Revell Pure 23921 Handleiding

Revell Drone Pure 23921

Bekijk gratis de handleiding van Revell Pure 23921 (29 pagina’s), behorend tot de categorie Drone. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Revell Pure 23921 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/29
www.revell-control.de
© 2016 Revell GmbH,
Henschelstr. 20-30, D-32257
Bünde. A subsidiary of Hobbico,
Inc. REVELL IS THE REGISTERED
TRADEMARK OF REVELL GMBH,
GERMANY. Made in China.
23921
2
SPEED
LEVEL
HEADLESS
MODE
ERSATZTEILE / REPLACING SPARE PARTS / EPIÈCES DÉTACHÉES /
RESERVEONDERDELEN / PIEZAS DE REPUESTO / PEZZI DI RICAMBIO
V 01.06
43672
Rotor Set
Rotor-Satz
4367343674
BatteryProtection rings
Akku Schutzringe

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Revell
Categorie: Drone
Model: Pure 23921

Handleiding Revell Pure 23921 – volledige tekst

23921NederlandsBELANGRIJKE KENMERKENook als er storingen optreden of de auto defect raakt.• Het product mag uitsluitend worden gerepareerd of gewijzigd met toegelaten, originele onderdelen. Het model kan anders beschadigd raken of een gevaar vormen.• Bedien het model, om risico’s te voorkomen, altijd in een positie waarvanuit u eventueel snel kunt uitwijken.Veiligheidsaanwijzingen voor vliegende modellen:• U neemt met uw vliegmachine deel aan het luchtverkeer. U bent als piloot verantwoordelijk voor uw model, u bent aansprakelijk voor uw model en voor door het gebruik ontstane schade.• Wanneer u uw vliegmachine commercieel wilt gebruiken, hebt u een opstijgvergunning nodig.• Zorg dat u voor de eerste inbedrijfs-telling vertrouwd bent met de functies van het model.• Controleer de correcte werking van het product voor elke vlucht.

• Volg de aanwijzingen van de fabrikant altijd op.• Let altijd op wind, weersomstandig-heden en eventuele hindernissen.• U moet bemande vliegtuigen altijd meteen uitwijken en onmiddellijk landen.• Vlieg niet over vreemde privéterreinen, samenscholingen van mensen, militaire objecten, ziekenhuizen, energie-centrales, gevangenissen en dergelijke.• Vlieg niet in de buurt van vliegvelden (

NederlandsNederlands4 HET MODEL OPLADENLet op: vóór het opladen en na elke vlucht moeten de accu en de motoren steeds 15 tot 30 minuten afkoelen, anders kunnen deze onderdelen beschadigd raken. Bij het laden moet steeds toezicht worden gehouden. Laad de accu steeds op op een vuurvaste ondergrond en in een brandveilige omgeving. 4A • Verwijder de accu uit het model om deze op te laden. 4B• Steek de USB-stekker van de USB-lader in een willekeurige USB-poort van een compu-ter of iets dergelijks, met een vermogen van ten minste 500 mA. • Verbind de accu dan met de stekker van het USB-laadsnoer. • Tijdens het laden brandt een led op de USB-lader. • Wanneer het laden is voltooid, gaat de led in de lader uit. Na een laadtijd van ca. 80 minuten kan het model ca. 5 – 7 minuten vliegen. Waarschuwing: De accu wordt gewoonlijk niet warm tijdens het laden.

Als de accu toch warm of zelfs heet wordt en/of er veranderingen aan het oppervlak te zien zijn, moet het laden onmiddellijk worden afgebroken. • Gebruik nooit een lader voor NiCd-/NiMH-accu’s. • Laad de accu steeds op op een vuurvaste ondergrond en in een brandveilige omgeving. • Laat de accu niet onbeheerd achter tijdens het laden. • Demonteer de contacten van de accu in geen geval en probeer ze niet aan te passen. Beschadig de cellen van de accu niet en maak ze niet open. Er bestaat ontploffingsgevaar. • Houd de LiPo-accu buiten bereik van kinderen. • Accu’s moeten ontladen zijn of de accucapaciteit moet uitgeput zijn voordat u ze weggooit. Dek vrijliggende polen af met plakband om kortsluiting te voorkomen. Onderhoud en verzorging:• Neem het model alleen af met een schone, vochtige doek.

Benodigde accu voor het model:Voeding: Nominaal vermogen: 1 x DC 3,7 V / 2 WhOplaadbare LiPo-accu (inbegrepen)Capaciteit: 520 mAhBenodigde batterijen/accu's voor de zender:Voeding: DC 6 VBatterijen: 4 x 1,5 V “AAA“(niet inbegrepen)2A Regelaar voor liftkracht en draaiing. Kort loodrecht indrukken: Headless Mode Lang loodrecht indrukken: flipfunctie2B Regelaar voor voor-/achteruit en zijwaarts vliegen. Kort, loodrecht indrukken: tweede snelheidsniveau2C Trim voor draaiing2D Trim voor voor- en achteruit2E Trim voor zijwaarts2F ON/OFF-schakelaar2G Display2H Alleen in besturingsmodus 1: trimregeling voor vooruit/achteruit2 ZENDER1 MODEL1A Rotoren1B Statusled1C Accuvak5A Schakel voordat u het model start de zender in en schuif de accu in het accuvak van het model.

5B Verbind de stekker van de accu daarna met de aansluiting in het model en zet het model op een vlakke, horizontale en stevige ondergrond. Na een korte initialisatiefase gaan de statusled‘s permanent branden en is het model klaar voor gebruik. 5C Beweeg de regelaar voor liftkracht en draaiing 2A naar linksonder en tegelijk de regelaar voor voor-/achteruit en zijwaarts vliegen 2B naar rechtsonder. Let op: wanneer beide regelaars helemaal naar beneden en naar buiten worden bewogen, worden de rotoren onmiddellijk uitgeschakeld, ook als het model in de lucht is. Beweeg de regelaar voor liftkracht en draaiing 2A helemaal naar beneden en houdt hem daar om de rotoren na de landing uit te schakelen. 5D Let op: het model wordt geleverd met een beschermring. Om deze te monteren, moeten eerst alle vier de rotoren worden verwijderd. Breng dan de beschermring van bovenaf aan en druk deze vast.

Vlieg nooit met het model zonder gemonteerde beschermring. Schakel na het vliegen eerst het model en daarna de zender uit. Koppel de accu los van het model en verwijder hem uit het model. 5 STARTVOORBEREIDING3 BATTERIJEN PLAATSEN (ZENDER)3A Schroef de afdekking los en neem hem weg. 3B Plaats 4 AAA-batterijen van 1,5 V.

NederlandsNederlandsHet model is uitgerust met een automatische assistentiefunctie voor hoogtecontrole, die het vergemakkelijkt om snel te leren het model te besturen. De assistentiefunctie is een sensor die luchtdrukverschillen per ca. 10 centimeter hoogte kan meten en de quadcop-ter aan de hand daarvan op een bepaalde hoogte houdt. Zo kunt u zich de eerste keren concentreren op het voor-/achteruit en zijwaarts vliegen. Let op: door externe invloeden kan het voorkomen dat de druk binnenin het model verandert, waardoor het model vanzelf langzaam stijgt of daalt. Dit is geen defect. In dit geval is het voldoende om kort tegen te sturen met de regelaar voor liftkracht en draaiing 2A. Opmerking: Voor een rustig vlieggedrag van het model hoeven de regelaars maar mini-maal te worden bewogen.

De richtingsindicaties hebben betrekking op de vliegrichting terwijl het model van achteren wordt gezien. Als het model naar de piloot toe vliegt, moet in de betreffende tegenovergestelde richting worden gestuurd. Schakel het model in zoals bij punt 5 en start de rotoren door de regelaars 2A en 2B naar beneden en naar buiten te drukken. 7A Beweeg de liftkracht-/draaiingsregelaar (2A) voorzichtig naar voren om op te stijgen of hoger te gaan vliegen. 7B Beweeg de regelaar voor liftkracht/draaien (2A) naar achteren om te landen of lager te gaan vliegen. 7C Beweeg de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen (2B) voorzichtig naar voren om vooruit te vliegen. 7D Trek de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen (2B) voorzichtig naar achteren om achteruit te vliegen.

7H Beweeg de liftkracht-/draaiingsregelaar (2A) naar rechts om het model rechtsom te laten draaien. 7I Als u loodrecht en kort (ca. 0,3 seconden) op regelaar 2A drukt, wordt Headless Mode 7 BESTURING 6C Als het model vanzelf snel of langzaam naar voren of naar achteren beweegt. drukt u de trimregelaar voor vooruit/achteruit vliegen (2D) een aantal maal in de tegenovergestelde richting. 6 TRIMMEN VAN DE BESTURING6B Als het model vanzelf snel of langzaam om zijn as draait. drukt u de trimknop voor draaien (2C) in de tegenovergestelde richting in. 6A Als het model vanzelf snel of langzaam naar links of rechts beweegt. drukt u de trimregelaar voor zijwaarts vliegen (2E) een aantal maal in de tegenovergestelderichting. Voor een goed vlieggedrag van het model is het noodzakelijk dat de besturing juist is getrimd.

Het afstellen van de trim is eenvoudig, maar er is wel wat geduld en gevoel voor vereist. Neem de volgende aanwijzingen in acht: Beweeg de liftkrachtregelaar voorzichtig naar boven en laat de helikopter opstijgen tot een hoogte van 0,5 à 1 meter. geactiveerd. Met de Headless Mode worden beginnende vliegers ondersteund, doordat de quadrocopter altijd in de richting vliegt waarin wordt gestuurd met de regelaar voor vooruit/achteruit en zijwaarts vliegen (2B), ongeacht de draaiing die het toestel heeft ten opzichte van de piloot. Een voorbeeld: als het model 180° gedraaid is en u het naar u toe wilt laten vliegen, moet u voor uw gevoel achteruit vliegen en links en rechts omwisselen. Als de Headless Mode is geactiveerd, is dat niet meer nodig, omdat de interne processor de stuurrichtingen steeds automatisch omrekent.

Door nogmaals op de knop 2A te drukken, wordt de Headless Mode weer gedeactiveerd. Let op: Telkens bij het inschakelen registreert het model uw oriëntatie. Dat betekent, dat u zich vervolgens bij het sturen niet mag draaien, omdat u dan in een andere stand komt ten opzichte van het model.

Als u van positie bent veranderd en de Headless Mode toch wilt gebruiken – of als de stuurrichting niet meer klopt door een botsing – moet het model opnieuw worden opgestart. ACCUTOESTAND:• Wanneer de aandrijving van het model minder krachtig begint te worden, is de accu bijna leeg. Land op tijd om te voorkomen dat het model neerstort. 7J Als u loodrecht en lang (ca. 2 seconden) op regelaar 2A drukt, wordt de flipfunctie geac-tiveerd. Bij de volgende beweging van stuurregelaar 2B maakt het model een flip van 360° in de overeenkomstige richting. Zorg er hierbij voor dat het model op een veiligheidshoogte van ongeveer 2 meter vliegt en een voldoende opgeladen accu heeft. 7K Als u loodrecht, kort op regelaar 2B drukt, wordt het tweede snelheidsniveau geac-tiveerd. De zender piept tweemaal kort als bevestiging.

Als u nogmaals op de knop drukt, wordt teruggeschakeld naar het eerste snelheidsniveau. • Zet het model altijd op een vlakke ondergrond. Een schuin vlak kan het startgedrag van het model onder bepaalde omstandigheden negatief beïnvloeden. • Beweeg de regelaars altijd langzaam en met gevoel. • Houd het model altijd in het oog, kijk niet naar de zender. • Beweeg de liftkrachtregelaar weer een beetje naar beneden zodra het model loskomt van de grond. Pas de liftkrachtregelaar aan om de vlieghoogte te handhaven. • Beweeg de liftkrachtregelaar iets naar boven als het model teveel daalt. • Beweeg de liftkrachtregelaar weer iets naar beneden als het model teveel stijgt. • Het is vaak al genoeg om de richtingsregelaar een heel klein beetje in de gewenste richting te tikken om een bocht te maken.

De eerste keren dat met het model wordt gevlogen, heeft men meestal de neiging de regelaars te heftig te bedienen. Beweeg de regelaars altijd langzaam en voorzichtig, in geen geval snel en schokkerig. • Beginners kunnen na het afstellen van de trim het best eerst de beheersing van de liftkrachtregelaar oefenen.

Het model hoeft aanvankelijk niet per se rechtuit te vliegen. Het is beter om eerst te proberen een constante hoogte van ongeveer een meter boven de grond te handhaven door de liftkrachtregelaar steeds kortstondig aan te raken. Oefen daarna pas met het naar links en rechts sturen van het model. AANWIJZINGEN VOOR VEILIG VLIEGENALGEMENE VLIEGTIPS:8 DE PROPELLERS VERVANGENAls de rotorbladen van het model beschadigd raken, moeten deze vervangenworden. Ga als volgt te werk: 8A Let bij het monteren op de correcte plaatsing van de rotoren. 8B Gebruik de meegeleverde rotortrekker om de rotoren naar boven toe los te trekken. 8C Druk de nieuwe rotor weer voorzichtig vast op de motoras. 36 37.

9A Omschakelen naar mode 1:• Houd regelaar 2A linksboven en regelaar 2B rechtsboven• Zet tegelijk de ON/OFF-schakelaar 2F op ON (model blijft uit)• Beweeg de regelaars 2A en 2B ten minste tweemaal helemaal door om ze te kalibreren• Afsluitend een trimknop ten minste twee seconden vasthouden9B Omschakelen naar mode 2:• Houd de regelaars 2A en 2B linksboven• Zet tegelijk de ON/OFF-schakelaar 2F op ON (model blijft uit)• Beweeg de regelaars 2A en 2B ten minste tweemaal helemaal door om ze te kalibreren• Afsluitend een trimknop ten minste twee seconden vasthouden9C Omkeren van de stuurrichting van de regelaarsDe stuurrichting van de regelaars kan worden aangepast in het setup-menu.

Gebruikdeze functie alleen als u al voldoende ervaring met de omgang met het model hebt opgedaan (mode 2, het model ingeschakeld):• Houd regelaar voor liftkracht 2A helemaal naar beneden • Druk tegelijk de regelaar voor voor-/achteruit 2B ten minste een seconde lang verticaal naar beneden • Op de display wordt ‚SE‘ weergegeven. Keer nu de stuurrichtingen van de betreffende assen om met de trimknoppen • Houd de regelaar voor voor-/achteruit 2B ten minste 2 seconden recht naar onderen gedrukt om de wijzigingen op te slaan en het menu te verlaten9D Gevoeligheid van de stuurregelaarsDoor de gevoeligheid van de stuurregelaars te veranderen, kan de vliegsnelheid van het model worden aangepast. Gebruik deze functie alleen als u al voldoende ervaring met het model hebt opgedaan (mode 2, het model uitgeschakeld):1. Beweeg regelaar voor liftkracht 2A helemaal naar beneden en houd hem daar.

Druk regelaar voor voor-/achteruit 2B ten minste een seconde lang verticaal naar beneden Laat wanneer ‚SE‘ op de display wordt weergegeven alle regelaars los2. Druk nu de regelaar voor liftkracht 2A verticaal naar beneden. Elke keer dat er weer wordt gedrukt, wordt doorgeschakeld tussen draaiing, voor- en achteruit en zijwaarts vliegen.

Met drie knipperende punten in de trimbalk wordt aangegeven, wat er op dat moment kan worden gewijzigd3. Door op de betreffende trimregelaar te drukken, kan de gevoeligheid worden ingesteld op een waarde tussen 20 (langzaam) en 60 (snel)4. Houd de regelaar voor voor-/achteruit 2B ten minste 2 seconden recht naar onderen gedrukt om de wijzigingen op te slaan en het menu te verlaten9E De sensoren opnieuw kalibrerenSoms kan het nodig zijn om de gyroscopische sensor van het model opnieuw te kalibreren. Controleer voordat u het model opnieuw kalibreert, of de accu vol is en de rotoren niet beschadigd zijn.

Als het model nog steeds wegdrijft in een richting en het beschikbare trimbereik niet voldoende is om dit te compenseren, ga dan als volgt te werk:9 GEAVANCEERDE INSTELLINGENOmschakelen tussen vliegmodus 1 en 2Het begrip vliegmodus heeft betrekking op de toewijzing van de stuurregelaars:Mode 2:• Model en zender ingeschakeld en verbonden• Schakel over naar het tweede snelheidsniveau door regelaar 2B loodrecht in te drukken• Houd nu regelaar 2A naar rechtsonder en beweeg regelaar 2B snel heen en weer• Wanneer de statusled‘s knipperen, is de procedure voltooidMode 1:• Model en zender ingeschakeld en verbonden • Schakel over naar het tweede snelheidsniveau door regelaar 2B loodrecht in te drukken• Houd nu regelaar 2A naar rechtsonder, houd tegelijk ook regelaar 2B naar beneden en beweeg deze snel heen en weer• Wanneer de statusled‘s knipperen, is de procedure voltooidwww. revell-control.

Mode 1Regelaar 2A: voor- en achteruit en draaiingRegelaar 2B: liftkracht en zijwaartsMode 2Regelaar 2A: liftkracht en draaiingRegelaar 2B: voor-/achteruit en zijwaartsNederlandsNederlandsPROBLEEMOPLOSSINGProbleem: De propellers bewegen niet. Oorzaak: A) Er is geen verbinding. B) De accu is te zwak of leeg. Oplossing: A) Alles uitschakelen en in de juiste volgorde inschakelen. B) De accu opladen. Probleem: Het model stopt zonder zichtbare oorzaak tijdens de vlucht en verliest hoogte. Oorzaak: • De accu is te zwak. Oplossing: • De accu opladen. Probleem: Het model kan niet worden bestuurd met de zender. Oorzaak: A) De ON/OFF-schakelaar staat op „OFF“. B) De batterijen zijn verkeerd geplaatst. C) De batterijen hebben niet voldoende energie meer. Oplossing: A) Zet de ON/OFF-schakelaar op „ON“. B) Controleer of de batterijen juist zijn geplaatst. C) Plaats nieuwe batterijen.

Probleem: Het model draait alleen nog om zijn hoogteas of slaat bij het star-ten over de kop. Oorzaak: • Verkeerde rangschikking van de propellers. Oplossing: • Propellers monteren zoals beschreven in de handleiding. Probleem: Het model wil geen loopings maken. Oorzaak: • Accu te zwak. Oplossing: • Accu opladen. Probleem: Het model slaat over de kop bij het opstijgen. Oorzaak: • De rotoren zijn verkeerd gemonteerd. Oplossing: • Monteer de rotoren A en B volgens de montage-instructies. 38 39.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Revell Pure 23921 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden