Tams Elektronik LD-W-42 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Tams Elektronik LD-W-42 (68 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Tams Elektronik LD-W-42 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Tams Elektronik |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | LD-W-42 |
Handleiding Tams Elektronik LD-W-42 – volledige tekst
Nederlands LD-G-42 en LD-W-42Inhoudsopgave1. Starten. 52. Veiligheidsvoorschriften. 73. Goed en degelijk solderen. 104. Werking. 114. 1. Digitaal bedrijf. 114. 2. Analoge mode. 124. 3. Overbelastingsbeveiliging. 144. 4. Motoraansturing. 164. 5. Geautomatiseerde bewegingen. 184. 6. Functie-uitgangen. 194. 7. De acties activeren. 214. 8. Terugmelding met RailCom®. 215. Technische gegevens. 236. Aansluitingen. 246. 1. Aansluitingen LD-G-42. 256. 2. Aansluitingen LD-W-42. 266. 3. Gebruik van locdecoders met interface. 276. 4. Gebruik van de LD-G-42 in locs met wisselstroommotoren. 286. 5. Decoders zonder interface inbouwen. 286. 6. Aansluiting van LED's op de functie-uitgangen. 316. 7. Aansluiten van inductieve verbruikers. 336. 8. Aansluiting van de schakelingang. 346. 9. Aansluiting van een buffercondensator/buffercircuit. 366. 10. Bevestigen van de decoder. 377. Programmeren. 38Pagina 2.
LD-G-42 en LD-W-42 Nederlands8. Configuratievariabelen en registers. 408. 1. Basisinstellingen. 418. 2. Instellen van de motorbesturing. 428. 3. Functie mapping. 458. 4. Effecten van de uitgangen. 528. 5. Instellingen voor de schakelingang. 548. 6. Instellingen voor RailCom. 558. 7. Instellingen voor het rijden. 568. 8. Instellingen voor analoog bedrijf. 588. 9. Reactiedrempel van de overbelastingsbeveiliging. 598. 10. Instelling van het adres. 608. 11. Hulpfuncties. 618. 12. Informaties. 629. Checklist voor storingen. 6310. Garantieverklaring. 6611. EU-conformiteitsverklaring. 6712. Verklaringen bij AEEA-richtlijn. 6713. De sterren**. 68Versie 1. 2 | 06/2021 | © Tams Elektronik GmbHAlle rechten voorbehouden, met name het recht van verveelvoudiging endistributie, alsmede vertaling.
Voor kopieën, reproducties en wijzigingenin welke vorm dan ook is de schriftelijke toestemming van TamsElektronik GmbH vereist. Wij behouden ons het recht voor om technischewijzigingen aan te brengen. De handleiding afdrukkenDe opmaak is geoptimaliseerd voor dubbelzijdig afdrukken. De standaardpaginagrootte is DIN A6. Als u de voorkeur geeft aan een grotereweergave, wordt het aanbevolen op DIN A5 af te drukken. Pagina 3.
Nederlands LD-G-42 en LD-W-421. Starten Hoe deze handleiding u verder helptDeze handleiding helpt u stap voor stap om de decoder veilig en correctte installeren en in bedrijf te stellen. Voordat u de decoder aansluit enin gebruik neemt, dient u deze handleiding volledig te lezen, met namede veiligheidsinstructies en het hoofdstuk over mogelijke fouten en hetverhelpen daarvan. U weet dan, waar u op moet letten om fouten, dievaak alleen met veel inspanning weer te verhelpen zijn, te vermijden.Bewaar deze handleiding zorgvuldig, opdat u later bij eventuelestoringen de werking weer kunt herstellen. Indien u de decoder aaneen ander doorgeeft, geef dan ook de handleiding door.GebruiksvoorschriftenDe locdecoders LD-G-42 en LD-W-42 zijn geschikt om volgens dezevoorschriften te worden gebruikt in de modelbouw, in´t bijzonder ineen digitale modelspoorweg.
Ieder ander gebruik is niet toegestaan,hierdoor verloopt de garantie overeenkomst. De locdecoders zijn niet geschikt om door kinderen onder de 14 jaar teworden ingebouwd. Bij de gebruiksvoorschriften behoort ook het lezen, begrijpen en volgenvan deze handleiding.Leverbare versies Aansluitdraden /InterfaceLD-G-42(Artikelnummer)LD-W-42(Artikelnummer)zonder draden 41-04420 41-05420met draden(kabellengte: 100 mm)41-04421 41-05421volgens NEM 652 (8-polig) 41-04422 –-Pagina 4
LD-G-42 en LD-W-42 NederlandsInhoud controlerenControleer na het uitpakken de inhoud op volledigheid:een of vijf decoders, al naar gelang de uitvoering met of zonderaansluitdraden of met of zonder een interface.Attentie: Om productieredenen is de printplaat niet vollediggemonteerd. Dit is geen fout.Voor het inbouwen en aansluiten van van decoders zonder interface heeft u nodig: een soldeerbout met temperatuurregeling en een dunne punt en eenaflegstandaard of een gecontroleerd soldeerstation, een schraper, doek of spons, een hittebestendig kussen, een kleine zijkniptang en een draadstripper, indien nodig een pincet en een platte neus tang, elektronisch soldeer (bij voorkeur 0,5 t/m 0,8 mm diameter).Voor het aansluiten van een decoder zonder interface of gesoldeerdeaansluitdraden heeft u ook aansluitdraden nodig.
Aanbevolen doorsnede: > 0,04 mm² voor het aansluiten op de functie-uitgangen, > 0,05 mm² voor het aansluiten op de motor en de stroomafnemer.Wanneer u een LD-G-42 op een wisselstroommotor wilt aansluiten heeft u nodig: een lastregel adapter LRA (bv. art. nr. 70-02105 of 70-02106) of een permanente magneet (art. nr. 70-04100, 70-04200 of 70-04300)of een motor ombouwset (bv. art. nr. 70-40110, 70-40210 of 70-40310).Pagina 5
!Nederlands LD-G-42 en LD-W-42Voor het overbruggen van stroomonderbrekingen heeft u nodig: een elektrolytische condensator met een capaciteit van 100 t/m470 µF en een doorlaatspanning van minstens 35 V of een buffercircuit, bv.USV-mini 0.47 (capaciteit 0,47 F, art. nr. 70-02215 of 70-02216),USV mini 1.0 ( capaciteit 1,0 F, art. nr. 70-02225 of 70-02226),USV mini 1.5 ( capaciteit 1,5 F, art. nr. 70-02235 of 70-02236). Wanneer u de werking wilt automatiseren, heeft u nodig: een reedcontact 1xsluitcontact (bv. art. nr. 84-53110) of een Hall-sensor (bv. art. nr. 84-53210); Permanente magneten (bv. Neodym-magneten Ø 3mm, d= 2mm,art. nr. 84-53990).2. VeiligheidsvoorschriftenLet op: De decoder is voorzien van geïntegreerde schakelingen (ICs). Dezezijn gevoelig voor statische elektriciteit. Raak daarom de onderdelenniet aan voordat u zichzelf heeft ontladen.
Het is meestal voldoendeom b.v. de radiator even aan te raken. Mechanische gevarenAfgeknipte draden en uiteinden kunnen scherpe punten hebben, die bijonvoorzichtig vastpakken huidverwondingen kunnen opleveren. Pasdaarom op voor scherpe punten bij het vastpakken. Zichtbare beschadigingen van onderdelen kunnen tot niet calculeerbaregevaren leiden. Bouw beschadigde onderdelen niet in, maar verwijderdeze zoals voorgeschreven en vervang ze door nieuwe.Pagina 6
LD-G-42 en LD-W-42 NederlandsElektrische gevaren Aanraken van onder spanning staande delen, aanraken van geleidende delen, die in geval van fouten onderspanning staan, kortsluitingen en aansluiten aan een niet geschikte spanning, ontoelaatbaar hoge luchtvochtigheid en vorming van condenswaterkan tot gevaarlijke lichaamsstromen leiden en daardoor verwondingenaanrichten. Voorkom dit gevaar door de volgende maatregelen te nemen: Voer bedradingwerkzaamheden alleen uit in een spanningsloze toestand. Het bouwen en inbouwen kan alleen gedaan worden in gesloten, schoneen droge ruimtes. Vermijd in de werkomgeving vocht en nattigheid. Gebruik voor het apparaat alleen lage spanningen zoals aangegevenin de technische gegevens.
Gebruik daarvoor uitsluitendgoedgekeurde transformatoren. Steek de netstekker van transformatoren en soldeerbouten /soldeerstations alleen in goed geïnstalleerde wandcontactdozen. Let bij het maken van elektrische verbindingen op de juistedraaddoorsnede. Na de vorming van condenswater dient u voor het werk tot 2 uuracclimatiseringtijd in acht te nemen. Gebruik bij reparatiewerkzaamheden uitsluiten originele reserve-onderdelen.BrandgevaarWanneer de hete soldeerpunt met brandbaar materiaal in contact komtontstaat een brandhaard. Deze kan een brand veroorzaken en daardoorlevensgevaarlijke verwondingen veroorzaken door verbranding enrookvergiftiging. Steek de netstekker van de soldeerbout of hetsoldeerstation alleen in het stopcontact gedurende de tijd die u voorhet solderen nodig heeft. Houdt de soldeerpunt nooit in de buurt vanbrandbare materialen. Gebruik een goede soldeerbouthouder.
!Nederlands LD-G-42 en LD-W-42Thermische gevarenWanneer per ongeluk de hete soldeerpunt met uw huid in aanrakingkomt, of wanneer vloeibare soldeertin op de huid springt, bestaat hetgevaar van huidverbranding. Voorkom dit gevaar door: bij uw werkzaamheden een hittebestendige onderlegger te gebruiken, de soldeerbout altijd op een goede soldeerbouthouder weg te leggen, bij het solderen op een juiste behandeling van de soldeerstift te letten, vloeibare soldeertin met een dikke vochtige lap of spons van desoldeerstift af te strijken.OmgevingsgevarenEen te klein, ongeschikt werkoppervlak en beperkteruimteverhoudingen kunnen per ongeluk huidverbrandingen of brandteweegbrengen.
Voorkom dit gevaar door een toereikend, schoonwerkoppervlak in te richten met voldoende bewegingsvrijheid.Andere gevarenKinderen kunnen uit onachtzaamheid of door een gemis aanverantwoordelijkheidsgevoel alle hiervoor beschreven gevarenveroorzaken. Om gevaar voor lijf en leden te voorkomen mogen kinderenonder de 14 jaar voertuigdecoders niet inbouwen.Let op:Kleine kinderen kunnen zeer kleine onderdelen met scherpedraadeinden inslikken. LEVENSGEVAARLIJK! Zorg er daarom voor datonderdelen niet in handen van kleine kinderen komen.In scholen, opleidingsinstituten, hobby- en zelfhulpwerkplaatsen moetde montage, installatie en bediening van elektronische modules doorgeschoold personeel worden begeleid.In commerciële voorzieningen moeten de relevante voorschriften tervoorkoming van ongevallen in acht worden genomen.Pagina 8
!LD-G-42 en LD-W-42 Nederlands3. Goed en degelijk solderenLet op: Bij ondeskundig solderen kan er brandgevaar optreden. Vermijd ditgevaar: lees hoofdstuk Veiligheidsmaatregelen goed door en volgde aanwijzingen op. Gebruik een soldeerbout met temperatuurregeling, die u instelt opca. 300 °C. Gebruik alleen elektronisch soldeer met een flux. Gebruik nooit soldeervloeistof of soldeervet bij het solderen vanelektronische schakelingen. Deze bevatten een zuur datcomponenten en geleidingsbanen vernietigt. Soldeer snel: te lang solderen kan soldeerpads of -sporen losmakenof zelfs onderdelen vernielen. Houd de soldeerstift op het soldeerpunt, zodat deze tegelijkertijd dedraad en het pad raakt. Voeg (niet te veel) soldeer tegelijkertijd toe.Zodra het soldeer begint te vloeien, verwijdert u het van hetsoldeerpunt.
Wacht dan even tot het soldeer goed vloeit voordat ude soldeerbout uit de soldeerverbinding haalt. Verplaats de gemaakte soldeerverbinding niet voor ongeveer 5seconden. Een schone, niet-geoxideerde soldeerstift is essentieel voor eenperfecte soldeerverbinding en een goede soldering. Veeg daaromvoor elke soldering overtollig soldeer en vuil af met een vochtigespons, een dikke vochtige doek of een siliconenwisser. Controleer na het solderen (bij voorkeur met een loep) of er perongeluk verbindingen of sporen zijn overbrugd met soldeer. Dit kanleiden tot storingen of vernieling van onderdelen of, in het ergstegeval, van het volledige circuit. Met de schone hete soldeerstift kuntu overtollig soldeer opnieuw vloeibaar maken. Het soldeer vloeit danvan de plank naar de soldeerstift.Pagina 9
!LD-G-42 en LD-W-42 Nederlands4.2. Analoge modeDe locdecoder kan ook worden gebruikt in analoge modelspoorwegen diemet een wisselstroom- of gelijkstroomregelaar worden bediend. Let op:Het gebruik van een wisselstroomregelaar is in de fabriek ingesteld. Dewijziging is alleen mogelijk door het herprogrammeren van de CV / hetregister met een digitale centrale, dus niet in zuiver analoge werking. Let op:Oude analoge trafo’s (b.v. modellen met blauw huis van Märklin**), zijnniet geschikt voor gebruik van digitale decoders in analoogbedrijf! Dezetrafo’s zijn voor de voorheen gebruikelijke netspanning van 220 Vgeproduceerd en verwekken bij het omschakelen van de rijrichting zeerhoge spanningsimpulsen. Bij gebruik van de hedendaagse normalenetspanning van 230V kunnen zulke hoge spanningsimpulsen optreden,dat er schade ontstaat aan de onderdelen van de decoder.
Gebruikdaarom uitsluitend rijtrafo’s, die voor de hedendaagse normalenetspanning van 230 V zijn geproduceerd! Automatische herkenning van het analoog bedrijfZodra het voertuig op de rails wordt gezet herkent de decoder automatischof hij door een analoog of digitaal signaal wordt aangestuurd en stelt deovereenkomstige bedrijfsmode in. De automatische herkenning van hetanaloog bedrijf kan worden uitgeschakeld, bijv. als de decoder in digitaal bedrijf plotseling naar analoog bedrijfoverschakelt (bijv. als gevolg van stoorspanningen waarvan deoorzaak moeilijk te lokaliseren is); als een waarde voor de Packet Time Out is geprogrammeerd om eengeforceerde stop uit te voeren in geval van uitval of uitschakelingvan de baanspanning.Pagina 11
Nederlands LD-G-42 en LD-W-42Schakelen van de functie-uitgangenHet in- en uitschakelen van de functie-uitgangen is bij analoog bedrijfniet mogelijk. De uitgangen kunnen met de digitale centrale dusdanigworden geprogrammeerd dat ze in het analoog bedrijf in- ofuitgeschakeld zijn. De effecten die voor de uitgangen zijn ingesteld zijnook actief binnen het analoog bedrijf. Uitgangen die afhankelijk van de richting worden geschakeld, wordenin analoog bedrijf in overeenstemming met de rijrichting in- ofuitgeschakeld. Bij gebruik op analoge gelijkstroombanen geldt dit alleenvoor lampen of extra apparaten, waarvan de retourleiding met deretourdraad voor alle functies van de decoder is vebonden.
LD-G-42 en LD-W-42 Nederlands4.3. OverbelastingsbeveiligingDe LD-G-42 en LD-W-42 locdecoders hebben een overbelastings-beveiliging die hen beschermt tegen beschadiging bij overschrijding vande toegestane totale stroom of bij kortsluiting van de motoruitgang (demaximale vorm van een overbelasting). Als er een overbelasting wordtgedetecteerd, wordt de motor die normaal gesproken de meestestroom nodig heeft, uitgeschakeld. Als de motor wordt uitgeschakeld, blijven de geactiveerde lampen enandere accessoires aan en de decoder blijft reageren opschakelcommando's voor de uitgangen. Na ongeveer 5 seconden wordtde motor weer ingeschakeld. Als de overbelasting nog steeds bestaat,wordt deze onmiddellijk weer uitgeschakeld.
Door het instellen van eenlagere snelheid kan de belasting zo nodig zodanig worden verminderddat de overbelastingsbeveiliging niet meer reageert en de locomotiefnaar een toegankelijke plaats kan worden verplaatst voor naderonderzoek en het oplossen van problemen. De reactiedrempel van de overbelastingsbeveiliging kan wordenaangepast door de tijd waarin een overbelasting aanwezig is voordat de motorwordt uitgeschakeld ("kortsluitduur") en/of door de gevoeligheid te wijzigen, d.w.z. de grootte van deoverbelasting waarbij de overbelasting wordt gedetecteerd("kortsluitgevoeligheid").Overbelasting bij één uitgangBij kortsluiting aan een van de uitgangen of bij overschrijding van demaximale stroom aan een van de uitgangen is de overbelastings-beveiliging van de decoder niet effectief zolang de totale stroom van dedecoder niet ook wordt overschreden.
!!!!Nederlands LD-G-42 en LD-W-42Let op: Door het verlagen van de overbelastingsreactiedrempel moet deinvloed van kortstondige stoorspanningen van de motor of deaangesloten verbruikers worden verminderd. Hierdoor wordtvoorkomen dat de motor wordt uitgeschakeld, hoewel de toegestanetotale stroom niet is overschreden. Voordat de reactiedrempel wordtverlaagd, moet de motorstroom altijd worden gemeten en moet degoede werking van de motor en de reductor worden gecontroleerd. Let op:Bij een kortsluiting, bij de onderdelen op de decoder onder elkaar ofwanneer deze met de railspanning worden kortgesloten, kan deoverbelastingsbescherming niet werken.
Voorbeelden: contact tussen de decoder en de rails of metalen delen van hetvoertuig; contact tussen niet geïsoleerde decoderaansluitdraden en de rails ofmetalen delen van het voertuig; contact tussen verbruikers, die op de retourdraad voor alle functiesvan de decoder zijn aangesloten, en de rails of metalen onderdelenvan het voertuig. Let op: Defecten aan de locmotor (bv. zogenaamde borstelvonken) kunnenextreme stroomstoringen veroorzaken, die onderdelen op de decoderkunnen beschadigen. Ook tegen dergelijke extreem hoge stromen kande overbelastingsbescherming niet functioneren. Pagina 14
LD-G-42 en LD-W-42 Nederlands4.4. Motoraansturing Puls breedte modulatie De verschillende decodertypen zijn zo gemaakt, dat ze elk passendemotortype optimaal aansturen.Decodertypevoor PBMgeschikt voor klokankermotorenLD-G-42gelijkstroommotoren28 kHz jaLD-W-42wisselstroommotor60 Hz neeLastregelingDe locdecoders LD-G-42 voor locomotieven met een gelijkstroommotorhebben een lastregeling, de locdecoders LD-W-42 voor locomotievenmet een wisselstroommotor niet. De lastregeling beïnvloedt de motorspanning dusdanig dat de snelheidvan de loc tijdens het rijden bij een gekozen rijstap constant blijft,onafhankelijk van de belasting (b.v. rijden tegen hellingen,aangekoppelde wagens). Door het wijzigen van een CV van de decoder kan de lastregelingworden in- of uitgeschakeld.
De lastregelparameters kunnen door hetveranderen van een CV worden gewijzigd, om de decoder aan tepassen op de individuele eigenschappen van de motor. LastregelparameterDe lastregeling wordt bepaald door drie op elkaar afgestemdeparameters (KP, KI en KD) , die op elkaar afgestemd moeten zijn omoptimale rijeigenschappen te verkrijgen. Aan iedere lastregelparameteris een CV toegewezen. KP: Het proportionele bestanddeel van de regeling zorgt er direct voordat het onderscheid tussen de MOET waarde en de IS waarde zo kleinPagina 15
Nederlands LD-G-42 en LD-W-42mogelijk is. De waarde "0" is onmogelijk. Dit heeft zijn uitwerking op debasissnelheid. Is de ingestelde waarde te klein dan rijdt de loc telangzaam. Is de waarde te groot dan schokt de loc tijdens de rit. KI: Het integrale aandeel van de regeling zorgt ervoor dat hetresterende onderscheid tussen de MOET en de IS waarde gereduceerdwordt naar 0 en daarmee ook dat kleine afwijkingen wordenopgeheven. Is de ingestelde waarde te hoog dan leidt dat tot heftigschokken van de loc tijdens de rit. KD: Het differentiële aandeel van de regeling zorgt ervoor dat deregeling niet te snel wordt omgezet. Is de ingestelde waarde te laagdan schokt de loc tijdens de rit. Is de ingestelde waarde te hoog danschommelt de loc tijdens de rit.
VersterkingsfactorDe basis voor de invloed van de lastregeling op de motorspanning is despanning die door de motor wordt teruggegeven tijdens de meetperiode.Afhankelijk van de individuele kenmerken kunnen deze waarden te hoogof te laag zijn. Het gevolg is dat het voertuig zijn maximale snelheid albereikt bij een snelheidsniveau onder het hoogste niveau of helemaal nietbereikt bij het hoogste snelheidsniveau. Om deze effecten tecompenseren, kunnen de door de motor verzonden waarden wordenverhoogd of verlaagd door de versterkingsfactor aan te passen. SnelheidskrommeDoor het instellen van de vertrek-, midden- en maximumsnelheid kan dedecoder worden aangepast aan de rijeigenschappen van de motor en dekarakteristieke rijsnelheden van het type locomotief.
Uit deze 3 puntengenereert de decoder een snelheidskromme die lineair is tussen devertrek- en middensnelheid en tussen de midden- en maximumsnelheid.Wanneer de rijstappenmode is ingesteld op 28 rijstappen, kan aan delineaire snelheidskromme aan elk van de 28 rijstappen een willekeurigemotorspanning worden toegewezen. Dit maakt het mogelijk een aan dePagina 16
LD-G-42 en LD-W-42 Nederlandsmotor aangepaste snelheidskromme te creëren. De ingestelde waardenworden in de alternatieve snelheidskromme opgeslagen.RangeerstandDoor het overeenkomstig programmeren via een functietoets (bijaflevering F3) naar de rangeermode worden overgeschakeld. In derangeermode wordt de snelheid van alle rijstappen tot ca. 50% tenopzichte van de ingestelde snelheid gereduceerd. Optrek- en remsnelheidDe optrek- en remsnelheid zijn gescheiden van elkaar via de centrale teprogrammeren. Deze kan worden in- en uitgeschakeld met eenfunctietoets (bij aflevering F4) indien goed geprogrammeerd. 4.5. Geautomatiseerde bewegingenDe besturingssoftware in de locdecoder maakt het mogelijk completebewegingen te automatiseren en te reduceren door middel van eendruk op de knop. RangeerfunctieRangeersnelheid en rangeerlicht kunnen aan dezelfde functietoetsworden toegewezen.
LD-G-42 en LD-W-42 NederlandsProgrammering van de effectenRijrichtingafhankelijk aan-/uitschakelen Function MappingRangeerlicht Function MappingGeïnverteerde omschakelingBij de stand "on" worden de toegewezen functies uitgeschakeld, bij de stand "off" ingeschakeld.CV-programmering (CV 58-60)Knipperen Door het toewijzen van de knipperfunctie aan 2 uitgangen en de functie "omgekeerd schakelen" aan één van de twee uitgangen wordt een wisselend knipperlicht gegenereerd. De knipperfrequentie wordt voor elke uitgang afzonderlijk ingesteld.CV-programmering (CV 58-60, CV 101-104)Kicken De uitgangen krijgen eerst maximaal 25,5 seconden volledige spanning en worden dan uitgeschakeld. De kicktijd wordt voor alle uitgangen afzonderlijk ingesteld.Voorbeeld: Voor sommige soorten elektrische koppelingen is volledige spanning nodig om te ontkoppelen.
De spanning moet echter na het ontkoppelen worden uitgeschakeld om de koppelingen te beschermen. CV-programmering (CV 58-60, CV 99)DimmenOm de spanning aan de uitgang te verminderen. Voorbeeld: De lampjes van oudere voertuigen die bestemd zijn voor analoog gebruik kunnen worden gedimd en hoeven dan niet meer te worden vervangen nadat de decoder is geïnstalleerd. CV-programmering (CV 47-48)Pagina 19
Nederlands LD-G-42 en LD-W-424.7. De acties activeren De functie-uitgangen worden in- en uitgeschakeld en derangeerinrichting en de versnelling/vertraging worden (de)geactiveerd: door de toegewezen functie(s) en/of automatisch via de schakelingang. De schakelingang wordtgeactiveerd via externe contacten, bijv. via een reedcontact ofHallsensoren in combinatie met permanente magneten in het spoor.Toewijzing van de acties aan de functies (Function mapping)De toewijzing van de door de decoder gestuurde actie naar de functiesis vrij te kiezen, elk afzonderlijk voor vooruit en achteruit rijden. Acties DCC-format MM-FormatUitgangen F0f, F0r, AUX1 en AUX2F0 t/m F28 F0 t/m F4 RangeerstandAcceleratie / remvertraging4.8.
Terugmelding met RailCom®De locdecoders LD-G-42 en LD-W-42 zijn RailCom-zenders en voldoenaan de eisen van de RailCommunity standaard RCN-217 "RailCom DCCfeedback protocol" (status 01.12.2019) voor mobiele decoders(voertuigdecoders). De RCN-217 is gepubliceerd onder:www.railcommunity.orgHet verzenden van RailCom-berichten is alleen mogelijk op modelspoor-wegen waar een DCC-signaal op de rails aanwezig is. Het gebruik vande RailCom-functie in een pure Motorola omgeving is niet mogelijk. Pagina 20
LD-G-42 en LD-W-42 NederlandsAchtergrond informatie: RailCom meldingen van voertuigdecoders In kanaal 1 sturen de voertuigdecoders na elke DCC-opdracht hun DCC-adres naar een willekeurige voertuigdecoder. Kanaal 1 kan "dynamisch"worden ingesteld, d.w.z. dat de decoder alleen zijn adres in kanaal 1uitzendt totdat er een DCC-commando naartoe wordt gestuurd. Dit maakthet kanaal vrij voor de berichten van andere decoders waarnaar nog geencommando is verzonden of die nog niet bekend zijn bij het systeem. In kanaal 2 sturen de voertuigdecoders hun feedback zodra een DCC-opdracht naar hun adres wordt gestuurd. Achtergrond informatie: Dynamische RailCom informatieOnder "dynamische informatie" worden CV waardes (RailCom CV's 64-127) verstaan, welke zich tijdens het bedrijf veranderen (b.v. echtesnelheid, ontvangstkwaliteit, tankinhoud). Deze worden naar behoeftespontaan van de decoder verstuurd.
De ontvangstkwaliteit wordt door voertuigdecoders berekend alsaantal foute datapakketten in verhouding tot het totaal vandatapakketten beschikbaar gesteld. Deze kwaliteitsmelding maakt hetmogelijk vast te stellen hoe de ontvangstkwaliteit is tussen hetvoertuig en de rails. De locdecoders LD-G-42 en LD-W-42 kunnen volgende dynamischeRailCom informaties zenden: ontvangst statistiekRailCom® is een geregistreerd Duits handelsmerk van de firma LenzElektronik GmbH. Voor de leesbaarheid van de tekst hebben we ervanafgezien, om bij iedere vermelding van het begrip RailCom daar naar teverwijzen. Pagina 21
!LD-G-42 en LD-W-42 Nederlands6. AansluitingenVermijd onherstelbare schade!Neem de volgende instructies in acht om onherstelbare schade aan dedecoder te voorkomen:1. Geen geleidende verbindingen met metalen onderdelen of rails!Vermijd alle geleidende verbindingen tussen de decoder of deverbruikers die op de retourleiding voor alle functies zijn aangeslotenenerzijds en de metalen onderdelen van het voertuig of de railsanderzijds. Aansluitingen worden bijv. veroorzaakt door onvoldoendegeïsoleerde aansluitkabels (ook aan de gestripte uiteinden vanongebruikte aansluitkabels!) of onvoldoende bevestiging en isolatievan de decoder of verbruikers. Gevaar voor kortsluiting! In dit geval isde overbelastingsbeveiliging van de decoder niet effectief!2.
Sluit de retourleiding niet aan op de massa van het voertuig!In geen geval mag u de retourleiding voor alle functies op de decoderop de voertuiggrond aansluiten. Gevaar voor kortsluiting! 3. Sluit overbelasting uit!Test voor het aansluiten van de motor, de verlichting en andereverbruikers, of de stroom onder de maximaal toelaatbare waarde ligten de toelaatbare totale stroom niet wordt overschreden. Wordt detoegestane stroom overschreden, kan de decoder worden beschadigd.4. Gebruik geen oude analoge aandrijvingstransformatoren!Oude analoge trafo’s (bv. modellen met blauw huis van Märklin**), zijnniet geschikt voor gebruik van digitale decoders in analoog bedrijf! Dezetrafo’s zijn voor de voorheen gebruikelijke netspanning van 220 Vgeproduceerd en verwekken bij het omschakelen van de rijrichting zeerhoge spanningsimpulsen.
!Nederlands LD-G-42 en LD-W-42Info over de verbindingen V+ en RDDe twee aansluitingen zijn gelijkwaardig; ze kunnen worden gebruiktals retourleiding voor de functie-uitgangen, aansluiting voor de pluspool van een ondersteunende elektrolytischecondensator of een buffercircuit, of als aansluiting voor de spanningsvoorziening van een Hall-sensor. In de illustraties is slechts één variant te zien.6.3. Gebruik van locdecoders met interfaceIn veel nieuw locs met gelijkstroommotoren is vanaf de fabriek al een aansluitbus ingebouwd. Door gebruik te maken van een decoder met een passende stekker bespaart u zich het verwijderen van de niet noodzakelijke aansluitingen en soldeerwerkzaamheden aan de loc.De LD-G-42 locdecoder is verkrijgbaar met een 8-poligeinterface volgens NEM 652. Via de aansluiting wordt dedecoder met de motor, de stroomafnemers, de verlichting en extraverbruikers verbonden.
Let op:De 8-polige interfacestekker moet zodanig op het stopcontact wordengestoken dat de markeringen na de installatie over elkaar heen komente liggen. Aangezien deze interface geen beveiliging tegen ompoling heeft, is hetmogelijk om de stekker 180 graden gedraaid in het stopcontact testeken. De decoder wordt dan meestal onherstelbaar beschadigdtijdens de inbedrijfstelling. Tip: De marker is soms moeilijk te zien (of niet aanwezig). Het is (ofzou moeten zijn) aan de kant waar de oranje aansluitkabel (voormotoraansluiting 1) zich bevindt. Pagina 26
!LD-G-42 en LD-W-42 Nederlands6.4. Gebruik van de LD-G-42 in locs met wisselstroommotorenDe LD-G-42 met lastregeling is geschikt voor het aansturen vangelijkstroommotoren, hij kun daarom niet direct opwisselstroommotoren worden aangesloten. Wisselstroommotorenkunnen met decoders LD-G-42 worden aangestuurd en ook kan delastregeling worden gebruikt, wanneer: tussen wisselstroom locmotor en decoder een lastregeladapter (bv.artikelnummer 70-02105 of 70-02106) is ingebouwd of de veldspoel van een wisselstroom locmotor door een permanentemagneet (bv. artikelnummer 70-04100, 70-04200 of 70-04300).wordt vervangen.6.5. Decoders zonder interface inbouwenBepaal de plaats, waar u de decoder wilt inbouwen na het openen vande kap van de loc. Verbreek eerst de aansluitingen van de motor naarde railaansluitingen resp.
bij loc met een elektronische omschakelaar deaansluitingen van de omschakelaar naar de motor en naar de rails. Deomschakelaar is niet meer nodig, deze kan worden uit gebouwd.Let op:De ontstoringsonderdelen die aan de motor of in de toevoerleiding zijnaangebracht, mogen niet worden verwijderd! Motor enontstoringsonderdelen vormen een eenheid. Wordt er een deel vanverwijderd, dan kan dit ernstige elektrische storingen veroorzaken.Pagina 27
Nederlands LD-G-42 en LD-W-42Aansluiten van de decoder aan de motor Sluit de decoder volgens de aansluitschema's Afb. 1 of Afb. 2 aan op destroomafnemers en de motor. Alleen bij analoog bedrijf op 2-draads DC-systemen: komt de rijrichtingvan de loc in analoog bedrijf niet overeen met de op de transformatoringestelde rijrichting, dan moet u de aansluitingen, die naar destroomafnemers / de sleper lopen, omwisselen. Afb. 1: Aansluiting van een gelijkstroommotor en de voedingsspanningLinkerspoor= linker stroomafnemer resp. sleperRechterspoor = rechter stroomafnemer resp. huismassa Afb. 2: Aansluiting van een wisselstroommotor en de voedingsspanningLinkerspoor= linker stroomafnemer resp. sleperRechterspoor = rechter stroomafnemer resp. huismassaPagina 28
!LD-G-42 en LD-W-42 NederlandsAansluiten van verbruikers op de functie-uitgangen Let op: De maximale stroom van het accessoire mag niet groter zijn dan demaximale stroom van de uitgang waarop u deze aansluit. De uitgangkan anders onherstelbaar beschadigd worden!Verwijder eventueel aanwezige diodes in de toevoerleidingen naar delampen, daar de lampen anders niet oplichten. Sluit de lampen en andereverbruikers aan op de functie-uitgangen van de decoder. Wanneer deretourleiding van de aan te sluiten lampen of de aan te sluiten extraapparaten al met de locmassa is verbonden, is het aansluiten daarmeegereed. Zo niet, dan sluit u de retourleidingen van de lampen en de extraapparaten aan op de retourleiding voor alle functies van de decoder.De fabrieks- (default-) instellingen kunt u vinden in de tabel met deaansluitgegevens (pagina 24 en 25).
!Nederlands LD-G-42 en LD-W-426.6. Aansluiting van LED's op de functie-uitgangenDe functie uitgangen schakelen tegen de decodermassa. Daarom moetde kathode (-) van de LEDs op de uitgangen en de anode (+) op deretourdraad voor alle functies (RD) worden aangesloten.Let op: U moet de LED's altijd via een serieweerstand bedienen! Andersworden de LED's tijdens de ingebruikname vernietigd of hebben zeeen aanzienlijk kortere levensduur. Als u geen serieweerstand heeft,nemen andere componenten hun functie over (bijv. rails, wielen,stroomcollectoren). Dit kan leiden tot een verandering in het digitalesignaal en dus tot verstoring van de digitale werking.Bepaal de vereiste weerstandswaarde voor de piekwaarde van debeschikbare werkspanning op de retourleiding (RD).
Bepalen van de piekwaarde van de werkspanning bij geregelde boosters: uitgangs- (rail) spanning van de boosters - 1 V* bij niet geregelde boosters en analoge rijregelaars: (1,4 x nominale spanning van de transformator) - 1 V** 1 V komt "vast te zitten" in de gelijkrichter van de decoder.Serieel aansluiten van LEDsWanneer u meerdere LEDs op één uitgang wilt aansluiten, dan kunnen dezemet één voorschakelweerstand in serie worden geschakeld. De stroombedraagt al naar geland de voorschakelweerstand max. 20 mA voor alleLEDs. Het maximaal aantal aan te sluiten LEDs wordt als volgt berekend Piekspanning van de voedingsspanning - som van de doorlaatspanning van alle LEDs> 0 Voordeel bij deze oplossing is de lage stroom. Pagina 30
LD-G-42 en LD-W-42 NederlandsVoor het berekenen van de juiste voorschakelweerstand bij het serieelaansluiten van LEDs telt u eerst de doorlaatspanning van alle tegebruiken LEDs bij elkaar op. De doorlaatspanning is afhankelijk van dekleur en zou in de technische gegevens van de LED aangeven moetenzijn. Zijn er geen fabrieksgegevens voorhanden, dan kunt u voor witte enblauwe LEDs 4 V, voor gele, oranje, rode en groene LEDs 2 V aannemen. De resterende spanning moet door de voorschakelweerstand worden"onderdrukt". De formule voor de berekening is: nodig RVV [Ohm] = ( UB [V] – ∑ UFF [V] ) / (IFF [mA] x 0,001 )UB = voedingsspanning (piek) | ∑ UF = som van de doorlaatspanningen van alle LEDs IF = stroom bij max. lichtsterkte.Parallel aansluiten van LEDsAls alternatief kunnen meerdere LEDs parallel worden aangesloten,maar dan moet voor elke LED een voorschakelweerstand wordengebruikt.
De stroom bedraagt al naar gelang de waarde van devoorschakelweerstand max. 20 mA per LED. Het maximaal aantal LEDs,dat parallel op een uitgang aangesloten kan worden, wordt als volgtberekend: Stroom, die max. op de uitgang aanwezig is - som van de stromen door alle LEDs> 0 Hierbij is het grote voordeel, dat de LEDs bij het bereiken van dedoorlaatspanning al oplichten (2 tot 4 V, al naar gelang de kleur),waardoor ze bijzonder geschikt zijn voor gebruik in analoog bedrijf.Nadeel is de grote stroomopname. De voorschakelweerstand wordt alsvolgt berekend: nodig RV [Ohm] = ( UB [V] – UF [V] ) / (IF [mA] x 0,001 )UB = voedingsspanning (piek) | UF = doorlaatspanning van de LEDIF = stroom bij max. lichtsterkteOm stroom te besparen, kunt u de stroom van de LEDs zonder helderheidverlies, in de regel tot 10 mA begrenzen. Pagina 31
Nederlands LD-G-42 en LD-W-426.7. Aansluiten van inductieve verbruikersWanneer u inductieve verbruikers (bv. TELEX koppelingen, relais ofandere verbruikers met spoelen) wilt aansluiten, moet u een diode (bv,1N400x) parallel over de verbruiker aansluiten, om beschadiging van deuitgang te voorkomen. Let erop, dat de anode van de diode (+)aangesloten wordt op de functie uitgang. Aansluiten van verbruikers via een relaisWanneer u verbruikers wilt aansluiten op de decoder waarbij demaximale stroom die de uitgang van de decoder kan leveren wordtoverschreden, kunt u de verbruiker(s) aansluiten via een relais (z.B.1xUm 1A 12V, Art.-Nr. 84-61010) en direct op de stroomafnemers vanhet voertuig aansluiten. De stroom, die een relais nodig heeft, hangt af van het type relais. Bijgebruik van het voorbeeld relais is dat ca.
100 mA.Net als in de paragraaf "aansluiten van inductieve" beschreven, moetenu een diode parallel schakelen over het relais. Afb. 4: Aansluiten van een verbruiker via een relaisPagina 32
!Nederlands LD-G-42 en LD-W-426.8. Aansluiting van de schakelingangDe schakelingang schakelt tegen de decodermassa en kan dus wordenaangesloten op alle (externe) circuits waarmee een massaverbinding totstand kan worden gebracht. Het is bijvoorbeeld mogelijk omreedcontacten of Hall-sensoren aan te sluiten die de massaverbindingtot stand brengen zodra ze het magnetisch veld van een permanentemagneet betreden. Aansluiting van een reedcontactU kunt zowel normaal geopende contacten als wisselschakelaars(wisselcontacten) gebruiken. Opmerking: De glazen bollen van de rieten contacten zijn gevoelig voormechanische beschadigingen!Sluit de reedcontacten aan op de schakelingang en de massaverbindingvan de decoder (GND). Reedcontacten zijn niet gepolariseerd, dus ukunt de twee verbindingen naar wens toewijzen. Afb. 6: Aansluiting van een reedcontact op de schakelingangSeite 33
!LD-G-42 en LD-W-42 NederlandsAansluiting van een Hall-sensorLet op de juiste polariteit bij het aansluiten van de Hall-sensoren. Toewijzing van de aansluitingen:Hall-sensor Decoder Als u de massaverbinding en de aansluiting voor devoedingsspanning omdraait, kan de Hall-sensor beschadigd raken.Aardklem ()Aardklem (GND)Voedingsklem(+)Voedingsklem(RD of V+)Uitgang Schakelingang (IN)Afb. 7: Aansluiting van een Hall-sensor op de schakelingangSeite 34
Nederlands LD-G-42 en LD-W-426.9. Aansluiting van een buffercondensator/buffercircuitIn secties met een slecht contact met de rails (bijv. bij het rijden overwissels) of met een (bijv. bouwkundige) slechte stroomopname van delocomotief kan de stroomtoevoer van de decoder kortstondig wordenonderbroken. In de analoge modus zijn de effecten meestal klein, maarin de digitale modus kunnen massale verstoringen het gevolg zijn: bijv.flikkeren van de lichten en stotteren van de motor tot het automatischoverschakelen naar de analoge modus. Dit kan worden verholpen dooreen back-up condensator of een speciaal buffercircuit aan te sluiten. Aansluiting van een buffercondensatorDe condensator moet een capaciteit hebben van minimaal 100 µF enmaximaal 470 F en een doorlaatspanning van minimaal 35 V. Let bij hetaansluiten op de juiste polariteit! Fig.
LD-G-42 en LD-W-42 NederlandsAansluiting van een buffercircuitDe capaciteit van de buffercircuits is aanzienlijk groter dan die van deondersteunende condensatoren (bijv. UPS-mini met 0,47 F, 1,0 F of 1,5F). Gebruik een buffercircuit volgens RCN 530 dat met de massa isverbonden, b.v. UPS-mini, artikelnummers 70-0221x, 70-0222x, 70-0223x.Sluit de besturingsleiding aan op de "UPS"-connector. Dit zorgt ervoordat de decoder de laadstroom en de stroomuitgang regelt en voorkomtproblemen bij bijvoorbeeld het programmeren van de decoder op hetprogrammeerspoor of bij het inschakelen van het systeem. Afb. 9: Aansluiting van een buffercircuit volgens RCN 530(bijv. UPS-mini)6.10. Bevestigen van de decoderNa het maken van alle verbindingen moet de decoder, wordengeplaatst, om bv.
LD-G-42 en LD-W-42 Nederlands7. ProgrammerenProgrammering met DCC-centralesVanuit de centrale kunt u de configuratievariabelen (CVs) van dedecoder programmeren, de hoofdspoorprogrammering is eveneensmogelijk. Lees daartoe goed het betreffende hoofdstuk in dehandleiding van uw centrale, waarin de byteprogrammering van de CVs(direct programming) en de hoofdspoorprogrammering (POM) zijnbeschreven. Registerprogrammering wordt niet ondersteund door de decoders. MetDCC-centrales die alleen registerprogrammering kennen kunt u dedecoders niet programmeren. Programmering met Motorola-centrales In het Motorola-format worden de instellingen in het registergeprogrammeerd.
De registers hebben dezelfde nummers als deconfiguratievariabelen (CV´s) voor het DCC-formaat.Opmerking: Als u een centrale eenheid gebruikt die zowel DCC- alsMotorola-formaat uitzendt, verdient het de voorkeur om de decoder inDCC-formaat te programmeren. U kunt de decoder ook na hetprogrammeren in Motorola-formaat aansturen.Let op: sluit voor het programmeren met een Motorola centrale op F0fof F0r minstens een lamp of LED aan, daar dit tijdens hetprogrammeren door het knipperen van de verlichting op deze tweeuitgangen wordt aangegeven dat de decoder in programmeermodestaat. De knipper frequentie geeft aan welke invoer verwacht wordt: Langzaam knipperen Snel knipperenNummer van het te programmeren registerWaarde van het te programmeren registerZet het voertuig op een railovaal of een railstuk dat met de railuitgangvan de centrale is verbonden (niet met de aansluiting voor hetPagina 37
→ Verlichtingknippert langzamer.Indien nodig: stappen 1 t/m 4voor alle te programmerenregisters herhalen. "stop" drukken.→ Programmeermode → Programmeermode Einde Programmering met Märklin** Central Station I / Mobile StationMet het Central Station I en het Mobile Station van Märklin** kunt u deregisters programmeren. Roep daarvoor artikelnummer 29750 uit de loc-databank op en programmeer de decoder zoals voor dit artikelnummerwordt beschreven in de handleiding van het Central Station of het MobileStation. Pagina 38
Nederlands LD-G-42 en LD-W-428.1. BasisinstellingenNaam Nr.Invoer- (Default-)waardenVerklaring en aanwijzingenConfiguratie-data 129 0 ... 255(14)Rijrichting "Standaard" 0Rijrichting inverteren 114 rijstappen 028 of 128 rijstappen 2Analoog herkenning uit 0Analoog herkenning aan 4RailCom uit 0RailCom aan 8Lineaire snelheidskromme 0Alternative snelheidskromme 16Basisadressen 0Alleen voor DCC formaat:Extra adressen 32Aanwijzing: Wanneer het gebruik van extra adressen in CV 29 is geactiveerd reageert de decoder niet op opdrachten in het Motorola-format!Voorbeeld: CV 29 = 0 → Rijrichting "Standaard". 14 rijstappen. Automatische analoog herkenning = "uit". RailCom ="uit". Lineaire snelheidskromme. Basisadressen. Voorbeeld: CV 29 = 46 → Rijrichting "Standaard". 28 of 128 rijstappen in DCC modus. Automatische analoog herkenning = "aan". RailCom = "aan". Lineaire snelheidskromme. Extra adressen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Tams Elektronik LD-W-42 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Tams Elektronik
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd