Peugeot Rifter (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Peugeot Rifter (2024) (324 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 49 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Peugeot Rifter (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Peugeot |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Rifter (2024) |
Handleiding Peugeot Rifter (2024) – volledige tekst
Toegang tot het instructieboekjeONLINEBekijk of download het instructieboekje via het volgende adres:http://public.servicebox.peugeot.com/APddb/Scan deze QR-code voor directe toegang.Met dit symbool wordt de meest recente informatie aangeduid. Selecteer:– de taal,– het model en de carrosserievariant van uw auto,– de uitgifteperiode van het instructieboekje die overeenkomt met de datum van de 1e tenaamstelling van uw auto.MOBIELE APPSInstalleer de Scan MyPeugeot App-app (de inhoud is o?ine beschikbaar).Ook beschikbaar in de app MYPEUGEOT APP.
Wij adviseren u om dit boekje aandachtig door te lezen, evenals het garantie- en onderhoudsboekje.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechts van een deel van de uitrusting in dit boekje zijn voorzien.Aan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles PEUGEOT behoudt zich het recht voor om de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit document aan te passen.Overhandig dit instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.LegendaVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieMilieubeschermingsfunctieAuto's met stuur linksAuto's met stuur rechtsLocatie van uitrusting / toets, aangeduid met een zwart gebiedLegendaDeze legenda geeft de specieke kenmerken van uw type auto aan:BestelwagenDubbele cabine5 zitplaatsen7 zitplaatsenNeem voor werkzaamheden aan uw auto contact op met een lid van het dealernetwerk van de fabrikant, hierna te noemen “een dealer”, of een gekwaliceerde werkplaats.
4OverzichtPresentatiePresentatieDeze afbeeldingen en beschrijvingen dienen slechts als voorbeeld. De aanwezigheid en de locatie van bepaalde componenten variëren afhankelijk van de uitvoering, het uitrustingsniveau en het land van verkoop.Cockpit 1. Ontgrendeling motorkap2. Zekeringen dashboard3. Claxon4. Instrumentenpaneel5. AlarmPlafonnièreNoodoproep of pechhulpoproepBinnenspiegel of Surround Rear Vision-weergavescherm (Peugeot Partner)Observatiespiegel (Peugeot Rifter)Paneel met waarschuwingslampjes voor veiligheidsgordels en airbag vóór aan passagierszijde (Peugeot Rifter)Bediening van het zonnescherm voor het panoramadak (Peugeot Rifter)6. BLUETOOTH-audiosysteem met touchscreenTouchscreen met PEUGEOT Connect Radio of PEUGEOT Connect Nav7. USB-aansluiting8. Verwarming / airconditioningOntwasemen - ontdooien voorruit en voorste zijruiten Achterruitverwarming9.
5OverzichtSchakelaars op of rondom het stuurwiel1. Schakelaar verlichting / richtingaanwijzersToets voor het wisselen van weergave van de Surround Rear Vision (Peugeot Partner)Toets activering spraakherkenning2. Schakelaar ruitenwissers / ruitensproeiers / boordcomputer3. Toetsen voor het selecteren van de multimediabron (SRC), het beheren van muziek (LIST) en het beheren van telefoongesprekken (telefoontje)4. Bediening snelheidsbegrenzer / programmeerbare snelheidsregelaar/Adaptieve snelheidsregelaar5. Draaiknop voor het selecteren van de weergavemodus van het instrumentenpaneel6. SpraakbedieningVolume7. Bediening audiosysteemSchakelaarpaneel aan de zijkant 1. Handmatige hoogteverstelling van de koplampen2. Stop & Start3. Parkeerhulp4. Extra verwarmings- / ventilatiesysteem (Diesel)Voorverwarmen / voorkoelen (Elektrisch)5. Active Lane Departure Warning System6.
6OverzichtElektromotor 1. Laadaansluitingen2. Tractiebatterij3. 12V-accu4. Geïntegreerde lader5. Elektromotor6. LaadkabelVia de laadaansluitingen (1) kan de auto op 3 manieren worden opgeladen:– Opladen via een normaal stopcontact en de bijbehorende laadkabel (6) (Mode 2).– Versneld opladen via een snellader opladen (wallbox) (Mode 3).– Snelladen via een openbare snellader (Mode 4).De tractiebatterij van 400 V (2) is een lithiumionbatterij. Deze slaat energie op die voor de elektromotor, de airconditioning en de verwarming wordt gebruikt. Het laadniveau wordt met een meter weergegeven. Bovendien bevindt zich op het instrumentenpaneel een waarschuwingslampje voor een laag laadniveau.De 12V-accu (3) levert stroom aan het normale elektrische systeem van de auto.
Deze wordt automatisch via de geïntegreerde lader door de tractiebatterij opgeladen.De geïntegreerde lader (4) verzorgt het opladen via een normaal stopcontact (Mode 2) en het versneld opladen (Mode 3) van de tractiebatterij, maar ook het opladen van de 12 V-accu.De elektromotor (5) zorgt voor de aandrijving op basis van de geselecteerde rijstand en de rijomstandigheden. Deze motor wint ook energie terug bij het remmen en vaart minderen van de auto.
8Eco-rijdenEco-rijdenDoor in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kan de bestuurder het energieverbruik van zijn auto (brandstof en / of elektriciteit) en de CO2-uitstoot optimaliseren. Het gebruik van de versnellingsbak / transmissie optimaliserenAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg en schakel zo snel mogelijk naar de tweede versnelling. Schakel bij het accelereren bij voorkeur snel over naar een hogere versnelling. Met een automatische transmissie kunt u het beste de automatische modus gebruiken. Trap het gaspedaal niet heel diep of plotseling in. De schakelindicator adviseert u de versnelling te kiezen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden. Volg het schakeladvies op het instrumentenpaneel zo snel mogelijk op.
Bij een auto met een automatische transmissie wordt de schakelindicator alleen in de handmatige stand weergegeven. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Op deze manier verlaagt u het energieverbruik en de CO2-emissies, en neemt het algemene geluidsniveau van het verkeer af. Gebruik bij voorkeur de rijstand Eco. Bij een EAT8-transmissie kunt u met de selectiehendel in stand D de vrijloop gebruiken door uw voet langzaam helemaal van het gaspedaal te halen om zo brandstof te besparen. Wanneer het verkeer goed doorstroomt, kunt u de snelheidsregelaar inschakelen.
Gebruik de elektrische voorzieningen op de juiste manierAls bij het instappen blijkt dat de temperatuur in het interieur hoog is opgelopen, open dan alle ruiten en de ventilatieroosters voordat u de airconditioning inschakelt. Sluit de ruiten bij snelheden hoger dan 50 km/h, maar laat de ventilatieroosters geopend.
Maak gebruik van alle voorzieningen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het interieur (zoals het zonnescherm van het schuif-/kanteldak en de zonneschermen van de zijruiten). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn, als deze niet automatisch worden geregeld. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Pas uw gebruik van de (mist)verlichting aan het zicht aan, in overeenstemming met de geldende wetgeving in het land waar u rijdt. Laat de motor vooral 's winters (behalve onder zeer winterse omstandigheden: bij temperaturen lager dan -23 °C) na het starten niet stationair draaien. De auto warmt onder het rijden veel sneller op.
Sluit als passagier zo weinig mogelijk multimedia-apparaten (voor bijvoorbeeld lms, muziek of spelletjes) aan om het energieverbruik te beperken. Koppel alle draagbare apparatuur los als u de auto verlaat. Beperk de oorzaken van een hoger brandstofverbruikVerdeel het gewicht gelijkmatig over de auto: plaats de zwaarste voorwerpen in de bagageruimte zo dicht mogelijk bij de achterbank. Beperk de belading en de luchtweerstand van uw auto (onder meer door dakdragers, imperiaal, etsendrager en aanhanger). Gebruik bij voorkeur een dakko?er voor het vervoer van bagage op het dak. Verwijder de dakdragers en het imperiaal na gebruik. Vervang de winterbanden na de winter zo snel mogelijk door zomerbanden.
Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer de bandenspanning regelmatig (bij koude banden) en houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de sponning van het bestuurdersportier. Controleer de bandenspanning met name:– voorafgaand aan een lange rit;– bij de wisseling van de seizoenen;– als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt.
9Eco-rijdeninterieurlter vervangen enz.). Houd u aan het onderhoudsschema van de fabrikant.Bij uitvoeringen met een BlueHDi-dieselmotor: bij een storing in het SCR-systeem stoot de auto schadelijke sto?en uit.
Ga zo snel mogelijk naar een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats om de hoeveelheid stikstofoxide tot wettelijke niveaus te verlagen.Laat het vulpistool bij het tanken niet meer dan drie keer afslaan; zo voorkomt u dat brandstof uit de tank stroomt.U zult bij een nieuwe auto merken dat het gemiddelde brandstofverbruik zich pas na 3000 km stabiliseert.De actieradius optimaliseren (elektrisch voertuig)Het stroomverbruik van de auto hangt grotendeels af van de route, snelheid en rijstijl, en van het gebruik van de verwarming / airconditioning.Probeer in het gebied "ECO" op de vermogensmeter te blijven door gelijkmatig te rijden en de snelheid niet te veel te variëren.Anticipeer op de situatie op de weg zodat u op tijd en geleidelijk kunt remmen; rem zo veel mogelijk op de motor af om energie terug te winnen.
10InstrumentenpaneelInstrumentenpanelenInstrumentenpaneel met lcd-pictogrammen Meters1. Snelheidsmeter (km/h of mph)2. Display3. Toerenteller (x 1000 t/min)ToetsenA. Dimmer verlichting.Na SET enige tijd ingedrukt te hebben kunt u de tijdswaarden en de eenheden instellen.B. Herinnering onderhoudsinformatie of, bij auto's met het SCR-systeem, actieradius van de AdBlue®.De geselecteerde functie resetten (onderhoudsindicator of dagteller).Na enige tijd drukken kunt u de tijdswaarden en de eenheden instellen.Instrumentenpaneel met lcd-tekst- of matrixdisplay Meters1. Snelheidsmeter (km/h of mph)2. Brandstofniveaumeter (Benzine of Diesel)Verbruiksmeter thermische comfortfuncties (Elektrisch)3. Display4. Koelvloeistoftemperatuurmeter (Benzine of Diesel)Laadniveaumeter (Elektrisch)5.
Toerenteller (x 1000 omw/min) (Benzine of Diesel)CHARGE, ECO, POWER of NEUTRAAL (tussen ECO en CHARGE) vermogensmeter (elektrisch)Controlelampje READY (Elektrisch)ToetsenA. Tijdelijke herinnering onderhoudsinformatie of herinnering actieradius met het SCR-systeem en de AdBlue®.Afhankelijk van de uitvoering: terugkeren naar een bovenliggend niveau of annuleren van huidige bewerking.B. Dimmer verlichting.Afhankelijk van de uitvoering: door een menu of lijst bladeren, of een waarde wijzigen.Dagteller op nul zetten (lang indrukken).Onderhoudsindicator op nul zetten.Afhankelijk van de uitvoering: open het conguratiemenu en bevestig een keuze (kort indrukken).C. Dagteller op nul zetten (lang indrukken).Onderhoudsindicator op nul zetten.Afhankelijk van de uitvoering: open het conguratiemenu en bevestig een keuze (kort indrukken).
11Instrumentenpaneel1D. Onderhoudsindicator resetten.Tijdelijke herinnering onderhoudsinformatie.Herinnering van de actieradius van het AdBlue®-systeem (diesel).Afhankelijk van de uitvoering: terugkeren naar een bovenliggend niveau of annuleren van de huidige bewerking.DisplaysMet lcd-display met pictogramweergave Met lcd-tekstdisplay Met matrixdisplay Met matrixdisplay (elektrische auto) Wanneer u in het buitenland rijdt, dan moet u mogelijk de maateenheden veranderen: de rijsnelheid moet in de o?ciële eenheid van het land (mijl of kilometer per uur) worden weergegeven. U kunt deze eenheid via het conguratiemenu van het scherm aanpassen terwijl de auto stilstaat.1. Instellingen snelheidsregelaar of snelheidsbegrenzerWeergave van verkeersborden met een snelheidslimiet2.
Percentage laadniveau tractiebatterij (Elektrisch)WeergaveVoor bepaalde functies die zowel een controlelampje voor de ingeschakelde status als voor de uitgeschakelde status hebben, is slechts één specieke positie beschikbaar. Permanent weergegeven informatieIn de standaardweergave toont het instrumentenpaneel het volgende:– op vaste posities:• Informatie over de versnellingsbak / transmissie en de schakelindicator (Benzine of Diesel). • Informatie over de selectiehendel (elektrisch). • Brandstofniveaumeter (Benzine of Diesel). • Actieradius (Benzine of Diesel). • Koelvloeistoftemperatuurmeter (Benzine of Diesel). • Laadniveaumeter en indicator actieradius (Elektrisch). • Vermogensmeter (Elektrisch). • Rijstand.
13Instrumentenpaneel1• Status- of waarschuwingsmeldingen die kort worden weergegeven. – op variabele posities:• Waarschuwingslampjes. • Digitale snelheidsmeter. • Kilometerteller. Optionele informatieAfhankelijk van de geselecteerde weergavemodus en de ingeschakelde functies kan de volgende aanvullende informatie worden weergegeven:– Toerenteller (Benzine of Diesel). – Boordcomputer. – Rijhulpsystemen. – Snelheidsbegrenzer of snelheidsregelaar. – Media die wordt afgespeeld. – Navigatie-aanwijzingen. – Analoge snelheidsmeter. – Informatie over de motor (vermogensmeters) in de stand Power (Elektrisch). – Energiestromen (Elektrisch). Het instrumentenpaneel personaliserenAfhankelijk van de uitvoering kan het instrumentenpaneel worden aangepast (kleur en/of weergavemodus). Schermtaal en eenhedenDeze zijn afhankelijk van de instellingen van het touchscreen.
Wanneer u reist naar een land met een andere o?ciële eenheid voor de afstanden en snelheidslimieten (km of mijl, km/h of mph), moet u de conguratie van de eenheden wijzigen. Voer deze handelingen om veiligheidsredenen uitsluitend uit bij stilstaande auto. Keuze van displaykleur (benzine of diesel)Afhankelijk van de uitvoering is de kleur van het display van het instrumentenpaneel afhankelijk van het kleurenschema dat op het touchscreen is ingesteld. De instellingen kunnen worden gewijzigd via het menu Instellingen van het touchscreen. De weergavemodus wijzigenIn elke modus kan er specieke informatie op het instrumentenpaneel worden weergegeven. ► Draai de rolknop links op het stuurwiel om de verschillende weergavemodi op het instrumentenpaneel weer te geven en erdoorheen te bladeren. ► Druk op de rolknop om de modus te bevestigen.
14InstrumentenpaneelMet PEUGEOT Connect Nav► Druk op Instellingen in de balk van het touchscreen. ► Selecteer "OPTIES". ► Selecteer "Instellingen instrumentenpaneel". ► Selecteer "Persoonlijk 1" of "Persoonlijk 2". ► Selecteer het type weer te geven informatie met de bladerpijlen op het touchscreen:• "Standaard" (leeg). • "Boordcomputer". • "Media". • "Verbruik accessoires" (afhankelijk van de uitvoering). • "Toerenteller" (Benzine of Diesel). Als het type informatie "Standaard" is geselecteerd, wordt "Persoonlijk 1" of "Persoonlijk 2" niet meer weergegeven in de lijst met weergavemodi. ► Bevestig om de instelling op te slaan en af te sluiten. De modus "Persoonlijk" wordt meteen weergegeven. De informatie wordt meteen op het instrumentenpaneel weergegeven als de bijbehorende weergavemodus is geselecteerd.
Het type informatie dat in de modus "Persoonlijk 1" is geselecteerd, is niet beschikbaar in de modus "Persoonlijk 2". Waarschuwings- en verklikkerlampjesDe waarschuwings- en verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een storing (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (verklikkerlampjes ingeschakelde of uitgeschakelde functie). Bepaalde lampjes kunnen op twee manieren (permanent of knipperend) en/of in verschillende kleuren branden. Bijbehorende waarschuwingenEen lampje kan branden in combinatie met een geluidssignaal en/of een melding op het display. Door de weergegeven waarschuwingen te relateren aan de werkingstoestand van de auto kan worden bepaald of er sprake is van een normale situatie of van een storing; zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie.
Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait. Raadpleeg de desbetre?ende rubriek voor meer informatie over een systeem of een functie.
Continu brandend waarschuwingslampjeAls er een rood of oranje waarschuwingslampje gaat branden, is er een storing die verder moet worden onderzocht. Wanneer een lampje blijft brandenDe aanduidingen (1), (2) en (3) in de beschrijvingen van de waarschuwings- en verklikkerlampjes geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwaliceerde professional moet opnemen. (1): Zet de auto stil. Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af. (2): Neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. (3): Ga naar een PEUGEOT-dealer of een gekwaliceerde werkplaats. Lijst met waarschuwingslampjesRode waarschuwingslampjesStoring in het systeem (Elektrisch)Brandt permanent. Er is een storing in de elektromotor of tractiebatterij gedetecteerd. Voer (1) en vervolgens (2) uit.
15Instrumentenpaneel1Brandt permanent wanneer het contact wordt aangezet, in combinatie met een geluidssignaal. De auto kan niet worden gestart als de laadkabel op de aansluiting van de auto is aangesloten. Koppel de laadkabel los en sluit de klep. STOPPermanent, in combinatie met een ander waarschuwingslampje, een melding en een geluidssignaal. Een ernstige storing in de motor, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of de automatische transmissie, of een ernstige elektrische storing. Voer (1) en dan (2) uit. MotoroliedrukBrandt permanent. Er is een probleem met het smeersysteem van de motor. Voer (1) en dan (2) uit. RemmenBrandt permanent. Het remvloeistofpeil in het remcircuit is aanzienlijk gedaald. Voer (1) uit en vul het remvloeistofreservoir bij met de door de fabrikant voorgeschreven remvloeistof. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Brandt permanent.
Een storing in het systeem van de elektronische remdrukregelaar (EBD). Voer (1) en dan (2) uit. ParkeerremBrandt permanent. De parkeerrem is ingeschakeld of niet goed vrijgezet. Maximale koelvloeistoftemperatuur (benzine of diesel)90°CPermanent (waarschuwingslampje of led), met de naald in het rode gebied (afhankelijk van de uitvoering). De temperatuur van de koelvloeistof is te hoog. Zie (1) en wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u koelvloeistof bijvult. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Laadtoestand van de 12 V-accuBrandt permanent. Het laadcircuit van de accu werkt niet goed (bijvoorbeeld door vuile klemmen, of een losse of afgescheurde dynamoriem). Reinig de accuklemmen en zet ze correct vast. Als het waarschuwingslampje niet uit gaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit. StuurbekrachtigingBrandt permanent. Er is een storing in de stuurbekrachtiging.
Een van de veiligheidsgordels is niet vastgemaakt of weer losgemaakt (afhankelijk van de uitvoering). Portier geopendBrandt permanent, samen met een melding dat aangeeft welk portier of de achterklep is geopend. Samen met de waarschuwing wordt er een geluidssignaal gegeven als de snelheid hoger is dan 10 km/h. Een portier, de achterklep of de achterruit is nog open (afhankelijk van de uitvoering). Sluit wat er niet gesloten is. Als uw auto is uitgerust met een deur aan de rechterzijde, dan geeft dit waarschuwingslampje niets aan als deze deur nog open is. Elektrische parkeerremBrandt permanent. De elektrische parkeerrem is aangetrokken. Knippert. Het aantrekken / vrijzetten werkt niet. Voer (1) uit: parkeer de auto op een vlakke (horizontale) ondergrond. Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in.
Bij een auto met een automatische transmissie of een selectiehendel (elektrisch): selecteer stand P. Zet het contact af en voer (2) uit. Oranje waarschuwingslampjesAutomatische functies uitgeschakeld (elektrische parkeerrem)Brandt permanent. De functies "automatisch inschakelen" (bij het afzetten van de motor) en "automatisch uitschakelen" (bij het wegrijden) zijn uitgeschakeld.
16InstrumentenpaneelAls automatisch inschakelen / uitschakelen niet meer mogelijk is:► Start de motor. ► Gebruik de hendel om de elektrische parkeerrem in te schakelen. ► Laat het rempedaal volledig los. ► Houd de hendel 10 tot 15 seconden in de richting voor uitschakelen. ► Laat de hendel los. ► Trap het rempedaal in en houd het ingetrapt. ► Trek de hendel 2 seconden in de richting voor inschakelen. ► Laat de hendel en het rempedaal los. Storing (elektrische parkeerrem)Brandt permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De parkeerrem werkt niet meer optimaal om de auto onder alle omstandigheden veilig te kunnen parkeren. Zorg dat de auto veilig is:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond. ► Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in.
► Bij auto's met een automatische transmissie: selecteer P en plaats de meegeleverde wielblokken voor en achter een van de wielen. Zie (2). Knippert als de auto wegrijdt. De parkeerrem is niet goed vrijgezet. Zie (1) en probeer de parkeerrem met de hendel volledig uit te schakelen. Druk daarbij het rempedaal in. Zie (2) als het probleem niet verdwijnt. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De elektrische parkeerrem is defect; de handmatige en elektrische functies werken mogelijk niet meer. Om de auto bij stilstand op zijn plaats te houden:► Trek aan de elektrische parkeerrem en houd deze 7 tot 15 seconden aangetrokken, totdat het controlelampje op het instrumentenpaneel gaat branden. Als deze procedure niet werkt, beveilig uw auto dan op de volgende wijze tegen wegrollen:► Parkeer de auto op een vlakke ondergrond.
► Bij auto's met een handgeschakelde versnellingsbak: schakel een versnelling in. ► Bij auto's met een automatische transmissie of selectiehendel (elektrisch): selecteer P en plaats het meegeleverde wielblok tegen een van de wielen. Zie (2). Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem".
De auto kan niet stil blijven staan terwijl de motor draait. Als de parkeerrem niet handmatig kan worden in- en uitgeschakeld, dan is de hendel van de elektrische parkeerrem defect. De automatische functies moeten te allen tijde worden gebruikt: ze worden automatisch weer geactiveerd bij een storing in de hendel. Zie (2). Laag brandstofniveauBrandt permanent (lampje of led), met de naald in het rode gebied (afhankelijk van de uitvoering), in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Als het lampje gaat branden, zit er nog minder dan 6 liter brandstof in de tank. Zolang er geen brandstof wordt getankt, wordt deze waarschuwing iedere keer herhaald wanneer het contact wordt aangezet, en met een toenemende frequentie naarmate het brandstofniveau verder zakt en de nul nadert. Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen.
Rijd nooit door totdat de tank helemaal leeg is; hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken. Tractiebatterij bijna leeg (elektrisch)0 %100Led brandt permanent, met de naald in het rode gebied, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. De tractiebatterij is bijna leeg. Controleer de resterende actieradiusLaad de tractiebatterij zo snel mogelijk op. Schildpad-modus met beperkte actieradius (Elektrisch)Brandt permanent. De laadtoestand van de tractiebatterij is kritiek. Het motorvermogen neemt geleidelijk af. De tractiebatterij moet direct worden opgeladen.
17Instrumentenpaneel1Als het waarschuwingslampje blijft branden, voer dan (2) uit. Geluidssignaal voor voetgangers (Elektrisch)Brandt permanent. Storing in geluidssignaal gedetecteerd. Zie (3). Water in dieselbrandsto?lter (Diesel)Brandt permanent (met instrumentenpaneel met lcd-pictogrammen). Het dieselbrandsto?lter bevat water. Voer direct (2) uit. Kans op schade aan het brandstonspuitsysteem. Zelfdiagnosesysteem motorKnippert. Een storing in het motormanagementsysteem. De katalysator kan onherstelbaar beschadigd raken. U moet (2) uitvoeren. Brandt permanent. Een storing in de emissieregeling. Het waarschuwingslampje moet uit gaan als de motor draait. Voer direct (3) uit. Brandt permanent. Er is sprake van een kleine motorstoring. Zie (3). Brandt permanent. Er is sprake van een ernstige motorstoring. Voer (1) en dan (2) uit.
Voorverwarmen motor (Diesel)Brandt tijdelijk(tot ongeveer 30 seconden bij lage temperaturen). Wanneer het contact wordt aangezet, als de weersomstandigheden en de motortemperatuur dit noodzakelijk maken. Wacht met starten totdat het waarschuwingslampje uit gaat. Als de motor niet start, druk dan nogmaals op de knop START/STOP terwijl u het pedaal ingetrapt houdt. Bandenspanning te laagBrandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. De bandenspanning van een of meerdere banden is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning. Reset het controlesysteem na het aanpassen van de bandenspanning. Het waarschuwingslampje voor te lage bandenspanning knippert en brandt vervolgens permanent, en waarschuwingslampje Service brandt permanent. Er is een storing in het bandenspanningscontrolesysteem. Het systeem kan geen lage bandenspanning meer aangeven.
Collision Risk Alert / Active Safety BrakeBrandt permanent, in combinatie met een melding. Het systeem is uitgeschakeld via het conguratiemenu van de auto. Knippert. Het systeem activeert en remt de auto kort af om de snelheid te verlagen. Zie het deel Rijden voor meer informatie. Brandt permanent, in combinatie met een melding en een geluidssignaal. Er is een storing in het systeem. Zie (3). Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Als deze waarschuwingslampjes gaan branden nadat de motor is uitgeschakeld en opnieuw is gestart, zie (3). Roetlter (diesel)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over de kans op verstopping van het roetlter. Het roetlter is bijna verzadigd. Regenereer het roetlter zodra de verkeersomstandigheden dit toelaten door met een snelheid van minimaal 60 km/h, een motortoerental.
18Instrumentenpaneelvan minimaal 2. 500 omw/min te rijden totdat het waarschuwingslampje uit gaat. Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over een te laag additiefniveau voor het roetlter. Het additiefreservoir is bijna leeg. Vul meteen bij: voer (3) uit. AirbagsBrandt permanent. Een van de airbags of pyrotechnische gordelspanners is defect. Zie (3). Airbag vóór aan passagierszijde (ON)Brandt permanent. De passagiersairbag vóór is geactiveerd. De schakelaar is in de stand "ON" gezet. Plaats in dit geval geen kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel - risico op zwaar letsel. Airbag vóór aan passagierszijde (OFF)Brandt permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld. De schakelaar is in de stand "OFF" gezet.
Er kan een kinderzitje met de rug in de rijrichting worden geplaatst, tenzij er een probleem met de airbags is (waarschuwingslampje airbags aan). Dynamische stabiliteitsregeling (DSC) / antispinregeling (ASR)Brandt permanent. De functie is uitgeschakeld. De functie DSC / ASR wordt automatisch weer ingeschakeld als de motor opnieuw wordt gestart en vanaf een snelheid van ongeveer 50 km/h. Bij een snelheid lager dan 50 km/h kan de functie handmatig weer worden ingeschakeld. Knippert. De regeling van het DSC- / ASR-systeem wordt ingeschakeld bij minder grip of afwijken van de rijbaan. Brandt permanent. Een storing in het DSC- / ASR-systeem. Zie (3). Hill Start AssistBrandt permanent, in combinatie met de melding "Storing in antiterugrolsysteem". Er is een storing in het systeem. Zie (3).
Storing noodremassistentie (bij elektrische parkeerrem)Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De noodremassistentie werkt niet optimaal. Als automatisch uitschakelen niet mogelijk is, schakel de functie handmatig uit of zie (3). Active Lane Departure Warning SystemBrandt permanent. Het systeem is automatisch uitgeschakeld of in de wachtstand gezet. Knippert.
De auto dreigt een onderbroken rijstrookmarkering te overschrijden zonder dat de richtingaanwijzer is ingeschakeld. Het systeem wordt geactiveerd en corrigeert dan de koers van de auto als het merkt dat de kans bestaat dat een rijstrookmarkering of wegrand wordt overschreden (afhankelijk van de uitvoering). Zie het deel Rijden voor meer informatie. Brandt permanent. Er is een storing in het systeem. Zie (3). Overbeladingsindicator(Peugeot Partner)Brandt permanent. De belasting van de auto overschrijdt de maximaal toegestane belasting. De belasting van de auto moet worden verlaagd. Brandt permanent, in combinatie met een melding. Er is sprake van een storing in het systeem voor de overbeladingsindicator. Zie (2). AdBlue® (met 1. 6 BlueHDi Euro 6.
1)Brandt permanent zodra het contact is ingeschakeld, in combinatie met een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden. De actieradius ligt tussen de 2400 en 600 km. Vul meteen AdBlue® bij of zie (3). Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert en het waarschuwingslampje Service brandt permanent, in combinatie met een.
19Instrumentenpaneel1geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden. De actieradius is minder dan 600 km. U moetAdBlue® bijvullen om te voorkomen dat de motor niet meer gestart kan worden of zie (3). Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert en het waarschuwingslampje Service brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal en een melding dat het starten is geblokkeerd. De AdBlue®-tank is leeg: de wettelijk verplichte startblokkering voorkomt dat de motor kan worden gestart. Vul AdBlue® bij of voer (2) uit om de motor opnieuw te kunnen starten. U moet het reservoir met minimaal 5 liter AdBlue® bijvullen. AdBlue® (met 1. 5 BlueHDi Euro 6. 2/6. 3)Brandt ongeveer 30 seconden nadat de motor is gestart, in combinatie met een melding over het aantal kilometers dat u nog kunt rijden. De actieradius ligt tussen de 2400 en 800 km. Vul AdBlue® bij.
Brandt permanent nadat het contact is aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding over het aantal kilometers dat u nog kunt rijden. De actieradius ligt tussen de 800 en 100 km. VulAdBlue® meteen bij of voer (3) uit. Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding van het aantal kilometers dat u nog kunt rijden. De actieradius is minder dan 100 km. U moetAdBlue® bijvullen om te voorkomen dat het starten wordt geblokkeerd of (3) uitvoeren. Knippert, in combinatie met een geluidssignaal en een melding dat het starten van de motor wordt geblokkeerd. De AdBlue®-tank is leeg: de wettelijk verplichte startblokkering voorkomt dat de motor kan worden gestart. Vul AdBlue® bij om de motor opnieuw te kunnen starten of voer (2) uit. De tank moet worden bijgevuld met minimaal 5 liter AdBlue®.
SCR-emissieregelsysteem (BlueHDi)Permanent wanneer het contact wordt aangezet, in combinatie met een geluidssignaal en een melding. Er is een storing in het SCR-emissieregelsysteem gedetecteerd.
Deze waarschuwing verdwijnt zodra de uitstoot van uitlaatgassen weer aan de normen voldoet. Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact wordt aangezet, in combinatie met het permanent branden van het waarschuwingslampje Service en het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding met betrekking tot de actieradius. Afhankelijk van de weergegeven melding kan er nog maximaal 1. 100 km worden gereden voordat de startblokkering wordt geactiveerd. Voer (3) direct uit, om te voorkomen dat de motor niet kan worden gestart. Het AdBlue®-waarschuwingslampje knippert zodra het contact is aangezet, in combinatie met het branden van het waarschuwingslampje Service en het waarschuwingslampje Zelfdiagnose motor, een geluidssignaal en een melding die aangeeft dat de motor niet kan worden gestart.
De startonderbreker voorkomt dat de motor weer start (de toegestane rijlimiet is overschreden na bevestiging van een storing van het emissieregelsysteem). Start de motor en zie (2). ServiceBrandt tijdelijk in combinatie met een melding. Er zijn één of meer kleine storingen gedetecteerd waarbij geen speciek waarschuwingslampje gaat branden. Identiceer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel. Sommige problemen kunt u zelf oplossen, zoals het vervangen van de batterij in de afstandsbediening. Zie (3) voor andere problemen, zoals een storing in het bandenspanningscontrolesysteem.
20InstrumentenpaneelBrandt permanent, in combinatie met de weergave van een melding. Er zijn één of meerdere grote storingen gedetecteerd waarbij geen speciek waarschuwingslampje gaat branden. Identiceer de oorzaak van de storing met behulp van de melding op het instrumentenpaneel en voer vervolgens (3) uit. Permanent, in combinatie met de melding "Storing parkeerrem". De functie automatisch uitschakelen van de elektrische parkeerrem is niet beschikbaar. Zie (2). Waarschuwingslampje Service brandt permanent en onderhoudssleutel knippert, en brandt vervolgens permanent. Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat de onderhoudsbeurt van uw auto zo snel mogelijk uitvoeren. Alleen bij BlueHDi-dieselmotoren. MistachterlichtBrandt permanent. De lamp brandt. Groene verklikkerlampjesStop & StartBrandt permanent.
Wanneer de auto stopt, zet het Stop & Start-systeem de motor in de STOP-stand. Knippert tijdelijk. De STOP-stand is momenteel niet beschikbaar of de START-stand wordt automatisch geactiveerd. Zie het deel Rijden voor meer informatie. Auto is klaar om te rijden (elektrisch)Brandt permanent, in combinatie met een geluidssignaal als het gaat branden. De auto is klaar om te rijden en de verwarmings- en airconditioningsfuncties zijn beschikbaar. Het lampje gaat uit wanneer er een snelheid van ongeveer 5 km/h is bereikt en gaat weer branden als de auto tot stilstand komt. Het lampje gaat uit als u de motor afzet en uit de auto stapt. Hill Assist Descent ControlBrandt permanent. Het systeem is geactiveerd, maar er wordt niet voldaan aan alle voorwaarden voor de regeling (hellingspercentage, te hoge snelheid, ingeschakelde versnelling). Knippert. De functie regelt de snelheid van de auto.
De auto wordt afgeremd; de remlichten gaan branden tijdens de afdaling. Eco-mode (Benzine of Diesel)Brandt permanent. De ECO-mode is actief. Sommige parameters worden aangepast om het brandstofverbruik te verlagen. Automatische ruitenwissersBrandt permanent.
21Instrumentenpaneel1Zwarte/witte waarschuwingslampjesVoet op het rempedaalBrandt permanent. Rempedaal niet of onvoldoende stevig ingetrapt. Bij een auto met een automatische transmissie of de keuzeschakelaar voor de transmissie (elektrische auto) moet het rempedaal mogelijk worden ingedrukt om de transmissie vanuit stand N in een andere stand te zetten. Voet op het koppelingspedaalBrandt permanent. Stop & Start: de stand START kan niet worden geactiveerd, omdat het koppelingspedaal niet volledig wordt ingedrukt. Trap het koppelingspedaal volledig in. Automatische ruitenwissersBrandt permanent. De automatische stand van de ruitenwissers vóór is geactiveerd. Hill Assist Descent ControlBrandt permanent. (grijs)De functie is geactiveerd, maar de werking is onderbroken omdat de snelheid te hoog is. Verlaag de rijsnelheid tot lager dan 30 km/h.
MetersOnderhoudsindicatorDe informatie over onderhoudsbeurten wordt aangegeven in afstand (kilometer of mijl) en tijd (maanden of dagen). Er wordt een waarschuwing gegeven zodra een van deze waarden wordt bereikt. De informatie over onderhoudsbeurten wordt op het instrumentenpaneel weergegeven. Afhankelijk van de uitvoering van de auto:– De kilometerteller geeft de resterende kilometers tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of de afgelegde afstand sinds de verstreken onderhoudsdatum, voorafgegaan door het teken -. – Een waarschuwingsmelding geeft de resterende kilometers en de tijd tot de eerstvolgende onderhoudsbeurt aan of hoe lang deze is verstreken. De weergegeven waarde wordt berekend op basis van het aantal afgelegde kilometers en de verstreken tijd sinds de laatste onderhoudsbeurt.
De waarschuwing kan ook worden weergegeven als het einde van het onderhoudsinterval in tijd nadert. OnderhoudssleutelBrandt tijdelijk bij het aanzetten van het contact. Er kan nog 1. 000 tot 3. 000 km worden gereden totdat de eerstvolgende beurt moet worden uitgevoerd. Permanent, bij het aanzetten van het contact.
De volgende onderhoudsbeurt moet binnen 1. 000 km worden uitgevoerd. Laat zeer binnenkort een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudssleutel knippertKnippert en brandt vervolgens permanent, bij het inschakelen van het contact. (Bij uitvoeringen met de BlueHDi-dieselmotor, in combinatie met het waarschuwingslampje Service. )Het interval voor de onderhoudsbeurt is overschreden. Laat zo spoedig mogelijk een onderhoudsbeurt aan uw auto uitvoeren. Onderhoudsindicator resettenNa elke onderhoudsbeurt moet de onderhoudsindicator weer op nul gezet worden. ► Zet het contact af. Instrumentenpaneel met lcd-symbolen en -tekst of instrumentenpaneel met matrixdisplay ► Houd deze toets ingedrukt.
22Instrumentenpaneel► Zet het contact aan; de kilometerteller begint terug te tellen. ► Laat de toets los als het display =0 aangeeft; de sleutel verdwijnt. Met digitaal instrumentenpaneelDe onderhoudsindicator kan worden gereset met de toets "Check" in het menu Rijverlichting/Auto op het touchscreen. Als u de accu na deze handeling wilt loskoppelen, vergrendel dan de auto en wacht minimaal 5 minuten. Anders wordt het op nul zetten van de onderhoudsindicator niet opgeslagen. Herinnering onderhoudsinformatieU kunt op elk moment de onderhoudsinformatie weergeven. Instrumentenpaneel met lcd-symbolen en -tekst of instrumentenpaneel met matrixdisplay► Druk op de resetknop van de dagteller. Met digitaal instrumentenpaneelU kunt service-informatie weergeven door op de toets "Check" in het menu Rijverlichting / Auto van het touchscreen te drukken.
De onderhoudsinformatie wordt enkele seconden weergegeven en verdwijnt vervolgens. Display instrumentenpaneelInstrumentenpaneel met lcd-symbolen en -tekst of instrumentenpaneel met matrixdisplay Als de auto stilstaat, gebruik de draaiknop links op het stuurwiel of de toets "SET" op het instrumentenpaneel om door de menu's te bladeren en bepaalde instellingen van de auto in te stellen. Werking van de draaiknop:– Indrukken: toegang tot het algemene menu; bevestigen van uw keuze. – Draaien (niet in een menu): bladeren door de lijst van beschikbare actieve functies. – Draaien (in een menu): omhoog of omlaag gaan in het menu. Met digitaal instrumentenpaneelU kunt sommige instellingen van de auto aanpassen door op de toets "Check" in het menu Rijverlichting / Auto van het touchscreen te drukken.
Kilometerteller en dagtellerDe kilometerteller en dagteller worden gedurende 30 seconden weergegeven bij het afzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ontgrendelen van de auto. Kilometerteller Deze meet de totale afstand die de auto heeft afgelegd sinds de eerste tenaamstelling.
Het bijbehorende waarschuwingslampje en het waarschuwingslampje STOP branden rood op het instrumentenpaneel, er wordt een melding weergegeven en er klinkt een geluidssignaal.Zet de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats stil.Wacht enkele minuten voordat u de motor afzet.Zet het contact uit, open voorzichtig de motorkap en controleer het koelvloeistofniveau.Zie het betre?ende hoofdstuk voor meer informatie over het controleren van de niveaus.ControleDe temperatuur en de druk in het koelcircuit beginnen na enkele minuten rijden te stijgen.Om koelvloeistof bij te vullen:► laat de motor ten minste één uur afkoelen,► draai de dop twee omwentelingen los om de druk te laten dalen,► verwijder vervolgens de dop,► vul bij tot aan het merkteken "MAX".Raadpleeg de desbetre?ende rubriek voor meer informatie over het controleren van de niveaus.Wees voorzichtig bij het bijvullen van de koelvloeistof: kans op brandwonden.
Vul niet bij tot boven het maximumniveau (aangegeven op het reservoir).Motorolieniveaumeter(Afhankelijk van de uitvoering)Bij uitvoeringen met een elektrische motorolieniveaumeter worden bij het aanzetten van het contact zowel het motorolieniveau als de onderhoudsindicator enkele seconden op het instrumentenpaneel weergegeven.Een controle van het olieniveau is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke ondergrond staat en de motor minstens 30 minuten niet heeft gedraaid.Met digitaal instrumentenpaneelU kunt sommige instellingen van de auto aanpassen door op de toets "Check" in het menu Rijverlichting / Auto van het touchscreen te drukken.Instrumentenpaneel met lcd-symbolen en -tekst of instrumentenpaneel met matrixdisplayOlieniveau correct Dit wordt aangegeven met een melding op het instrumentenpaneel.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Peugeot Rifter (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Peugeot
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto