Remeha Eria Tower Ace R32 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Remeha Eria Tower Ace R32 (144 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Remeha Eria Tower Ace R32 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Remeha |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | Eria Tower Ace R32 |
Handleiding Remeha Eria Tower Ace R32 – volledige tekst
6. 3. 2 Afstanden tussen buitenunit en binnenunit. 336. 4 De binnenunit plaatsen. 346. 4. 1 Locatie van de binnenunit kiezen. 346. 4. 2 De binnenunit installeren. 346. 5 Toegang tot de interne componenten. 356. 6 Wateraansluitingen. 366. 6. 1 Aansluitingen. 366. 6. 2 Speciale voorzorgsmaatregelen voor het aansluiten van het verwarmingscircuit. 386. 6. 3 Minimaal watervolume. 386. 6. 4 Bijzondere voorzorgen voor het aansluiten van het sanitair-warmwatercircuit. 396. 6. 5 Aansluiten van de afvoerpijp van de veiligheidsklep. 396. 7 Installatie doorspoelen. 406. 7. 1 Doorspoelen van nieuwe installaties en installaties niet ouder dan 6 maanden. 406. 7. 2 Bestaande installatie doorspoelen. 406. 8 Installatie vullen en controleren. 406. 8. 1 Cv-installatie vullen. 406. 8. 2 Verwarmingscircuit controleren. 416. 8. 3 Sanitair-warmwatercircuit vullen. 416. 9 De buitenunit opstellen. 426. 9.
1 Voor voldoende ruimte zorgen voor de buitenmodule. 426. 9. 2 Locatie van de buitenunit selecteren. 436. 9. 3 Locatie van een geluidsscherm kiezen. 436. 9. 4 Locatie van de buitenunit bepalen in koude en sneeuwachtige gebieden. 436. 9. 5 Buitenunit op de grond installeren. 446. 9. 6 Buitenunit aan muursteunen bevestigen. 446. 10 Koelaansluitingen. 446. 10. 1 De koudemiddelverbindingen voorbereiden. 446. 10. 2 Apparatuur. 456. 10. 3 Flarewerkzaamheden. 466. 10. 4 De koudemiddelverbindingen aansluiten op de binnenunit. 466. 10. 5 De koudemiddelverbindingen aansluiten op de buitenunit. 476. 10. 6 Controleren van de aansluitingen op lekdichtheid. 486. 10. 7 Vacumeren. 486. 10. 8 Het koudemiddel laten circuleren. 496. 10. 9 Voeg indien nodig koudemiddel toe. 496. 10. 10 Etikettering van het systeem. 506. 10. 11 De koudemiddelverbindingen beschermen. 506. 10. 12 Koelingcircuit controleren.
4 De binnenunit aansluiten op de voeding. 546. 11. 5 De buitenunit aansluiten op de voeding. 556. 11. 6 De buitenunit aansluiten op de binnenunit. 566. 11. 7 De buitentemperatuursensor aansluiten. 566. 11. 8 Aansluiting van de voeding van de 3 / 6 kW dompelaar. 586. 11. 9 Een elektriciteitsmeter aansluiten. 596. 11. 10 Controle van elektrische aansluitingen. 597 Inbedrijfstelling. 607. 1 Algemeen. 607. 2 Uit te voeren stappen vóór inbedrijfstelling. 607. 3 Procedure voor inbedrijfstelling met smartphone. 607. 4 Procedure voor inbedrijfstelling zonder smartphone. 607. 5 CN1 en CN2 parameters. 617. 6 Instelling van het debiet van het directe circuit. 617. 7 Instelling van het debiet van het interne tweede circuit. 627. 8 Laatste instructies voor de ingebruikname. 638 Instellingen. 648. 1 Toegang tot het installateursniveau. 648. 2 Activeren/deactiveren van de Bluetooth® voor het apparaat.
8. 6 Koelfunctie configureren. 668. 7 De vloer drogen met of zonder een buitenunit. 678. 8 Een kamerthermostaat configureren. 688. 8. 1 Configuratie van een aan/uit- of modulerende thermostaat. 688. 8. 2 Een thermostaat configureren met een verwarmings-/koelingscontact. 698. 9 Een buffertank configureren. 698. 10 Het comfort verbeteren van het sanitair warmwater of verwarmingscomfort. 708. 11 De stille modus configureren. 718. 12 Energiebronnen configureren. 718. 12. 1 Configureren van de geschat elektrisch energieverbruik-functie. 718. 12. 2 Voeding van de warmtepomp met fotovoltaïsche energie. 728. 12. 3 Aansluiting van de installatie op een Smart Grid. 738. 13 Resetten of herstellen van de parameters. 748. 13. 1 De configuratienummers opnieuw instellen. 748. 13. 2 Automatisch detecteren van opties en accessoires. 748. 13. 3 Terug naar de fabrieksinstellingen. 759 Parameters. 759.
1 Hydraulisch schema. 9810. 3. 2 De warmtepomp aansluiten en configureren. 9910. 4 Installatie met een zwembad. 10110. 4. 1 Een zwembad aansluiten. 10110. 4. 2 Verwarming van zwembad configureren. 10111 Werking. 10211. 1 Regionale en ergonomische parameters. 10211. 2 Het kinderslot activeren/uitschakelen. 10211. 3 Zones aanpassen. 10311. 3. 1 Definitie van de term "zone". 10311. 3. 2 De naam en het symbool van een zone wijzigen. 10311. 4 Activiteiten aanpassen. 10311. 4. 1 Definitie van de term "activiteit". 10311. 4. 2 De naam van een activiteit wijzigen. 10411. 4. 3 De temperatuur van een activiteit wijzigen. 10411. 5 Kamertemperatuur voor een zone. 10511. 5. 1 Bedrijfsmodus selecteren. 10511. 5. 2 Een klokprogramma activeren en configureren voor verwarming. 10511. 5. 3 Een klokprogramma activeren en configureren voor het koelen. 10611. 5. 4 De kamertemperatuur tijdelijk wijzigen.
11. 6. 2 Een klokprogramma activeren en configureren voor sanitair warm water. 10811. 6. 3 Sanitair-warmwaterbereiding forceren (override). 10911. 6. 4 De richttemperaturen van het sanitair warm water wijzigen. 11011. 7 Regeling van de verwarming, koeling en sanitair-warmwaterbereiding. 11011. 7. 1 De verwarming en de koeling uitschakelen. 11011. 7. 2 Koeling forceren. 11011. 7. 3 Uitschakelen van de verwarming in de zomer. 11111. 7. 4 Uitschakeling sanitair-warmwaterbereiding. 11111. 7. 5 Perioden van afwezigheid of vakantieperioden. 11111. 7. 6 Vorstbeveiliging. 11211. 8 Het energieverbruik bewaken. 11311. 9 Het starten en uitschakelen van de warmtepomp. 11311. 9. 1 Warmtepomp starten. 11311. 9. 2 De warmtepomp uitschakelen. 11412 Onderhoud. 11412. 1 Algemeen. 11412. 2 Informatie voor onderhoudsmonteur. 11512. 3 Te treffen voorzorgsmaatregelen tijdens onderhoudswerkzaamheden. 11512.
1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen1.1 Algemene veiligheidsvoorschriftenWerkingGevaarDit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en mensen met lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of met gebrek aan ervaring en kennis als ze begeleiding en instructie krijgen hoe het apparaat op een veilige manier te gebruiken en de eraan verbonden gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- of onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.AlgemeenBelangrijkLees vóór het uitvoeren van werkzaamheden aan het apparaat zorgvuldig alle documenten die met de warmtepomp zijn meegeleverd. Deze documenten zijn ook beschikbaar op onze website.
Zie de achterzijde.Alleen gekwalificeerde personen zijn bevoegd om installatie-, inbedrijfstellings-, onderhouds-, reparatie- of verwijderingswerkzaamheden aan de warmtepomp en de verwarmingsinstallatie uit te voeren. Deze moet zich houden aan de lokale en nationale voorschriften tijdens de montage, installatie en het onderhoud van de installatie.Naleving van de nationale voorschriften voor koudemiddelen is verplicht.De installatie moet in elk opzicht voldoen aan de voorschriften die in het land van kracht zijn bij werkzaamheden en reparaties in huizen, woningen en andere gebouwen.Dit apparaat is uitgerust met een radioantenne. Tijdens normaal bedrijf van het apparaat moet iedereen een afstand van minstens 20 cm tot deze antenne bewaren om zichzelf te beschermen tegen het elektromagnetische veld.
Voorzorgsmaatregelen Werkzaamheden aan het koelsysteem moeten uitgevoerd worden door een vakman, volgens de in het vakgebied geldende regelen der kunst (opvangen koudemiddel, lassen met stikstof). Met een 'gekwalificeerd persoon' wordt een persoon bedoeld die bevoegd is om met dit koudemiddel en aan leidingen te werken in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving en die geschoold is in zaken die samenhangen met het omgaan met koudemiddelen en leidingwerk van de binnenunit en buitenunit. Schakel vóór alle werkzaamheden eerst de stroom uit van de buitenunit, de binnenunit en de elektrische bijverwarmer. Wacht ongeveer 20 tot 30 seconden tot de condensatoren van de buitenunit zijn ontladen, en controleer of de lampjes op de besturingsprint van de buitenunit zijn uitgegaan. Schakel voor alle werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit het toestel uit en wacht enkele minuten.
Sommige componenten zoals de compressor en de buizen kunnen warmer dan 100 °C worden en een hoge druk opbouwen, wat tot ernstig letsel kan leiden. Voor de hydraulische aansluiting is het absoluut noodzakelijk de normen en de lokale voorschriften in acht te nemen. De inbedrijfstelling moet worden uitgevoerd door een erkend installateur. Breng geen wijzigingen aan de warmtepomp zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. Om aanspraak te maken op de garantie, mogen er geen wijzigingen aan het toestel worden aangebracht. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. WaarschuwingInstalleer het apparaat in overeenstemming met de nationale voorschriften voor elektrische installaties.
Als de voedingskabel bij het apparaat is geleverd en als blijkt dat deze is beschadigd, moet deze kabel worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of een persoon met een gelijkwaardige vakkennis, teneinde ieder gevaar uit te sluiten. Als het apparaat af-fabriek niet is bekabeld, moet het worden bekabeld volgens het elektrisch schema in hoofdstuk 'Elektrische aansluitingen'.
Dit apparaat moet worden aangesloten op de aardleiding. De aarding dient te voldoen aan de geldende installatievoorschriften. Zorg voor aarding van het toestel voordat elektrische aansluitingen worden aangebracht. Type en ampèrage van zekeringen: zie het hoofdstuk "Aansluiten van de elektrische circuits". Om het apparaat aan te sluiten op het elektriciteitsnet, zie het hoofdstuk 'Elektrische aansluitingen'. Om ieder gevaar vanwege een onverwachte reset van de zekeringautomaat te voorkomen, mag dit apparaat niet worden gevoed via een externe schakelaar zoals een tijdschakelaar of een circuit dat regelmatig wordt in- en uitgeschakeld door de elektriciteitsleverancier. Het toestel is bestemd om permanent op het lichtnet te worden aangesloten. Een stroomonderbreker moet worden gemonteerd in de vaste bedrading in overeenstemming met de installatieregels.
OpgeletSanitair warmwaterboiler aftappen:1. Sluit de aanvoerleiding van het sanitair koud water af. 2. Open een warmwaterkraan in de installatie. 3. Open een kraan van de veiligheidsgroep. 4. Wanneer er geen water meer uitstroomt, is de sanitair-warmwaterboiler afgetapt. 1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen8 7777889 - v06 - 27032023.
Voorzorgsmaatregelen OpgeletDe drukbegrenzer (veiligheidsventiel of veiligheidsgroep) moet regelmatig worden bediend om kalkaanslag te verwijderen en ervoor te zorgen dat het apparaat niet wordt geblokkeerd. De drukbegrenzingsvoorziening moet aangesloten worden op een afvoerleiding. Omdat er water uit de afvoerpijp op de drukbegrenzer kan stromen, moet deze pijp open blijven naar de lucht, in een vorstvrije omgeving, en met een continu dalend verval. Een drukregelaar (niet meegeleverd) is vereist wanneer de aanvoerdruk hoger is dan 80% van de kalibratie van de drukbegrenzer en deze zich moet stroomopwaarts van het apparaat bevinden. Er mag zich geen enkele vorm van afsluiter bevinden tussen de drukbegrenzer en de sanitair-warmwaterboiler.
Raadpleeg het hoofdstuk 'Sanitair-warmwatercircuit aansluiten' in de installatie- en servicehandleiding om te bepalen welk type drukbegrenzer (en de specificaties daarvan) moet worden geïnstalleerd en om uit te vinden hoe deze aan te sluiten. OpgeletHoud de minimale en maximale waterdruk en temperatuur aan om er zeker van te zijn dat het toestel naar behoren werkt. Zie hoofdstuk 'Technische specificaties'. BelangrijkHoud voldoende ruimte vrij om het apparaat correct te installeren. Zie het hoofdstuk "Installatie". 1. 2 WateraansluitingenVoorzorgsmaatregelen Breng isolatie om de leidingen aan om warmteverlies tot een minimum te beperken. Installeer wateraftapkranen tussen de binnenunit en het verwarmingscircuit. Als de radiatoren rechtstreeks zijn aangesloten op het verwarmingscircuit, zorg er dan voor dat de installatie voldoende inhoud over heeft voor warm water.
Installeer bijvoorbeeld een differentiële klep en een buffervat tussen de binnenunit en het verwarmingscircuit. Zorg ervoor dat het verwarmingswater voldoet aan de specificaties beschreven in het hoofdstuk "Behandeling van verwarmingswater".
Houd de minimale en maximale waterdruk en temperatuur (70 °C ) aan om er zeker van te zijn dat het apparaat naar behoren werkt. Zie de sectie Technische specificaties. De hydraulische installatie moet onder alle omstandigheden in staat zijn om een minimaal debiet te verzekeren. 1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen7777889 - v06 - 27032023 9.
1. 3 Veiligheid tapwaterAlgemeen Verwarmingswater en sanitair water mogen nooit met elkaar in contact komen. Sanitair water mag niet in de warmtewisselaar circuleren. Wees voorzichtig met het sanitair warm water. Afhankelijk van de warmtepompinstellingen kan de temperatuur van sanitair warm water boven de 65 °C uitkomen. Om brandwonden te vermijden moet er een temperatuurbegrenzer voor warm water geïnstalleerd worden zoals een thermostatische mengkraan. Maximumtemperatuur bij het tappunt: de maximale temperatuur van sanitair warm water bij het tappunt is onderworpen aan speciale voorschriften in de verschillende landen waar dit apparaat wordt verkocht om de consument te beschermen. Bij installatie van het apparaat moeten deze speciale voorschriften worden opgevolgd.
Overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften kan er een op 0,7 MPa (7 bar) geijkte overstortklep op de sanitair-koudwateringang van de boiler zijn gemonteerd. Een sanitair expansievat (niet meegeleverd) van geschikte grootte kan worden aangesloten tussen de sanitair-koudwaterinvoer en de inlaatcombinatie en voorkomt dat de sanitair-overstortklep wordt geactiveerd. Er moet geen afsluiter tussen deze twee componenten zitten. Zie de sectie Onderhoud om het sanitair-warmwatercircuit af te tappen. OpgeletDe drukbegrenzer (veiligheidsventiel of veiligheidsgroep) moet regelmatig worden bediend om kalkaanslag te verwijderen en ervoor te zorgen dat het apparaat niet wordt geblokkeerd. De drukbegrenzingsvoorziening moet aangesloten worden op een afvoerleiding.
Omdat er water uit de afvoerpijp op de drukbegrenzer kan stromen, moet deze pijp open blijven naar de lucht, in een vorstvrije omgeving, en met een continu dalend verval. Voorzorgsmaatregelen Gebruik gereedschap en leidingonderdelen die speciaal ontworpen zijn voor een gebruik met koudemiddel R32.
Een drukregelaar (niet meegeleverd) is vereist wanneer de aanvoerdruk hoger is dan 80% van de kalibratie van de drukbegrenzer en deze zich moet stroomopwaarts van het apparaat bevinden. Er mag zich geen enkele vorm van afsluiter bevinden tussen de drukbegrenzer en de sanitair-warmwaterboiler. 1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen10 7777889 - v06 - 27032023.
1. 4 Elektrische bedradingAlgemeen Alleen een erkend installateur of een gekwalificeerd vakman mag werkzaamheden aan de elektrische bedrading van de binnen- en buitenunit uitvoeren. Onder geen beding mogen deze werkzaamheden uitgevoerd worden door een niet-gekwalificeerde persoon, want onjuiste uitvoering van de werkzaamheden kan leiden tot elektrische schokken en/of lekstromen. Het toestel moet geïnstalleerd worden overeenkomstig de toepasselijke voorschriften inzake elektrische installaties. Een vermogenstekort in het voedingscircuit of een onjuiste installatie kan leiden tot een elektrische schok of brand. Voorzorgsmaatregelen GevaarSchakel vóór bedradingswerkzaamheden aan het elektrisch circuit de stroom uit, controleer of het systeem spanningsloos is en vergrendel de zekeringautomaat.
Gebruik draden die voldoen aan de specificaties in de installatiehandleiding en de bepalingen in de toepasselijke wet- en regelgeving. Het gebruik van draden die niet voldoen aan de specificaties, kan leiden tot elektrische schokken, lekstromen, rook en/of brand. Sluit altijd een beschermende aardleidingskabel aan (aarding). De aarding dient te voldoen aan de geldende installatievoorschriften. Zorg voor aarding van het apparaat voordat elektrische aansluitingen worden aangebracht. Onvolledige aarding kan een storing of een elektrische schok veroorzaken. Ter voorkoming van elektrische schokken moet de lengte van de draden tussen de trekontlasting en de aansluitklemmen zodanig zijn dat eerst de fasegeleiders onder spanning worden gezet en dan pas de aardgeleider.
Om ieder gevaar vanwege een onverwachte reset van de zekeringautomaat te voorkomen, mag dit apparaat niet worden gevoed via een externe schakelaar zoals een tijdschakelaar of een circuit dat regelmatig wordt in- en uitgeschakeld door de elektriciteitsleverancier. Als de voedingskabel bij het apparaat is geleverd en als blijkt dat deze is beschadigd, moet deze kabel worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of een persoon met een gelijkwaardige vakkennis, teneinde ieder gevaar uit te sluiten. Raadpleeg voor het aansluiten van het apparaat op het elektriciteitsnet of voor het uitvoeren van andere bedradingswerkzaamheden de instructies in de installatiehandleiding en de bijgevoegde bedradingsschema's. Houd de laagspanningskabels gescheiden van de 230/400 V stroomkabels. 1. 5 Over R32 koudemiddelVoorzorgsmaatregelen Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen.
Laat gassen niet in de atmosfeer stromen. WaarschuwingGebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen hulpmiddelen om het ontdooien te versnellen of om zaken te reinigen. Het apparaat moet geplaatst worden in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die continu in bedrijf zijn (bijv. open haard, gastoestel of elektrische kachel). Stel het product niet bloot aan scherpe voorwerpen of hitte. Denk eraan dat koudemiddelen reukloos kunnen zijn. Het koudemiddel in de unit is ontvlambaar en giftig. Als het koudemiddel naar de ruimte weglekt en in contact komt met een vlam van een kachel of een kooktoestel, dan kan dit leiden tot brand of de vorming van een schadelijk gas. Wanneer er een lek wordt geconstateerd, schakel alle aanwezige verwarmingstoestellen uit, ventileer de ruimte en neem contact op met de dealer bij wie u de unit aangeschaft hebt.
Gebruik tijdens installatie, verplaatsing of onderhoud van de warmtepomp uitsluitend het opgegeven koudemiddel (R32) om de koudemiddelleidingen te vullen. Niet mengen met een ander koudemiddel en laat geen lucht, vloeistoffen of andere gassen in de leidingen achter. Algemeen Maximale vulhoeveelheid koudemiddel in het systeem: 1,6 kg1 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen7777889 - v06 - 27032023 11.
1. 6 InstallatielocatieVoorzorgsmaatregelen Als de binnenunit in een kleine ruimte geïnstalleerd wordt, moeten er gepaste maatregelen (ventilatie) genomen worden om te voorkomen dat het koudemiddel de concentratiegrens overschrijdt, zelfs als het weglekt. Raadpleeg het installatiehoofdstuk wanneer u de maatregelen uitvoert. Een hoge concentratie koudemiddel kan leiden tot een ongeval als gevolg van zuurstoftekort. Installeer de binnen- en buitenunits op een stevige, stabiele structuur die het gewicht ervan kan dragen. Installeer de binnenunit in een vorstvrije ruimte. Installeer de warmtepomp niet op een locatie waar er risico op blootstelling aan een brandbaar gas kan zijn. Als een brandbaar gas weglekt en zich rond de unit ophoopt, kan er brand optreden. Installeer de warmtepomp niet in een atmosfeer met een hoog zoutgehalte of in een corrosieve omgeving.
In kustgebieden kunnen de zoute lucht of sulfaatgassen in het milieu corrosie veroorzaken waardoor de levensduur van de warmtepomp verkort kan worden. Installeer de warmtepomp niet in een ruimte die blootgesteld is aan stoomdamp en verbrandingsgassen. Installeer de warmtepomp niet op een plaats die met sneeuw bedekt kan worden. 1. 7 KoudemiddelleidingenVoorzorgsmaatregelen Gebruik gereedschap en leidingonderdelen die speciaal ontworpen zijn voor een gebruik met koudemiddel R32. Gebruik leidingen van fosforkoper voor het transport van de koelvloeistof. Bewaar de koudemiddelverbindingsleidingen op een stof- en vochtvrije plaats (om beschadiging van de compressor te voorkomen). Breng koelolie aan op de gerilde delen om het vastdraaien te vergemakkelijken en de afdichting te verbeteren. Bescherm de buitenunit en binnenunit, waaronder de isolatie en de constructiedelen.
Raak de koelleidingen niet met blote handen aan wanneer de warmtepomp werkt. Gevaar voor verbrandings- of bevriezingswonden. Klim of stap niet op de koudemiddelleidingen. Er mogen geen andere krachten op de fittingen van de koudemiddelleidingen uitgeoefend worden dan hun aanhaalmoment of de systeemdruk. 1. 8 Onderhoud en reparatieVoorzorgsmaatregelen Gebruik uitsluitend watervrije stikstof voor het opsporen van lekken of voor op druk testen. Controleer de hele verwarmingsinstallatie op lekkages na onderhouds- en servicewerkzaamheden. Verwijder de ommanteling alleen voor onderhouds- en servicewerkzaamheden. Zet de ommanteling weer terug na de onderhouds- en servicewerkzaamheden. 1. 9 Uitleg geven aan de gebruikerVoorzorgsmaatregelen Schakel de warmtepomp niet uit. De vorstbeveiliging werkt niet als de warmtepomp is uitgeschakeld.
Als u uw woning voor langere tijd niet hoeft te verwarmen, moet u de vorstbeschermingsmodus activeren. Als u toch de warmtepomp moet uitschakelen en als het risico bestaat dat de temperatuur onder nul graden komt, tap dan de binnenunit af en de cv om bevriezing te voorkomen. Zorg ervoor dat de binnenunit en de buitenunit te allen tijde toegankelijk zijn. Verwijder of bedek nooit de etiketten en typeplaten die op apparaten zijn geplakt. De etiketten en typeplaten moeten tijdens de hele levensduur van het apparaat leesbaar blijven. Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk. Controleer regelmatig of de verwarmingsinstallatie met water is gevuld en onder druk staat. Raak radiatoren niet langdurig aan. Afhankelijk van de warmtepompinstellingen kan de temperatuur van de radiatoren hoger dan 60 °C worden.
1. 10 AanbevelingenWerking Zorg ervoor dat de binnenunit en de buitenunit te allen tijde toegankelijk zijn. Controleer regelmatig de hydraulische druk van de cv-installatie. Raak radiatoren niet langdurig aan. Afhankelijk van de warmtepompinstellingen kan de temperatuur van de radiatoren hoger dan 60 °C worden. Schakel de warmtepomp niet uit. De vorstbeveiligingsmodus werkt niet als de warmtepomp is uitgeschakeld. Als u uw huis langdurig niet hoeft te verwarmen, schakelt u de verwarmingsfunctie uit of activeert u de vorstbeveiligingsmodus. Zie het hoofdstuk Werkingsmodus selecteren. Tap de installatie niet af, tenzij dit absoluut nodig is, bijvoorbeeld bij het verwijderen van de installatie. Zie het hoofdstuk Buitenbedrijfstelling en verwijdering.
Als het noodzakelijk is om de warmtepomp bij langdurige afwezigheid uit te zetten, laat het systeem dan leeglopen ter voorkoming van vorstschade. Breng geen wijzigingen aan de warmtepomp zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant. Om te profiteren van de garantiedekking mogen er geen wijzigingen aan het apparaat worden aangebracht. 1. 11 AansprakelijkhedenAansprakelijkheid van de fabrikantOnze producten worden vervaardigd volgens de eisen van de verschillende van toepassing zijnde richtlijnen. Ze worden daarom afgeleverd met de -markering en eventueel noodzakelijke documenten. In het belang van de kwaliteit van onze producten brengen wij doorlopend verbeteringen aan. Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document vermelde specificaties te wijzigen.
In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:Het niet in acht nemen van de installatievoorschriften van het apparaat. Het niet opvolgen van de gebruiksvoorschriften van het apparaat. Gebrekkig of onvoldoende onderhoud van het apparaat. Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eerste inbedrijfstelling van het apparaat.
De installateur moet de volgende instructies in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Installeer het apparaat overeenkomstig de geldende wetgeving en normen. Voer de eerste inbedrijfstelling en eventueel benodigde controles uit. Leg de installatie uit aan de gebruiker. Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voor de controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat. Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker. Aansprakelijkheid van de gebruikerOm het optimaal functioneren van het systeem te garanderen moet de gebruiker de volgende aanwijzingen in acht nemen:Lees de voorschriften van het apparaat in de meegeleverde handleidingen en neem deze in acht. Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie en de uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.
2 Standaard leveringsomvangTab.1Collo InhoudBuitenunit Een buitenunitEen handleidingBinnenunit Een binnenunitEen zakje met documentatie met daarin:een installatie-, gebruikers- en servicehandleidingeen beknopte gebruikershandleidingeen lijst met belangrijke punten om een succesvolle installatie te garandereneen label dat de totale hoeveelheid koudemiddel aangeeftlabels voor koudemiddelen in diverse taleneen energielabelgarantievoorwaardeneen EU-verklaring van overeenstemmingEen accessoirezak met:een buitentemperatuursensoreen sleutel voor onderhoud aan het magnetische filtereen tweede Bluetooth® labeleen filter dat moet worden geïnstalleerd op de retourleiding van de verwarmingslangenconnectors,enz.3 Gebruikte symbolen3.1 In de handleiding gebruikte symbolenIn deze handleiding worden verschillende gevarenniveaus gebruikt om aandacht op de bijzondere aanwijzingen te vestigen.
3.2 Op het typeplaatje gebruikte symbolen1 Warmtepomp: type koudemiddel, maximale bedrijfsdruk en door binnenunit opgenomen vermogen.2 Compatibiliteit met de eTwist aangesloten thermostaat3 Lees voor het installeren en in bedrijf nemen van het apparaat de meegeleverde handleidingen aandachtig door4 Breng afgedankte producten naar een hiervoor bestemd inzamel- en recyclingpunt5 Lees de technische handleiding6 Apparaat bevat ontvlambaar koudemiddel (A2L)7 Zie de bedieningsinstructie8 SWW-boiler: volume, maximale bedrijfsdruk en stand-byverliezen van de sanitair-warmwaterboiler9 Dompelaar: max. vermogen en voeding3.3 Op de binnenunit gebruikte symbolenOpgelet: gevaar voor elektrische schokken, stroomvoerende delen.
Schakel de stroom (1) uit voordat met werkzaamheden wordt begonnen (2).1 Beschermingsaarde2 Wisselstroom3 Verwarmingscircuit4 Lees de technische handleiding5 Apparaat bevat ontvlambaar koudemiddel (A2L)6 Warmtepomp7 Draai vast met een tweede sleutel8 Type koudemiddel9Bluetooth®3.4 Voor aansluiting gebruikte symbolenAfb.4MW-1002025-1246 8 9 101 3 5 7G3/4"G3/4"1/2"1/4"G3/4"G3/4"G1"AG1"AG1"BG1"B1 Circuit B retour - tweede circuitoptie2 Circuit B aanvoer - tweede circuitoptie3 1/2" koudemiddelverbinding – gasleiding4 1/4" koudemiddelverbinding – vloeistofleiding5 Sanitair-warmwateruitgang6 Sanitair-koudwateringang7 Circuit A retour - direct verwarmingscircuit8 Aanvoer naar de bijverwarmingsketel - niet gebruikt9 Retour op de bijverwarmingsketel - niet gebruikt10 Circuit A aanvoer: direct verwarmingscircuitAfb.1MW-1001765-11 2 3475 68 9Afb.21122MW-1002004-1Afb.3MW-1002004-11 2 3475 68R3293 Gebruikte symbolen7777889 - v06 - 27032023 15
4 Technische specificaties4.1 Goedkeuringen4.1.1 RichtlijnenRemeha verklaart hierbij dat de apparatuur van het radio-elektrische type Eria Tower Ace een product is dat hoofdzakelijk ontworpen is voor huiselijk gebruik en in overeenstemming is met de volgende richtlijnen en normen.
Het is geproduceerd en in omloop gebracht in overeenstemming met de eisen van de Europese richtlijnen.De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring wordt apart bij uw toestel geleverd.Naast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook de aanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd.Voor alle voorschriften en richtlijnen die in deze handleiding en de EU-conformiteitsverklaring worden gespecificeerd, zijn eventuele aanvullingen of latere voorschriften en richtlijnen van toepassing op het moment van installatie.4.1.2 FabriekstestAlvorens de fabriek te verlaten, wordt iedere binnenunit op de volgende elementen getest:Lekdichtheid van het verwarmingscircuitLekdichtheid van het sanitair-warmwatercircuitLekdichtheid van het koelcircuitElektrische veiligheid4.1.3 Bluetooth® draadloze technologieDit product is uitgerust met Bluetooth draadloze technologie.Het Bluetooth® woordmerk en logo's zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc.
BelangrijkDe prestatiegegevens in de volgende tabellen gelden alleen voor de volgende configuratie: directe zone. Als er een gemengd verwarmingscircuit wordt gebruikt, gelden deze gegevens niet. Tab. 3 Technische specificaties binnenunitSpecificaties Eria-T-A SE R32Bedrijfstemperatuurbereik +7 °C tot +30 °CBluetooth frequentieband 2400 – 2483. 5 MHzBluetooth vermogen +5 dBmTab. 4 Werkingsgebied buitenunitLimietwaarden voor de bedrijfstemperatuur AWHPR 4 MR AWHPR 6 MR AWHPR 8 MRWater (verwarmingsmodus en sanitair warm water)+18 °C/+60 °C +18 °C/+60 °C +18 °C/+60 °CBuitenlucht (verwarmingsmodus en sanitair warm water)-20 °C/+35 °C -20 °C/+35 °C -20 °C/+35 °CWater (koelmodus) +7 °C/+25 °C +7 °C/+25 °C +7 °C/+25 °CBuitenlucht (koelmodus) +10 °C/+46 °C +10 °C/+46 °C +10 °C/+46 °CTab. 5 Verwarmingsmodus: buitenluchttemperatuur +7 °C, watertemperatuur bij uitgang +35 °C.
Het Global Warming Potential (GWP) van R32 is 675.(3) De koudemiddelverbinding tussen de binnenunit en de buitenunit is 1/4" - 1/2"4.2.3 Gewicht warmtepompTab.10 BinnenunitGegevens Eenheid Eria-T-A SE R32 4-8Leeg gewicht kg 139Totaal gewicht met water kg 334Tab.11 BuitenunitGegevens Eenheid AWHPR 4 MR AWHPR 6 MR AWHPR 8 MRGewicht kg 54 54 544.2.4 Sanitair-warmwaterboilerTab.12 Technische specificaties van het primaire circuit (verwarmingswater)Specificatie Eenheid WaardeMaximum bedrijfstemperatuurUitvoering met dompelaar°C 75Minimum bedrijfstemperatuur °C 7Maximale werkdruk MPa (bar) 0,3 (3,0)Capaciteit warmtewisselaar van sanitair-warmwaterboiler l 11,3Oppervlakte van warmtewisselaar m² 1,7Tab.13 Technische specificaties van het secondair circuit (sanitair water)Specificatie Eenheid WaardeMaximum bedrijfstemperatuur °C 75Minimum bedrijfstemperatuur °C 10Maximale werkdruk MPa (bar) 1,0 (10,0)Watervoorraad l 1774 Technische specificaties18 7777889 - v06 - 27032023
15 Technische parameters voor combinatieverwarmingstoestellen met warmtepomp (parameters opgegeven voor middentemperatuur-toepassing: 55 °C)Productnaam EenheidAWHPR 4 MR AWHPR 6 MR AWHPR 8 MRLucht-water-warmtepomp - - Ja Ja JaWater-water-warmtepomp - - Nee Nee Neebrijn-water-warmtepomp - - Nee Nee NeeLagetemperatuur-warmtepomp - - Nee Nee NeeVoorzien van een aanvullend verwarmingstoestel - - Ja Ja JaWarmtepompcombinatie - - Ja Ja JaNominale warmteafgifte onder gemiddelde omstandigheden(1)PnomkW 5 6 7Nominale warmteafgifte onder koudere omstandighedenPnomkW 4 5 5Nominale warmteafgifte onder warmere omstandighedenPnomkW 5 6 7Opgegeven verwarmingsvermogen bij laaglast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CPdhkW 4,5 5,5 6,2Tj = +2 °CPdhkW 2,7 3,4 3,8Tj = +7 °CPdhkW 1,7 2,1 2,5Tj = +12 °CPdhkW 2,1 2,5 2,5Tj = bivalente temperatuurPdhkW 4,5 5,5 6,2Tj = uiterste bedrijfstemperatuurPdhkW 4,3 5,3 4,9Bivalente temperatuurTbiv°C -7 -7 -7Verliescoëfficiënt(2)Cdh- 1,0 1,0 1,0Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder gemiddelde omstandighedenƞs% 134 132 125Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder koudere omstandighedenƞs% 101 101 102Seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming onder warmere omstandighedenƞs% 163 141 149Opgegeven prestatiecoëfficiënt of primaire energieverhouding bij laaglast, bij een binnentemperatuur van 20 °C en buitentemperatuur Tj Tj = -7 °CCOPd- 2,15 2,22 1,95Tj = +2 °CCOPd- 3,39 3,37 3,24Tj = +7 °CCOPd- 4,44 4,07 4,10Tj = +12 °CCOPd- 7,29 6,58 6,10Tj = bivalente temperatuurCOPd- 2,15 2,22 1,95Tj = uiterste bedrijfstemperatuurCOPd- 1,83 1,82 1,66Uiterste bedrijfstemperatuur voor lucht-water-warmtepompenTOL°C -10 -10 -104 Technische specificaties7777889 - v06 - 27032023 19.
Deze waarde wordt automatisch geconfigureerd volgens het vermogen van de buitenunit, als de codes CN1 en CN2 worden geconfigureerd wanneer het apparaat voor het eerst wordt gestart.XWaterdebiet (m3/h)Y Beschikbare druk (mH2O)1 Buitenunits van 4 tot 8 kWZie ookInstelling van het debiet van het directe circuit, pagina 61Afb.6 Beschikbare drukMW-2000428-20Y1X0.51.0 1.5 2.0 2.512345674 Technische specificaties7777889 - v06 - 27032023 21
1 EHC–08centrale eenheid besturingsprint: regelsysteem voor de warmtepomp en het eerste verwarmingscircuit (directe circuit)2 SCB-04 besturingsprint voor regelsysteem van tweede circuit: beheer van een tweede verwarmingscircuit3 Tussenliggende klemmenstrook4 FTC2BR besturingsprint: koppeling met de buitenunit5 ACI-BDR printplaat: beheer van de actieve anode (ACI)6BLE Smart Antenna besturingsprint: Bluetooth®-communicatie5.4 Beschrijving van de aansluitklemmenstrook5.4.1 Hoofdbesturingsprint EHC–08X1 niet gebruiktX2 niet gebruiktX4 Elektrische verwarmer - stap 1X6 niet gebruiktX7-X8 L-busX9 Sensoren en sondesX10 Stuursignaal van de hoofdcirculatiepomp PWMX12 OptiesCondensatie: CondensatiesensorSo+/So-: elektriciteitsmeterBL1 IN / BL2 IN: multifunctionele ingangenR-Bus : eTwist aangesloten kamerthermostaat, aan/uit thermostaat of OpenTherm-thermostaatX13 niet gebruiktX15 niet gebruiktX16 niet gebruiktX17 niet gebruiktX18 niet gebruiktX19 Veiligheid buitenunitX20 niet gebruiktX21 Bus voor communicatie met de FTC2BR-besturingsprintX22 Bus voor communicatie met de FTC2BR-besturingsprintX23 Bus voor communicatie met de buitenunitX24 230 V - 50 Hz voedingX25 Drieweg-richtingsklep verwarming/sanitair warm water (indien aanwezig)X26 Circulatiepomp Zone 1 - maximum 450 W - alleen als een circulatiepomp is aangesloten na een buffertankX27 Voeding voor de hoofdcirculatiepomp, FTC2BR besturingsprint en SCB-04 besturingsprintX28 T out: buitentemperatuursensorT dhw 1: alleen gebruikt voor sanitair-warmwaterboiler met 2 sensoren, sensor aan bovenzijde (optioneel): SWWT dhw 2: sanitair-warmwatersensor.
5.4.2 Optionele printplaat tweede circuit SCB-04X1Voeding voor de circulatiepomp/driewegklep/ingang veiligheidstemperatuurbegrenzerX2Stuursignaal van de circulatiepomp PWMX3R-Bus : eTwist aangesloten kamerthermostaat, aan/uit thermostaat of OpenTherm-thermostaatTflow: debietsensorTout: niets aansluitenX6230 V-voedingX8 L-Bus naar de EHC–08 besturingsprintX9L-Bus kroonsteentje5.4.3 Voeding binnenunitAarde: voeding binnenunitLFase: voeding binnenunitNNul: voeding binnenunitLauxExtra fase: 6 A maximaalNauxExtra nul: 6 A maximaal5.4.4 BLE Smart Antenna printplaat voor Bluetooth®-communicatieX1L-BUS tussen deEHC–08 besturingsprint en de gebruikersinterface5.4.5 Optionele printplaat voor aansluiting van actieve anode ACIX2Verbinding tussen de EHC–08 printplaat en de actieve anode ACIX5niet gebruiktX6niet gebruikt5.5 Bluetooth®-labelOm de Bluetooth®-verbinding tussen de smartphone en de warmtepomp tijdens de inbedrijfstelling tot stand te brengen kan de informatie worden gebruikt die op het Bluetooth®-label staat.Afb.13MW-3000557-03X8 X9X3X2X1FUSESW2X6Afb.14MW-1001988-1LLaux NauxNAfb.15MW-1001986-1X1Afb.16MW-1001987-1X5X2 X65 Beschrijving van het product7777889 - v06 - 27032023 29
Geen verwarming mogelijk: alleen koeling en sanitair-warmwaterbereiding.Storing gedetecteerdDe compressor van de warmtepomp is in werkingHet verwarmingselement is in werkingBedieningstestmodus geactiveerdInstallateursniveau geactiveerd5.6.4 Beschrijving van het hoofdschermAls de gebruikersinterface op stand-by staat, draai dan aan de knop voor toegang tot het hoofdscherm.1 Symbool voor het apparaat en circuitaanvoertemperatuur2 Waterdruk3 Door de buitentemperatuursensor gemeten temperatuur4 Status van het toestelAfb.191 2345MW-1001546-2Afb.20MW-3001019-314325 Beschrijving van het product7777889 - v06 - 27032023 31
5. 6. 5 Beschrijving van het zone-displayDraai in het startscherm aan de knop om naar de schermen te gaan voor de verschillende zones binnen uw installatie. 1 Kamertemperatuur (als er een thermostaat is geïnstalleerd)2 Buitentemperatuur3 Naam van de zone4 Zonesymbool5 Bedrijfsmodus nu actief6 Informatie over de circuitstatus5. 6. 6 Beschrijving van de carrouselDe carrousel dient om snel toegang te krijgen tot de menu's van de gebruikersinterface. Welke menu's weergegeven worden, is afhankelijk van de systeemconfiguratie. Geef de carrousel weer door op de hoofdmenutoets te drukken. Doorloop het menu door aan de knop te draaien. Tab.
De gevraagde kamertemperatuur tijdelijk wijzigen tot de volgende setpunttemperatuur in het klokprogrammaWarmwater boost Sanitair-warmwaterbereiding forceren (override)Systeem vakantiemodus Perioden van afwezigheid of vakantieperiodenGebruikersinstellingen De lijst van voor gebruikers beschikbare parameters openenTestmodus Een bedrijfstest van de verwarming of koeling uitvoerenInstallateur Niet voor de gebruiker toegankelijk menuInstallateursniveau: Lijst van parameters voor installateursmenuZoeker Niet voor de gebruiker toegankelijk menuInstallateursniveau: De parameterzoekopdracht gebruikenGeeft statusinstelwaarden aan Niet voor de gebruiker toegankelijk menuInstallateursniveau: Weergave van de gemeten waardenEnergieteller Het energieverbruik bewakenBluetoothDe Bluetooth®-verbinding tot stand brengenSysteeminstellingen De gebruikersinterface aanpassenVersie-informatie Versie-informatieAfb.
6 Installatie6. 1 VoorbereidingBelangrijkMonteer alle opties op de binnenmodule voordat het apparaat op zijn definitieve positie wordt geplaatst. 6. 2 InstallatievoorschriftenWaarschuwingDe componenten die worden gebruikt voor het aansluiten van de koudwatertoevoer moeten voldoen aan de normen en voorschriften van het land van de installatie. Voor Europa: overeenkomstig de Europese verordening 517/2014 moet de apparatuur door een erkende monteur worden geïnstalleerd indien deze meer dan het equivalent van 5 ton CO2 bevat of indien een koudemiddelverbinding nodig is (zoals bij gescheiden systemen, zelfs indien voorzien van een snelkoppeling). OpgeletDe installatie van de warmtepomp moet door een erkende vakman worden uitgevoerd volgens de geldende plaatselijke en nationale voorschriften. 6. 3 Verbinding tussen buitenunit en binnenunit6. 3.
1 Houd de voorgeschreven afstand aan tussen de binnenunit en de buitenunitNeem voor de goede werking van de warmtepomp de vereisten voor de aansluitafstand tussen de binnenunit en de buitenunit in acht. 1. Neem de vereiste voor het hoogteverschil A tussen de binnenunit en de buitenunit in acht. 2. Neem de vereiste voor de minimum- en maximumlengte B tussen de binnenunit en de buitenunit in acht. Breng indien nodig een of twee horizontale lussen aan in de koudemiddelverbindingen om storingen te verminderen. Als de lengte van de koudemiddelaansluitingen B onvoldoende is, kunnen storingen optreden:Functionele storingen als gevolg van teveel vloeistofGeluidshinder als gevolg van de circulatie van het koudemiddel3. Neem het maximale aantal bochten C tussen de buitenunit en de binnenunit in acht. 6. 3.
Zie ookDe koudemiddelverbindingen voorbereiden, pagina 446.4 De binnenunit plaatsen6.4.1 Locatie van de binnenunit kiezenKiese de ideale plaats van de binnenunit waardoor veiligheid en toegankelijkheid bij onderhoud is gewaarborgd. Voldoe aan de huidige EN 60335-2-40 regelgeving om te zorgen voor voldoende natuurlijke ventilatie bij gebruik van R32-koudemiddel.1. Bepaal het minimale onbezette grondoppervlak S (m2) dat nodig is voor de installatie. De totale maximale koudemiddelvulling is 1,84 kg of minder, de norm legt geen beperkingen op. De fabrikant adviseert desondanks een grondoppervlak (S) van 7 m2.2. Zorg voor een minimumafstand van 1 meter tot elke vlambron of warmtebron van boven de 80 °C (open verwarmingsketel, etc.). OpgeletRisico op ontvlambaarheid van koudemiddel R32 in geval van lekkage.3.
De accessoires moeten op de binnenunit worden gemonteerd voordat de unit aan de muur wordt gemonteerd. Zorg voor voldoende ruimte rond de binnenunit. Installeer de binnenunit niet in een kast. Deze ruimte biedt een duidelijke toegang voor onderhoudswerkzaamheden.4. Installeer de binnenunit op een stevige en stabiele structuur.De structuur moet het gewicht van de binnenunit kunnen dragen wanneer deze gevuld is met water en is uitgerust met de verschillende accessoires.5. Installeer de binnenunit zo dicht mogelijk bij de tappunten van sanitair warm water.Door de leidinglengte te beperken, wordt de tijd geminimaliseerd die het warme water nodig heeft om de tappunten te bereiken. Houd rekening met de installatie van lussystemen voor sanitair warm water, indien nodig.6.4.2 De binnenunit installeren1. Verwijder de 3 schroeven waarmee de binnenunit op de pallet is bevestigd. 2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Remeha Eria Tower Ace R32 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Remeha
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp