Remeha E-HP BW Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha E-HP BW (44 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Remeha E-HP BW of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | E-HP BW |
Handleiding Remeha E-HP BW – volledige tekst
Inhoudsopgave 1 1 1 1 1 Veiligheid. Veiligheid. Veiligheid. Veiligheid. Veiligheid. 55555 1. 1 Algemene veiligheidsvoorschriften. 5 1. 2 Beoogd gebruik. 5 1. 3 Eisen aan de waterkwaliteit. 6 1. 4 Kwalificatie van personeel. 7 1. 5 Specifieke veiligheidsinstructies. 8 1. 5. 1 Veiligheid voor de koeling. 8 1. 6 Aansprakelijkheden. 8 1. 6. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikant. 8 1. 6. 2 Aansprakelijkheid van de installateur. 8 1. 6. 3 Aansprakelijkheid van de gebruiker. 9 2 2 2 2 2 Over deze handleiding. Over deze handleiding. Over deze handleiding. Over deze handleiding. Over deze handleiding. 1010101010 2. 1 Aanvullende documentatie. 10 2. 1. 1 Conformiteitsverklaring. 10 2. 2 Gebruikte symbolen. 10 2. 2. 1 In de handleiding gebruikte symbolen. 10 3 3 3 3 3 Technische specificaties. Technische specificaties. Technische specificaties. Technische specificaties. Technische specificaties.
1111111111 3. 1 Technische gegevens. 11 3. 1. 1 Typeplaat. 11 3. 1. 2 Technische gegevens. 11 3. 2 Afmetingen en aansluitingen. 15 3. 2. 1 Afmetingen. 15 3. 3 Elektrisch schema. 15 3. 3. 1 Elektrische aansluitingen. 15 4 4 4 4 4 Beschrijving van het product. Beschrijving van het product. Beschrijving van het product. Beschrijving van het product. Beschrijving van het product. 1919191919 4. 1 Producttypen. 19 4. 2 Werkingsprincipe. 19 4. 2. 1 Werkingsprincipe voor de verwarming. 19 4. 2. 2 Module voor actieve koeling. 20 4. 2. 3 Hydraulisch schema. 20 4. 3 Voornaamste componenten. 22 4. 3. 1 Algemeen overzicht. 22 4. 3. 2 Overzicht van de waterstroom. 24 5 5 5 5 5 Voor de installatie. Voor de installatie. Voor de installatie. Voor de installatie. Voor de installatie. 2525252525 5. 1 Locatiekeuze. 25 5. 2 Voorbereiding van de locatie. 25 5. 3 Transport. 26 5. 3. 1 Vorkheftruck. 26 5. 3.
29 6. 1. 1 Aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen. 29 6. 2 Elektrische aansluitingen. 30 6. 2. 1 Aansluiting van de elektrische kabels. 30 6. 3 Installatie vullen. 31 6. 3. 1 Vullen van de installatie. 31 6. 4 Gebruik in combinatie met een gebouwbeheersysteem. 31 7 7 7 7 7 Inbedrijfstelling. Inbedrijfstelling. Inbedrijfstelling. Inbedrijfstelling. Inbedrijfstelling. 3232323232 7. 1 Checklist vóór inbedrijfstelling. 32 7. 2 Procedure voor inbedrijfstelling. 32 7. 2. 1 Ontluchting van het systeem. 32 8 8 8 8 8 Werking. Werking. Werking. Werking. Werking. 3333333333 8. 1 Gebruik van de controller. 33 8. 2 De module voor actieve koeling starten. 34Inhoudsopgave 7733442 - v. 01 - 17082020 3.
1 Veiligheid 1. 1 1. 1 1. 1 1. 1 1. 1 Algemene veiligheidsvoorschriftenAlgemene veiligheidsvoorschriftenAlgemene veiligheidsvoorschriftenAlgemene veiligheidsvoorschriftenAlgemene veiligheidsvoorschriftenGevaarGevaarGevaarGevaarGevaarTer voorkoming van (mogelijk) persoonlijk letsel, overlijden of schade aan het apparaat of het eigendom:Zorg ervoor dat u alle veiligheidsinstructies en veiligheidsbepalingen van het apparaat kent en opvolgt. Volg de lokale veiligheidsregels en -voorschriften op. Als u onderhoud of andere werkzaamheden wilt uitvoeren, koppelt u het apparaat los van de stroomvoorziening en wacht u ten minste 10 seconden voordat u met het apparaat aan de slag gaat. Het koudemiddelcircuit van de warmtepomp moet ten minste elke twaalf maanden volgens verordening EG 517/2014 worden gecontroleerd door gecertificeerd personeel om te gaan of het systeem lekvrij is.
Als het apparaat is uitgerust met de optie voor lekdetectie, kunnen inspecties met intervallen van 24 maanden plaatsvinden. 1. 2 1. 2 1. 2 1. 2 1. 2 Beoogd gebruikBeoogd gebruikBeoogd gebruikBeoogd gebruikBeoogd gebruikDe E-HP BW/WW is een warmtepomp die kan worden gebruikt in combinatie met een CV-installatie of een gemeenschappelijk verwarmingssysteem. Het is noodzakelijk dat het verwarmde water wordt verdeeld via een lagetemperatuurverwarmingssysteem zoals vloerverwarming of lagetemperatuurradiatoren om de vermelde efficiëntie van de warmtepomp te bereiken. Installaties met hogere aanvoertemperaturen leiden tot een lagere efficiëntie en dus tot hogere verwarmingskosten. De warmtepomp kan ook worden gebruikt om sanitair warm water te verwarmen, maar omdat de maximale aanvoertemperatuur beperkt is, zijn extra maatregelen nodig om een legionellavrije werking te garanderen.
Het apparaat kan ook worden gebruikt om nieuwe gebouwen droog te verwarmen. In een massief nieuw gebouw zijn enorme hoeveelheden water aanwezig in muren, gips en dekvloer die moeten uitdrogen.
De warmtepomp kan de grondbron gebruiken voor koelingsdoeleinden (vrije of passieve koeling). De aanvoertemperatuur van de koeling wordt beperkt door de temperatuur van de grondbron. Het is ook mogelijk om actieve koeling te gebruiken. In dit geval wordt het koudemiddelcircuit omgeschakeld en ondersteunt de compressor de werking van de koeling.De Cool -versies hebben actieve koeling waardoor het apparaat voor de actieve koeling van het gebouw kan worden gebruikt. De installatie ervan moet plaatsvinden met een geschikt distributiesysteem.Alle andere toepassingen worden beschouwd als misbruik waardoor de garantie vervalt.
1.3 1.3 1.3 1.3 1.3 Eisen aan de waterkwaliteitEisen aan de waterkwaliteitEisen aan de waterkwaliteitEisen aan de waterkwaliteitEisen aan de waterkwaliteitDe waterkwaliteit van zowel het verwarmingscircuit als van de grondbron moet voldoen aan de toepasselijke wet- en regelgeving.In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waarden voor uiteenlopende eigenschappen van platenwarmtewisselaars wel en niet acceptabel zijn.Voor verwarmingscircuit en grondbron BW:+++++ De gebruikte materialen bieden voldoende weerstand.00000 Er is een risico op corrosie; waterbehandeling wordt geadviseerd.----- Hoog risico op corrosie; waterbehandeling is vereist.Voor grondbron WW: +++++ De gebruikte materialen bieden voldoende weerstand. 00000 Er is een risico op corrosie. ----- Hoog risico op corrosie; neem voor advies contact op met Remeha.
EigenschapEigenschapEigenschapEigenschapEigenschap EenheidEenheidEenheidEenheidEenheid Gesoldeerd koGesoldeerd koGesoldeerd koGesoldeerd koGesoldeerd koperperperperper AlfaNovaAlfaNovaAlfaNovaAlfaNovaAlfaNova KlasseKlasseKlasseKlasseKlasseringringringringring Totale hardheid °dH 15 15+0 Chloor ppm < 50 100< 5050 - 100> 100+0- Koolstofdioxide ppm 10 10+0- Verhouding [HCO3-] / [SO42-] > 1 > 1 + Nitraat ppm 8+0- Ammoniak ppm 10 10+0- Opgelost ijzer ppm 0.5 0.5+0- Opgelost mangaan ppm 0.1 0.1+0- Waterstofsulfide ppm 0,05 0,05 + Vrij chloor ppm 0,5 0,5 +Vaste stoffen (zwevend); vezelstoffen moeten vermeden worden mg/l 10 10-0OpgeletOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletRemeha adviseert dringend de installatie van een doorstromingsschakelaar in beide hydraulische systemen. Deze doorstromingsschakelaars beschermen de warmtepomp tegen onvoldoende stroming.
Als de stroming onvoldoende is, kan de warmtepomp ernstig beschadigd raken. 1.4 1.4 1.4 1.4 1.4 Kwalificatie van personeelKwalificatie van personeelKwalificatie van personeelKwalificatie van personeelKwalificatie van personeelDe installatie en het onderhoud van het apparaat moeten door een erkende technicus worden uitgevoerd volgens de plaatselijke en nationale regelgeving.Alleen erkende en gecertificeerde specialisten mogen werken aan het koelingscircuit. 1 Veiligheid 7733442 - v.01 - 17082020 7
Als de installatie of het onderhoud is uitgevoerd door ongekwalificeerde en/of ondergekwalificeerde technici (indien van toepassing), vervalt de garantie van het product. 1. 5 1. 5 1. 5 1. 5 1. 5 Specifieke veiligheidsinstructiesSpecifieke veiligheidsinstructiesSpecifieke veiligheidsinstructiesSpecifieke veiligheidsinstructiesSpecifieke veiligheidsinstructies 1. 5. 1 1. 5. 1 1. 5. 1 1. 5. 1 1. 5. 1 Veiligheid voor de koelingVeiligheid voor de koelingVeiligheid voor de koelingVeiligheid voor de koelingVeiligheid voor de koelingAls de warmtepomp zich in de koelingsmodus bevindt, kan er condensatie in het gebouw optreden. Condensatie kan schade aan het gebouw veroorzaken en/of gezondheidsproblemen veroorzaken. Bij gebruik van E-HP apparaten met passieve of actieve koeling wordt daarom aangeraden om veiligheidsapparaten zoals condensatiebewaking te installeren. 1. 6 1. 6 1. 6 1. 6 1.
6 AansprakelijkhedenAansprakelijkhedenAansprakelijkhedenAansprakelijkhedenAansprakelijkheden 1. 6. 1 1. 6. 1 1. 6. 1 1. 6. 1 1. 6. 1 Aansprakelijkheid van de fabrikantAansprakelijkheid van de fabrikantAansprakelijkheid van de fabrikantAansprakelijkheid van de fabrikantAansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende van toepassing zijnde richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen. In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet opvolgen van de instructies voor de installatie en het onderhoud van het apparaat. Het niet opvolgen van de gebruiksvoorschriften van het apparaat.
2 Aansprakelijkheid van de installateurAansprakelijkheid van de installateurAansprakelijkheid van de installateurAansprakelijkheid van de installateurAansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat. De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen. Installatie en onderhoud moeten te allen tijde uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel. 1 Veiligheid 8 7733442 - v. 01 - 17082020.
Indien installatie en onderhoud uitgevoerd worden door on- of ondergekwalificeerd personeel, vervalt de garantie.Ontwerp en maak een systeem dat aan de minimale systeemeisen voldoet.Hierbij geldt voor de bron(nen) dat dit in samenwerking gedaan wordt met het bedrijf dat het bronsysteem boort en maakt.Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit.Leg de installatie uit aan de gebruiker.Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.Geef de gebruiker alle vereiste documentatie en draag hem op de documenten op een veilige plaats te bewaren.BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkEr gelden afzonderlijke regels en voorschriften voor alle typen grondbronnen, zowel lokaal als nationaal. Het is de verantwoordelijkheid van de installateur om aan de eisen te voldoen.
Neem voor vragen over bronnen contact op met Remeha. 1.6.3 1.6.3 1.6.3 1.6.3 1.6.3 Aansprakelijkheid van de gebruikerAansprakelijkheid van de gebruikerAansprakelijkheid van de gebruikerAansprakelijkheid van de gebruikerAansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het apparaat te garanderen moet u de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht.Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie.Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door een erkend installateur.Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van het apparaat. 1 Veiligheid 7733442 - v.01 - 17082020 9
2 Over deze handleiding 2.1 2.1 2.1 2.1 2.1 Aanvullende documentatieAanvullende documentatieAanvullende documentatieAanvullende documentatieAanvullende documentatie 2.1.1 2.1.1 2.1.1 2.1.1 2.1.1 ConformiteitsverklaringConformiteitsverklaringConformiteitsverklaringConformiteitsverklaringConformiteitsverklaringVoor een conformiteitsverklaring kunt u contact opnemen met de fabrikant. 2.2 2.2 2.2 2.2 2.2 Gebruikte symbolenGebruikte symbolenGebruikte symbolenGebruikte symbolenGebruikte symbolen 2.2.1 2.2.1 2.2.1 2.2.1 2.2.1 In de handleiding gebruikte symbolenIn de handleiding gebruikte symbolenIn de handleiding gebruikte symbolenIn de handleiding gebruikte symbolenIn de handleiding gebruikte symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruikt om aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen.
Wij doen dit om de veiligheid van de gebruiker te verhogen, problemen te voorkomen en om de technische bedrijfszekerheid van het apparaat te waarborgen.GevaarGevaarGevaarGevaarGevaarKans op gevaarlijke situaties die ernstig persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.Gevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schokGevaar voor elektrische schok.WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingKans op gevaarlijke situaties die licht persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.OpgeletOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletKans op materiële schade.BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkLet op, belangrijke informatie.ZieZieZieZieZieVerwijzing naar andere handleidingen of andere pagina's in deze handleiding. 2 Over deze handleiding 10 7733442 - v.01 - 17082020
4 Technische parameters E-HPE-HPE-HPE-HPE-HP E-HP BWi E-HP BWi E-HP BWi E-HP BWi E-HP BWi 024 (Cool)024 (Cool)024 (Cool)024 (Cool)024 (Cool)E-HP E-HP E-HP E-HP E-HP WWi 032 WWi 032 WWi 032 WWi 032 WWi 032 (Cool)(Cool)(Cool)(Cool)(Cool)E-HP BW E-HP BW E-HP BW E-HP BW E-HP BW 139139139139139E-HP BW E-HP BW E-HP BW E-HP BW E-HP BW 173173173173173E-HP WW E-HP WW E-HP WW E-HP WW E-HP WW 191191191191191E-HP WW E-HP WW E-HP WW E-HP WW E-HP WW 238238238238238 Lucht-water-warmtepomp Nee Nee Nee Nee Nee Nee Water-water-warmtepomp Nee Ja Nee Nee Ja Ja Brine-water-warmtepomp Ja Nee Ja Ja Nee Nee Lagetemperatuur-warmtepomp Nee Nee Nee Nee Nee NeeVoorzien van een aanvullend verwarmingstoestel Ja Ja Nee Nee Nee NeeCombinatieverwarmingstoestel met warmtepomp Nee Nee Nee Nee Nee NeeNominale warmteafgifte onder geNominale warmteafgifte onder geNominale warmteafgifte onder geNominale warmteafgifte onder geNominale warmteafgifte onder gemiddelde klimaatomstandighemiddelde klimaatomstandighemiddelde klimaatomstandighemiddelde klimaatomstandighemiddelde klimaatomstandighedendendendenden(1)Pnom kW 12 17 139 173 191 238Nominale warmteafgifte onder Nominale warmteafgifte onder Nominale warmteafgifte onder Nominale warmteafgifte onder Nominale warmteafgifte onder koudere klimaatomstandighedenkoudere klimaatomstandighedenkoudere klimaatomstandighedenkoudere klimaatomstandighedenkoudere klimaatomstandigheden (1)Pnom kW - - - - - -Nominale warmteafgifte onder Nominale warmteafgifte onder Nominale warmteafgifte onder Nominale warmteafgifte onder Nominale warmteafgifte onder warmere klimaatomstandighedenwarmere klimaatomstandighedenwarmere klimaatomstandighedenwarmere klimaatomstandighedenwarmere klimaatomstandigheden (1)Pnom kW - - - - - -Opgegeven verwarmingsvermoOpgegeven verwarmingsvermoOpgegeven verwarmingsvermoOpgegeven verwarmingsvermoOpgegeven verwarmingsvermogen bij deellast, bij een binnentemgen bij deellast, bij een binnentemgen bij deellast, bij een binnentemgen bij deellast, bij een binnentemgen bij deellast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur peratuur peratuur peratuur peratuur TTTTTjjjjj Tj = -7 °CPdh kW 12,5 17,4 139,1 173,5 191,3 238,3Tj = +2 °CPdh kW 12,6 17,6 140,0 174,8 193,1 241,0Tj = +7 °CPdh kW 12,8 17,8 140,7 175,9 194,7 243,3Tj = +12 °CPdh kW 12,9 18,0 141,5 177,1 196,4 245,7Tj = bivalente temperatuurPdh kW 12,5 17,4 138,9 173,2 191,0 237,9Tj = uiterste bedrijfstemperatuurPdh kW 12,5 17,4 138,9 173,2 191,0 237,9Tj = -15 °C (als TOL < -20 °C)Pdh kW - - - - - -Bivalente temperatuurTbiv °C -10 -10 -10 -10 -10 -10Cyclisch-intervalvermogen voor verwarmingPcych kW - - - - - -Verliescoëfficiënt(2)Cdh — Gemeten Gemeten Gemeten Gemeten Gemeten GemetenSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onder gemiddelde klimaatomstandigder gemiddelde klimaatomstandigder gemiddelde klimaatomstandigder gemiddelde klimaatomstandigder gemiddelde klimaatomstandighedenhedenhedenhedenhedenƞs % 188 260 266 259 359 356Seizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onder koudere klimaatomstandigheder koudere klimaatomstandigheder koudere klimaatomstandigheder koudere klimaatomstandigheder koudere klimaatomstandighedendendendendenƞs % - - - - - -Seizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-effiSeizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onciëntie voor ruimteverwarming onder warmere klimaatomstandigheder warmere klimaatomstandigheder warmere klimaatomstandigheder warmere klimaatomstandigheder warmere klimaatomstandighedendendendendenƞs % - - - - - -Opgegeven prestatiecoëfficiënt of Opgegeven prestatiecoëfficiënt of Opgegeven prestatiecoëfficiënt of Opgegeven prestatiecoëfficiënt of Opgegeven prestatiecoëfficiënt of primaire energieverhouding bij primaire energieverhouding bij primaire energieverhouding bij primaire energieverhouding bij primaire energieverhouding bij deellast, bij een binnentemperadeellast, bij een binnentemperadeellast, bij een binnentemperadeellast, bij een binnentemperadeellast, bij een binnentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur van 20°C en buitentemperatuur tuur tuur tuur tuur TTTTTj j j j j Tj = -7 °CCOPd - 4,53 6,17 4,54 4,42 6,05 6,03Tj = +2 °CCOPd - 4,84 6,61 4,86 4,73 6,50 6,46Tj = +7 °CCOPd - 5,13 7,03 5,18 5,03 6,95 6,88Tj = +12 °CCOPd - 5,29 7,28 5,52 5,36 7,45 7,34Tj = bivalente temperatuurCOPd - 4,48 6,10 4,48 4,37 5,97 5,96 3 Technische specificaties 7733442 - v.
4 Beschrijving van het product 4. 1 4. 1 4. 1 4. 1 4. 1 ProducttypenProducttypenProducttypenProducttypenProducttypenEr zijn verschillende typen E-HP warmtepompen:E-HP BWi 024E-HP BW 139E-HP BW 173E-HP WWi 032E-HP WW 191E-HP WW 238E-HP BWi 024 CoolE-HP BW 139 CoolE-HP BW 173 CoolE-HP WWi 032 CoolE-HP WW 191 CoolE-HP WW 238 CoolDe benaming van deze producten moet als volgt worden geïnterpreteerd:E-HP: Elektrische warmtepomp. BW: Brijn/water. WW: Water/water. i: Inverter. Nummer: de capaciteit van de E-HP in kW. Cool: geeft aan dat het apparaat is uitgerust met een optie voor actieve koeling. 4. 2 4. 2 4. 2 4. 2 4. 2 WerkingsprincipeWerkingsprincipeWerkingsprincipeWerkingsprincipeWerkingsprincipe 4. 2. 1 4. 2. 1 4. 2. 1 4. 2. 1 4. 2.
1 Werkingsprincipe voor de verwarmingWerkingsprincipe voor de verwarmingWerkingsprincipe voor de verwarmingWerkingsprincipe voor de verwarmingWerkingsprincipe voor de verwarmingDe warmtepomp onttrekt energie aan brine-water of grondwater en gebruikt deze om een waterstroom op te warmen. De verwarmde waterstroom wordt dan gebruikt in een verwarmingssysteem en voor de sanitair warm watertoevoer. De E-HP BW heeft een warmtewisselaar als verdamper en een warmtewisselaar als condensor. De verdamper is verbonden met een brine-circuit. De grondcollector van het brine-watersysteem bestaat uit kunststof leidingen die brine-water transporteren en horizontaal of verticaal in de grond geïnstalleerd zijn. De circulatiepomp verplaatst het brine als warmtedragend medium door het gesloten brine-circuit. De pomp en het expansievat kunnen geïnstalleerd worden in het gebouw of in een schacht buiten.
De circulatiepomp maakt geen deel uit van de levering van de warmtepomp. De E-HP WW maakte gebruik van een winnings- en injectieput voor de directe aanvoer naar en afvoer vanaf de warmtepomp. De warmtepomp is afgestemd op het hogere temperatuurniveau van het grondwater.
De warmtepomp is daarnaast geschikt voor de speciale eisen die het grondwater stelt, zoals corrosie vanwege de aanwezige bestanddelen en vrije zuurstof en ophoping van modder in de warmtewisselaar. BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkOndanks alle beschermende voorzieningen binnen in de warmtepomp moet het grondwater nog steeds voldoen aan de in deze handleiding vermelde normen. Er moet een waterfilter geïnstalleerd worden om verstopping of verontreiniging van de binnenzijde van de verdamper te voorkomen. 4 Beschrijving van het product 7733442 - v. 01 - 17082020 19.
De warmtepomp verwarmt het water in een warmtewisselaar voor verwarmingsdoeleinden en de voorbereiding van warm water als ware het een condensor. De pomp vereist een ontkoppelingsopslagvoorziening in het warmwatercircuit die de bedrijfsfrequentie van de warmtepomp reduceert.Bij grotere apparaten is sprake van tweefasenbedrijf. De tweede compressor wordt gestart in geval van een toegenomen warmtevraag. Bij normaal gebruik werken de compressoren afwisselend. De hoofdcompressor wordt elke 24 uur gewijzigd. 4.2.2 4.2.2 4.2.2 4.2.2 4.2.2 Module voor actieve koelingModule voor actieve koelingModule voor actieve koelingModule voor actieve koelingModule voor actieve koelingDe E-HP 'Cool' -versies zijn uitgerust met een module voor actieve koeling. Deze koelingsfunctie is gebaseerd op de omgekeerde werking van de warmtepomp. De warmtepomp is uitgerust met een 4-wegklep om de werking om te keren.
Als de warmtepomp wordt gebruikt om te koelen, moet het distributiesysteem in het gebouw geschikt zijn voor dit type werking. De lage aanvoertemperatuur in de koelingsmodus kan condensatie van de installatie veroorzaken en daarom moet het leidingwerk goed zijn geïsoleerd.Als een lage aanvoertemperatuur tijdens de koelingsmodus is vereist (
5 Voor de installatie 5.1 5.1 5.1 5.1 5.1 LocatiekeuzeLocatiekeuzeLocatiekeuzeLocatiekeuzeLocatiekeuzeBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkNeem contact op met een bouwkundig ingenieur voordat u de gewenste locatie van de warmtepomp bepaalt. De warmtepomp moet worden geplaatst op een oppervlak dat het gewicht kan dragen en dat geen trillingen van de warmtepomp doorgeeft.
Een ingenieur kan ook helpen bij het voorkomen van de overdracht van geluid door een gebouw.Voor de planning en dimensionering van de installatieruimte kunt u het volgende in overweging nemen:Het oppervlak moet aan de volgende vereisten voldoen:Het oppervlak moet waterpas zijn.De constructie moet geschikt zijn voor het gewicht van het apparaat.Zorg ervoor dat er voldoende vrije ruimte is tussen de warmtepomp en de muren of omheining zodat onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.Houd rekening met de geluidsemissie bij de selectie van de locatie voor het apparaat.
ItemItemItemItemItem HoeveelheidHoeveelheidHoeveelheidHoeveelheidHoeveelheid SpecificatieSpecificatieSpecificatieSpecificatieSpecificatieAansluitkabel voor de compressor(en) 1 3 / N / PE ~ 50 Hz / 400 VAansluitkabel voor de waterinlaat 1 1 / N / PE ~ 50 Hz / 230 VAansluitkabel voor de aandrijfspanning 1 1 / N / PE ~ 50 Hz / 230 VBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkDe benodigde doorsnede van de kabel is afhankelijk van het stroomverbruik van het apparaat en de lengte van de kabel. ItemItemItemItemItem 024 / 032024 / 032024 / 032024 / 032024 / 032 139 / 173 / 191 / 238139 / 173 / 191 / 238139 / 173 / 191 / 238139 / 173 / 191 / 238139 / 173 / 191 / 238Verwarmingsaanvoer (buitendraad) 1 1/4" 2" Bron 1 1/4" 2"Verwarmingsretour (buitendraad) 1 1/4" 2" 1. Maak een sleuf of plaats een kabelgoot om de benodigde kabels en leidingen van het gebouw naar het apparaat te leiden.
Als een sleuf van ten minste 80 cm diep wordt gemaakt, hoeven de leidingen niet te worden geïsoleerd. Stap 3 kan worden overgeslagen. 2. Leid de kabels en de leidingen door een beschermbuis. Gebruik flexibele buizen om de impact te vermijden van geluiden die is veroorzaakt door de loskoppeling. 3. Isoleer de verwarmingsbuizen om warmteverlies te voorkomen. Zorg ervoor dat u anticondensisolatie gebruikt bij een warmtepomp met de module Cool. 5. 3 5. 3 5. 3 5. 3 5. 3 TransportTransportTransportTransportTransportOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletTransporteer en verplaats het apparaat altijd in rechtopstaande positie om de juiste werking van het koudemiddel en de compressor te garanderen. Kantel het apparaat niet. Een maximale kanteling van 15° is toegestaan maar alleen voor een korte periode. Zorg ervoor dat het apparaat is beschermd tegen schokken.
Hevige schokken kunnen de schokdempers van de compressor beschadigen. Gebruik het transportmiddel dat geschikt is voor het gewicht van het apparaat. Ga niet onder de lading staan.
Gebruik altijd hijsgereedschappen die geschikt zijn om het gewicht van het apparaat te dragen. 5. 3. 1 5. 3. 1 5. 3. 1 5. 3. 1 5. 3. 1 VorkheftruckVorkheftruckVorkheftruckVorkheftruckVorkheftruckGebruik een vorkheftruck om de pallet met het apparaat naar de desbetreffende locatie te verplaatsen. BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkZorg ervoor dat u een vorkheftruck gebruikt met lange vorken die uit de randen van de pallet of het vloeroppervlak van het apparaat steken. Houd het zwaartepunt in gedachten bij het verplaatsen van het apparaat om ongewenst kantelen te voorkomen. 1. Controleer aan welke zijde van de warmtepomp de indicatie van de hefzijde is geplaatst. 2. Rijd de vorken van die zijde onder het apparaat. 3. Zorg ervoor dat de warmtepomp niet kan omvallen. 5 Voor de installatie 26 7733442 - v. 01 - 17082020.
4. Til het apparaat voorzichtig op en verplaats het voorzichtig. 5. Plaats het apparaat voorzichtig op de gewenste locatie. 5.3.2 5.3.2 5.3.2 5.3.2 5.3.2 HijskraanHijskraanHijskraanHijskraanHijskraanGebruik een kraan om het apparaat op te tillen en te verplaatsen.BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkZorg ervoor dat u een hijskraan gebruikt met de vereiste hijsgereedschappen. 1. Bevestig de hijsband aan het frame van het apparaat. 1.1. Let op het zwaartepunt van het apparaat. Zie de illustraties voor de exacte bevestigingslocaties. 2. Til het apparaat voorzichtig op en verplaats het voorzichtig. 3. Plaats het apparaat voorzichtig op de gewenste locatie. 5.4 5.4 5.4 5.4 5.4 De fundering installerenDe fundering installerenDe fundering installerenDe fundering installerenDe fundering installerenInstalleer een basis of frame als fundering voor het apparaat.
De basis of het frame moet aan de volgende vereisten voldoen:De basis of het frame moet zijn voorzien van gaten voor de aansluiting op de onderzijde van het apparaat, afhankelijk van het type en de situatie.De bovenzijde moet gelijkmatig worden gladgestreken.De bovenrand van de fundering moet ten minste op één lijn liggen met het aardoppervlak en hoger zijn dan de verwachte sneeuwhoogte.De stabiliteit van de fundering moet worden geselecteerd volgens de lokale omstandigheden en volgens de maximale capaciteitsbelasting.Voor een correcte installatie van de warmtepomp wordt het aangeraden om advies in te winnen van een expert voor de hoofdondersteuningsconstructie. De expert kan ook adviseren over het vermijden van contactgeluid naar aangrenzende woongebieden.
5.5 5.5 5.5 5.5 5.5 Het bedieningspaneel installerenHet bedieningspaneel installerenHet bedieningspaneel installerenHet bedieningspaneel installerenHet bedieningspaneel installerenHet bedieningspaneel wordt meegeleverd. Het is voorbedraad naar het apparaat met een kabel met een lengte van 10 meter. Installeer het bedieningspaneel in het gebouw.ZieZieZieZieZieZie de handleiding van het bedieningspaneel voor de basisparameters. 5 Voor de installatie 28 7733442 - v.01 - 17082020
6 Installatie 6.1 6.1 6.1 6.1 6.1 WateraansluitingenWateraansluitingenWateraansluitingenWateraansluitingenWateraansluitingen 6.1.1 6.1.1 6.1.1 6.1.1 6.1.1 Aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen.Aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen.Aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen.Aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen.Aansluiting van de aanvoer- en retourleidingen.Zorg ervoor dat u flexibele leidingen of trillingsdempers gebruikt om de emissie van trillingen naar het leidingwerk te voorkomen.OpgeletOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletGebruik UV- en vogelpikbestendige isolatiematerialen voor de isolatie die zich in de open lucht bevindt.Gebruik condensaatbestendige isolatiematerialen voor een apparaat met actieve koeling.Gebruik een 4-wegklep als de warmtepomp wordt gebruikt om te koelen en een lage aanvoertemperatuur van de koeling is vereist.
Hiermee is een tegenstroom door de warmtewisselaar mogelijk. 1. Spoel het apparaat voordat u de verwarmingsbuizen aansluit. 2. Installeer kogelkranen op de buisaansluitingen 1 en 2 zodat het apparaat eenvoudiger kan worden losgekoppeld voor service. 3. Sluit de aanvoerleiding van de verwarming aan op het apparaat bij 1. 4. Sluit de retourleiding van de verwarming aan op het apparaat bij 2. 5. Sluit de aanvoerleiding van de grondbron aan op het apparaat bij 3. 6. Sluit de retourleiding van de grondbron aan op het apparaat bij 4. 7. Isoleer de leidingen.BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkZorg ervoor dat het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour 5-7 K is om de vereiste waarden in het gegevensblad te bereiken en storingen te voorkomen. Dit impliceert grotere doorstromingen, grotere leidingdoorsneden en bijbehorende pompontwerpen.
6.2 6.2 6.2 6.2 6.2 Elektrische aansluitingenElektrische aansluitingenElektrische aansluitingenElektrische aansluitingenElektrische aansluitingen 6.2.1 6.2.1 6.2.1 6.2.1 6.2.1 Aansluiting van de elektrische kabelsAansluiting van de elektrische kabelsAansluiting van de elektrische kabelsAansluiting van de elektrische kabelsAansluiting van de elektrische kabelsOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletGebruik UV- en vogelpikbestendige materialen voor de isolatie die zich in de open lucht bevindt.Zorg ervoor dat een gediplomeerd elektrotechnicus de elektrische aansluiting van het apparaat installeert. 1. Plaats een hoofdschakelaar op het apparaat conform de NEN 3140- en NEN 1010 -voorschriften, geldende normen en plaatselijke voorschriften.BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkEen niet-correcte aansluiting van de hoofdschakelaar valt niet onder de garantie.
Dit is de verantwoordelijkheid van de installateur. 2. Leid de elektrische voedingskabels door de gaten (1) in de onderzijde van het apparaat. 3. Sluit de elektrische kabels aan. 3.1. Zorg ervoor dat de fasen in een rechts draaiveld in de fasevolgorde zijn aangesloten: L1, L2, L3. 3.2. Bij een verlenging van de sensorkabel moet een afgeschermde kabel met een doorsnede van ten minste 0,75 mm worden gebruikt2. 3.3. Plaats de sensorkabel niet samen met de voedingskabels. 4. Sluit de controllerkabel aan op het apparaat. 4.1. Gebruik één, of indien nodig, meerdere afzonderlijke externe hoofdschakelaars voor de klemmenkast om het apparaat volledig van het netwerk te kunnen scheiden. 5.
6. 3 6. 3 6. 3 6. 3 6. 3 Installatie vullenInstallatie vullenInstallatie vullenInstallatie vullenInstallatie vullen 6. 3. 1 6. 3. 1 6. 3. 1 6. 3. 1 6. 3. 1 Vullen van de installatieVullen van de installatieVullen van de installatieVullen van de installatieVullen van de installatieBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkHet verwarmingscircuit moet voldoende waterdoorstroming hebben om de warmtepomp te laten werken. Onvoldoende of geen warmwaterdoorstroming kan leiden tot hogedrukstoringen in de verwarmingsmodus en lagedrukstoringen in de ontdooimodus. Als dit gebeurt, wordt het systeem uitgeschakeld door de hogedrukbegrenzer of de lagedrukbegrenzer. Onjuiste instellingen op de controller kunnen een soortgelijk effect hebben.
BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkStoringen in de warmtepomp worden meestal veroorzaakt door de hydraulische bedrijfsomstandigheden en het gebrek aan waterdoorstroming door de condensor. Als sensoren worden gestart en er een storing wordt weergegeven, dient dit ter bescherming van de warmtepomp. Het is over het algemeen geen teken van een defecte warmtepomp. 1. Installeer een doorstromingsschakelaar om er zeker van te zijn dat er voldoende doorstroming is voordat u de warmtepomp start. 2. Plaats een koppelstuk voor het vullen en spoelen in het verwarmingscircuit. 3. Vul de buffer, indien van toepassing. 4. Vul het verwarmingscircuit. 5. Geef de verzamelde lucht bij het vullen van het verwarmingscircuit wat tijd om te ontsnappen uit het systeem. 6. Sluit de vul- en afvoerkraan. 6. 4 6. 4 6. 4 6. 4 6.
4 Gebruik in combinatie met een gebouwbeheersysteemGebruik in combinatie met een gebouwbeheersysteemGebruik in combinatie met een gebouwbeheersysteemGebruik in combinatie met een gebouwbeheersysteemGebruik in combinatie met een gebouwbeheersysteemDe Remeha E-HP is bedoeld als stand-alone apparaat. Het apparaat produceert warmte of koude als hierom gevraagd wordt.
Het beschermt zichzelf indien nodig automatisch tegen weersinvloeden en systeemstoringen. Wanneer het apparaat aangestuurd wordt door een gebouwbeheersysteem, mag het apparaat uitsluitend geregeld worden op basis van richtwaarden. Op deze wijze levert het apparaat warmte, koude en/of warm water als hierom gevraagd wordt. Wanneer het gebouwbeheersysteem het apparaat op andere manieren aanstuurt, kunnen er uiteenlopende softwareconflicten optreden. Hierdoor kan het apparaat beschadigd raken. 6 Installatie 7733442 - v. 01 - 17082020 31.
7 Inbedrijfstelling 7.1 7.1 7.1 7.1 7.1 Checklist vóór inbedrijfstellingChecklist vóór inbedrijfstellingChecklist vóór inbedrijfstellingChecklist vóór inbedrijfstellingChecklist vóór inbedrijfstellingControleer of alle volgende stappen zijn uitgevoerd voordat u het apparaat in bedrijf stelt:Het verwarmingscircuit is gespoeld, gevuld en ontlucht.Een vrije doorstroming van het water in het systeem is gegarandeerd.De instellingen van de doorstromingsschakelaars zijn goed aangepast aan het apparaat.Alle elektrische aansluitkabels zijn aangesloten en beschermd.Alle schroeven zijn vastgedraaid.Het verwarmingssysteem is beschermd tegen bevriezing.De hoofdschakelaar is ingesteld op ON (Aan).De aardingsgeleiderweerstand en de isolatieweerstand worden getest volgens NEN 3140 en NEN 1010.
De tests moeten worden herhaald volgens de ter plaatse geldende intervallen of volgens de voorschriften NEN 3140 en NEN 1010 voor de inbedrijfstelling en nieuwe inbedrijfstelling. 7.2 7.2 7.2 7.2 7.2 Procedure voor inbedrijfstellingProcedure voor inbedrijfstellingProcedure voor inbedrijfstellingProcedure voor inbedrijfstellingProcedure voor inbedrijfstelling 7.2.1 7.2.1 7.2.1 7.2.1 7.2.1 Ontluchting van het systeemOntluchting van het systeemOntluchting van het systeemOntluchting van het systeemOntluchting van het systeemHet hydraulische systeem moet op druk worden gebracht tot 2 bar, en wat belangrijk is: er mag zich geen lucht in het systeem bevinden. Vul het hydraulische systeem tot de juiste druk voordat u de warmtepomp in werking stelt, en zorg ervoor dat alle lucht uit het systeem is verwijderd.
8 Werking 8. 1 8. 1 8. 1 8. 1 8. 1 Gebruik van de controllerGebruik van de controllerGebruik van de controllerGebruik van de controllerGebruik van de controllerGebruik de controller om het apparaat in bedrijf te stellen en te bedienen. De controller kan binnen bij het schakelbord van het gebouw of bij de warmtepomp worden geïnstalleerd als deze maar beschermd is tegen weersinvloeden. Voor de werking van de actieve koeling raadpleegt u de handleiding van de bedieningselementen. Tab. 20 Beschrijving van de controllerknop Item/knopItem/knopItem/knopItem/knopItem/knop BeschrijvingBeschrijvingBeschrijvingBeschrijvingBeschrijving 11111 Display Na 5 minuten zonder interactie worden het display en de bedieningsknoppen automatisch gedimd. 22222 Bedieningsknop Scroll omlaag / - Gebruik deze knop om naar beneden te bladeren in het menu en om waarden te verlagen.
33333 Bedieningsknop Select / Confirm / Enter Gebruik deze knop om een menu-item te selecteren en een waardeverandering te bevestigen en op te slaan. 44444 Bedieningsknop Scroll omhoog / + Gebruik deze knop om naar boven te bladeren in het menu en om waarden te verhogen. 55555 Alarmmenuknop De alarmmenuknop heeft een LED die rood knippert als er storingen optreden. De LED is permanent ingeschakeld voor storingen die zijn bekeken maar niet gereset. Druk op deze knop om de alarmmelding te resetten. 66666 Aan-uitknop Deze knop schakelt de besturingsfunctie in/uit, niet de voeding van het apparaat. De LED brandt als de controller wordt uitgeschakeld. 77777 Bedieningsknop Exit / Cancel / Escape Gebruiken deze knop om een menu of menu-items te verlaten en een waardeverandering te annuleren zonder deze op te slaan.
Op het hoofdscherm worden de pictogrammen van de vier hoofdmenu's weergegeven. Gebruik de knoppen "omhoog" en "omlaag" om door de menu's te bladeren. Het momenteel geselecteerde pictogram heeft geïnverteerde kleuren. Gebruik de knop "select" om het geselecteerde menu te openen. Afb.
BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkDit mag alleen worden gedaan door gekwalificeerd personeel omdat dit alle functies van de controller buiten werking stelt. BasisinstellingenBasisinstellingenBasisinstellingenBasisinstellingenBasisinstellingenInformatie over de basisinstellingen voor de werking van het systeem. Er zijn verschillende submenu's beschikbaar. BelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkMet een wachtwoord beveiligde instellingen en wijzigingen mogen alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd. 8. 2 8. 2 8. 2 8. 2 8. 2 De module voor actieve koeling startenDe module voor actieve koeling startenDe module voor actieve koeling startenDe module voor actieve koeling startenDe module voor actieve koeling startenBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkBelangrijkDe doorstroming in het systeem moet zijn gegarandeerd voordat het apparaat wordt gestart.
Verwarmingswater van ten minste 25°C. OpgeletOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletAls er onvoldoende doorstroming en warmte in het verwarmingscircuit is, bestaat het risico dat de warmtewisselaar bevriest. Dit risico doet zich voor als het apparaat tijdens de opstart onbedoeld in de koelingsmodus werkt. Dit kan schade aan de warmtewisselaar veroorzaken. 8 Werking 34 7733442 - v. 01 - 17082020.
9 Onderhoud 9.1 9.1 9.1 9.1 9.1 Toegang krijgenToegang krijgenToegang krijgenToegang krijgenToegang krijgenBepaal aan welke zijde van het apparaat het onderhoud moet worden uitgevoerd en verwijder het juiste zijpaneel.OpgeletOpgeletOpgeletOpgeletOpgeletZorg ervoor dat het apparaat en de aansluitkast zijn uitgeschakeld voordat u de panelen wegneemt. 9.1.1 9.1.1 9.1.1 9.1.1 9.1.1 Toegang tot de verwarmingszijdeToegang tot de verwarmingszijdeToegang tot de verwarmingszijdeToegang tot de verwarmingszijdeToegang tot de verwarmingszijde Afb.21 Verwijdering van het paneel van de verwarmingszijde van de 139 173 191 238AD-3001715-01 1 111 1. Verwijder de schroeven waarmee het paneel (1) is bevestigd op het apparaat. 2. Verwijder het zijpaneel (1). Afb.22 Verwijdering van het paneel van de verwarmingszijde van de 024 /032AD-3001714-011 9 Onderhoud 7733442 - v.01 - 17082020 35
9. 2 9. 2 9. 2 9. 2 9. 2 Standaard inspectie- en onderhoudswerkzaamhedenStandaard inspectie- en onderhoudswerkzaamhedenStandaard inspectie- en onderhoudswerkzaamhedenStandaard inspectie- en onderhoudswerkzaamhedenStandaard inspectie- en onderhoudswerkzaamheden 9. 2. 1 9. 2. 1 9. 2. 1 9. 2. 1 9. 2. 1 Uitvoering van een lektestUitvoering van een lektestUitvoering van een lektestUitvoering van een lektestUitvoering van een lektestWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingZorg er altijd voor dat het apparaat is losgekoppeld van de stroomvoorziening voordat u het opent en reinigt. De lektest mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Conform de F-gasverordening moet er jaarlijks een lektest worden uitgevoerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha E-HP BW stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Remeha
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp