Remeha Eria Tower Ace S Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Remeha Eria Tower Ace S (136 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 56 mensen. Heb je een vraag over Remeha Eria Tower Ace S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

nl
Installatie-, gebruikers- en servicehandleiding
Omkeerbare lucht-water-warmtepomp 'Split Inverter'
ERIA TOWER ACE S

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: Warmtepomp
Model: Eria Tower Ace S

Handleiding Remeha Eria Tower Ace S – volledige tekst

5 Combinatieverwarmingstoestellen met middentemperatuur-warmtepomp. 163. 2. 6 Sensorspecificaties. 183. 2. 7 Circulatiepomp. 193. 3 Afmetingen en aansluitingen. 203. 3. 1 Aansluitplaat. 203. 3. 2 Binnenunit. 213. 3. 3 AWHPR 4 MR / AWHPR 6 MR / AWHPR 8 MR buitenunit. 223. 4 Elektrisch schema. 234 Beschrijving van het product. 254. 1 Voornaamste componenten. 254. 2 Beschrijving van het bedieningspaneel. 264. 2. 1 Beschrijving van de interface. 264. 2. 2 Beschrijving van het stand-byscherm. 264. 2. 3 Beschrijving van status-iconen. 264. 2. 4 Beschrijving van het hoofdscherm. 274. 2. 5 Beschrijving van het zone-display. 274. 3 Principeschema. 275 Installatie. 285. 1 Installatievoorschriften. 285. 2 Standaard leveringsomvang. 285. 3 Accessoires en opties. 285. 4 Typeplaten. 295. 5 Bluetooth® label. 305. 6 Houd de voorgeschreven afstand aan tussen de binnenunit en de buitenunit. 305.

5. 8 Wateraansluitingen. 355. 8. 1 Aansluitingen. 355. 8. 2 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het verwarmingscircuit. 375. 8. 3 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het sanitair-warmwatercircuit. 375. 8. 4 De binnenunit aansluiten op de aansluitplaat. 385. 8. 5 Inhoud van het expansievat. 385. 8. 6 Plaatsing van de condensopvangbak. 385. 8. 7 Afstelling thermostatische mengkraan. 395. 8. 8 Verwarmingscircuit controleren. 405. 9 Installatie doorspoelen. 405. 9. 1 Doorspoelen van nieuwe installaties en installaties niet ouder dan 6 maanden. 405. 9. 2 Bestaande installatie doorspoelen. 405. 10 Vullen van het systeem. 405. 10. 1 Cv-installatie(s) bijvullen. 405. 10. 2 Sanitair warmwatercircuit vullen. 415. 11 De buitenunit opstellen. 425. 11. 1 Voor voldoende ruimte zorgen voor de buitenmodule. 425. 11. 2 Locatie van de buitenunit selecteren. 435. 11.

9 Aansluiten van de functie geschat elektrisch energieverbruik (optie). 555. 13. 10 Controle van elektrische aansluitingen. 555. 13. 11 De buitentemperatuursensor aansluiten. 566 Inbedrijfstelling. 576. 1 Algemeen. 576. 2 Procedure voor inbedrijfstelling met smartphone. 576. 3 Procedure voor inbedrijfstelling zonder smartphone. 586. 3. 1 CN1 en CN2 parameters. 586. 4 Instelling van het debiet van het directe circuit. 596. 5 Instelling van het debiet van het tweede circuit. 596. 6 Laatste instructies voor de ingebruikname. 607 Instellingen. 607. 1 Toegang tot het installateursniveau. 607. 2 Naar een parameter of een gemeten waarde zoeken. 617. 3 Het verwarmingscircuit configureren. 617. 3. 1 Stooklijn instellen. 617. 3. 2 Koelfunctie configureren. 617. 3. 3 Instellen van de circuitfunctie. 627. 4 De vloer drogen met of zonder een buitenunit. 637. 5 Een kamerthermostaat configureren. 647.

5. 1 Configuratie van een aan/uit- of modulerende thermostaat. 647. 5. 2 Een thermostaat configureren met een verwarmings-/koelingscontact. 647. 6 Het comfort verbeteren. 66Inhoudsopgave4 7790532 - v04 - 23072021.

7. 6. 1 Het comfort verbeteren van het sanitair warmwater of verwarmingscomfort. 667. 6. 2 Verlagen van het geluidsniveau van de buitenunit. 677. 7 Energiebronnen configureren. 677. 7. 1 Configureren van de functie geschat elektrisch energieverbruik. 677. 7. 2 Voeding van de warmtepomp met fotovoltaïsche energie. 687. 7. 3 Aansluiting van de installatie op een Smart Grid. 697. 8 Instellingen opslaan en herstellen. 707. 8. 1 Resetten of herstellen van de parameters. 707. 9 Parameterlijst. 717. 9. 1 > Installateur > Systeeminstallatie > Warmtepomp. 717. 9. 2 > Installateur > Systeeminstallatie > Zone1 of Zone2. 757. 9. 3 > Installateur > Systeeminstallatie > SWW (sanitair warm water). 777. 9. 4 > Installateur > Systeeminstallatie > Buitentemp voeler. 787. 9. 5 > Bluetooth®. 797. 9. 6 > Installateur > Signalen. 797. 9. 7 > Installateur > Tellers. 827.

10 Activeren/deactiveren van de Bluetooth® voor het apparaat. 827. 11 Beschrijving van de parameters. 837. 11. 1 Naverwarming in de verwarmingsmodus. 837. 11. 2 Naverwarming in de sanitair-warmwatermodus. 847. 11. 3 Werking van de omschakelaar tussen verwarming en productie van sanitair warm water. 848 Voorbeelden van aansluiting en installatie. 868. 1 Installatie met een direct vloerverwarmingscircuit. 868. 2 Installatie met een zwembad. 878. 2. 1 Een zwembad aansluiten. 878. 2. 2 Verwarming van zwembad configureren. 879 Werking. 889. 1 Regionale en ergonomische parameters. 889. 2 Het kinderslot activeren/uitschakelen. 889. 3 Zones aanpassen. 899. 3. 1 Definitie van de term "zone". 899. 3. 2 De naam en het symbool van een zone wijzigen. 899. 4 Activiteiten aanpassen. 899. 4. 1 Definitie van de term "activiteit". 899. 4. 2 De naam van een activiteit wijzigen. 909. 4.

3 De temperatuur van een activiteit wijzigen. 909. 5 Kamertemperatuur voor een zone. 919. 5. 1 Bedrijfsmodus selecteren. 919. 5. 2 Een klokprogramma activeren en configureren voor verwarming. 919. 5.

3 Een klokprogramma activeren en configureren voor het koelen. 929. 5. 4 De kamertemperatuur tijdelijk wijzigen. 939. 6 Sanitair-warmwatertemperatuur. 949. 6. 1 Werkingsmodus selecteren. 949. 6. 2 Een klokprogramma activeren en configureren voor sanitair warm water. 949. 6. 3 Sanitair warm water productie forceren (override). 959. 6. 4 De richttemperaturen van het sanitair warm water wijzigen. 969. 7 Regeling van de verwarming, koeling en sanitair-warmwaterbereiding. 969. 7. 1 De verwarming en de koeling uitschakelen. 969. 7. 2 Koeling forceren. 969. 7. 3 Uitschakelen van de verwarming in de zomer. 979. 7. 4 Uitschakeling sanitair-warmwaterbereiding. 979. 7. 5 Perioden van afwezigheid of vakantieperioden. 989. 8 Het energieverbruik bewaken. 999. 9 Het starten en uitschakelen van de warmtepomp. 999. 9. 1 Warmtepomp starten. 999. 9. 2 De warmtepomp uitschakelen. 10010 Onderhoud. 10010.

10. 4 Tap het apparaat af aan de kant van het verwarmingscircuit. 10210. 5 Sanitair-warmwatercircuit aftappen. 10310. 6 Reinig de magnetische zeeffilters. 10310. 6. 1 Jaarlijks onderhoud van magnetisch filter. 10310. 6. 2 Volledige reiniging van het magnetische filter. 10410. 7 Controleer de hydraulische druk. 10610. 8 De werking van het apparaat controleren. 10710. 9 Batterij in het bedieningspaneel vervangen. 10711 Bij storing. 10711. 1 Veiligheidsthermostaat resetten. 10711. 2 Fouten oplossen. 10811. 2. 1 Soorten storingcodes. 10811. 2. 2 Waarschuwingscodes. 10811. 2. 3 Blokkeringscodes. 10911. 2. 4 Vergrendelingscodes. 11211. 3 Het foutgeheugen weergeven en wissen. 11311. 4 Toegang tot informatie over hardware- en softwareversies. 11412 Afdanken en afvoeren. 11412. 1 Procedure voor uitbedrijfname. 11412. 2 Verwijdering en recycling. 11412. 3 Koudemiddelen opvangen. 11512. 4 Label.

1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen1. 1 Algemene veiligheidsvoorschriftenWerkingGevaarDit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en mensen met lichamelijke, gevoelsmatige of geestelijke beperkingen of met gebrek aan ervaring en kennis als ze begeleiding en instructie krijgen hoe het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de eraan verbonden gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Zonder begeleiding mag schoonmaak en gebruikers onderhoud niet door kinderen worden gedaan. Algemeen Lees vóór het uitvoeren van werkzaamheden aan het apparaat zorgvuldig alle documenten die met de warmtepomp zijn meegeleverd. Deze documenten zijn ook beschikbaar op onze website. Zie de achterzijde.

Alleen gekwalificeerde personen zijn bevoegd om installatie-, inbedrijfstellings-, onderhouds-, reparatie- of verwijderingswerkzaamheden aan de warmtepomp en de verwarmingsinstallatie uit te voeren. Deze moet zich houden aan de lokale en nationale voorschriften tijdens de montage, installatie en het onderhoud van de installatie. Er moet worden toegezien op de naleving van de nationale gasverordeningen. Het systeem moet in elk opzicht voldoen aan de voorschriften die in het land van kracht zijn bij werkzaamheden en reparaties in huizen, woningen en andere gebouwen. Deze warmtepomp is niet bedoeld voor gebruik op een hoogte van meer dan 2000 meter boven zeeniveau. Dit apparaat is uitgerust met een radioantenne. Tijdens normaal bedrijf van het apparaat moet iedereen een afstand van minstens 20 cm tot deze antenne bewaren om zichzelf te beschermen tegen het elektromagnetische veld.

Voorzorgsmaatregelen Werkzaamheden aan het koelsysteem moeten uitgevoerd worden door een vakman, volgens de in het vakgebied geldende regelen der kunst (opvangen koudemiddel, lassen met stikstof, enz. ). Met een 'gekwalificeerd persoon' wordt een persoon bedoeld die bevoegd is om met dit koudemiddel en aan leidingen te werken in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving en die geschoold is in zaken die samenhangen met het omgaan met koudemiddelen en leidingwerk van de binnenunit en buitenunit. Vóór alle werkzaamheden eerst de stroom uitschakelen van de buitenunit, de binnenunit en de hydraulische back-up. Wacht ongeveer 20 tot 30 seconden tot de condensatoren van de buitenunit zijn ontladen, en controleer of de lampjes op de besturingsprint van de buitenunit zijn uitgegaan.

Schakel voor alle werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit het apparaat uit en wacht enkele minuten. Sommige componenten zoals de compressor en de buizen kunnen warmer dan 100 °C worden en een hoge druk opbouwen, wat tot ernstig letsel kan leiden. Voor de hydraulische aansluiting is het absoluut noodzakelijk de normen en de lokale voorschriften in acht te nemen. De inbedrijfstelling moet worden uitgevoerd door een erkend installateur. Breng geen wijzigingen aan de warmtepomp zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. Om aanspraak te maken op de garantie, mogen er geen wijzigingen aan het apparaat worden aangebracht. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. 1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen7790532 - v04 - 23072021 7.

1. 2 WateraansluitingenVoorzorgsmaatregelen Breng isolatie om de leidingen aan om warmteverlies tot een minimum te beperken. Installeer wateraftapkranen tussen de binnenunit en het verwarmingscircuit. Als de radiatoren rechtstreeks zijn aangesloten op het verwarmingscircuit, zorg er dan voor dat de installatie voldoende inhoud over heeft voor warm water. Installeer bijvoorbeeld een differentiële klep en een buffervat tussen de binnenunit en het verwarmingscircuit. Zorg ervoor dat het verwarmingswater voldoet aan de specificaties beschreven in het hoofdstuk "Behandeling van verwarmingswater". Houd de minimale en maximale waterdruk en temperatuur (70 °C ) aan om er zeker van te zijn dat het apparaat naar behoren werkt. Zie hoofdstuk 'Technische specificaties'.

OpgeletDe drukbegrenzer (veiligheidsventiel of veiligheidsgroep) moet regelmatig worden bediend om kalkaanslag te verwijderen en ervoor te zorgen dat het apparaat niet wordt geblokkeerd. De drukbegrenzingsvoorziening moet aangesloten worden op een afvoerleiding. Omdat er water uit de afvoerpijp op de drukbegrenzer kan stromen, moet deze pijp open blijven naar de lucht, in een vorstvrije omgeving, en met een continu dalend verval. Overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften is er een op 0,7 MPa (7 bar) geijkte veiligheidsklep op de sanitair koudwateringang van de boiler gemonteerd. Een drukregelaar (niet meegeleverd) is vereist wanneer de aanvoerdruk hoger is dan 80% van de kalibratie van de veiligheidsklep of veiligheidsgroep en deze zich moet stroomopwaarts van de warmtepomp bevinden.

Er mag zich geen enkele vorm van afsluiter bevinden tussen de veiligheidsklep of veiligheidsgroep en de sanitair-warmwaterboiler. De hydraulische installatie moet onder alle omstandigheden in staat zijn om een minimaal debiet te verzekeren. Verwarmingswater en sanitair water mogen nooit met elkaar in contact komen. Sanitair water mag niet in de warmtewisselaar circuleren.

Wees voorzichtig met het sanitair warm water. Afhankelijk van de warmtepompinstellingen kan de temperatuur van sanitair warm water in het vat hoger dan 65 °C worden. Algemeen Sanitair-warmwatercircuit aftappen. Zie het hoofdstuk Onderhoud. Maximumtemperatuur bij het tappunt: de maximale temperatuur van sanitair warm water bij het tappunt is onderworpen aan speciale voorschriften in de verschillende landen waar dit apparaat wordt verkocht om de consument te beschermen. Bij installatie van het apparaat moeten deze speciale voorschriften worden opgevolgd. Om het risico op verbranding zo klein mogelijk te houden is uw warmtepomp voorzien van een thermostatische mengklep, die is geïntegreerd in de vertrekleiding van het sanitair warm water. 1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen8 7790532 - v04 - 23072021.

1. 3 Elektrische bedradingAlgemeen Alleen een erkend installateur of een gekwalificeerd vakman mag werkzaamheden aan de elektrische bedrading van de binnen- en buitenunit uitvoeren. Onder geen beding mogen deze werkzaamheden uitgevoerd worden door een niet-gekwalificeerde persoon, want onjuiste uitvoering van de werkzaamheden kan leiden tot elektrische schokken en/of lekstromen. Het toestel moet geïnstalleerd worden overeenkomstig de toepasselijke voorschriften inzake elektrische installaties. Een vermogenstekort in het voedingscircuit of een onjuiste installatie kan leiden tot een elektrische schok of brand. Voorzorgsmaatregelen GevaarSchakel vóór bedradingswerkzaamheden aan het elektrisch circuit de stroom uit, controleer of het systeem spanningsloos is en vergrendel de zekeringautomaat.

Gebruik draden die voldoen aan de specificaties in de installatiehandleiding en de bepalingen in de toepasselijke wet- en regelgeving. Het gebruik van draden die niet voldoen aan de specificaties, kan leiden tot elektrische schokken, lekstromen, rook en/of brand. Sluit altijd een beschermende aardleidingskabel aan (aarding). De aarding dient te voldoen aan de geldende installatievoorschriften. Zorg voor aarding van het apparaat voordat elektrische aansluitingen worden aangebracht. Onvolledige aarding kan een storing of een elektrische schok veroorzaken. Ter voorkoming van elektrische schokken moet de lengte van de draden tussen de trekontlasting en de aansluitklemmen zodanig zijn dat eerst de fasegeleiders onder spanning worden gezet en dan pas de aardgeleider.

Om ieder gevaar vanwege een onverwachte reset van de zekeringautomaat te voorkomen, mag dit apparaat niet worden gevoed via een externe schakelaar zoals een tijdschakelaar of een circuit dat regelmatig wordt in- en uitgeschakeld door de elektriciteitsleverancier. Als de voedingskabel bij het apparaat is geleverd en als blijkt dat deze is beschadigd, moet deze kabel worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of een persoon met een gelijkwaardige vakkennis, teneinde ieder gevaar uit te sluiten. Raadpleeg voor het aansluiten van het apparaat op het elektriciteitsnet of voor het uitvoeren van andere bedradingswerkzaamheden de instructies in de installatiehandleiding en de bijgevoegde bedradingsschema's. Houd de laagspanningskabels gescheiden van de 230/400 V stroomkabels. 1. 4 Over R32 koudemiddelVoorzorgsmaatregelen Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen.

Laat gassen niet in de atmosfeer stromen. WaarschuwingGebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen hulpmiddelen om het ontdooien te versnellen of om zaken te reinigen. Het apparaat moet geplaatst worden in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die continu in bedrijf zijn (bijv. open haard, gastoestel of elektrische kachel). Stel het product niet bloot aan scherpe voorwerpen of hitte. Denk eraan dat koudemiddelen reukloos kunnen zijn. Het koudemiddel in de unit is ontvlambaar en giftig. Als het koudemiddel naar de ruimte weglekt en in contact komt met een vlam van een kachel of een kooktoestel, dan kan dit leiden tot brand of de vorming van een schadelijk gas. Wanneer er een lek wordt geconstateerd, schakel alle aanwezige verwarmingstoestellen uit, ventileer de ruimte en neem contact op met de dealer bij wie u de unit aangeschaft hebt.

Gebruik tijdens installatie, verplaatsing of onderhoud van de warmtepomp uitsluitend het opgegeven koudemiddel (R32) om de koudemiddelleidingen te vullen. Niet mengen met een ander koudemiddel en laat geen lucht, vloeistoffen of andere gassen in de leidingen achter. Algemeen Maximale vulhoeveelheid koudemiddel in het systeem: 1,6 kg1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen7790532 - v04 - 23072021 9.

1. 5 Plaatsing van de installatieVoorzorgsmaatregelen Als de binnenunit in een kleine ruimte geïnstalleerd wordt, moeten er gepaste maatregelen (ventilatie) genomen worden om te voorkomen dat het koudemiddel de concentratiegrens overschrijdt, zelfs als het weglekt. Raadpleeg het installatiehoofdstuk wanneer u de maatregelen uitvoert. Een hoge concentratie koudemiddel kan leiden tot een ongeval als gevolg van zuurstoftekort. Installeer de binnen- en buitenunits op een stevige, stabiele structuur die het gewicht ervan kan dragen. Installeer de binnenunit in een vorstvrije ruimte. Installeer de warmtepomp niet op een locatie waar er risico op blootstelling aan een brandbaar gas kan zijn. Als een brandbaar gas weglekt en zich rond de unit ophoopt, kan er brand optreden. Installeer de warmtepomp niet in een atmosfeer met een hoog zoutgehalte of in een corrosieve omgeving.

Installeer de warmtepomp niet in een ruimte die blootgesteld is aan stoomdamp en verbrandingsgassen. Installeer de warmtepomp niet op een plaats die met sneeuw bedekt kan worden. 1. 6 KoudemiddelleidingenVoorzorgsmaatregelen Gebruik gereedschap en leidingonderdelen die speciaal ontworpen zijn voor een gebruik met koudemiddel R32. Gebruik leidingen van fosforkoper voor het transport van de koelvloeistof. Bewaar de koudemiddelverbindingsleidingen op een stof- en vochtvrije plaats (om beschadiging van de compressor te voorkomen). Breng koelolie aan op de gerilde delen om het vastklemmen te vereenvoudigen en de lekdichtheid te verbeteren. Bescherm de buitenunit en binnenunit, waaronder de isolatie en de constructiedelen. Voorkom oververhitting van de leidingen bij het solderen om geen schade te veroorzaken. Bescherm leidingen tegen fysieke schade.

7 Onderhoud en reparatieVoorzorgsmaatregelen Gebruik uitsluitend watervrije stikstof voor het opsporen van lekken of voor op druk testen. Controleer de hele verwarmingsinstallatie op lekkages na onderhouds- en servicewerkzaamheden. Verwijder de ommanteling alleen voor onderhouds- en servicewerkzaamheden. Zet de ommanteling weer terug na de onderhouds- en servicewerkzaamheden. 1. 8 Uitleg geven aan de gebruikerVoorzorgsmaatregelen Schakel de warmtepomp niet uit. De vorstbeveiliging werkt niet als de warmtepomp is uitgeschakeld. Als u uw woning voor langere tijd niet hoeft te verwarmen, moet u de vorstbeschermingsmodus activeren. Als u toch de warmtepomp moet uitschakelen en als het risico bestaat dat de temperatuur onder nul graden komt, tap dan de binnenunit af en de cv om bevriezing te voorkomen. Zorg ervoor dat de binnenunit en de buitenunit te allen tijde toegankelijk zijn.

1. 9 AanbevelingenWerking Schakel de warmtepomp niet uit. De vorstbeveiligingsmodus werkt niet als de warmtepomp is uitgeschakeld. Als u uw huis langdurig niet hoeft te verwarmen, schakelt u de verwarmingsfunctie uit of activeert u de vorstbeveiligingsmodus. Zie het hoofdstuk Bedrijfsmodus selecteren. Als het noodzakelijk is om de warmtepomp bij langdurige afwezigheid uit te zetten, laat het systeem dan leeglopen ter voorkoming van vorstschade. Zorg ervoor dat de binnenunit en de buitenunit te allen tijde toegankelijk zijn. Controleer regelmatig of de verwarmingsinstallatie met water is gevuld en onder druk staat. Raak radiatoren niet langdurig aan. Afhankelijk van de warmtepompinstellingen kan de temperatuur van de radiatoren hoger dan 60 °C worden. Tap de installatie niet af, tenzij dit absoluut nodig is.

Voorbeelden:Meerdere maanden afwezig terwijl er risico op bevriezing in het gebouw is. Zie het hoofdstuk Onderhoud. Verwijdering. Zie het hoofdstuk Buitenbedrijfstelling en verwijdering. Installatie Installeer de binnenunit van de warmtepomp in een vorstvrije ruimte. Installeer de binnen- en buitenunits van de warmtepomp op een stevige, stabiele structuur die het gewicht ervan kan dragen. Breng isolatie om de leidingen aan om warmteverlies tot een minimum te beperken. Breng geen wijzigingen aan de warmtepomp zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. Om te profiteren van de garantiedekking mogen er geen wijzigingen aan het apparaat worden aangebracht. Installeer de warmtepomp niet in een omgeving die:een atmosfeer met een hoog zoutgehalte heeft,blootgesteld wordt aan stoom en verbrandingsgas,bedekt kan worden met sneeuw. 1.

In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen. In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet in acht nemen van de installatievoorschriften van het apparaat. Het niet opvolgen van de gebruiksvoorschriften van het apparaat. Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het apparaat. Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat. De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen. Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit.

Leg de installatie uit aan de gebruiker. Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat. Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker. Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het systeem te garanderen moet de gebruiker de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling. Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie. Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkend installateur. Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het apparaat. 1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen7790532 - v04 - 23072021 11.

Wij doen dit om de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen te voorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaat te waarborgen.GevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schok.WaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletKans op materiële schade.BelangrijkLet op, belangrijke informatie.ZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding.2.2 Op het typeplaatje gebruikte symbolen1 Warmtepomp: type koudemiddel, maximale bedrijfsdruk en door binnenunit opgenomen vermogen.2 Compatibiliteit met de SMART TC° aangesloten thermostaat3 Lees voor het installeren en in bedrijf nemen van het apparaat de meegeleverde handleidingen aandachtig door4 Breng afgedankte producten naar een hiervoor bestemd inzamel- en recyclingpunt5 Lees de technische handleiding6 Apparaat bevat ontvlambaar koudemiddel (A2L)7 Zie de bedieningsinstructie8 SWW-boiler: volume, maximale bedrijfsdruk en stand-byverliezen van de sanitair-warmwaterboiler9 Elektrische back-up: voeding en maximumvermogen2.3 Op het apparaat gebruikte symbolenOpgelet: gevaar voor elektrische schokken, stroomvoerende delen.

1 Lees de technische handleiding2 Warmtepomp3 Draai vast met een contrasleutel4 Beschermingsaarde5 Verwarmingselement6 Wisselstroom2.4 Op de aansluitplaatsticker gebruikte symbolenAfb.4MW-1001796-114-18Nm14-114-114-114-114-114-1OKPfffff...1/2"12.7mm1/4"6.35mm49-61Nm2 4 6 81 3 5 7G1"AG1"AG1"BG1"BG3/4"G3/4"1 Retour gemengd verwarmingscircuit B2 Aanvoer gemengd verwarmingscircuit B3 1/4" koudemiddelverbinding – vloeistofleiding4 1/2" koudemiddelverbinding – gasleiding5 Sanitair-warmwateruitgang6 Sanitair-koudwateringang7 Aanvoer direct verwarmingscircuit A8 Retour direct verwarmingscircuit A3 Technische specificaties3.1 Goedkeuringen3.1.1 RichtlijnenRemeha verklaart hierbij dat de apparatuur van het radio-elektrische type ERIA TOWER ACE S een product is dat hoofdzakelijk ontworpen is voor huiselijk gebruik en in overeenstemming is met de volgende richtlijnen en normen.

814/2013MCS en HARP certificeringen.Naast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook de aanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd.Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in deze handleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften en richtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn.Afb.3MW-6070002-21 2 3456230 V -50Hz3 Technische specificaties7790532 - v04 - 23072021 13

3.1.2 FabriekstestAlvorens de fabriek te verlaten, wordt iedere binnenunit op de volgende elementen getest:Lekdichtheid van het verwarmingscircuitLekdichtheid van het sanitair-warmwatercircuitLekdichtheid van het koelcircuitElektrische veiligheid3.1.3 Bluetooth® draadloze technologieDit product is uitgerust met Bluetooth draadloze technologie.Het Bluetooth® woordmerk en logo's zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc. en gebruikmaking hiervan door BDR Thermea Group is onder licentie.

Het aardopwarmingsvermogen (GWP) van R32 is 675 volgens het vierde evaluatierapport van het IPCC (677 volgens het vijfde IPCC-evaluatierapport). 3. 2. 3 Gewicht warmtepompTab. 8 BinnenunitGegevens Eenheid ERIA TOWER ACE SLeeg gewicht kg 160Totaal gewicht met water kg 3893 Technische specificaties7790532 - v04 - 23072021 15.

3.2.7 CirculatiepompBelangrijkDe benchmark voor de meest efficiënte circulatiepompen is EEI ≤ 0,20.HoofdcirculatiepompDe hoofdcirculatiepomp in de binnenmodule is een pomp met variabel toerental. Deze past het toerental aan het distributienet aan.X Waterdebiet (l/min)Y Druk beschikbaar (mCE)1 Circulatiepomp op 60%2 Circulatiepomp op 80%3 Circulatiepomp op 100%Voor meer informatie, zieInstelling van het debiet van het directe circuit, pagina 59Afb.6 Druk beschikbaar (circuit A)01234567890 5 10 15 20 25YXMW-1001592-11233 Technische specificaties7790532 - v04 - 23072021 19

4 Beschrijving van het product4.1 Voornaamste componentenAfb.11 ERIA TOWER ACE S543211110912216781314151617181920MW-1001835-21Ontluchter2Debietmeter3Aan/Uit-knop4Gebruikersinterface5Schakelpaneel6Titanium anode7Mechanische manometer8Ontluchter9Driewegklep met omkeermotor voor verwarming/sanitair warm water10Druksensor voor koudemiddelcircuit11Platenwarmtewisselaar (condensor)12Elektronische manometer13Elektrische back-up (3 kW)14Warmtewisselaar voor de productie van sanitair warm water in de boiler (spiraal)15Hoofdcirculatiepomp16Magnetisch filter17Veiligheidsklep voor het verwarmingscircuit (3 bar)18Thermostatische mengkraan19Veiligheidsklep sanitair-watercircuit (7 bar)20 Terugstroombeveiliging21Expansievat (12 l)4 Beschrijving van het product7790532 - v04 - 23072021 25

4.2 Beschrijving van het bedieningspaneel4.2.1 Beschrijving van de interface1Terugknop 2Hoofdmenuknop 3 Display4Selectie-/validatietoets 4.2.2 Beschrijving van het stand-byschermHet bedieningspaneel van uw toestel schakelt automatisch in de stand-bymodus als er gedurende vijf minuten geen knoppen worden ingedrukt: de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld en informatie over de algemene status van het toestel wordt getoond.Druk op een van de knoppen van de gebruikersinterface om de stand-bymodus te verlaten.1 Door de buitentemperatuursensor gemeten temperatuur2 Dag en tijd3 Hydraulische druk van de installatie4 Algehele status van het apparaat5 Iconen die de status van het apparaat weergeven4.2.3 Beschrijving van status-iconenTab.20Iconen BeschrijvingAutomatische schakeling van verwarmings- naar koelmodusNiet-knipperend symbool: verwarming actiefKnipperend symbool: verwarming in uitvoeringNiet-knipperend symbool: koeling actiefKnipperend symbool: koeling in uitvoeringNiet-knipperend symbool: sanitair warm water beschikbaarKnipperend symbool: sanitair-warmwaterbereiding in uitvoeringVorstbeveiligingsmodus geactiveerdZomermodus geactiveerd.

4.2.4 Beschrijving van het hoofdschermAls het bedieningspaneel op stand-by staat, draai dan aan de knop voor toegang tot het startscherm.1 Symbool voor het apparaat en circuitaanvoertemperatuur2 Waterdruk3 Door de buitentemperatuursensor gemeten temperatuur4 Status van het apparaat4.2.5 Beschrijving van het zone-displayDraai in het startscherm aan de knop om naar de schermen te gaan voor de verschillende zones binnen uw installatie.1 Kamertemperatuur (als er een thermostaat is geïnstalleerd)2 Buitentemperatuur3 Naam van de zone4 Zonesymbool5 Bedrijfsmodus nu actief6 Informatie over de circuitstatus4.3 PrincipeschemaAfb.16 Binnenunit met één verwarmingscircuitMW-1001825-1PQTTTTA4A3A1A2DTABBAAPTTAfb.14MW-3001019-31432Afb.15MW-6000860-31635244 Beschrijving van het product7790532 - v04 - 23072021 27

A Circuit AA1 Sanitair-warmwateruitgangA2 Sanitair-koudwateringangA3 Retour direct verwarmingscircuit AA4 Aanvoer direct verwarmingscircuit AD Terugstroombeveiliging5 Installatie5.1 InstallatievoorschriftenWaarschuwingDe componenten die worden gebruikt voor het aansluiten van de koudwatertoevoer moeten voldoen aan de normen en voorschriften van het land van de installatie.Overeenkomstig de Europese verordening 517/2014 moet de apparatuur door een erkende monteur worden geïnstalleerd indien deze meer dan het equivalent van 5 ton CO2 bevat of indien een verbinding van koudemiddelleidingen nodig is (zoals bij gescheiden systemen, zelfs indien voorzien van een snelkoppeling).OpgeletDe installatie van de warmtepomp moet door een erkende vakman worden uitgevoerd volgens de geldende plaatselijke en nationale voorschriften.5.2 Standaard leveringsomvangTab.21Collo InhoudBuitenunit Een buitenunitEen handleidingBinnenunit Een binnenunitEen zakje met productdocumentatie:een installatie-, gebruikers- en servicehandleiding,een korte gebruikershandleiding,een lijst met belangrijke punten om een succesvolle installatie te garanderen,een sticker die de totale hoeveelheid koudemiddel aangeeft,stickers voor koudemiddelen in diverse talen,garantiebepalingen.Europees certificaat van overeenstemming.Een accessoirezak met:één buitentemperatuursensoreen sleutel voor onderhoudswerkzaamheden aan het magnetische filter,een 1/4"-moer voor koudemiddelverbindingeneen tweede Bluetooth® labeleen energielabel,één zakje schroeven,pakkingen,kabelbinders.Aansluitplaat Een aansluitplaatEen condensopvangbak met slangEen montagemal met instructiesÉén zakje met schroefmateriaal5.3 Accessoires en optiesAfhankelijk van de configuratie van de installatie zijn verschillende accessoires en opties leverbaar.5 Installatie28 7790532 - v04 - 23072021

5.7 De binnenunit plaatsen5.7.1 Locatie van de binnenunit kiezenOpgeletDe binnenunit van de warmtepomp moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.1. Beslis wat de ideale locatie is. Houd daarbij de ruimte in gedachten die de binnenunit nodig heeft, evenals de wettelijke bepalingen.2. Installeer de binnenunit op een stevige, stabiele structuur die het gewicht van de binnenunit kan dragen als die met water is gevuld en voorzien is van verschillende accessoires.OpgeletDe binnenunit moet op minimaal 1 meter afstand van elke vlambron of warmtebron van boven de 80°C (open ketel, keukenfornuis enzovoort) worden geïnstalleerd.3.

Installeer de binnenunit zo dicht mogelijk bij de aftappunten om energieverlies via de leidingen zo klein mogelijk te houden.5.7.2 Ventilatie en vloeroppervlak van installatieruimteNeem de geldende voorschriften ten aanzien van ventilatie van de ruimte in acht.OpgeletDe volgende regels moeten nageleefd worden bij het gebruik van R32-koudemiddel.Neem afhankelijk van de lengte van de koudemiddelleidingen het minimale vloeroppervlak in acht. Het vloeroppervlak komt overeen met het onbezette vloeroppervlak van de ruimte. Zie onderstaande tabel:Tab.23Lengte van koudemiddelleiding m ≤ 10 11 - 19 ≥ 20Minimaal vloeroppervlak = Sm25 6 75 Installatie7790532 - v04 - 23072021 31

Tab.24Beschrijving RegelgevingMW-1001945-2S1+S2+S3+... ≥ S(m²)Als het vloeroppervlak van de installatieruimte niet voldoende is, moeten er 2 ventilatieopeningen aangebracht worden aan een binnenmuur in deze installatieruimte, totdat aan het minimale vloeroppervlak zoals gegeven in de bovenstaande tabel is voldaan.MW-1001911-2Let op de posities en afmetingen voor deze openingen, zoals weergegeven in de afbeelding hiernaast.OpgeletDe ventilatieopeningen moeten altijd geopend zijn.MW-1001947-2Indien ventilatieroosters worden gebruikt op natuurlijke ventilatieopeningen, moet de luchtdoorstroomsectie van het rooster voldoen aan de eisen ten aanzien van openingoppervlakken in de voorgaande stap.Voor meer informatie, zieInstallatie in een kast, pagina 335 Installatie32 7790532 - v04 - 23072021

5.7.3 Voor voldoende ruimte zorgen voor de binnenmoduleZorg voor voldoende ruimte rond de binnenmodule van de warmtepomp voor goede bereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud.5.7.4 Installatie in een kastDe binnenunit kan in een kast worden geïnstalleerd.1. Let op de algehele afmetingen (inclusief scharnieren) van 564 x 586 mm.2. Let op de ventilatieopeningen tegenover elkaar.Voor meer informatie, zieVentilatie en vloeroppervlak van installatieruimte, pagina 315.7.5 Verwijderen van het frontpaneel van het apparaatVerwijder het frontpaneel van de binnenunit tijdens de installatie en om eenvoudiger met het apparaat te werken.Afb.20MW-1001801-11200564Afb.21>150cm²>300cm²MW-1001946-25 Installatie7790532 - v04 - 23072021 33

1. Trek aan de handgrepen om de bovenkant van het frontpaneel los te klikken. 2. Maak het frontpaneel los en verwijder het.5.7.6 De binnenunit plaatsen1. Sluit de verwarmings- en sanitair-warmwaterleidingen aan op de aansluitplaat.2. Plaats de apart geleverde aansluitplaat overeenkomstig de bij de plaat horende instructies.3. Gebruik de twee aan het onderdeel bevestigde zwenkwielen om de binnenunit te bevestigen.Voor meer informatie, zieDe binnenunit aansluiten op de aansluitplaat, pagina 385.7.7 De binnenunit waterpas stellenZet de binnenunit waterpas met behulp van de vier verstelbare poten.Afb.22MW-3000661-0112Afb.23MW-1001529-1Afb.24MW-3000675-15 Installatie34 7790532 - v04 - 23072021

(1) Verstelbare poten met minimaal vereiste ruimte van 10 mm (verstelbereik: 0 tot 20 mm)1. Open de clip op het expansievat om toegang te krijgen tot de poten aan de achterkant van het apparaat.2. Verwijder het expansievat.3. Schroef de voeten los met een inbussleutel.4. Gebruik een waterpas om te controleren of het apparaat volledig recht staat.5. Monteer het expansievat weer in de behuizing en sluit de haak om het vat vast te zetten.5.7.8 Bevestiging van de binnenmodule aan de wandOm te voorkomen dat de binnenmodule kantelt, raden we aan om deze aan de wand te bevestigen met het hulpstuk dat aan de bovenkant van het apparaat zit.1. Maak het voorgesneden hulpstuk los van het bovenpaneel.2.

Afb.27A Direct verwarmingscircuitB Tweede verwarmingscircuit met mengklep1 Thermostatische mengkraanTab.25Circuit Uit te voeren aansluitingenADirecte verwarming(1)ARadiatorenInstalleer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit.Als de installatie radiatoren met thermostaatkranen heeft, moet een differentieelklep gemonteerd worden om de aanvoer te waarborgen.VloerverwarmingInstalleer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit.Sluit de veiligheidsthermostaat (optie HA255) aan op de circulatiepomp.Als de vloerverwarming ook en koelfunctie heeft, moet het volgende aangesloten worden:een condensatiedetectiesensor (optie HK27)of een 0-10 V condensatiedetector (optie HZ64)MW-6001107-1B1Ø 16mmØ 20mm1/2"AØ 20mmG3/4"G3/4"G1"BG1"BG1"AG1"A1/4"OKPfffff...1/2" 12.7mm1/4" -6.35mm49-61Nm14-18NmR325 Installatie36 7790532 - v04 - 23072021

Circuit Uit te voeren aansluitingenBTweede mengzone(1)BRadiatorenInstalleer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit. Als de installatie radiatoren met thermostaatkranen heeft, moet een differentieelklep gemonteerd worden om de aanvoer te waarborgen. Installeer twee isolatiekleppen. Installeer de EH916 besturingsprintset voor het tweede circuitregelsysteem. Installeer de EH917 tweede circuitset met mengklep. VloerverwarmingInstalleer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit. Installeer twee isolatiekleppen. Sluit een veiligheidsthermostaat aan op de besturingsprint SCB-04. Installeer de EH916 besturingsprintset voor het tweede circuitregelsysteem. Installeer de EH917 tweede circuitset met mengklep.

Als de vloerverwarming ook en koelfunctie heeft, moet het volgende aangesloten worden:een condensatiedetectiesensor (optie HK27)of een 0-10 V condensatiedetector (optie HZ64)BuitenunitHoud de voorgeschreven afstand aan tussen de binnenunit en de buitenunit. Neem de huidige wetgeving en normen in acht. Sanitair warm waterBelangrijkEr hoeft geen veiligheidsunit toegevoegd te worden: de aansluitplaat is voorzien van een terugslagklep en een afvoercomponent, en de warmtepomp heeft een veiligheidsklep. Installeer de veiligheidsklep in het koudwatercircuit. Installeer de veiligheidsklep in de nabijheid van de boiler op een plek die gemakkelijk toegankelijk is. (1) Voor een installatie met 2 verwarmingscircuits, monteer de sets en door het circuit dat de hoogste temperatuur vereist aan te sluiten op circuit A, en het circuit dat de laagste temperatuur vereist op circuit B. 5. 8.

2 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het verwarmingscircuitVoor de aansluiting is het absoluut noodzakelijk de normen en de lokale voorschriften in acht te nemen.

Als er componenten worden gebruikt die zijn gemaakt van composietmaterialen (polyethyleen leidingen of slang), raden wij aan componenten te gebruiken met een zuurstofbarrière. Installeer een automatische ontluchter op het hoogste punt van het verwarmingscircuit. 5. 8. 3 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het sanitair-warmwatercircuitTab. 26Aansluiting voor sanitair koud waterBelangrijkSluit de koudwatertoevoer aan volgens het hydraulische installatieschema. BelangrijkDe componenten die worden gebruikt voor het aansluiten van de koudwatertoevoer moeten voldoen aan de normen en voorschriften van het land van de installatie. Temperatuurbegrenzing bij het tappuntDe maximale temperatuur van sanitair warm water bij het tappunt is onderworpen aan speciale voorschriften in de verschillende landen waar dit apparaat wordt verkocht om de consument te beschermen.

Bij installatie van het apparaat moeten deze speciale voorschriften worden opgevolgd. Waterbedrijfsdruk De boilers van onze SWW-verwarmers kunnen werken onder een maximale bedrijfsdruk van 1,0 MPa (10 bar). De aanbevolen bedrijfsdruk ligt onder 0,7 MPa (7 bar). 5 Installatie7790532 - v04 - 23072021 37.

Veiligheidsgroep Voor de veiligheidsgroep moet de opstelplaats van de verwarmingsketel voorzien zijn van een waterafvoer en een sifontrechter. Afsluiters Installeer afsluiters op de primaire en tapwatercircuits om deze circuits te kunnen afsluiten om onderhoudswerk aan de sanitair-warmwaterboiler te vergemakkelijken. De afsluiters maken het onderhoud van de sanitair-warmwaterboiler en de bijbehorende organen mogelijk zonder de gehele installatie te moeten aftappen. Deze afsluiters maken het ook mogelijk om de sanitair-warmwaterboiler te isoleren bij de controle onder druk van de lekdichtheid van de installatie, indien de testdruk hoger is dan de toegelaten werkdruk voor de sanitair-warmwaterboiler. 5. 8. 4 De binnenunit aansluiten op de aansluitplaatDe wateraansluitingen worden gemaakt op de aansluitplaat. 1.

Draai de verschillende connectoren vast tussen de binnenunit en de aansluitplaat. Voor meer informatie, zieDe binnenunit plaatsen, pagina 345. 8. 5 Inhoud van het expansievatControleer of het volume van het expansievat voldoende is voor het watervolume in het verwarmingssysteem. Zie de DTU 65–11 om dit te doen en gebruik de maximale circuittemperatuur in de verwarmingsmodus of, als die er niet is, een minimum van 55 °C. Als het volume van het geïntegreerde expansievat (12 liter) niet voldoende is, voeg dan een extern expansievat toe aan het verwarmingscircuit. Tab. 27 Type installatie vloerverwarming: maximumtemperatuur van 40 °CStatische hoogte (m)Voordruk van het expansievat (bar)Volume van het expansievat afhankelijk van het volume van de installatie (l)75 100 125 150 175 200 225 2505 1 7 7 8 8 8 9 9 910 1,3 7 8 8 9 9 10 10 1115 1,8 10 10 11 11 12 13 13 14Tab.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha Eria Tower Ace S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden