Benning Duspol Digital Handleiding

Benning Multimeter Duspol Digital

Bekijk gratis de handleiding van Benning Duspol Digital (83 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 94 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Benning Duspol Digital of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/83
Benning Elektrotechnik & Elektronik GmbH & Co. KG
Münsterstraße 135 - 137
D - 46397 Bocholt
Phone: +49 (0) 2871- 93 - 0
Fax: +49 (0) 2871- 93 - 429
www.benning.de E-Mail: [email protected]
DD
01/2014
DUSPOL
®
digital
U1 01/2014
DUSPOL
®
digital
U2
digital
digital
digital
3 sec.
230 VAC
PE
N L
digital
1200 VDC
digital
digital
3 x
1,5 VDC
A
B
C
D
digital
3 sec.
230 VAC
PE
N L
digital
1200 VDC
digital
digital
3 x
1,5 VDC
DBedienungsanleitung
Operating manual
FMode d‘emploi
EManuel de instrucciones
Инструкция за експлоатация
Návod k použití zkoušečky
Brugsanvisning
Käyttöohje
Οδηγίες χρήσεως
HHasználati utasítás
IIstruzioni per l’uso
Naudojimosi instrukcija
NBruksanvisning
Gebruiksaanwijzing
Instrukcja obsługi
Instrucţiuni de Utilizare
Инструкция по эксплуатации
индикатора напряжения
SBruksanvisning
1
SRB
Upute za rukovanje
Kullanma Talimati
DUSPOL
®
digital
T.-Nr. 10065730.05 01/2014
2
1
3
4
6
8
9
7
5
JK
L
M
N
T
R
S
O
P
Q

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Benning
Categorie: Multimeter
Model: Duspol Digital
Beeldscherm: LCD
Waarschuwingssignaal: Ja
Waterdicht: Ja
Stofwerend: Ja
DC voltage bereik: 1 - 1200 V
Frequentie bereik: 1 - 1000 kHz
Type product: Digitale multimeter
Meetcategorie: CAT III 300V
AC voltage bereik: 1 - 1000 V
Weerstand bereik: 0.1 - 300 Ohm
Continuiteit check: Ja
Diode test: Ja

Handleiding Benning Duspol Digital – volledige tekst

Vermogeninschakeling met vibratiemotor6. Buitengeleider testen (faseweergave)7. Draaiveld testen8. Doorgangstest9. Weerstandsmeting10. Diodetest11. Kabelbreukdetector12. Meetpunt-/displayverlichting13. Batterij vervangen14. Technische gegevens15. Algemeen onderhoud16. Milieubescherming1. Veiligheidsinstructies- Het apparaat mag bij het gebruik alleen worden vastge-nomen aan de geïsoleerde handgrepen L1 8 en L2 9 en de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 mogen niet worden aangeraakt. - Controleer vlak voor en na het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie de spanningszoeker ten aanzien van zijn functionaliteit (zie hoofdstuk 3). De spanningstester mag niet worden gebruikt, wanneer de functie van één of meerdere indicators uitvalt of wanneer er geen gebruiksklare toestand kan worden vastgesteld. De controle dient dan met een andere spanningszoeker te worden herhaald.

- De spanningstester kan bij lege batterijen slechts beperkt worden gebruikt. Vanaf een spanning van AC/DC ≥ 50 V is een spanningstest via de graduele LED-indicator J ook zonder batterijen mogelijk. Het LC-display 6 wordt vanaf een spanning van AC/DC ≥ 90 V ingeschakeld. - De spanningstester mag alleen in het aangegeven nomi-nale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC 1. 000 V/DC 1. 200 V worden gebruikt. - De spanningstester mag alleen binnen het aangegeven nominale spanningsbereik en in elektrische installaties tot AC/DC 1. 000 V worden gebruikt. - Het apparaat mag niet worden gebruikt met een geopend batterijvak. - De spanningstester is voorzien voor gebruik door gespe-cialiseerde elektrotechnici in combinatie met veilige werk-methoden. - De graduele LED-indicator J dient om het spanningsbereik weer te geven en is niet bestemd voor meetdoeleinden.

- Het creëren van een spanningstester voor meer dan 30 seconden spanning (maximaal toegestane inschakelduur ID = 30 seconden)- De spanningstester mag niet worden gedemonteerd.

01/2014 DUSPOL® digital 56Elektrische symbolen op het apparaat:Symbool BetekenisBelangrijke documentatie. Het symbool geeft aan dat de gids beschreven in de handleiding, om risico‘s te vermijdenApparaat of uitrusting voor het werken onder spanningDrukschakelaarAC wisselspanningDC gelijkspanningDC/AC gelijk- en wisselspanningAarde (spanning naar aarde) Indicatie van de draaiveldrichting; de draai-veldrichting kan alleen bij 50 of 60 Hz en in een geaard netwerk worden weergegevenDit symbool geeft de juiste plaatsingsrichting van de batterijpolen aan2.

Functiecontrole voor het gebruik ter controle van de spanningloosheid van de installatie (afbeelding A)- Onmiddellijk voor en na het gebruik moet de spannings-tester worden gecontroleerd op zijn werking. - De spanningstester moet als volgt kunnen worden inge-schakeld:• Automatisch bij aanwezigheid van een spanning van-af 6 V op de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3. • Door bediening van de drukschakelaar 7 in de indi-catiehandgreep L2 9. • Door het kortsluiten van de beide teststaven L1/- 2 en L2/+ 3.

- Wanneer op het LC-display 6 het symbool verschijnt, danmoet de batterij worden vervangen. - De uitschakeling vindt automatisch plaats na 10 seconden- Activering van de ingebouwde testfunctie (zelftest):• De teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 moeten worden kort-gesloten. • De drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 moet gedurende ca. 3 seconden ingedrukt worden gehouden om de ingebouwde testfunctie te starten. • De zoemer weerklinkt, alle segmenten van het LC-display, alle LED´s (looplicht) en de achtergrond- en meetpuntverlichting moeten hun werking aangeven. - Test de spanningstester op bekende spanningsbronnen bijv. op een 230 V-contactdoos. - Gebruik de spanningszoeker niet, wanneer spanningsin-dicator, fase-indicator en vibratiemotor niet correct functio-neren. 4.

Controle van de installatie op spanningloosheid (af-beelding B/C)Bij de installatiecontrole dient u de spanningloosheid van de installatie te controleren door de spanningsindicator, de fase-indicator (fase-indicator functioneert alleen in het geaarde wisselspanningsnet) en de vibratiemotor (vibratiemotor wordt door bediening van beide druktoetsen geactiveer) te contro-leren. Van spanningloosheid van de installatie is alleen spra-ke, wanneer alle drie testkringen spanningloosheid aangeven (spanningsindicator, fase-indicator en vibratiemotor). - Leg de beide teststaven L1/+ 2 en L2/- 3 tegen de te testen installatieonderdelen. - De spanningstester wordt bij aanwezigheid van een span-ning ≥ 6 V automatisch ingeschakeld. - De omvang van de aanwezige spanning wordt weerge-geven via de graduele LED-indicator J en het digitale indicatieveld 6.

De 400 V LED van de graduele LED-indicator J omvat het spanningsbereik van AC/DC 400 V - AC 1000 V/DC 1200 V. - Wisselspanningen worden door het VAC-symbool op het LC-display 6 weergegeven. Daarnaast wordt de frequentie T van de aanwezige wisselspanning weerge-.

01/2014 DUSPOL® digital 57geven. - Gelijkspanningen worden door het VDC-symbool op het LC-display 6 weergegeven. Daarnaast wordt via de po-lariteitsindicatie R de polariteit + of – weergegeven die aanwezig is op de teststaaf L2/+ 3. - Om een onderscheid te maken tussen energierijke en energiearme spanningen (bijv. capacitief ingekoppelde stoorspanningen) kan door bediening van de beide druk-schakelaars een interne last in de spanningstester worden ingeschakeld. (zie hoofdstuk 5. )Spanningstest < 6 V (Low-Volt) (afbeelding D)Om spanningen lager dan 6 V te meten, moeten de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 worden kortgesloten en moet de drukscha-kelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 3x worden bediend tot het symbool „Lo U“ op het LC-display 6 verschijnt. - In het Low-Volt-bereik kunnen spanningen van 1,0 V tot 11,9 V worden gemeten. - Na de activering is het Low-Volt-bereik gedurende ca.

10 seconden actief. - Door aanwezigheid van een spanning ≥ 12 V wordt er automatisch omgeschakeld naar het grotere spannings-bereik. Opmerking:In het Low-Volt-bereik is de frequentie-indicatie T uitgescha-keld. OverbelastingsindicatieIndien de spanning op de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 hoger is dan de toegestane nominale spanning, dan wordt het sym-bool „OL“ op het LC-display 6 weergegeven en alle LED´s van de graduele indicator J knipperen. De overbelastingsin-dicatie vindt plaats vanaf: AC 1050 V, DC 1250 V5. Vermogeninschakeling met vibratiemotor (afbeelding B/C)De beide handgrepen L1 8 en L2 9 zijn voorzien van druk-schakelaars 7. Bij bediening van de beide drukschakelaars wordt er op een lagere inwendige weerstand geschakeld. Hier-bij wordt een vibratiemotor (motor met onbalans) onder span-ning gezet. Vanaf ca. 200 V wordt deze in een draaibeweging gebracht.

Naarmate de spanning stijgt, verhogen ook het toerental en de vibratie. De duur van de test met een lagere inwendige weerstand (lasttest) is afhankelijk van de omvang van de te meten spanning.

Om ervoor te zorgen dat het ap-paraat niet ontoelaatbaar wordt verhit, is er een thermische beveiliging (terugregeling) voorzien. Bij deze terugregeling daalt het toerental van de vibratiemotor en stijgt de inwendige weerstand. De lastinschakeling (beide drukschakelaars zijn ingedrukt) kan worden gebruikt om …- blinde spanningen (inductieve en capacitieve spanningen) te onderdrukken- condensatoren te ontladen- een 10/30 mA aardlekschakelaar te activeren. De active-ring van de aardlekschakelaar vindt plaats door middel van een test aan de buitengeleider (faseweergave) tegen PE (aarde). (afbeelding F)6. Buitengeleider testen (faseweergave) (afbeelding E)- Neem de beide handgrepen L1 8 en L2 9 over het vol-ledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen.

- Schakel de spanningstester in door de drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 kort te bedienen (blijft ca. 10 seconden ingeschakeld. ). Bij een ingeschakeld ap-paraat geeft de indicatie „0,0” aan. - Leg de teststaaf L2/+ 3 tegen het te testen installatieon-derdeel. Zorg er daarbij in ieder geval voor dat bij de eenpolige bu-itengeleidertest (faseweergave) de teststaaf L1/- 2 niet wordt aangeraakt en deze contactvrij blijft. - Wanneer de rode LED  K en het symbool  O op het LC-display 6 branden, dan ligt op dit installatieonderdeel de buitengeleider (fase) van een wisselspanning. Opmerking:De eenpolige buitengeleidertest (faseweergave) is mogelijk in het geaarde netwerk vanaf 230 V, 50/60 Hz (fase tegen aarde). Beschermende kleding en isolerende lokale omstandigheden kunnen de werking negatief beïnvloeden. Let op.

Een spanningsvrijheid kan alleen worden vastgesteld door een tweepolige test. 7. Draaiveld testen (afbeelding G/H)- Neem de beide handgrepen L1 8 en L2 9 over het vol-ledige oppervlak vast om een capacitieve koppeling tegen aarde te garanderen.

- Leg de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 tegen twee buitenge-leiders (fasen) van een draaistroomnet en controleer of er een buitengeleiderspanning van bijv. 400 V aanwezig is. - Een rechts draaiveld (fase L1 voor fase L2) is aanwezig, wanneer de groene LED „►“ van de draaiveldindicatie L en het symbool van de draaiveldindicatie P op het LC-display 6 branden. - Een links draaiveld (fase L2 voor fase L1) is aanwezig, wanneer de groene LED „◄“ van de draaiveldindicatie L en het symbool van de draaiveldindicatie P op het LC-display 6 branden. - Bij het testen van het draaiveld is steeds een tegencon-trole vereist met verwisselde teststaven L1/- 2 en L2/+ 3, waarbij het draaiveld moet veranderen. Opmerking:Het testen van het draaiveld is vanaf 230 V - 900 V, 50/60 Hz (fase tegen fase) in het geaarde draaistroomnet mogelijk.

01/2014 DUSPOL® digital 588. Doorgangstest (afbeelding H)- De doorgangstest moet worden uitgevoerd op spannings-vrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - Leg de beide teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 tegen de te testen installatieonderdelen. - Bij doorgang (R < 100 kΩ) weerklinkt er een geluidssig-naal en de gele LED Ω M voor doorgang brandt. - De test kan ook worden gebruikt om de doorlaat- en blok-keerrichting van halfgeleiderelementen te bepalen. - Wanneer er op het testpunt een spanning aanwezig is, dan schakelt de spanningstester automatisch om op span-ningstest en wordt dit weergegeven. 9. Weerstandsmeting (afbeelding J)- De weerstandsmeting moet worden uitgevoerd op span-ningsvrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen.

- De teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 moeten worden kort-gesloten en de drukschakelaar 7 in de indicatiehand-greep L2 9 moet 1x worden bediend tot het symbool kΩ en „Ohm“ op het LC-display 6 verschijnen. De indica-tie „OL“ duidt op een meetwaarde buiten het meetbereik. - De weerstandsmeting is gedurende ca. 10 seconden ac-tief. - Leg de teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 tegen de te testen installatieonderdelen om weerstanden van 0,1 kΩ tot 300 kΩ te meten. Opmerking:Indien nodig kan bij een geactiveerde weerstandsmeting een nulafstelling worden uitgevoerd. Hiervoor moeten de teststa-ven L1/- 2 en L2/+ 3 moeten worden kortgesloten en moet de drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 gedu-rende ca. 2 seconden worden ingedrukt tot „0,0“ kΩ op het LC-display verschijnt. 10.

Diodetest (afbeelding K/L)- De diodetest moet worden uitgevoerd op spanningsvrij geschakelde installatieonderdelen, eventueel moeten condensatoren worden ontladen. - De teststaven L1/- 2 en L2/+ 3 moeten worden kort-gesloten en de drukschakelaar in de indicatiehandgreep L2 moet 2x worden bediend tot het diodesymbool en „diod“ op het LC-display 6 verschijnen.

Indicatie: „OL“ VDC- De diodetest is gedurende ca. 10 seconden actief. - Leg de teststaaf L1/- 2 op de kathode en de teststaaf L2/+ 3 op de anode van de diode om de doorlaatspan-ning van 0,3 V tot 2 V te bepalen. Bij een defecte (doorge-legeerde diode) wordt een spanningswaarde van ca. 0,0 V weergegeven. - Bij een in blokkeerrichting geteste diode geeft het LC-display „OL“ aan. 11. Kabelbreukdetector (afbeelding M)- De kabelbreukdetector lokaliseert contactloos kabelbreu-ken aan open liggende en onder spanning staande leidin-gen. - Schakel de spanningstester in door de drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 kort te bedienen (blijft ca. 10 seconden ingeschakeld. ). Bij een ingeschakeld appa-raat geeft de indicatie „0,0“ aan. - Neem de indicatiehandgreep L2 9 over het volledige op-pervlak vast en ga met de detector 5 over een leiding die onder spanning staat (bijv.

kabeltrommel of lichtketting), van het voedingspunt (fase) in de richting van het andere leidinguiteinde. - Zolang de leiding niet onderbroken is, knippert de gele LED Ω M voor doorgang. - Het kabelbreukpunt is gelokaliseerd, zodra de gele LED Ω M dooft. Opmerking:De kabelbreuk detector kan geaard stopcontact van 230 V, 50/60 Hz (fase naar aarde) worden gebruikt. Isolerende be-schermende kleding en de plaatselijke omstandigheden kun-nen invloed hebben op de functie. 12. Meetpunt-/displayverlichting (afbeelding N)- De meetpuntverlichting 4 kan bij geopende teststaven door bediening (1 seconde) van de drukschakelaar 7 in de indicatiehandgreep L2 9 worden ingeschakeld. - Het automatisch uit na 10 seconden- De achtergrondverlichting van het LC-display 6 wordt automatisch geactiveerd via een lichtsensor N. 13.

Batterij vervangen (afbeelding O)- Het apparaat mag niet onder spanning worden gezet bij een geopend batterijvak. - Het vervangen van de batterijen is noodzakelijk, wanneer op het LC-display het symbool verschijnt.

- Het batterijvak bevindt zich aan de achterzijde van de indi-catiehandgreep L2/+ 9. - Draai de schroef van het deksel van het batterijvak los en vervang de gebruikte batterijen door twee nieuwe bat-terijen van het type Micro (LR03/AAA). - Let op de juiste plaatsingsrichting van de batterijpolen. - Plaats het batterijdeksel op de indicatiehandgreep L2 9 en draai de schroef vast. 14. Technische gegevens- Voorschriften: DIN EN 61243-3: 2011, IEC 61243-3: 2009- Nominaal spanningsbereik: 1 V tot AC 1. 000 V TRUE RMS/DC 1. 200 V- Nominaal frequentiebereik: 0 tot 1. 000 Hz* * DIN EN 61243-3/IEC 61243-3, f: 16 ⅔ tot 500 Hz- Spanningsbereik: 6 V - AC 1. 000 V TRUE RMS, DC 1. 200 V Resolutie 0,1 V (tot 198,9 V), 1 V (vanaf 199 V)- Spanningsbereik < 6 V (Low-Volt): 1,0 V tot AC/DC 11,9 V.

1000 mm- Temperatuurbereik voor werking en opslag: - 15 °C tot + 55 °C (klimaatcategorie N)- Relatieve luchtvochtigheid: 20 % tot 96 % (klimaatcatego-rie N)- Terugregeltijden (thermische beveiliging): Spanning/tijd: 230 V/30 s, 400 V/9 s, 690 V/5 s, 1000 V/2 s- Activeringstijd van de indicator (inschakeltijd): 1 s15. Algemeen onderhoudReinig de behuizing aan de buitenkant met een schone, droge doek. Indien er verontreinigingen of afzettingen aanwezig zijn in het gebied van de batterij of van de batterijbehuizing, dan reinigt u ook deze met een droge doek.

Verwijder de batterijen uit het apparaat bij een langdurige op-slag. 16. MilieubeschermingLever het apparaat aan het einde van zijn levensduur in bij de beschikbare recycling- en inzamelsystemen. Instrukcja obsługiDUSPOL® digitalPrzed użyciem próbnika napięcia DUSPOL® digital należy: przeczytać instrukcję obsługi i koniecznie przestrzegać wska-zówek bezpieczeństwa. Spis treści1. Wskazówki bezpieczeństwa2. Opis urządzenia3. Sprawdzenie prawidłowości działania przed użyciem do kontroli braku napięcia w urządzeniu4. Sprawdzenie braku napięcia w urządzeniu5. Włączenie obciążenia silnikiem wibracyjnym6. Sprawdzenie przewodu zewnętrznego (wskaźnik faz)7. Sprawdzenie pola wirującego8. Próba przepływu9. Pomiar oporu 10. Kontrola diod11. Wykrywacz przerwania kabla12. Oświetlenie punktu pomiaru/wyświetlaczy13. Wymiana baterii14. Dane techniczne15. Konserwacja ogólna16.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Benning Duspol Digital stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden