Remeha Rematic MC Handleiding

Remeha Thermostaat Rematic MC

Bekijk gratis de handleiding van Remeha Rematic MC (100 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 139 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Remeha Rematic MC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/100
Modulerende Cascaderegelaar
Rematic MC
Combi talk ready
Installatiehandleiding
Modulerende Cascaderegelaar

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: Thermostaat
Model: Rematic MC

Handleiding Remeha Rematic MC – volledige tekst

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 3 Gebruikte symbolenIn dit document worden de volgende symbolen gebruikt:Gevaar door elektrische spanning.Een procedure of omstandigheid die extra aandacht verdient.Deze alinea is alleen van toepassing indien meerdere regelaars onderling via de CTR-bus zijn gekoppeld.Op de regelaar wordt het volgende symbool gebruikt:Dit symbool mag niet worden afgedekt of verwijderd en moet tijdens de gehele levensduur van de regelaar aanwezig en leesbaar zijn.Gebruik van dit documentDit document is bedoeld voor de installateur van Remeha producten.

Installatie van de hierin beschreven regelaar(s) is dan ook uitsluitend toegestaan aan daartoe opgeleid en geautoriseerd personeel in dienst van de installateur.Bij de afmetingen gaat het om metrische waarden, tenzij nadrukkelijk anders vermeld.Bewaar dit document zorgvuldig en bestudeer het grondig alvorens tot installatie over te gaan. Neem in geval van technische of andere problemen contact op met de leverancier.Gebruikte regelaars en het milieuDeponeer de regelaar, aan het eind van zijn levensduur, niet bij het bedrijfs-afval of het huisvuil, maar lever deze in bij een verzamelpunt voor KCA. De regelaar bevat een lithium-cel.CTR

4Installatiehandleiding 1 Inleiding. 81. 1 Algemeen. 81. 1. 1 Introductie Rematic MC. 81. 2 Modulaire opbouw. 91. 3 Bediening. 101. 3. 1 Algemeen. 101. 3. 2 Werking en functies van de toetsen. 101. 3. 3 Selecteren van regelingen en menu’s. 111. 3. 4 Kiezen van een toegangsniveau. 131. 3. 4. 1 Toegangsniveau 1 (de gebruiker). 131. 3. 4. 2 Toegangsniveau 2 (de gebruiker met instelbevoegdheid). 131. 3. 4. 3 Toegangsniveau 3 (de installateur). 131. 3. 5 Wijzigen van het toegangsniveau. 131. 4 CTR-bus. 152 Installatie en montage. 172. 1 Algemeen. 172. 1. 1 Veiligheidsvoorschriften. 172. 1. 2 Plaatsingsvoorschriften. 172. 1. 3 Bedradingsvoorschriften. 172. 1. 4 Montagevoorschriften. 172. 1. 4. 1 Uitpakken. 172. 1. 4. 2 Aanbrengen van een insteekkaartje. 182. 1. 4. 3 Bevestigen van de regelaar. 192. 1. 4. 4 Plaatsen van voelers en bekabeling. 202. 1. 4. 5 I/O-aansluitingen Rematic MC. 212. 1. 4.

8InstallatiehandleidingInleiding Algemeen 1 Inleiding1.1 AlgemeenDe regelaar kan niet alleen worden toegepast als zelfstandig functionerende eenheid, maar kan ook gebruikt worden als component in een netwerk. Via dit netwerk (de CTR-bus) kunnen de regelaars worden geïntegreerd tot een gebouwau-tomatiseringssysteem. De regelaars zijn geschikt voor wandmontage waardoor in veel gevallen zonder schakelkast kan worden gewerkt.De regelaar is voorzien van bedieningstoetsen en een display. Door de universele opzet van het systeem, de consistente menu-opbouw (zie fig. 1.1) en de herkenbare eenvoudige methode van bediening, is elke regelaar door de installateur snel in bedrijf te stellen.1.1.1 Introductie Rematic MCDe Rematic MC is een regelaar ten behoeve van de aansturing van een cascade-opstelling bestaande uit modulerende ketels.

Bij de gegevensuitwisseling tussen de regelaar en de ketels wordt gebruikgemaakt van een OpenTherm interface. Op basis van de gewenste en de gemeten aanvoertemperatuur wordt het benodigde vermogen bepaald. Het gewenst vermogen wordt aan elke ketel afzonderlijk doorge-geven. De gewenste aanvoertemperatuur wordt bepaald aan de hand van een Fig. 1.1 Universele bedieningRegeling 001-A Rematic Algemeen Do 19-06-1997 10:39:59ToegangsniveauBedrijfsgegevensInstellingenRelaistest

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 9Inleiding Modulaire opbouw stooklijn, door een extern analoog signaal (van een GBS), op basis van de gewenste aanvoertemperatuur van andere CTR-compatibele regelingen, of op basis van de gewenste aanvoertemperatuur afkomstig van een OpenTherm kamerthermostaat. De regelaar is ook geschikt om gebruikt te worden in combinatie met een Honeywell Chronotherm Modulation.1.2 Modulaire opbouwEen regelaar bestaat uit verschillende functionele blokken, de zgn. regelingen. Elke regeling stuurt een specifieke installatiecomponent ofwel een groep bij elkaar horende installatiecomponenten aan (zie fig. 1.2) en heeft daartoe haar eigen, vastomlijnde taken en functies.Om deze functies optimaal te kunnen uitvoeren, moeten de regelingen gegevens (zoals instellingen en meetwaarden) onderling kunnen uitwisselen.

Deze uitwisseling van gegevens kan zowel tussen regelingen binnen één regelaar als tussen regelingen in verschillende regelaars plaatsvinden. Hiertoe moet elke regeling beschikken over een uniek adres.Dit unieke adres wordt tijdens de configuratie (zie hoofdstuk 3) automatisch toegekend en is opgebouwd uit een getal en een letter (bv. 001-A).Het getal (001, 002, enz.) geeft aan om welke regelaar het gaat (001 = eerste regelaar, 002 = tweede regelaar, enz.). Indien de regelaar stand-alone wordt gebruikt, is dit getal altijd gelijk aan 001. Wordt de regelaar in een CTR-bus gebruikt dan wordt, tijdens de configuratie van de CTR-bus, aan elke regelaar een uniek getal toegekend. De letter (A = eerste regeling, B = tweede regeling, enz.) geeft aan om welke specifieke regeling binnen een regelaar het gaat. De letters worden tijdens de configuratie van een regelaar toegekend.

10 InstallatiehandleidingInleiding Bediening 1.3 Bediening1.3.1 AlgemeenDe regelaar is voorzien van een bedieningspaneel (zie fig. 1.3) met LCD-display (2 regels van elk 16 karakters) en 4 toetsen ([up], [down], [esc] en [enter]).Het bedieningspaneel kan tevens voorzien worden van een insteekkaartje met een afbeelding van het hydraulisch schema en bevat daarnaast uitsparingen voor een aantal L.E.D.’s. De functie van deze L.E.D.’s is:• De L.E.D. met de aanduiding ‘PWR’ heeft meerdere functies. De L.E.D. knippert als de regelaar op een spanningsbron wordt aangesloten maar nog niet geconfi-gureerd is. Nadat de regelaar geconfigureerd is, licht de L.E.D. continu op. Tijdens een storingssituatie knippert de L.E.D.

echter weer.• De nummers van de overige L.E.D.’s komen overeen met de nummers in het hydraulisch schema, zoals aangegeven op het insteekkaartje en lichten op als het desbetreffende deel van de installatie geactiveerd is.1.3.2 Werking en functies van de toetsenDe bediening is geheel menugestuurd. Met behulp van vier toetsen ([up], [down], [enter] en [esc]) kunnen, afhankelijk van de configuratie en het toegangsniveau, in de verschillende hoofd- en submenu’s gegevens van de regelaar worden weergegeven en/of gewijzigd. De functie van een toets wordt mede bepaald door het menu-item, dat zichtbaar is op het moment dat de toets gebruikt wordt.rematic MC12345Fig. 1.3 Vooraanzicht Rematic MC, voorzien van insteekkaartje

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 11Inleiding Bediening Algemeen geldt: • [up]: omhoog in het (sub)menu en/of instelwaarde verhogen.• [down]: omlaag in het (sub)menu en/of instelwaarde verlagen.• [esc]: terug naar voorgaande (sub)menu en/of herstel oude instelwaarde.• [enter]: het (sub)menu binnengaan en/of instelwaarde bevestigen.Wijzigen van instelwaarden is pas mogelijk nadat het juiste toegangsniveau ingesteld is. Hoe hoger het toegangsniveau, des te meer informatie er wordt weergegeven en des te meer instelwaarden er gewijzigd kunnen worden.

Elk toegangsniveau heeft een eigen toegangscode die bestaat uit een combinatie van de 4 toetsen (zie § 1.3.4).Tijdens het configureren hebben de toetsen een beperktere functie, namelijk: • [up]: keuze wijzigen of instelwaarde verhogen.• [down]: keuze wijzigen of instelwaarde verlagen.• [esc]: geen functie.• [enter]: keuze of instelwaarde bevestigen en door naar het volgende configuratie-menu-item.1.3.3 Selecteren van regelingen en menu’sRegeling Algemeen wordt zichtbaar op het display, zodra de regelaar op een spanningsbron aangesloten wordt. Afhankelijk van het toegangsniveau en de configuratie kunnen de hoofdmenu’s, de submenu’s en de menu-items van de regelaar en de verschillende regelingen nu worden weergegeven en/of gewijzigd (zie fig. 1.4).

12 InstallatiehandleidingInleiding Bediening 1. Selecteer, m.b.v. [up] en [down], de regeling waarvan de gegevens moeten worden weergegeven en/of gewijzigd.2. Druk op [enter] om de geselecteerde regeling binnen te gaan. In de meeste gevallen wordt het statusscherm nu zichtbaar.3. Selecteer vervolgens, m.b.v. [up] en [down], het gewenste submenu.4. Druk op [enter] om het geselecteerde submenu binnen te gaan. De menu-items worden nu zichtbaar.5. Selecteer, m.b.v. [up] en [down], het menu-item dat moet worden weergegeven of gewijzigd.6. Druk op [enter] om een ingestelde waarde te wijzigen. Indien de waarde gewijzigd kan worden, knippert deze nu.7. Stel, m.b.v. [up] en [down], de gewenste waarde in.8. Druk op [enter]. De ingestelde waarde stopt met knipperen ten teken dat de instel-ling voltooid is.9. Door het (herhaald) indrukken van [esc] worden de diverse submenu’s weer verlaten.ESCESCFig.

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 13Inleiding Bediening 1.3.4 Kiezen van een toegangsniveau1.3.4.1 Toegangsniveau 1 (de gebruiker)• Alleen schermweergave is mogelijk. Instellingen kunnen niet worden gewijzigd.• Een aantal menu-items, zoals type-versie en bedrijfstoestand zijn zichtbaar.• De toegangscode is elke willekeurige code, behalve die voor toegangsniveau 2 of 3.1.3.4.2 Toegangsniveau 2 (de gebruiker met instelbevoegdheid) • De elementaire bedrijfsgegevens (bv. gemeten en gewenste waarden), week- en vakantieklokken en instellingen (bv.

gewenste ruimtetemperatuur [dag, nacht en vakantie], gewenste aanvoertemperatuur) zijn zichtbaar.• De toegangscode is achtereenvolgens [up], [down], [esc] en [enter].1.3.4.3 Toegangsniveau 3 (de installateur) • Er zijn uitgebreide instel- en configuratiemogelijkheden.• Alle hoofd- en submenu’s met hun menu-items zijn zichtbaar.• De toegangscode is achtereenvolgens [down], [esc], [enter] en [esc].Door foutieve configuratie en/of instellingen kan het functioneren van de regelaar worden verstoord.1.3.5 Wijzigen van het toegangsniveauESCESCESCFig. 1.5 Wijzigen van het toegangsniveauRegeling 001-A Rematic Algemeen Vr 11-12-1998 11:31:55Toegangsniveau Toegangsniveau 1Regeling 001-A Rematic AlgemeenToegangsniveau 1 [ ]Toegangsniveau Toegangsniveau 2 [****]

14 InstallatiehandleidingInleiding Bediening Handel als volgt:1. Selecteer Regeling Algemeen in het hoofdmenu.2. Druk op [enter]: ‘Datum en tijd’ verschijnt op het display.3. Druk op [down]: ‘Toegangsniveau’ verschijnt op het display.4. Druk op [enter]: ‘Toegangsniveau 1’ verschijnt op het display.5. Druk op [enter]: het cijfer 1 knippert.6. Toets de gewenste toegangscode, bv. voor Toegangsniveau 2, in (zie § 1.3.4). ‘Toegangsniveau 2’ verschijnt op het display. Het toegangsniveau is nu gewijzigd in niveau 2.7. Druk op [esc] : ‘Toegangsniveau’ verschijnt op het display.8.

Druk op [esc] om terug te keren in Regeling Algemeen.Het statusscherm van de momentaan geselecteerde regeling wordt getoond als het toegangsniveau gelijk is aan 1 of 2 en de regelaar gedurende twee minuten niet wordt bediend.Het systeem schakelt automatisch terug naar toegangsniveau 1 indien de regelaar gedurende 1 uur niet meer wordt bediend.

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 15Inleiding CTR-bus 1.4 CTR-busDe CTR-bus (zie fig. 1.6) maakt gebruik van de RS485-standaard. Via een tweedraads afgeschermde en getwiste kabel worden de regelaars (max. 150) aan elkaar gekoppeld. Hierdoor ontstaat een integraal regelsysteem met een minimum aan bekabeling.Dankzij de CTR-bus kunnen meerdere onderling gekoppelde regelaars via het display van één regelaar worden bediend en kunnen de regelingen onderling gegevens uitwisselen, bijvoorbeeld met betrekking tot:• Gemeten temperaturen.• Gewenste temperaturen.• Bedrijfstoestanden.• Instellingen.• Storingen.Elke CTR-bus compatibele regelaar is voorzien van een uniek CTR-nummer dat wordt gebruikt om de regelaar op de bus te identificeren.rematic MC12345rematic MC12345Fig.

16 InstallatiehandleidingInleiding CTR-bus Bij een Rematic MC regelaar is dit nummer te vinden aan de binnenzijde van het lipje van de grote afdekkap.Het CTR-nummer wordt o.a. gebruikt bij de configuratie van de CTR-bus, waarbij zowel het CTR-nummer van elke regelaar als het aantal in de CTR-bus op te nemen regelaars moet worden ingegeven (zie § 3.3).Nadat de CTR-bus geconfigureerd is, beschikt elke regelaar over een uniek adres (Regeling 001-A, Regeling 002-A, Regeling 003-A, enz.), zodat onderling gegevens kunnen worden verzonden en ontvangen.

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 17Installatie en montage Algemeen 2 Installatie en montage2. 1 Algemeen2. 1. 1 Veiligheidsvoorschriften• Naast de L- en N-aansluiting voor het netsnoer is een aardklem geplaatst. Deze aardklem moet altijd worden aangesloten om te voldoen aan de EMC-richtlijnen. Het is geen veiligheidsaarding. • Doorlussen van de voedingsspanning en/of aarde naar bv. een pomp is niet toegestaan. • Bij relaisuitgangen, die een niet-veilige spanning schakelen, moeten de draden worden voorzien van een isolatiekous. • Alle kabelaansluitingen moeten worden voorzien van een trekontlasting. Monteer hiertoe de meegeleverde clips. 2. 1. 2 Plaatsingsvoorschriften• Monteer de regelaar op een makkelijk bereikbare plaats. Bouw de regelaar op ooghoogte in, zodat het display gemakkelijk kan worden afgelezen.

• Let op de eisen die voor de regelaar gelden inzake de omgevingstemperatuur en de toegestane relatieve vochtigheid (zie hoofdstuk 7). Voorkom dat de regelaar in aanraking komt met spatwater. • Sluit elke regelaar op het 230 VAC net aan. Zorg dat er een netaansluiting in de buurt is. Het meegeleverde netsnoer heeft een lengte van 1,5 m. • Beperk de hoeveelheid kabels. Monteer de regelaar(s) zo dicht mogelijk in de buurt van de te sturen installatiecomponenten. • Hou, omdat de regelaar over een RS232-aansluiting beschikt, rekening met de plaats van deze regelaar in verband met de eventuele aansluiting van een PC of modem, via een PC-/modemkabel, op de regelaar. 2. 1. 3 Bedradingsvoorschriften• Netaansluiting: elke regelaar moet op het 230 VAC net worden aangesloten. Gebruik hiertoe het meegeleverde netsnoer. • PC-/modemverbinding (RS232): gebruik een speciale PC-/modemkabel.

18 InstallatiehandleidingInstallatie en montage Algemeen • Insteekkaartje(s).• Een netsnoer met stekker voor de voedingsspanning.• Een zakje met schroeven, montagepluggen, jumper en trekontlastingsclips.• Een boormal.• Technische Informatie rematic MC.• Gebruikersvoorschrift rematic MC.• Buitenvoeler ZAF 200.• Aanlegvoeler ZVF 210.2.1.4.2 Aanbrengen van een insteekkaartjeHet label voorop de regelaar is voorzien van een vak voor het aanbrengen van een insteekkaartje.Handel als volgt:1. Kies, indien er meerdere insteekkaartjes zijn meegeleverd, het juiste insteekkaartje.2. Til het label aan de rechterzijde op en schuif het insteekkaartje in het vak.3. Verwijder de schutlaag van de rechterhelft van het label en plak het label vast.rematic MC12345Nr.6Fig. 2.1 Aanbrengen van een insteekkaartje

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 19Installatie en montage Algemeen 2.1.4.3 Bevestigen van de regelaarDe regelaar wordt bevestigd met drie schroeven (zie fig. 2.2). De bovenste schroef is voor het ophangen van de regelaar en kan na het ophangen niet meer worden aangedraaid. De twee onderste schroeven zorgen voor de fixatie.Voor het positioneren van de gaten kan gebruik worden gemaakt van de kartonnen boormal, die op de inlegkaart van de doos is afgedrukt. De maat van de boor op de boormal komt overeen met die van de meegeleverde pluggen voor bevestiging op een stenen muur. Voor bevestiging op ondergronden van niet-steenachtige materi-alen zijn over het algemeen andere bevestigingsmaterialen en -technieken vereist.Schakel bij montage in een schakelkast eerst de netspanning uit.Handel als volgt:1. Bepaal de exacte plaats van de regelaar en druk de boormal tegen de wand.2.

Plaats de jumper voor aarding van de CTR-bus (zie § 2.1.4.7).8. Plaats de kleine afdekkap.9. Schakel de netspanning in.De CTR-bus moet altijd op één punt aan aarde liggen (zie § 2.1.4.7).Voorzie de kabels, die gebruikt worden voor niet-veilige spanningen, van isolatiekousjes alvorens ze te bevestigen aan de relaisuitgangen.De storingsuitgang is potentiaalvrij en heeft alléén een schakelfunctie. De voedingsspanning moet dus van buiten de regelaar komen.CTR-NR6314RS 2323456A B S 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18LN L´ N´ 1 2Fig. 2.3 Klemmenaansluiting voelers en bekabeling Rematic MC

Bij keuze 0 - 10 V(DC) signaal moet een jumper verzet worden (zie § 2.1.4.6).4) Moet aangesloten worden op de OpenTherm aansluiting van de ketel (Tmod).Tabel 2.1: Klem Aansluiting L / N 230 VAC voedingsspanning L’/ N’ Uitgang pomp (230 VAC) 1 / 2 Storingsuitgang (potentiaalvrij) 1) 3 Ingang aanvoervoeler ketelhuis 4 Ingang retourvoeler 2) Ingang timer 2)Ingang warmtevraag extern 2) 5 Ingang ruimtevoeler 6 Ingang buitenvoeler 3)Ingang gewenste aanvoer (0 - 10 V(DC) signaal) 3) 7 / 8 OpenTherm kamerthermostaat 9 / 10 Ketel 1 (OpenTherm) 4) 11 / 12 Ketel 2 (OpenTherm) 4) 13 / 14 Ketel 3 (OpenTherm) 4) 15 / 16 Ketel 4 (OpenTherm) 4) 17 / 18 Ketel 5 (OpenTherm) 4) ABS Aansluiting CTR-bus RS232 Aansluiting PC-/modem

22 InstallatiehandleidingInstallatie en montage Algemeen 2.1.4.6 Verplaatsen van de jumper analoge ingangenMet behulp van een jumper kan het type analoge ingang van ingang 4 (klem 6) ingesteld worden. De volgende typen ingangen zijn in te stellen:• NTC-voeler• 0 - 5 VDC signaal• 0 - 10 VDC signaalIn de tabellen met klemmenaansluitingen is met een *** aangegeven welke van bovengenoemde keuzes er mogelijk zijn. De jumperinstellingen die horen bij de verschillende typen ingangen staan afgebeeld in fig. 2.4. Standaard is de jumper ingesteld voor een NTC-voeler.De jumper bevindt zich boven de RS232-poort onder de grote afdekkap (zie fig. 2.4). Verplaatsen geschiedt als volgt:• Verwijder de kleine en de grote afdekkap.• Plaats de jumper in de gewenste positie.• Breng de grote en de kleine afdekkap weer aan.CTR-NR6314RS 2323456: 0-10V: NTCbuitenvoeler:0-10 V signaal:Fig.

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 23Installatie en montage Algemeen 2.1.4.7 Aarding van de CTR-busDe CTR-bus moet altijd op één punt aan aarde liggen. Dit gebeurt door het plaatsen van een jumper.Indien meerdere regelaars met behulp van de CTR-bus aan elkaar worden gekoppeld, mag de jumper maar op één van de regelaars zijn geplaatst.Handel als volgt:1. Verwijder de kleine afdekkap.2. Leg de CTR-bus aan aarde door het plaatsen van de jumper over de pennen linksboven klem A (zie fig. 2.5).3. Monteer de kleine afdekkap.A B S A B S A B S CTR-NR6314RS 2323456A B S 7 8 9 10 11 12 13 14CTR-NR6314RS 2323456A B S 7 8 9 10 11 12 13 14CTR-NR6314RS 2323456A B S 7 8 9 10 11 12 13 14Fig. 2.5 Aarding van de CTR-bus

24 InstallatiehandleidingConfiguratie Inleiding 3 Configuratie3.1 InleidingVolledigheidshalve wordt in dit hoofdstuk uitgegaan van de meest uitgebreide configuratie van de regelaar. Afhankelijk van de werkelijke configuratie is het mogelijk dat bepaalde schermteksten en/of omschrijvingen in dit hoofdstuk niet van toepassing zijn. Dergelijke schermteksten en omschrijvingen zijn in dit document cursief gedrukt. Op het beeldscherm van de regelaar worden de betreffende teksten dan ook niet weergegeven.Alle regelingen beschikken over een menu Configuratie en moeten separaat worden geconfigureerd.De Regeling Algemeen is de regeling met de meer algemene functies.

Deze regeling moet als eerste geconfigureerd worden omdat tijdens de configuratie aangegeven wordt welke andere regelingen er gebruikt worden.Als de regelaar niet geconfigureerd is, wordt binnen de Regeling Algemeen automa-tisch het menu Configuratie weergegeven en kan meteen met de configuratie worden gestart.Als de Regeling Algemeen reeds eerder is geconfigureerd, stel dan eerst toegangs-niveau 3 in en zoek daarna het menu Configuratie op.In beide gevallen geldt dat de configuratieprocedure compleet voltooid moet worden. Indien de procedure wordt afgebroken, zal de regeling niet werken.Indien meerdere regelaars via de CTR-bus worden gekoppeld, moet ook de CTR-bus worden geconfigureerd. De Regeling Algemeen van de regelaar beschikt hiervoor over een speciaal submenu.CTR

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 25 Regelaar Rematic MC 3.2 Regelaar Rematic MCCONFIGURATIEBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien CTR-bus Ja is gekozen.Selecteer Regeling Algemeen. Wanneer dit scherm verschijnt, druk dan op [enter]. Indien voor het eerst wordt geconfigureerd, verschijnt het menu Configuratie.

Als al eerder geconfigureerd is, stel dan eerst toegangsniveau 3 in.Druk op [enter] om het submenu Configuratie binnen te gaan.Kies Ja met [up] of [down] en druk vervolgens op [enter].Selecteer hier:•Nee : het systeem bestaat slechts uit één regelaar.•Ja : het systeem bestaat uit meerdere regelaars, die onderling, via de CTR-bus, zijn gekoppeld.Kies Ja indien de CTR-bus in deze regelaar wordt geconfigureerd.Kies Nee indien de Regeling Ketelsturing niet gebruikt wordt in deze regelaar.Stel het aantal ketels in dat op deze regelaar wordt aangesloten.Kies Ja indien de Regeling Storingsmelding wordt gebruikt.Regeling 001-A Rematic AlgemeenConfiguratieConfiguratie NeeCTR-bus NeeCtr configureren NeeKetelsturing JaModulerende ketels aantal 2Storingsmelding Nee

26 Installatiehandleiding Regelaar Rematic MC Bovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Functie RS232 Standaard is geselecteerd.Configuratie van de regelaar is nu gereed. Op het scherm worden de datum en de tijd weergegeven.Door de configuratie heeft elke regeling binnen de regelaar een specifiek adres gekregen (bv. 001-A, 001-B).Selecteer hier:•Standaard : communiceren met PC en modem is mogelijk. Dit betekent dat de Regeling Storingsmel-ding fax- en semafoonberichten kan versturen en dat het programma Multiwin gebruikt kan worden.•GBS : de RS232-poort wordt door een Gebouwbeheersysteem gebruikt. Dit betekent dat communicatie met een PC en/of modem niet mogelijk is.Stel het juiste modemtype in indien er een modem op de regelaar wordt aangesloten.

Indien er geen modem wordt aangesloten, is het modemtype niet van belang.Kies Ja indien de automatische omschakeling tussen zomer- en wintertijd moet worden gebruikt.Functie RS232 StandaardModemtype Quatron FMVZomer/wintertijd automaat Ja

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 27 Configuratie CTR-bus 3.3 Configuratie CTR-busEen systeem kan uit meerdere regelaars die onderling via de CTR-bus zijn gekoppeld, bestaan. De diverse regelaars en regelingen kunnen pas gebruikmaken van de CTR-bus als deze geconfigureerd is.CONFIGURATIE CTR-BUSVervolgens moeten de gegevens die nodig zijn om de CTR-bus te configureren, worden ingevuld. Deze items worden hieronder aangegeven en kunnen m.b.v. [up] en [down] worden geselecteerd. AANTAL REGELAARSCTR-NUMMER REGELAARNadat alle benodigde gegevens zijn ingevuld, kan de configuratie gestart worden.STARTEN CONFIGURATIE CTR-BUSHet verloop van de configuratie kan m.b.v. het statusscherm gevolgd worden. Dit statusscherm kan m.b.v. [up] en [down] geselecteerd worden.STATUSSCHERMSelecteer het submenu Configuratie CTR-bus van Regeling Algemeen.

Wanneer dit scherm verschijnt, druk dan op [enter].Vul het totale aantal regelaars (= modules) in, dat onderling via de CTR-bus is gekoppeld. Totaal betekent inclusief de bedieningsregelaars.Vul voor elke regelaar het CTR-nummer in (zie § 1.4). Het nummer dat bij Module wordt aangegeven, bepaalt de plaats van de regelaar in de lijst met regelaars.Kies Ja als alle gegevens, die nodig zijn voor het configureren van de CTR-bus, correct zijn ingevuld.Dit scherm is zichtbaar als de CTR-bus nog niet geconfigureerd is en na een reset van de regelaar.De regelaar is begonnen met de configuratie van de CTR-bus.Alle regelaars, behalve de regelaar die gebruikt wordt om de CTR-bus te configureren, krijgen tijdelijk adres 151.Configuratie CTR-busAantal modules 1Module 001 CTR-nummer 00000Configuratie CTR-bus NeeStatusscherm configuratie busConfiguratie gestartMod adres 151

28 Installatiehandleiding Configuratie CTR-bus Het resultaat van de configuratie van de CTR-bus kan voor elke regelaar afzonderlijk bekeken worden. Het betreffende menu-item kan m.b.v. [up] en [down] geselecteerd worden.CONFIGURATIE RESULTAATDe configuratie van de CTR-bus is afgebroken omdat het niet gelukt is alle regelaars tijdelijk op adres 151 te zetten. De oorzaak is een bedradingsfout of sluiting in de CTR-bus.Nummer 1 wordt (in dit voorbeeld) aan de regelaar met CTR-nummer 2534 toegekend. Daarnaast wordt, door middel van het getal achter sr, een eventuele CTR-fout (zie § 6.3) aangegeven. Tenslotte wordt het CTR-nummer, dat ingelezen wordt (hier: 1243), weergegeven.Het aantal regelaars, inclusief de bedieningsrege-laar(s), dat via de CTR-bus is gekoppeld, wordt aan regelaar 1 doorgegeven.

Daarnaast wordt, door middel van het getal achter sr, een eventuele CTR-fout (zie § 6.3) aangegeven.De configuratie van de CTR-bus is uitgevoerd. Dit betekent niet dat alle regelaars ook daadwerkelijk in de CTR-bus zijn opgenomen. Het is daarom raadzaam om dit voor elke regelaar na te gaan, zie verder hieronder bij ‘Configuratie resultaat’.De configuratie van de CTR-bus is afgebroken omdat het eigen CTR-nummer niet in de lijst is opgenomen. Controleer de ingevulde gegevens en configureer de CTR-bus nogmaals.De configuratie van de CTR-bus is afgebroken omdat het opgegeven aantal bedieningsregelaars groter is dan het totale aantal regelaars.Het is niet gelukt om de betreffende regelaar in de CTR-bus op te nemen.Het is niet gelukt om het opgegeven CTR-nummer te vinden.

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 29 Regeling GBS Interface - GI 3.4 Regeling GBS Interface - GICONFIGURATIEAANTAL DATAPUNTENDATA VAN DATAPUNTBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien het ingestelde aantal datapunten groter is dan nul.Selecteer Regeling GBS Interface. Wanneer dit scherm verschijnt, druk dan op [enter]. Indien voor het eerst wordt geconfigureerd, verschijnt het menu Configuratie. Als al eerder geconfigureerd is, stel dan eerst toegangsniveau 3 in.Druk op [enter] om het submenu Configuratie binnen te gaan.Kies Ja met [up] of [down] en druk vervolgens op [enter].Stel het aantal te configureren datapunten in.Stel per datapunt respectievelijk het slave-adres, het kanaal en de index voor de CTR-opdrachten in.Regeling 001-F GBS InterfaceConfiguratieConfiguratie NeeAantal data- punten 001: Reg 001-A kn: 30 ix: 00

30 Installatiehandleiding Regeling Ketelsturing - KS 3.5 Regeling Ketelsturing - KSCONFIGURATIEBUITENTEMPERATUURBUITENTEMPERATUURBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Buitentemp Extern is geselecteerd.THERMOSTAATVORSTBEWAKING BUITENTEMPERATUURBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Buitentemp Intern of Buiten-Selecteer Regeling Ketelsturing. Wanneer dit scherm verschijnt, druk dan op [enter]. Indien voor het eerst wordt geconfigureerd, verschijnt het menu Configuratie.

Als al eerder geconfigureerd is, stel dan eerst toegangsniveau 3 in.Druk op [enter] om het submenu Configuratie binnen te gaan.Kies Ja met [up] of [down] en druk vervolgens op [enter].Selecteer hier:•Intern : de regeling heeft een eigen buitentemperatuurvoeler.•Extern : de buitentemperatuur wordt uitgelezen van een andere regeling.•Geen : de regeling houdt geen rekening met de buitentemperatuur.Stel het adres in van de regeling die de buitentempera-tuur meet.Kies Ja indien er een OpenTherm kamerthermostaat op de regelaar wordt aangesloten.Kies Ja indien de aanvoertemperatuur, bij een lage buitentemperatuur, ten minste gelijk moet zijn aan een instelbaar minimum.Regeling 001-B KetelsturingConfiguratieConfiguratie NeeBuitentemp InternBuitentemp Regeling 000-AOpenTherm thermostaat JaVorstbewaking buitentemp Ja

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 31 Regeling Ketelsturing - KS temp Extern is geselecteerd.GEWENSTE AANVOERTEMPERATUURBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Buitentemp Geen is geselecteerd.RUIMTETEMPERATUURBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien zowel Buitentemp Intern of Buitentemp Extern als OpenTherm thermostaat Nee is geselecteerd.RETOURTEMPERATUURWARMTEVRAAGBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Retourtemp Nee is gekozen.TIMERBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien zowel Retourtemp Nee als Warmte-vraag Nee is gekozen.WEEKKLOKBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien zowel Buitentemp Intern of Buitentemp Extern als OpenTherm thermostaat Nee is geselecteerd.Kies Ja indien de gewenste aanvoertemperatuur bepaald wordt door de waarde van een 0-10 V ingangssignaal.Kies Ja indien er een ruimtetemperatuurvoeler op de regeling aangesloten is.Kies Ja indien er een retourtemperatuurvoeler op de regeling is aangesloten.Kies Ja indien warmtevraag bepaald kan worden door een discreet ingangssignaal.Kies Ja indien er een timer op de regeling is aangesloten.Kies Nee indien de regeling geen weekklok gebruikt.Aanvoertemp gew 0-10V NeeRuimtetemp JaRetourtemp NeeWarmtevraag NeeTimer NeeWeekklok Ja

32 Installatiehandleiding Regeling Ketelsturing - KS VAKANTIEKLOKBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Weekklok Ja is gekozen.TIMERFUNCTIEBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Timer Ja is gekozen.KETELAANTALADRES VOLGREGELAAR(S)SCHAKELMETHODE Bovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Ketelaantal groter is dan 1.Kies Ja indien de regeling een vakantieklok gebruikt.Selecteer hier:•Standaard : de regeling is in dagbedrijf als de timerfunctie is geactiveerd.•Vakantie : de regeling is niet in bedrijf als de timerfunctie is geactiveerd.Stel het aantal ketels in, dat in de cascade-opstelling wordt gebruikt.Stel het adres van elke ketel in.Selecteer de gewenste schakelmethode (de geselec-teerde schakelmethode geldt voor alle ketelgroepen, zie ook § 5.5.4):•1: Er wordt zo laat mogelijk een ketel bijgeschakeld en zo vroeg mogelijk een ketel afgeschakeld.•2: Er wordt zo laat mogelijk een ketel bijgeschakeld en zo laat mogelijk een ketel afgeschakeld.•3: Er wordt zo vroeg mogelijk een ketel bijgescha-keld en zo laat mogelijk een ketel afgeschakeld.•4: Er wordt zo laat mogelijk een ketel bijgeschakeld en zo vroeg mogelijk een ketel afgeschakeld, echter met een volgorde afwijkend van schakelmethode 1 (zie ook § 5.5.2).Vakantieklok JaTimerfunctie StandaardKetelaantal 2Ketel 1 Regeling 000-AKetels schakelmethode 1

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 33 Regeling Ketelsturing - KS BOILERSENSORKETELVOLGORDE CASCADEREGELINGBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Ketelaantal groter is dan 1.INSCHAKELVOLGORDE Bovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Volgordeomkering Vast is geselecteerd.UITSCHAKELVOLGORDE Bovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Volgordeomkering Vast is geselecteerd.GROEPNUMMERBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Volgordeomkering Automatisch is geselecteerd.Stel het adres in van de regeling die de warmwater-vraag bepaalt (er is een boilersensor op de betreffende regelaar aangesloten).Selecteer hier:•Vast : de ketels worden volgens een vaste, instelbare, volgorde geschakeld.•Automatisch : op een in te stellen dag en uur, wordt de volgorde bepaald waarin de ketels geschakeld worden.

De volgorde wordt bepaald op basis van het aantal bedrijfsuren.Stel, per ketel, het nummer in dat wordt gebruikt om de inschakelvolgorde van de ketels te bepalen. Nummer 1 betekent dat de ketel als eerste wordt ingeschakeld, nummer 2 betekent dat de ketel als tweede wordt ingeschakeld, enz..Stel, per ketel, het nummer in dat wordt gebruikt om de uitschakelvolgorde van de ketels te bepalen. Nummer 1 betekent dat de ketel als eerste wordt uitgeschakeld, nummer 2 betekent dat de ketel als tweede wordt uitgeschakeld, enz..Stel, per ketel, in tot welke ketelgroep de ketel behoort. De indeling in ketelgroepen is van belang bij de diverse schakelmethoden.Boilersensor Regeling 000-AVolgordeomkering AutomatischKetel 1 Inschakelnr 1Ketel 1 Uitschakelnr 1Ketel 1 Ketelgroep 1

34 Installatiehandleiding Regeling Ketelsturing - KS VOLGORDE-OMKERING (DAG) Bovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Volgordeomkering Automatisch is geselecteerd.VOLGORDE-OMKERING (UUR) Bovenstaand menu-item verschijnt alleen indien Volgordeomkering Automatisch is geselecteerd.PERIODIEK HERINSCHAKELENRESET TELLERSStel de dag van de week in, waarop de volgorde-omkering moet plaatsvinden.Stel het tijdstip in, waarop de volgorde-omkering moet plaatsvinden. Er wordt geteld vanaf middernacht (= 0 uur).Kies Ja indien de aanwezige pompen en kleppen ten minste eenmaal per dag gedurende enkele minuten gestuurd moeten worden, om vastzitten te voorkomen.Kies Ja om, bv. bij het in bedrijf stellen, alle bedrijfsu-rentellers en impulstellers op nul te zetten.

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 35 Regeling Remeha ketel - RK 3.6 Regeling Remeha ketel - RKCONFIGURATIEMAXIMUMKETELVERMOGENKLEINLASTRESET TELLERSSelecteer Regeling Remeha ketel. Wanneer dit scherm verschijnt, druk dan op [enter]. Indien voor het eerst wordt geconfigureerd, verschijnt het menu Configuratie. Als al eerder geconfigureerd is, stel dan eerst toegangsniveau 3 in.Druk op [enter] om het submenu Configuratie binnen te gaan.Kies Ja met [up] of [down] en druk vervolgens op [enter].Stel het maximale vermogen van de ketel in.Stel het kleinlastvermogen in als percentage van het maximale vermogen van de ketel.Kies Ja om, bv. bij het in bedrijf stellen, alle bedrijfsu-rentellers en impulstellers op nul te zetten.

36 Installatiehandleiding Regeling Storingsmelding - ST 3.7 Regeling Storingsmelding - STCONFIGURATIEFAXBERICHT REGELAARLIFE-CHECKBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien het adres bij Fax-bericht module ongelijk aan 000 is.SEMAFOONBERICHT REGELAARHet versturen van semafoonberichten werkt uitsluitend in Nederland in combinatie met door de PTT geleverde semafoons (met uitzondering van buzzers).PC-BERICHT REGELAARSelecteer Regeling Storingsmelding. Wanneer dit scherm verschijnt, druk dan op [enter]. Indien voor het eerst wordt geconfigureerd, verschijnt het menu Configuratie. Als al eerder geconfigureerd is, stel dan eerst toegangsniveau 3 in.Druk op [enter] om het submenu Configuratie binnen te gaan.Kies Ja met [up] of [down] en druk vervolgens op [enter].Stel het adres in van de regelaar waar het modem op aangesloten is.

De functie kan worden uitgeschakeld door 000 in te vullen.Kies Ja indien de fax-functie gecontroleerd moet worden. De controle wordt eenmaal per week op een instelbaar tijdstip uitgevoerd. De controle bestaat uit het versturen van een fax-bericht.Stel het adres in van de regelaar waar het modem op is aangesloten. De functie kan worden uitgeschakeld door 000 in te vullen.Regeling 001-D StoringsmeldingConfiguratieConfiguratie NeeFax-bericht module 000Life-check fax JaSemafoon-bericht module 000Stel het adres in van de regelaar waar het modem op aangesloten is. De functie kan worden uitgeschakeld door 000 in te vullen.PC-bericht module 000

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 37 Regeling Storingsmelding - ST LIFE-CHECKBovenstaand menu-item verschijnt alleen indien het adres bij PC-bericht module ongelijk aan 000 is.Selecteer hier:•Nee : de modemfunctie wordt niet gecontroleerd.•Dagelijks : de modemfunctie wordt elke dag gecontroleerd.•Maandag-vrijdag : de modemfunctie wordt alleen op doordeweekse dagen gecontroleerd.•Maandag : de modemfunctie wordt alleen op de ingestelde dag gecontroleerd.Het tijdstip waarop een (eventuele) controle wordt uitgevoerd, is instelbaarLife-check modem Nee

38 InstallatiehandleidingRegelingen Regeling Rematic Algemeen 4 Regelingen4.1 Regeling Rematic AlgemeenDe belangrijkste taak van Regeling Rematic Algemeen is het uitvoeren van algemene functies, zoals datum en tijd instellen, van de regelaar. De regelaar beschikt daarnaast over de regelingen GBS Interface, Remeha Ketel, Ketelsturing en Storingsmelding, die specifieke functies uitvoeren.Hieronder volgt een overzicht van de functies binnen de regeling:• Datum en tijd § 5.10.1, pag. 82• Type en versie § 5.10.2, pag. 82• Identificatie regelaar (CTR-nummer) § 5.10.4, pag. 84• Kiezen van een toegangsniveau § 1.3.4, pag. 13• Wijzigen van het toegangsniveau § 1.3.5, pag. 13• Omschakeling zomer-/ wintertijd § 5.10.5, pag. 84• Relaistest § 6.5.1, pag. 96• Configuratie CTR-bus § 3.3, pag. 27• Modemcode § 5.10.6, pag. 84• RS232-communicatie § 5.10.7, pag. 85• Telefooninstellingen § 5.10.9, pag.

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 39 Regeling GBS Interface - GI 4.2 Regeling GBS Interface - GIDe Regeling GBS Interface verzorgt de communicatie tussen de CTR-bus en een extern (gebouwbeheer)systeem. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de ingebouwde RS232-poort.Hieronder volgt een overzicht van de functies binnen de regeling:• Bedrijfstoestanden § 5.4.1, pag. 57• Type en versie § 5.10.2, pag. 82• Weergave toestand regeling (statusscherm) § 5.10.3, pag. 83• Storingsmelding § 5.10.12, pag. 89PowerRXDTXDPWRRFig. 4.2 Schematische weergave Regeling GBS interface

40 Installatiehandleiding Regeling Ketelsturing - KS 4. 3 Regeling Ketelsturing - KSDe Regeling Ketelsturing bepaalt, met behulp van een PID-regeling (op basis van de gewenste en de gemeten aanvoertemperatuur van de installatie), het in te schakelen vermogen voor het ketelhuis. De regeling bepaalt het aantal in te schakelen ketels en het vermogen dat, van elke ketel afzonderlijk, gevraagd wordt. De regeling kan de volgordeschakeling volgens vier verschillende schakelmethoden laten verlopen. Daarnaast is de regeling voorzien van functies zoals automatische overname bij storing en periodieke volgorde-omkering. Hieronder volgt een overzicht van de functies binnen de regeling:• Bedrijfstoestand (dag, nacht, vakantie, uit) § 5. 1. 1, pag. 44• Weekklok met twee bedrijfstijden per dag (intern) § 5. 1. 2, pag. 45• Vakantieklok met acht vakantieperiodes (intern) § 5. 1. 3, pag.

42 Installatiehandleiding Regeling Remeha ketel - RK 4.4 Regeling Remeha ketel - RKDe Regeling Remeha ketel verzorgt de communicatie, via de OpenTherm interface, tussen de Regeling Ketelsturing en de Remeha ketel. De regeling zorgt dat de ketel het gewenste vermogen levert. Daarnaast zorgt de regeling ervoor dat het vrijgaves-ignaal voor warmwaterbedrijf aan de ketel wordt doorgegeven indien de ketel gebruikt moet worden voor de warmwatervoorziening. De regeling krijgt het te realiseren vermogen voorgeschreven van de Regeling Ketelsturing. De regeling schakelt de brander aan en stuurt de brander, als deze in bedrijf is, naar het juiste vermogen. Het actuele brandervermogen wordt door de Remeha ketel beschikbaar gesteld en opgevraagd.Hieronder volgt een overzicht van de functies binnen de regeling:• Bedrijfstoestanden ketel § 5.6.1, pag. 65• Sturing ketel § 5.6.2, pag.

Modulerende Cascaderegelaar Rematic MC 43 Regeling Storingsmelding - ST 4.5 Regeling Storingsmelding - STDe Regeling Storingsmelding heeft tot taak om alle in het systeem aanwezige storingen te verzamelen en, indien gewenst, te melden. Met systeem worden alle aanwezige en onderling, via de CTR-bus, gekoppelde regelaars en regelingen bedoeld. De storing wordt lokaal gemeld door het knipperen van de ‘PWR’ L.E.D.. Naast deze lokale storingsmelding is het mogelijk om de storingen te melden door middel van een telefax of een semafoonbericht.Hieronder volgt een overzicht van de functies binnen de regeling:• Weekklok met twee bedrijfstijden per dag (intern) § 5.1.2, pag. 45• Storingsgegevens (aantal en status) § 5.7.1, pag. 67• Scannen van storingen § 5.7.2, pag. 67• Storingsniveau (hoog, laag) § 5.7.3, pag. 67• L.E.D.-indicatie § 5.7.4, pag. 68• Sturing van storingsrelais § 5.7.5, pag.

44 InstallatiehandleidingFuncties Bedrijfstoestanden 5Functies5.1 Bedrijfstoestanden5.1.1 Bedrijfstoestand (dag, nacht, vakantie, uit)De regeling kent 4 bedrijfstoestanden, namelijk:1. Dagbedrijf.2. Nachtbedrijf.3. Vakantiebedrijf.4. Uit bedrijf.Afhankelijk van de bedrijfstoestand kunnen bepaalde installatie-onderdelen al dan niet in bedrijf zijn en kunnen setpoints, waarop geregeld wordt, veranderen.In het menu Bedrijfsgegevens wordt door middel van een korte omschrijving aangegeven wat de actuele toestand van de regeling is. In een aantal gevallen wordt de bedrijfstoestand en de reden waarom de regeling in de bedrijfstoestand verkeert, aangegeven, bv. Timer dag: de regeling is in dagbedrijf omdat de timerfunctie actief is.Tijdens storingssituaties verschijnt in plaats van de bedrijfstoestand de tekst ‘Storing’.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha Rematic MC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden