Peugeot 306 Break (2002) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 306 Break (2002) (127 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 306 Break (2002) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Peugeot |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 306 Break (2002) |
Handleiding Peugeot 306 Break (2002) – volledige tekst
**UW 306 IN EEN OOGOPSLAG6AIRBAGS VOORUitschakelen airbag aan passa-gierszijde.Steek de contactsleutel in de scha-kelaar 1 en draai deze:– op «ON», airbag aan passa-gierszijde ingeschakeld.– op «OFF», airbag aan passa-gierszijde uitgeschakeld.Als de airbag aan passagierszijde ingescha-keld is of als de auto niet is uitgerust met eenairbag aan passagierszijde, gaat het verklik-kerlampje bij het aanzetten van het contactgedurende 6 seconden branden.Als de airbag aan passagierszijdeis uitgeschakeld, blijft een van deverklikkerlampjes branden.Raadpleeg in alle gevallen dat hetlampje knippert uw PEUGEOT-servicepunt.AFSTANDSBEDIENINGDruk op knop om de portierenAen de achterklep te vergrendelen.Druk op knop om ze te ontgren-Bdelen.SLEUTELSMet de sleutel kunnen de slotenvan de portieren en het kofferdek-sel respectievelijk de achterkleponafhankelijk van elkaar of gelijk-tijdig ver- en ontgrendeld worden.Tevens kan het stuurslot ontgren-deld worden.Voorzorgsmaatregelen metbetrekking tot een airbag aanpassagierszijdeAuto's met airbagschakelaar:– schakel deairbag aanpassagiers-zijde uit als ueen kinder-zitje met derug in de rij-richting opde voorstoelplaatst.– schakel de airbag in als er eenpassagier op de voorstoel zit.Auto's zonder air-bagschakelaar:– plaats geen kin-derzitje met derug in de rijrich-ting op de voor-stoel.Leg in elk geval nooit uw voeten,noch enig voorwerp op het dash-board.Controle van werkingHet goede functioneren van het systeemwordt aangegeven door een van de verklik-kerlampjes op het instrumentenpaneel.** Volgens uitvoering.AB108
UW 306 IN EEN OOGOPSLAG5STARTENDe vier standen van de sleutelin het contact-/stuurslot zijn:«S» = STOP: contact afgezet.«A» = Accessoires: contactafgezet, maar accessoires func-tioneren wel.«M» = Contact: het contact isaangezet.
«D» = Starten: de startmotorwordt in werking gezet.StuurslotVerdraai het stuurwiel enigszinsterwijl tegelijkertijd de sleutelwordt gedraaid.Trap bij het starten het koppe-lingspedaal in om het aanslaan tevergemakkelijken.Starten van eenbenzinemotorTrap het gaspedaal niet in.Stel de startmotor in werking enlaat de sleutel los zodra de motoraanslaat.Starten van eendieselmotorTrap het gaspedaal nietin.Draai de sleutel in destand «M».Als de temperatuur al hooggenoeg is, gaat het lampje nietbranden en kunt u de motor directstarten.Als het lampje brandt, wacht danmet het starten van de motor tothet lampje uit gaat.Bijzonderheid HDI-motorAls de motor is afgeslagen, moetde sleutel eerst weer in stand «S»gezet worden, voordat opnieuwgestart kan worden.Belast nooit een motordie koud is.Laat de motor nooit ineen afgesloten ruimtedraaien.Breng nooit wijzigingen aan hetstuurslot aan.
Decode is afgedekt, verwijder de filmalleen als dit strikt noodzakelijk is.Bewaar de codekaart op eenveilige plaats buiten de auto.ELEKTRONISCHESTARTBLOKKERINGDeze blokkeert het motorma-nagementsysteem enkele ogen-blikken nadat het contact isafgezet en voorkomt zo dat deauto wordt gestolen.WerkingElke sleutel heeft een chip meteen eigen code.Bij het aanzetten van het contactwordt de code van de sleutelherkend, waarna de motor gestartkan worden.Als de code ontbreekt of als ereen sleutel met andere codewordt gebruikt, dan is starten nietmogelijk.Extra sleutelEr kunnen maximaal 5 sleutelco-des in het geheugen wordenopgeslagen.Wend u met de codekaart en allein uw bezit zijnde sleutels tot eenPEUGEOT-servicepunt voor hetverkrijgen van een extra sleutel ofhet vervangen van een sleutel.Bij aanschaf van een gebruikte auto:controleer of de codekaart aanwezig is,laat de sleutels opnieuw coderen door uw PEUGEOT-servi-cepunt om er zeker van te kunnen zijn dat alleen u beschikt over eenset passende sleutels.Breng geen wijzigingen aan aan de elektronische startblokkering.
32104A BUW 306 IN EEN OOGOPSLAG7Automatische ruitenwisserDe ruitenwisser werkt automatisch en desnelheid van de wissers wordt aan dehoeveelheid neerslag aangepast.Na het afzetten van het contact of hetopnieuw starten in stand 1moet dezefunctie opnieuw geactiveerd worden. Ditkan op 2 manieren:– zet de schakelaar van 1op0en dan weer op 1(beves-tiging door één wisslag),– zet de schakelaar van 1op2 en weer op 1(bevestigingdoor twee wisslagen).SCHAKELAARS OPSTUURKOLOMVERLICHTINGVerlichting vóór (ring A)AchterMistlampen vóór /mistach-terlicht (ring B)Mistlampen vóór/ mistachterlicht.R u i t e n wi s s e r svoor3Hoge snelheid2Normale snel-heid1A u t o m a t i s c hwissen of interval0Uit4Één keer wissenRuitensproeier:trek de hendel naaru toe.Lichten uit.Parkeerlicht.Dim-/grootlicht.Lichten uit.Mistlampen vóór.UitIntervalR u i t e n -sproeier90 91
1 234AELEKTRISCH BEDIENDE RUITEN1 - Schakelaar ruitbediening aan bestuurderszijdeHandbediening: duw of trek de schakelaar tot het zware punt. De ruit stoptzodra de toets wordt losgelaten.Automatische bediening: duw of trek de schakelaar voorbij het zware punt.De ruit opent of sluit volledig.De automatische bediening werkt alleen als de motor draait.2 - Schakelaar ruitbediening aan passagierszijde3 - Schakelaar ruitbediening links achter4 - Schakelaar ruitbediening rechts achterUW 306 IN EEN OOGOPSLAG8STUURWIEL IN HOOGTEVERSTELLENDruk op de hendel om het stuur-wiel te ontgrendelen.Zet het stuurwiel in de gewenstestand en trek aan de hendel omhet stuurwiel te vergrendelen.ELEKTRISCH BEDIENDE SPIEGELSDraai de knop naar links of rechts om de desbetreffendeAspiegel te selecteren.Duw de knop in de 4 richtingen om de spiegel af te stellen. 99 101
1UW 306 IN EEN OOGOPSLAG9BRANDSTOFVULKLEPOpenen*: trek aan de hendel op de vloer aan de linkerzijde van de bestuur-dersstoel.Om te sluiten: druk de klep van buitenaf dicht en controleer of deze goedvergrendeld is.Het openen en sluiten van de brandstofvulklep geschiedt met behulp vande sleutel onafhankelijk van de portieren (in de loop van het modeljaar).Brandstof tanken Tank uitsluitend bij afgezette motor.Op de klep is een houder voor de vuldop aangebracht. Een sticker aan de binnenzijde van de klep vermeldt de voorgeschrevenbrandstofsoorten.De inhoud van de brandstoftank bedraagt ongeveer 60 liter.Verklikkerlampje brandstofreserveHet verklikkerlampje brandstofreserve geeft aan datde hoeveelheid brandstof in de tank minder dan 6 liter is.Buitenzijde:Druk de veiligheidshaak1omhoog en til demotorkap op.* Volgens uitvoering.OPENEN MOTORKAPBinnenzijde: trek aan de hand-greep.81 82
1BAUW 306 IN EEN OOGOPSLAG13AUTOMATISCHETRANSMISSIEP. Parkeerstand.R. Achteruit.N. Neutraal vrij.D. Rijden: automatisch schakelen van de 4 versnellingen.3. Automatisch schakelen van de eerste 3 versnellingen.2. Automatisch schakelen van de eerste 2 versnellingen.1. Selectie van alleen de eerste versnelling.Het selecteren van de 1e versnelling gebeurt als in stand op scha-2kelaar wordt gedrukt.1A. Sportief programma.B. Programma Sneeuw.Stand van deselectiehendelDe stand van de selectiehendelwordt op het instrumentenpaneelweergegeven.StartenZet de selectiehendel in de standNof Pom te kunnen starten. Traphet rempedaal in tijdens hetstarten en bij het selecteren vaneen schakelstand.105
ONDERHOUD VAN UW 30618UIT TE VOEREN ONDERHOUDDoor de lange intervallen hoeft u de werkplaats minder vaak te bezoeken.• Voor modellen met benzinemotor: elke 30.000 km of elke twee jaar.• Voor modellen met direct ingespoten dieselmotor: elke 20.000 km of elke twee jaar.• Voor modellen met indirect ingespoten dieselmotor: elke 15.000 km of elke twee jaar.Door de lange intervallen tussen de onderhoudscontroles is het noodzakelijk het motoroliepeil regelmatig te con-troleren: het is normaal dat er tussen twee verversingen motorolie bijgevuld moet worden.Daarom nodigt PEUGEOT u uit voor een tussentijdse controle tussen elke onderhoudsbeurt.De onderhoudsintervalindictor geeft niet aan wanneer deze controle moet worden uitgevoerd.
Voor modellen met ben-zinemotor is dit na maximaal 15.000 km., voor modellen met direct ingespoten dieselmotor 10.000 km en voor model-len met indirect ingespoten dieselmotor 7.500 km na de laatste onderhoudsbeurt.Een Peugeot-monteur voert een kortdurende controle uit. Bovendien worden, indien nodig, vloeistoffen bijgevuld (olie,koelvloeistof, sproeiervloeistof tot 2 liter).Een te laag oliepeil kan ernstige schade aan de motor veroorzaken: controleer daarom het motoroliepeil tenminsteelke 3000 of 5000 km, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden.Deze lange intervallen zijn mogelijk geworden door de doorontwikkeling van onze auto’s en van de smeermiddelen :DAAROM IS HET VERPLICHT MOTOROLIËN TE GEBRUIKEN DIE GEHOMOLOGEERD ZIJN EN AANBEVOLEN WORDENDOOR DE CONSTRUCTEUR.
ONDERHOUD VAN UW 30619BIJZONDERHEDENBepaalde belangrijke onderdelen van uw auto vragen speciale aandacht. De airbag(s) en de pyrotechnische gordelspanners dienen elke 10 jaar vervangen te worden. De remvloeistof dient elke 60.000 km of elke 2 jaar vervangen te worden. Het pollenfilter dient bij elk bezoek aan het PEUGEOT-servicepunt (tussentijdse controles en onderhoudscontroles) gecon-troleerd te worden.Opmerking: periodiek vervangen van de koelvloeistof is niet nodig.Bijzondere gebruiksomstandighedenBij gebruik onder bepaalde, bijzonder zware omstandigheden:•Overwegend huis-aan-huisbestellingen.•Overwegend stadsverkeer (b.v.
taxi).•Korte ritten bij lage temperatuur.Of bij langdurig gebruik onder de volgende omstandigheden:• In warme streken met temperaturen regelmatig hoger dan +30 °C.• In koude streken met temperaturen regelmatig lager dan -15 °C.• In stoffige gebieden.• In landen waar smeermiddelen of brandstoffen niet overeenkomen met onze aanbevelingen.Onder dergelijke omstandigheden is het noodzakelijk om het onderhoudsschema voor "Bijzondere omstandigheden" tevolgen en de intervallen te verkorten:• Elke 20.000 km of elk jaar voor benzinemotoren.• Elke 15.000 km of elk jaar voor dieselmotoren met directe inspuiting.• Elke 10.000 km of elk jaar voor dieselmotoren met indirecte inspuiting.
97UW 306 IN DETAIL5 seconden na het aanzetten van hetcontact geeft de teller weer denormale kilometerstand en de standvan de dagteller aan.ONDERHOUDSINTERVALINDICATORDeze geeft aan hoeveel kilometer unog verwijderd bent van de eerstvol-gende onderhoudsbeurt volgens hetonderhoudsschema.WerkingZodra het contact wordt aangezet, gaat hetlampje (een sleutel die onderhoudswerk-zaamheden symboliseert) gedurende 5 seconden branden. De kilometerteller geeftnu de resterende kilometers (afgerond) totde eerstvolgende beurt aan.De afstand tot de eerstvolgendebeurt is minder dan 1000 km.De afstand tot de eerstvolgende beurtis overschreden.Elke keer als het contact wordt aan-gezet, gaat het lampje gedurende 5 seconden knipperen en geeft deteller knipperend het aantal kilometersaan dat er teveel gereden is.Voorbeeld: er is nog 4800 km af teleggen tot de eerstvolgende onder-houdsbeurt.
Bij het aanzetten van hetcontact en gedurende 5 secondendaarna geeft de teller aan:5 seconden na het aanzetten van hetcontact geeft de teller weer denormale kilometerstand aan, maar hetlampje blijft branden. De kilometerto-taalstand en de stand van de dagtel-ler worden aangegeven.5 seconden na het aanzetten van hetcontact geeft de teller weer denormale kilometerstand aan, maar hetlampje blijft branden.Dit om aan te geven dat er binnenkortonderhoudswerkzaamheden uitge-voerd moeten worden. De kilometer-totaalstand en de stand van de dag-teller worden aangegeven.Voorbeeld: er is nog 900 km af teleggen tot de eerstvolgende onder-houdsbeurt.Bij het aanzetten van het contact engedurende 5 seconden daarna geeftde teller aan: Voorbeeld: er had 300 km eerder een onder-houdsbeurt uitgevoerd moeten worden. Zeerbinnenkort moeten de onderhoudswerk-zaamheden uitgevoerd worden.
198UW 306 IN DETAIL- Zet het contact aan.- De kilometerteller begint 10 secondenterug te tellen.- Laat de knop los voordat de tellerstopt.- De onderhoudsintervallen wordenaangegeven.- Elke keer als de knop kort wordt1ingedrukt, wordt de instelling gewij-zigd.Wijzigen vanonderhoudsintervallen- zet het contact af.- druk op de knop en houd deze1ingedrukt.Voorbeeld: - Als de juiste instelling wordt weer-gegeven, druk dan gedurende 10 seconden (teller telt terug) op deknop 1om de instelling te bevesti-gen.Op 0 zettenUw PEUGEOT-servicepunt zet deonderhoudsintervalindicator na elkeonderhoudsbeurt weer op 0.
Als u zelfde onderhoudsbeurt heeft uitgevoerd,kan de onderhoudsintervalindicator opde volgende wijze op 0 gezet worden:- Zet het contact af.- Druk op de knop en houd deze1ingedrukt.- Zet het contact aan.- De kilometerteller begint 10 secondenterug te tellen.- Houd de knop 1gedurende 10 seconden ingedrukt.- De teller geeft aan en het[= 0]lampje gaat UIT.OnderhoudsintervallenAls de auto onder bijzondere omstan-digheden wordt gebruikt, moet hetonderhoudsschema voor bijzonderegebruiksomstandigheden wordenaangehouden (zie “Garantie-voor-waarden en Onderhoudscon-trole”).Opmerking: als de maximale tijdtussen 2 beurten is verstreken voordathet aantal kilometers wordt bereikt,dan gaat het lampje branden en geeftde teller 0 aan
198UW 306 IN DETAIL- Zet het contact aan.- De kilometerteller begint 10 secondenterug te tellen.- Laat de knop los voordat de tellerstopt.- De onderhoudsintervallen wordenaangegeven.- Elke keer als de knop kort wordt1ingedrukt, wordt de instelling gewij-zigd.Wijzigen vanonderhoudsintervallen- zet het contact af.- druk op de knop en houd deze1ingedrukt.Voorbeeld: - Als de juiste instelling wordt weer-gegeven, druk dan gedurende 10 seconden (teller telt terug) op deknop 1om de instelling te bevesti-gen.Op 0 zettenUw PEUGEOT-servicepunt zet deonderhoudsintervalindicator na elkeonderhoudsbeurt weer op 0.
Als u zelfde onderhoudsbeurt heeft uitgevoerd,kan de onderhoudsintervalindicator opde volgende wijze op 0 gezet worden:- Zet het contact af.- Druk op de knop en houd deze1ingedrukt.- Zet het contact aan.- De kilometerteller begint 10 secondenterug te tellen.- Houd de knop 1gedurende 10 seconden ingedrukt.- De teller geeft aan en het[= 0]lampje gaat UIT.OnderhoudsintervallenAls de auto onder bijzondere omstan-digheden wordt gebruikt, moet hetonderhoudsschema voor bijzonderegebruiksomstandigheden wordenaangehouden (zie “Garantie-voor-waarden en Onderhoudscon-trole”).Opmerking: als de maximale tijdtussen 2 beurten is verstreken voordathet aantal kilometers wordt bereikt,dan gaat het lampje branden en geeftde teller 0 aan
ONDERHOUD VAN UW 30619BIJZONDERHEDENBepaalde belangrijke onderdelen van uw auto vragen speciale aandacht. De airbag(s) en de pyrotechnische gordelspanners dienen elke 10 jaar vervangen te worden. De remvloeistof dient elke 60.000 km of elke 2 jaar vervangen te worden. Het pollenfilter dient bij elk bezoek aan het PEUGEOT-servicepunt (tussentijdse controles en onderhoudscontroles) gecon-troleerd te worden.Opmerking: periodiek vervangen van de koelvloeistof is niet nodig.Bijzondere gebruiksomstandighedenBij gebruik onder bepaalde, bijzonder zware omstandigheden:•Overwegend huis-aan-huisbestellingen.•Overwegend stadsverkeer (b.v.
taxi).•Korte ritten bij lage temperatuur.Of bij langdurig gebruik onder de volgende omstandigheden:• In warme streken met temperaturen regelmatig hoger dan +30 °C.• In koude streken met temperaturen regelmatig lager dan -15 °C.• In stoffige gebieden.• In landen waar smeermiddelen of brandstoffen niet overeenkomen met onze aanbevelingen.Onder dergelijke omstandigheden is het noodzakelijk om het onderhoudsschema voor "Bijzondere omstandigheden" tevolgen en de intervallen te verkorten:• Elke 20.000 km of elk jaar voor benzinemotoren.• Elke 15.000 km of elk jaar voor dieselmotoren met directe inspuiting.• Elke 10.000 km of elk jaar voor dieselmotoren met indirecte inspuiting.
AAACCAACCKM-STAND 30 000 60 000 90 000 120 000Garantiecontrole bij 10.000 km* of 6 maanden*Deze is noodzakelijk om aanspraak op de garantie te kunnen maken.150 000 180 000 210 000 240 000 270 00020VERSCHILLENDE TYPEN ONDERHOUDSCONTROLESElke auto heeft zijn eigen onderhoudsinterval, die door de constructeur is vastgesteld op basis van de technischeeigenschappen.Deze bestaat uit 2 verschillende onderhoudscontroles (A en C), tussentijdse controles en enkele aanvullende werkzaamhe-den; deze zijn speciaal op uw auto, de kilometerstand en de leeftijd ervan afgestemd.Onderhoudscontrole type B geldt voor oudere auto's.Uw dealer geeft bij de garantiecontrole en daarna bij elke onderhoudscontrole het type en de werkzaamheden vande volgende onderhoudscontrole aan.Tussentijdse controle.*Wat het eerst wordt bereikt.Niveau vloeistof automatische transmissie elke 60.000 km.Vervangen van de elke 2 jaar of elke 60.000 km.remvloeistofDeze termijnen gelden uitsluitend wanneer olie op synthetische basis wordt gebruikt.Het gebruik van brandstofbesparende of synthetische olie is eveneens toegestaan.ONDERHOUD VAN UW 306ONDERHOUDSCYCLUS VAN UW 306 BENZINEOnderhoudscontrole elke 30.000 km of elke 2 jaar+ vervangen distributieriem+ vervangen distributieriem
A A AAAACC CONDERHOUD VAN UW 30621Tussentijdse controle.Vervangen van de elke 2 jaar of elke 60.000 km.remvloeistofDeze termijnen gelden uitsluitend wanneer wordt gebruikt. Hetolie op synthetische basisgebruik van brandstofbesparende of synthetische olie is eveneens toegestaan.ONDERHOUDSCYCLUS VAN UW 306 HDI TURBODIESELOnderhoudscontrole elke 20.000 km of elke 2 jaarKM-STAND 20 000 40 000 60 000 80 000Garantiecontrole bij 10.000 km* of 6 maanden*Deze is noodzakelijk om aanspraakop de garantie te kunnen maken.100 000 120 000 140 000 160 000 180 000+ vervangen distributieriem*Wat het eerst wordt bereikt.
A A A AA A A A ACCONDERHOUD VAN UW 30622Tussentijdse controle.Vervangen van de elke 2 jaar of elke 60.000 km.remvloeistofDeze termijnen gelden uitsluitend wanneer wordt gebruikt. Hetolie op synthetische basisgebruik van brandstofbesparende of synthetische olie is eveneens toegestaan.ONDERHOUDSCYCLUS VAN UW 306 DIESEL (DIESELMOTOR MET INDIRECTE INSPUITING)Onderhoudscontrole elke 15.000 km of elke 2 jaarKM-STAND 15 000 30 000 45 000 60 000 75 000Garantiecontrole bij 10.000 km* of 6 maanden*Deze is noodzakelijk om aanspraakop de garantie te kunnen maken.90 000 105 000 120 000 135 000 150 000 165 000+ vervangen distributieriem*Wat het eerst wordt bereikt.
FNLSFGRADCHINPEBDKGBLSIRLACTIVADIESEL 7000 10W 40ACTIVA DIESEL 9000 5W 40ACTIVA 9000 5W 30*ULTRADIESEL10W 40ULTRA5W 30*ULTRON DIESEL 5W 40QUARTZ DIESEL 7000 10W 40QUARTZ 9000 5W 40QUARTZ 9000 5W 30*ACTIVA 7000 10W 40ACTIVA 9000 5W 40ACTIVA 9000 5W 30*QUARTZ 7000 15W 50ULTRA10W 40ULTRA5W 30*ULTRON 5W 40ULTRON 0W 30QUARTZ 7000 10W 40QUARTZ 9000 0W 40QUARTZ 9000 5W 40QUARTZ 9000 5W 30*TOTOTOTOTOTTTTTALALALALALCOMMERCIËLE BENAMINGEN VAN DE GOEDGEKEURDE EN AANBEVOLEN SMEERMIDDELEN VOOR MOTOREN IN EUROPA (1)(1) Minimale kwaliteitseis: Benzinemotoren: ACEA A3 en API SH/SJ, Dieselmotoren: ACEA B3 en API CF/CD Association des Constructeurs Européens Automobiles - American Petroleum Institute.- ACEA = API =Bij gebruik van motorolie die niet vodoet aan de norm ACEA A3-B3 is het noodzakelitjk het onderhoudsschema «Bijzondere gebruiksomstandigheden» te volgen met de korte intervallen.* Deze brandstofbesparende olie mag alleen worden gebruikt in motoren die hiervoor geschikt zijn (vanaf modeljaar 2000).D I E S E LD I E S E LB E N Z I N E B E N Z I N E24
0W2030405020W15W10W5W25ONDERHOUD VAN UW 306Voorgeschreven en goedge-keurde smeermiddelenDe olie in de tabel voldoet voor demeeste gebruiksomstandigheden.Het schema geeft een overzicht vande meest geschikte viscositeit bij eenbepaalde temperatuur.Het is ook mogelijk om synthetische“superkwaliteit” motorolie te gebrui-ken.Indien het gebruik van semi-synthe-tische of synthetische oliën niet moge-lijk is, mogen oliën van de kwaliteit APISH/SJ (voor benzinemotoren) ofCD/CF (voor dieselmotoren) gebruiktworden, waarbij dan wel het onde-rhoudsschema voor “Bijzonderegebruiksomstandigheden” dient teworden aangehouden.
Aarzel niet om een PEUGEOT-servi-cepunt advies te vragen om het rij-comfort van uw auto te behouden ende onderhoudskosten zo laag moge-lijk te houden.Neem contact op met de lokale ver-tegenwoordiger van AutomobilesPEUGEOT in landen buiten Europa.VERPLICHT VERPLICHTHandgeschakelde ESSO GEAR OIL BVTOTAL TRANSMISSION BVversnellingsbak 75W 80 Ond.nr. 9736.41 75W 80Automatische VERPLICHTtransmissie AL4 ATF 4HP20-AL4Ond.nr. 9736.22Automatische ESSO ATF D TOTAL FLUIDE AT42transmissie Ond.nr. 9730.944 HP-14Stuurbekrachtiging ESSO ATF D TOTAL FLUIDE AT42Ond.nr. 9730.94Remvloeistof PEUGEOT DOT4Koelvloeistof PROCOR TM108 / GLYSANTIN G33 of REVKOGEL 2000VERPLICHT Vorstbescherming –35°CAndere goedgekeurde producten
AB95UW 306 IN DETAILEen verklikkerlampje dat constant blijftbranden, is een teken dat het desbetreffendeonderdeel of systeem niet goed werkt. Negeer een dergelijke waarschuwing niet,maar raadpleeg zo snel mogelijk uw PEUGEOT-servicepunt. Koelvloeistoftemperatuurmeter- als de wijzer in zone A staat, is detemperatuur in orde,- als de wijzer in zone B staat, is detemperatuur te hoog. Het verklikkerlampje verplicht stoppen(STOP) gaat branden. Stop onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. * Volgens uitvoering. Verklikkerlampje handrem,te laag remvloeistofniveauen elektronischeremdrukregelaarWijst op hetzij:– een (iets) aangetrokken handrem,– een te laag remvloeistofniveau in hetreservoir (als het lampje ook brandtals de handrem niet gebruikt wordt),– een storing in het remsysteem alshet tegelijk met het verklikkerlampjeABS brandt. Stop onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.
Verklikkerlampje verplichtstoppen (STOP)(Gekoppeld aan het verklikker-lampje te lage motoroliedruk)Stop onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. Verklikkerlampje telage motoroliedrukGekoppeld aan het verklik-kerlampje verplicht stoppen(STOP). Stop onmiddellijk. Wijst op:- te lage oliedruk,- te weinig olie in het smeersysteem. Vul indien nodig olie bij. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. Verklikkerlampje ladenvan de accuWijst op:-een storing in het laadcircuit,- loszittende aansluitingen van deaccu of de startmotor,-een gebroken of te slappe dynamoriem,- een defecte dynamo. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampjeminimumkoelvloeistofniveau*Stop onmiddellijk. Wacht tot de motor is afgekoeld alvo-rens koelvloeistof bij te vullen. Het koelcircuit staat onder druk. Draai de vuldop tot de eerste nok losom de druk te laten dalen, verwijderde vuldop en vul koelvloeistof bij.
Als hetlampje tijdens het rijden gaatbranden, wijst dit op een defect in hetinjectie-/ontstekingssysteem of in deemissieregeling. Als de auto is uitgerust met een kata-lysator kan deze beschadigd raken. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. VerklikkerlampjebrandstofreserveHet verklikkerlampjebrandstofreserve geeftaan dat de hoeveelheidbrandstof in de tank minder dan 6 liter is. (De inhoud van de brandstoftankbedraagt ongeveer 60 liter. )CONTROLE TIJDENS HET RIJDEN.
D CEF96UW 306 IN DETAILVerklikkerlampjeantiblokkeersysteem(ABS)*Gaat elke keer dat het contactwordt aangezet gedurende 3 secondenbranden. Als het lampje bij een snelheid van meerdan 12 km/h gaat branden, wijst dit opeen storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking met rembe-krachtiging blijft toch behouden. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. Niveau- en temperatuurmetermotorolie*Als het contact wordt aangezet, geeftde meter het olieniveau in het carteraan (zie nevenstaande toelichting). Na ongeveer 15 seconden gaat deverlichting van de schaal en hetsymbool van het olieniveau uit. Demeter geeft nu de olietemperatuuraan. - wijzer in zone , de olietempera-Etuur is in orde,- wijzer in zone , de olietemperatuurFis te hoog. Verminder uw snelheid omde temperatuur te laten dalen.
Voorgloeien (diesel)Als de temperatuur al hooggenoeg is, gaat het lampjeniet branden en kunt u demotor direct starten. Als het lampje brandt, wacht dan methet starten van de motor tot hetlampje uit gaat. Airbags voor*, zij-airbags** etuitschakelen airbagaan passagierszijde*Voor de werking, zie hoofd-stuk AIRBAGS. Zij-airbags**Voor de werking, ziehoofdstuk AIRBAGS. Verklikkerlampjevoorremblokslijtage*Laat de remblokken zo snelmogelijk vervangen als ditlampje gaat branden. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. * Volgens uitvoering. ** Volgens uitvoering. Motorolieniveaumeter*Als het contact wordt aangezet, geeftde meter het olieniveau in het carteraan. De aanwijzing is alleen betrouwbaarals de auto op een vlakke, horizontaleondergrond staat en de motor min-stens 10 minuten niet heeft gedraaid.
D CEF96UW 306 IN DETAILVerklikkerlampjeantiblokkeersysteem(ABS)*Gaat elke keer dat het contactwordt aangezet gedurende 3 secondenbranden. Als het lampje bij een snelheid van meerdan 12 km/h gaat branden, wijst dit opeen storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking met rembe-krachtiging blijft toch behouden. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. Niveau- en temperatuurmetermotorolie*Als het contact wordt aangezet, geeftde meter het olieniveau in het carteraan (zie nevenstaande toelichting). Na ongeveer 15 seconden gaat deverlichting van de schaal en hetsymbool van het olieniveau uit. Demeter geeft nu de olietemperatuuraan. - wijzer in zone , de olietempera-Etuur is in orde,- wijzer in zone , de olietemperatuurFis te hoog. Verminder uw snelheid omde temperatuur te laten dalen.
Voorgloeien (diesel)Als de temperatuur al hooggenoeg is, gaat het lampjeniet branden en kunt u demotor direct starten. Als het lampje brandt, wacht dan methet starten van de motor tot hetlampje uit gaat. Airbags voor*, zij-airbags** etuitschakelen airbagaan passagierszijde*Voor de werking, zie hoofd-stuk AIRBAGS. Zij-airbags**Voor de werking, ziehoofdstuk AIRBAGS. Verklikkerlampjevoorremblokslijtage*Laat de remblokken zo snelmogelijk vervangen als ditlampje gaat branden. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. * Volgens uitvoering. ** Volgens uitvoering. Motorolieniveaumeter*Als het contact wordt aangezet, geeftde meter het olieniveau in het carteraan. De aanwijzing is alleen betrouwbaarals de auto op een vlakke, horizontaleondergrond staat en de motor min-stens 10 minuten niet heeft gedraaid.
101UW 306 IN DETAILStuurwiel in hoogte verstellenDruk op de hendel om het stuurwielte ontgrendelen.Zet het stuurwiel in de gewenste standen trek aan de hendel om het stuur-wiel te vergrendelen.1 - Dimmerdashboardverlichting*Met de draaiknop wordt desterkte van de dashboard-verlichting geregeld.Werkt alleen als de verlichting is inge-schakeld.2 - Koplampverstelling*Afhankelijk van de beladingkan de koplamphoogte afge-steld worden.0 - 1 of 2 personen op de voorstoe-len.– - 3 personen.1 - 5 personen.2 - 5 personen + maximaal toege-stane belading.3 - Bestuurder + maximaal toege-stane belading.De koplampverstelling werkt alleen alshet dim- of grootlicht is ingeschakeld.Oorspronkelijke koplamphoogte:stand 0.* Volgens uitvoering.12
UW 306 IN DETAIL58ALGEMENE FUNCTIESAAN/UITDruk, als het CONTACT AAN is of in de stand ACCESSOIRES staat, op knop “M” om de radio aan ofuit te schakelen.CODE DIEFSTALBEVEILIGINGAls het apparaat voor het eerst wordt gebruikt en elke keer dat de accukabels worden losgenomen,moet de code die u bij de aflevering van de auto werd overhandigd, worden ingevoerd.Invoer van de codeZet het apparaat AAN.“CODE” verschijnt op het scherm en daarna “- - - -” ten teken dat de code moet worden ingevoerd.Voer nu uw vier-cijferige code in met behulp van de voorkeuzetoetsen “1” t/m “6”.Voorbeeld: als uw code 5345 is, moeten achtereenvolgens de toetsen “5 3 4”, “ ”, “ ” en “5” ingedrukt worden.Na het invoeren van de juiste code gaat de radio automatisch aan.Foutieve invoer van de codeAls tijdens het invoeren van de eerste drie cijfers van de code een fout wordt gemaakt, onderbreekdan het invoeren en zet de radio UIT om te voorkomen dat het apparaat geblokkeerd wordt.Elke keer als er een verkeerde code wordt ingevoerd, wordt het apparaat gedurende een steedslangere periode, van 5 seconden tot 30 minuten na de zevende verkeerde code, geblokkeerd.Laat de radio aan staan en wacht tot de blokkering opgeheven is.
Zodra er “ ” verschijnt op de- - - -display kan de code opnieuw ingevoerd worden.Als de radio tussentijds UIT wordt gezet, zal deze bij het opnieuw aanzetten weer geblokkeerd wordenvoor de gehele periode.Na het invoeren van 14 verkeerde codes wordt de radio definitief geblokkeerd en op de display ver-schijnt “END”.BEDIENINGVolumeregelingDraai aan de knop “M” om het volume te verhogen of te verlagen.Bij oververhitting van de autoradio, zal het volume worden verlaagd. Als wordt geprobeerd het volumete verhogen, verschijnt het bericht op het display.“TOO HOT”Let opBij een autotelefoon met een “ ” die op de audio-installatie is aangesloten, wordt deMute-signaalgeluidsweergave automatisch onderbroken zodra de telefoon wordt gebruikt.
UW 306 IN DETAIL59ALGEMENE BEDIENINGDruk achtereenvolgens op de toets “ ” om de bassen , de hoge tonen , de loudness AUDIO (BASS) (TREB) (LOUD),de fader (FAD) en de balans (BAL) in te stellen.Deze functie wordt automatisch weer uitgeschakeld als er geen instellingen gewijzigd worden of door de toets“AUDIO” na het instellen van de balans nogmaals in te drukken.Opmerking : De instellingen voor de bassen en hoge tonen zijn gekoppeld aan de op dat moment ingeschakeldegeluidsbron.
Zo kan de toonhoogte voor alle geluidsbronnen verschillend worden ingesteld.BassenDruk, zodra er “ ” wordt aangegeven, op de toetsen “ ” om de bassen in te stellen.BASS G” of “H—“BASS –9” minimum instelling bassen,—“BASS 0” normale stand,—“BASS +9” maximum instelling bassen.ToonregelingDruk, zodra er “ ” wordt aangegeven, op de toetsen “ ” om de hoge tonen in te stellen.TREB G” of “H—“TREB –9” minimum instelling hoge tonen,—“TREB 0” normale stand,—“TREB +9” maximum instelling hoge tonen.LoudnessDeze functie biedt de mogelijkheid de bassen en hoge tonen bij een laag volume te versterken.Druk op de toetsen “ ” om deze functie in of uit te schakelen.G” of “HFaderinstelling (verdeling voor/achter)Druk, zodra er “ ” wordt aangegeven, op de toetsen “ ” om de fader in te stellen.FAD G” of “HMet de toets “G” wordt de weergave vóór versterkt.Met de toets “H” wordt de weergave achter versterkt.N.B.
60UW 306 IN DETAILBalansregeling (verdeling links/rechts)Druk, zodra er “ ” wordt aangegeven, op de toetsen “ ” om de balans in te stellen.BAL G” of “HMet de toets “G” wordt de weergave rechts versterkt.Met de toets “H” wordt de weergave links versterkt.RADIOOpmerkingen over de radio-ontvangstEen autoradio moet onder heel andere omstandigheden functioneren dan een radio in huis. De ontvangst van AM(middengolf) en FM-zenders (frequentiemodulatie) kan door diverse oorzaken worden gestoord.
Dit ligt niet aande kwaliteit van het apparaat, maar aan de opbouw van de radiosignalen en de wijze van verzenden.Bij AM-zenders kunnen er storingen optreden als er onder hoogspanningskabels, in tunnels of onder viaducten wordtgereden.Bij FM-zenders kunnen de afstand van de zender, reflectie van het signaal door grote obstakels (bergen, gebou-wen enz.) en het zenderbereik oorzaak zijn van een mindere ontvangst.Selecteren van radioDruk meermaals op de toets " " om de radio te selecteren.SRCSelecteren van golflengteDruk (meermaals) kort op de toets " " om de gewenste golflengte (FMI, FMII, FMIII of AM) te selecteren.BND/ASTAutomatisch afstemmenDruk kort op de toets " " of " " om naar de volgende respectievelijk vorige zender te luisteren. Als één van beideJ Ktoetsen wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken.
Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten.Als de functie TA (verkeersinformatie) is geselecteerd, worden alleen zenders die dit soort programma’s uitzen-den geselecteerd. Bij het scannen wordt er eerst naar de sterkste zenders gezocht (gevoeligheid " "), vervol-LOgens ook naar de zwakkere en verder verwijderde zenders (gevoeligheid "DX").
60UW 306 IN DETAILBalansregeling (verdeling links/rechts)Druk, zodra er “ ” wordt aangegeven, op de toetsen “ ” om de balans in te stellen.BAL G” of “HMet de toets “G” wordt de weergave rechts versterkt.Met de toets “H” wordt de weergave links versterkt.RADIOOpmerkingen over de radio-ontvangstEen autoradio moet onder heel andere omstandigheden functioneren dan een radio in huis. De ontvangst van AM(middengolf) en FM-zenders (frequentiemodulatie) kan door diverse oorzaken worden gestoord.
Dit ligt niet aande kwaliteit van het apparaat, maar aan de opbouw van de radiosignalen en de wijze van verzenden.Bij AM-zenders kunnen er storingen optreden als er onder hoogspanningskabels, in tunnels of onder viaducten wordtgereden.Bij FM-zenders kunnen de afstand van de zender, reflectie van het signaal door grote obstakels (bergen, gebou-wen enz.) en het zenderbereik oorzaak zijn van een mindere ontvangst.Selecteren van radioDruk meermaals op de toets " " om de radio te selecteren.SRCSelecteren van golflengteDruk (meermaals) kort op de toets " " om de gewenste golflengte (FMI, FMII, FMIII of AM) te selecteren.BND/ASTAutomatisch afstemmenDruk kort op de toets " " of " " om naar de volgende respectievelijk vorige zender te luisteren. Als één van beideJ Ktoetsen wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken.
Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten.Als de functie TA (verkeersinformatie) is geselecteerd, worden alleen zenders die dit soort programma’s uitzen-den geselecteerd. Bij het scannen wordt er eerst naar de sterkste zenders gezocht (gevoeligheid " "), vervol-LOgens ook naar de zwakkere en verder verwijderde zenders (gevoeligheid "DX").
UW 306 IN DETAIL61Handmatig afstemmenDruk op de toets “MAN".Druk kort op de toetsen “ ” om respectievelijk de volgende of vorige zender te selecteren.J” of “KAls deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken.Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten.Druk toets “ ” opnieuw in om weer op automatisch afstemmen van zenders over te gaan.MANHandmatig opslaan van zendersKies de gewenste zender.Houd één van de toetsen “ ” gedurende twee 2 seconden ingedrukt.1” t/m “6Het geluid valt even weg ter bevestiging dat de zender is opgeslagen.Automatisch opslaan van FM-zenders (autostore)Houd de toets “BND/AST” gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt om de 6 sterkste FM-zenders automatischop te slaan.
Deze zenders worden op de FMIII band opgeslagen.- Als er minder dan 6 zenders worden gevonden, blijven de resterende geheugens leeg.Oproepen van opgeslagen zendersDruk bij elk golfbereik kort op één van de toetsen “ ” met de gewenste zender.1” t/m “6RDS (RADIO DATA SYSTEM)Gebruik van RDS-functie op FMDe RDS-functie biedt de mogelijkheid om naar een zender te luisteren, ongeacht verschillende frequenties die voordeze zender gebruikt worden in de diverse regio's.Druk kort op de toets “ ” om de RDS-functie in of uit te schakelen.RDSVolgen van RDS-zendersOp de display wordt de naam van de zender aangegeven. De radio zoekt steeds de sterkste zender die hetzelfdeprogramma uitzendt.
62UW 306 IN DETAILVerkeersinformatieDruk op de toets " " om de verkeersdecoder in of uit te schakelen.TAAls deze functie is ingeschakeld, wordt de geluidsbron die op dat moment te horen is (radio, cassette of CD)onderbroken om voorrang te verlenen aan de ontvangen verkeersinformatie.Druk op de toets "TA" om de weergave te onderbreken; de functie wordt uitgeschakeld.N.B.: het volume van de verkeersinformatie is onafhankelijk van het normale volume van de radio. U kuntdit instellen met de volumeknop.
De instelling wordt opgeslagen en gebruikt bij de volgende weergave vanberichten.Tijdens het weergeven van verkeersinformatie wordt afwisselend “TRAFFIC” en de naam van de betreffendezender aangegeven.Als de geselecteerde zender geen verkeersinformatie uitzendt, verschijnt “NO TA” op de display.Regionale functie (REG)Sommige gekoppelde zenders zenden op bepaalde tijdstippen op dezelfde frequentie verschillende, regionaleprogramma's uit.Met deze functie kan een regionaal programma worden beluisterd.Houd de toets “ ” gedurende meer dan 2 seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen.RDS
63UW 306 IN DETAILCASSETTESPELERSelecteren van cassettespelerZodra een cassette in de cassettespeler wordt gestoken, zal het apparaat deze cassette automatisch afspelen.Druk, als er een cassette in het apparaat steekt, een aantal malen op de toets om de cassettespeler als"SRC"geluidsbron te selecteren.Uitwerpen van cassetteDruk de 2 toetsen " " en " " geheel in om de cassette uit het apparaat te kunnen nemen.E FAfspeelrichtingHet apparaat speelt beide zijden van de band na elkaar af en aan het eind van de band wordt de afspeelrichtingautomatisch omgekeerd.Druk de 2 toetsen " " en " " gedeeltelijk in om de afspeelrichting handmatig om te keren.E FSnel vooruit en terugspoelenDruk toetsen " " of " " geheel in om de cassette snel vooruit respectievelijk terug te spoelen.
Na het spoelen zalE Fhet apparaat de zijde die begint afspelen.N.B.: - Tijdens het snel vooruit- of terugspoelen van een cassette, zal de radio automatisch de laatst beluis-terde zender weergeven.- Gebruik nooit een beschadigde cassette.
64UW 306 IN DETAILCD-WISSELAAR (Leverbaar als accessoire)Selecteren van CD-spelerDruk een aantal malen op de toets " " om de CD-speler als geluidsbron te kiezen.SRCSelecteren van een CDDruk op één van de voorkeuzetoetsen “ ” om de gewenste CD te selecteren.1” t/m “6Nummers van een CD zoekenDruk op de toets “ ” om het volgende nummer te selecteren.JDruk op de toets “ ” om terug te gaan naar het begin van het afgespeelde nummer of het vorige nummer.KVersneld afspelenDruk op de toets “MAN”.Houd één van de toetsen “ ” ingedrukt om respectievelijk versneld vooruit of achteruit te spelen.J” of “KHet versneld afspelen stopt zodra de toets wordt losgelaten.De toetsen “ ” hebben hun normale functie "selectie van een nummer" weer als de toets “ ” opnieuwJ” en “K MANwordt ingedrukt.Random-functie (RAND)Houd, op het moment dat de CD-wisselaar als geluidsbron is gekozen, de toets “ ” gedurende 2 seconden inge-SRCdrukt.
C DC B A65UW 306 IN DETAILCD-WISSELAAR (Leverbaar als accessoire)Een CD in de CD-wisselaar plaatsen:– open de klep A,– druk op de toets om het magazijn uit de CD-wisselaar te nemen,B C– trek aan de lip om een van de 6 sledes van het magazijn te openen,D–plaats de CD met de bedrukte zijde naar boven in de slede en sluit deze,– plaats het magazijn in de CD-wisselaar,– sluit de klep A
68UW 306 IN DETAILALGEMENE FUNCTIESAAN/UITDruk, als het CONTACT AAN is of in de stand ACCESSOIRES staat, op knop “M” om de radio aan ofuit te schakelen.De radio kan gedurende 30 minuten werken zonder dat het contact aan wordt gezet.CODE DIEFSTALBEVEILIGINGAls het apparaat voor het eerst wordt gebruikt en elke keer dat de accukabels worden losgenomen,moet de code die u bij de aflevering van de auto werd overhandigd, worden ingevoerd.Invoer van de codeZet het apparaat AAN.“CODE IN” verschijnt op het scherm en daarna “- - - -” ten teken dat de code moet worden ingevoerd.Voer nu uw vier-cijferige code in met behulp van de voorkeuzetoetsen “1” t/m “6”.Voorbeeld: als uw code 5345 is, moeten achtereenvolgens de toetsen “5 3 4”, “ ”, “ ” en “5” ingedrukt worden.Na het invoeren van de juiste code gaat de radio automatisch aan.Foutieve invoer van de codeAls tijdens het invoeren van de eerste drie cijfers van de code een fout wordt gemaakt, onderbreekdan het invoeren en zet de radio UIT om te voorkomen dat het apparaat geblokkeerd wordt.Elke keer als er een verkeerde code wordt ingevoerd, wordt het apparaat gedurende een steedslangere periode, van 5 seconden tot 30 minuten na de zevende verkeerde code, geblokkeerd.Laat de radio aan staan en wacht tot de blokkering opgeheven is.
Zodra er “ ” verschijnt op de- - - -display kan de code opnieuw ingevoerd worden.Als de radio tussentijds UIT wordt gezet, zal deze bij het opnieuw aanzetten weer geblokkeerd wordenvoor de gehele periode.Na het invoeren van 14 verkeerde codes wordt de radio definitief geblokkeerd en op de display ver-schijnt “END”.BEDIENINGVolumeregelingDraai aan de knop “M” om het volume te verhogen of te verlagen.In geval van oververhitting van de radio neemt het geluidsvolume af.Let opBij een autotelefoon met een “ ” die op de audio-installatie is aangesloten, wordt deMute-signaalgeluidsweergave automatisch onderbroken zodra de telefoon wordt gebruikt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Peugeot 306 Break (2002) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Peugeot
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto