Revell Steady Quad Cam Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Revell Steady Quad Cam (34 pagina’s), behorend tot de categorie Drone. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen. Heb je een vraag over Revell Steady Quad Cam of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Revell |
| Categorie: | Drone |
| Model: | Steady Quad Cam |
Handleiding Revell Steady Quad Cam – volledige tekst
23922NederlandsBELANGRIJKE KENMERKENook als er storingen optreden of de auto defect raakt.• Het product mag uitsluitend worden gerepareerd of gewijzigd met toegelaten, originele onderdelen. Het model kan anders beschadigd raken of een gevaar vormen.• Bedien het model, om risico’s te voorkomen, altijd in een positie waarvanuit u eventueel snel kunt uitwijken.Veiligheidsaanwijzingen voor vliegende modellen:• U neemt met uw vliegmachine deel aan het luchtverkeer. U bent als piloot verantwoordelijk voor uw model, u bent aansprakelijk voor uw model en voor door het gebruik ontstane schade.• Wanneer u uw vliegmachine commercieel wilt gebruiken, hebt u een opstijgvergunning nodig.• Zorg dat u voor de eerste inbedrijfs-telling vertrouwd bent met de functies van het model.• Controleer de correcte werking van het product voor elke vlucht.
• Volg de aanwijzingen van de fabrikant altijd op.• Let altijd op wind, weersomstandig-heden en eventuele hindernissen.• U moet bemande vliegtuigen altijd meteen uitwijken en onmiddellijk landen.• Vlieg niet over vreemde privéterreinen, samenscholingen van mensen, militaire objecten, ziekenhuizen, energie-centrales, gevangenissen en dergelijke.• Vlieg niet in de buurt van vliegvelden (
NederlandsNederlands4 HET MODEL OPLADENLet op: vóór het opladen en na elke vlucht moeten de accu en de motoren steeds 15 tot 30 minuten afkoelen, anders kunnen deze onderdelen beschadigd raken. Bij het laden moet steeds toezicht worden gehouden. Laad de accu steeds op op een vuurvaste ondergrond en in een brandveilige omgeving. 4A • Wanneer het model opgeladen wordt, moet het uitgeschakeld zijn. • Schuif de accu in het accuvak 1D tot hij vastklikt. • Verbind de laad-/gegevenskabel met de USB-poort van het model. • Steek de USB-stekker van de laad-/gegevenskabel in een willekeurige USB-poort van een computer of iets dergelijks, met een vermogen van ten minste 500 mA. • Tijdens het laden branden de twee led‘s aan de bovenzijde van het model rood. • Wanneer het laden is voltooid, gaan de rode led‘s uit. 4B• Trek na het laden de laad-/gegevenskabel uit het model en uit de USB-poort.
• Verwijder de accu uit het model als dit langere tijd niet wordt gebruikt. Na een laadtijd van ca. 80 minuten kan het model ca. 5 – 7 minuten vliegen. Waarschuwing: De accu wordt gewoonlijk niet warm tijdens het laden. Als de accu toch warm of zelfs heet wordt en/of er veranderingen aan het oppervlak te zien zijn, moet het laden onmiddellijk worden afgebroken. • Demonteer de contacten van de accu in geen geval en probeer ze niet aan te passen. Beschadig de cellen van de accu niet en maak ze niet open. Er bestaat ontploffingsgevaar. • Houd de LiPo-accu buiten bereik van kinderen. • Accu’s moeten ontladen zijn of de accucapaciteit moet uitgeput zijn voordat u ze weggooit. Dek vrijliggende polen af met plakband om kortsluiting te voorkomen. Onderhoud en verzorging:• Neem het model alleen af met een schone, vochtige doek.
Wijzigingen in techniek en kleur voorbehouden. Benodigde accu voor het model:Voeding: Nominaal vermogen: 1 x DC 3,7 V / 2 WhOplaadbare LiPo-accu (inbegrepen)Capaciteit: 520 mAhBenodigde batterijen/accu's voor de zender:Voeding: DC 6 VBatterijen: 4 x 1,5 V “AAA“(niet inbegrepen)2A Regelaar voor liftkracht en draaiing. Kort loodrecht indrukken: Headless Mode Lang loodrecht indrukken: flipfunctie2B Regelaar voor voor-/achteruit en zijwaarts vliegen. Kort, loodrecht indrukken: tweede snelheidsniveau 2C Trim voor draaiing2D Trim voor voor- en achteruit2E Trim voor zijwaarts2F ON/OFF-schakelaar2G Display2H Knop voor foto2I Knop voor video2 ZENDER1 MODEL1A Rotoren1B Cameraobjectief1C Statusled1D Accuvak1E ON/OFF-knop1F Micro-SD-kaartslot1G USB-poortOK. OK. OK. 5A Schakel voordat u het model start de zender in en schuif de accu in het accuvak van het model, totdat deze vastklikt.
5B Schakel het model daarna in door lang op de ON/OFF-knop 1E te drukken. Zet het model op een vlakke, horizontale en stevige ondergrond. Na een korte initialisatiefase gaan de statusled‘s permanent branden en is het model klaar voor gebruik. 5C Beweeg de regelaar voor liftkracht en draaiing 2A naar linksonder en tegelijk de regelaar voor voor-/achteruit en zijwaarts vliegen 2B naar rechtsonder. Let op: wanneer beide regelaars helemaal naar beneden en naar buiten worden bewogen, worden de rotoren onmiddellijk uitgeschakeld, ook als het model in de lucht is. Beweeg de regelaar voor liftkracht en draaiing 2A helemaal naar beneden en houdt hem daar om de rotoren na de landing uit te schakelen. 5D Om foto‘s en video‘s op te kunnen nemen, moet een micro-SD-kaart in het micro-SD-kaartslot 1F worden gestoken. Er kunnen geen HC-geheugenkaarten worden gebruikt.
Schakel na het vliegen eerst het model en daarna de zender uit. Koppel de accu los van het model en verwijder hem uit het model. 5 STARTVOORBEREIDING3 BATTERIJEN PLAATSEN (ZENDER)3A Schroef de afdekking los en neem hem weg.
NederlandsNederlandsHet model is uitgerust met een automatische assistentiefunctie voor hoogtecontrole, die het vergemakkelijkt om snel te leren het model te besturen. De assistentiefunctie is een sensor die luchtdrukverschillen per ca. 10 centimeter hoogte kan meten en de quadcop-ter aan de hand daarvan op een bepaalde hoogte houdt. Zo kunt u zich de eerste keren concentreren op het voor-/achteruit en zijwaarts vliegen. Let op: door externe invloeden kan het voorkomen dat de druk binnenin het model verandert, waardoor het model vanzelf langzaam stijgt of daalt. Dit is geen defect. In dit geval is het voldoende om kort tegen te sturen met de regelaar voor liftkracht en draaiing 2A. Opmerking: Voor een rustig vlieggedrag van het model hoeven de regelaars maar mini-maal te worden bewogen.
De richtingsindicaties hebben betrekking op de vliegrichting terwijl het model van achteren wordt gezien. Als het model naar de piloot toe vliegt, moet in de betreffende tegenovergestelde richting worden gestuurd. Schakel het model in zoals bij punt 5 en start de rotoren door de regelaars 2A en 2B naar beneden en naar buiten te drukken. 7A Beweeg de liftkracht-/draaiingsregelaar (2A) voorzichtig naar voren om op te stijgen of hoger te gaan vliegen. 7B Beweeg de regelaar voor liftkracht/draaien (2A) naar achteren om te landen of lager te gaan vliegen. 7C Beweeg de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen (2B) voorzichtig naar voren om vooruit te vliegen. 7D Trek de regelaar voor voor- en achteruit en zijwaarts vliegen (2B) voorzichtig naar achteren om achteruit te vliegen.
7 BESTURING 6C Als het model vanzelf snel of langzaam naar voren of naar achteren beweegt. drukt u de trimregelaar voor vooruit/achteruit vliegen (2D) een aantal maal in de tegenovergestelde richting. 6 TRIMMEN VAN DE BESTURING6B Als het model vanzelf snel of langzaam om zijn as draait. drukt u de trimknop voor draaien (2C) in de tegenovergestelde richting in. 6A Als het model vanzelf snel of langzaam naar links of rechts beweegt. drukt u de trimregelaar voor zijwaarts vliegen (2E) een aantal maal in de tegenovergestelderichting. Voor een goed vlieggedrag van het model is het noodzakelijk dat de besturing juist is getrimd. Het afstellen van de trim is eenvoudig, maar er is wel wat geduld en gevoel voor vereist. Neem de volgende aanwijzingen in acht: Beweeg de liftkrachtregelaar voorzichtig naar boven en laat de helikopter opstijgen tot een hoogte van 0,5 à 1 meter.
7H Beweeg de liftkracht-/draaiingsregelaar (2A) naar rechts om het model rechtsom te laten draaien. 7I Als u op de knop 2H drukt, neemt de camera een foto. Zorg er eerst voor dat er een micro-SD-kaart in het micro-SD-kaartslot 1F zit. 7J Als u op de knop 2I drukt, wordt een video-opname gestart. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt het opnemen gestopt. 7K Als u loodrecht en kort (ca. 0,3 seconden) op regelaar 2A drukt, wordt Headless Mode geactiveerd. Met de Headless Mode worden beginnende vliegers ondersteund, doordat de quadrocopter altijd in de richting vliegt waarin wordt gestuurd met de regelaar voor vooruit/achteruit en zijwaarts vliegen (2B), ongeacht de draaiing die het toestel heeft ten opzichte van de piloot. Een voorbeeld: als het model 180° gedraaid is en u het naar u toe wilt laten vliegen, moet u voor uw gevoel achteruit vliegen en links en rechts omwisselen.
Let op: Telkens bij het inschakelen registreert het model uw oriëntatie. Dat betekent, dat u zich vervolgens bij het sturen niet mag draaien, omdat u dan in een andere stand komt ten opzichte van het model. Als u van positie bent veranderd en de Headless Mode toch wilt gebruiken – of als de stuurrichting niet meer klopt door een botsing – moet het model opnieuw worden opgestart. ACCUTOESTAND:• Wanneer de aandrijving van het model minder krachtig begint te worden, is de accu bijna leeg. Land op tijd om te voorkomen dat het model neerstort. 7L Als u loodrecht en lang (ca. 2 seconden) op regelaar 2A drukt, wordt de flipfunctie geac-tiveerd. Bij de volgende beweging van stuurregelaar 2B maakt het model een flip van 360° in de overeenkomstige richting. Zorg er hierbij voor dat het model op een veiligheidshoogte van ongeveer 2 meter vliegt en een voldoende opgeladen accu heeft.
7M Als u loodrecht, kort op regelaar 2B drukt, wordt het tweede snelheidsniveau geac-tiveerd. De zender piept tweemaal kort als bevestiging. Als u nogmaals op de knop drukt, wordt teruggeschakeld naar het eerste snelheidsniveau. 1. Schakel eerst het model in door lang op de ON/OFF-knop 1E te drukken. 2. Steek daarna de laad-/gegevenskabel in USB-poort 1G. 3. Steek nu het andere uiteinde van de laad-/gegevenskabel in een USB-poort van een computer. Na een korte installatieprocedure kunnen gegevens worden overgebracht van het model naar de computer. Ga hierbij te werk zoals bij uw computer van toepassing is. 8 DOWNLOADEN VAN FOTO‘S EN VIDEO‘S42 43.
10A Omschakelen naar mode 1:• Houd regelaar 2A linksboven en regelaar 2B rechtsboven• Zet tegelijk de ON/OFF-schakelaar 2F op ON (model blijft uit)• Beweeg de regelaars 2A en 2B ten minste tweemaal helemaal door om ze te kalibreren• Afsluitend een trimknop ten minste twee seconden vasthouden10B Omschakelen naar mode 2:• Houd de regelaars 2A en 2B linksboven• Zet tegelijk de ON/OFF-schakelaar 2F op ON (model blijft uit)• Beweeg de regelaars 2A en 2B ten minste tweemaal helemaal door om ze te kalibreren• Afsluitend een trimknop ten minste twee seconden vasthouden10 GEAVANCEERDE INSTELLINGENMode 1Regelaar 2A: voor- en achteruit en draaiingRegelaar 2B: liftkracht en zijwaartsMode 2Regelaar 2A: liftkracht en draaiingRegelaar 2B: voor-/achteruit en zijwaartsOmschakelen tussen vliegmodus 1 en 2Het begrip vliegmodus heeft betrekking op de toewijzing van de stuurregelaars:10C Omkeren van de stuurrichting van de regelaarsDe stuurrichting van de regelaars kan worden aangepast in het setup-menu.
Gebruikdeze functie alleen als u al voldoende ervaring met de omgang met het model hebt opgedaan (mode 2, het model ingeschakeld):• Houd regelaar voor liftkracht 2A helemaal naar beneden • Druk tegelijk de regelaar voor voor-/achteruit 2B ten minste een seconde lang verticaal naar beneden • Op de display wordt ‚SE‘ weergegeven. Keer nu de stuurrichtingen van de betreffende assen om met de trimknoppen • Houd de regelaar voor voor-/achteruit 2B ten minste 2 seconden recht naar onderen gedrukt om de wijzigingen op te slaan en het menu te verlaten10D Gevoeligheid van de stuurregelaarsDoor de gevoeligheid van de stuurregelaars te veranderen, kan de vliegsnelheid van het model worden aangepast. Gebruik deze functie alleen als u al voldoende ervaring met het model hebt opgedaan (mode 2, het model uitgeschakeld):1. Beweeg regelaar voor liftkracht 2A helemaal naar beneden en houd hem daar.
Druk regelaar voor voor-/achteruit 2B ten minste een seconde lang verticaal naar beneden Laat wanneer ‚SE‘ op de display wordt weergegeven alle regelaars los2. Druk nu de regelaar voor liftkracht 2A verticaal naar beneden. Elke keer dat er weer wordt gedrukt, wordt doorgeschakeld tussen draaiing, voor- en achteruit en zijwaarts vliegen. Met drie knipperende punten in de trimbalk wordt aangegeven, wat er op dat moment kan worden gewijzigd3. Door op de betreffende trimregelaar te drukken, kan de gevoeligheid worden ingesteld op een waarde tussen 20 (langzaam) en 60 (snel)4. Houd de regelaar voor voor-/achteruit 2B ten minste 2 seconden recht naar onderen gedrukt om de wijzigingen op te slaan en het menu te verlaten10E De sensoren opnieuw kalibrerenSoms kan het nodig zijn om de gyroscopische sensor van het model opnieuw te kalibreren.
Als het model nog steeds wegdrijft in een richting en het beschikbare trimbereik niet voldoende is om dit te compenseren, ga dan als volgt te werk:Mode 2:• Model en zender ingeschakeld en verbonden• Schakel over naar het tweede snelheidsniveau door regelaar 2B loodrecht in te drukken• Houd nu regelaar 2A naar rechtsonder en beweeg regelaar 2B snel heen en weer• Wanneer de statusled‘s knipperen, is de procedure voltooidMode 1:• Model en zender ingeschakeld en verbonden • Schakel over naar het tweede snelheidsniveau door regelaar 2B loodrecht in te drukken• Houd nu regelaar 2A naar rechtsonder, houd tegelijk ook regelaar 2B naar beneden en beweeg deze snel heen en weer• Wanneer de statusled‘s knipperen, is de procedure voltooidNederlandsNederlands9 DE PROPELLERS VERVANGENAls de rotorbladen van het model beschadigd raken, moeten deze vervangenworden.
9B Gebruik de meegeleverde rotortrekker om de rotoren naar boven toe los te trekken. 9C Druk de nieuwe rotor weer voorzichtig vast op de motoras. • Zet het model altijd op een vlakke ondergrond. Een schuin vlak kan het startgedrag van het model onder bepaalde omstandigheden negatief beïnvloeden. • Beweeg de regelaars altijd langzaam en met gevoel. • Houd het model altijd in het oog, kijk niet naar de zender. • Beweeg de liftkrachtregelaar weer een beetje naar beneden zodra het model loskomt van de grond. Pas de liftkrachtregelaar aan om de vlieghoogte te handhaven. • Beweeg de liftkrachtregelaar iets naar boven als het model teveel daalt. • Beweeg de liftkrachtregelaar weer iets naar beneden als het model teveel stijgt. • Het is vaak al genoeg om de richtingsregelaar een heel klein beetje in de gewenste richting te tikken om een bocht te maken.
De eerste keren dat met het model wordt gevlogen, heeft men meestal de neiging de regelaars te heftig te bedienen. Beweeg de regelaars altijd langzaam en voorzichtig, in geen geval snel en schokkerig. • Beginners kunnen na het afstellen van de trim het best eerst de beheersing van de liftkrachtregelaar oefenen. Het model hoeft aanvankelijk niet per se rechtuit te vliegen. Het is beter om eerst te proberen een constante hoogte van ongeveer een meter boven de grond te handhaven door de liftkrachtregelaar steeds kortstondig aan te raken. Oefen daarna pas met het naar links en rechts sturen van het model. AANWIJZINGEN VOOR VEILIG VLIEGENALGEMENE VLIEGTIPS:44 45.
Oplossing: • De accu opladen.Probleem: Het model kan niet worden bestuurd met de zender.Oorzaak: A) De ON/OFF-schakelaar staat op „OFF“.B) De batterijen zijn verkeerd geplaatst.C) De batterijen hebben niet voldoende energie meer.Oplossing: A) Zet de ON/OFF-schakelaar op „ON“.B) Controleer of de batterijen juist zijn geplaatst.C) Plaats nieuwe batterijen.Probleem: Het model draait alleen nog om zijn hoogteas of slaat bij het starten over de kop.Oorzaak: • Verkeerde rangschikking van de propellers.Oplossing: • Propellers monteren zoals beschreven in de handleiding.Probleem: Het model wil geen loopings maken.Oorzaak: • Accu te zwak.Oplossing: • Accu opladen.46 47
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Revell Steady Quad Cam stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Drone Revell
Handleiding Drone
Nieuwste handleidingen voor Drone