Peugeot 408 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 408 (2024) (248 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 408 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Peugeot |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 408 (2024) |
Handleiding Peugeot 408 (2024) – volledige tekst
Bedankt voor het kiezen van een Peugeot 408 of Peugeot e-408 . Dit boekje werd u tijdens de aflevering van uw auto overhandigd. Het bevat enkele essentiële aanbevelingen.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles PEUGEOT behoudt zich het recht voor om de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit boekje aan te passen.Dit boekje is geen vervanging van het volledige instructieboekje en maakt het lezen ervan niet overbodig. In dat boekje vindt u namelijk alle aanwijzingen en adviezen voor het gebruik van uw auto zodat u optimaal van uw auto kunt genieten.
Wij adviseren u nadrukkelijk om het volledige instructieboekje goed te lezen.Automobiles PEUGEOT spant zich in om het milieu te beschermen en vraagt u daarom om het volledige instructieboekje in digitale vorm te raadplegen, via mobiele apps of op onze website.WelkomMOBIELE APPSInstalleer de APP MYPEUGEOT (inhoud is offline beschikbaar).Ook beschikbaar in de app Scan MyPeugeot App.ONLINEBekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://public.servicebox.peugeot.com/APddb/Scan deze QR-code voor directe toegang.
Met dit symbool wordt de meest recenteinformatie aangegeven.GEDRUKTE VERSIEEen gedrukte versie van het volledige instructieboekje kunt u bestellen bij een PEUGEOT-dealer.In bezit komen van het volledi-ge instructieboekje TOUCHSCREEN (afhankelijk van beschikbaarheid)Selecteer in de applicatie Help van het touchscreen de tab Gebrui-kershandleiding.U kunt op verschillende manieren naar de ge-wenste informatie zoeken.Uit veiligheidsoverwegingen is deze app niet toegankelijk als de auto harder dan 5 km/h rijdt.
Wij adviseren u omdit boekje aandachtig door te lezen, evenals hetgarantie- en onderhoudsboekje.Uw auto kan, afhankelijk van hetuitrustingsniveau, het type, de uitvoering en despecifieke kenmerken voor het land waar uwauto verkocht is, slechts van een deel van deuitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnengeen rechten worden ontleend.Automobiles PEUGEOT behoudt zich het rechtvoor om de technische kenmerken, uitrusting enaccessoires te wijzigen zonder verplicht te zijndit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop vande auto aan de nieuwe eigenaar.Neem voor werkzaamheden aan uwauto contact op met een lid van hetdealernetwerk van de fabrikant, hiernaaangegeven als een “dealer”, of eengekwalificeerde garage.SymbolenVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieVoertuig met stuur linksVoertuig met stuur rechtsLocatie van apparatuur/toets,aangeduid met een zwart ge-biedToegang tot aanvullende video'shttp://q-r.to/bagGl9
Het Hybridesysteem werkt niet continu,maar wordt geactiveerd afhankelijk van destaat van het voertuig, de staat van ladingvan de tractiebatterij, het thermische comfortvan het passagierscompartiment (inschakelenvan de verwarming of airconditioning), derijomstandigheden (accelereren, vertragen,remmen, starten van de motor) en dewegomstandigheden (bergop, bergaf):► De auto start altijd met de benzinemotorom de efficiëntie van de katalysator en deOverzicht5.
beschikbaarheid van de remondersteuning tegaranderen. ► Bij normaal rijden werken de benzinemotoren de elektromotor samen of afzonderlijkom het verbruik van brandstof en elektrischeenergie te optimaliseren of om detractiebatterij op te laden. ► Tijdens de fasen voor acceleratie zorgt deelektrische motor voor een extra boost omhet benodigde koppel zo snel mogelijk tebereiken en om de acceleratie bij lagesnelheid te verbeteren. ► – Tijdens de fasen voor deceleratie laadt deelektrische motor de tractiebatterij op doorgebruik te maken van de traagheid van hetvoertuig. ► Zuiver elektrisch rijden is mogelijk tijdenshet parkeren, in 30 km/uur-zones binnen debebouwde kom, op wegen in de stand enlandwegen waarop een constante snelheidkan worden behouden en tijdens een lichteafremming of heuvelafwaarts op snelwegen. De elektrische motor is opgenomen in deautomatische versnellingsbak.
De DC/DC omvormer zorgt voor de link tussende 12 V accessoirevoeding en de 48 Vtractievoeding. De riemstarter herstart de benzinemotor na hetvolledig elektrisch rijden. Plug-in hybridesysteem1. Benzinemotor2. Elektrische motor3. Tractiebatterij4. 12V-accu's voor accessoires5. Elektrische automatische versnellingsbak,8 versnellingen (e-EAT8)6. Laadklepje7. Brandstofvulklep8. Keuzeschakelaar rijmodus9. Kabel voor opladen via een normaalstopcontactDe technologie plug-in hybride combineerttwee energiebronnen: de benzinemotor en deelektrische motor die de voorwielen aandrijven(tractie). Deze twee motoren kunnen afzonderlijkof gelijktijdig werken, afhankelijk van degeselecteerde rijstand en de rijomstandigheden. Het elektrische vermogen alleen zorgt voor demobiliteit van het voertuig in de Elektrischemode en in de Hybride mode. mode bij een matige vraag.
De elektromotorondersteunt de benzinemotor bij het starten enaccelereren. Het elektrisch vermogen wordt geleverd dooreen oplaadbare tractiebatterij. Elektrisch aandrijfsysteem1. Laadaansluitingen2. Tractiebatterij3. 12V-accu4. Warmtepomp5.
Geïntegreerde lader6. Elektrische motor7. LaadkabelVia laadaansluiting 1 kan de auto op 3 manierenworden opgeladen:► Thuisladen in Mode 2 met gebruik van eenhuishoudelijk stopcontact en de bijbehorendelaadkabel► Versneld opladen via een snellader opladen(wallbox) (Mode 3). ► Supersnelladen in Mode 4 met een openbaresnelladerDe tractiebatterij van 400 V (2) is eenlithiumionbatterij. Deze slaat energie op dievoor de elektrische motor, de airconditioning ende verwarming wordt gebruikt. Het laadniveauwordt met een meter weergegeven. Bovendienbevindt zich op het instrumentenpaneel eenwaarschuwingslampje voor een laag laadniveau. De 12V-accu (3) levert stroom aan het normaleelektrische systeem van de auto. Deze wordtautomatisch via de geïntegreerde lader door detractiebatterij opgeladen. Overzicht6.
Deze motor wint ook energieterug bij het remmen en vaart minderen van deauto.StickersDeel ”Ergonomie en comfort - Achterbank -Hoofdsteunen achter”:Deel "Ergonomie en comfort - Voorzieningenvoor - Draadloze smartphonelader":Delen "Verlichting en zichtbaarheid -Bedieningshendel buitenverlichting" en "Ingeval van pech - Een lamp vervangen":”Veiligheid - Algemeneveiligheidsaanbevelingen - Installerenelektrische accessoires” sectie:Deel ”Veiligheid - Kinderzitjes - Airbagvoorpassagier deactiveren”:Deel ”Veiligheid - ISOFIX-bevestigingen”:Deel ”Rijden - Elektrische parkeerrem”:Deel ”Rijden - Stop & Start”:Deel ”Praktische informatie - Compatibiliteitbrandstoffen”:Deel ”Praktische informatie - Plug-in hybridesysteem”: Deel ”Praktische informatie - Tractiebatterijopladen (Plug-in hybride)”:Deel "Praktische informatie - Laadsysteem(Elektrisch)”:Deel ”Praktische informatie - Detractiebatterij opladen (Elektrisch)”:Deel ”Praktische informatie - Motorkap”:Deel "Praktische informatie -Vloeistofniveaus controleren -Koelvloeistof":Deel ”In geval van pech -Bandenreparatieset”: Overzicht7
Eco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantalaanwijzingen op te volgen kan de bestuurderhet energieverbruik van zijn of haar auto(brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstootoptimaliseren. Uw gebruik van de versnellingsbakoptimaliserenMet een automatische versnellingsbak kunt u hetbeste de automatische modus gebruiken. Traphet gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator geeft aan welke versnellinghet meest geschikt is. Wanneer deze aanduidingop het instrumentenpaneel weergegeven wordt,volg ze dan dadelijk. Bij een auto met een automatischeversnellingsbak wordt de schakelindicator alleenin de handmatige modus weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlRem bij voorkeur af op de motor, in plaatsvan het rempedaal te gebruiken en traphet gaspedaal geleidelijk in.
Op deze manierverlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveauvan het verkeer af. Met een hybride motor is remmen op de motorefficiënter. Anticipeer zoveel mogelijk op hetvertragen en geef, indien mogelijk, de voorkeuraan afremmen met remmen op de motor omde tractiebatterij op te laden, volledig elektrischrijden te bevorderen en het brandstofverbruik teverlagen. Met een EAT8-versnellingsbak, met deschakelbediening op de modus D en metuitzondering van de modus Sport, geef devoorkeur aan "vrijloop" door uw voet geleidelijken geheel van het gaspedaal te nemen, ombrandstof te besparen. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt ude snelheidsregelaar inschakelen.
Gebruik de elektrische voorzieningen op dejuiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur inde passagiersruimte te hoog is, open dan alleruiten en de uitstroomopeningen voordat u deairconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50 km/uur, maar laat de uitstroomopeningen geopend. Maak gebruik van alle voorzieningen die detemperatuur in het interieur kunnen verlagen.
Schakel de airconditioning uit zodra degewenste temperatuur is bereikt (behalve bijauto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en deontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn,als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming en het verwarmdestuurwiel zo snel mogelijk uit. Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan hetzicht aan, in overeenstemming met de geldendewetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onderzeer winterse omstandigheden: bij temperaturenlager dan -23 °C) na het starten niet stationairdraaien. De auto warmt onder het rijden veelsneller op. Sluit als passagier zo weinig mogelijkmultimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld films,muziek of spelletjes) aan om het energieverbruikte beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u deauto verlaat.
Beperk de oorzaken van een hogerbrandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto. Plaats de zwaarste voorwerpen in de kofferbakzo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstandvan uw auto (onder meer door dakdragers,imperiaal, fietsendrager en aanhanger). Gebruikbij voorkeur een dakkoffer voor het vervoer vanbagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal nagebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snelmogelijk door zomerbanden. Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig (bijkoude banden) en houd u daarbij aan debandenspanning die staat vermeld op de stickerop de sponning van het bestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:► voorafgaand aan een lange rit;► bij de wisseling van de seizoenen;► als de auto gedurende langere tijd niet isgebruikt.
Laat het vulpistool bij het tanken niet meer dandrie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uitde tank stroomt. U zult bij een nieuwe auto merken dat hetgemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000km stabiliseert. Optimaliseren van de actieradius vangeëlektrificeerde auto'sHet stroomverbruik van de auto hangtgrotendeels af van het routeprofiel, snelheid enrijstijl, en van het gebruik van de verwarming /airconditioning. Eco-rijden92.
Probeer in de ECO en CHARGEzones op devermogensmeter te blijven door gelijkmatig terijden en de snelheid niet te veel te variëren.Hybride auto'sMaximaliseer de traagheid van het voertuig doorhet gaspedaal los te laten zodat het voertuigvanzelf vertraagt (bijv.
bij het bergafwaarts rijdenof het naderen van een verkeerslicht).Wanneer het gaspedaal wordt losgelaten ende schuif op de vermogensindicator in hetinstrumentenpaneel nog steeds in de CHARGE-zone staat, is de energieterugwinning optimaal.Energieterugwinning maakt het mogelijk omefficiënt gebruik te maken van de "passieve"fasen van het rijden (afremmen).De teruggewonnen energie wordt gebruikt om detractiebatterij op te laden en wordt vervolgensgebruikt om volledig elektrisch te rijden of verderop te trekken.Wanneer de tractiebatterij bijna vol is, wordt deenergieterugwinning geleidelijk verminderd.Plug-in hybrideauto'sAnticipeer zoveel mogelijk op vertragingenen geef indien mogelijk de voorkeuraan vertragingen met de regeneratieveremfunctie geactiveerd (vermogensindicator inde CHARGE-zone).Laat voordat u wegrijdt het interieur van deauto voorverwarmen of voorkoelen terwijl delaadkabel is aangesloten.Om het verbruik tijdens een rit te optimaliseren:► Programmeer een bestemming in het GPS-navigatiesysteem van de auto.► Selecteer de Hybride rijstand.► Zorg ervoor dat de tractiebatterij bijnavolledig is opgeladen.► Vermijd het gebruik van de e-Save functie.► Gebruik de verwarming/airconditioning opeen verstandige manier.Elektrische voertuigenAnticipeer op de noodzaak om af te remmenen rem waar mogelijk soepel af door gebruik temaken van motorremmen met de regeneratieveremfunctie, waardoor de vermogensindicator inde "CHARGE" zone komt te staan.De intensiteit van het regeneratieve remniveaukan worden aangepast met de peddels op hetstuur.Gebruik de airconditioning in plaats van deverwarming om het interieur te ontwasemen.Eco-rijden10
Informatie voor debestuurderInstrumentenpaneelHet instrumentenpaneel geeft alle informatieover de status van de diverse systemen van deauto die de bestuurder nodig heeft. Deze informatie wordt in de vorm vanwaarschuwings- en controlelampjes, enmeldingen aangegeven. Het instrumentenpaneel is een volledig digitaalscherm. DigitaleinstrumentenpanelenDigitale instrumentenpanelen zijn van het typehead-up of 3D head-up. Ze kunnen worden aangepast met een systeemvan pagina's en widgets. Afhankelijk van de weergegeven pagina wordtbepaalde informatie verborgen of andersgepresenteerd. BenzineHybridePlug-in hybrideElektrisch1. Indicator koelvloeistoftemperatuur (°C)(benzine of hybride)Totale kilometerteller (mijl of km) (benzineof hybride)Indicator voor laadniveau batterij enresterende actieradius (km of mijl) (plug-inhybride of elektrisch)2.
Hybride of plug-in hybrideRijden in de geheel elektrische modus, desnelheid wordt in blauw weergegeven. Informatie op hetinstrumentenpaneelDe informatie op het instrumentenpaneel(zoals waarschuwingslampjes en indicatoren)kan een vaste of wisselende locatie hebben,afhankelijk van de pagina of het geactiveerderijhulpsysteem. Voor functies die een controlelampje voor zowelde ingeschakelde status als de uitgeschakeldestatus hebben, is slechts één specifieke positiebeschikbaar. Schermtaal en eenhedenDeze zijn afhankelijk van de instellingenvan het touchscreen. Wanneer u reist naareen land met een andere officiële eenheidvoor de afstanden en snelheidslimieten (kmof mijl, km/h of mph), moet u de configuratievan de eenheden wijzigen. Keuze van de weergegeven paginaStandaard zijn er pagina's in hetinstrumentenpaneel opgeslagen.
► Druk op de knop op het uiteinde van delichtschakelaar om door de verschillendepagina's te bladeren. De nieuwe pagina wordt direct weergegeven. Wanneer er een melding in een tijdelijkvenster wordt weergegeven, dan kunt u ditvenster sluiten door op deze toets te drukken. Configureren van weergegeven pagina'sPagina's en widgets kunnen worden toegevoegden verwijderd, en de lay-out van pagina's enwidgets kan worden gewijzigd. Er kunnen maximaal 5 pagina's wordenopgeslagen. ► Elke pagina kan 1 of 2 widgets bevatten:► Met 1 widget, grote weergave in centralepositie. ► Met 2 widgets, verkleinde weergave inzijpositie. De kleur voor de verschillende rijmodi kanworden aangepast. Er wordt een suggestie vooreen standaardinstelling gegeven. De instelling is ook afgestemd opde sfeerverlichting (afhankelijk vanbeschikbaarheid).
Waarschuwings- encontrolelampjesDe waarschuwings- en controlelampen, dieals symbolen worden weergegeven, informerende bestuurder over het optreden van eenstoring (waarschuwingslampen) of over debedrijfsstatus van een systeem (werkings- ofdeactiveringsindicatielampen). Bepaalde lampenlichten op twee manieren op (vast of knipperend)en/of in meerdere kleuren. Bijbehorende waarschuwingenHet oplichten van een lamp kan gepaard gaanmet een geluidssignaal en/of een bericht dat opeen scherm wordt weergegeven. Door het type waarschuwing te relateren aan debedrijfsstatus van het voertuig, kunt u vaststellenof de situatie normaal is of dat er een storing isopgetreden: zie de beschrijving van elk lampjevoor meer informatie. Als het contact wordt aangezetBepaalde rode of oranje waarschuwingslampenlichten enkele seconden op wanneer het contactwordt aangezet.
Deze waarschuwingslampjesmoeten uit gaan zodra de motor gestart wordt. Zie het betreffende hoofdstuk voor meerinformatie over een systeem of een functie. Continu brandendwaarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampjegaat branden, kan er sprake zijn van een storingdie verder moet worden onderzocht. Instrumentenpaneel12.
Als een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in debeschrijvingen van de waarschuwings- enverklikkerlampjes geven aan of u naast deonmiddellijk aanbevolen acties contact met eengekwalificeerde professional moet opnemen. (1): Stop de auto. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. (2): Neem contact op met een PEUGEOT-dealerof een gekwalificeerde werkplaats. (3): Ga naar een PEUGEOT-dealer of eengekwalificeerde werkplaats. Overzicht vanwaarschuwings- encontrolelampjesRode waarschuwings-/controlelampjesSTOPPermanent, in combinatie met eenander waarschuwingslampje, eenmelding en een geluidssignaal. Een ernstige storing van de motor, hetremsysteem, de stuurbekrachtiging of deautomatische versnellingsbak, of een ernstigeelektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit.
Oververhitting tractiebatterij (Hybride,Plug-in hybride of Elektrisch)Brandt permanent, in com-binatie met het waarschu-wingslampje STOP, eenmelding en een geluids-signaal. De temperatuur van de tractiebatterij is te hoog. Voer (1) uit. Stap zo snel mogelijk uit de auto en ga opveilige afstand staan. Voer (2) uit. Storing tractiebatterij (Hybride of Plug-inhybride of Elektrisch)Brandt permanent, in com-binatie met het waarschu-wingslampje STOP, eenmelding en een geluids-signaal. Er zit een storing in de tractiebatterij. Voer (2) uit. Maximale koelvloeistoftemperatuurBrandt permanent. De temperatuur van de koelvloeistofis te hoog. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeldvoordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als hetprobleem niet verdwijnt. Motoroliedruk (benzine, diesel, hybride,plug-in hybride)Brandt permanent. Er is een probleem met hetsmeersysteem van de motor.
Voer (1) en dan (2) uit. Storing systeem (Hybride, Plug-in hybrideof Elektrisch)Brandt permanent. Het hybride systeem vertoont een storing. Voer (1) en dan (2) uit. Kabel aangesloten (plug-in hybride ofelektrisch)Brandt permanent bij het aanzettenvan het contact. De laadkabel is aangesloten op de aansluitingvan de auto.
Brandt permanent bij het aanzettenvan het contact, in combinatie meteen melding. De auto kan niet worden gestart als de laadkabelop de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. Laadniveau 12V-accuBrandt permanent. Het laadcircuit van de accuwerkt niet goed (bijvoorbeeld doorvuile klemmen, of een losse ofafgescheurde dynamoriem). Voer (1) uit. Als de elektrische parkeerrem niet meer werkt,beveilig de auto dan op de volgende maniertegen wegrollen:► Plaats het wielblok tegen een van de wielen. Reinig de accuklemmen en zet ze correctvast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaatwanneer de motor is gestart, voer (2) uit. RemmenBrandt permanent. Het remvloeistofpeil in het remcircuitis aanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoirbij met de door de fabrikant voorgeschrevenInstrumentenpaneel133.
remvloeistof. Zie (2) als het probleem nietverdwijnt. Brandt permanent. Een storing in het systeemvan de elektronische re-mdrukregelaar (EBFD). Voer (1) en dan (2) uit. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem isaangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke(horizontale) ondergrond. Bij een auto met een automatischeversnellingsbak of met schakelbediening:selecteer de modus P. Zet het contact af en voer (2) uit. StuurbekrachtigingBrandt permanent in combinatie meteen geluidssignaal. Er is een storing in destuurbekrachtiging. Voer (1) en dan (2) uit. Portieren(en) geopendPermanent, in combinatie met eenmelding die aangeeft om welk portierhet gaat. Een geluidssignaal vult de waarschuwing aanals de snelheid hoger is dan 10 km/u voor eendeur of de bagageruimte, 6 km/uur voor demotorkap.
Een portier, de bagageruimte of de motorkap isniet goed gesloten. Veiligheidsgordels losgemaakt/nietvastgemaaktPermanent of knipperend,samen van een toenemendgeluidssignaal. Een van de veiligheidsgordels is nietvastgemaakt of weer losgemaakt. Het controlelampje voor de betreffende stoelgaat ook branden of knipperen in hetvoertuigsymbool. Oranje waarschuwings-/controlelampjesServiceBrandt tijdelijk in combinatie met eenmelding. Er zijn één of meer kleine storingengedetecteerd waarbij geen specifiekwaarschuwingslampje gaat branden. Identificeer de oorzaak van de storingmet behulp van de melding op hetinstrumentenpaneel. Sommige problemen kunt u zelf oplossen,zoals het vervangen van de batterij in deafstandsbediening. Voer voor andere problemen, zoals een storingin het bandenspanningscontrolesysteem, uit (3). Brandt permanent, in combinatie meteen melding.
Brandt permanent, in combinatiemet de weergave van eenmelding ”storing hoorbaarwaarschuwingssysteem: Reparatienodig”. Het hoorbaar waarschuwingssysteem is defect. De volgende rijhulpmiddelen kunnen verstoordof onbeschikbaar zijn:► Verkeersbordherkenning. ► Actieve veiligheidsrem/Waarschuwing bijkans op aanrijding► Lane keeping assist► Vermoeidheidsdetectie bestuurder metcamera. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatie metde melding "Storing parkeerrem”. De functie automatisch uitschakelen van deelektrische parkeerrem is niet beschikbaar. Voer (2) uit. Storing (met elektrische parkeerrem)Brandt permanent, in com-binatie met de melding"Storing parkeerrem". De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motordraait. Als de parkeerrem niet handmatig kan wordenin- en uitgeschakeld, dan is de hendel van deelektrische parkeerrem defect. Instrumentenpaneel14.
De automatische functies moeten te allen tijdeworden gebruikt: ze worden automatisch weergeactiveerd bij een storing in de hendel. Voer (2) uit. Brandt permanent, in combinatie met de melding"Storing parkeerrem". De elektrische parkeerrem is defect; dehandmatige en elektrische functies werkenmogelijk niet meer. Om de auto bij stilstand te blokkeren:► Trek aan de elektrische parkeerremen houd deze 7 tot 15 secondenaangetrokken, totdat het controlelampje ophet instrumentenpaneel gaat branden. Als deze procedure niet werkt, beveilig uw autodan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Bij auto's met een automatischeversnellingsbak of met schakelbediening:selecteer de modus P, en plaats debijgeleverde wielkeg tegen een van dewielen. Zie (2). Automatische functies uitgeschakeld(elektrische parkeerrem)Brandt permanent.
De functies "automatischinschakelen" (bij het afzetten van demotor) en "automatisch uitschakelen"(bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld. Als automatisch inschakelen / uitschakelen nietmeer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrischeparkeerrem in te schakelen. ► Neem de voet volledig van het rempedaal. ► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in derichting voor uitschakelen. ► Laat de knop los. ► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richtingvoor inschakelen. ► Laat de knop en het rempedaal los. RemmenBrandt permanent. Er is een kleine storing in hetremsysteem gedetecteerd. Rijd voorzichtig. Voer (3) uit. StuurbekrachtigingBrandt permanent. Er is sprake van een kleine storing inde stuurbekrachtiging. Rijd voorzichtig met matige snelheid en zie (3). Motor zelf-diagnosesysteem (benzine,diesel, hybride of plug-in hybride)Knippert.
Een storing in hetmotormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigdraken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling.
Het waarschuwingslampje moet uit gaan als demotor draait. Voer direct (3) uit. Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) /antispinregeling (ASR)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. De functie DSC / ASR wordt automatisch weeringeschakeld als de motor opnieuw wordt gestarten vanaf een snelheid van ongeveer 50 km/uur. Bij een snelheid lager dan 50 km/uur kan defunctie handmatig weer worden ingeschakeld. Knippert. De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bijminder grip of afwijken van de rijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Voer (3) uit. Storing functie noodremmen (bijelektrische parkeerrem)Brandt permanent, in com-binatie met de melding"Storing parkeerrem”. De noodremassistentie werkt niet optimaal. Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is,schakel de functie handmatig uit of zie (3). Instrumentenpaneel153.
Hill Start AssistBrandt permanent, in com-binatie met de melding"Storing in antiterugrol-systeem". Er is een storing in het sys-teem. Voer (3) uit. Veiligheidsrem na aanrijdingBrandt permanent, in combinatie met hetwaarschuwingslampje Service, een melding eneen geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer snel (3) uit. Bandenspanning te laagBrandt permanent. De bandenspanning van een ofmeerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassenvan de bandenspanning. Het waarschuwingslampjevoor te lage bandenspan-ning knippert en brandtvervolgens permanent,en waarschuwingslampjeService brandt permanent. Er is een storing in hetbandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanningmeer aangeven. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijken zie (3). ParkeersensorenKnippert.
Het systeem detecteert een obstakel. Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding en eengeluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatiemet de weergave van eenmelding ”parkingsysteemsensorblind: Reinig sensor, ziehandleiding”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de voorste en/of achterste sensoren. Actieve motorkapBrandt permanent, in combinatie meteen melding. De actieve motorkap is geactiveerd. Raak de motorkap niet aan. Bel de pechhulpdienst of voer (3) uit, maar rijddaarbij niet sneller dan 30 km/uur. AirbagsBrandt permanent, in com-binatie met het waarschu-wingslampje Service eneen melding. Een van de airbags of pyrotechnischegordelspanners is defect. Voer (3) uit. Airbag voorpassagier (ON)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde isgeactiveerd.
De airbag vóór aan passagierszijde isuitgeschakeld. De schakelaar is in de stand ”UIT" gezet. Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichtingworden geplaatst, tenzij er een probleem met deairbags is (waarschuwingslampje airbags aan). Laag brandstofniveau (benzine, diesel,hybride of plug-in hybride)Brandt permanent, in combinatie meteen geluidssignaal en een melding. Als het lampje gaat branden, zit er nogongeveer 6 liter brandstof in de tank(reservevoorraad). Zolang er geen brandstof wordt getankt,wordt deze waarschuwing iedere keer herhaaldwanneer het contact wordt aangezet, enmet een toenemende frequentie naarmate hetbrandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank onmiddellijk, om een lege tank tevoorkomen. Rijd nooit door totdat de tank helemaalleeg is, aangezien dit de systemen vooremissieregeling en inspuiting kan beschadigen. Instrumentenpaneel16.
Tractiebatterij bijna leeg (elektrisch)Brandt permanent in combinatie meteen geluidssignaal. De tractiebatterij is bijna leeg. Controleer het resterende actiebereikLaad de tractiebatterij zo snel mogelijk op. Schildpad-modus met beperkt actiebereik(elektrisch)Brandt permanent. De laadniveau van de tractiebatterij iskritiek. Het motorvermogen neemt geleidelijk af. De tractiebatterij moet direct worden opgeladen. Als het waarschuwingslampje blijft branden, voerdan (2) uit. Waarschuwingssysteem voetgangers(Hybride, Plug-in hybride of Elektrisch)Brandt permanent. Storing ingeluidssignaal gedetecteerd. Botswaarschuwing / Active Safety BrakeKnippert. Het systeem activeert en remt de autokort af om de snelheid te verlagen. Verwijs voor meer informatie naar deRij sectie. Brandt permanent, in combinatie meteen melding. Het systeem is via het touchscreenuitgeschakeld.
Brandt permanent, in combinatie meteen melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatiemet de weergave van eenmelding ”Sensor rijhulpsysteemvuil: Reinig sensor, ziehandleiding”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de camera vooraan. Brandt permanent. Er is een storing in het sys-teem. Als deze waarschuwing-slampjes gaan branden na-dat de motor is uitgescha-keld en opnieuw is gestart,zie (3). Brandt permanent. Het systeem wordt tijde-lijk uitgeschakeld omdatde bestuurder en/of voor-passagier (afhankelijk vande uitvoering) zijn gede-tecteerd maar de bijbehor-ende veiligheidsgordel isniet vastgemaakt. VerkeersbordherkenningBrandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding en eengeluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit.
De auto dreigt een onderbrokenrijstrookmarkering te overschrijdenzonder dat de richtingaanwijzer isingeschakeld. Het systeem is geactiveerd en corrigeert dekoers van de auto als het detecteert dater een kans is dat een rijstrookmarkering ofwegrand wordt overschreden (afhankelijk van deuitvoering). Verwijs voor meer informatie naar de Rij sectie. Brandt permanent. Het systeem is automatischuitgeschakeld of in de wachtstandgezet. Brandt permanent, in combinatiemet de weergave van eenmelding ”Sensor rijhulpsysteemvuil: Reinig sensor, ziehandleiding”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de camera vooraan. Instrumentenpaneel173.
Permanent, in combinatiemet een melding en eengeluidssignaal. Er is een storing in het sys-teem. Voer (3) uit. Waarschuwing voor bestuurder viacamera (Detectie onoplettendheid)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. Brandt permanent, in combinatie metde weergave van een melding en eengeluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. Brandt permanent, in combinatiemet de weergave van eenmelding ”Sensor rijhulpsysteemvuil: Reinig sensor, ziehandleiding”. De sensor is verborgen. Stop zodra dat veilig kan en zet het contact uit. Reinig de camera vooraan. Stop & Start (benzine)Brandt permanent, in combinatie meteen melding. Het Stop & Start-systeem is handmatiguitgeschakeld. De volgende keer dat de auto tot stilstand komt,wordt de motor niet afgezet. Brandt permanent. Het Stop & Start-systeem is automa-tisch uitgeschakeld.
De volgende keer dat de auto tot stilstandkomt, wordt de motor niet afgezet bij eenbuitentemperatuur:– onder 0°C. – boven +35°C. Verwijs voor meer informatie naar de Rij sectie. Knippert en brandt vervolgens per-manent, in combinatie met een meld-ing. Er is een storing in het systeem. Voer (3) uit. e-Auto mode (Hybride)Brandt permanent, in combinatie meteen melding. De e-Auto mode is handmatiguitgeschakeld. De benzinemotor schakelt niet uit bij devolgende keer dat het gaspedaal wordtlosgelaten of bij de volgende stop. Activeer de mode opnieuw via het touchscreen. MistachterlichtenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. Night VisionBrandt permanent. De functie is geactiveerd, maarde auto rijdt te snel of debuitentemperatuur valt buiten hetwerkingsbereik. De weergave is beschikbaar in de modus"Night Vision", maar het systeem geeft geenwaarschuwing.
Automatisch dimmende koplampenBrandt permanent, in combinatie meteen geluidssignaal en een melding. Er is een storing in een functie ofcamera gedetecteerd. Voer (2) uit. Groene waarschuwings-/controlelampjesStop & Start (benzine)Brandt permanent. Wanneer de auto stopt, zet het Stop& Start-systeem de motor in deSTOP-stand. Knippert tijdelijk. De modus STOP is momenteel nietbeschikbaar of de modus STARTwordt automatisch geactiveerd. Verwijs voor meer informatie naar de Rij sectie. Auto is klaar om te rijden (plug-in hybrideof elektrisch)Brandt permanent, in combinatiemet een geluidssignaal als het gaatbranden. Instrumentenpaneel18.
De auto is klaar om te rijden. Voor elektrische auto's zijn de thermischcomfort-systemen ook beschikbaar. Het controlelampje gaat uit wanneer er eensnelheid van ongeveer 5 km/uur is bereikt engaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit deauto stapt. Zitplaats niet bezet / Veiligheidsgordel nietvastgemaaktPermanent (grijs)Een van de passagierszitplaatsen voorin ofachterin wordt als niet bezet beschouwd met hetcontact aan. Zitplaats bezet/VeiligheidsgordelvastgemaaktBrandt permanent. De bestuurder of een passagier heeftde veiligheidsgordel vastgemaakt methet contact aan. RichtingaanwijzersKnippert, met geluidssignaal. De richtingaanwijzers zijningeschakeld. Dagrijverlichting/stadslichtenBrandt permanent. Bij voldoende omgevingslicht is dedagrijverlichting ingeschakeld. Bij onvoldoende omgevingslichtbranden de parkeerlichten.
DimlichtkoplampenBrandt permanent. De lampen zijn ingeschakeld. Night VisionBrandt permanent. (grijs) De functie is geactiveerd, maarniet beschikbaar. Brandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeemis in werking. Verwijs voor meer informatie naar de Verlichtingen zicht sectie. Peugeot Matrix LEDPermanent (grijs)De functie is geactiveerd, maar nietbeschikbaar. Er is niet voldaan aan allewerkingsvoorwaarden. Brandt permanent. De functie is geactiveerd. Er is aan alle voorwaarden voldaan: het systeemis in werking. Verwijs voor meer informatie naar de Verlichtingen zicht sectie. Automatisch dimmende koplampenBrandt permanent. De functie is via hettouchscreen geactiveerd. De ring van de lichtschakelaar staat in destand ”AUTO". Verwijs voor meer informatie naar de Verlichtingen zicht sectie.
Bij draaiende motor, voordat de parkeerremwordt vrijgegeven, om bij een automatischeversnellingsbak de modus P te verlaten. Functie e-SAVE (Plug-in hybride)Brandt permanent, samen met degereserveerde actieradius. De functie is geactiveerd. MetersOnderhoudsindicatorDe informatie over onderhoudsbeurten wordtaangegeven in afstand (kilometer of mijl) en/oftijd (maanden of dagen). Er wordt een waarschuwing gegeven zodra eenvan deze waarden wordt bereikt. Instrumentenpaneel193.
De informatie over onderhoudsbeurten wordtop het instrumentenpaneel weergegeven. Afhankelijk van de uitvoering van de auto:► De kilometerteller geeft de resterendekilometers tot de eerstvolgendeonderhoudsbeurt aan of de afgelegdeafstand sinds de verstrekenonderhoudsdatum, voorafgegaan door hetteken -. ► Een waarschuwingsmelding geeft deresterende kilometers en de tijd tot deeerstvolgende onderhoudsbeurt aan of hoelang deze is verstreken. De weergegeven waarde wordt berekendop basis van het aantal afgelegdekilometers en de verstreken tijd sinds delaatste onderhoudsbeurt. De waarschuwing kan ook wordenweergegeven als het einde van hetonderhoudsinterval in tijd nadert. In overeenstemming met het onderhoudsplanvan het voertuig kan de service bestaan uit:► Een jaarlijks bezoek, of► Een complete servicebeurt. OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten vanhet contact.
Er kan nog tussen 3. 000 tot 1. 000 km wordengereden of 60 en 21 dagen resteren totdat deeerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Permanent, bij het aanzetten van hetcontact. De volgende onderhoudsbeurt moet binnen1. 000 km of 21 dagen worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aanuw auto uitvoeren. Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandt vervolgenspermanent, bij het inschakelen vanhet contact. Het interval voor de onderhoudsbeurt isoverschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurtaan uw auto uitvoeren. De onderhoudsindicator resettenNa elke onderhoudsbeurt moet deonderhoudsindicator worden gereset. Als u zelf onderhoud aan uw auto hebtuitgevoerd:► Zet het contact af. ►Houd de knop op het uiteindevan de lichtschakelaar ingedrukt.
► Zet het contact aan zonder de motor testarten; er wordt een tijdelijk displayvensterweergegeven en de teller begint terug tetellen. ► Als het display =0 aangeeft, wordt er eenbevestigingsbericht weergegeven; laat dande knop op de hendel van de verlichting losen het symbool van de sleutel verdwijnt.
Als u de accu na deze handeling wiltloskoppelen, vergrendel dan de auto enwacht minimaal 5 minuten. Anders wordthet resetten van de onderhoudsindicator nietgeregistreerd. Herinnering onderhoudsinformatieService-informatie is toegankelijk metde app Instellingen > Voertuig ophet touchscreen. ► Selecteer dan Veiligheid >Diagnose. Motorolieniveaumeter(Afhankelijk van de uitvoering)Bij uitvoeringen met een elektrischemotorolieniveaumeter wordt bij het aanzettenvan het contact eerst de onderhoudsindicator(in de vorm van meldingen) ophet instrumentenpaneel weergegeven envervolgens gedurende enkele seconden hetmotorolieniveau. Een controle van het olieniveau is alleenbetrouwbaar als de auto op een vlakkeondergrond staat en de motor minstens 30minuten niet heeft gedraaid.
Laag olieniveauDit wordt aangegeven met het bericht"Olieniveau niet correct" op hetinstrumentenpaneel, samen met het oplichtenvan het waarschuwingslampje Service en eengeluidssignaal. Instrumentenpaneel20.
Controleer het olieniveau met de peilstok. Alsblijkt dat het olieniveau inderdaad te laag is,moet olie worden bijgevuld om te voorkomen daternstige motorschade ontstaat. Zie het betreffende hoofdstuk voor meerinformatie over het controleren van deniveaus. Storing in de olieniveaumeterDit wordt aangegeven met de melding"Ongeldige meting olieniveau" op hetinstrumentenpaneel. Neem contact op met een PEUGEOT-dealer ofeen gekwalificeerde werkplaats. Bij een storing in de elektrischemotorolieniveaumeter wordt hetmotorolieniveau niet meer gecontroleerd. Bij een storing in het systeem moet uhet motorolieniveau met de peilstok in demotorruimte controleren. Zie het betreffende hoofdstuk voor meerinformatie over het controleren van deniveaus. KoelvloeistoftemperatuurmeterBij draaiende motor:► In zone A is de temperatuur in correct. ► In zone B is de temperatuur te hoog.
Het bijbehorende waarschuwingslampje enhet waarschuwingslampje STOP op hetinstrumentenpaneel branden rood, samenmet de weergave van een bericht en eengeluidssignaal. Zet de auto zo snel mogelijk op een veiligeplaats stil. Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet. Zet het contact uit, open voorzichtigde motorkap en controleer hetkoelvloeistofniveau. Zie het betreffende hoofdstuk voor meerinformatie over het controleren van deniveaus. Vermogensindicator(Hybride, Plug-in hybride)De vermogensmeter geeft in realtime hetvermogen aan dat van de auto wordt gevraagd. Er zijn 3 zones:Voor hybride uitvoeringenPOWER Hoge vermogensvraag, waarbijhet gecombineerde vermogenvan de benzinemotor en deelektromotor wordt gebruikt. De cursor bevindt zich in dezezone tijdens meer dynamischerijfasen, wanneer hoge prestatiesworden gevraagd. ECO Optimaal energiegebruik(verbrandings- of elektromotor).
De cursor bevindt zich in dezezone wanneer de auto vaartvermindert: wanneer u uw voet vanhet gaspedaal haalt of remt. Als het contact wordt aangezet envoordat de motor wordt gestart, geeft devermogensindicator alleen "OFF" weer. Voor plug-in hybride versiesPOWER Hoge vermogensvraag, waarbijhet gecombineerde vermogenvan de benzinemotor en deelektromotor wordt gebruikt. De cursor bevindt zich in deze zonetijdens meer dynamische rijfasen,wanneer hoge prestaties wordengevraagd. ECO Optimaal gebruik van de energie(elektrisch)De cursor staat in deze zonetijdens elektrisch rijden en wanneerde benzinemotor optimaal wordtInstrumentenpaneel213.
gebruikt. Dit is mogelijk bij eengeschikte rijstijl. Door het accelereren te beperkenkan de bestuurder in de elektrischerijstand blijven. LADEN Terugwinning van energie voorhet gedeeltelijk opladen van detractiebatterij. De cursor bevindt zich in deze zonewanneer de auto vaart vermindert:wanneer u uw voet van hetgaspedaal haalt of remt. Voor elektrische uitvoeringenLADEN Tractiebatterij laadt op tijdens hetvaart minderen en remmen. ECO Beperkt energieverbruik en optimaleactieradius. POWER Energieverbruik door de aandrijflijntijdens het accelererenNEUTRAALWanneer het contact is aangezet, dan kan deelektrische aandrijflijn van de auto geen energieverbruiken of genereren; als u over de indicatorveegt, gaat de cursor terug naar de "neutrale"positie: tussen ECO en CHARGE.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Peugeot 408 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Peugeot
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto