Remeha Gas 620 Ace Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Remeha Gas 620 Ace (92 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Remeha Gas 620 Ace of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/92
Nederland
nl
Installatie- en gebruikershandleiding
Hoog rendement staande gasketel
Gas 320 Ace –Gas 620 Ace
HMI T-control
SCB-02

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: Gas 620 Ace

Handleiding Remeha Gas 620 Ace – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Veiligheid. 51. 1 Algemene veiligheidsinstructies. 51. 1. 1 Voor de installateur. 51. 1. 2 Voor de eindgebruiker. 51. 2 Aanbevelingen. 61. 3 Aansprakelijkheden. 71. 3. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikant. 71. 3. 2 Aansprakelijkheid van de installateur. 71. 3. 3 Aansprakelijkheid van de gebruiker. 72 Over deze handleiding. 72. 1 Algemeen. 72. 2 Aanvullende documentatie. 72. 3 In de handleiding gebruikte symbolen. 83 Beschrijving van het product. 83. 1 Keteltypen. 83. 2 Voornaamste componenten. 93. 3 Inleiding tot het e-Smart besturingsplatform. 104 Voor de installatie. 124. 1 Installatievoorschriften. 124. 2 Locatie-eisen. 124. 3 Eisen aan de wateraansluitingen. 134. 3. 1 Eisen aan de CV-aansluitingen. 134. 3. 2 Eisen aan de condensafvoer. 134. 3. 3 Installatie doorspoelen. 134. 4 Eisen aan de gasaansluiting. 134. 5 Eisen aan het rookgasafvoersysteem. 144. 5.

1 Classificatie. 144. 5. 2 Materiaal. 164. 5. 3 Afmetingen rookgasafvoerleiding. 174. 5. 4 Lengte van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen. 174. 5. 5 Aanvullende richtlijnen. 194. 6 Eisen aan de elektrische aansluitingen. 204. 7 Waterkwaliteit en waterbehandeling. 204. 8 Installatievoorbeelden. 214. 8. 1 Gebruik van de installatievoorbeelden. 214. 8. 2 Hoe u het gewenste installatievoorbeeld kunt vinden. 224. 8. 3 Toegepaste symbolen. 254. 8. 4 SCB-02 Installatievoorbeeld H-01-01-02-06-00-00-00. 264. 8. 5 SCB-02 Installatievoorbeeld H-01-01-01-06-00-00-00. 285 Installatie. 295. 1 Positionering van de ketel. 295. 2 De besturingskast draaien. 305. 3 Verwarmingscircuit aansluiten. 325. 4 Condensafvoerbuis aansluiten. 325. 5 Aansluiten gasleiding. 325. 6 Aansluiting van de luchtinlaat en rookgasafvoer. 335. 7 Elektrische aansluitingen. 335. 7. 1 Printplaatlocaties. 335. 7.

6. 2. 1 Componenten van het bedieningspaneel. 426. 2. 2 Beschrijving van het hoofdscherm. 426. 2. 3 Beschrijving van het hoofdmenu. 436. 2. 4 Beschrijving van de pictogrammen in het display. 437 Inbedrijfstelling. 447. 1 Inbedrijfstellingsprocedure. 447. 2 Gasinstellingen. 457. 2. 1 Fabrieksinstelling. 457. 2. 2 Instelling op een andere gassoort. 457. 2. 3 Controle en instelling van de gas/lucht-verhouding. 467. 3 Laatste aanwijzingen. 507. 3. 1 De instellingen voor inbedrijfstelling opslaan. 518 Instellingen. 518. 1 Inleiding op parametercodes. 518. 2 Parameters, tellers en signalen zoeken. 518. 3 Toegang tot het installateursniveau. 528. 3. 1 Configuratie van de installatie op installateursniveau. 528. 4 Parameterlijst. 538. 4. 1 CU-GH13-besturingseenheid parameters Gas 320 Ace. 538. 4. 2 CU-GH13-besturingseenheid parameters Gas 620 Ace. 589 Onderhoud. 649. 1 Onderhoudsvoorschriften.

1 Veiligheid1.1 Algemene veiligheidsinstructies1.1.1 Voor de installateurGevaarIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geen elektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting, motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze onmiddellijk af.5. Zit het lek vóór de gasmeter, waarschuw dan het gasbedrijf.GevaarIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel de ketel uit.2. Open de ramen.3. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze onmiddellijk af.OpgeletControleer de hele verwarmingsinstallatie op lekkages na onderhouds- en servicewerkzaamheden.1.1.2 Voor de eindgebruikerGevaarIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geen elektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting, motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Ontruim de woning.5.

Neem contact op met een erkend installateur.GevaarIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel de ketel uit.2. Open de ramen.3. Ontruim de woning.4. Neem contact op met een erkend installateur.WaarschuwingRaak de rookgaspijpen niet aan. Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van de rookgaspijpen hoger dan 60°C worden.WaarschuwingRaak radiatoren niet langdurig aan. Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van de radiatoren hoger dan 60°C worden.WaarschuwingWees voorzichtig met het sanitair warmwater. Afhankelijk van de ketelinstellingen kan de temperatuur van sanitair warmwater hoger dan 65°C worden.WaarschuwingHet gebruik van de ketel en de installatie door u als eindgebruiker dient zich te beperken tot de handelingen zoals omschreven in deze handleiding.

WaarschuwingDe condenswaterafvoer mag niet worden gewijzigd of afgedicht. Wanneer een condensaat-neutralisatiesysteem is toegepast, dient dit regelmatig volgens de voorschriften van de fabrikant te worden gereinigd. OpgeletZorg dat de ketel wordt onderhouden. Neem contact op met een erkend installateur of sluit een onderhoudscontract af voor de servicebeurt van de ketel. OpgeletEr mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt. BelangrijkControleer regelmatig of de verwarmingsinstallatie met water is gevuld en onder druk staat. 1. 2 AanbevelingenGevaarDit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf acht jaar en mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperking, of met een gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan en worden geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaran verbonden gevaren begrijpen.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Zonder begeleiding mag schoonmaak en gebruikers onderhoud niet door kinderen worden gedaan. WaarschuwingDe installatie en het onderhoud van de ketel moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving. WaarschuwingHet niet juist installeren en onderhouden van de ketel door een erkend installateur volgens de bij de ketel meegeleverde handleiding, kan tot gevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolg hebben. WaarschuwingDe ketel moet door een erkend installateur worden verwijderd en afgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving. WaarschuwingAls het netsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant zelf, zijn dealer of vergelijkbare bekwame personen om gevaarlijke situaties te voorkomen.

GevaarOm veiligheidsredenen raden wij aan om op geschikte plekken rookmelders en een CO-detector bij het apparaat te plaatsen. OpgeletZorg dat de ketel op ieder moment te bereiken is. De ketel moet in een vorstvrije ruimte worden geïnstalleerd. Bij vaste aansluiting van het netsnoer dient altijd voor de ketel een dubbelpolige hoofdschakelaar te worden aangebracht met een contactopening van ten minste 3 mm ( EN 60335-1 ). Tap de ketel en de cv-installatie af, als u voor langere tijd geen gebruik maakt van de woning en er kans is op vorst. De vorstbeveiliging werkt niet als de ketel buiten bedrijf is. De ketelbeveiliging is alleen voor de ketel bedoeld, en niet voor de complete installatie. Controleer regelmatig de waterdruk van de installatie. Als de waterdruk lager is dan 0,8 bar, moet de installatie worden bijgevuld(aanbevolen waterdruk tussen 1,5 en 2,0 bar).

BelangrijkManteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- en servicewerkzaamheden. Plaats na de onderhouds- en servicewerkzaamheden alle manteldelen terug. BelangrijkInstructie- en waarschuwingsstickers mogen nooit verwijderd of afgedekt worden en moeten gedurende de totale levensduur van de ketel leesbaar zijn. Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk. BelangrijkWijzigingen in de ketel mogen alleen worden uitgevoerd na schriftelijke toestemming van Remeha. 1. 3 Aansprakelijkheden1. 3. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende van toepassing zijnde richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan.

Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen. In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet opvolgen van de instructies voor de installatie en het onderhoud van het toestel. Het niet opvolgen van de gebruiksvoorschriften van het toestel. Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het toestel. 1. 3. 2 Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het toestel. De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het toestel in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Installeer het toestel overeenkomstig de geldende wetgeving en normen. Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit. Leg de installatie uit aan de gebruiker.

3 Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het systeem te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het toestel in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Vraag de hulp van een erkende installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling. Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie. Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkend installateur. Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het toestel. 2 Over deze handleiding2. 1 AlgemeenDeze handleiding is bestemd voor de installateur en eindgebruiker van een Gas 320/620 Ace ketel. 2. 2 Aanvullende documentatieNaast deze handleiding is de volgende documentatie beschikbaar:ProductinformatieServicehandleidingWaterkwaliteitsvoorschrift2 Over deze handleiding7734306 - v. 07 - 25042024 7.

2.3 In de handleiding gebruikte symbolenDeze handleiding bevat bijzondere aanwijzingen, gemarkeerd met specifieke symbolen. Let extra goed op wanneer deze symbolen worden gebruikt.GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokKans op elektrische schok, kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletKans op materiële schade.BelangrijkLet op, belangrijke informatie.De onderstaande symbolen zijn van minder belang, maar zij kunnen u helpen bij het navigeren of nuttige informatie geven.ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.Nuttige informatie of extra begeleiding.Rechtstreekse menunavigatie, zonder bevestiging.

Afb. 7 Algemeen voorbeeldAD-3001366-02CBCUBACL-BusSCBGTWGTWMKR-BusS-BusRUTab. 2 Componenten in het voorbeeldItem Beschrijving FunctieCU Control Unit: besturingsautomaat De besturingsautomaat regelt alle basisfuncties van het toestel. CB Connection Board: Aansluitprintplaat De aansluitprintplaat biedt gemakkelijke toegang tot alle connectoren van de besturingsautomaat. SCB Smart Control Board: Uitbreidingsprintplaat Een uitbreidingsprintplaat zorgt voor extra functies, zoals een interne boiler of meerdere zones. GTW Gateway: Conversieprintplaat Een gateway kan worden gemonteerd op een apparaat of installatie voor een van de volgende zaken:Extra (draadloze) verbindingServiceaansluitingenCommunicatie met andere platformsMK Control panel: Bedieningspaneel en display Het bedieningspaneel is de gebruikersinterface van het toestel.

RU Room Unit: Ruimteregelaar (bijvoorbeeld een thermostaat)Een ruimteregelaar meet de temperatuur in een referentieruimte. L-Bus Local Bus: Verbinding tussen apparaten De lokale bus zorgt voor de communicatie tussen apparaten. S-Bus System Bus: Verbinding tussen toestellen De systeembus zorgt voor de communicatie tussen toestellen. R-Bus Room unit Bus: Verbinding met een ruimte-unitDe room-unitbus zorgt voor de communicatie met een ruimteregelaar. A Apparaat Een apparaat is een printplaat, bedieningspaneel of een ruimteregelaar. B Toestel Een toestel is een reeks apparaten die verbonden is via dezelfde L-BusC Systeem Een systeem is een reeks toestellen die verbonden is via dezelfde S-BusTab. 3 Specifieke apparaten die worden geleverd met de Gas 320/620 Ace-ketelNaam zichtbaar in displaySoftwareversieBeschrijving FunctieCU-GH13 1.

4 Voor de installatie4.1 InstallatievoorschriftenBelangrijkDe installatie van de ketel moet door een erkend installateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.4.2 Locatie-eisenGevaarHet is verboden om, zelfs tijdelijk, brandbare producten en stoffen in de ketel of in de buurt van de ketel op te slaan.OpgeletDe ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.Bij de ketel moet een geaarde elektrische aansluiting aanwezig zijn.Voor de condensafvoer moet er een aansluiting op het riool in de buurt van de ketel zijn.Bij de keuze van de beste installatielocatie moet u rekening houden met:De richtlijnen.De benodigde opstellingsruimte.De benodigde ruimte rond de ketel voor een goede bereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud.De toegestane positie van de rookgasuitlaat en/of luchttoevoeropening.Afb.8Locatie-eisenAD-3001441-013002000B800673A8007201501227201670800 150B673800C300A1 Locatie inspectieluik warmtewisselaar2 OndersteuningsoppervlakA Lengte ondersteuningsoppervlak (zie tabel)B Ketellengte (zie tabel)C Vereiste totale lengte (zie tabel)4 Voor de installatie12 7734306 - v.07 - 25042024

Tab. 4 Afmetingen A / B / C (mm)Gas 320 Ace Gas 620 Ace A (mm) B (mm) C (mm)285 570 723 1862 2962355 710 723 1862 2962430 860 723 1862 2962500 1000 1032 2172 3272575 1150 1032 2172 3272650 1300 1032 2172 32724. 3 Eisen aan de wateraansluitingenControleer voor de installatie of de aansluitingen aan de gestelde eisen voldoen. Voer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoende afstand van de ketel. Volg bij gebruik van kunststof leidingen de aanwijzingen van de fabrikant op. 4. 3. 1 Eisen aan de CV-aansluitingenMonteer in de CV aanvoerleiding en in de CV retourleiding een serviceafsluiter, voor het uitvoeren van servicewerkzaamheden. Wij raden aan een CV-filter in de retourleiding te installeren om de verstopping van ketelcomponenten te voorkomen. 4. 3. 2 Eisen aan de condensafvoerDe afvoerpijp dient Ø 32 mm of groter te zijn, uitkomend op het riool.

Gebruik alleen kunststofmateriaal als afvoerleiding, vanwege de zuurgraad (pH 2 tot 5) van het condenswater. Monteer een sifon in de afvoerbuis. Afschot afvoerpijp minimaal 30 mm per meter, maximale horizontale lengte 5 meter. Maak geen vaste verbinding om overdruk in de sifon te voorkomen. 4. 3. 3 Installatie doorspoelenVoordat er een nieuwe ketel op een installatie kan worden aangesloten, moet de gehele installatie grondig worden gereinigd en doorgespoeld. Hierdoor worden resten van het installeren (lasslakken, bevestigingsmiddelen enz. ) en opgehoopt vuil (slib, slijk enz. ) verwijderdBelangrijkSpoel de CV-installatie door met minimaal drie keer de inhoud van de installatie. Spoel de sanitair-warmwaterleidingen door met minimaal 20 keer de inhoud van de leidingen. 4. 4 Eisen aan de gasaansluitingVoer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoende afstand van de ketel.

4.5 Eisen aan het rookgasafvoersysteem4.5.1 ClassificatieBelangrijkDe installateur is verantwoordelijk voor het toepassen van de juiste diameter, lengte en het type van het rookgasafvoersysteem.Gebruik altijd aansluitmateriaal, dakdoorvoer en/of geveldoorvoer van dezelfde fabrikant. Raadpleeg de fabrikant voor compatibiliteit.Het gebruik van rookgasafvoersystemen van andere fabrikanten, in aanvulling op die van de in deze handleiding aanbevolen fabrikanten, is toegestaan.

Het gebruik is alleen toegestaan als aan al onze eisen is voldaan en als de beschrijving van het rookgasafvoersysteem C63 in acht wordt genomen.Tab.5 Type rookgasafvoersysteem: B23PPrincipe BeschrijvingAanbevolen fabrikanten(1)AD-3001055-01Open uitvoering.Zonder trekonderbreker.Rookgasafvoer bovendaks.Luchttoevoer uit de opstellingsruimte.De luchtinlaat-aansluiting van de ketel moet geopend blijven.De opstellingsruimte moet geventileerd zijn om de toevoer van voldoende lucht te waarborgen.

De ventilatieopeningen mogen niet worden geblokkeerd of afgesloten.De IP-codering van de ketel is verlaagd tot IP20.Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:AlukanBurgerhoutCox Geelen(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.Tab.6 Type rookgasafvoersysteem: C33Principe BeschrijvingAanbevolen fabrikanten(1)AD-3001057-01Gesloten uitvoering.Rookgasafvoer bovendaks.De luchtinlaat ligt in hetzelfde drukgebied als de rookgasafvoer (bijvoorbeeld een concentrische dakdoorvoer).Dakdoorvoer en aansluitmateriaalRemeha, te combineren met aansluitmateriaal van BurgerhoutRemeha 350/350, in combinatie met aansluitmateriaal van Alukan (Alleen voor Remeha Gas 620 Ace)BurgerhoutCox Geelen(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk.4 Voor de installatie14 7734306 - v.07 - 25042024

Tab. 7 Type rookgasafvoersysteem: C53Principe BeschrijvingAanbevolen fabrikanten(1)AD-3001058-02Aansluiting in verschillende drukgebieden. Gesloten toestel. Aparte luchtinlaat en rookgasafvoer. Uitmondend in verschillende drukvlakken. De luchtinlaat en rookgasafvoer mogen niet in tegenoverliggende gevels worden geplaatst. Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:AlukanBurgerhoutCox Geelen(1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. Tab. 8 Type rookgasafvoersysteem: C63Principe BeschrijvingAanbevolen fabrikanten(1) Dit systeem wordt door ons geleverd zonder een luchtinlaat en rookgasafvoer. Houd bij het selecteren van het materiaal rekening met de volgende eigenschappen:Condenswater dient terug te stromen naar de ketel. Het materiaal dient bestand te zijn tegen de rookgastemperatuur van deze ketel. Maximaal toegestane recirculatie van 10%.

De luchtinlaat en rookgasafvoer mogen niet in tegenoverliggende gevels worden geplaatst. Minimaal toegestaan drukverschil tussen de luchtinlaat en de rookgasafvoer is -200 Pa (inclusief -100 Pa winddruk). Het gebruik is alleen toegestaan als aan al onze eisen is voldaan en als de beschrijving van dit type rookgasafvoersysteem in acht wordt genomen. (1) Het materiaal moet ook voldoen aan de materiaaleigenschappen uit het desbetreffende hoofdstuk. Tab. 9 Type rookgasafvoersysteem: C93Principe(1)BeschrijvingAanbevolen fabrikanten(2)AD-3001059-01Gesloten uitvoering. Luchtinlaat en rookgasafvoer in schacht of kanaal:Concentrisch. Luchttoevoer uit bestaande schacht of kanaal. Rookgasafvoer bovendaks. De luchtinlaat ligt in hetzelfde drukgebied als de rookgasafvoer. Aansluitmateriaal en dakdoorvoer:AlukanBurgerhoutCox Geelen(1) Zie tabel voor eisen aan schacht of koker.

BelangrijkDe schacht moet voldoen aan de luchtdichtheidseisen van NPR 3378, deel 46, hoofdstuk 5. BelangrijkAls rookgasafvoerpijpen worden toegepast, moeten deze bestaan uit een luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalen constructie. Ook buigbare kunststof en roestvaststalen voeringpijpen zijn toegestaan. Aluminium is toegestaan, mits er geen contact is met het bouwkundige gedeelte van het rookgasafvoerkanaal. Schachten altijd grondig reinigen bij toepassing van rookgasafvoerpijpen en/of luchttoevoeraansluiting. Inspectie van de rookgasafvoerpijp moet mogelijk zijn. Zie voor aanvullende richtlijnen NPR 3378, deel 46. 4. 5. 2 MateriaalControleer met de tekenreeks op het rookgasafvoermateriaal of het geschikt is voor toepassing op dit toestel. 1 EN 14471 of EN 1856–1: Het materiaal is CE-gekeurd volgens deze norm.

Voor kunststof is dit EN 14471, Voor aluminium en roestvast staal is dit EN 1856-1. 2 T120 : Het materiaal heeft temperatuurklasse T120. Een hoger getal is ook toegestaan, lager niet. 3 P1 : Het materiaal valt in drukklasse P1. H1 is ook toegestaan. 4 W : Het materiaal is geschikt om condenswater af te voeren (W=’wet’). D is niet toegestaan (D=’dry’). 5 E : Het materiaal valt in brandbestendigheidsklasse E. Klasse A t/m D zijn ook toegestaan, F is niet toegestaan. Alleen van toepassing op kunststof. WaarschuwingDe koppel- of verbindingsmethodes verschillen per fabrikant. Het is niet toegestaan om leidingen, koppel- of verbindingsmethodes van verschillende fabrikanten te mengen. Dit geldt ook voor dakdoorvoeren en gemeenschappelijke kanalen. De toegepaste materialen moeten voldoen aan de geldige voorschriften en normen.

4.5.3 Afmetingen rookgasafvoerleidingWaarschuwingHet leidingwerk dat op de rookgasadapter wordt aangesloten, moet voldoen aan onderstaande afmetingen.d1Uitwendige afmetingen rookgasafvoerleidingTab.12 Afmetingen leiding d1 (min-max)200 mm 199 - 201 mm250 mm 249 - 251 mm350 mm 349 - 351 mm4.5.4 Lengte van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingenDe maximum lengte van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen variëren per toesteltype. Raadpleeg het relevante hoofdstuk voor de juiste lengtes.Als een ketel niet compatibel is met een specifiek rookgassysteem of diameter, wordt dit aangegeven met "-" in de tabel.Bij het gebruik van bochten moet de maximale lengte (L) verkort worden volgens de reductietabel.Gebruik goedgekeurde verloopstukken voor aanpassing aan een andere diameter.De ketel ondersteunt ook andere rookgasafvoerleidingen en diameters dan die in de tabel staan aangegeven.

LLengte van de rookgasafvoer tot aan de dakdoorvoerAansluiting rookgasafvoerTab. 14 Maximale lengte (L)Diameter(1)200 mm 250 mm 300 mm 350 mmGas 620 Ace 57015 m50 m(1)50 m(1)50 m(1)Gas 620 Ace 7106 m 31 m50 m(1)50 m(1)Gas 620 Ace 860 - 20 m50 m(1)50 m(1)Gas 620 Ace 1000- 11 m 39 m50 m(1)Gas 620 Ace 1150 - 5 m 26 m 50 mGas 620 Ace 1300 - 3 m 19 m 50 m(1) Met behoud van maximale lengte kunnen er extra 5 maal 90º of 10 maal 45º bochtstukken worden toegepast (aangegeven per keteltype en diameter). Gesloten uitvoering (C33, C63, C93)Bij een gesloten installatie worden zowel de rookgasafvoer als de luchttoevoer aangesloten. LGecombineerde lengte van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal tot aan de dakdoorvoerAansluiting rookgasafvoerAansluiting luchttoevoerTab.

Het is verplicht om het luchttoevoerfilter te installeren als de ketel wordt blootgesteld aan bouwstof. InstallatieVoor de installatie van het rookgasafvoer- en luchttoevoermateriaal wordt verwezen naar de voorschriften van de fabrikant van het betreffende materiaal. Controleer na montage tenminste alle rookgasvoerende en luchtvoerende delen op dichtheid. Afb. 16Verschillende drukgebieden Gas 320 AceAD-3001563-01L = + Afb. 17 Verschillende drukgebieden Gas 620 AceAD-3001566-01L = + Afb.

WaarschuwingHet niet volgens de voorschriften installeren van de rookgasafvoer- en luchttoevoermaterialen (niet lekdicht, niet correct gebeugeld, et cetera), kan tot gevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolg hebben. Zorg voor voldoende afschot van de rookgasafvoerleiding richting de ketel (minimaal 50 mm per meter) en voor voldoende condensopvang en afvoer (minimaal 1 m voor de uitmonding van de ketel). De toegepaste bochten moeten groter zijn dan 90° om afschot en een goede afdichting op de lippenringen te waarborgen. CondensatieDirecte aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundige kanalen is niet toegestaan in verband met condensatie. Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststof of roestvast stalen leidingdeel terug kan stromen naar een aluminium deel, dan dient dit condens via een sifon afgevoerd te worden, voordat dit het aluminium bereikt.

Nieuw geïnstalleerde aluminium rookgasleidingen met grotere lengtes kunnen relatief grotere hoeveelheden corrosieproducten produceren. Ook door gietzand en metaalbewerkingsspanen uit nieuwe ketels kan de ketelsifon kort na de installatie vol raken. Controleer en reinig de sifon om deze redenen vaker. 4. 6 Eisen aan de elektrische aansluitingenVoer de elektrische aansluitingen uit in overeenstemming met alle geldende plaatselijke en landelijke voorschriften en normen. De elektrische aansluitingen moeten altijd spanningsloos worden uitgevoerd en alleen door erkende installateurs. De ketel is geheel voorbedraad. Wijzig nooit de interne aansluitingen van het bedieningspaneel. Sluit de ketel altijd aan op een goed geaarde installatie. Bedrading uitvoeren volgens de aanwijzingen in de elektrische schema’s. Volg de aanbevelingen in deze handleiding.

20 PrintplaatconnectorenDraaddoorsnede Striplengte AanhaalmomentMassieve draad: 0,14–4,0 mm² (AWG 26–12)Gevlochten draad: 0,14–2,5 mm² (AWG 26–14)Gevlochten draad met klemring: 0,25–2,5 mm² (AWG 24–14)8 mm 0,5 N⋅m4. 7 Waterkwaliteit en waterbehandelingDe kwaliteit van het verwarmingswater moet voldoen aan de grenswaarden in ons Waterkwaliteitsvoorschrift. De richtlijnen in dat voorschrift moeten altijd opgevolgd worden. In veel gevallen kunnen de ketel en CV-installatie gevuld worden met normaal leidingwater en zal waterbehandeling niet noodzakelijk zijn. 4 Voor de installatie20 7734306 - v. 07 - 25042024.

4.8 Installatievoorbeelden4.8.1 Gebruik van de installatievoorbeeldenIn dit hoofdstuk worden enkele installatievoorbeelden gegeven. Elk voorbeeld geeft een snel overzicht van een vereenvoudigde hydraulische opstelling, samen met de aansluitingen die moeten worden gemaakt en de parameters die op de printplaten moeten worden ingesteld.BelangrijkVoor het gebruik van deze voorbeelden is basiskennis van installatietechniek vereist.Deze toelichting geeft schema's weer voor de SCB-10 met een gemonteerde AD249. Op een SCB-02 zijn niet alle zones beschikbaar.De tabellen met installatievoorbeelden zien er als volgt uit:De schema's zijn opgedeeld in kolommen.

Alle relevante aansluitingen en instellingen zijn per kolom gegroepeerd.Warmtevraag: De bovenste rij toont de warmtevraag (indien van toepassing) voor de zone.Hydraulische aansluitingen: Alleen de belangrijkste onderdelen worden getoond; de op een printplaat aan te sluiten onderdelen zijn genummerd.Elektrische aansluitingen: De nummers in de hydraulische aansluitingen verwijzen naar connectoren in deze rij. Er zijn meerdere cijfers om het type aansluiting te identificeren:A Apparaat warmtevraag.1,2,... De nummers in de hydraulische aansluitingen verwijzen naar connectoren in deze rij. Verbind component nr. 1 van het hydraulische schema met de connector die wordt getoond in regel 1.Afb.19 ZoneAD-3001510-01Afb.20 WarmtevraagAD-3001506-01Afb.21 Hydraulische aansluitingenAD-3001507-01Afb.22 Te maken elektrische verbindingenAD-3001508-024 Voor de installatie7734306 - v.07 - 25042024 21

Te overbruggen elektrische verbindingen: Deze connectoren moeten worden overbrugd. Sommige bruggen zijn al in de fabriek gemonteerd, andere moeten worden gemonteerd voor het specifieke installatievoorbeeld.In te stellen parameters: De parameters zijn onderverdeeld per printplaat en moeten op die specifieke printplaat worden ingesteld.Parameterlijst: De parameters uit de bovenstaande tabel worden in deze lijst herhaald om hun schermtekst, navigatiepaden en instellingen weer te geven.De connectoren zijn te vinden op de genoemde printplaat. Houd bij het maken van de verbindingen rekening met het volgende:Deze connectoren kunnen normaal aangesloten worden.Deze connectoren combineren twee stekkers in één connector. In de installatievoorbeelden verschijnen ze met één gemarkeerd deel dat gebruikt moet worden.Rij B toont alle te overbruggen connectoren.

Sluit een brug op deze connector aan.4.8.2 Hoe u het gewenste installatievoorbeeld kunt vindenElk voorbeeld heeft een code die de hydraulische opstelling beschrijft. De hydraulische code bestaat uit acht delen.

De zones, SWW-zone en SWW-uitbreidingszone kunnen naargelang de gebruikte apparaten verschillende namen hebben. Een "1" achter de zonenaam betekent dat de zone wordt geregeld door een uitbreidingsprint waarvan de draaischakelaar is ingesteld op "1". De zonenaam staat bovenaan de kolommen. De nummers van elk deel worden gekoppeld aan een specifieke configuratie. Zie de volgende tabellen voor de configuratie:Tab.

Sommige bruggen zijn al in de fabriek gemonteerd, andere moeten worden gemonteerd voor dit specifieke installatievoorbeeld.Tab.41 In te stellen parameters WarmteopwekkerAansluiting CH 1 / CircB 1 DHW 1 (1)CU-GH13 AP102 = 0CP020 = 0DP007 = 0 SCB-02 CP021 = 1SCB-02 CP020 = 6 (1) In te stellen parameters: De parameters zijn onderverdeeld per printplaat en moeten op die specifieke printplaat worden ingesteld.Tab.42 ParameterlijstCode Displaytekst Menupad Instellen opAP102 Toestelpomp functie > Systeeminstallatie > CU-GH13 > Gasgestookt apparaat > Parameters, tellers, signalen > Parameters > Algemeen 0 = NeeCP020 Groepfunctie > Systeeminstallatie > CU-GH13 > CIRCA > Parameters, tellers, signalen > Parameters > Algemeen 0 = UitschakelenDP007 Standby stand 3wk > Systeeminstallatie > CU-GH13 > Warm water klokprogr > Parameters, tellers, signalen > Parameters > Algemeen 0 = CV positieCP021 Groepfunctie > Systeeminstallatie > SCB-02 > CH 1 > Parameters, tellers, signalen > Parameters > Algemeen 1 = DirectCP020 Groepfunctie > Systeeminstallatie > SCB-02 > DHW 1 > Parameters, tellers, signalen > Parameters > Algemeen 6 = SWW Tank5 Installatie5.1 Positionering van de ketelRaadpleeg het hijsinstructie-document voor het uitpakken en transporteren van de ketel naar de plaats van gebruik.5 Installatie7734306 - v.07 - 25042024 29

1. Manoeuvreer de ketel naar de exacte locatie. 2. Schroef de stelvoeten los tot ze stevig op de vloer staan.3. Open de behuizing door het frontpaneel op te tillen en te verwijderen. 4. Gebruik de stelvoeten om de ketel waterpas te zetten. 5. Controleer of de ketel alleen op de stelvoeten rust (de transportwielen moeten van de vloer zijn).5.2 De besturingskast draaienAls de plaats voor de installatie het display belemmert, kan de besturingskast gedraaid worden. Ga hiervoor als volgt te werk:Afb.36Plaats de ketelAD-3001416-0212Afb.37 Open de behuizingAD-3001417-023Afb.38 Zet de ketel waterpasAD-3001418-02455 Installatie30 7734306 - v.07 - 25042024

1. Draai de kwartslagschroef los. 2. Verwijder het deksel.3. Maak de massakabel los van het deksel.4. Draai de 2 schroeven aan de onderzijde van de printbevestigingsplaat los. 5. Til de printbevestigingsplaat op.6. Ontkoppel de drie elektrische connectors onder de printbevestigingsplaat.7. Draai de vier schroeven los die het frame van de besturingskast op hun plaats houden. 8. Til de besturingskast en de bevestigingsplaat op. 9. Draai het besturingskast en de bevestigingsplaat in de gewenste richting.10. Ga voor het monteren in omgekeerde volgorde te werk.Afb.39Open de besturingskast.AD-3001868-01123Afb.40 Til de printbevestigingsplaat opAD-3001869-016445Afb.41 Maak het frame van de besturingskast los.AD-3001870-017Afb.42 Draai de besturingskastAD-3001871-01895 Installatie7734306 - v.07 - 25042024 31

5.3 Verwarmingscircuit aansluitenVoor ketel Gas 620 Ace past u de instructies toe op elke ketelmodule.1. Verwijder de stofdoppen van de aanvoer- en retouraansluitingen. 2. Sluit een veiligheidsklep aan op de aanvoeraansluiting.3. Monteer de aanvoerleiding van de installatie op de aanvoeraansluiting.4. Monteer de retourleiding van de installatie op de retouraansluiting.5.4 Condensafvoerbuis aansluitenVoor ketel Gas 620 Ace past u de instructies toe op elke ketelmodule.1. Verwijder de beschermkap van de condensaataansluiting. OpgeletHet water van de fabriekstest kan naar buiten komen.2. Breng de sifon aan door de zwenkmoer op de aansluiting te schroeven.3. Monteer een kunststof afvoerpijp op de sifon Ø 32 mm of groter, uitkomend op het riool.5.5 Aansluiten gasleidingVoor ketel Gas 620 Ace past u de instructies toe op elke ketelmodule.De gasleiding moet vuil- en stofvrij zijn.

5.6 Aansluiting van de luchtinlaat en rookgasafvoer1. Monteer de rookgasafvoerleiding aan de ketel. 2. Monteer de opvolgende rookgasafvoerleidingen volgens de voorschriften van de fabrikant. OpgeletDe leidingen mogen niet steunen op de ketel.Monteer de horizontale delen aflopend richting ketel, met een helling van 50 mm per meter.3. Monteer de luchttoevoerleiding aan de ketel. 4. Monteer de opvolgende luchttoevoerleidingen volgens de voorschriften van de fabrikant. OpgeletDe leidingen mogen niet steunen op de ketel.Monteer de horizontale delen aflopend richting de luchttoevoeruitlaat.5.7 Elektrische aansluitingen5.7.1 PrintplaatlocatiesDeze afbeelding geeft de locatie voor elke printplaat weer.

5.7.2 De aansluitprint CB-01De CB-01 wordt geplaatst in de instrumentenbox. Deze biedt gemakkelijke toegang tot alle standaardconnectoren.Aansluiten installatiepomp1. Sluit een installatiepomp aan op de klemmen Pump van de aansluitconnector. BelangrijkHet maximum opgenomen vermogen is 300 VA.De functie van de installatiepomp kan worden veranderd met behulp van de parameters PP015, PP016 en PP018.Aansluiten PWM installatiepompOp de ketel kan een PWM-installatiepomp worden aangesloten, die vanuit de ketel modulerend wordt aangestuurd.1. Sluit de installatiepomp aan op de klemmen PWM van de aansluitconnector.BelangrijkNeem contact met ons op voor meer informatie.Analoge ingangDeze ingang heeft twee modi: regeling op basis van de temperatuur of op basis van het warmte-uitvoer. Als deze ingang wordt gebruikt, wordt de OT-communicatie van de ketel genegeerd.1.

1 Verwarmingsketel aan2 Parameter CP0103 Maximale aanvoertemperatuur4 RekenwaardeTab. 43 Regelen op temperatuurIngangssignaal (V) Temperatuur °C Beschrijving0 – 1,5 0 – 15 Verwarmingsketel uit1,5 – 1,8 15 – 18 Hysterese1,8 – 10 18 – 100 Gewenste temperatuur0-10 volt analoge regeling op vermogenHet toestel kan door een 0-10 volt ingangssignaal worden geregeld. Indien geconfigureerd als vermogensgebaseerd, regelt het 0-10 volt signaal het vermogen van de verwarmingsketel. BelangrijkDe startspanning is afhankelijk van de relatie tussen het ventilatortoerentalbereik en de huidig ingestelde maximum ventilatortoerental. Een schatting van het startvoltage kan worden berekend.

V VoltageP Ketelvermogen1 Minimumvermogen2 Maximaal vermogen3 Gereduceerd maximaal vermogen (voorbeeld)4 Startvoltage5 Startvoltage voor gereduceerd vermogen (voorbeeld)De formule voor de berekening van het startvoltage is:Vstart = ((10. 3 * GP008) - (0. 5 * GP007factory)) / GP007current Vstart Startvoltage. GP008 Het ventilatortoerental ingesteld met parameter GP008. GP007factory Het ventilatortoerental in de fabriek ingesteld met parameter GP007. GP007current Het ventilatortoerental momenteel ingesteld met parameter GP007. Een buitentemperatuursensor aansluitenOp de klemmen Tout van de aansluitconnector kan een buitentemperatuursensor worden aangesloten. Sluit de sensor altijd aan op de printplaat die de zones bestuurt. Bijvoorbeeld: als de zones worden bestuurd door een SCB-02 of SCB-10, sluit dan de sensor aan op die printplaat. 1. Sluit de twee-aderige kabel aan op de Tout-connector.

Gebruik hieronder vermelde sensoren, of sensoren met identieke eigenschappen. Stel parameter AP056 in op het geïnstalleerde buitentemperatuursensortype. AF60 = NTC 470 Ω/25 °CAls ook een aan/uit-thermostaat is aangesloten, dan regelt de ketel de temperatuur met de richtwaarde van de interne stooklijn. OpenTherm Regelaars kunnen ook de buitentemperatuursensor gebruiken.

Kamerthermostaataansluiting (On/off - OT)De On/off - OT-connector kan gebruikt worden om een kamerthermostaat aan te sluiten. De connector ondersteunt de volgende typen:OpenTherm-thermostaat (bijv. de iSense)OpenTherm Smart Power-thermostaatAan/uit thermostaatHet maakt niet uit welke draad in welke kabelklem wordt aangesloten. De software herkent welk type thermostaat aangesloten is. Blokkerende ingangOpgeletAlleen geschikt voor potentiaalvrije contacten (droog contact). BelangrijkVerwijder eerst de brug bij gebruik van deze ingang. De ketel is voorzien van een blokkerende ingang. Op de klemmen BL van de connector kan een potentiaalvrij contact worden aangesloten. Als dit contact geopend wordt, dan gaat de ketel in blokkering. Wijzig de functie van de ingang met parameter AP001.

Deze parameter heeft de volgende 3 instelmogelijkheden:Volledige blokkering: geen vorstbeveiliging met buitensensor en geen vorstbeveiliging van de ketel (pomp gaat niet aan en brander gaat niet aan)Gedeeltelijke blokkering: wel vorstbeveiliging van de ketel (pomp gaat aan als de warmtewisselaartemperatuur < 6 °C en brander gaat aan als de warmtewisselaartemperatuur < 3 °C)Vergrendeling: geen vorstbeveiliging met buitensensor en gedeeltelijke vorstbeveiliging van de ketel (pomp gaat aan als de warmtewisselaartemperatuur < 6 °C, de brander gaat niet aan als de warmtewisselaartemperatuur < 3 °C). Vrijgave-ingangOpgeletAlleen geschikt voor potentiaalvrije contacten (droog contact). De verwarmingsketel is voorzien van een vrijgave ingang. Op de klemmen RL van de connector kan een potentiaalvrij contact worden aangesloten.

Als het contact wordt gesloten tijdens een warmtevraag, dan wordt de verwarmingsketel onmiddellijk geblokkeerd. Indien het contact gesloten wordt als er geen warmtevraag is, doet het contact niets tot de hoofdbesturingsprint een commando 'start brander' ontvangt. Na dat commando begint een wachttijd.

5.7.3 De SCB-02-uitbreidingsprintplaatAfb.59 SCB-02-printplaatAD-3001313-01C NoNcStatus AC NoNcStatus BN L+-0-10ToutN LN+-0-10Tdhw TflowR-BusDe SCB-02 heeft de volgende kenmerken:Regeling van een (meng)groep voor verwarming (of koeling)Regeling van een sanitair-warmwaterzone (SWW)0–10 V uitgang voor een PWM-systeempomptwee potentiaalvrije contacten voor statusmeldingenUitbreidingsprintplaten worden automatisch herkend door de regeleenheid van de ketel. Als uitbreidingsprintplaten worden verwijderd, geeft de ketel een storingscode aan. Om deze storing te verhelpen, dient er na het verwijderen een auto-detect uitgevoerd te worden.Pomp van een sanitair-warmwaterboiler aansluitenPomp van een sanitair-warmwaterboiler aansluiten.

Het maximum opgenomen vermogen is 300 VA.Sluit de pomp als volgt aan:AardeNNulleiderLFaseEen mengklep aansluitenDe mengklepconnector kan worden gebruikt om een mengklep (230 V AC) aan te sluiten voor gebruik in een ketelgroep (zone).Sluit de mengklep als volgt aan:AardeN NulleiderOpenenSluitenAfb.60 SWW-pomp connectorAD-4000123-01N LAfb.61 MengklepconnectorAD-4000015-03N5 Installatie7734306 - v.07 - 25042024 37

Aansluiten installatiepomp1. Sluit een installatiepomp aan op de klemmen Pump van de aansluitconnector. BelangrijkHet maximum opgenomen vermogen is 300 VA.De functie van de installatiepomp kan worden veranderd met behulp van de parameters PP015, PP016 en PP018.Aansluiten statusmeldingenDe twee potentiaalvrije contacten Status, zijn vrij instelbaar. Afhankelijk van de instelling kan een bepaalde status van de ketel worden doorgegeven.Sluit een relais als volgt aan:NcNormaal gesloten contact. Contact opent wanneer status optreedt.CHoofdcontact.NoNormaal geopend contact. Contact sluit wanneer status optreedt.Kies de gewenste statusmelding (instelling) met behulp van de parameters EP018 en EP019.Aansluiten boilersensor/-thermostaatOp de klemmen Tdhw van de aansluitconnector kan een boilersensor of boilerthermostaat worden aangesloten.

Gebruik alleen NTC 10 kΩ/25°C sensoren.BelangrijkBij ketels met een SCB-10-print, wordt de boilersensor/thermostaat aangesloten op de SCB-10-print.1. Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen Tdhw van de aansluitconnector.Aansluiten van een zonetemperatuursensorOp de klemmen Tflow van de aansluitconnector kan een zonetemperatuursensor worden aangesloten.1. Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen Tflow van de aansluitconnector. Een buitentemperatuursensor aansluitenOp de klemmen Tout van de aansluitconnector kan een buitentemperatuursensor worden aangesloten. Sluit de sensor altijd aan op de printplaat die de zones bestuurt.

1. Sluit de twee-aderige kabel aan op de Tout-connector. Gebruik hieronder vermelde sensoren, of sensoren met identieke eigenschappen. Stel parameter AP056 in op het geïnstalleerde buitentemperatuursensortype. AF60 = NTC 470 Ω/25 °CAls ook een aan/uit-thermostaat is aangesloten, dan regelt de ketel de temperatuur met de richtwaarde van de interne stooklijn. OpenTherm Regelaars kunnen ook de buitentemperatuursensor gebruiken. De gewenste stooklijn moet dan op de regelaar worden ingesteld. Aansluiten thermostatenDe R-Bus-connector kan gebruikt worden om een kamerthermostaat aan te sluiten. De connector ondersteunt de volgende typen:R-Bus-thermostaat (bijv. de eTwist)OpenTherm-thermostaat (bijv. de iSense)OpenTherm Smart Power-thermostaatAan/uit thermostaatHet maakt niet uit welke draad in welke kabelklem wordt aangesloten. De software herkent welk type thermostaat aangesloten is.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha Gas 620 Ace stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden