Remeha miTera Plus Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha miTera Plus (60 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Remeha miTera Plus of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | miTera Plus |
Handleiding Remeha miTera Plus – volledige tekst
Inhoudsopgave1 Veiligheid. 41. 1 Aansprakelijkheden. 41. 1. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikant. 41. 1. 2 Aansprakelijkheid van de installateur. 41. 1. 3 Aansprakelijkheid van de gebruiker. 42 Over deze handleiding. 42. 1 Algemeen. 42. 2 In de handleiding gebruikte symbolen. 43 Beschrijving van het product. 53. 1 Werkingsprincipe. 53. 1. 1 Een ketelcascade regelen. 53. 1. 2 Hydronische scheiding door gebruik van het primaire en secundaire circuit. 63. 2 Hoofdcomponenten. 63. 3 Afmetingen en aansluitingen. 73. 4 Standaard leveringsomvang. 73. 5 Accessoires en opties. 84 Voor de installatie. 94. 1 Installatievoorschriften. 94. 2 Locatiekeuze. 94. 2. 1 Locatie van de MiTera. 94. 3 Eisen aan de elektrische aansluitingen. 105 Installatie. 115. 1 Het product positioneren. 115. 1. 1 Montage op een DIN-rail. 115. 1. 2 Montage met de lipjes. 115. 2 Elektrische aansluitingen. 125. 2.
1 Toegang tot de connectoren. 125. 2. 2 Printplaatlocaties. 125. 2. 3 De aansluitprint CB-05. 135. 2. 4 De aansluitprint CB-20. 145. 2. 5 Algemene beschrijving van de EEC-03 besturingseenheid. 145. 3 Temperatuursensoren installeren. 165. 3. 1 Buitentemperatuursensor monteren. 165. 3. 2 Installeren van temperatuursensoren rond een open verdeler. 175. 4 Installatievoorbeelden. 185. 4. 1 Direct circuit. 185. 4. 2 BMS-aansluitingen. 196 Gebruik van het bedieningspaneel. 226. 1 Componenten van het bedieningspaneel. 226. 2 Toegang tot het installateursniveau. 226. 3 Beschrijving van een cascadeoverzicht. 236. 4 Beschrijving van het hoofdmenu. 246. 5 Beschrijving van het hoofdscherm. 246. 6 Beschrijving van de pictogrammen in het display. 256. 7 Parameters, tellers en signalen zoeken. 266. 8 Gebruikersinstructies. 266. 8. 1 Toegang tot de menu's op gebruikersniveau. 266. 8. 2 Hoofdscherm. 276.
1 Veiligheid1. 1 Aansprakelijkheden1. 1. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende van toepassing zijnde richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de - en -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen. In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet opvolgen van de instructies voor de installatie en het onderhoud van het toestel. Het niet opvolgen van de gebruiksvoorschriften van het toestel. Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het toestel. 1. 1. 2 Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat.
De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen. Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit. Leg de installatie uit aan de gebruiker. Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat. Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker. 1. 1. 3 Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het apparaat te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.
Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie. Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkend installateur. Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het apparaat. 2 Over deze handleiding2.
GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokKans op elektrische schok, kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken. WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. OpgeletKans op materiële schade. BelangrijkLet op, belangrijke informatie. De onderstaande symbolen zijn van minder belang, maar zij kunnen u helpen bij het navigeren of nuttige informatie geven. ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding. Nuttige informatie of extra begeleiding. Rechtstreekse menunavigatie, zonder bevestiging. Te gebruiken door wie vertrouwd is met het systeem. 3 Beschrijving van het product3. 1 Werkingsprincipe3. 1. 1 Een ketelcascade regelenMet de MiTera kan een cascade van maximaal acht verwarmingsketels worden geregeld.
De volgende configuraties zijn mogelijk:AKetels met eigen pompen. B Enkele cascadepomp geregeld door de MiTera. In elke configuratie kan de secundaire pomp optioneel worden aangestuurd door de MiTera. Een dergelijke cascadeconfiguratie maakt het mogelijk om de warmtevraag te verdelen over meerdere ketels. Hierdoor kunnen meerdere kleine ketels worden gebruikt in plaats van één grote ketel, wat op zijn beurt de modulatiebandbreedte van het systeem vergroot. Als de warmtevraag toe- of afneemt, worden ketels respectievelijk in- of uitgeschakeld. Daarom is het belangrijk om het ideale aantal ketels voor de cascade te bepalen. De factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere:Redundantie:Een groter aantal ketels zal een grotere bedrijfszekerheid opleveren. Onderzoek heeft aangetoond dat de systeembetrouwbaarheid optimaal is wanneer er minimaal vier ketels in een cascade aanwezig zijn.
BelangrijkHet aantal genoemde punten is afhankelijk van de situatie en dus zal per project bekeken moeten worden welke oplossing de beste is.3.1.2 Hydronische scheiding door gebruik van het primaire en secundaire circuitBij het opzetten van een ketelcascade kan het nodig zijn om het primaire circuit (opwekkerscircuit) en het secundaire circuit (verbruikerscircuit) te scheiden met een open verdeler of platenwarmtewisselaar. De open verdeler maakt onafhankelijke debieten in beide circuits mogelijk, waardoor de ketels met een vraagafhankelijk debiet kunnen werken zonder het debiet van het secundaire circuit te beïnvloeden.
Voor de installatie of montage van eventuele accessoires verwijzen wij u naar de montagehandleiding die bij de betreffende accessoires wordt geleverd.Zie ookInstallatievoorbeelden, pagina 18Direct circuit, pagina 18BMS-aansluitingen, pagina 19Gebruik van een 0-10V aansluiting, pagina 19Gebruik van een BACNet-signaal, pagina 20Mod-bus aansluiting gebruiken, pagina 213 Beschrijving van het product7823351 - v.02 - 19092022 7
3.5 Accessoires en optiesEr zijn diverse accessoires en opties beschikbaar.Tab.1 Elektrische accessoires en optiesItem Beschrijving FunctieAD-3001444-01Uitbreidingsprint SCB-01 De SCB-01 zorgt voor een aansluiting van 0-10 V voor een PWM-systeempomp en twee potentiaalvrije contacten voor statusmeldingen.AD-3001445-01Uitbreidingsprint SCB-02 De SCB-02 zorgt voor aansluiting van een SWW- en een CV-zone, een aansluiting van 0-10 V voor een PWM-systeempomp en twee potentiaalvrije contacten voor statusmeldingen.AD-3001446-01Uitbreidingsprint SCB-04 De SCB-04 zorgt voor de functionaliteit om een extra zone te ondersteunen.AD-3001448-01Uitbreidingsprint SCB-10 De SCB-10 biedt functionaliteit voor één SWW- en drie CV-zones, een aansluiting van 0-10 V voor een PWM-systeempomp en potentiaalvrije contacten voor statusmeldingen.AD-3001449-01Printplaat CB-10 De CB-10 zorgt voor een extra zone voor de uitbreidingsprint SCB-10.AD-3001452-01Communicatieprint GTW-08 De GTW-08 zorgt voor de aansluiting op een gebouwbeheersysteem via Modbus.AD-3001453-01Communicatieprint GTW-21 BACNet De GTW-21 BACNet zorgt voor de aansluiting op een gebouwbeheersysteem via BACnet.AD-3001454-01Communicatieprint GTW-25 De GTW-25 biedt de functionaliteit om het toestel aan te sluiten via S-Bus.3 Beschrijving van het product8 7823351 - v.02 - 19092022
Item Beschrijving FunctieAD-3002313-01Communicatieprint GTW-40 De GTW-40 biedt de functionaliteit om een openTherm-toestel aan te sluiten via de S-bus.AD-3001496-01De aanvoertemperatuursensor van de centrale verwarming met kabel 2,5 mDe aanvoertemperatuursensor van de centrale verwarming is nodig voor de regeling van een mengklep.AD-3001497-01Sanitair-warmwatertemperatuursensor met kabel 5 mDe temperatuursensor sanitair warm water is nodig voor de regeling van een sanitair-warmwaterketel.AD-3001498-01Systeemtemperatuursensor met kabel 5 mDe systeemtemperatuursensor is nodig voor de regeling van een buffertank.AD-3001499-01Kabel S-Bus 1,5 m De S-Bus kabel is nodig voor de communicatie-aansluiting tussen apparaten.AD-3001500-01Kabel S-Bus 12 m De S-Bus kabel is nodig voor de communicatie-aansluiting tussen apparaten.AD-3001501-01Kabel S-Bus 20 m De S-Bus kabel is nodig voor de communicatie-aansluiting tussen apparaten.AD-3002318-01Extra wanddoos De wanddoos is nodig om het aantal steeksleuven voor printplaten uit te breiden.4 Voor de installatie4.1 InstallatievoorschriftenBelangrijkDe MiTera moet door een erkende installateur worden geïnstalleerd volgens de plaatselijke en nationale geldende regelgeving.4.2 Locatiekeuze4.2.1 Locatie van de MiTeraGebruik de richtlijnen en de benodigde inbouwruimte als basis voor het bepalen van de juiste locatie voor het plaatsen van het toestel.Zorg voor voldoende ruimte rondom het toestel voor goede toegang en onderhoudsgemak.4 Voor de installatie7823351 - v.02 - 19092022 9
A 400 mmB 50 mm (servicegebied)C 440 mmD 300 mm (servicegebied)E 300 mmF 150 mm (servicegebied)Zorg voor voldoende ruimte boven de MiTera om de frontmantel te openen.OpgeletHet toestel moet een elektrische randaarde-aansluiting hebben.Bescherm het toestel tegen stof.Bescherm het toestel tegen water4.3 Eisen aan de elektrische aansluitingenBreng de elektrische aansluitingen tot stand in overeenstemming met alle huidige lokale en nationale voorschriften en normen.Elektrische aansluitingen mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerde installateurs en alleen als de voeding is ontkoppeld.Het toestel is volledig voorbedraad.
Wijzig nooit de interne aansluitingen van het bedieningspaneel.Sluit de ketel altijd aan op een goed geaarde installatie.Bedrading moet worden uitgevoerd volgens de aanwijzingen in de elektrische schema’s.Volg de aanbevelingen in deze handleiding.Scheid de sensorkabels van de 230 V kabelsZorg ervoor dat aan de volgende vereisten wordt voldaan bij het aansluiten van de kabels op de -connectoren:Tab.2 PrintplaatconnectorenDraaddoorsnede Striplengte AanhaalmomentMassieve draad: 0,14–4,0 mm² (AWG 26–12)Gevlochten draad: 0,14–2,5 mm² (AWG 26–14)Gevlochten draad met klemring: 0,25–2,5 mm² (AWG 24–14)8 mm 0,5 N⋅mAfb.4 InstallatieruimteAD-3001865-01CF ABD BE 4 Voor de installatie10 7823351 - v.02 - 19092022
5 Installatie5.1 Het product positioneren5.1.1 Montage op een DIN-railMet de montagebeugel aan de achterzijde van de behuizing kan het toestel direct op een DIN-rail (35 x 7,5 mm) worden gemonteerd.1. Monteer de rail.Raadpleeg de montagehandleiding van de rail voor meer informatie.2. Monteer het toestel met behulp van de montagebeugel aan de achterkant van de behuizing:2.1. Plaats het toestel op de rail.Het toestel wordt opgehangen aan de bovenste haken van de montagebeugel.2.2. Druk het toestel op de rail.Het toestel klikt vast in de onderste haken van de montagebeugel.3. Het toestel van de rail demonteren.3.1. Druk op de twee klikkers aan weerszijden van de behuizing.3.2.
Trek de onderkant van het toestel van de rail.5.1.2 Montage met de lipjesMet de montagelipjes aan de zijkanten van de behuizing kan het toestel direct aan de muur worden gemonteerd.OpgeletBescherm het toestel tegen bouwstof en water.1. Bepaal de positie van het toestel. Zorg ervoor dat het toestel waterpas hangt.2. Markeer de posities van de 4 gaten.2.1. 424 mm (breedte)2.2. 156 mm (hoogte)3. Boor gaten van Ø 6 mm.4. Plaats de Ø 6 mm-pluggen.5. Zet het geheel vast met de Ø 3,5 mm-schroeven.Afb.5 Montage op een DIN-railAD-3001866-0122.12.213.13.2Afb.6 Montage met de lipjesAD-3001947-012345215 Installatie7823351 - v.02 - 19092022 11
5.2 Elektrische aansluitingen5.2.1 Toegang tot de connectoren1. Schroef de twee schroeven een kwart slag los.2. Verwijder het onderste deel van de frontplaat.De connectoren op de printplaten CB-05 en EEC-03 zijn nu toegankelijk.3. Voer de betreffende aansluitkabels door de kabelwartel(s) aan de onderzijde.4. Sluit de kabels aan op de bijbehorende connectoren.5. Sluit de behuizing.5.2.2 PrintplaatlocatiesDeze afbeelding toont de locatie van de diverse printplaten.Houd er rekening mee dat de meeste additionele printplaten in een extra wanddoos moeten worden gemonteerdAfb.8PrintplaatlocatiesAD-3001920-0111224433Tab.3 PrintplaatlocatiesApparaatLocatie A(1)CB-05 1EEC-03 2BLE Smart Antenna 3CB-05"L-Bus" 4(1) In de MiTera.Afb.7 Toegang tot de connectorenAD-3001921-0190 º123 45 Installatie12 7823351 - v.02 - 19092022
5.2.3 De aansluitprint CB-05De CB-05-aansluitprint biedt gemakkelijke toegang tot de voeding en externe S-Bus-connectoren.Voedingskabel aansluitenDe -connector wordt gebruikt om de 230 V-voedingskabel aan te sluiten. De stroomaansluiting is voorzien van een 10 AT-zekering.Gevaar voor elektrische schokSchakel altijd de hoofdstroom uit voordat u met de elektrische aansluitingen aan de slag gaat.Zorg ervoor dat aan de volgende eisen wordt voldaan voordat de voedingskabel wordt aangesloten:Tab.4 StroomaansluitingDraaddoorsnede Striplengte AanhaalmomentMassieve draad: 2,5 mm² (AWG 14)Gevlochten draad: 2,5 mm² (AWG 14)Gevlochten draad met klemring: 2,5 mm² (AWG 14)7 mm 0,5 N⋅mDe cascade van ketels aansluiten met gebruik van CB-05De externe S-bus-connector kan worden gebruikt om de verwarmingsketels in de cascade aan te sluiten.
Een S-bus-aansluiting bestaat uit kabels en een begin- en eindweerstand.Een beginweerstand is gemonteerd op de S-bus-in connector op het eerste apparaatAlle apparaten zijn gekoppeld door gebruik van een S-bus-kabel. De kabel verbindt de S-bus uit met de S-bus-in van het volgende apparaat.Een eindweerstand is gemonteerd op de S-Bus-uit-connector van het laatste apparaat op de S-bus-lijn.De locatie van de S-bus-connector varieert per apparaat.De volgorde van de aangesloten apparaten kan indien gewenst worden aangepast.De S-bus-verbindingsvoorbeelden in deze handleiding zijn mogelijke sequenties voor S-bus-verbindingen en kunnen variëren op basis van de configuratie.Afb.9 CB-05-printplaatAD-3001923-01Afb.10Connector AD-3002204-01Afb.11 S-bus-connectorAD-3002205-015 Installatie7823351 - v.02 - 19092022 13
Deze biedt gemakkelijke toegang tot alle cascade-gerelateerde connectoren.De voeding van de pompen aansluitenDe -connector kan worden gebruikt om de cascadepomp aan te sluiten als een toestel dat is aangesloten op de EEC-03 geen eigen pomp heeft.BelangrijkHet maximale opgenomen vermogen is 300 VA.BelangrijkDe cascadepomp is niet nodig als het toestel zijn eigen pomp heeft.De werking van de pomp kan worden gewijzigd met parameter NP287.De -connector kan worden gebruikt om de secundaire pomp aan te sluiten.BelangrijkHet maximale opgenomen vermogen is 300 VA.De werking van de pomp kan worden gewijzigd met parameter NP288.Afb.12 CB-20-printplaatAD-3001924-01Afb.13 Externe L-Bus-connectorAD-3002206-01Afb.14 EEC-03-printplaatAD-3001764-01R-BusToutT_CT_BT_ARL+-0-10- ++PWM- ++PWMN L N LAfb.15 CascadepompconnectorAD-3001936-01LNAfb.16 Secundaire pompconnectorAD-3001937-01LN5 Installatie14 7823351 - v.02 - 19092022
Het PWM-signaal van de pompen aansluitenDe PWM-connector kan worden gebruikt om het PWM-signaal van de cascadepomp aan te sluiten.De PWM-connector kan ook worden gebruikt om een 0-10V-uitgang aan te sluiten.De functie van deze connector kan worden gewijzigd met parameter NP287.De PWM-connector kan worden gebruikt om het PWM-signaal van de secundaire pomp aan te sluiten.De PWM-connector kan ook worden gebruikt om een 0-10V-uitgang aan te sluiten.De functie van deze connector kan worden gewijzigd met parameter NP288Analoge ingang (0-10V)Deze ingang wordt gebruikt voor de warmtevraag.Deze ingang heeft twee modi: regeling op basis van de temperatuur of op basis van het warmte-uitvoer.1.
Sluit het ingangssignaal aan op de klemmen 0–10 van de aansluitconnector.Wijzig de functie van de analoge ingang met parameter EP014.De vrijgave-ingang aansluitenOpgeletAlleen geschikt voor potentiaalvrije contacten (droog contact).De RL-connector kan worden gebruikt om een spanningsvrij contact aan te sluiten.De functie van deze connector kan worden ingesteld met parameter NP286.Als het contact is gesloten tijdens een warmtevraag, wordt het cascadesysteem onmiddellijk geblokkeerd.Als het contact is gesloten zonder een warmtevraag, wordt het cascadesysteem geblokkeerd na een wachttijd.Een systeemtemperatuursensor aansluitenDe T_A-connector moet worden gebruikt om de secundaire retourtemperatuursensor aan te sluiten.Afb.17PWM-connector voor cascadepompAD-3001938-01+-+PWMAfb.18 PWM-connector voor secundaire pompAD-3001939-01+-+PWMAfb.19 Analoge ingangAD-3001304-02+-0-10Afb.20 Vrijgave-ingangsconnectorAD-3001303-02RLAfb.21 Connector T-AAD-3001940-01T_A5 Installatie7823351 - v.02 - 19092022 15
De T_B-connector moet worden gebruikt om de secundaire aanvoertemperatuursensor aan te sluiten. De T_C-connector kan worden gebruikt om de cascade-retourtemperatuursensor aan te sluiten. Deze sensor is alleen voor bewakingsdoeleinden bestemd en hoeft niet te worden aangesloten om de cascadefunctionaliteit in te schakelen. Zie ookInstalleren van temperatuursensoren rond een open verdeler, pagina 17Een buitentemperatuursensor aansluitenEen buitentemperatuursensor kan worden aangesloten op de Tout-connector. Sluit de sensor altijd aan op de printplaat die de zones bestuurt. Bijvoorbeeld: als de zones worden bestuurd door een SCB-02 of SCB-10, sluit dan de sensor aan op die printplaat. 1. Sluit de twee-aderige kabel aan op de Tout-connector. Gebruik hieronder vermelde sensoren, of sensoren met identieke eigenschappen. Stel parameter AP056 in op het geïnstalleerde type buitentemperatuursensor.
AF60 = NTC 470 Ω/25 °CWanneer een buitentemperatuursensor is aangesloten, kan de interne stooklijn worden gebruikt om de gevraagde aanvoertemperatuur over te nemen op basis van de buitentemperatuur. Als er ook een aan/uit-thermostaat is aangesloten, wordt de temperatuur geregeld volgens het setpunt van de interne stooklijn. OpenTherm Regelaars kunnen ook de buitentemperatuursensor gebruiken. De gewenste stooklijn moet dan op de regelaar worden ingesteld. Aansluiten thermostatenDe R-Bus-connector kan gebruikt worden om een kamerthermostaat aan te sluiten. De connector ondersteunt de volgende typen:R-Bus-thermostaatOpenTherm-thermostaatOpenTherm Smart Power-thermostaatAan/uit thermostaatHet maakt niet uit welke draad in welke kabelklem wordt aangesloten. De software herkent welk type thermostaat aangesloten is. 5. 3 Temperatuursensoren installeren5. 3.
1 Buitentemperatuursensor monterenPlaats de buitentemperatuursensor op een locatie die aan de volgende kenmerken voldoet:Op een gevel van de te verwarmen ruimte, indien mogelijk op het noorden.
Afb.26 Aangeraden montageplaatsenMW-8800N001-3212112H1/2 H (min. 2,5 m)1/2 H (min. 2,5 m)1/2 ZHZ1 Optimale locatie2 Mogelijke locatieH Bewoonde hoogte gecontroleerd door de sensorZ Bewoond oppervlak gecontroleerd door de sensorPlaats de buitentemperatuursensor best niet op een locatie met de volgende kenmerken:Afgeschermd door een deel van het gebouw (balkon, dak, enz.).Dicht bij een storende warmtebron (zon, schoorsteen, ventilatierooster, enz.).Afb.27 Afgeraden locatiesMW-3000014-21. Boor twee gaten met diameter van 6 mm.2. Plaats de twee pluggen.3. Bevestig de sensor met twee schroeven.4. Sluit de kabel aan op de buitentemperatuursensor.5.3.2 Installeren van temperatuursensoren rond een open verdelerAfb.28 Montage van de buitentemperatuursensorAD-3002459-015 Installatie7823351 - v.02 - 19092022 17
Tab. 7 ParameterinstellingenCode DisplaytekstBeschrijvingInstelbereikSubmenu StandaardinstellingEP014 0-10V ingangSelecteer de functie van de 0-10V ingang. 0 = Uit1 = Temperatuur2 = Vermogen0-10V ingang06 Gebruik van het bedieningspaneel6. 1 Componenten van het bedieningspaneel1 Draaiknop om een pictogram, menu of instelling te selecteren2 Knop bedienen om de selectie te bevestigen3 Retourknop :Kort drukken op de toets: Terugkeren naar het vorige niveau of vorige menuLang op de toets drukken: Terug naar hoofdscherm4 Menuknop om naar het hoofdmenu te gaan5 Display6 Status-LED6. 2 Toegang tot het installateursniveauSommige instellingen zijn beveiligd door de installateurstoegang. Schakel de installateurstoegang in om deze instellingen te wijzigen. Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1.
Open het installateursniveau via het pictogram:1. 1. Selecteer het pictogram [ ]. 1. 2. Gebruik code: 0012. Het pictogram [ ] toont dat de installateurstoegang Aan is, en het pictogram rechtsboven in het display verandert in. 2. Open het installateursniveau via het menu:2. 1. Selecteer Activeer installateurstoegang uit het Hoofdmenu. 2. 2. Gebruik code: 0012. Als het installateursniveau is in- of uitgeschakeld, verandert de status van het pictogram [ ] in Aan of Uit. Als het bedieningspaneel gedurende 30 minuten niet wordt gebruikt, wordt de installateurstoegang automatisch uitgeschakeld. U kunt de installateurstoegang handmatig uitschakelen door:Selectie van het pictogram [ ]. Selectie van Deactiveer installateurstoegang uit de Hoofdmenu. Afb. 42 Componenten van het bedieningspaneelAD-3000932-02463215Afb. 43 InstallateursniveauAD-3001378-0200:120 1 234015620345123412340. iAfb.
6. 3 Beschrijving van een cascadeoverzicht1 CascadepictogramHet bedieningspaneel schakelt automatisch over naar de stand-bymodus (zwart scherm) als het bedieningspaneel 5 minuten lang niet wordt bediend. Druk op een van de knoppen op het bedieningspaneel om het scherm weer te activeren. De warmteopwekkerspictogrammen op het cascadeoverzicht geven informatie over warmteopwekkers die als cascade op de regelaar zijn aangesloten. Gebruik de draaiknop om naar de warmteopwekker van uw keuze te navigeren en druk op de knop om de selectie te bevestigen. 1 Navigeer naar Cascade configuratie. 2 Beschikbare warmteopwekkers in de cascade. 3 Informatie over de geselecteerde warmteopwekker. 4 Informatie over aanvoer- en retourtemperaturen. 5 Informatie over de huidige status.
1 Activatievolgorde2 Huidig vermogen warmteopwekker3 Toestand warmteopwekker4 ID warmteopwekker5 Aanvoertemperatuur warmteopwekkerDe activeringsvolgorde bepaalt in welke volgorde de warmteopwekkers worden ingeschakeld. De warmteopwekker-ID wordt gebruikt om ketels te identificeren bij het wijzigen van de activeringsvolgorde. De warmteopwekker-ID wordt zowel op de ketel als op de MiTera weergegeven. 1 Cascadepictogram2 Cascadestatus3 Gevraagd vermogen cascade4 Volgende toestel om te starten1 Secundaire aanvoertemperatuur2 Secundaire pomp (zichtbaar bij afstelling, gemarkeerd bij inschakelen)3 Secundaire retourtemperatuur4 Primaire pomp (zichtbaar bij afstelling, gemarkeerd bij inschakelen)Afb. 45 CascadepictogramAD-3002384-01. °CHome Screen22/02/2018 11:201Afb. 46 CascadeoverzichtAD-3001922-02. 22/02/2018 11:20130. 0°C1228. 0°C2328. 0°C3148. 8kWNext: –Generator CH64. 9°C45. 2°C. 25%90.
1 Pictogram type vraag2 Setpunt temperatuur3 Setpunt vermogen6. 4 Beschrijving van het hoofdmenuU kunt vanaf elk menu rechtstreeks navigeren naar het hoofdmenu door te drukken op de toets. Het aantal toegankelijke menu's hangt af van het toegangsniveau (gebruiker of installateur). ADatum en tijd | naam van het scherm (huidige positie in het menu)BBeschikbare menu'sCKorte uitleg van het gekozen menuTab. 8Beschikbare menu's voor de gebruikerBeschrijving IcoonActiveer installateurstoegangSysteeminstellingenVersie-informatieTab. 9Beschikbare menu's voor de installateurBeschrijving IcoonDeactiveer installateurstoegangSysteeminstallatieInbedrijfstellingsmenuGeavanceerd servicemenuStoringsgeschiedenisSysteeminstellingenVersie-informatie6. 5 Beschrijving van het hoofdschermDit scherm verschijnt automatisch na de start van het toestel.
Het bedieningspaneel gaat automatisch in de stand-bymodus (zwart scherm) als de knoppen 5 minuten lang niet worden gebruikt. Druk op een van de knoppen op het bedieningspaneel om het scherm weer te activeren. U kunt van elk menu navigeren naar het hoofdscherm als u de terugknop enkele seconden indrukt. De pictogrammen op het hoofdscherm bieden snelle toegang tot de corresponderende menu's. Gebruik de draaiknop om naar het item van uw keuze te gaan en druk op de toets om de keuze te bevestigen. 1 Pictogrammen: het geselecteerde pictogram wordt gemarkeerd2 Datum en tijd | naam van het scherm (huidige positie in het menu)3 Informatie over het geselecteerde pictogram4 Pictogrammen die navigatieniveau, bedrijfsmodus, fouten en overige informatie aangeven. Afb. 50 Informatie over huidige statusAD-3001946-01. 22/02/2018 11:20130. 0°C1228. 0°C2328. 0°C364. 9°C45. 2°C. 25%90. 0°C148.
6. 6 Beschrijving van de pictogrammen in het displayTab. 10 PictogrammenPictogramBeschrijvingGebruikersmenu: parameters op gebruikersniveau kunnen worden aangepast. Installateursmenu: parameters op installateursniveau kunnen worden geconfigureerd. Informatiemenu: uitlezen van diverse actuele waarden. Systeeminstellingen: systeemparameters kunnen worden aangepast. Storingsindicator. Gasketelindicator. Sanitair-warmwaterketel is aangesloten. De buitentemperatuursensor is aangesloten. Ketelnummer in cascadesysteem. De zonneketel is ingeschakeld en het verwarmingsniveau wordt weergegeven. Vermogensniveau van de brander (1 tot 5 balkjes en per balkje 20% vermogen). De pomp draait. Driewegklep-indicator. Weergave van de installatie waterdruk. Schoorsteenvegerstand is ingeschakeld (gedwongen vollast of lage last voor meting). Energiebesparende modus is ingeschakeld. SWW-boost is ingeschakeld.
Tijdprogramma is ingeschakeld: De kamertemperatuur wordt geregeld door een tijdprogramma. Handmatige bediening is actief: De kamertemperatuur is op een vaste waarde ingesteld. Tijdelijk overschrijven van het tijdprogramma is ingeschakeld: De kamertemperatuur wordt tijdelijk gewijzigd. Het vakantieprogramma (inclusief vorstbeveiliging) is actief: De kamertemperatuur wordt verlaagd tijdens uw vakantie om energie te besparen. De vorstbeveiliging is ingeschakeld: Bescherm de verwarmingsketel en installatie tegen bevriezing in de winter. Servicemelding: service nodig. Contactgegevens van de installateur worden weergegeven of kunnen worden ingevuld. MiTeraTab. 11 Pictogrammen - aan/uitPictogramBeschrijving PictogramBeschrijvingDe werking voor CV is ingeschakeld. De werking voor CV is uitgeschakeld. De werking voor SWW is ingeschakeld. De werking voor SWW is uitgeschakeld. De brander is aan.
PictogramBeschrijvingPictogram keuken.Pictogram slaapkamer.Pictogram studeerkamer.Pictogram kelder.6.7 Parameters, tellers en signalen zoekenU kunt datapunten (Parameters, tellers, signalen) zoeken en wijzigen van het toestel, aangesloten printplaten en sensoren. > Systeeminstallatie > Zoek datapuntenGebruik de draaiknop om te selecteren.Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.1. Druk op de toets .2. Selecteer Systeeminstallatie.3. Selecteer Zoek datapunten.4. Selecteer de zoekcriteria (code):4.1. Selecteer de eerste letter (datapuntcategorie).4.2. Selecteer de tweede letter (datapunttype).4.3. Selecteer het eerste cijfer.4.4. Selecteer het tweede cijfer.4.5. Selecteer het derde cijfer.Het symbool * kan worden gebruikt om elk teken binnen het zoekveld aan te geven.De lijst met datapunten verschijnt in het display. Alleen de eerste 30 resultaten worden bij het zoeken weergegeven.5.
2. Druk op de toets om de selectie te bevestigen. De beschikbare instellingen van dit geselecteerde menu verschijnen in het display. 3. Gebruik de draaiknop om de gewenste instelling te selecteren. 4. Druk op de toets om de selectie te bevestigen. Alle wijzigingsopties verschijnen in het display (als een instelling niet kan worden gewijzigd, zal Kan read-only datapunt niet bewerken in het display worden weergegeven). 5. Gebruik de draaiknop om de instelling te wijzigen. 6. Druk op de toets om de selectie te bevestigen. 7. Gebruik de draaiknop om de volgende instelling te selecteren of druk op de toets om terug te keren naar het hoofdscherm. 6. 8. 2 HoofdschermDe pictogrammen op het hoofdscherm bieden snelle toegang tot de corresponderende menu's. Gebruik de draaiknop om naar het menu van uw keuze te gaan en druk op de toets om de keuze te bevestigen.
Alle wijzigingsopties verschijnen in het display (Kan read-only datapunt niet bewerken verschijnt in het display als een instelling niet kan worden). Tab. 13 Selecteerbare pictogrammen voor de gebruikerPictogramMenu FunctieInformatiemenu. Uitlezen van diverse actuele waarden. Storingsindicator. Details uitlezen over de huidige storing. Bij bepaalde storingen zal pictogram verschijnen met de contactgegevens van de installateur (indien ingevuld). Vakantiemodus. Stel de begin- en einddatum van uw vakantie in om de kamer- en SWW-temperaturen van alle zones te verlagen. , , , Bedrijfsmodus. Wijzig of uw toestel is ingesteld op verwarming, of beide, of is uitgeschakeld. Gasketelindicator. Lees de branderdetails van de verwarmingsketel uit en schakel de verwarmingsfunctie van de verwarmingsketel in of uit. Waterdrukindicator. Toont de waterdruk.
Configureer de temperatuurregeling met de buitensensor. Cascade-instellingen. Configureer de MiTera instellingen. 6. 8. 3 Vakantieprogramma's voor alle zones activerenWanneer u op vakantie gaat, kunnen de kamertemperatuur en de temperatuur van het sanitair warm water worden verlaagd om energie te besparen. Met de volgende procedure kunt u de vakantiemodus activeren voor alle zones en de temperatuur van het sanitair warm water. Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1. Selecteer het pictogram [ ]. 2. Selecteer Begindatum vakantie. 3. Configureer de startdatum. 4. Selecteer Einddatum vakantie. De dag na de startdatum van uw vakantie wordt weergegeven. 5. Configureer de einddatum. 6. Selecteer Gewenste ruimtetemperatuur in vakantieperiode. Afb. 56Bevestig de menuselectieAD-3001388-01.
7. Configureer de temperatuur.U kunt het vakantieprogramma resetten of annuleren door Resetten in het vakantiemodusmenu te selecteren.6.8.4 Configuratie van het verwarmingscircuitVoor elk verwarmingscircuit is een menu met snelle gebruikersinstellingen beschikbaar.
Selecteer het verwarmingscircuit dat u wilt configureren door de selectie van het pictogram [ ], [ ], [ ], [ ], [ ], [ ] of [ ]Tab.14 Menu voor configuratie van een verwarmingscircuitMenu FunctieTemperaturen instellen Stel de temperaturen in voor het tijdprogramma.Bedrijfsmodus Stel de bedrijfsmodus in.Klokprogramma verwarmen Stel in de bedrijfsmodus Klokprogramma de gebruikte tijdprogramma's in en configureer deze.Zoneconfiguratie Configureer de instellingen van het zonecircuit.Tab.15 Uitgebreid menu voor configuratie van een verwarmingscircuit ZoneconfiguratieMenu FunctieKorte temperatuurverandering Wijzig tijdelijk de kamertemperatuur.BedrijfsmGroepModus Selecteer de verwarmingsbedrijfsmodus: Tijdprogramma, handmatig.Groep,stpnt Tk handm Stel de kamertemperatuur handmatig in op een vaste waarde.Vakantiemodus Stel de begindatum en einddatum van uw vakantie en de verlaagde temperatuur voor deze zone in.Gebrksvr naam groep Creëer of wijzig de naam van het verwarmingscircuit.Icoon weerg groep Selecteer het pictogram van het verwarmingscircuit.6.8.5 De verwarmingstemperatuur van een zone wijzigenDefinitie van zoneZone is de term die gegeven wordt aan de diverse hydraulische circuits CIRCA, CIRCB etc.
Deze duidt meerdere delen aan van een gebouw dat door hetzelfde circuit wordt bediend.Meerdere zones zijn alleen mogelijk met een uitbreidingsprintplaat.Tab.16 Voorbeeld van twee zones Zone Fabrieksnaam1 Zone 1 CIRCA2 Zone 2 CIRCBAfb.57 Twee zonesAD-3001404-01126 Gebruik van het bedieningspaneel28 7823351 - v.02 - 19092022
De naam en het pictogram van een zone wijzigenDe zones hebben een pictogram en naam die in de fabriek zijn ingesteld. Afhankelijk van uw toestel kunt u het pictogram en de naam voor de zones wijzigen. Niet alle typen toestellen en zones ondersteunen de wijziging van symbool en naam. Selecteer zone > Zoneconfiguratie > Gebrksvr naam groep of Icoon weerg groepInstallateurstoegang ingeschakeld: Selecteer zone > Gebrksvr naam groep of Icoon weerg groepGebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1. Selecteer het pictogram van de zone die u wilt wijzigen. 2. Selecteer ZoneconfiguratieDit menu verschijnt niet als de installateurstoegang is ingeschakeld. Ga verder naar de volgende stap. 3. Selecteer Gebrksvr naam groepEen toetsenbord met letters, cijfers en symbolen (tekens) wordt weergegeven. 4. Wijzig de naam van de zone (maximaal 20 tekens):4. 1.
Gebruik de bovenste rij om te wisselen tussen hoofdletters, cijfers, symbolen of speciale tekens. 4. 2. Selecteer een teken of actie. 4. 3. Selecteer om een teken te wissen. 4. 4. Selecteer om een spatie toe te voegen. 4. 5. Selecteer om het wijzigen van de zonenaam te voltooien. 5. Selecteer Icoon weerg groep. Alle beschikbare pictogrammen verschijnen in het display. 6. Selecteer het gewenste pictogram voor de zone. De bedrijfsmodus van een zone wijzigenRegel de kamertemperatuur van de diverse zones van het huis. U kunt uit 5 bedrijfsmodi kiezen:Selecteer zone > BedrijfsmodusGebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1. Selecteer het pictogram van de zone die u wilt wijzigen. 2. Selecteer BedrijfsmodusAfb. 58LetterselectieAD-3001382-01:. 11:20xs t u v wrm n o p qfa b c d elg h i j ky zÀÁÄabc ABC 123. @# áäà. Afb.
3. Selecteer de gewenste bedrijfsmodus:Tab. 17 BedrijfsmodiPictogramFunctie BeschrijvingKlokprogramma De kamertemperatuur wordt geregeld door een klokprogrammaHandmatig De kamertemperatuur is op een vaste waarde ingesteldKorte temperatuurverandering De kamertemperatuur wordt tijdelijk gewijzigdVakantie De kamertemperatuur wordt verlaagd tijdens uw vakantie om energie te besparenVorstbeveiliging Bescherm de verwarmingsketel en installatie tegen bevriezing in de winterKlokprogramma om de zonetemperatuur te regelenEen klokprogramma creërenMet een klokprogramma kunt u de kamertemperatuur per uur en per dag variëren. De kamertemperatuur is gekoppeld aan de activiteit van het klokprogramma. U kunt maximaal drie klokprogramma's per zone aanmaken. U kunt bijvoorbeeld een programma creëren voor een week met normale werkuren en een programma voor een week als u grotendeels thuis bent.
Selecteer zone > Klokprogramma verwarmenGebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1. Selecteer het pictogram van de zone die u wilt wijzigen. 2. Selecteer Klokprogramma verwarmen. 3. Selecteer het klokprogramma dat u wilt wijzigen: Klokprogramma 1, klokprogramma 2 of Klokprogramma 3. Voor maandag geplande activiteiten worden weergegeven. De laatste geplande activiteit van een dag is actief tot de eerste activiteit op de volgende dag. Bij de eerste start hebben alle weekdagen twee standaardactiviteiten; Thuis te beginnen om 6:00 uur en Slapen om 22:00 uur. 4. Selecteer de weekdag die u wilt wijzigen. AWeekdagB Overzicht van geplande activiteitenC Lijst van acties5. Selecteer een van de volgende acties:5. 1.
Selecteer geplande activiteit om de starttijd van deze activiteit te wijzigen, de temperatuur te wijzigen of de geselecteerde activiteit te verwijderen. 5. 2. Voeg tijd en activiteit toe om een nieuwe activiteit toe te voegen aan de geplande activiteiten. Het verwijderen van tijden of activiteiten kan hier worden gedaan. 5. 3.
Naar andere dag kopiëren om de geplande activiteiten van de weekdag naar andere dagen te kopiëren. De activiteiten met de geconfigureerde tijd en temperatuur worden naar de geselecteerde dagen gekopieerd. 5. 4. Stel activiteitstemperaturen in om de temperatuur te wijzigen. Definitie van activiteitActiviteit is de term die wordt gebruikt bij het programmeren van tijdvakken in een klokprogramma. Het klokprogramma stelt de kamertemperatuur in voor verschillende activiteiten gedurende de dag. Een temperatuur-setpunt is met elke activiteit verbonden. De laatste activiteit van een dag is geldig tot de eerste activiteit op de volgende dag. Afb. 60WeekdagAD-3001384-01. 11:20. :. :. ABC6 Gebruik van het bedieningspaneel30 7823351 - v. 02 - 19092022.
Afb.61 Activiteiten van een klokprogrammaAD-3001403-010152025T0:00 2:00 4:00 6:00 8:00 10:00 12:00h14:00 16:00 18:00 20:00 22:00 0:0012345Tab.18 Voorbeeld van activiteiten Begin van de activiteit Activiteit Setpunt temperatuur1 6:30 Ochtend 20 °C2 9:00 Weg 19 °C3 17:00 Thuis 20 °C4 20:00 Avond 22 °C5 23:00 Slapen 16 °CDe naam van een activiteit wijzigenU kunt de namen van de activiteiten wijzigen in het klokprogramma. > Systeeminstellingen > Namen verwarmingsactiviteit instellenGebruik de draaiknop om te selecteren.Gebruik de toets om de selectie te bevestigen.1. Druk op de toets .2. Selecteer Systeeminstellingen .3. Selecteer Namen verwarmingsactiviteit instellen.Een lijst van 6 activiteiten en hun standaardnamen wordt weergegeven:Activiteit 1 SlapenActiviteit 2 ThuisActiviteit 3 WegActiviteit 4 OchtendActiviteit 5 AvondActiviteit 6 Aangepast4.
Een klokprogramma activerenOm een klokprogramma te activeren, is het nodig om de bedrijfsmodus Klokprogramma te activeren. Deze activering wordt apart voor elke zone uitgevoerd. Selecteer zone > Bedrijfsmodus > KlokprogrammaGebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1. Selecteer het pictogram van de zone die u wilt wijzigen. 2. Selecteer Bedrijfsmodus. 3. Selecteer Klokprogramma. 4. Selecteer het klokprogramma Klokprogramma 1, klokprogramma 2 of Klokprogramma 3. Verwarmingstemperaturen wijzigenU kunt de verwarmingstemperaturen van elke activiteit wijzigen. Selecteer zone > Temperaturen instellenGebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1. Selecteer het pictogram van de zone die u wilt wijzigen. 2. Selecteer Temperaturen instellen.
Een lijst van 6 activiteiten en de bijbehorende temperaturen worden weergegeven. 3. Selecteer een activiteit. 4. Stel de verwarmingstemperatuur in. De kamertemperatuur tijdelijk wijzigenOngeacht de bedrijfsmodus voor een zone is het mogelijk om de kamertemperatuur voor een korte periode te wijzigen. Als deze periode is verstreken, wordt de geselecteerde bedrijfsmodus hervat. Selecteer zone > Bedrijfsmodus > Korte temperatuurveranderingGebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. De kamertemperatuur kan alleen op die manier worden ingesteld als een kamertemperatuursensor/-thermostaat is geïnstalleerd. 1. Selecteer het pictogram van de zone die u wilt wijzigen. 2. Selecteer Bedrijfsmodus3. Selecteer Korte temperatuurverandering. 4. Stel de duur in uren en minuten in. 5. Stel de tijdelijke kamertemperatuur in. 6. 8.
6. 8. 7 Werkingsmodus wijzigenU kunt de bedrijfsmodus van het toestel instellen. De beschikbare modi kunnen per toestel variëren. Gebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1. Selecteer het pictogram [ ]. 2. U kunt uit volgende bedrijfsmodi kiezen: Uit Uitschakeling van het toestel heeft geen invloed op de warmwaterbereiding. Verwarmen (auto) Verwarming inschakelen. Het pictogram van de bedrijfsmodus verandert om de geselecteerde bedrijfsmodus te tonen. 6. 8. 8 Wijzigen van de instellingen van het bedieningspaneelU kunt de instellingen van het bedieningspaneel wijzigen binnen de systeeminstellingen. > SysteeminstellingenGebruik de draaiknop om te selecteren. Gebruik de toets om de selectie te bevestigen. 1. Druk op de toets. 2. Selecteer Systeeminstellingen. 3. Voer een van de handelingen uit zoals beschreven in onderstaande tabel:Tab.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha miTera Plus stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Remeha
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd