Remeha E-HP AW 176 Ace Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha E-HP AW 176 Ace (48 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Remeha E-HP AW 176 Ace of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | E-HP AW 176 Ace |
Handleiding Remeha E-HP AW 176 Ace – volledige tekst
2 Actieve koeling. 204. 2. 3 Hydraulisch schema. 204. 3 Hoofdcomponenten. 234. 3. 1 Overzicht van de lucht- en waterstroom. 245 Voor de installatie. 255. 1 Locatiekeuze. 255. 2 Voorbereiding van de locatie. 265. 3 Transport. 275. 3. 1 Vorkheftruck. 275. 3. 2 Hijskraan. 275. 4 Uitpakken en eerste voorbereidingen. 285. 4. 1 De fundering installeren. 285. 4. 2 Het bedieningspaneel installeren. 296 Installatie. 296. 1 Voorbereiding. 296. 1. 1 Montage van het apparaat. 296. 2 Wateraansluitingen. 296. 2. 1 Aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen. 296. 2. 2 Aansluiten condensafvoer. 306. 3 Elektrische aansluitingen. 316. 3. 1 Aansluiting van de elektrische kabels. 316. 4 Vullen van het systeem. 336. 4. 1 Vullen van de installatie. 337 Inbedrijfstelling. 337. 1 Checklist vóór inbedrijfstelling. 337. 2 Procedure voor inbedrijfstelling. 347. 2. 1 Ontluchting van het systeem. 348 Werking.
1 Veiligheid1.1 Kwalificatie van personeelDe installatie en het onderhoud van het toestel moeten door een gekwalificeerde technicus worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.Alleen erkende en gecertificeerde technici mogen werken aan het koelingscircuit.Als de installatie of het onderhoud is uitgevoerd door ondergekwalificeerde technici (indien van toepassing), vervalt de garantie van het product.1.2 Algemene veiligheidsvoorschriftenGevaarTer voorkoming van (mogelijk) persoonlijk letsel, overlijden of schade aan het apparaat of het eigendom:Zorg ervoor dat u alle veiligheidsinstructies en veiligheidsbepalingen van het apparaat kent en opvolgt.Volg de lokale veiligheidsregels en -voorschriften op.Als u onderhoud of andere werkzaamheden wilt uitvoeren, koppelt u het apparaat los van de stroomvoorziening en wacht u ten minste 10 seconden voordat u met het apparaat aan de slag gaat.Het koudemiddelcircuit van de warmtepomp moet ten minste elke twaalf maanden volgens verordening EG 517/2014 worden gecontroleerd door gecertificeerd personeel om te gaan of het systeem lekvrij is.
Als het apparaat is uitgerust met de optie voor lekdetectie, kunnen inspecties met intervallen van 24 maanden plaatsvinden.1.3 Eisen aan de waterkwaliteitDe waterkwaliteit van het verwarmingscircuit moet voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving.In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waarden voor uiteenlopende eigenschappen van platenwarmtewisselaars wel en niet acceptabel zijn.+ De gebruikte materialen bieden voldoende weerstand.0 Er is een risico op corrosie; waterbehandeling wordt geadviseerd.- Hoog risico op corrosie; waterbehandeling is vereist.Tab.1 Eisen aan de waterkwaliteitEigenschap Unit Gesoldeerd koper Warmtewisselaar KlasseringGeleiding μ-Siemens / cm (bij 20 °C)
Eigenschap Unit Gesoldeerd koper Warmtewisselaar KlasseringVerhouding [HCO3-] / [SO42-] > 1 > 1 +Nitraat ppm 8+0-Ammoniak ppm 10 10+0-Opgelost ijzer ppm 0,5 0,5+0-Opgelost mangaan ppm 0,1 0,1+0-Waterstofsulfide ppm 0,05 0,05 +Vrij chloor ppm 0,5 0,5 +Vaste stoffen (zwevend); vezelstoffen moeten vermeden wordenmg/l 10 10-0OpgeletEen doorstromingsschakelaar moet in het hydraulisch systeem gemonteerd zijn. Deze doorstromingsschakelaar beschermt de warmtepomp tegen onvoldoende stroming. Als de stroming onvoldoende is, kan de warmtepomp ernstig beschadigd raken.1.4 Beoogd gebruikOpgeletDit toestel is ontworpen om te kunnen functioneren in vochtigheidsniveaus van 50% op een maximumbuitentemperatuur van 35 °C.
Bespreek met de installateur extra instellingen voor hogere vochtigheidsniveaus of temperaturen.De E-HP AW is een warmtepomp die kan worden gebruikt in combinatie met een CV-installatie of een gemeenschappelijk verwarmingssysteem. Het is noodzakelijk dat het verwarmde water wordt verdeeld via een lagetemperatuurverwarmingssysteem zoals vloerverwarming of lagetemperatuurradiatoren om de vermelde efficiëntie van de warmtepomp te bereiken. Installaties met hogere aanvoertemperaturen leiden tot een lagere efficiëntie en dus tot hogere verwarmingskosten.Het apparaat kan ook worden gebruikt om nieuwe gebouwen droog te verwarmen. In een nieuw gebouw zijn grote hoeveelheden water aanwezig in muren, gips en dekvloer die moeten uitdrogen.
Het apparaat kan het proces van droog verwarmen ondersteunen.De Cool -versies hebben actieve koeling waardoor het apparaat voor de actieve koeling van het gebouw kan worden gebruikt. De installatie ervan moet plaatsvinden met een geschikt distributiesysteem.Alle andere toepassingen worden beschouwd als misbruik waardoor de garantie vervalt.1 Veiligheid6 7681853 - v.05 - 17102023
1. 5 Specifieke veiligheidsinstructies1. 5. 1 Veiligheid voor de koelingBelangrijkAls de warmtepomp zich in de koelingsmodus bevindt, kan er condensatie in het gebouw optreden. Condensatie kan schade aan het gebouw veroorzaken en/of gezondheidsproblemen veroorzaken. Bij gebruik van E-HP AW apparaten met actieve koeling wordt daarom aangeraden om veiligheidsapparaten zoals condensatiebewaking te installeren. 1. 6 Aansprakelijkheden1. 6. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende toepasselijke richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen.
In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet-opvolgen van de instructies voor de installatie en het onderhoud van het product. Het niet-opvolgen van de gebruiksvoorschriften van het product. Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het product. 1. 6. 2 Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat. De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen. Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit. Leg de installatie uit aan de gebruiker. Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.
3 Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het systeem te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees en volg de instructies in de handleidingen die bij het product worden geleverd. Eerste inbedrijfstelling door de Remeha klantenservice of servicepartner van de klant zijn voorwaarden voor de garantie volgens de bijgesloten "Garantievoorwaarden". Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie. Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkende installateur. Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het product. 1 Veiligheid7681853 - v. 05 - 17102023 7.
2 Over deze handleiding2.1 Aanvullende documentatie2.1.1 ConformiteitsverklaringVoor een conformiteitsverklaring kunt u contact opnemen met de fabrikant.2.2 Gebruikte symbolen2.2.1 In de handleiding gebruikte symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruikt om aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen.
Wij doen dit om de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen te voorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaat te waarborgen.GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schok.WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletKans op materiële schade.BelangrijkLet op, belangrijke informatie.ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.2 Over deze handleiding8 7681853 - v.05 - 17102023
(2) De geaccumuleerde startstroom wordt berekend met de startstroom van de tweede compressor en de maximale bedrijfsstroom (MCC) van de eerste compressor, wordt gezien als het slechtst denkbare scenario. Tab.
Unit 44 Cool 88 Cool 176 CoolNominale stroom (gebaseerd op lucht 7 en temperatuur van 55 °C van de watertoevoer)A 17,9 35,8 2x 35,8Aansluiting op de verwarmingsketel Inch 1 1/2" 2" 2 1/2"Gewicht kg 460 790 1850Gewicht koudemiddel kg 14 18 43 (2x 21,5)(1) Indien er een aanvoertemperatuur van minder dan 17 °C gevraagd wordt, moet er een externe 4-wegklep gebruikt worden. (2) In overeenstemming met ISO 9614-2 onder voorwaarde A7/W55. (3) De geaccumuleerde startstroom wordt berekend met de startstroom van de tweede compressor en de maximale bedrijfsstroom (MCC) van de eerste compressor, wordt gezien als het slechtst denkbare scenario. Tab.
4 Technische parametersE-HP AW E-HP AW 44 (Cool)E-HP AW 86E-HP AW 88 (Cool)E-HP AW 172E-HP AW 176 (Cool)Lucht-water-warmtepomp Ja Ja Ja Ja JaWater-water-warmtepomp Nee Nee Nee Nee NeePekel-water warmtepomp Nee Nee Nee Nee NeeLagetemperatuur-warmtepomp Nee Nee Nee Nee NeeVoorzien van een bijverwarmer Nee Nee Nee Nee NeeCombinatieverwarmingstoestel met warmtepompNee Nee Nee Nee NeeNominale warmteafgifte onder gemiddelde klimaatomstandigheden(1)PnomkW 25 35 50 70 99Nominale warmteafgifte onder koudere klimaatomstandigheden (1)PnomkW - - - - -Nominale warmteafgifte onder warmere klimaatomstandigheden (1)PnomkW - - - - -Opgegeven verwarmingsvermogen bij deellast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur TjTj = -7 °CPdhkW 21,9 31,1 43,9 62,3 87,8Tj = +2 °CPdhkW 27,9 43,5 55,8 87,0 111,6Tj = +7 °CPdhkW 32,0 52,5 64,0 104,9 128Tj = +12 °CPdhkW 36,2 51,7 72,4 123,5 144,8Tj = bivalente temperatuurPdhkW 21,9 31,1 43,9 62,3 87,8Tj = uiterste bedrijfstemperatuurPdhkW 20,5 28,4 41,0 56,9 82Tj = -15 °C (als TOL < -20 °C)PdhkW - - - - -Bivalente temperatuurTbiv°C -7 -7 -7 -7 -7Cyclisch-intervalvermogen voor verwarmingPcychkW - - - - -Verliescoëfficiënt(2)Cdh— 0,99 0,99 0,99 0,99 0,99Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder gemiddelde klimaatomstandighedenƞs% 163 166 167 168 169Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder koudere klimaatomstandighedenƞs% - - - - -Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder warmere klimaatomstandighedenƞs% - - - - -Opgegeven prestatiecoëfficiënt of primaire energieverhouding bij deellast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur TjTj = -7 °CCOPd- 3,22 3,14 3,30 3,18 3,34Tj = +2 °CCOPd- 4,12 4,22 4,22 4,27 4,283 Technische specificaties7681853 - v.
De benaming van deze producten moet als volgt worden geïnterpreteerd:E-HP AW : Elektrische warmtepomp lucht/water.i: inverter.4 Beschrijving van het product7681853 - v.05 - 17102023 19
Nummer: de capaciteit van de E-HP AW in kW. Cool: geeft aan dat het apparaat is uitgerust met een optie voor actieve koeling. Plus/Ace: geeft de gebruiksgrenzen van het apparaat aan. De Ace kan worden gebruikt bij lagere buitentemperaturen en een hogere aanvoertemperatuur leveren. 4. 2 Werkingsprincipe4. 2. 1 Werkingsprincipe voor de verwarmingDe warmtepomp E-HP AW onttrekt energie aan de buitenlucht en gebruikt deze om een waterstroom op te warmen. De verwarmde waterstroom wordt dan gebruikt in een verwarmingssysteem en voor de sanitair warm watertoevoer. De energie van de buitenlucht wordt geleid naar een koudemiddel dat opwarmt en verdampt. De compressor verhoogt de druk en dus de temperatuur nog meer. In de platenwarmtewisselaar (condensor) condenseert het koudemiddel en geeft het zijn warmte af aan het warmwatercircuit en/of de buffertank. Het koudemiddel koelt af en condenseert.
Het wordt dan weer naar de verdamper geleid via een expansieventiel dat de druk van de vloeistof verlaagt. De apparaten met een grotere capaciteit (> 48 kW) werken in meerfasenbedrijf. Extra compressoren worden gebruikt bij een verhoogde warmtevraag. Bij normaal gebruik werken de compressoren afwisselend. De hoofdcompressor wisselt elke keer dat het toestel start. De ventilatoren passen continu hun toerental aan de vraag voor verwarming/koeling aan. Als de buitentemperatuur laag is of de luchtvochtigheid hoog, kan er een ophoping van ijs op de verdamper ontstaan. Als de hoeveelheid ijs te groot wordt, start de warmtepomp automatisch een ontdooicyclus. Tijdens deze cyclus werkt de centrale verwarmingspomp op het maximumtoerental. Bij extreem lage buitentemperaturen kan de unit af en toe kort uitschakelen om zichzelf te beschermen. 4. 2.
2 Actieve koelingDe E-HP AW 'Cool' -versies zijn uitgerust met een module voor actieve koeling. Deze koelingsfunctie is gebaseerd op de omgekeerde werking van de warmtepomp. De warmtepomp is uitgerust met een 4-wegklep om de werking om te keren.
Als de warmtepomp wordt gebruikt om te koelen, moet het distributiesysteem in het gebouw geschikt zijn voor dit type werking. De lage aanvoertemperatuur in de koelingsmodus kan condensatie van de installatie veroorzaken en daarom moet het leidingwerk goed zijn geïsoleerd. Als een lage aanvoertemperatuur tijdens de koelingsmodus is vereist (.
Afb.15 E-HP AW86 / 88AD-3001677-0134121Verwarmingsaanvoer2Retour verwarming3Lucht in4Lucht uitAfb.16 E-HP AW172 / 176AD-3001678-011244331Verwarmingsaanvoer2Retour verwarming3Lucht in4Lucht uit5 Voor de installatie5.1 LocatiekeuzeBelangrijkNeem contact op met een bouwkundig ingenieur voordat u de gewenste locatie van de warmtepomp bepaalt. Plaats de warmtepomp op een oppervlak dat het gewicht kan dragen en dat geen trillingen doorgeeft. Een ingenieur kan ook helpen bij het voorkomen van de overdracht van geluid door een gebouw.Voor de planning en dimensionering van de installatieruimte kunt u het volgende in overweging nemen:Het oppervlak moet aan de volgende vereisten voldoen:Het oppervlak moet waterpas zijn.De constructie moet geschikt zijn voor het gewicht van het toestel.5 Voor de installatie7681853 - v.05 - 17102023 25
Zorg ervoor dat er voldoende vrije ruimte is tussen de warmtepomp en de muren of omheining zodat de lucht vrij kan stromen en onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.Het toestel kan tot (en boven) 1000 m boven zeeniveau werken.Zorg ervoor dat het toestel toegankelijk is voor veilige bediening en onderhoudsdoeleinden.De bedieningskast van de warmtepomp mag niet:Meer dan 1,9 m boven serviceniveau zijn.Meer dan 0,6 m onder serviceniveau zijn.Het wordt aangeraden om het toestel te installeren met de luchtinlaat in de richting van de benedenwindse positie. Dit maakt een correcte ontdooiing van de verdamper mogelijk.Als het toestel vrijstaand wordt geplaatst, kan de windinvloed leiden tot verschillen in de werking.
Daarom adviseren wij om het toestel in lijn te plaatsen met de luchtstroom over het toestel.Houd rekening met de geluidsemissie bij de keuze van de locatie voor het toestel.Houd er rekening mee dat er mogelijk een condensaatafvoer moet worden geïnstalleerd.A1,5 mZie ookAansluiten condensafvoer, pagina 305.2 Voorbereiding van de locatieOpgeletGebruik UV- en vogelpikbestendige materialen voor de isolatie die zich in de open lucht bevindt.De installatielocatie moet zijn uitgerust met de volgende elektrische aansluitingen en verwarmingsbuizen:Item Hoeveelheid SpecificatieAansluitkabel voor de compressor(en)1 (2 voor 168 kW +) 3 / N / PE ~ 50 Hz / 400 VAansluitkabel van de controller1 1 / N / PE ~ 50 Hz / 230 VBelangrijkDe benodigde doorsnede van de kabel is afhankelijk van het stroomverbruik van het apparaat en de lengte van de kabel.Item 44 86 / 88 172 / 176Verwarmingsaanvoer (buitendraad)1 1/2" 2" 2 1/2"Verwarmingsretour (buitendraad)1 1/2" 2" 2 1/2"Afb.17 MontageruimteAD-3001684-01A2000A20005 Voor de installatie26 7681853 - v.05 - 17102023
1. Maak een sleuf of plaats een kabelgoot om de kabels en leidingen van het gebouw naar het apparaat te leiden. Als een sleuf van ten minste 80 cm diep wordt gemaakt, hoeven de leidingen niet te worden geïsoleerd. 2. Leid de kabels en de leidingen door een beschermbuis. Gebruik flexibele leidingen om doorgifte van de toestelgeluiden te voorkomen. 3. Isoleer de verwarmingsbuizen om warmteverlies te voorkomen. Zorg ervoor dat u anticondensisolatie gebruikt bij een warmtepomp met de module Cool. De warmtepomp wordt beschermd tegen bevriezing door het water uit het buffertank te laten circuleren als de warmtepomp niet in bedrijf is. Als de warmtepomp in de winter wordt uitgeschakeld of als er een risico op stroomuitval bestaat, moeten er voorzorgsmaatregelen worden genomen om het risico op bevriezing van het externe leidingwerk en de platenwarmtewisselaar in het apparaat te voorkomen.
Tap het apparaat af of gebruik een mengsel van water en antivries in het leidingwerk. 4. Installeer indien nodig een condensaatafvoer. Deze leiding hoeft niet te worden geïnstalleerd in de sleuf of kabelgoot met de andere kabels en leidingen. Zie ookAansluiten condensafvoer, pagina 305. 3 TransportOpgeletTransporteer en verplaats het toestel altijd in rechtopstaande positie om de juiste werking van het koudemiddel en de compressor te garanderen. Kantel het toestel niet. Een maximale kanteling van 15° is toegestaan maar alleen voor een korte periode. Zorg ervoor dat het toestel is beschermd tegen schokken. Hevige schokken kunnen de schokdempers van de compressor beschadigen. Gebruik het transportmiddel dat geschikt is voor het gewicht van het toestel. Ga niet onder de lading staan. Gebruik altijd hijsgereedschappen die geschikt zijn om het gewicht van het toestel te dragen.
1 VorkheftruckGebruik een vorkheftruck om de pallet met het apparaat naar de desbetreffende locatie te verplaatsen. BelangrijkZorg ervoor dat u een vorkheftruck gebruikt met lange vorken die uit de randen van de pallet of het vloeroppervlak van het apparaat steken. Houd het zwaartepunt in gedachten bij het verplaatsen van het apparaat om ongewenst kantelen te voorkomen. 1. Controleer aan welke zijde van de warmtepomp de indicatie van de hefzijde is geplaatst. 2. Rijd de vorken van die zijde onder het apparaat. 3. Zorg ervoor dat de warmtepomp niet kan omvallen. 4. Til het apparaat voorzichtig op en verplaats het voorzichtig. 5. Plaats het apparaat voorzichtig op de gewenste locatie. 5. 3. 2 HijskraanGebruik een kraan om het apparaat op te tillen en te verplaatsen. 5 Voor de installatie7681853 - v. 05 - 17102023 27.
BelangrijkZorg ervoor dat u een hijskraan gebruikt met een kraantraverse en een 4-punts kraankruiskop.1. Bevestig de hijsband aan het frame van het apparaat.1.1. Let op het zwaartepunt van het apparaat. Zie de illustraties voor de exacte bevestigingslocaties.2. Til het apparaat voorzichtig op en verplaats het voorzichtig.3. Plaats het apparaat voorzichtig op de gewenste locatie.5.4 Uitpakken en eerste voorbereidingen5.4.1 De fundering installerenInstalleer een basis of frame als fundering voor het apparaat.
De basis of het frame moet aan de volgende vereisten voldoen:De basis of het frame moet zijn voorzien van gaten voor de aansluiting op de onderzijde van het toestel of machinevoeten, afhankelijk van het type en de situatie.De bovenkant van het frame, of de fundering voor het toestel moet glad en vlak zijn.De bovenkant van de fundering moet horizontaal zijn en hoger dan de verwachte sneeuwhoogte om de onderkant van het toestel altijd sneeuwvrij te houden.De stabiliteit van de fundering moet worden geselecteerd volgens de lokale omstandigheden en volgens de maximale capaciteitsbelasting.Voor een correcte installatie van de warmtepomp wordt het aangeraden om advies in te winnen van een expert voor de hoofdondersteuningsconstructie.
5.4.2 Het bedieningspaneel installerenHet bedieningspaneel wordt meegeleverd. Het is voorbedraad naar het apparaat met een kabel met een lengte van 10 meter. Installeer het bedieningspaneel in het gebouw.ZieZie de handleiding van het bedieningspaneel voor de basisparameters.6 Installatie6.1 Voorbereiding6.1.1 Montage van het apparaatBelangrijkDe toestelvoeten worden standaard meegeleverd. Als het op een frame geïnstalleerd moet worden, verwijder de voeten en gebruik de openingen voor de montage van het toestel op het frame.1 Frame1. Monteer het apparaat op de basis of het frame.2.
Gebruik bouten en moeren om het apparaat op de basis of het frame te bevestigen.Zie ookTransport, pagina 276.2 Wateraansluitingen6.2.1 Aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen.Zorg ervoor dat u flexibele leidingen of trillingsdempers gebruikt om de doorgifte van trillingen aan het leidingwerk te voorkomen.Afb.21 Montage van het apparaatAD-3001693-0116 Installatie7681853 - v.05 - 17102023 29
OpgeletGebruik UV- en vogelpikbestendige isolatiematerialen voor de isolatie die zich in de open lucht bevindt. Gebruik condensaatbestendige isolatiematerialen voor een apparaat met actieve koeling. Gebruik een 4-wegklep als de warmtepomp wordt gebruikt om te koelen en een lage aanvoertemperatuur van de koeling is vereist. Hiermee is een tegenstroom door de warmtewisselaar mogelijk. 1. Spoel het apparaat voordat u de verwarmingsbuizen aansluit. 2. Installeer kogelkranen op de buisaansluitingen 1 en 2 zodat het apparaat eenvoudiger kan worden losgekoppeld voor service. 3. Sluit de aanvoerleiding van de verwarming aan op het apparaat bij 1. 4. Sluit de retourleiding van de verwarming aan op het apparaat bij 2. 5. Meet met de juiste apparatuur of er voldoende doorstroming door de condensor is. 6.
Installeer een doorstromingsschakelaar om te voorkomen dat de warmtepomp zonder waterdoorstroming wordt bediend. OpgeletAls er geen doorstroming is, leidt de inschakeling van de warmtepomp tot ernstige schade aan de warmtepomp. 7. Installeer een filter en een ontluchter om te voorkomen dat lucht of vuil in de warmtewisselaar terechtkomt. 8. Isoleer de leidingenOpgeletZorg ervoor dat het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour 5-7 K is om de vereiste waarden in het gegevensblad te bereiken en storingen te voorkomen. Dit impliceert grotere doorstromingen, grotere leidingdoorsneden en bijbehorende pompontwerpen. 6. 2. 2 Aansluiten condensafvoerEr wordt een condensafvoer geleverd om ervoor te zorgen dat het condensaat goed uit het toestel wordt afgevoerd. Afhankelijk van de installatielocatie van de warmtepomp kan het nodig zijn om het condensaat verder af te voeren.
De beschikbare afvoer kan onvoldoende zijn, bijvoorbeeld omdat deze het water naar een voetpad leidt waardoor er bij vorst gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Het is ook mogelijk dat overtollig ijs zich verzamelt op het dak en mogelijk de maximaal toegestane belasting van het dak overschrijdt.
Als dat het geval is, moeten de nodige maatregelen genomen worden voor verdere condensafvoer. 1. Sluit één uiteinde aan op de beschikbare afvoer aan de onderzijde van het apparaat. 2. Het andere uiteinde kan worden aangesloten op de regenwaterafvoer omdat het water schoon is. 3. Installeer heat-tracing om te voorkomen dat de afvoer bevriest. 1 CondensafvoerAfb. 22 AansluitingenAD-3001696-0112Afb. 23 E-HP AW44AD-3002592-0116 Installatie30 7681853 - v. 05 - 17102023.
1 Condensafvoer1 Condensafvoer6.3 Elektrische aansluitingen6.3.1 Aansluiting van de elektrische kabelsBelangrijkDe hoofdschakelaar, de fasebescherming en de softstarter zijn optionele toevoegingen aan het apparaat. Als een of meerdere componenten niet in uw toestel zijn geïnstalleerd, volgt u de onderstaande aandachtspunten en stappen.OpgeletZorg ervoor dat het elektrische systeem van het gebouw de startstroom van het apparaat kan verwerken en het de juiste installatie-automaten heeft.Gebruik UV- en vogelpikbestendige materialen voor de isolatie die zich in de open lucht bevindt.Zorg ervoor dat een gediplomeerd elektrotechnicus de elektrische aansluiting van het apparaat installeert.1. Installeer een hoofdschakelaar op het apparaat conform de geldende normen en plaatselijke voorschriften.
2. Leid de elektrische voedingskabels door de gaten 1. 3. Sluit de elektrische kabels aan.3.1. Zorg ervoor dat de fasen in een rechts draaiveld in de fasevolgorde zijn aangesloten: L1, L2, L3. OpgeletAls er geen fasebescherming is geïnstalleerd, zal de compressor defect raken als de kabels in een onjuiste fasevolgorde worden bevestigd.3.2. Bij een verlenging van de sensorkabel moet een afgeschermde kabel met een doorsnede van ten minste 0,75 mm2 worden gebruikt.3.3. Plaats de sensorkabel niet samen met de voedingskabels.4. Sluit de controllerkabel aan op het apparaat.4.1. Gebruik afzonderlijke externe hoofdschakelaars (meerdere indien nodig) voor de klemmenkast om het apparaat volledig van het netwerk te kunnen scheiden.5. Indien van toepassing sluit u de tracingkabels van de condensaatafvoer aan.6.
6. 4 Vullen van het systeem6. 4. 1 Vullen van de installatieOpgeletHet verwarmingscircuit moet voldoende waterdoorstroming hebben om de warmtepomp te laten werken. Onvoldoende of geen warmwaterdoorstroming kan leiden tot hogedrukstoringen in de verwarmingsmodus en lagedrukstoringen in de ontdooimodus. Als dit gebeurt, wordt het systeem uitgeschakeld door de hogedrukbegrenzer of de lagedrukbegrenzer. Onjuiste instellingen op de controller kunnen een soortgelijk effect hebben. Zorg er bij het vullen van het hydraulische systeem voor dat de watertemperatuur in het systeem hoger is dan 10°C en de omgevingstemperatuur hoger is dan 0°C. Het toestel start niet als het water in het systeem lager is dan 10 °C om zichzelf te beschermen. BelangrijkStoringen in de warmtepomp worden meestal veroorzaakt door de hydraulische bedrijfsomstandigheden en het gebrek aan waterdoorstroming door de condensor.
Als een storing wordt weergegeven, gebeurt dit vaak om de warmtepomp te beschermen. Het is over het algemeen geen teken van een defecte warmtepomp. 1. Installeer een doorstromingsschakelaar om er zeker van te zijn dat er voldoende doorstroming is voordat u de warmtepomp start. 2. Plaats een koppelstuk voor het vullen en spoelen in het verwarmingscircuit. 3. Vul de buffer, indien van toepassing. 4. Vul het verwarmingscircuit. 5. Geef de verzamelde lucht bij het vullen van het verwarmingscircuit wat tijd om te ontsnappen uit het systeem. 6. Sluit de vul- en afvoerkraan. 7. Als de warmtepompen op een hogere locatie dan die van het verwarmingssysteem worden geïnstalleerd, installeert u goede luchtontluchtingsapparaten, bij voorkeur in de retourleiding naar de warmtepomp. Dit voorkomt een gebrek aan doorstroming als gevolg van lucht in de installatie. 7 Inbedrijfstelling7.
Een vrije doorstroming van het water in het systeem is gegarandeerd. De condensafvoer is geïnstalleerd. De compressor is aangesloten op een rechts draaiveld. De ventilatoren draaien in de juiste richting (duwen lucht in het apparaat). De ruimte bij de luchtinlaat en -uitlaat is vrij. De instellingen van de doorstromingsschakelaars zijn goed aangepast aan het apparaat. Alle elektrische aansluitkabels zijn aangesloten en beschermd. Alle schroeven zijn vastgedraaid. Het verwarmingssysteem is beschermd tegen bevriezing. De hoofdschakelaar is ingesteld op ON (Aan). De aardingsgeleiderweerstand en de isolatieweerstand moeten worden getest op naleving van de plaatselijk regels en voorschriften. De tests 7 Inbedrijfstelling7681853 - v. 05 - 17102023 33.
moeten worden herhaald volgens de ter plaatse geldende intervallen of volgens de plaatselijke regels en voorschriften ten aanzien van inbedrijfstelling en nieuwe inbedrijfstelling. Gebruik een PE-geleider van ten minste 10 mm2 doorsnede.7.2 Procedure voor inbedrijfstelling7.2.1 Ontluchting van het systeemHet hydraulische systeem moet op druk worden gebracht tot 2 bar, en wat belangrijk is: er mag zich geen lucht in het systeem bevinden. Vul het hydraulische systeem tot de juiste druk voordat u de warmtepomp in werking stelt, en zorg ervoor dat alle lucht uit het systeem is verwijderd.
De warmtepomp is klaar voor gebruik als de systeemdruk correct is en alle lucht uit het systeem is ontsnapt.8 Werking8.1 Gebruik van de Siemens-controllerBelangrijkZie de controllerhandleiding voor een gedetailleerde uitleg van de bediening van het toestel met de Siemens-controller.1 Statusbalk2 Navigatiebalk3 Werkgebied4 Bedieningsknop8.2 Gebruik van de Carel-controllerBelangrijkZie de controllerhandleiding voor een gedetailleerde uitleg van de bediening van het toestel met de Carel-controller.Gebruik de controller om het apparaat in bedrijf te stellen en te bedienen. De controller kan binnen bij het schakelbord van het gebouw of bij de warmtepomp worden geïnstalleerd als deze maar beschermd is tegen weersinvloeden.Voor de werking van de actieve koeling raadpleegt u de handleiding van de bedieningselementen.Afb.29 BedieningspaneelAD-3002425-0112348 Werking34 7681853 - v.05 - 17102023
Tab.29 Beschrijving van de controllerknop Item/knop Beschrijving1 Display Na 5 minuten zonder interactie worden het display en de bedieningsknoppen automatisch gedimd.2 Bedieningsknop Scroll omlaag / - Gebruik deze knop om naar beneden te bladeren in het menu en om waarden te verlagen.3 Bedieningsknop Select / Confirm / Enter Gebruik deze knop om een menu-item te selecteren en een waardeverandering te bevestigen en op te slaan.4 Bedieningsknop Scroll omhoog / + Gebruik deze knop om naar boven te bladeren in het menu en om waarden te verhogen.5 Alarmmenuknop De alarmmenuknop heeft een LED die rood knippert als er storingen optreden. De LED is permanent ingeschakeld voor storingen die zijn bekeken maar niet gereset. Druk op deze knop om de alarmmelding te resetten.6 Aan-uitknop Deze knop schakelt de besturingsfunctie in/uit, niet de voeding van het apparaat..
De LED brandt als de controller wordt uitgeschakeld.7 Bedieningsknop Exit / Cancel / Escape Gebruiken deze knop om een menu of menu-items te verlaten en een waardeverandering te annuleren zonder deze op te slaan.Op het hoofdscherm worden de pictogrammen van de vier hoofdmenu's weergegeven. Gebruik de knoppen "omhoog" en "omlaag" om door de menu's te bladeren. Het momenteel geselecteerde pictogram heeft geïnverteerde kleuren.
Gebruik de knop "select" om het geselecteerde menu te openen.Tab.30 PictogrambeschrijvingIcoon MenufunctiesInformatieHoofdmenu voor de automatische besturing van het warmtepompsysteem:Weergave van de momenteel gemeten waarden.Weergave van de systeemstatus.Weergave van de geschiedenis (geheugen van systeemmeldingen).Weergave van de bedrijfsuren.ProgrammaDe programmeerbare instelwaarden wijzigen en aanpassen:Setpunt in verwarmings-, koelings- en warmwatermodus.Dag/week-programma voor verwarming, koeling, enz.Datum en tijd instellenService-informatieAfb.30 Carel-controllerAD-3001698-01system onDHW12:0060.0°C56714328 Werking7681853 - v.05 - 17102023 35
Er zijn verschillende submenu's beschikbaar.BelangrijkMet een wachtwoord beveiligde instellingen en wijzigingen mogen alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd.8.3 De module voor actieve koeling startenBelangrijkDe doorstroming in het systeem moet zijn gegarandeerd voordat het apparaat wordt gestart.Als het toestel geschikt is voor actieve koeling, gebruik dan de controller om de module te starten.Zorg er bij de eerste opstart van de module voor actieve koeling voor dat de volgende items beschikbaar zijn:Voldoende doorstroming in het verwarmingscircuit.Verwarmingswater van ten minste 25°C.OpgeletAls er onvoldoende doorstroming en warmte in het verwarmingscircuit is, bestaat het risico dat de warmtewisselaar bevriest. Dit risico doet zich voor als het apparaat tijdens de opstart onbedoeld in de koelingsmodus werkt.
Dit kan schade aan de warmtewisselaar veroorzaken.9 Onderhoud9.1 Toegang krijgenBepaal aan welke zijde van het apparaat het onderhoud moet worden uitgevoerd en verwijder het juiste zijpaneel.9 Onderhoud36 7681853 - v.05 - 17102023
GevaarZorg ervoor dat het apparaat en de aansluitkast zijn uitgeschakeld voordat u de panelen wegneemt.9.1.1 Toegang tot de verwarmingszijde1. Verwijder de schroeven waarmee het paneel (1) is bevestigd op het apparaat.2. Verwijder het zijpaneel (1).9.1.2 Toegang tot de luchtzijde1. Verwijder de schroeven waarmee het paneel (1) is bevestigd op het apparaat.2. Verwijder het zijpaneel (1).Afb.31 Verwijdering van het paneel van de verwarmingszijdeAD-3001699-011Afb.32 Verwijdering van het paneel van de verwarmingszijde van de 44 / 86 / 88AD-3001700-0119 Onderhoud7681853 - v.05 - 17102023 37
9.2 Standaard inspectie- en onderhoudswerkzaamhedenBelangrijkOnderhoud moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus.Zie ookKwalificatie van personeel, pagina 59.2.1 Uitvoering van een lektestWaarschuwingZorg er altijd voor dat het apparaat is losgekoppeld van de stroomvoorziening voordat u het opent en reinigt.De lektest mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.Conform de F-gasverordening moet er jaarlijks een lektest worden uitgevoerd. Als de warmtepomp is voorzien van een apparaat voor automatische lekdetectie (verkrijgbaar als accessoire) kan de intervalfrequentie van de lektest worden verlaagd tot één keer per 2 jaar.1. Verwijder het zijdeksel van de verwarmingszijde.2. Voer de lektest uit.De hoeveelheid koudemiddel kan worden gevonden op de typeplaat.3.
Documenteer het resultaat van de lektest in het logboek.Raadpleeg de F-gasverordening voor informatie over hoelang de resultaten moeten worden bewaard.4. Plaats het zijpaneel.5. Draai de schroeven vast om het zijdeksel te bevestigen.6. Schakel de stroom weer in.Zie ookToegang tot de verwarmingszijde, pagina 379.2.2 Reiniging van het verwarmingscircuit Spoel de condensor regelmatig met een spoelapparaat. Het verwarmingswater kan vervuild raken door oxidatieproducten, resten van smeermiddelen en afdichtingsmiddelen. Als deze stoffen in het verwarmingscircuit terechtkomen, kunnen ze de prestaties van de condensor in het apparaat verminderen.Afb.33 Verwijdering van het paneel van de verwarmingszijde van de E-HP AW 172 / 176AD-3001701-011111119 Onderhoud38 7681853 - v.05 - 17102023
GevaarZorg er altijd voor dat het apparaat is losgekoppeld van de stroomvoorziening voordat u het opent en reinigt.WaarschuwingOnderdelen en vloeistoffen kunnen heet zijn.1. Sluit het spoelapparaat rechtstreeks aan op de aanvoer- en retourleidingen van de condensor van de warmtepomp.2. Spoel de condensor in tegengestelde richting van de doorstroming.2.1. Plaats een filter om de warmtewisselaar schoon te houden en storingen te voorkomen.3. Bevestig de aanvoer- en retourleidingen opnieuw aan beide warmtewisselaars.4. Zorg ervoor dat de waterdruk in het systeem op het vereiste niveau ligt.5. Verwijder alle lucht uit het systeem.6. Plaats het zijpaneel.7. Plaats de schroeven om het zijpaneel te bevestigen.8.
Schakel de stroom weer in.Zie ookToegang tot de verwarmingszijde, pagina 379.2.3 Reiniging van de luchtin- en uitlaat.OpgeletHoud de luchtinlaat-/aanzuigruimte en de luchtuitlaatruimte altijd vrij van ijs en sneeuw zodat er voldoende luchtvolume is.BelangrijkReinig de ventilatoren, verdampers en condensaatafvoer aan het begin van elke verwarmingsperiode.Controleer de condensaatcollector regelmatig en reinig deze indien nodig om een goede afvoer te garanderen.WaarschuwingZorg er altijd voor dat het apparaat is losgekoppeld van de stroomvoorziening voordat u het opent en reinigt.1. Verwijder het zijpaneel van de luchtzijde.2. Reinig de binnenzijde van de warmtepomp.OpgeletGebruik geen scherpe of harde voorwerpen om schade aan de verdamper en de condensaatbak te voorkomen.3. Plaats het zijpaneel.4. Plaats de schroeven om het zijpaneel te bevestigen.5.
Schakel de stroom weer in.Zie ookToegang tot de luchtzijde, pagina 379.2.4 Reiniging van de buitenkantOpgeletGebruik geen reinigingsmiddelen die soda, zuren, zand of chloor bevatten om het oppervlak te beschermen.1. Reinig de externe onderdelen van het apparaat met een vochtige doek en gebruikelijke schoonmaakmiddelen.9 Onderhoud7681853 - v.05 - 17102023 39
10 Bij storing10. 1 AlgemeenGevaarDe installatie, het onderhoud en de reparaties moeten altijd worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus volgens de plaatselijke regelgeving. Koppel het apparaat altijd los van de stroombron als u onderhoud uitvoert. Voer na service of onderhoud een controle op lekkages uit van de volledige installatie. Verwijder de behuizingen alleen voor onderhoud en service. Herplaats alle behuizingen na onderhoud of service. Gebruik alleen de meegeleverde zekering of een identieke zekering bij een defecte zekering. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. OpgeletVervang alle pakkingen van alle gedemonteerde onderdelen tijdens het onderhoud altijd voorzichtig. 10. 2 StoringenAls er een storing optreedt, wordt een storingscode weergegeven op de controller van het apparaat. ZieRaadpleeg de controllerhandleiding voor uitleg over de storingscodes.
Als u het probleem niet kunt oplossen, kunt u contact opnemen met een erkende installateur of servicetechnicus. Aanvullende informatie is op aanvraag beschikbaar bij de servicedesk van Remeha. Storingen die niet worden weergegeven op de controller, kunnen worden gecontroleerd met behulp van de volgende tabel. Als de storing niet kan worden opgelost, kunt u contact opnemen met de installateur of de servicetechnicus.
Storing Mogelijke oorzaak OplossingDisplay werkt niet Er is geen netspanning Schakel de controller in of sluit deze aanControleer de huiszekering voor de aansluitingHet apparaat werkt niet goed Neem contact op met de installateurDe controller werkt niet De controller bevindt zich in de handmatige modusVerlaat het menu HandmatigAan de inschakelvoorwaarde is niet voldaanWacht totdat aan de inschakelvoorwaarde is voldaanDe weergegeven temperatuur schommelt sterk met korte intervallenDe sensorkabels zijn dicht bij 230V-kabels gelegdLeid de sensorkabels op een andere manier en scherm de sensorkabels afEr zijn lange sensorkabels zonder afschermingScherm de sensorkabels afHet apparaat werkt niet goed Neem contact op met de installateurEr is een losse sensorkabel. Bevestig de sensorkabel10 Bij storing40 7681853 - v. 05 - 17102023.
11 Uitbedrijfname11.1 Tijdelijke uitbedrijfname1. Zet de aan-uitschakelaar op 'OFF'.2. Tap het water van het verwarmingscircuit af als de buitentemperatuur lager is dan 0°C om bevriezing te voorkomen. Bevriezing van het water in de aanvoer- en retourleidingen kan het apparaat beschadigen.12 Verwijdering12.1 Verwijdering en recyclingOpgeletHet verwijderen en afvoeren van de warmtepomp moeten door een erkend technicus worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.BelangrijkDe warmtepomp heeft elektrische en elektronische componenten. Bij een onjuiste verwijdering kunnen deze nadelige gevolgen hebben voor het milieu.
Wij wijzen er uitdrukkelijk op dat het apparaat niet als huishoudelijk afval mag worden afgevoerd, maar dat het als gevaarlijk afval moet worden afgevoerd.Relevante vereisten met betrekking tot recycling, hergebruik en verwijdering van brandstoffen en componenten volgens de geldende normen moeten worden nageleefd. Het is met name belangrijk om te zorgen voor een professionele verwijdering van het koudemiddel en de compressorolie (FV86).1. Schakel de stroomvoorziening van de warmtepomp uit.2. Koppel de kabels los van de elektrische componenten.3. Sluit de waterkleppen weer.4. Tap de installatie af.5. Verwijder alle wateraansluitingen die aan de uitgang van de warmtepomp zijn geïnstalleerd.6. Verwijder en recycle de warmtepomp volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.Afb.34MW-3000179-0311 Uitbedrijfname7681853 - v.05 - 17102023 41
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha E-HP AW 176 Ace stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Remeha
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd