Peugeot Boxer (2024) Handleiding

Peugeot Auto Boxer (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Peugeot Boxer (2024) (212 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Peugeot Boxer (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/212
INSTRUCTIEBOEKJE
BOXER

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Peugeot
Categorie: Auto
Model: Boxer (2024)

Handleiding Peugeot Boxer (2024) – volledige tekst

Toegang tot het instructieboekjeONLINEBekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://public.servicebox.peugeot.com/APddb/Scan deze QR-code voor directe toegang.Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.MOBIELE APPSInstalleer de Scan MyPeugeot App-app (de inhoud is o?ine beschikbaar).Ook beschikbaar in de app MYPEUGEOT APP.

Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw voertuig kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specieke kenmerken voor het land waar uw voertuig verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles PEUGEOT behoudt zich het recht voor om de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedLegendaDeze symbolen wijzen op de specieke kenmerken van uw type voertuig:Bestelwagen Cabine met diepladerCombi, minibus Dubbele cabineVolledige bus met dubbele cabineKiepwagenCabine met chassisNeem voor werkzaamheden aan uw auto contact op met een lid van het dealernetwerk van de fabrikant, hierna te noemen “een dealer”, of een gekwaliceerde werkplaats.

2Inhoudsopgave ■Overzicht ■Eco-rijden 1InstrumentenpaneelInstrumentenpaneel 8Waarschuwings- en verklikkerlampjes 9Meters 13Conguratie van het voertuig (MODE) 15Audio- en multimediasysteem op het touchscreen 21Datum en tijd instellen 22Boordcomputer 22Boordcomputer 22 2Toegang tot de autoLegenda 24Afstandsbediening 24Voorportieren 27Schuifdeur 27Achterdeuren 28Alarm 29Elektrische ruitbediening 30 3Ergonomie en comfortVoorstoelen 31Voorbank 32Achterbank 33Achterbank 33Het stuurwiel verstellen 34Spiegels 35Verwarming en ventilatie 36Verwarming / handbediende airconditioning 36Automatische airconditioning 37Verwarming (elektrisch) 38Extra verwarmingssystemen 40Verwarming/airconditioning achter 40Extra programmeerbare verwarming 41Ontwasemen - ontdooien voorruit en zijruiten 43Achterruitverwarming 44Indeling van de cabine 44Voorzieningen achter 48Voorzieningen aan de buitenzijde 50 4Verlichting en zichtLichtschakelaar 52Richtingaanwijzers 52LED-dagrijverlichting 52Grootlichtassistent 53Hoogteverstelling van de koplampen 54Ruitenwisserschakelaar 55Ruitenwisserbladen vervangen 56 5VeiligheidAlgemene aanbevelingen met betrekking tot de veiligheid 57Alarmknipperlichten 57Claxon 58Geluidssignaal voor voetgangers (elektrisch) 58Elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP) 58Veiligheidsgordels 61Airbags 63Kinderzitjes 65De airbag vóór aan passagierszijde uitschakelen 67Zitplaatsen met ISOFIX-bevestigingen 68Kinderslot 70 6RijdenRijadviezen 71Starten - afzetten van de motor 74Stand-bysysteem accu 75Parkeerrem 76Versnellingsbak 76Selectiehendel (elektrisch) 77Schakelindicator 78Stop & Start 78Hill Start Assist 80Bandenspanningscontrolesysteem 80Pneumatische ophanging 82Rij- en parkeerhulpsystemen - Algemene adviezen 83Verkeersbordherkenning 84Snelheidsbegrenzer 86Snelheidsregelaar - Specieke adviezen 87Snelheidsregelaar 88Lane Departure Warning System 89Dodehoekbewaking met detectie aanhanger 92Active Safety Brake met Collision Risk Alert en Intelligente noodremassistentie 93Parkeerhulp achter 96Achteruitrijcamera 97 7Praktische informatieBrandstof 99Compatibiliteit van brandsto?en 100Laadsysteem (elektrisch) 100De tractiebatterij laden (elektrisch) 104Sneeuwkettingen 106Trekken van een aanhanger 107Trekhaak met afneembare kogel 107Op het dak gemonteerd draagsysteem 110Onder de motorkap 110Dieselmotoren 111.

5OverzichtElektromotor 1. Laadaansluiting2. Tractiebatterij3. 12V-accu4. Geïntegreerde lader5. Elektromotor6. LaadkabelVia de laadaansluiting (1) kan het voertuig op 2 manieren worden opgeladen:– Versneld opladen via een snellader opladen (wallbox) (Mode 3) en bijbehorende laadkabel (6).– Snelladen via een openbare snellader (Mode 4).De tractiebatterij van 400 V (2) is een lithiumionbatterij. Deze slaat energie op die voor de elektromotor, de airconditioning en de verwarming wordt gebruikt. Het laadniveau wordt op het display in de achteruitkijkspiegel weergegeven.De 12V-accu (3) levert stroom aan het normale elektrische systeem van de auto.

Deze wordt automatisch via de geïntegreerde lader door de tractiebatterij opgeladen.De geïntegreerde lader (4) verzorgt het versneld opladen (Mode 3) van de tractiebatterij, maar ook het opladen van de 12V-accu.De elektromotor (5) zorgt voor de aandrijving op basis van de geselecteerde rijstand en de rijomstandigheden. Deze motor wint ook energie terug bij het remmen en vaart minderen van de auto.

6Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg en schakel zo snel mogelijk naar de tweede versnelling. Schakel bij het accelereren bij voorkeur snel over naar een hogere versnelling. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in.

Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Als uw auto is voorzien van een snelheidsregelaar met knop CRUISE op het stuurwiel, gebruik deze dan vanaf een snelheid van 30 km/h als het verkeer goed doorstroomt. Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50 km/h, maar laat de ventilatieroosters geopend. Maak gebruik van alle voorzieningen die de temperatuur in het interieur kunnen verlagen. Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning).

Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt.

Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op. Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld lms, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto. Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, etsendrager en aanhanger). Gebruik bij voorkeur een dakko?er voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden.

Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig (bij koude banden) en houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de sponning van het bestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:– voorafgaand aan een lange rit;– bij de wisseling van de seizoenen;– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt. Vergeet daarbij het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan (indien van toepassing) niet. Laat uw auto regelmatig onderhouden (motorolie verversen, olielter, luchtlter en interieurlter vervangen enz. ). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant. Bij uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke sto?en uit.

7Eco-rijdenLaat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt.U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert.De actieradius optimaliseren (elektrisch voertuig)Het elektriciteitsverbruik van de voertuig hangt grotendeels af van de route, de rijsnelheid en uw rijstijl.Rijd soepel en houd een constante snelheid aan.Anticipeer zodat u uw snelheid op tijd kunt verlagen en rustig kunt remmen, waar mogelijk door op de motor te remmen. Gebruik de airconditioning in plaats van de verwarming om het interieur te ontwasemen.Stel een temperatuur tussen 16 °C en 22 °C in om het interieur te verwarmen.U kunt het werkelijke stroomverbruik op het display in de achteruitkijkspiegel in de gaten houden.

Toerenteller (rpm x 1.000) (Diesel)Elektrische voertuigenDe brandstofniveaumeter, de koelvloeistoftemperatuurmeter en toerenteller zijn niet actief.Displayscherm niveau 1 In het onderste deel:– Tijd.– Buitentemperatuur.– Afgelegd aantal mijl / kilometer– Boordcomputer (actieradius, verbruik etc.) (Diesel).– Hoogteafstelling van de koplampen.– Geprogrammeerde waarschuwing bij te hoog toerental– Snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar (diesel).– Schakelindicator (diesel).– Stop & Start (diesel).In het bovenste deel:– Datum.– Onderhoudsindicator.– Waarschuwingsmeldingen.– Meldingen over de status van functies.– Conguratie van het voertuig.Displayscherm niveau 2 Links:– Tijd.– Buitentemperatuur– Waarschuwings- of statuslampjes.– Snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar (diesel).Rechts:– Datum.– Onderhoudsindicator.– Boordcomputer (actieradius, verbruik etc.) (Diesel).– Waarschuwingsmeldingen.– Meldingen over de status van functies.– Conguratie van het voertuig.– Hoogteafstelling van de koplampen.– Afgelegd aantal mijl / kilometerLichtsterkte van de dashboardverlichtingDe lichtsterkte van de dashboardverlichting kan worden aangepast met de toets MODE, met de parkeerlichten aan.Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over de conguratie van het voertuig (MODE).Display in de achteruitkijkspiegel (elektrisch)De binnenspiegel bevat een speciaal display met informatie over het elektrische systeem.

9Instrumentenpaneel1 1. Laadniveau tractiebatterij (%)2. Resterende actieradius (in mijl of km) of resterende tijd voordat het laden is voltooid3. Tractiebatterij spanning (V)4. Ingaande / uitgaande stroomsterkte tractiebatterij (A)5. Selectiehendel (elektrisch) (D, N of R)6. Voertuigstatus7. Informatiemeldingen en waarschuwingenDe stroom (4) die de tractiebatterij levert, is evenredig aan het vermogen dat door de elektromotor wordt gebruikt. Als het weergegeven stroomniveau negatief is, wordt de tractiebatterij opgeladen (door het laadsysteem of door energieterugwinning tijdens het rijden). U kunt het display tijdelijk uitschakelen door op de toets op de basis van de achteruitkijkspiegel te drukken. Het display wordt automatisch ingeschakeld zodra u het contact opnieuw aanzet.

Waarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden. Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display. Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie. Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait.

Raadpleeg de desbetre?ende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie. Continu brandend waarschuwingslampjeAls een rood of oranje waarschuwingslampje blijft branden, duidt dit op een storing die verder moet worden onderzocht.

Wanneer een waarschuwingslampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in het overzicht van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwaliceerde professional moet opnemen. (1): Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. (3): Ga naar een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesKoelvloeistoftemperatuurBij H in de rode zone of permanent met de naald in de rode zone. De koelvloeistoftemperatuur is te hoog en/of is te snel gestegen. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt.

10InstrumentenpaneelNa een tweede waarschuwing wordt het motorvermogen beperkt. Tijdelijk of permanent branden, bij draaiende motor. Te laag oliepeil of grote storing. Zie (1) en controleer het peil handmatig. Vul waar nodig bij. Zie (2) als het peil in orde is. Laadstroom accuPermanent. Een storing in het laadcircuit of de accu. Controleer de accupolen. Permanent of knipperend, ondanks de controles. Storing in het ontstekings- of injectiesysteem. Zie (2). Portier, achterklep of motorkap geopendPermanent. Een van de te openen carrosseriedelen is niet goed gesloten. Controleer of de portieren, de achterdeuren, de schuifdeuren en de motorkap goed zijn gesloten. StuurbekrachtigingBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display. Er is een storing in de stuurbekrachtiging. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). AirbagsPermanent of knipperend.

Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Zie (3). Veiligheidsgordel niet vastgemaaktBrandt permanent en knippert vervolgens. De bestuurder zijn veiligheidsgordel niet heeft vastgemaakt. Trek aan de gordel en steek de gesp in de gordelsluiting. In combinatie met een geluidssignaal, blijft vervolgens branden. Tijdens het rijden dat de veiligheidsgordel van de bestuurder niet is vastgemaakt. Controleer of de gordel goed is vastgemaakt door even aan de riem te trekken. Pneumatische ophangingPermanent. Er is een storing in het systeem. Zie (3). ParkeerremPermanent. De parkeerrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet. Zet de parkeerrem vrij zodat het lampje uitgaat; trap het rempedaal in. RemmenPermanent. Het remvloeistofniveau is te laag. Voer (1) uit en vul het reservoir bij met door de fabrikant aanbevolen remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt.

Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen speciek waarschuwingslampje gaat branden. Zie (2). Brandt permanent, in combinatie met de weergave van een melding. Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen speciek waarschuwingslampje gaat branden. Identiceer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en zie (3). Antiblokkeersysteem (ABS)Brandt permanent. EStoring in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden. Rijd voorzichtig en met lage snelheid en voer (3) uit. Collision Risk Alert/Active Safety BrakeBrandt permanent, in combinatie met de weergave van een melding. Het systeem is uitgeschakeld via het conguratiemenu van de auto. Knippert. Het systeem activeert en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Raadpleeg de rubriek Rijden voor meer informatie.

11Instrumentenpaneel1Permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Zie (3). Collision Risk Alert / Active Safety BrakeBrandt permanent. Er is een storing in het systeem. Als deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3). RemblokkenPermanent. De remblokken voor zijn versleten. Zie (3) om de remblokken te vervangen. ESP/ASRKnippert. Het systeem is in werking. Het systeem verbetert de tractie en zorgt ervoor dat het voertuig beter bestuurbaar blijft. Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het display. Storing in het DSC-/ASR-systeem of de Hill Start Assist. Zie (2). Permanent. Er is een storing in de Intelligent Traction Control. Zie (2). Airbag vóór aan passagierszijde (OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld.

Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). Roetlter (diesel)Permanent. Het roetlter wordt automatisch geregenereerd. Laat de motor draaien totdat het waarschuwingslampje uit gaat, zodat de regeneratie kan worden voltooid. Zelfdiagnose motorPermanent. Er is een storing in de motor of het EOBD-emissieregelsysteem waargenomen. EOBD (European On Board Diagnosis) is een Europees diagnosesysteem dat de emissieregeling bewaakt en ervoor zorgt dat het voertuig voldoet aan de normen voor de uitstoot van:– CO (koolmonoxide),– HC (koolwatersto?en),– NOx (stikstofoxide); gedetecteerd door de lambdasondes achter de katalysatoren en– jnstof. Voer snel (3) uit. BandenspanningscontrolesysteemPermanent. Een band met een te lage bandenspanning of een lekke band. Zie (1).

Verwissel het wiel of repareer de band. Permanent. Een van de sensoren is defect. Zie (3). Lane Departure Warning SystemKnippert in combinatie met een geluidssignaal.

Het systeem heeft waargenomen dat het voertuig onbedoeld links of rechts over de streep is gedaan. Stuur de andere kant op om het voertuig weer op de juiste baan te brengen. Brandt permanent in combinatie met een geluidssignaal. Het Lane Departure Warning System is defect. Reinig de voorruit. Zie (3) als het probleem niet verdwijnt. Elektronische startblokkeringPermanent. De ingestoken contactsleutel wordt niet herkend. De motor kan niet starten. Gebruik een andere sleutel en zie (3) om de defecte sleutel na te laten kijken. Brandt ongeveer 10 seconden als het contact wordt aangezet. Het alarm is geactiveerd. Zie (3) om de sloten te laten controleren. Water in dieselbrandsto?lter(Diesel)Permanent. Het brandsto?lter bevat water.

12InstrumentenpaneelVoer meteen (2) uit - kans op schade aan het injectiesysteem. AdBlueBrandt en knippert daarna, in combinatie met een melding op het display. De actieradius neemt af. U moet AdBlue snel bijvullen. Laag brandstofniveauPermanent, met de naald in gebied E. De reservehoeveelheid brandstof wordt gebruikt. Wacht niet met tanken. Knippert. Er is een storing in het systeem. Zie (2). Voorverwarming dieselbrandstofPermanent. Vanwege klimaatomstandigheden is voorverwarming van dieselbrandstof vereist. Wacht met starten tot het verklikkerlampje uitgaat. Mistlampen achterPermanent. De toets op het MODE-bedieningspaneel is ingeschakeld. De lampen werken alleen als het dimlicht is ingeschakeld. Bij normaal, goed zicht moet u ze uitschakelen. Groene verklikkerlampjesRichtingaanwijzersRichtingaanwijzers met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijn ingeschakeld.

Mistlampen vóórPermanent. De toets op het MODE-bedieningspaneel is ingeschakeld. De lampen werken alleen als het dimlicht is ingeschakeld. DimlichtPermanent. De lampen zijn ingeschakeld. SnelheidsregelaarPermanent. Snelheidsregelaar is geselecteerd. Handmatig selecteren. Blauwe verklikkerlampjesGrootlichtPermanent. De lampen branden. GrootlichtassistentBrandt permanent. De functie is via het menu MODE ingeschakeld. Het in- en uitschakelen van het grootlicht wordt automatisch geregeld op basis van het verkeer en de rijomstandigheden. Zwarte/witte waarschuwingslampjesTemperatuur/gladheidBrandt permanent in combinatie met een melding op het display. De weg kan glad worden door de weersomstandigheden. Let extra goed op en probeer plotseling remmen te vermijden. Datum/tijdPermanent. Dit wordt in het menu MODE ingesteld. Hoogte van de lichtstraalPermanent.

Zie het overzicht van controles in het onderhoudsschema van de fabrikant en laat vervolgens de onderhoudsbeurt uitvoeren. Stop & StartPermanent. Als het voertuig stilstaat (bijvoorbeeld bij een verkeerslicht of stopbord, of door le), dan zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Het controlelampje gaat uit en de motor wordt automatisch weer gestart (START-stand) als u wilt wegrijden. Knippert enkele seconden en gaat vervolgens uit. De STOP-stand is tijdelijk niet beschikbaar. SchakelindicatorPermanent. Er kan worden opgeschakeld.

13Instrumentenpaneel1SnelheidsbegrenzerPermanent. De begrenzer is ingeschakeld. Brandt permanent met "OFF". De snelheidsbegrenzer is geselecteerd en niet actief. MetersService-informatieAls het contact wordt aangezet, gaat gedurende enkele seconden de sleutel voor service-informatie branden: het display informeert u over de resterende afstand tot de volgende onderhoudsbeurt in overeenstemming met het onderhoudsschema van de fabrikant. Deze informatie is gebaseerd op de afgelegde afstand sinds de vorige onderhoudsbeurt. MotorolieniveauAfhankelijk van de motoruitvoering wordt vervolgens het motorolieniveau weergegeven in een schaalverdeling van 1 (min. ) tot 5 (max. ) segmenten. Als er geen enkel segment wordt weergegeven, is het motorolieniveau te laag. Vul in dat geval altijd motorolie bij om motorschade te voorkomen.

De controle van het motorolieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, horizontale ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid. Controleer bij twijfel het motorolieniveau met de peilstok. Raadpleeg de desbetre?ende rubriek voor meer informatie over het controleren van de niveaus. Na enkele seconden schakelt het display weer over naar de normale weergave. Kwaliteit van de motorolieDit waarschuwingslampje knippert, als uw voertuig is voorzien van deze functie in combinatie met de weergave van een melding, telkens wanneer de motor wordt gestart: het systeem heeft waargenomen dat de kwaliteit van de motorolie is afgenomen. Het is essentieel om de olie zo snel mogelijk te verversen.

Dit 2e waarschuwingslampje brandt in combinatie met het 1e waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel als de olie niet is ververst en de kwaliteit van de olie tot voorbij een nieuwe drempelwaarde is afgenomen. Als dit waarschuwingslampje regelmatig gaat branden, moet de olie zo snel mogelijk worden ververst.

De onderhoudsindicator resettenIn een bevoegde werkplaats met diagnosegereedschap kan het permanent knipperen van het waarschuwingslampje na elke servicebeurt worden uitgeschakeld. Als u zelf onderhoud aan het voertuig uitvoert, reset de onderhoudsindicator dan als volgt. ► Steek de sleutel in het contactslot. ► Draai deze in de stand MAR - ON. ► Druk tegelijkertijd het rem- en koppelingspedaal langer dan 15 seconden in. Zie de controlelijst in het onderhoudsschema van de fabrikant die bij aevering van het voertuig wordt meegeleverd. Herinnering onderhoudsinformatieDruk kort op de toets MODE voor toegang tot de onderhoudsindicaties. Gebruik de pijlen omhoog / omlaag om de onderhoudsintervallen en de kwaliteit van de motorolie te bekijken.

14InstrumentenpaneelWanneer u nog een keer op de toets MODE drukt, gaat u terug naar de verschillende menu's op het display. Als u lang op de toets drukt, gaat u terug naar het beginscherm. Menu. Select. Hiermee kunt u. Service Service (km/mijl tot onderhoudsbeurt)Het resterende aantal kilome-ter / mijl tot de volgende onderhoudsbeurt weergeven. Olie verversen (km/mijlen tot olie verversen)Het resterende aantal mijl / kilometer tot de volgende keer olie verversen weergegeven. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over de conguratie van het voertuig (MODE). Koelvloeistoftemperatuur Als de wijzer tussen C (Cold) en H (Hot) staat: normale werking. Onder zware gebruiksomstandigheden of bij warm weer kan de wijzer in de buurt van het rode gebied komen. Als de wijzer in het rode gebied komt of het waarschuwingslampje gaat branden:► stop onmiddellijk en zet het contact uit.

De koelventilator blijft mogelijk nog korte tijd draaien, dat kan tot 10 minuten duren. ► wacht totdat de motor is afgekoeld en controleer dan het niveau. Vul waar nodig bij. Bij bijvullenWees voorzichtig, het koelcircuit staat onder druk. Voorkom brandwonden door de dop met een doek twee slagen los te draaien om de druk te ontlasten. Wanneer de druk is gedaald, controleer het niveau en verwijder de dop om bij te vullen. Als de wijzer in het rode gebied blijft, neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. Controleer het koelvloeistofniveau van de motor regelmatig. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus.

AdBlue®-actieradiusindicatorenZodra de reservevoorraad van het AdBlue®-reservoir is aangesproken of een storing in het SCR-systeem is gedetecteerd, verschijnt bij het aanzetten van het contact een indicator die aangeeft hoeveel kilometer u nog ongeveer kunt rijden voordat het opnieuw starten van de motor automatisch wordt geblokkeerd.

Als gelijktijdig een storing wordt gedetecteerd en het AdBlue®-niveau laag is, wordt de laagste actieradius weergegeven. Niet starten van de motor bij een te laag AdBlue®-niveauHet wettelijk verplichte startblokkeringssysteem wordt automatisch geactiveerd zodra het AdBlue®-reservoir leeg is. Actieradius groter dan 2400 kmAls het contact wordt aangezet, wordt er geen informatie over de actieradius weergegeven op het instrumentenpaneel. Actieradius tussen 2. 400 en 600 kmWanneer de drempelwaarde van 2. 400 km is bereikt, gaat dit lampje knipperen en wordt er.

15Instrumentenpaneel1tijdelijk een melding weergegeven met de actieradius in mijl of kilometer voordat het starten van de motor wordt geblokkeerd. Telkens wanneer het contact wordt ingeschakeld, wordt deze waarschuwing samen met een geluidssignaal gegeven. Het minimumniveau is bereikt; vul zo snel mogelijk bij. Actieradius minder dan 600 kmWanneer de drempelwaarde van 600 km is bereikt, gaat dit lampje knipperen en wordt er een melding weergegeven met de actieradius in mijl of kilometer voordat het starten van de motor wordt geblokkeerd. De waarschuwing wordt herhaald met de nieuwe actieradius in stappen van 50 km. Telkens wanneer het contact wordt ingeschakeld, wordt deze waarschuwing samen met een geluidssignaal gegeven. U moet zo snel mogelijk bijvullen, anders is het reservoir straks helemaal leeg. Dan kan de motor niet meer worden gestart.

Stilvallen vanwege te weinig AdBlue®Bereik van 0 km bereikt: de AdBlue®-tank is leeg. Een wettelijk vereist startblokkeringssysteem voorkomt dat de motor kan starten. Als er geen AdBlue® wordt bijgevuld in het specieke reservoir, kan de motor niet meer worden gestart. Als u de motor wilt starten, moet u minimaal 5 liter AdBlue® toevoegen. U kunt ook een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats vragen voor het bijvullen. Raadpleeg het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over AdBlue® (BlueHDi-motoren), in het bijzonder met betrekking tot het bijvullen. Als een storing in het SCR-emissieregelsysteem wordt gedetecteerdDetectieHet waarschuwingslampje voor de zelfdiagnose van de motor gaat branden. Telkens wanneer het contact wordt aangezet, bevestigen een geluidssignaal en een melding een storing in de emissieregeling.

Bij een tijdelijke storing verdwijnt de melding zodra het niveau van de uitlaatgasemissies daalt en weer aan de norm voldoet. Maar als er 50 km wordt gereden terwijl het waarschuwingslampje permanent brandt, wordt de storing bevestigd.

Er wordt automatisch een startblokkeringssysteem ingeschakeld zodra er 400 km sinds deze bevestiging is gereden. Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. Storing bevestigdNaast de eerder genoemde indicaties wordt de toegestane actieradius in mijl of kilometer op het instrumentenpaneel weergegeven. De waarschuwing wordt elke 30 seconden herhaald met een bijgewerkte actieradius. Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. De motor kan mogelijk niet meer worden gestart. Starten geblokkeerd, na 400 km. Wanneer er wordt geprobeerd om de motor te starten, wordt de waarschuwing geactiveerd en wordt er een melding weergegeven waarin wordt aangegeven dat het starten van de motor is geblokkeerd. Als u de motor weer wilt starten:Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats.

16Instrumentenpaneel De bijbehorende informatie wordt op het display van het instrumentenpaneel weergegeven.Beschikbare talen: Italiaans, Engels, Duits, Frans, Spaans, Portugees, Nederlands, Braziliaans Portugees, Pools, Russisch, Turks en Arabisch.Alle menu's kunnen worden bekeken als het voertuig een audiosysteem heeft.Als het voertuig is uitgerust met een audio- en telematicasysteem op het touchscreen, zijn sommige menu's alleen beschikbaar via het bedieningspaneel van het audiosysteem. Vanwege de veiligheid kunnen sommige menu's alleen worden geopend als het contact is uitgeschakeld.

Met de toets MODE kunt u het volgende: – Menu's en submenu's openen;– Uw keuzes binnen een menu bevestigen;– Menu's afsluiten.Als u lang op de toets drukt, gaat u terug naar het beginscherm.Met de toets kunt u het volgende: – Omhoog bladeren binnen een menu;– Een waarde verhogen.Met de toets kunt u het volgende: – Omlaag bladeren binnen een menu;– Een waarde verlagen. Menu... Druk op... Submenu... Druk op... Select... Bevestigen en afsluitenHiermee kunt u ...1 Brightness (helderheid) Verhogen De helderheid van het instrumentenpaneel, instrumenten en bedieningen aanpassen (met ingeschakelde parkeerlichten). Verlagen2 Speed beep (snelheidspiep) AAN Verhogen Het geluidssignaal op het moment dat de ingestelde snelheid wordt overschreden activeren/deactiveren en de snelheid instellen. VerlagenOFF

17Instrumentenpaneel1 Menu... Druk op... Submenu... Druk op... Select... Bevestigen en afsluitenHiermee kunt u ...3 Headlamp sensor (koplampsensor) Verhogen De gevoeligheid van de helderheidssensor aanpassen (1 tot en met 3), die ook op de koplampen werkt Verlagen4 Activation of Trip B (rit B activeren) AAN Een tweede afstand voor "Rit B" weergeven. OFF5 Tra?c sign (verkeersbord) AAN De verkeersbordherkenning activeren / deactiveren. OFF6 Time setting (tijd instellen) Uren / Minuten Verhogen De klok instellen. VerlagenFormaat 24 De weergavemodus van de klok kiezen. 127 Date setting (datum instellen) Jaar / Maand / Dag Verhogen De datum instellen. Verlagen

18Instrumentenpaneel Menu… Druk op... Submenu... Druk op... Select... Bevestigen en afsluitenHiermee kunt u ...8 Autoclose (automatisch vergrendelen) AAN Automatisch vergrendelen van de portieren / deuren bij een snelheid hoger dan 20 km/h activeren / deactiveren. OFF9 Unit (eenheid) Afstand km De eenheid voor weergave van de afstand kiezen. mijlVerbruik mpg (km/l) De eenheid voor weergave van het gebruik kiezen. mpg (l/100 km)Temperatuur °C De eenheid voor weergave van de temperatuur kiezen.°FBandenspanning. psi De eenheden voor weergave van de bandenspanning selecteren.barkPa10 Languages (talen)Lijst met beschikbare talen De taal voor het display selecteren.11 Volume of announcements (Buzz) (Volume van meldingen (zoemer))Verhogen Het volume van meldingen of geluidssignalen voor waarschuwingen verhogen / verlagen.Verlagen

20Instrumentenpaneel Menu… Druk op... Submenu... Druk op... Select... Bevestigen en afsluitenHiermee kunt u ...16 Blind spot (dode hoek) OFF De parameters van het dodehoekbewakingssysteem instellen.VisueelVisueel en geluidssignaal MaxAuto17Active Safety Brake AAN De functie in-/uitschakelen. OFF18 Exit menu (menu afsluiten) Het menu afsluiten.Met de pijl omlaag gaat u terug naar het eerste menu.

21Instrumentenpaneel1Audio- en telematicasysteem op het touchscreen Met het bedieningspaneel voor het audiosysteem op het midden van het dashboard kunnen menu's worden geopend om bepaalde uitrusting aan te passen. De bijbehorende informatie wordt op het display op het touchscreen weergegeven. De informatie is beschikbaar in 9 talen: Duits, Engels, Spaans, Frans, Italiaans, Nederlands, Pools, Portugees en Turks. Vanwege de veiligheid kunnen sommige menu's alleen worden geopend als het contact is uitgeschakeld. Biedt toegang tot het menu "Settings" (Instellingen). Hiermee kunt u omhoog in een menu bladeren of een waarde verhogen. Hiermee kunt u omlaag in een menu bladeren of een waarde verlagen. Menu "Instellingen"1. "Weergave"2. "Gesproken commando's"3. "Tijd en datum"4. "Veiligheid/Assistentie"5. "Verlichting"6. "Portieren & vergrendeling"7. "Audio"8. "Telefoon/Bluetooth"9.

"Radio-instelling"10. "Herstel instellingen" om de fabrieksinstellingen te herstellen. 11. "Delete pers. data" (persoonsgegevens wissen) om al uw persoonlijke gegevens met betrekking tot de Bluetooth-apparatuur uit het audiosysteem te wissen. Zie de betre?ende hoofdstukken voor meer informatie over de audio, telefoon, radio en navigatie. De instellingen in de submenu's 4, 5 en 6 zijn afhankelijk van de uitrusting in het voertuig. In het submenu "Display" (Display) kunt u het volgende doen:– "Languages" (Talen) selecteren en een van de hierboven genoemde talen kiezen,– "Unit of Measurement" (Maateenheid) selecteren en het verbruik (mijl/gallon, l/100 km), afstanden (mijl, km) en temperatuur (°F, °C) instellen,– "Trip B display" (Weergave traject B) selecteren om traject B van de boordcomputer in of uit te schakelen (aan, uit).

In het submenu "Safety/Assistance" (Veiligheid/Assistentie) kunt u het volgende doen:– "Parkview Camera" (Parkview-camera) en daarna de "Reversing camera" (Achteruitrijcamera) selecteren om deze in of uit te schakelen (On, O?),– "Parkview camera" (Parkview-camera), daarna "Vertraging camera" (Camera delay) selecteren om het display 10 seconden vast te houden of tot 18 km/u in of uit te schakelen) (aan, uit),– "Tra?c Sign" (Verkeersbord) selecteren om deze in of uit te schakelen (aan, uit),– "Passenger airbag" (Passagiersairbag) selecteren om deze in of uit te schakelen (aan, uit). In het submenu "Lights" (Verlichting) kunt u het volgende doen:– "Daytime running lamps" (Dagrijverlichting) selecteren om deze in of uit te schakelen (aan, uit),– "Auto.

main beam headlamps" (Automatisch groot licht) om deze functie in of uit te schakelen (aan, uit),– "Headlamp sensor" (Koplampsensor) selecteren om de gevoeligheid aan te passen (1, 2, 3). In het submenu "Doors & locking" (Portieren & vergrendeling) kunt u het volgende doen:– "Autoclose" (Automatische sluiten) selecteren om deze functie in of uit te schakelen (aan, uit).

22InstrumentenpaneelDatum en tijd instellenMet het bedieningspaneel MODE► Druk op de toets "MODE". ► Selecteer het menu "Time setting" (Tijd instellen) om het formaat voor de tijd en datum (24 uur of 12 uur) in te stellen of het menu "Date setting" (Datum instellen) om de dag, maand en jaar in te stellen. Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over de conguratie van het voertuig (MODE). Het audio- en telematicasysteem op het touchscreen gebruikenIn het submenu "Clock and Date" (Klok en datum) kunt u:► "Time setting and format" (Tijd en formaat instellen) selecteren om de uren, minuten en seconden in te stellen en het formaat (24 uur, 12 uur met am of pm) te kiezen. ► "Date setting" (Datum instellen) selecteren om dag, maand en jaar in te stellen. Als u de tijd handmatig wilt instellen, moet "Time Synchro" (Tijd synchroniseren) worden uitgeschakeld (uit).

BoordcomputerGeeft informatie over de actuele rit (zoals actieradius, actueel brandstofverbruik en gemiddeld brandstofverbruik). Deze functie is niet beschikbaar bij elektrische voertuigen. ► Druk op de toets TRIP op het uiteinde van de ruitenwisserhendel voor toegang tot de informatie van de boordcomputer. ActieradiusDit is de afstand die u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt aeggen, afhankelijk van het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers. Afstand ADit is de afstand die is afgelegd sinds de laatste keer dat de waarde in de boordcomputer op nul is gezet. Gemiddeld verbruik ADit is het gemiddelde verbruik sinds de laatste keer dat de waarde in de boordcomputer op nul is gezet. Huidig verbruik ADit is het gemiddelde verbruik van de laatste seconden.

Als TRIP B is geactiveerd in het menu MODE:– Afstand B– Gemiddeld verbruik B– Gemiddelde snelheid B– Duur rit BTachograaf Als uw voertuig is voorzien van dit systeem, dan worden alle gegevens over het voertuig op dit apparaat en op een geplaatste geheugenkaart opgeslagen. Bijvoorbeeld aan het begin van elke rit of schakelen. Wanneer er een geheugenkaart is geplaatst, dan kunnen alle gegevens: – Op het scherm van de tachograaf worden weergegeven;– Worden afgedrukt;– Via een interface naar externe opslagmedia worden overgebracht. Zie voor meer informatie de documentatie van de fabrikant van de tachograaf.

24Toegang tot de autoLegenda Met de sleutel kunt u de sloten van de auto vergrendelen en ontgrendelen, de tankdop openen en sluiten en de motor starten en afzetten.Afstandsbediening met 2 knoppen Centrale ontgrendelingDruk op deze knop om gelijktijdig alle portieren en deuren van de auto te ontgrendelen.De plafonnier gaat kort branden en de richtingaanwijzers knipperen twee keer.Als u op deze knop drukt, wordt het alarm (indien aanwezig) uitgeschakeld.Het verklikkerlampje van de knop van de centrale vergrendeling op het dashboard gaat uit.Centrale vergrendelingWanneer u op deze knop drukt, kunt u alle portieren/deuren van het voertuig tegelijkertijd vergrendelen.

Als een van de portieren/deuren open is of niet goed is gesloten, dan werkt de centrale vergrendeling niet.De richtingaanwijzers knipperen één keer.Als uw voertuig met een alarm is uitgerust, dan kunt u het alarm inschakelen door op deze knop te drukken. Het controlelampje van de centrale vergrendeling gaat branden en daarna knipperen.Afstandsbediening met 3 knoppen Ontgrendelen van de cabineDruk op deze knop om de cabine van uw auto te ontgrendelen.De plafonnier gaat kort branden en de richtingaanwijzers knipperen twee keer.Het verklikkerlampje van de knop van de centrale vergrendeling op het dashboard gaat uit.Ontgrendelen van de laadruimteDruk op deze knop om de schuifdeur en de achterdeuren van de laadruimte te ontgrendelen.De richtingaanwijzers knipperen twee keer.Als u op deze knop drukt, wordt het alarm (indien aanwezig) uitgeschakeld.

25Toegang tot de auto2Centrale vergrendelingWanneer u op de knop drukt, kunt u alle portieren/deuren van uw voertuig, cabine en laadruimte vergrendelen. Als een van de portieren/deuren open is of niet goed is gesloten, dan werkt de centrale vergrendeling niet. De richtingaanwijzers knipperen één keer. Als uw voertuig met een alarm is uitgerust, dan kunt u het alarm inschakelen door op deze knop te drukken. Het controlelampje van de centrale vergrendeling gaat branden en daarna knipperen. De sleutel in-/uitklappen► Druk op deze knop om de sleutel uit of in te klappen. Wanneer u deze knop niet indrukt, kan de afstandsbediening beschadigd raken. SupervergrendelingDruk twee keer achter elkaar op deze knop om de supervergrendeling in te schakelen. Het is dan niet mogelijk de portieren en deuren van binnenuit of buitenaf te openen. De richtingaanwijzers knipperen drie keer.

Schakel nooit de supervergrendeling in als er zich iemand in de auto bevindt. De batterij vervangen Referentie: CR 2032/3 volt. ► Druk op de knop om de sleutel uit te klappen. ► Draai de schroef (1) met een kleine schroevendraaier van het gesloten naar het open hangslot. ► Wrik met de schroevendraaier om de batterijhouder (2) eruit te halen. ► Verwijder de eenheid; vervang de batterij (3) en let daarbij op de polariteit. ► Sluit de batterijhouder (2) in de sleutel weer en vergrendel deze door de schroef (1) te draaien. Wanneer er geen voorgeschreven batterij wordt gebruikt, kan de afstandsbediening beschadigd raken. Gebruik uitsluitend identieke batterijen of batterijen met gelijkwaardige eigenschappen als die van de batterijen die door de PEUGEOT-dealer worden voorgeschreven. Lever gebruikte batterijen in bij een inzamelpunt. Deze apparatuur bevat een knoopcelbatterij.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Peugeot Boxer (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden