verkeersinformatie) is ingeschakeld maar hetgeselecteerde station zendt geen verkeersinformatie uit, hoort uiedere 30 seconden een akoestisch signaal.
AUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CD-SPELER AUTORADIO MET CASSETTESPELERMet de TA-functie (verkeersinformatie) is hetmogelijk:1) RDS-stations te zoeken die verkeersinformatieuitzenden op de FM-golfband;2) verkeersinformatie te ontvangen ook als decassettespeler of CD-wisselaar is ingeschakeld;3) verkeersinformatie te ontvangen op een voorafingesteld laag geluidsniveau, ook als het volume vande autoradio op nul staat. Hierna staan de benodigde instellingen voor de driehierboven beschreven omstandigheden. 1) Voor ontvangst van stations die verkeersinformatiekunnen uitzenden:❒ selecteer de FM1-, FM2- of FMT-golfband;❒ druk kort op toets 1 (AF-TA) zodat op het displayhet opschrift “TA” verschijnt;❒ druk op de afstemtoets “˜” (9) of “÷” (12).
Voor het opslaan van de stations met ingeschakeldeTA-functie, moeten de handelingen voor het opslaanworden uitgevoerd (zie paragraaf “Handmatig opslaanvan een station”). 2) Als u verkeersinformatie wilt ontvangen tijdens hetbeluisteren van een cassette of een CD, moet, voordatde cassette wordt ingestoken of de CD-wisselaarwordt ingeschakeld, eerst op een station wordenafgestemd dat geschikt is voor het uitzenden vanverkeersinformatie (TP) en de TA-functie wordeningeschakeld. Op deze wijze wordt het beluisterenvan een cassette onderbroken als erverkeersinformatie wordt uitgezonden, waarbij deweergave van de cassette stopt en na het einde vanhet bericht automatisch weer start. Als deverkeersinformatie wordt ontvangen, verschijnt op hetdisplay kort het opschrift “INFO TRA”, terwijl op hetdisplay het laatste opschrift (frequentie enz. ) blijftweergegeven.
Als de cassettespeler al werkt en u wilt tegelijkertijdverkeersinformatie ontvangen, moet kort op toets 1(AF-TA) worden gedrukt; er wordt afgestemd op hetlaatst beluisterde station op de FM-band, de TA-functie wordt ingeschakeld en er wordtverkeersinformatie uitgezonden.
AUTORADIO MET CD-SPELERAUTORADIO METCD- /MP3-SPELERAUTORADIO MET CASSETTESPELER343) Verkeersinformatie ontvangen als niet naar de radiowordt geluisterd:❒ schakel de TA-functie in door kort op toets 1 (AF-TA) te drukken, zodat op het display het opschrift“TA” verschijnt;❒ stem af op een station dat verkeersinformatie kanuitzenden, zodat op het display het opschrift “TP”verschijnt; breng het volumeniveau naar nul doortoets 20 (VOL–) ingedrukt te houden. Op deze wijze wordt er verkeersinformatie via ditstation weergegeven op een vooraf ingesteld minimumvolume. BELANGRIJK In enkele landen bestaan radiostationsdie bij ingeschakelde TP-functie (op het displayverschijnt het opschrift “TP “) geen verkeersinformatieuitzenden. Als is afgestemd op de AM-golfband, dan wordt alstoets 1 (AF-TA) wordt ingedrukt, afgestemd op hetlaatst beluisterde station op de FM1-golfband.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Fiat Panda 603.46.346 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden