Tams Elektronik Heißwolf SFR-4000 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Tams Elektronik Heißwolf SFR-4000 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Tams Elektronik Heißwolf SFR-4000 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Tams Elektronik |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | Heißwolf SFR-4000 |
Handleiding Tams Elektronik Heißwolf SFR-4000 – volledige tekst
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronikHandleiding Versie: 1.2 | Status: 07/2025Deze handleiding geldt voor software vanaf versie 1.0© Tams Elektronik GmbHAlle rechten, in het bijzonder het recht op verveelvoudiging en verspreiding, alsmede het recht op vertaling, zijn voorbehouden. Voor verveelvoudiging, reproductie en bewerking in welke vorm dan ook is schriftelijke toestemming van Tams Elektronik GmbH vereist. Technische wijzigingen voorbehouden.Afdrukken van de handleidingDe opmaak is geoptimaliseerd voor dubbelzijdig afdrukken. Het standaardpaginaformaat is DIN A5. Als u een grotere weergave wenst, raden wij u aan om op DIN A4 af te drukken. Gebruik van de termen ‘locomotief’ en ‘loc’Aangezien het aantal plaatsen op het display van de HandControl voor de rijregelaar SFR-4000 beperkt is, gebruiken we in de weergave de term ‘locomotief’ en ‘loc’ en niet de meer omvattende term ‘voertuig’.
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik7. Locprofiel instellen en bewerken. 267. 1. Tips voor het aanmaken van een locprofiel. 287. 2. Loc-database bewerken. 308. Achtergrondinformatie. 338. 1. Analoge motorbesturing. 338. 2. Instelmogelijkheden bij de SFR-4000. 358. 2. 1. Zuivere gelijkspanning. 368. 2. 2. Zuivere impulsstroom (‘PWM’). 368. 2. 3. SFR speciaal. 379. Checklist voor het opsporen en verhelpen van storingen. 399. 1. Overtemperatuur. 399. 2. Overstroom. 399. 3. Onderbroken stroomtoevoer. 409. 4. Geen regeling van de uitgangsspanning. 409. 5. Weergave van betekenisloze tekens op het HandControl display. 409. 6. Foutmeldingen van de PowerUnit. 419. 7. Servicemenu. 429. 8. Technische hotline. 449. 9. Reparaties. 4410. Technische gegevens. 4510. 1. Milieu. 4510. 2. PowerUnit. 4510. 3. HandControl. 4611. Garantie, EU-conformiteit & WEEE. 4711. 1. Garantieverklaring. 4711. 2.
!Heißwolf@tams elektronik SFR-40001. Starten1.1. Inhoud van de verpakking PowerUnit voor rijregelaar SFR-4000 (vermogensdeel) HandControl voor rijregelaar SFR-4000 (handbedieningsdeel) Aansluitkabel met RJ12-stekkers (Western-kabel), uitvoering 6P6C, lengte: ca. 3,00 m Insteekbare aansluitklem 6-polig, rastermaat 3,5 mm Socketstrip, 5-polig, rastermaat 2,5 mm1.2. AccessoiresStroomvoorzieningAls stroomvoorziening voor de rijregelaar en de aangesloten rails heeft u een wisselstroomtransformator nodig met een uitgangsspanning van 16 - 18 V en een uitgangsstroom van minimaal 2,6 A, bijv. veiligheidstransformator 50 VA / 16 V / 3,125 A, artikelnr. 70-09030-01 ofspeeltransformator 52 VA / 12/18 V/ 2,9 A, artikelnr. 70-09021-01 of een gelijkstroomvoeding met een uitgangsspanning van 22 - 24 V en een uitgangsstroom van minimaal 2,6 A.
Aparte voeding voor elke PowerUnit!Gebruik voor elke PowerUnit een eigen transformator of een eigen voeding. Als meerdere PowerUnits samen op één voeding worden aangesloten, kunnen gevaarlijke kruisstromen ontstaan. Deze kunnen gezondheidsrisico's opleveren of tot onherstelbare schade aan de aangesloten apparaten leiden. AansluitkabelsVoor het aansluiten van de PowerUnit op de voeding en de rails wordt het gebruik van litzen aanbevolen. Litzen bestaan uit meerdere dunne afzonderlijke draden en zijn daardoor flexibeler dan stijve draden met dezelfde koperdikte. Aanbevolen doorsneden: Aansluitingen op de stroomvoorziening: > 0,75 mm² Aansluitingen op de rails: > 0,75 mm² Aansluitingen op Sync: > 0,05 mm²Accessoires Houder voor HandControl, artikelnummers 40-01198 of 40-01199 Westernkabel (RJ12) uitvoering 6P6C in verschillende lengtes.
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronikOptiemodules Om de functionaliteit van de rijregelaar SFR-4000 uit te breiden, zijn optiemodules in voorbereiding. Opmerking: optiemodules die verkrijgbaar waren voor de voorgaande versie SFR-2000 zijn niet geschikt voor gebruik met de rijregelaar SFR-4000. 1. 3. Beoogd gebruikDe rijregelaar SFR-4000 is bedoeld voor het besturen van analoge gelijkstroommodeltreinen volgens de aanwijzingen in de handleiding. Elk ander gebruik is niet in overeenstemming met de bestemming en leidt tot het vervallen van de garantie. Bij het gebruik behoren ook het lezen, begrijpen en opvolgen van alle delen van de handleiding. De rijregelaar is niet bedoeld om door kinderen jonger dan 14 jaar te worden aangesloten en gebruikt. 1. 4. VeiligheidsinstructiesOnjuist gebruik en het niet opvolgen van de instructies kunnen tot onvoorspelbare gevaren leiden.
Voorkom deze gevaren door de volgende maatregelen te nemen: Gebruik de rijregelaar alleen in gesloten, schone en droge ruimtes. Vermijd vocht en spatwater in de omgeving. Wacht na condensvorming twee uur voordat u het apparaat in gebruik neemt, zodat het kan acclimatiseren. Koppel de PowerUnit los van de stroomvoorziening voordat u bedradingswerkzaamheden uitvoert. Zorg bij het maken van elektrische verbindingen voor een voldoende grote kabeldoorsnede. Voorzie de PowerUnit alleen van laagspanning volgens de specificaties in de technische gegevens. Gebruik hiervoor uitsluitend geteste en goedgekeurde transformatoren of voedingen. Steek de stekker van de voeding/transformator alleen in een correct geïnstalleerd en beveiligd stopcontact. Het warm worden van de PowerUnit tijdens het gebruik is normaal en ongevaarlijk.
Zorg ervoor dat er zich geen kabels, kunststof onderdelen of licht ontvlambare voorwerpen in de directe omgeving van het koellichaam bevinden. Houd een afstand van minimaal 20 cm tussen de zijvlakken en de bovenzijde tot omringende oppervlakken om een onbelemmerde luchtcirculatie mogelijk te maken en de PowerUnit tegen oververhitting te beschermen. Stel de apparaten niet bloot aan hoge omgevingstemperaturen of direct zonlicht. Neem de gegevens over de maximale bedrijfstemperatuur in de technische gegevens in acht. Controleer regelmatig de bedrijfsveiligheid van de apparaten, bijvoorbeeld op beschadigingen aan de aansluitkabels of aan de behuizing. Als u schade constateert of storingen optreden, schakel dan onmiddellijk de voedingsspanning uit. Stuur de rijregelaar op voor controle. 1. 5. OnderhoudGebruik geen schoonmaakmiddelen om de apparaten te reinigen.
Heißwolf@tams elektronik SFR-40002. Uw rijregelaar SFR-4000Met de rijregelaar SFR-4000 worden motorvoertuigen op analoge gelijkstroombanen (in deze handleiding ‘locomotieven’ of ‘locs’ genoemd) aangestuurd. De rijregelaar bestaat uit het vermogensdeel ‘PowerUnit’ en de handbediening ‘HandControl’. Beide apparaten worden via een in de handel verkrijgbare westernkabel met elkaar verbonden. De PowerUnit van de SFR-4000 kan aan de spooruitgangen een spanning van maximaal 14 V en een stroom van 1,5 A leveren. Hij is daarmee geschikt voor gebruik met modelspoorbanen van de schaalgrootte Z tot 0e. De HandControl wordt gebruikt als invoerapparaat bij de configuratie van de rijregelaar en bij het aanmaken van de rijprofielen. Tijdens het gebruik dient deze als besturingsapparaat. De draaiknop maakt een traploze en gevoelige regeling mogelijk.
Op het display wordt naar keuze de ingestelde rijspanning (in stappen van 0,1 V) of de ingestelde rijstap (1. 128) weergegeven. De rijstap 128 komt daarbij overeen met de in het profiel ingestelde hoogste rijspanning. 2. 1. Rijprofielen250 profielen voor de aansturing van locomotievenVoor de aansturing van de locomotieven kunnen tot 250 verschillende profielen worden gedefinieerd en opgeslagen. Afhankelijk van de instelling worden de locomotieven aangestuurd met een zuivere gelijkspanning met een aan de motor individueel aangepaste impulsbreedtemodulatie (PWM) met een overlapping van PWM en pure gelijkspanningHiermee is de SFR-4000 geschikt voor het aansturen van zowel standaard gelijkstroommotoren als klokanker-motoren. Aansturing van locomotieven met digitale decoders is mogelijk, mits de decoder geschikt is voor analoog gebruik.
In principe is het raadzaam om bij modellen die permanent met de SFR-4000 worden aangestuurd, de decoder te verwijderen om optimale rijeigenschappen te bereiken. Door de profielen individueel aan te passen aan de motor worden de rijeigenschappen van de locomotief geoptimaliseerd.
Door een passende configuratie van het locprofiel zijn een schokvrij starten, een hoge trekkracht ook bij lage snelheden en een gelijkmatige acceleratie tot de individueel ingestelde maximumsnelheid mogelijk. Instelling van de profielen Om de profielen aan te passen aan de eigenschappen van de motoren zijn de volgende instellingen mogelijk: Maximale spanning: hiermee wordt de maximumsnelheid bepaald en wordt de rijspanning beperkt tot de voor de locomotiefmotor toegestane waarde. Minimale spanning: hiermee wordt de voor de locomotief benodigde aanloopspanning ingesteld, zodat de locomotief zonder vertraging wegrijdt. Spanningshoogte van de impulsen: De impuls-spanning beïnvloedt vooral het startgedrag en zorgt ervoor dat het losbreekmoment wordt overwonnen.
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik Acceleratie- en remtijd: Bij het accelereren en remmen volgt de uitgangsspanning met vertraging op de regelaarstand. Locnaam: Naast het nummer van het locprofiel kan een naam worden ingevoerd. 2. 2. Geregelde uitgangsspanningAan de spooruitgang van de SFR-4000 ligt een geregelde uitgangsspanning, die ook onder belasting slechts minimaal inzakt. De locomotieven worden dus continu aangestuurd met een (vrijwel) constante spanning. Ze rijden daarom ook op hellingen of afdalingen gelijkmatiger dan locomotieven die worden aangestuurd met een analoge rijregelaar met ongeregelde (lastafhankelijke) uitgangsspanning. Uitweiding: lastregelingEen lastregeling zorgt ervoor dat locomotieven, ongeacht de huidige belasting (door aangekoppelde wagons, op hellingen of in bochten), bij een constante instelling met een constante snelheid rijden.
De lastregeling kan echter alleen bedrijfszeker worden gerealiseerd als de regeling zich in de directe omgeving van de motor bevindt, zoals het geval is bij locdecoders in digitaal bedrijf. In analoog bedrijf is het plaatsen van een lastregeling in de buurt van de locomotiefmotor om systeemtechnische redenen niet mogelijk. De regelkring voor het aanpassen van het motortoerental zou door storende neveneffecten (bekabeling, andere voertuigen, spoorbezettingsmelders enz. ) worden verstoord en daarmee onbruikbaar worden. De rijregelaar SFR-4000 stuurt de locomotieven daarom zonder lastregeling aan. 2. 3.
In dit geval gaat een LED op de PowerUnit branden en verschijnt er een overeenkomstige melding op het display van de HandControls. Overstroombeveiliging: zodra een overbelasting of kortsluiting op de modelbaan wordt gedetecteerd, schakelt de PowerUnit automatisch uit. De overstroombeveiliging wordt aangegeven door LED's op de PowerUnit en een overeenkomstige melding op het display van de HandControl. De reactietijd tot het uitschakelen kan worden ingesteld. Bij een juiste instelling wordt zo ervoor gezorgd dat bedrading, rails en assen, met name bij gebruik van de besturing met kleine spoorbreedtes thermisch niet overbelast en daardoor beschadigd raken. Noodstop-toets: De PowerUnit heeft een speciale ingang waarop indien nodig een toets kan worden aangesloten. Zodra de toets wordt ingedrukt, stelt de rijregelaar de uitgangsspanning in op 0 V en activeert de kortsluitrem.
Deze zorgt ervoor dat de loc zonder remvertraging tot stilstand komt. De kortsluitrem wordt opgeheven zodra de toets weer wordt losgelaten. De uitgangsspanning blijft ingesteld op 0 V. De activering van de noodstop-toets wordt aangegeven door LED's op de PowerUnit en een overeenkomstige weergave op het display van de HandControl. 8 | Uw rijregelaar SFR-4000.
Heißwolf@tams elektronik SFR-40002.4. Twee spoorverbindingenDe PowerUnit heeft twee spoorverbindingen die verschillend worden geschakeld.De polariteit van de twee rails op de normale spoorverbinding is variabel en hangt af van de ingestelde rijrichting. Door de rijrichting om te schakelen, wordt de polariteit omgewisseld. De polariteit van de twee rails op de speciale spooraansluiting ‒ + is vast toegewezen en dus onafhankelijk van de ingestelde rijrichting. Het omschakelen van de rijrichting heeft geen invloed op de polariteit van de rails.Toepassingsvoorbeeld: keerlusDe twee spoorverbindingen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om het kortsluitingvrij in- en uitrijden in een keerlus te realiseren.
Hiervoor worden de rails van het hoofdspoor op de normale spoorverbinding aangesloten en de rails binnen de keerlus op de speciale spoorverbinding.De keerlus moet altijd in dezelfde richting worden doorreden (hier met de klok mee). Voordat de locomotief de keerlus verlaat, moeten de rijrichting (en daarmee de polariteit van het normale spoor) en vervolgens de wissel worden omgezet. Het is aan te raden om de locomotief voor het verlaten van de keerlus tot stilstand te brengen en pas te laten vertrekken als de rijrichting en de wissel correct zijn ingesteld. Uw rijregelaar SFR-4000 | 9
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik2.5. Aansturing van een modelbaan met meerdere rijregelaarsEr kunnen maximaal 8 rijregelaars (1 master en 7 slaves) in een modelbaan met meerdere stroomcircuits worden gebruikt. In de systeeminstellingen (→ paragraaf 5. Configuratie vande systeeminstellingen) wordt aan de betrokken PowerUnits hun functie als ‘master’ of ‘slave’ toegewezen. De als ‘slave’ gedefinieerde PowerUnits nemen bij de eerste inschakeling automatisch de rijprofielen over uit de locdatabase van de PowerUnit die als ‘master’ fungeert.Om een soepele werking met meerdere rijregelaars over de grenzen van de stroomcircuits heen mogelijk te maken, zijn de PowerUnits voor rijregelaars SFR-4000 standaard voorzien van een synchronisatiemodule. Zonder synchronisatie zouden bij het overschrijden van een stroomcircuitgrens de impulsen van de niet-gesynchroniseerde rijregelaars elkaar overlappen.
Dit zou kunnen leiden tot een sterke versnelling van de loc bij het overschrijden van de grens.2.6. Uitbreiding van de functionaliteitDe rijregelaar SFR-4000 heeft een speciale sleuf voor een optiemodule. Optiemodules zijn momenteel in voorbereiding. (Stand: januari 2025)Opmerking: optiemodules die verkrijgbaar waren voor de voorgaande versie SFR-2000 zijn niet geschikt voor gebruik met de rijregelaar SFR-4000.10 | Uw rijregelaar SFR-4000
!!!Heißwolf@tams elektronik SFR-40003. Montage en aansluitingen3.1. Plaatsing van de PowerUnitDe behuizing van de PowerUnit heeft 4 gaten voor bevestigingsschroeven. Het wordt aanbevolen om de PowerUnit op de plaats waar hij komt te staan vast te schroeven. Zo wordt voorkomen dat het apparaat tijdens het gebruik per ongeluk van zijn plaats wordt getrokken, bijvoorbeeld door aan de aansluitkabel van de HandControl te trekken.Voorkom warmteophoping!Kies de plaats voor de montage van de PowerUnit zodanig dat de lucht vrij langs het koellichaam aan de bovenzijde kan circuleren en er geen warmteophoping ontstaat.Bij overschrijding van een temperatuur van ca. 50 °C op het koellichaam resp. 80 °C op de processor schakelt de geïntegreerde overtemperatuurbeveiliging de PowerUnit automatisch uit.
Als dit herhaaldelijk gebeurt, is de luchtcirculatie niet gewaarborgd.Warmteontwikkeling!Het koellichaam aan de bovenzijde van de behuizing van de PowerUnit kan tot 50 °C warm worden. Dit is niet schadelijk voor de PowerUnit. Zorg er echter voor dat geen kabels of andere warmtegevoelige of licht ontvlambare voorwerpen in contact komen met het koellichaam.3.2. VoedingAls voeding voor de rijregelaar en de aangesloten rails heeft u nodig een wisselstroomtransformator met een uitgangsspanning van 16 – 18 V en een uitgangsstroom van minimaal 2,6 A of een gelijkstroomvoeding met een uitgangsspanning van 22 – 24 V en een uitgangsstroom van minimaal 2,6 A. Aparte voeding voor elke PowerUnit!Gebruik voor elke PowerUnit een eigen transformator of een eigen netvoeding. Als meerdere PowerUnits samen op één voeding worden aangesloten, kunnen er gevaarlijke kortsluitstromen ontstaan.
!SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik3.3. Aansluiting van de rails en de spanningsvoorziening De PowerUnit is uitgerust met een 6-polige bus, waarin een aansluitklem (meegeleverd) wordt gestoken. Steek de aansluitkabels voor de rails en de spanningsvoorziening in de klem en schroef deze vast (zoals bij een lusterklem). De insteekbare aansluitklem is geschikt voor gebruik met aders met een doorsnede tot 1,0 mm².
Aanbevolen minimale doorsneden van de aansluitkabels: Voeding: > 0,75 mm² Rails: > 0,75 mm² ‒ + Speciale spoorverbinding:vaste polarisatie van de rails, onafhankelijk van de ingestelde rijrichtingAC/DC Transformator (16 – 18 V AC) of voeding (22 – 24 V DC)De polariteit van de ingangsspanning is niet van belang. Normale spoorverbinding:variabele polariteit van de rails afhankelijk van de ingestelde rijrichting Aansluitingen voor rails en spanningsvoorziening niet verwisselen!Let erop dat u de aansluitingen voor de rails en de spanningsvoorziening niet verwisselt. In het ergste geval kan de rijregelaar dan bij de inbedrijfstelling (eventueel onherstelbaar) beschadigd raken. 12 | Montage en aansluitingen
Heißwolf@tams elektronik SFR-4000Gebruik van de twee spooraansluitingen | Voorbeeld keerlusIn het voorbeeld worden de twee spooraansluitingen gebruikt om het kortstondig in- en uitrijden van een keerlus te realiseren.De hoofdlijn is aangesloten op de normale spooraansluiting . De polariteit van de twee rails hangt af van de ingestelde rijrichting. De rails binnen de keerlus zijn aangesloten op de speciale spooraansluiting ‒ + . De polariteit is vast toegewezen aan de rails en verandert niet bij een verandering van de rijrichting. Voorwaarden voor het kortingsvrij in- en uitrijden van de keerlus: De keerlus wordt altijd in dezelfde richting doorreden (in het voorbeeld met de klok mee). Voordat de locomotief de keerlus verlaat, moeten de rijrichting (en daarmee de polariteit van het normale traject) en vervolgens de wissel worden omgeschakeld.
Het is raadzaam om de locomotief voor het verlaten van de keerlus tot stilstand te brengen en pas dan het verlaten toe te staan wanneer de rijrichting en de wissel correct zijn ingesteld .Montage en aansluitingen | 13
!SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik3.4. Aansluiting van de HandControlDe HandControl wordt via een in de handel verkrijgbare westernkabel met RJ12-stekkers aan beide zijden aangesloten op de aansluiting ‘HandControl’ van de PowerUnit. Gebruik hiervoor de meegeleverde westernkabel of een andere in de handel verkrijgbare westernkabel met RJ12-stekkers en specificatie 6P6C (d.w.z. 6-polig en 6-polig bezet).Steek de aansluitkabel zo in de PowerUnit en de HandControl dat de vergrendelingslipje bij beide apparaten naar boven wijst. U kunt de kabel van de HandControl naar de PowerUnit ook tijdens het gebruik in- of uitpluggen. Als de HandControl wordt losgekoppeld, blijft de spanning op de spooruitgang op de ingestelde waarde. In dat geval knippert het groene LED-lampje op de PowerUnit.
VergrendelingslipjeHet kleine vergrendelingslipje voorkomt dat de kabel per ongeluk uit de aansluiting kan worden getrokken. Steek de aansluitkabel zo in de PowerUnit en de HandControl dat het vergrendelingslipje bij beide apparaten naar boven wijst. Niet met geweld uittrekken!Om de borglip te ontgrendelen, moet u deze volledig tegen de stekker drukken. Trek de aansluitkabel nooit met geweld uit de bus als u weerstand voelt! Hierdoor beschadigt u de aansluitingen van uw PowerUnit en uw HandControl.Gebruik van handbedieningen voor andere SFR-versies Handbedieningen die zijn ontwikkeld voor andere versies van de SFR-rijregelaar van Heißwolf (bijv. SFR-1500 en SFR-2000) kunnen niet worden gebruikt met de SFR-4000-PowerUnit.14 | Montage en aansluitingen
!Heißwolf@tams elektronik SFR-4000Verlenging van de kabelsIn plaats van de meegeleverde aansluitkabel kunt u ook kortere of langere westernkabels (specificatie 6P6C) gebruiken als verbinding tussen de PowerUnit en de HandControl. Houd er rekening mee dat langere kabels onhandig zijn en struikelgevaar opleveren. Tip: installeer Y-verdelers voor westernkabels op de punten van de modelbaan waar u de HandControl wilt gebruiken. Bevestig de aansluitkabels tussen de PowerUnit en de Y-verdeler(s) stevig aan de modelbaan. U kunt dan de HandControl via een korte kabel op een Y-verdeler aansluiten. Het is toegestaan om de HandControl tijdens het gebruik los te koppelen van een verdeler en aan te sluiten op een andere verdeler.Gebruik van meerdere HandControls Niet meer dan één HandControl per PowerUnit!Er mag slechts één HandControl op een PowerUnit worden aangesloten.
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik3. 5. Aansluiting van een noodstop-toetsDe aansluiting van een noodstop-toets is optioneel. Gebruik een toets met contact ‘1 x maakcontact’ als noodstop-toets. Als er een toets op de speciale ingang van de SFR-4000 is aangesloten, kan deze worden gebruikt om indien nodig de uitgangsspanning onmiddellijk tot 0 V te verlagen en de kortsluitingsrem te activeren. Hierdoor komt de locomotief zonder remvertraging tot stilstand. De kortsluitingsrem wordt opgeheven zodra de toets weer wordt losgelaten. De uitgangsspanning blijft ingesteld op 0 V. Sluit de noodstop-toets aan op de twee linker pinnen ‘STOP’ en ‘GND’ van de aansluiting ‘Sync’ van de PowerUnit. Gebruik hiervoor de socketstrip die bij de levering is meegeleverd. Opmerking: Toetsen zijn niet gepolariseerd. De toewijzing van de twee aansluitingen van de toets aan de aansluitingen is daarom willekeurig.
Aparte noodstop-toets voor elke rijregelaar. U mag de aansluitingen van de noodstoptoetsen van meerdere rijregelaars niet met elkaar verbinden om ze gezamenlijk te schakelen. In dat geval kunnen de aangesloten apparaten (mogelijk onherstelbaar) beschadigd raken. 3. 6. Aansluiting van extra PowerUnitsU kunt maximaal 8 SFR-4000 rijregelaars in een modelbaan met een overeenkomstig aantal stroomcircuits gebruiken. Synchronisatie van de PowerUnitsDe Power-Unit van de rijregelaar SFR-4000 bevat standaard een Synchronisatiemodule. Hiermee wordt de Synchronisatie van meerdere PowerUnits en daarmee een storingsvrij passeren van de scheidingspunten tussen de stroomcircuits mogelijk gemaakt. Om de Synchronisatie van de PowerUnits te bereiken, moet u bovendien: Een apparaat als ‘Master’ selecteren. Op dit apparaat kunt u maximaal 7 extra PowerUnits (‘slaves’) aansluiten.
!!!Heißwolf@tams elektronik SFR-4000Scheidingspunten zorgvuldig uitvoeren!Het is aan te raden om op de scheidingspunten tussen de stroomcircuits beide rails te scheiden. In principe is het voldoende om één rail te scheiden. In dit geval moet u er echter op letten dat u altijd de rails met identieke polariteit scheidt. AansluitingenMaster Slave(s) Let op:De aansluitingen IN- en IN+ van alle slaves moeten worden verbonden met de aansluitingen GND en OUT van de PowerUnit die als master moet fungeren.GND IN-OUT IN+Aparte voeding voor elke PowerUnit!Gebruik voor elke PowerUnit een eigen transformator of een eigen voeding. Als meerdere PowerUnits samen op één voeding worden aangesloten, kunnen gevaarlijke kruisstromen ontstaan. Deze kunnen gezondheidsrisico's opleveren of leiden tot onherstelbare schade aan de aangesloten apparaten. Montage en aansluitingen | 17
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik4. Bedieningselementen van de HandControlDisplay met tekstweergave van het geselecteerde locprofiel van de ingestelde rijspanning of de ingestelde rijstap tijdens het gebruik van de ingestelde waarden bij het instellen van een locprofiel en de systeem-configuratieDraaiknop voor het selecteren van een locprofiel het instellen van de rijspanning of de rijstap het instellen van de rijrichting het navigeren in het menu het instellen van de waarden voor het systeem of een profiel Cijfertoetsen 0 tot 9voor het invoeren van numerieke waarden, bijv. instellen van de rijspanning invoeren van de helderheid van het display in de systeeminstellingen invoeren van de overstroomtijd en van namen bij het instellen van een locprofielGebruik in de rijmodusGebruik bij systeemconfiguratie en profielinstellingenLocprofiel selecteren Terug naar de rijmodus.
Als alternatief voor het gebruik van de draaiknop:Voor het instellen van numerieke waarden.Systeeminstellingen: weergeven op het displayMenu HandControl XYZ xx%Menu-item selecteren.Door aan de draaiknop te draaien, gaat u naar een ander menu-item.Menu HandControl XYZ xx%Menu-item wordt bewerkt.Door aan de draaiknop te draaien, kunt u de instellingen wijzigen.Configuratie van de systeeminstellingen | 19
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronikSysteeminstellingen: menuopties (deel 1)Weergave op het displayInstellings-mogelijkhedenEffectenMenu HandControl Helderheid xx%0 % … De achtergrondverlichting van het display is uitgeschakeld.…. 100 % Maximale helderheid van de achtergrondverlichting van het display.Menu HandControl Regelaarmodus DC-modusDC-modus De rijrichting wordt bepaald door de draairichting van de draaiknop.Links: achteruit | Rechts: vooruitBij het bereiken van 0 wordt de richting pas gewijzigd na een korte onderbreking van het draaien aan de knop.AC-modus De rijrichting wordt bepaald door op de draaiknop te drukken.
De rijstap wordt verhoogd door naar rechts te draaien, ongeacht de rijrichting.Menu HandControl Display-waarde RijspanningRijstap Ongeacht de ingestelde maximale spanning voor het locprofiel worden voor de rijstappen de waarden 1...128 weergegeven.Rijspanning De rijspanningen worden weergegeven van 0,0 V tot de ingestelde maximale spanning.Menu HandControl Display-modus Soll-waardeSoll-waarde De waarde van de rijstap of rijspanning weergegeven die de loc moet bereiken na het accelereren/remmen. Ist-waarde De waarde van de rijstap of rijspanning die de loc momenteel heeft, wordt weergegeven.Menu PowerUnit Bedrijfsmodus SeparatSeparat Er wordt slechts één PowerUnit op de modelbaan gebruikt.Hoofdcircuit (bij gebruik met meerdere SFR-4000) De toegewezen Power Unit is de master.Nevencircuit (bij gebruik met meerdere SFR-4000)De toegewezen Power Unit is de slave.
Deze ontvangt het signaal van de master en neemt bij het opstarten de gegevens uit de locdatabase van de master over.20 | Configuratie van de systeeminstellingen
Heißwolf@tams elektronik SFR-4000Systeeminstellingen: menuopties (deel 2)Weergave op het displayInstellingsmogelijkheden / EffectenMenu PowerUnit Overstroomtijd 1. 0sWaardebereik: 0,2. 10,0 sStel met de draaiknop de reactietijd in, d. w. z. de tijd tussen het detecteren van de overstroom en het uitschakelen van de uitgangsspanning. Stel deze waarde zo in dat bij overbelasting of kortsluiting (waarbij er door de constructie maximaal 2,2 A kan vloeien) de bekabeling, rails en locomotieven niet door overmatige opwarming kunnen worden beschadigd. De standaardinstelling is 1,0 s. Houd er rekening mee dat de overstroomdetectie bij de uitgangsspanningen ‘Impulsen’ en ‘SFRspeciaal’ pas actief is vanaf een impulsduur van 1,0 ms.
Dit betekent dat in geval van kortsluiting (afhankelijk van de impulsfrequentie) een gemiddelde stroom van maximaal 0,22 A kan vloeien, die niet in aanmerking wordt genomen bij de overstroomdetectie en overstroomuitschakeling. → Paragraaf 8. 2. Instelmogelijkheden bij de SFR-4000Menu HandControl Naam HandContr -----------------------Stel met de draaiknop de gewenste letter in. Door op de draaiknop te drukken, wordt de letter overgenomen en springt de weergave naar de volgende positie. Menu HandControl Naam PowerUnit -----------------------Stel met de draaiknop de gewenste letter in. Door op de draaiknop te drukken, wordt de letter overgenomen en springt de weergave naar de volgende positie. InfoPU 1. 0 I 38°CHC 1.
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik6. Rijmodus6.1. Profiel selecteren Om naar de selectie van een locprofiel te gaan.Loc selecteren Nr001 EMMADraai aan de draaiknop om het nummer van het profiel te selecteren. Instelbereik: 1...250.Als u een naam voor het profiel hebt ingevoerd, wordt deze ook weergegeven (bijv. EMMA). 1 2 3 ... 0 . Als alternatief voor het gebruik van de draaiknop kunt u het nummer van het locprofiel invoeren met de cijfertoetsen. Let op: het nummer van het locprofiel moet uit 3 cijfers bestaan.Druk op de draaiknop of Ingesteld locprofiel selecteren. Esc Invoer annuleren en selectie verwijderen.6.2.
Fabrieksinstellingen voor profielenVoor alle 250 profielen zijn de volgende fabrieksinstellingen opgeslagen, die u voor een eerste proefrit kunt gebruiken:Maximale spanning 12 VMinimale spanning (= aanloopspanning) 0 VImpulsspanning (= spanningshoogte van de impulsen) 0 VStartfrequentie (= minimale frequentie van de impulsen bij het starten)50 HzEindfrequentie (= maximale frequentie van de impulsen) 60 HzAcceleratietijd 1 sRemtijd 1 sNaam loc (= naam van de loc) Profiel 1: -Lok001-Profiel 2: -Lok002- ….Profiel 250: -Lok250- 22 | Rijmodus
Heißwolf@tams elektronik SFR-40006. 3. RijdenRijrichting instellenStel de rijrichting in, in de DC-modus door de draaiknop in de gewenste richting te draaien in de AC-modus door op de draaiknop te drukken. De ingestelde rijrichting wordt aangegeven door een pijl op het display. Rijspanning / rijstap instellenMet de draaiknop stelt u nu de gewenste rijspanning in. De keuze is beperkt tot de waarde die u als maximale spanning voor dit locnummer hebt opgeslagen. In de onderste regel wordt in de leveringstoestand de actuele uitgangsspanning weergegeven. U kunt in plaats daarvan de soll-waarde van de uitgangsspanning weergeven die op de draaiknop is ingesteld. → Paragraaf 5. Configuratie van de systeeminstellingenIn de onderste regel van het display worden de actuele en gewenste snelheid weergegeven als balken.
Bovenste balk: soll-waarde Onderste balk: ist-waarde De lengte van de twee balken verschilt van elkaar totdat de werkelijke snelheid na het accelereren of remmen de op de draaiknop ingestelde waarde (gewenste snelheid) heeft bereikt. 6. 4. Synchronisatie van meerdere PowerUnitsAls u meer dan één Rijregelaar SFR-4000 op een modelbaan gebruikt, kunt u uw locomotief met een HandControl over stroomcirkelgrenzen heen volgen. VoorwaardenOm meerdere PowerUnits te Synchroniseren, moet u de PowerUnits aansluiten zoals beschreven in paragraaf 3. 6 en één PowerUnit als ‘Master’ en de andere PowerUnit(s) als ‘Slaves’ configureren. Voor de ‘master’ moet in de systeeminstellingen de bedrijfsmodus ‘Hoofdcircuit’ worden ingesteld, voor de ‘slaves’ de bedrijfsmodus ‘Nevencircuit’. Bij het eerste inschakelen nemen alle ‘slaves’ de profielen over uit de locdatabase van de ‘master’. → Paragraaf 3. 6.
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronikSluit niet meerdere HandControls aan op één PowerUnit. Als u voor de aansluiting van de HandControls Y-verdelers op uw modelbaan hebt gemonteerd, moet u erop letten dat u niet per ongeluk meerdere HandControls op één PowerUnit aansluit. In het ergste geval kunnen HandControl(s) en PowerUnit beschadigd raken. → Paragraaf 3. 4. Aansluiting van de HandControlWerkwijzeStel de rij-informatie identiek in voordat u de grens overschrijdt. Om te voorkomen dat de locomotief bij het overschrijden van de grens tussen de stroomcircuits verschillende rij-informatie ontvangt en daardoor bijvoorbeeld abrupt van snelheid verandert, moet u de rij-informatie op beide betrokken PowerUnits identiek instellen voordat u de grens overschrijdt.
Voorbeeld 1: Locomotief rijdt zonder te stoppen over de stroomcircuitgrens Tijdig voor het verlaten van het eerste stroomcircuit: Toets kort indrukken. Hiermee slaat u de actuele rij-informatie op in de HandControl. De spanning aan de spooruitgang van de eerste PowerUnit blijft op de ingestelde waarde. HandControl loskoppelen van de eerste PowerUnit. De locomotief rijdt verder met de ingestelde rij-informatie. Voordat de loc het tweede stroomcircuit binnenrijdt: HandControl met de tweede PowerUnit verbinden en de toets minstens 2 seconden indrukken. Hiermee worden de opgeslagen rij-informatie naar de tweede PowerUnit overgedragen. De loc kan nu zonder storingen de grens tussen de stroomcircuits passeren, omdat voor beide stroomcircuits identieke rij-informatie is ingesteld.
Hiermee worden de opgeslagen rij-informatie naar de tweede PowerUnit overgedragen. Gewenste rijspanning / rijstap instellen en nogmaals de toets minstens 2 seconden indrukken. Hiermee worden de gewijzigde rij-informatie naar de tweede PowerUnit overgedragen. HandControl weer op de eerste PowerUnit aansluiten. De loc rijdt zonder storingen met de ingestelde rijspanning / rijstap over de stroomcirkelgrens, omdat voor beide stroomcirkels identieke rij-informatie wordt verzonden. 24 | Rijmodus.
Heißwolf@tams elektronik SFR-40006.5. Foutmeldingen op het display van de HandControlNr001 Emma ImaxDe overstroombeveiliging is geactiveerd en de uitgangsspanning is uitgeschakeld. Opmerking: De reactietijd is instelbaar. → Paragraaf 5. Configuratie van de systeeminstellingenNr001 Emma TempDe toegestane temperatuur van het koellichaam (ca. 50°C) of de interne temperatuur van de processor (ca. 80°C) is overschreden. De uitgangsspanning wordt uitgeschakeld. Wacht minimaal 10 minuten voordat u de rijregelaar weer in gebruik neemt.Nr001 Emma STOPDe noodstop is geactiveerd, de uitgangsspanning is 0 V.Opmerking: Om de noodstop te kunnen activeren, moet u een noodstop-toets aansluiten. → Paragraaf 3.5. Aansluiting van een noodstop-toets6.6.
LED-indicaties van de PowerUnitLEDgroenLEDroodBetekenisNormale toestand, geen foutHandControl aangeslotennoodstop actief (uitgangsspanning = 0 V)Overstroom (overbelasting of kortsluiting)Normale toestand, geen foutHandControl niet aangeslotennoodstop actief (uitgangsspanning = 0 V)Overstroom (overbelasting of kortsluiting)Geen bedrijfsspanning aanwezigOvertemperatuurDe gele LED geeft onafhankelijk van de andere LED's een overtemperatuur uitschakeling aan. Deze gaat uit wanneer de temperatuur 5 °C onder de activeringsdrempel ligt. LegendaLED uit LED aan LED knippertRijmodus | 25
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik7. Locprofiel instellen en bewerkenIn de locdatabase zijn 250 profielen met de fabrieksinstellingen opgeslagen, die u voor uw locs kunt aanpassen. → 6.2. Fabrieksinstellingen voor profielenNavigeren in de profielinstellingenSelecteer locomotief. F Roep het Loc-menu voor de geselecteerde locomotief op.Draaiknop draaien Schakel tussen menu-items. | Wijzig instelling.Druk op de draaiknop of Selecteer het menu-item dat u wilt bewerken. Sla de instelling op en beëindig het bewerken van het menu-item. Esc Annuleer de invoer en het bewerken van het menu-item zonder de instelling op te slaan.Systeeminstellingen afsluiten en terug naar de rijmodus. 1 2 3 ... 0 . Als alternatief voor het gebruik van de draaiknop:Voor het instellen van numerieke waarden.Profielinstellingen: weergeven op het display Nr 001 instellen XYZ xxMenu-item selecteren.
Door aan de draaiknop te draaien, gaat u naar een ander menu-item.Menu HandControl XYZ xxMenu-item wordt bewerkt. Door aan de draaiknop te draaien, kunt u de instellingen wijzigen.26 | Locprofiel instellen en bewerken
Heißwolf@tams elektronik SFR-4000Profielinstellingen: menuoptiesVoor alle 250 profielen zijn fabrieksinstellingen opgeslagen die u voor een eerste proefrit kunt gebruiken. → Sectie 6.2. Fabrieksinstellingen voor profielenWeergave op het display InstellingenNr 001 instellen Max. spanning → 11.4 V ←= maximale uitgangsspanning [V] voor de geselecteerde loc Instelbereik: 2,0 ... 14,0 VNr 001 instellen Min. spanning → 0.0 V ←= Startspanning [V]Bij het starten wordt de uitgangsspanning onmiddellijk en zonder vertraging op de ingestelde waarde ingesteld. Instelbereik: 0,0 V ... ingestelde maximale spanningNr 001 instellen Imp. spanning → 0.0 V ←= Impulsspanning / spanningshoogte van de impulsen [V]Instelbereik: 0,0 V ...
ingestelde maximale spanningNr 001 instellen Start frequentie → 50Hz ←= Impulsfrequentie [Hz] (aantal impulsen per seconde) die bij het starten wordt afgegeven.De frequentie wordt bij verdere versnelling automatisch verhoogd tot de waarde van de eindfrequentie.Instelbereik: 16 Hz ... ingestelde eindfrequentieNr 001 instellen Eind frequentie → 60Hz ←= Impulsfrequentie [Hz] (aantal impulsen per seconde), die maximaal wordt afgegeven.Instelbereik: ingestelde startfrequentie ... 100 HzNr 001 instellen Versn.tijd → 1 s ←Versnellingstijd [s]= tijd (in seconden) die verstrijkt totdat de uitgangsspanning van 0 V is gestegen tot de ingestelde maximale spanning.Bij instelling ‘1 s’ volgt de uitgangsspanning de regelaarstand bij het versnellen zonder vertraging.
SFR-4000 Heißwolf@tams elektronik7. 1. Tips voor het aanmaken van een locprofielIn principe mag u de instellingen alleen wijzigen als de loc al een paar rondjes (warm) heeft gereden. Houd er rekening mee dat verschillende locmotoren zeer verschillend reageren op de aansturing met de SFR-4000, zelfs als ze van hetzelfde type zijn. Het is daarom noodzakelijk om voor elke loc een individueel profiel aan te maken en de afzonderlijke instellingen indien nodig meerdere keren aan te passen om optimale rijeigenschappen te bereiken. Achtergrondinformatie over de aansturing van gelijkstroommotoren en de mogelijkheden van de SFR-4000 → Paragraaf 8. AchtergrondinformatieWij raden u aan om bij het maken van een profiel dat optimaal is voor uw locomotief als volgt te werk te gaan: 1.
Stel de weergavewaarde in op ‘Rijspanning’Stel in de systeeminstellingen eerst de weergavewaarde in op ‘Rijspanning’ (niet op ‘Rijstap’). → Paragraaf 5. Configuratie van de systeeminstellingen2. Minimale spanning (aanloopspanning)Stel voor het locprofiel de waarde 0,0 V in voor de impuls-spanning. U hebt daarmee een zuivere gelijkspanning als uitgangsspanning ingesteld. Schakel weer terug naar de rijmodus. Draai vervolgens de draaiknop langzaam open en bepaal bij welke spanning de loc begint te rijden. Herhaal deze procedure voor de tweede rijrichting. Noteer de vastgestelde waarden. Stel de hoogste van de twee vastgestelde waarden in als minimale spanning (aanloopspanning) voor het locprofiel. 3. Maximale spanningStel na het instellen van de minimale spanning de maximale spanning in, of anders gezegd de gewenste topsnelheid voor de loc.
Opmerking: Voor het instellen van de maximale spanning is het niet van belang welke waarde voor de impuls-spanning is ingesteld. Let op de maximaal toegestane spanning van de locomotiefmotor. Controleer de technische gegevens van de locomotief voordat u de maximale spanning instelt.
Als de motor langdurig met een te hoge spanning wordt gebruikt, leidt dit tot overmatige slijtage en daarmee tot een kortere levensduur. 4. ImpulsspanningDe ingestelde impulsspanning heeft directe invloed op het startgedrag van de loc. Bij het starten moeten de mechanische vergrendelings- en losbreekmomenten in de motor en de transmissie worden overwonnen. De motor wordt daarbij net zo ver aangestuurd dat hij al draait, maar nog niet te snel. Om de juiste waarde voor de locomotief te bepalen, gaat u als volgt te werk: Bepaal de aanloopspanning zoals beschreven in punt 2. Tel 1,0 V op bij de bepaalde aanloopspanning en stel deze waarde in voor de impuls-spanning. 28 | Locprofiel instellen en bewerken.
Heißwolf@tams elektronik SFR-4000Locomotive met klokanker-motoren of digitale decodersHet aansturen van locomotieven met klokanker-motoren of digitale decoders met een te hoge impuls-spanning kan de motoren of decoders beschadigen of hun levensduur aanzienlijk verkorten. Neem daarom bij het instellen van de impuls-spanning de volgende aanwijzingen in acht. Instellingen voor locomotieven met klokanker-motorenOm de motor te ontzien, moet bij locomotieven met klokanker-motoren (Faulhaber, Maxxon, enz. ) de impuls-spanning zo laag mogelijk worden ingesteld, maar maximaal op 25% van de nominale spanning van de motor. Indien de rijeigenschappen dit toelaten, wordt het instellen van een zuivere gelijkspanning (d. w. z. hoogte van de impuls-spanning = 0,0 V) aanbevolen.
Instellingen voor locomotieven met digitale decodersLocomotieven met digitale decoders reageren zeer verschillend op de analoge aansturing met de SFR-4000 (ook al zijn ze geschikt voor analoog gebruik). In principe wordt aanbevolen om bij locomotieven die permanent met de SFR-4000 worden aangestuurd, de decoder te verwijderen om optimale rijeigenschappen in analoog gebruik te bereiken. Stel voor de aansturing van locomotieven met digitale decoders altijd een zuivere gelijkspanning in, d. w. z. voor de impuls-spanning de waarde 0,0 V. 5. Controle en correctie van de minimale spanningDoor het vastleggen van een waarde voor de impuls-spanning kan de vereiste minimale spanning veranderen. Herhaal daarom de bepaling van de minimale spanning zoals beschreven in punt 2 en stel indien nodig de nieuwe waarde voor de minimale spanning in. Wijzig de ingestelde waarde voor de impuls-spanning niet. 6.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Tams Elektronik Heißwolf SFR-4000 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Tams Elektronik
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd