Peugeot Traveller (2024) Handleiding

Peugeot Auto Traveller (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Peugeot Traveller (2024) (324 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Peugeot Traveller (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/324
INSTRUCTIEBOEKJE
EXPERT
TRAVELLER

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Peugeot
Categorie: Auto
Model: Traveller (2024)

Handleiding Peugeot Traveller (2024) – volledige tekst

Toegang tot het instructieboekjeONLINEBekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://public.servicebox.peugeot.com/APddb/Scan deze QR-code voor directe toegang.Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.MOBIELE APPSInstalleer de MYPEUGEOT APP-app (inhoud is o?ine beschikbaar).Ook beschikbaar in de app Scan MyPeugeot App.

Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles PEUGEOT behoudt zich het recht voor om de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedIdenticatieHiermee kunt u de specieke kenmerken van de auto identiceren:BestelwagenDubbele cabine met mechanisch kinderslotDubbele cabine met elektrisch kinderslotCombi, Business, Active, Allure, Business VIPNeem voor alle werkzaamheden aan uw auto contact op met een gekwaliceerde werkplaats die beschikt over de juiste technische informatie, vakkennis en apparatuur.

Motorkap openen17. Zekeringen dashboard18. Head-up display19. Elektrische parkeerremAfhankelijk van de uitvoering van de auto zijn de opbergvakken wel of niet voorzien van een klep. Deze conguratie wordt als voorbeeld weergegeven.Schakelaars op en rondom het stuurwiel 1. Schakelaar verlichting / richtingaanwijzers2. Schakelaar ruitenwissers / ruitensproeiers / boordcomputer3. Bediening audiosysteem4. Bediening snelheidsregelaar / snelheidsbegrenzer / Adaptieve snelheidsregelaar5. Rolknop voor het selecteren van de weergavemodus van het instrumentenpaneel6. Bediening spraaksyntheseVolume

LaadkabelVia de laadaansluitingen (1) kan de auto op 3 manieren worden opgeladen:– Opladen via een normaal stopcontact en de bijbehorende laadkabel (6) (Mode 2).– Versneld opladen via een snellader opladen (wallbox) (Mode 3).– Snelladen via een openbare snellader (Mode 4).De tractiebatterij van 400 V (2) is een lithiumionbatterij. Deze slaat energie op die voor de elektromotor, de airconditioning en de verwarming wordt gebruikt. Het laadniveau wordt met een meter weergegeven. Bovendien bevindt zich op het instrumentenpaneel een waarschuwingslampje voor een laag laadniveau.De 12V-accu (3) levert stroom aan het normale elektrische systeem van de auto.

Deze wordt automatisch via de geïntegreerde lader door de tractiebatterij opgeladen.De geïntegreerde lader (4) verzorgt het opladen via een normaal stopcontact (Mode 2) en het versneld opladen (Mode 3) van de tractiebatterij, maar ook het opladen van de 12 V-accu.De elektromotor (5) zorgt voor de aandrijving op basis van de geselecteerde rijstand en de rijomstandigheden. Deze motor wint ook energie terug bij het remmen en vaart minderen van de auto.

7Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg en schakel zo snel mogelijk naar de tweede versnelling. Schakel bij het accelereren bij voorkeur snel over naar een hogere versnelling. Met een automatische transmissie kunt u het beste de automatische modus gebruiken. Trap het gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op.

Bij een auto met een automatische transmissie wordt de schakelindicator alleen in de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt u de snelheidsregelaar inschakelen. Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50 km/h, maar laat de ventilatieroosters geopend.

Maak gebruik van alle voorzieningen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het interieur (zoals het zonnescherm van het schuif-/kanteldak en de zonneschermen van de zijruiten). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning).

Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op. Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld lms, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte zo dicht mogelijk bij de achterbank.

Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, etsendrager en aanhanger). Gebruik bij voorkeur een dakko?er voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden. Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig (bij koude banden) en houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de sponning van het bestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:– voorafgaand aan een lange rit;– bij de wisseling van de seizoenen;– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan (indien van toepassing) niet.

Laat uw auto regelmatig onderhouden (motorolie verversen, olielter, luchtlter en interieurlter vervangen enz. ). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant. Bij uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke sto?en uit.

8Eco-rijdenPEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats om de hoeveelheid stikstofoxide tot wettelijke niveaus te verlagen.Laat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt.U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert.De actieradius optimaliseren (elektrisch voertuig)Het stroomverbruik van de auto hangt grotendeels af van de route, snelheid en rijstijl, en van het gebruik van de verwarming / airconditioning.Probeer in het gebied "ECO" op de vermogensmeter te blijven door gelijkmatig te rijden en de snelheid niet te veel te variëren.Anticipeer op de situatie op de weg zodat u op tijd en geleidelijk kunt remmen; rem zo veel mogelijk op de motor af om energie terug te winnen.

9Instrumentenpaneel1InstrumentenpaneelSnelheidsmeter Analoge snelheidsmeter (km/h of mph).display Met lcd-tekst- of matrixdisplay 1. Brandstofniveaumeter2. KoelvloeistoftemperatuurmeterMet matrixdisplay (elektrische auto) 1. Verbruiksmeter thermische comfortfuncties2. LaadniveaumeterMet lcd-display Met lcd-tekstdisplay Met matrixdisplay Met matrixdisplay (elektrische auto) Wanneer u in het buitenland rijdt, dan moet u mogelijk de maateenheden veranderen: de rijsnelheid moet in de o?ciële eenheid van het land (mijl of kilometer per uur) worden weergegeven. U kunt deze eenheid via het conguratiemenu van het scherm aanpassen terwijl de auto stilstaat.

10InstrumentenpaneelHead-up displaySysteem dat bepaalde informatie op een getint scherm projecteert, in het directe gezichtsveld van de bestuurder zodat deze zijn ogen niet van de weg hoeft af te wenden. Informatie op het display Als het head-up display is ingeschakeld, geeft het de volgende informatie weer:A. De rijsnelheid. B. De informatie van de snelheidsregelaar/-begrenzer. C. Indien de auto met deze systemen is uitgerust: informatie van de Distance Alert, waarschuwingen van het automatische noodremsysteem en aanwijzingen van het navigatiesysteem. D. Indien de auto met dit systeem is uitgerust: informatie van de snelheidsbegrenzer. 1. Instellingen snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzerWeergave van verkeersborden met een snelheidslimiet2. Schakelindicator (diesel)Ingeschakelde versnelling automatische transmissie (diesel) of positie aandrijfhendel (elektrisch)3.

Afhankelijk van de uitvoering: door een menu of lijst bladeren, of een waarde wijzigen. C. Dagteller resetten. Afhankelijk van de uitvoering: openen van het conguratiemenu (lang indrukken), bevestigen van een keuze (kort indrukken). D. Herinnering onderhoudsinformatie of de actieradius met het SCR-systeem en de AdBlue®. De geselecteerde functie resetten (onderhoudsindicator of dagteller). Afhankelijk van de uitvoering: openen van het conguratiemenu (lang indrukken), bevestigen van een keuze (kort indrukken). Op het touchscreen kunt u ook de dimfunctie voor de verlichting aanpassen. Toerenteller Toerenteller (x 1000 t/min). Vermogensmeter (elektrisch) Vermogensmeter CHARGE, ECO, POWER of NEUTRAAL. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over de meters.

11Instrumentenpaneel1Head-up displaySysteem dat bepaalde informatie op een getint scherm projecteert, in het directe gezichtsveld van de bestuurder zodat deze zijn ogen niet van de weg hoeft af te wenden.Informatie op het display Als het head-up display is ingeschakeld, geeft het de volgende informatie weer:A. De rijsnelheid.B. De informatie van de snelheidsregelaar/-begrenzer.C. Indien de auto met deze systemen is uitgerust: informatie van de Distance Alert, waarschuwingen van het automatische noodremsysteem en aanwijzingen van het navigatiesysteem.D. Indien de auto met dit systeem is uitgerust: informatie van de snelheidsbegrenzer.Zie de hoofdstukken over de audio- en telematicasystemen voor meer informatie over navigatie.Keuzeschakelaars 1. Aan.2. Uit (lang indrukken).3. Lichtsterkte aanpassen.4.

► Houd de toets 2 ingedrukt om het systeem uit te schakelen en het projectiescherm in te klappen.De systeemstatus wordt opgeslagen bij het afzetten van het contact en wordt hersteld als de motor opnieuw wordt gestart.In hoogte verstellen► Stel het display bij draaiende motor op de gewenste hoogte af met de knoppen 4:• omhoog om het display hoger af te stellen,• omlaag om het display lager af te stellen.Lichtsterkte aanpassen► Stel bij een draaiende motor de lichtsterkte van het informatiedisplay in met de toetsen 3:• op de "zon" om de lichtsterkte te verhogen,• op de "maan" om de lichtsterkte te verlagen.Leg nooit voorwerpen rondom het projectiescherm (of in de uitsparing), om te voorkomen dat het bewegen en de goede werking van het scherm gehinderd worden.

12InstrumentenpaneelBij bepaalde weersomstandigheden (regen en/of sneeuw, zeer zonnig weer, enz. ) kan de informatie op het head-up display tijdelijk minder goed leesbaar zijn. Sommige zonnebrillen kunnen het lezen van de informatie hinderen. Gebruik een schone en zachte doek (bijvoorbeeld een brillendoekje of microvezeldoekje) om het projectiescherm te reinigen. Gebruik nooit een droge doek, een schuurspons, of een schoonmaak- of oplosmiddel, om te voorkomen dat er krassen ontstaan op het scherm of dat de anti-reecterende laag beschadigd raakt. Dit systeem werkt bij draaiende motor en de instellingen worden opgeslagen bij het afzetten van het contact.

Waarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden. Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display. Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie. Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait.

Raadpleeg de desbetre?ende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie. Continu brandend waarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht.

Wanneer een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwaliceerde professional moet opnemen. (1): Zet de auto stil. Zet het voertuig zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. (3): Ga naar een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesSTOPPermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, een melding en een geluidssignaal. Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit.

Te hoge koelvloeistoftemperatuurPermanent (waarschuwingslampje of led), met de naald in het rode gebied (afhankelijk van de uitvoering). De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Voer (1) uit en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u bijvult (diesel) (waar nodig). Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. MotoroliedrukPermanent. Een probleem met de motorsmering. Voer (1) en dan (2) uit. Storing in het systeem (Elektrisch)Brandt permanent. Er is een storing in de elektromotor of tractiebatterij gedetecteerd. Voer (1) en dan (2) uit.

13Instrumentenpaneel1Kabel aangesloten (Elektrisch)Brandt permanent bij het aanzetten van het contact. De laadkabel is aangesloten op de aansluiting van de auto. Brandt permanent bij het aanzetten van het contact, in combinatie met een melding. De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Oververhitting van de tractiebatterij (Elektrisch)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje STOP, een melding en een geluidssignaal. De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog. Voer (1) uit. Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga op veilige afstand staan. Voer (2) uit. Storing in de tractiebatterij (Elektrisch)Brandt permanent, in combinatie met het waarschuwingslampje Service en een melding. Er zit een storing in de tractiebatterij. Voer (2) uit. Laadstroom accuBrandt permanent.

Een storing in het laadstroomcircuit van de accu (vervuilde accuklemmen, aandrijfriem dynamo niet goed gespannen of gebroken enz. ). Reinig de nokjes en bevestig deze weer als het waarschuwingslampje niet uitgaat wanneer de motor is gestart, (2) uitvoeren. Veiligheidsgordels losgemaakt of niet vastgemaaktPermanent of knipperend, samen van een toenemend geluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of is weer losgemaakt (afhankelijk van de uitvoering). Portier geopendBrandt permanent, samen met een melding dat aangeeft welk portier of de achterklep is geopend. Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h. Een portier, de achterklep of de achterruit is nog open (afhankelijk van de uitvoering). Sluit wat er niet gesloten is.

Als uw auto is uitgerust met een deur aan de rechterzijde, dan geeft dit waarschuwingslampje niets aan als deze deur nog open is. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet.

Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond. Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in. Bij een auto met een automatische transmissie of een selectiehendel (elektrisch): selecteer stand P. Zet het contact af en voer (2) uit. Handbediende parkeerremBrandt permanent. De parkeerrem is ingeschakeld of niet goed vrijgezet. RemmenBrandt permanent. Het remvloeistofpeil in het remcircuit is aanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Brandt permanent. Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD). Voer (1) en dan (2) uit. Oranje waarschuwingslampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met een melding.

Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen speciek waarschuwingslampje gaat branden. Identiceer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel. Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening. Voer (3) uit voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem.

14InstrumentenpaneelBrandt permanent, in combinatie met een melding. Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen speciek waarschuwingslampje gaat branden. Identiceer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De functie automatisch uitschakelen van de elektrische parkeerrem is niet beschikbaar. Voer (2) uit. Waarschuwingslampje Service brandt permanent en onderhoudssleutel knippert, en brandt vervolgens permanent. Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snel mogelijk uitvoeren. Alleen bij BlueHDi-dieselmotoren. Antiblokkeersysteem (ABS)Permanent. Er is een storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden. Rijd voorzichtig en met lage snelheid en voer dan (3) uit.

AdBlue® (Euro 6. 3 / 6. 4)Brandt ongeveer 30 seconden nadat de motor is gestart, in combinatie met een melding over het aantal kilometers dat u nog kunt rijden. De actieradius ligt tussen de 2400 en 800 km. Vul AdBlue® bij. Brandt permanent nadat het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de actieradius. De actieradius ligt tussen de 800 en 100 km. Vul AdBlue®meteen uit of voer (3) uit. Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de actieradius. De actieradius is minder dan 100 km. U moetAdBlue® bijvullen om te voorkomen dat het starten wordt geblokkeerd of (3) uitvoeren. Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding dat het starten van de motor wordt geblokkeerd. De AdBlue®-tank is leeg: de wettelijk verplichte startblokkering voorkomt dat de motor kan worden gestart.

SCR-emissieregelsysteem (BlueHDi)Brandt permanent wanneer het contact wordt aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem gedetecteerd. Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet. Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact wordt aangezet, in combinatie met het permanent branden van het waarschuwingslampje Service en het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius. Afhankelijk van de weergegeven melding kan er nog maximaal 1. 100 km worden gereden voordat de startblokkering wordt geactiveerd. Voer (3) direct uit, om te voorkomen dat de motor niet kan worden gestart.

Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje Service en het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding die aangeeft dat de motor niet kan worden gestart. De startonderbreker voorkomt dat de motor weer start (de toegestane rijlimiet is overschreden na bevestiging van een storing van het emissieregelsysteem). Start de motor en zie (2). Zelfdiagnosesysteem motor (Diesel)Knippert. Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling.

15Instrumentenpaneel1Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait. Voer direct (3) uit. Brandt permanent. Er is sprake van een kleine motorstoring. Zie (3). Brandt permanent. Er is sprake van een ernstige motorstoring. Voer (1) en dan (2) uit. Automatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)Brandt permanent. De functies "automatisch inschakelen" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch uitschakelen" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld. Als automatisch inschakelen / uitschakelen niet meer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem in te schakelen. ► Laat het rempedaal volledig los. ► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor uitschakelen. ► Laat de hendel los. ► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor inschakelen. ► Laat de hendel en het rempedaal los.

Storing (met elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect. De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel. Voer (2) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische functies werken mogelijk niet meer. Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:► Schakel de elektrische parkeerrem in en houd deze 7 tot 15 seconden ingeschakeld, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden.

Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in.

► Bij auto's met een automatische transmissie of selectiehendel (elektrisch): selecteer P en plaats het meegeleverde wielblok tegen een van de wielen. Zie (2). RemmenBrandt permanent. Er is een kleine storing in het remsysteem gedetecteerd. Rijd voorzichtig. Voer (3) uit. Waarschuwing bij kans op aanrijding / Active Safety BrakeKnippert. Het systeem activeert en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Zie het deel Rijden voor meer informatie. Brandt permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Zie (3). Waarschuwing bij kans op aanrijding/Active Safety BrakeBrandt permanent, in combinatie met een melding. Het systeem is uitgeschakeld via het conguratiemenu van de auto. Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Knippert.

De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Voer (3) uit.

16InstrumentenpaneelStoring noodremassistentie (bij elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De noodremassistentie werkt niet optimaal. Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is, schakel de functie handmatig uit of zie (3). Hill Start AssistBrandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in antiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. De functie DSC / ASR wordt automatisch weer ingeschakeld als de motor opnieuw wordt gestart en vanaf een snelheid van ongeveer 50 km/h. Bij een snelheid lager dan 50 km/h kan de functie handmatig weer worden ingeschakeld. Bandenspanning te laagBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag.

Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning. Het waarschuwingslampje voor te lage bandenspanning knippert en brandt vervolgens permanent, en waarschuwingslampje Service brandt permanent. Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk en zie (3). Voorverwarmen motor (Diesel)Brandt tijdelijk(tot ongeveer 30 seconden bij lage temperaturen). Wanneer het contact wordt aangezet, als de weersomstandigheden en de motortemperatuur dit noodzakelijk maken. Wacht met starten totdat het waarschuwingslampje uit gaat. Wanneer het waarschuwingslampje uit gaat, wordt de motor onmiddellijk gestart wanneer u:– bij een auto met een handgeschakelde versnellingsbak het koppelingspedaal ingetrapt houdt.

– bij een auto met een automatische transmissie het rempedaal ingetrapt houdt. Als de motor niet start, druk dan nogmaals op de knop START/STOP terwijl u het pedaal ingetrapt houdt.

Airbag vóór aan passagierszijde (ON)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is geactiveerd. De schakelaar staat in de stand "ON". Plaats in dit geval GEEN kinderzitje "met de rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel. Airbag vóór aan passagierszijde (OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld. De schakelaar is in de stand "OFF" gezet. Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). AirbagsBrandt permanent. Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Voer (3) uit. Laag brandstofniveau (Diesel)Brandt permanent (lampje of led), met de naald in het rode gebied (afhankelijk van de uitvoering), in combinatie met een geluidssignaal en een melding.

Als het lampje gaat branden, zit er nog minder dan 8 liter brandstof in de tank. Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het contact wordt aangezet, en met een toenemende frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen.

17Instrumentenpaneel1Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken. Tractiebatterij bijna leeg (elektrisch)0 %100Led brandt permanent, met de naald in het rode gebied, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. De tractiebatterij is bijna leeg. Controleer de resterende actieradiusLaad de tractiebatterij zo snel mogelijk op. Schildpad-modus met beperkte actieradius (Elektrisch)Brandt permanent. De laadtoestand van de tractiebatterij is kritiek. Het motorvermogen neemt geleidelijk af. De tractiebatterij moet direct worden opgeladen. Als het waarschuwingslampje blijft branden, voer dan (2) uit. Geluidssignaal voor voetgangers (Elektrisch)Opgelost. Storing in geluidssignaal gedetecteerd. Voer (3) uit. Water in dieselbrandsto?lter (Diesel)Brandt permanent (met lcd-instrumentenpaneel).

Het dieselbrandsto?lter bevat water. Voer direct (2) uit. Kans op schade aan het brandstonspuitsysteem. Roetlter (diesel)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de kans op verstopping van het roetlter. Het roetlter is bijna verzadigd. Regenereer het roetlter zodra de verkeersomstandigheden dit toelaten door met een snelheid van minimaal 60 km/h, een motortoerental van minimaal 2. 500 omw/min te rijden totdat het waarschuwingslampje uit gaat. Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over een te laag additiefniveau voor het roetlter. Het additiefreservoir is bijna leeg. Vul meteen bij: voer (3) uit. StuurbekrachtigingBrandt permanent. Er is een storing in de stuurbekrachtiging. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). MistachterlichtPermanent. Het lampje brandt. Voet op het rempedaalBrandt permanent.

Bij een auto met een automatische transmissie of de keuzeschakelaar voor de transmissie (elektrische auto) moet het rempedaal mogelijk worden ingedrukt om de transmissie vanuit stand N in een andere stand te zetten. Voet op het koppelingspedaalBrandt permanent. Stop & Start: de stand START kan niet worden geactiveerd, omdat het koppelingspedaal niet volledig wordt ingedrukt. Trap het koppelingspedaal volledig in. Groene verklikkerlampjesAutomatische ruitenwissersBrandt permanent. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd. GrootlichtassistentBrandt permanent. De functie is via het conguratiemenu van de auto ingeschakeld. De lichtschakelaar staat in de stand "AUTO". Zie het deel Verlichting en zicht voor meer informatie. Stop & StartBrandt permanent. Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk.

18InstrumentenpaneelAuto klaar om te rijden (Elektrisch)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal als het gaat branden. De auto is klaar om te rijden en de verwarmings- en airconditioningsfuncties zijn beschikbaar. Het controlelampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt. DodehoekbewakingPermanent. De functie is geactiveerd. Lane Departure WarningKnippert in combinatie met een geluidssignaal. Er wordt een overschrijding van een rijstrookmarkering links of rechts gedetecteerd. Stuur de andere kant op om de auto weer op de juiste baan te brengen. Zie het deel Rijden voor meer informatie. Brandt permanent, in combinatie met een melding op het scherm. Er is een storing in het systeem. Let goed op en rijd voorzichtig. Zie daarna (3).

RichtingaanwijzersKnippert, met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijn ingeschakeld. ParkeerlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. DimlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. Mistlampen vóórBrandt permanent. De mistlampen vóór zijn ingeschakeld. Blauwe verklikkerlampjesGrootlichtBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. Zwarte/witte waarschuwingslampjesVoet op het rempedaalBrandt permanent. Rempedaal niet of onvoldoende stevig ingetrapt. De keuzeschakelaar uit stand P halen bij uitvoeringen met automatische transmissie bij draaiende motor en vóór het uitschakelen van de parkeerrem. MetersOnderhoudsindicatorDe onderhoudsindicator wordt weergegeven op het instrumentenpaneel.

OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten van het contact. Er kan nog 1. 000 tot 3. 000 km worden gereden totdat de eerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Permanent, bij het aanzetten van het contact. De volgende onderhoudsbeurt moet binnen 1. 000 km worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandt vervolgens permanent, bij het inschakelen van het contact. (Bij uitvoeringen met de BlueHDi-dieselmotor, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. )Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudsindicator resettenNa elke onderhoudsbeurt moet de onderhoudsindicator weer op nul gezet worden. ► Zet het contact af.

19Instrumentenpaneel1 ► Houd deze toets ingedrukt. ► Zet het contact aan; de kilometerteller begint terug te tellen. ► Laat de toets los als het display =0 aangeeft; de sleutel verdwijnt. Als u de accu na deze handeling wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Anders wordt het op nul zetten van de onderhoudsindicator niet opgeslagen. Opvragen van onderhoudsinformatieU kunt op elk moment de onderhoudsinformatie weergeven. ► Druk op deze toets. De onderhoudsinformatie wordt enkele seconden weergegeven en verdwijnt vervolgens. De weergegeven afstand (in kilometers of mijlen) wordt berekend op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt. De waarschuwing kan ook worden weergegeven als het einde van het onderhoudsinterval in tijd nadert.

Motorolieniveaumeter(Afhankelijk van de uitvoering)Bij uitvoeringen met een elektrische motorolieniveaumeter worden bij het aanzetten van het contact zowel het motorolieniveau als de onderhoudsindicator enkele seconden op het instrumentenpaneel weergegeven. Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid. Olieniveau correct Dit wordt aangegeven met een melding op het instrumentenpaneel. Laag olieniveau Dit wordt aangegeven met een melding op het instrumentenpaneel. Controleer het olieniveau met de peilstok. Als blijkt dat het olieniveau inderdaad te laag is, moet olie worden bijgevuld om te voorkomen dat ernstige motorschade ontstaat. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus.

Storing in de olieniveaumeter Dit wordt aangegeven met een melding op het instrumentenpaneel. Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. Bij een storing in de elektrische motorolieniveaumeter wordt het motorolieniveau niet meer gecontroleerd.

20Instrumentenpaneelreservevoorraad die goed is voor een actieradius van 2. 400 km. Samen met de waarschuwingslampjes herinneren meldingen u er regelmatig aan dat u het reservoir moet bijvullen om te voorkomen dat de motor niet meer kan worden gestart. Zie het hoofdstuk Waarschuwings- en controlelampjes voor informatie over de weergegeven meldingen. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over AdBlue® (BlueHDi) en met name over het bijvullen ervan. Bij BlueHDi-motoren (Euro 6. 3 / 6. 4)Waarschuwings- / controlelampjes aanActie Resterende actieradius Vul bij. Tussen 2. 400 km en 800 km Vul zo snel mogelijk bij. Tussen 800 km en 100 km Bijvullen is noodzakelijk; de kans bestaat dat de motor niet meer kan worden gestart. Tussen 100 en 0 kmKoelvloeistof-temperatuurmeter (diesel) Bij draaiende motor:– In zone A is de temperatuur in orde. – In zone B is de temperatuur te hoog.

Het bijbehorende waarschuwingslampje en het waarschuwingslampje STOP branden rood op het instrumentenpaneel, er wordt een melding weergegeven en er klinkt een geluidssignaal. Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil. Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet. Zet het contact uit, open voorzichtig de motorkap en controleer het koelvloeistofniveau. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus. ControleDe temperatuur en de druk in het koelcircuit beginnen na enkele minuten rijden te stijgen. Om koelvloeistof bij te vullen:► laat de motor ten minste één uur afkoelen,► draai de dop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen,► verwijder vervolgens de dop,► vul bij tot aan het merkteken "MAX". Raadpleeg de desbetre?ende rubriek voor meer informatie over het controleren van de niveaus.

AdBlue®-actieradiusindicatoren (BlueHDi)De BlueHDi-dieselmotoren zijn uitgerust met een systeem waarbij het roetlter (FAP) wordt gecombineerd met het SCR-emissieregelsysteem (Selective Catalytic Reduction) voor de nabehandeling van de uitlaatgassen. Deze kunnen niet functioneren zonder AdBlue®-vloeistof. Zodra de reservevoorraad van het AdBlue®-reservoir is aangesproken (tussen 2400 en 0 km), gaat bij het aanzetten van het contact een verklikkerlampje branden en wordt een melding weergegeven die aangeeft hoeveel kilometer u nog ongeveer kunt rijden voordat het opnieuw starten van de motor automatisch wordt geblokkeerd. Het wettelijk verplichte startblokkeringssysteem wordt automatisch geactiveerd zodra het AdBlue®-reservoir leeg is. De motor kan weer worden gestart nadat AdBlue® is bijgevuld tot het minimale niveau. Handmatige weergave van de actieradiusEen actieradius van meer dan 2.

400 km wordt niet automatisch weergegeven. ► Druk op deze toets om de actieradius tijdelijk weer te geven. Met touchscreenU kunt informatie over de actieradius weergegeven in het menu "Rijverlichting/Auto". Benodigde maatregelen vanwege te weinig AdBlue®De volgende waarschuwingslampjes gaan branden wanneer de hoeveelheid AdBlue® minder is dan de.

21Instrumentenpaneel1reservevoorraad die goed is voor een actieradius van 2. 400 km. Samen met de waarschuwingslampjes herinneren meldingen u er regelmatig aan dat u het reservoir moet bijvullen om te voorkomen dat de motor niet meer kan worden gestart. Zie het hoofdstuk Waarschuwings- en controlelampjes voor informatie over de weergegeven meldingen. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over AdBlue® (BlueHDi) en met name over het bijvullen ervan. Bij BlueHDi-motoren (Euro 6. 3 / 6. 4)Waarschuwings- / controlelampjes aanActie Resterende actieradius Vul bij. Tussen 2. 400 km en 800 km Vul zo snel mogelijk bij. Tussen 800 km en 100 km Bijvullen is noodzakelijk; de kans bestaat dat de motor niet meer kan worden gestart.

Tussen 100 en 0 kmWaarschuwings- / controlelampjes aanActie Resterende actieradius De motor kan pas weer starten als er minimaal 10 liter AdBlue® aan de tank is toegevoegd. 0 kmBijvullen detecterenDe bijvuldetectie is mogelijk niet meteen zichtbaar na het toevoegen. Soms moet de auto enkele minuten rijden voordat de getankte hoeveelheid wordt gedetecteerd. Storing in het SCR-emissieregelsysteemStoringsdetectie Als er een storing wordt gedetecteerd, gaan deze waarschuwingslampjes branden in combinatie met een geluidssignaal en de melding "Storing emissieregeling" of "NO START IN". De waarschuwing wordt tijdens het rijden gegeven zodra de storing voor de eerste keer wordt gedetecteerd en vervolgens steeds bij het aanzetten van het contact zolang de storing niet is verholpen.

Bij een tijdelijke storing verdwijnt de waarschuwing tijdens de volgende rit na de zelfdiagnose van het SCR-emissieregelsysteem. Storing bevestigd tijdens de toegestane rijfase (tussen 1. 100 en 0 km)Als de storingsmelding na 50 km rijden nog steeds wordt weergegeven, wordt de storing in het SCR-systeem bevestigd.

Het AdBlue-waarschuwingslampje knippert en er wordt een melding weergegeven ("Storing emissieregeling: starten niet meer mogelijk over X km") of ("NO START IN X km"), met de actieradius in kilometers. Tijdens het rijden wordt de melding elke 30 seconden weergegeven. De waarschuwing wordt opnieuw weergegeven zodra het contact wordt aangezet. U kunt nog 1. 100 km rijden voordat het systeem het starten van de motor blokkeert. Laat het systeem door een PEUGEOT-dealer of door een gekwaliceerde werkplaats controleren. Starten geblokkeerdTelkens wanneer het contact wordt aangezet, wordt de melding "Storing emissieregeling: starten geblokkeerd" of "NO START IN" weergeven. Om de motor weer te kunnen startenNeem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Peugeot Traveller (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden