Peugeot 206 CC (2006) Handleiding

Peugeot Auto 206 CC (2006)

Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 206 CC (2006) (133 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 206 CC (2006) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/133
4 - In een oogopslag
01-01-2006

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Peugeot
Categorie: Auto
Model: 206 CC (2006)

Handleiding Peugeot 206 CC (2006) – volledige tekst

7-In een oogopslag01-01-2006ELEKTRISCH BEDIENBAAR DAKOpenen van het dakZet de auto op een horizontale ondergrond.• Controleer of het afdekscherm 1is uitgetrokken en vastgemaakt (er mogen geen voorwerpen op geplaatst zijn; eventuele bagage in de kofferruimte mag het scherm niet omhoogdrukken).• Controleer of er geen voorwerpen op de hoedenplank geplaatst zijn.• Controleer of het kofferdeksel goed dichtzit.• , trek de handrem Zet de auto stilaan en zet het contact in de stand M.• Ontgrendel de twee haken 2 volledig; hierbij klinkt een geluids-signaal.• Trek aan de knop tot het geluids-3signaal aangeeft dat het dak volledig is geopend.• tijdens het bedienen Opmerking:van het dak worden de ruiten auto-matisch geopend.Bedien het dak niet wanneer een bagagerek op het koffer-deksel bevestigd en beladen is.Let erop dat er zich, tijdens het openen of sluiten van het dak, geen personen in de buurt van het bedie-ningsmechanisme bevinden; hiermee wordt risico op letsel voorkomen.Zet nooit het contact af tijdens het openen of sluiten van het dak.Laat de knop 3 nooit langer dan 5 minuten los als het dak nog niet geheel geopend of gesloten is.

Laat bij gevaar echter de bedie-ningsknop los; het dak stopt direct met bewegen. U kunt het openen of sluiten van het dak hervatten zolang het geluidssignaal te horen is.Sluiten van het dak• Controleer of het afdekscherm is 1uitgetrokken en vastgemaakt.• Controleer of het kofferdeksel goed dichtzit.• , trek de handrem Zet de auto stilaan en zet het contact in de stand M.• Druk op de knop tot het geluids-3signaal aangeeft dat het dak volledig is gesloten.• Vergrendel ten slotte de twee haken .2• na het openen of slui-Opmerking:ten van het dak kunnen de ruiten weer bediend worden. 68

Houd de schakelaar ingedrukt of druk de schakelaar nogmaals in om ook de achterzijruit te openen of te sluiten.Opmerkingen: alleen de ruit aan bestuurderszijde kan automatisch worden geopend (bij draaiende motor), indien de achterzijruit is gesloten.De schakelaars van de ruitbedie-ning werken niet als het dak wordt bediend.ELEKTRISCH BEDIENBARE RUITEN1 - Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde2 - Schakelaar ruitbediening passagierszijdeBeide schakelaars bedienen aan de desbetreffende zijde zowel de por-tierruit als de achterzijruit.Park (parkeerstand): om de auto stil te zetten starten en te , met of zon-der gebruik van de handrem.Reverse (achteruitversnelling): om achteruit te rijden (schakel deze stand alleen in als de auto stilstaat en de motor stationair draait).Neutral (neutraalstand): om de motor te en de auto te , starten parkerenmet gebruik van de handrem.Laat, als bij het wegrijden de selec-tiehendel per ongeluk in de stand Nstaat, het motortoerental terugvallen tot stationair voordat de stand Dwordt geselecteerd om vervolgens weer gas te geven.Drive (rijstand): om automatisch te schakelen tijdens het .rijdenManual (sequentiële stand): om zelf te schakelen tijdens het .rijdenS: programma Sport.: programme Sneeuw. 78HandbedieningDuw (openen) of trek (sluiten) de schakelaar tot het zware punt.

10 - In een oogopslag01-01-2006ELEKTRISCH VERSTELBARE BUITENSPIEGELSDraai de knop naar links of rechts 3om de desbetreffende spiegel te selecteren.Duw de knop in de 4 richtingen om 3de spiegel af te stellen. 75Elektrisch inklapbare spiegelsDraai, als het contact aan is, de knop 3 A in de stand .AUTOMATISCHE TRANSMISSIE “TIPTRONIC-SYSTEM PORSCHE”Bij de automatische transmissie met vier versnellingen kunt u kiezen uit volautomatische bediening, aan-gevuld met de programma’s sport en sneeuw handmatig schakelen, of .STUURWIEL IN HOOGTE VERSTELLENDruk bij stilstaande auto de hendel omlaag om het stuurwiel te ontgren-delen.Zet het stuurwiel in de gewenste stand en trek aan de hendel om het stuurwiel te vergrendelen.Schakelpatroon Kies de gewenste stand door de selectiehendel in het schakelpa-troon te verplaatsen. De gekozen stand wordt met een pictogram in het instrumentenpa-neel aangegeven.

6 - In een oogopslag01-01-2006SLEUTELSMet behulp van de sleutels kunnen de sloten van de portieren, het kof-ferdeksel (openen), het slot van de tankdop, het stuurslot en het slot van het dashboardkastje onafhankelijk van elkaar worden bediend, kan de airbag aan passagierszijde worden uitgeschakeld en kan het contactslot worden bediend. 63Belast nooit een motor die koud is.Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte draaien.Breng nooit wijzigingen aan het stuurslot aan.Vergrendeling en ontgrendelingMet behulp van de sleutel in het slot van het bestuurdersportier:- kunnen de portieren en het kofferdek-sel gelijktijdig vergrendeld worden,- kunnen alleen de portieren gelijktijdig ontgrendeld worden.Het kofferdeksel kan alleen met de sleutel in het slot van het kofferdek-sel ontgrendeld worden.: dit symbool verwijst u naar de bladzijde waar deze functie uitgebreid aan bod komt.Dit wordt bevestigd door het gedu-rende ongeveer twee seconden branden van de richtingaanwijzers.Druk op de knop om de portieren Bop afstand te ontgrendelen.Dit wordt bevestigd door het gedu-rende ongeveer twee seconden snel knipperen van de richtingaanwijzers.StuurslotOntgrendel, indien nodig, het stuur-slot alvorens te starten.

Verdraai het stuurwiel enigszins terwijl tegelijker-tijd de sleutel wordt gedraaid.Trap bij het starten het koppe-lingspedaal in om het aanslaan te vergemakkelijken.Starten van de motorTrap het gaspedaal niet in.Stel de startmotor in werking en laat de sleutel los zodra de motor aan-slaat.AfstandsbedieningDruk op de knop om de portieren Aen de achterklep te vergrendelen.STARTENDe vier standen van de sleutel in het contact-/stuurslot zijn:1 - STOP: contact afgezet.2 - 1e stand, Accessoires: contact afgezet, maar accessoires kunnen wel functioneren.3 - 2e stand, Contact aan: het contact is aangezet.4 - tarten: de startmotor wordt in werking gezet.

12 - In een oogopslag01-01-2006SCHAKELAARS OP STUURKOLOMVerlichtingMistlampen vóór / mistachterlicht (ring B)Ruitenwissers 2 Hoge snelheid 1 Normale snelheid I Interval of AUTO Automatisch wissen 0 Uit Eén keer wissenLichten uitParkeerlichten aanDim-/grootlicht aanAutomatisch inschake-len van de verlichtingAutomatisch inschakelen van de verlichtingZet om deze functie in of uit te schakelen het contact in de stand accessoires en de lichtschakelaar in de stand .

13-In een oogopslag01-01-2006BAGAGENETBevestig het bagagenet met de 4 sjorogen op de vloer van de bagage-ruimte.FLESSENHOUDERTrek aan de bovenzijde van het dek-sel om het te openen.DASHBOARDKASTJE1 - Vak voor boorddocumentatie.2 - Bekerhouder.3 - Pennenhouder.4 - Brillenvak.5 - Kaartenvak.6 - Muntenvak. 77

9-In een oogopslag01-01-2006ISOFIX-BEVESTIGINGENDeze zijn beschikbaar voor de pas-sagiersstoel vóór en dienen om een speciaal kinderzitje te installeren dat verkocht wordt via de PEUGEOT-servicepunten.De sloten van het kinderzitje worden verankerd aan de speciale bevesti-gingspunten en zorgen zo voor een veilige en snelle montage van het zitje.

Het kinderzitje moet met de rug in de rijrichting geplaatst worden voor kinderen tot 13 kg (hierbij is het verplicht de airbag aan pas-sagierszijde uit te schakelen).Volg de montage-aanwijzingen in de installatiehandleiding van de fabrikant van het kinderzitje.AIRBAGS VOORUitschakelen airbag aan passagierszijde*Steek de contactsleutel in de scha-kelaar en draai deze:1- in de stand : airbag aan passa-ONgierszijde geactiveerd,- in de stand : airbag aan pas-OFFsagierszijde uitgeschakeld.Controle van de werkingAls bij aangezet contact (2e stand) dit verklikkerlampje op het instrumentenpaneel gaat branden in combinatie met een melding op het multifunctionele display, betekent dit dat de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld (stand van de “OFF”schakelaar).Als de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld, blijft het verklikker-lampje branden.Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot een airbag aan passagierszijdeAuto’s met een airbagschakelaar:- schakel de airbag aan passagiers-zijde uit als u een kinderzitje met de rugleuning in de rijrichting op de voorstoel plaatst,- schakel de air-bag in als er een passagier op de voorstoel zit.Auto’s zonder een airbagschakelaar:- plaats geen kinderzitje met de rug-leuning in de rijrichting op de voorstoel.* Volgens land van bestemming.  83 62Leg in elk geval nooit uw voeten, noch enig voorwerp op het dashboard.

16 - In een oogopslag01-01-2006AUTOMATISCHE AIRCONDITIONINGNr.SymboolFunctie1Regeling luchtopbrengst.2Regeling luchtverdeling.3Toevoer buitenlucht.4Bediening airconditioning.5Achterruitverwarming en verwarming buitenspiegels.6Uitschakelen.7Temperatuurregeling.8Automatisch programma “comfort”.9Automatisch programma “zicht”.Opmerking: de werking van het systeem kan minder zijn als het dak is weggeklapt. 54

10 - In een oogopslag01-01-2006ELEKTRISCH VERSTELBARE BUITENSPIEGELSDraai de knop naar links of rechts 3om de desbetreffende spiegel te selecteren.Duw de knop in de 4 richtingen om 3de spiegel af te stellen. 75Elektrisch inklapbare spiegelsDraai, als het contact aan is, de knop 3 A in de stand .AUTOMATISCHE TRANSMISSIE “TIPTRONIC-SYSTEM PORSCHE”Bij de automatische transmissie met vier versnellingen kunt u kiezen uit volautomatische bediening, aan-gevuld met de programma’s sport en sneeuw handmatig schakelen, of .STUURWIEL IN HOOGTE VERSTELLENDruk bij stilstaande auto de hendel omlaag om het stuurwiel te ontgren-delen.Zet het stuurwiel in de gewenste stand en trek aan de hendel om het stuurwiel te vergrendelen.Schakelpatroon Kies de gewenste stand door de selectiehendel in het schakelpa-troon te verplaatsen. De gekozen stand wordt met een pictogram in het instrumentenpa-neel aangegeven.

Houd de schakelaar ingedrukt of druk de schakelaar nogmaals in om ook de achterzijruit te openen of te sluiten.Opmerkingen: alleen de ruit aan bestuurderszijde kan automatisch worden geopend (bij draaiende motor), indien de achterzijruit is gesloten.De schakelaars van de ruitbedie-ning werken niet als het dak wordt bediend.ELEKTRISCH BEDIENBARE RUITEN1 - Schakelaar ruitbediening bestuurderszijde2 - Schakelaar ruitbediening passagierszijdeBeide schakelaars bedienen aan de desbetreffende zijde zowel de por-tierruit als de achterzijruit.Park (parkeerstand): om de auto stil te zetten starten en te , met of zon-der gebruik van de handrem.Reverse (achteruitversnelling): om achteruit te rijden (schakel deze stand alleen in als de auto stilstaat en de motor stationair draait).Neutral (neutraalstand): om de motor te en de auto te , starten parkerenmet gebruik van de handrem.Laat, als bij het wegrijden de selec-tiehendel per ongeluk in de stand Nstaat, het motortoerental terugvallen tot stationair voordat de stand Dwordt geselecteerd om vervolgens weer gas te geven.Drive (rijstand): om automatisch te schakelen tijdens het .rijdenManual (sequentiële stand): om zelf te schakelen tijdens het .rijdenS: programma Sport.: programme Sneeuw. 78HandbedieningDuw (openen) of trek (sluiten) de schakelaar tot het zware punt.

19-Controle tijdens het rijden01-01-2006VERKLIKKERLAMPJESEen verklikkerlampje dat constant blijft branden of bij draaiende motor knippert, is een teken dat het desbetreffende onderdeel of systeem niet goed werkt. Sommige verklikkerlampjes kunnen branden in combinatie met een geluids-signaal en een melding op het multifunctionele display. Negeer een dergelijke waarschuwing niet, maar raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt. Stop onmiddellijk indien tijdens het rijden het verklikkerlampje STOP gaat branden, maar zorg ervoor dat u uw auto op een zo veilig mogelijke plaats tot stil-stand brengt. Verklikkerlampje STOPGekoppeld aan de ver-klikkerlampjes:- motoroliedruk en motorolietempe-ratuur,- koelvloeistofniveau,- handrem,- remvloeistofniveau- storing elektronische remdrukrege-laarGekoppeld aan de koelvloeistoftem-peratuurmeter.

Stop als het lampje bij draaiende motor knippert onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. Verklikkerlampje motoroliedruk en -temperatuurGekoppeld aan het verklikkerlampje STOP. Stop onmiddellijk. Wijst op hetzij:- te lage oliedruk. - te weinig olie in het smeersysteem. Vul indien nodig olie bij. - een te hoge temperatuur van de motorolie. Het verklikkerlampje brandt in combinatie met een geluidssignaal. Matig uw snelheid om de motorolietemperatuur te laten dalen. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. Verklikkerlampje te laag koelvloeistofniveau dieselmotorGekoppeld aan het verklikkerlampje STOP. Stop onmiddellijk. Wacht tot de motor is afgekoeld alvo-rens koelvloeistof bij te vullen. Het koelcircuit staat onder druk. Draai de dop eerst 2 slagen los om de druk te laten dalen en te voorko-men dat de koelvloeistof uit het koelsysteem spuit.

Trek, als de druk eenmaal gedaald is, de dop los en vul het systeem bij. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. Verklikkerlampje antiblok-keersysteem (ABS)Dit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet enkele seconden branden.

Als het lampje bij een snelheid van meer dan 12 km/h blijft branden of gaat branden, wijst dit op een storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking met rembe-krachtiging blijft echter behouden. Als het lampje gaat branden in combi-natie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, wijst dit op een storing in het antiblok-keersysteem. Raadpleeg een PEUGEOT-servicepunt. Verklikkerlampje handrem, te laag remvloeistofniveau en storing elektronische remdrukregelaar (REF)Gekoppeld aan het verklikkerlampje STOP. Wijst op:- een (iets) aangetrokken handrem. - een te laag remvloeistofniveau (als het lampje ook bij losse handrem blijft branden). - een storing in de elektronische remdrukregelaar (REF), als het ver-klikkerlampje brandt in combinatie met het verklikkerlampje ABS. Stop onmiddellijk. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.

20 - Controle tijdens het rijden01-01-2006Verklikkerlampje elektronisch stabiliteits-programma (ESP/ASR)Dit lampje gaat elke keer dat het con-tact wordt aangezet enkele seconden branden. Tijdens het rijden gaat dit lampje bran-den als het systeem in werking treedt. Als het systeem wordt uitgeschakeld, blijft het lampje branden in combinatie met een melding op het multifunctio-nele display. Raadpleeg een PEUGEOT-ser-vicepunt als het verklikkerlampje bij draaiende motor en tijdens het rijden blijft branden. Verklikkerlampje laden van de accuWijst op:- een storing in het laadcircuit. - loszittende aansluitingen van de accu of de startmotor. - een gebroken of te slappe dynamo-riem. - een defecte dynamo. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.

Waarschuwing niveau brandstofadditief (dieselmotor)Een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display duiden erop dat het niveau van het brand-stofadditief te laag is. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt om brandstofadditief te laten bijvullen. Voorgloeien (diesel)Wacht met het starten van de motor tot dit lampje uit is. Als de temperatuur al hoog genoeg is gaat het lampje gedurende minder dan 1 seconde branden en kunt u de motor direct starten. Verklikkerlampje brandstofreserveOp het moment dat dit lampje gaat branden bedraagt de actieradius nog minimaal 50 km (tankinhoud: ca. 47 liter). Verklikkerlampje emissieregeling (volgens uitvoering)Gaat bij het aanzetten van het con-tact enkele seconden branden. Als het lampje bij draaiende motor gaat branden, wijst dit op een storing in het injectie-/ontstekingssysteem of in de emissieregeling.

Als het verklikkerlampje knippert, kan bij een benzinemotor de katalysator beschadigd raken. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt. Waarschuwing vervuild roetfilter (dieselmotor)Een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display dui-den erop dat het roetfilter vervuildis en dreigt te verstoppen, bijv.

als overwegend stadsritten worden gemaakt: lage snelheden, veel ver-keersopstoppingen,. Ga om het roetfilter te regenereren,als de omstandigheden het toelaten, minstens 5 minuten lang met een snelheid van meer dan 60 km/h rij-den, tot de melding verdwijnt. Raadpleeg zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt als de melding nog steeds wordt weerge-geven.

21-Controle tijdens het rijden01-01-2006Verklikkerlampje veiligheidsgordels*Dit lampje gaat branden als, bij ingeschakeld contact, de bestuurder zijn veiligheidsgordel niet heeft vastgemaakt.Bij een snelheid hoger dan 20 km/h knippert het lampje gedurende onge-veer 2 minuten in combinatie met een steeds luider wordend geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display.

Het verklikkerlampje blijft branden zolang de bestuurder zijn vei-ligheidsgordel niet heeft vastgemaakt.Verklikkerlampje uitschakeling airbag passagier*Als dit lampje gaat branden in combinatie met een melding op het multifunctionele display, wijst dit erop dat de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld.Zolang de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld, blijft het verklikker-lampje branden.Raadpleeg in alle gevallen dat het lampje knippert uw PEUGEOT-servicepunt.Koelvloeistoftemperatuur- meter- Wijzer in zone temperatuur is (A):in orde.- Wijzer in zone temperatuur (B):is te hoog.

Het verklikkerlampje STOP knippert.Stop onmiddellijk.Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.Verklikkerlampje airbagsDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet enkele seconden branden.Als het lampje bij draaiende motor gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, wijst dit op een storing in het airbagsysteem.Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.Temperatuurmeter motorolieBij draaiende motor geeft de meter de temperatuur van de motorolie aan:- Wijzer in zone olietemperatuur (C):is in orde.- Wijzer in zone olietemperatuur (D):is te hoog. Verminder uw snelheid om de olietemperatuur te laten dalen.* Volgens land van bestemming.

21-Controle tijdens het rijden01-01-2006Verklikkerlampje veiligheidsgordels*Dit lampje gaat branden als, bij ingeschakeld contact, de bestuurder zijn veiligheidsgordel niet heeft vastgemaakt.Bij een snelheid hoger dan 20 km/h knippert het lampje gedurende onge-veer 2 minuten in combinatie met een steeds luider wordend geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display.

Het verklikkerlampje blijft branden zolang de bestuurder zijn vei-ligheidsgordel niet heeft vastgemaakt.Verklikkerlampje uitschakeling airbag passagier*Als dit lampje gaat branden in combinatie met een melding op het multifunctionele display, wijst dit erop dat de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld.Zolang de airbag aan passagierszijde is uitgeschakeld, blijft het verklikker-lampje branden.Raadpleeg in alle gevallen dat het lampje knippert uw PEUGEOT-servicepunt.Koelvloeistoftemperatuur- meter- Wijzer in zone temperatuur is (A):in orde.- Wijzer in zone temperatuur (B):is te hoog.

Het verklikkerlampje STOP knippert.Stop onmiddellijk.Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.Verklikkerlampje airbagsDit lampje gaat elke keer dat het contact wordt aangezet enkele seconden branden.Als het lampje bij draaiende motor gaat branden in combinatie met een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele display, wijst dit op een storing in het airbagsysteem.Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.Temperatuurmeter motorolieBij draaiende motor geeft de meter de temperatuur van de motorolie aan:- Wijzer in zone olietemperatuur (C):is in orde.- Wijzer in zone olietemperatuur (D):is te hoog. Verminder uw snelheid om de olietemperatuur te laten dalen.* Volgens land van bestemming.

22 - Controle tijdens het rijden01-01-2006Display stand selectiehendel automatische transmissiePark (Parkeerstand)Reverse (Achteruit)Neutral (Neutraalstand)Drive (Rijstand)Handbediening:1e versnelling ingeschakeld2e versnelling ingeschakeld3e versnelling ingeschakeld4e versnelling ingeschakeldVerklikkerlampjes automatische transmissieVerklikkerlampje “SPORT”Dit lampje gaat branden als het schakelprogramma “SPORT” wordt ingeschakeld.Verklikkerlampje “SNEEUW”Dit lampje gaat branden als het schakelprogramma “SNEEUW” wordt ingeschakeld.StoringEen storing wordt aangegeven door het knipperen van de verklikkerlamp-jes Sport en Sneeuw in combinatie met een geluidssignaal en een mel-ding op het multifunctionele display. Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.

23-Controle tijdens het rijden01-01-2006OnderhoudsintervalindicatorDeze geeft aan hoeveel kilometer u nog verwijderd bent van de eerstvol-gende onderhoudscontrole volgens het onderhoudsschema. 5 seconden na het aanzetten van het contact geeft de teller weer de normale kilometerstand of de stand van de dagteller aan. De afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole is minder dan 1. 000 km. Voorbeeld: Er is nog 900 km af te leggen tot de eerstvolgende onder-houdscontrole. Bij het aanzetten van het contact en gedurende 5 seconden daarna geeft de teller aan:5 seconden na het aanzetten van het contact geeft de teller weer de normale kilometerstand aan, maar het lampje blijft branden. Dit om aan te geven dat er binnen-kort onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. De kilo-metertotaalstand of de stand van de dagteller wordt aangegeven.

De afstand tot de eerstvolgende onderhoudscontrole is overschreden. Elke keer als het contact wordt aangezet, gaat het lampje gedurende 5 seconden knipperen en geeft de teller het aantal kilometers aan dat er te veel gereden is. Voorbeeld: Er had 300 km eerder een onderhoudscontrole uitgevoerd moeten worden. Bij het aanzetten van het contact en gedurende 5 seconden daarna geeft de teller aan:5 seconden na het aanzetten van het contact geeft de teller weer de normale kilometerstand aan, maar het lampje blijft branden. De kilo-metertotaalstand of de stand van de dagteller wordt aangegeven. Opmerking: De onderhoudssleutel gaat ook branden als het onderhoudsinterval van 2 jaar is overschreden*.

DISPLAY OP HET TRUMENTENPANEELDit heeft na het aanzetten van het contact, 3 verschillende functies:- onderhoudsintervalindicator,- motorolieniveaumeter,- kilometerteller, deze wordt na het uitzetten van het contact, bij het openen van het bestuurdersportier en bij het vergrendelen en ont-grendelen van de auto gedurende 30 seconden weergegeven. * Volgens land van bestemming.

WerkingZodra het contact wordt aangezet, gaat het lampje (een sleutel die onder-houdswerkzaamheden symboliseert) gedurende 5 seconden branden. De teller geeft (afgerond) het resterende aantal kilometers tot de eerstvolgende onderhoudscontrole aan. Voorbeeld: Er is nog 4. 800 km af te leggen tot de eerstvolgende onder-houdscontrole. Bij het aanzetten van het contact en gedurende 5 seconden daarna geeft de teller aan:.

24 - Controle tijdens het rijden01-01-2006MotorolieniveaumeterBij het aanzetten van het contact wordt de onderhoudsintervalindicator enkele seconden weergegeven en vervolgens gedurende 10 seconden het motorolieniveau.Te veel olieAls de zes segmenten knipperen en "max" wordt weergegeven, is het motor-olieniveau te hoog, waardoor ernstige motorschade kan ontstaan.Controleer het olieniveau met de peil-stok.

Als blijkt dat het olieniveau te hoog is, raadpleeg dan zo snel mogelijk een PEUGEOT-servicepunt.Op 0 zetten van de onderhoudsin-tervalindicatorUw PEUGEOT-servicepunt zet de onderhoudsintervalindicator na elke onderhoudscontrole weer op 0.De onderhoudsintervalindicator kan op de volgende wijze op 0 worden gezet:- zet het contact af,- druk op de knop en houd deze 1ingedrukt,- zet het contact aan.De kilometerteller begint 10 secon-den terug te tellen,- houd de knop gedurende 10 se-1conden ingedrukt.De teller geeft [= 0] aan en het lampje gaat uit.Te weinig olieAls de zes segmenten knipperen en "min" wordt weergegeven, is het motorolieniveau te laag, waardoor ernstige motorschade kan ontstaan.Controleer het olieniveau met de peil-stok.

Als blijkt dat het olieniveau te laag is, moet olie worden bijgevuld.Storing motorolieniveaumeterHet knipperen van de zes segmenten duidt op een storing in de motorolie-niveaumeter.Er bestaat kans op ernstige motor-schade.Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt.Controle van het olieniveau met de peilstok is alleen betrouwbaar als de auto op een vlakke, hori-zontale ondergrond staat en de motor minstens 10 minuten niet heeft gedraaid.

25-Controle tijdens het rijden01-01-2006Druk op de knop 1 om over te schake-len van kilometerteller naar dagteller en terug.Druk, als de dagteller is ingescha-keld, op de knop tot de nullen 1verschijnen om de dagteller op nul te zetten.KilometertellerDruk, tijdens het branden van de ver-lichting, op de knop om de sterkte van de dashboardverlichting te verande-ren. Als de verlichting de zwakste (of felste) stand heeft bereikt, laat dan de knop los en druk deze vervolgens opnieuw in om de verlichting weer feller (of zwakker) te maken.Laat de knop los zodra de gewenste lichtsterkte is bereikt. DIMMER DASHBOARDVERLICHTING

26 - Multifunctionele displays01-01-2006Instellen van de gegevensDruk knop in en houd deze gedu-1rende 2 seconden ingedrukt. Het eerste gegeven knippert en kan wor-den veranderd.Hierna kunnen door het indrukken van knop achereenvolgens de ver-1schillende gegevens geselecteerd worden:- de taal,- de snelheidseenheden (km of mijl),- de temperatuureenheden (graden Celsius of Fahrenheit),- de tijdsaanduiding (in 12 of 24 uur),- de uren,- de minuten,- het jaar,- de maand,- de dag.Door het indrukken van knop kan 2het geselecteerde gegeven worden gewijzigd.

Houd de knop ingedrukt om de gegevens in een hoger tempo in te stellen.Als de knop gedurende 7 seconden niet wordt ingedrukt, geeft het display het oorspronkelijke scherm weer en zijn de wijzigingen opgeslagen.DISPLAY BDit kan de volgende informatie weer-geven:- de tijd,- de datum,- de buitentemperatuur (knippert bij kans op gladheid),- informatie van de autoradio,- controle op geopende portieren. Het display geeft schematisch aan of een portier geopend is,- waarschuwingen (bijv.: "storing laden accu") of berichten (bijv.: "brandstofniveau laag") die tijdelijk worden weergegeven, kunnen wor-den gewist door op knop of te 1 2drukken,- de boordcomputer.

Het display geeft schematisch aan of een portier geopend is.- waarschuwingen die tijdelijk worden weergegeven (bijv.: "brandstofni-veau laag") kunnen worden gewist met behulp van de afstandsbedie-ning.- de boordcomputer (zie desbetref-fende hoofdstuk).- het navigatiesysteem (zie desbe-treffende hoofdstuk).Permanente plaatsbepalingDeze functie geeft de naam van de straat waarin de auto zich bevindt weer als er geen navigatie plaats-vindt.Druk op de toets " " van de modafstandsbediening om de naam van de straat waarin u zich bevindt weer te geven.Druk op de rechterpijl van de afstandsbediening om met de functie "zoom" op de informatie in te zoo-men.LET OP: De CD-Rom met cartografi-sche gegevens moet in de speler zijn geplaatst.DISPLAY C Instellen van parametersMet behulp van de afstandsbediening kunnen de parameters ingesteld wor-den.

28 - Multifunctionele displays01-01-2006BOORDCOMPUTERAls de knop op het uiteinde van de ruitenwisserschakelaar meermaals wordt ingedrukt, worden achtereen-volgens aangegeven:Display B- de actieradius,- de afgelegde afstand,- het gemiddelde verbruik,- het momentele verbruik,- de gemiddelde snelheid.Display C- het momentele verbruik en de actieradius:- het gemiddelde verbruik, de afge-legde afstand en de gemiddelde snelheid berekend over een peri-ode ;"1"- het gemiddelde verbruik, de afge-legde afstand en de gemiddelde snelheid berekend over een peri-ode ."2"De periodes en worden "1" "2"bepaald door de frequentie waarmee de teller op nul gezet wordt.

Zo kan de periode gelden voor een "1"dagelijks verbruik en de periode "2"voor een gemiddeld verbruik over een maand.Op 0 zettenDruk meer dan 2 seconden op de knop.Op 0 zettenDruk de knop meer dan 2 seconden in zodra de gewenste periode wordt aangegeven.

29-Multifunctionele displays01-01-2006ActieradiusIn deze stand geeft de computer het aantal kilometers dat met de resterende hoeveelheid brandstof gereden kan worden.Opmerking: dit getal kan verhoogd worden door een verandering in de rijstijl of van het landschap, met als gevolg een aanzienlijke verlaging van het momenteel verbruik.Als de resterende hoeveelheid brandstof in de tank minder is dan 3 liter, branden er slechts 3 streepjes op de display.Momenteel verbruikDit is het verbruik dat geregistreerd is tijdens de laatste 2 seconden.

Deze informatie verschijnt alleen als er met een snelheid hoger dan 20 km/h wordt gereden.Gemiddeld verbruikHet gemiddelde verbruik is de verhou-ding tussen de verbruikte brandstof en het aantal afgelegde kilometers sinds de laatste nulstelling van de boordcomputer.Gemiddelde snelheidDe gemiddelde snelheid wordt verkregen door de sinds de laatste nulstelling afgelegde afstand te delen door de tijd dat de auto in gebruik is (contact aan).Afgelegde afstandIn deze stand geeft de boordcom-puter de afgelegde afstand sinds de laatste nulstelling aan.Na het op nul stellen van de boord-computer is de weergegeven actieradius pas na enige tijd betrouw-baar.Raadpleeg een PEUGEOT-service-punt wanneer er tijdens het rijden horizontale streepjes op de display verschijnen, in plaats van cijfers.

CD Selecteren van de CD-wisselaar.Langer dan 2 seconden indrukken: in willekeurige volgorde afspelen.N CD Selecteren van de CD-speler.Langer dan 2 seconden indrukken: in willekeurige volgorde afspelen.O Radio Selecteren van de radiofunctie. Selecteren van het golfbereik FM1, FM2, FMAST, AM.Langer dan 2 seconden indrukken: automatisch opslaan van voorkeuzezenders (autostore).1 t/m 6 1 2 3 4 5 6 Selectie van een opgeslagen zender.Langer dan 2 seconden indrukken: opslaan van een zender.1 t/m 5 1 2 3 4 5 Selecteren van CD's uit de CD-wisselaar.

32 - Audio en telematica01-01-2006ALGEMENE FUNCTIES AUDIO-INSTELLINGENLoudness-functieMet deze functie kunnen de bassen en hoge tonen versterkt worden. Druk op de toetsen H of I om de func-tie in of uit te schakelen. Aan / uitDruk, als het contact aan is of in de stand accessoires staat, op de knop om de Aradio aan of uit te schakelen. De radio kan gedurende 30 minu-ten werken zonder dat het contact aanstaat. DiefstalbeveiligingDe radio is zodanig gecodeerd dat deze alleen in uw auto functioneert. Het heeft geen enkele zin de radio in een andere auto te monteren. De diefstalbeveiliging is volledig automatisch en behoeft daarom niet te worden ingeschakeld of ingesteld. REGELING VAN HET VOLUMEDruk herhaaldelijk op de toets om Chet volume te verhogen en op de toets om het te verlagen. B Druk lang op de toets of om het C Bvolume sneller te verhogen respec-tievelijk te verlagen.

BassenToonregelingDruk, als er op het display "TREB"wordt weergegeven, op de toets Hof om de hoge tonen in te stellen. I- "TREB -9" minimum instelling hoge tonen. - normale stand. "TREB 0"- maximum instelling "TREB +9"hoge tonen. Druk herhaaldelijk op de toets om achter-Geenvolgens de bassen (BASS), de hoge tonen (TREB), de loudness-functie (LOUD), de fader (FAD) (BAL), de balans en de automatische aanpassing van het volume te kiezen. Deze functie wordt automatisch weer uitgeschakeld als er geen instellingen gewijzigd worden of door de toets Gna het bereiken van de functie voor de automatische aanpassing van het volume nogmaals in te drukken. Opmerking: de instellingen voor de bassen, de hoge tonen en de loudness zijn gekoppeld aan de op dat moment ingeschakelde geluidsbron. Zo kan de toonhoogte voor de radio, CD of CD-wis-selaar verschillend worden ingesteld.

FaderregelingDruk, als er "FAD" op het display wordt weergegeven, op de toets Hof. IMet de toets H wordt het volume vóór versterkt. Met de toets wordt het volume ach-Iter versterkt. BalansregelingDruk, als er op het display "BAL" wordt weergegeven, op de toets Hof. IMet de toets wordt het volume Hrechts versterkt. Met de toets wordt het volume links Iversterkt.

33-Audio en telematica01-01-2006RADIOFUNCTIEOpmerkingen over de radio-ontvangstDe ontvangst van uw autoradio wijkt af van de ontvangst van uw radio thuis. De ontvangst van lan-gegolf, middengolf en FM-zenders (frequentiemodulatie) kan door diverse oorzaken worden gestoord. Dit ligt niet aan de kwaliteit van het apparaat, maar aan de opbouw van de radiosignalen en de wijze van verzenden. Bij AM-zenders kunnen er storingen optreden als er onder hoogspan-ningskabels, in tunnels of onder viaducten wordt gereden. Bij FM-zenders kunnen de afstand van de zender, de reflectie van hetsignaal door grote obstakels (bergen, gebouwen, enz. ) en het zenderbe-reik oorzaak zijn van een mindere ontvangst. Selecteren van de radiofunctie Automatisch afstemmenAutomatische volumeregelingMet deze functie wordt het volume automatisch aangepast aan het geluidsniveau ten gevolge van de snelheid van de auto.

Druk op de toets of om de functie H Iin of uit te schakelen. Druk op de toets. ODruk kort op de toets O, om de golflengteFM1, FM2, FMast of AM te kiezen. Druk kort op één van de toetsen Jof om respectievelijk de volgende Lof vorige zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde fre-quenties afzoeken. De radio stopt bij de eerste zender die na het loslaten van de toets wordt gevonden. Als de functie TA is ingeschakeld, wordt alleen afgestemd op zenders die verkeersinformatie uitzenden. Selecteren van het golfbereikHandmatig afstemmenDruk op de toets. "MAN"Druk kort op de toets of om de J Lweergegeven frequentie respectie-velijk te verhogen of te verlagen. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten.

Als de toets opnieuw wordt "MAN"ingedrukt, wordt teruggekeerd naar het automatisch afstemmen op een zender. Handmatig opslaan van zenders Kies het gewenste station.

Houd één van de voorkeuzetoetsen "1" "6" t/m langer dan twee secon-den ingedrukt. Het geluid valt weg en keert weer terug: de desbetreffende zender is nu opgeslagen. Eerst worden de sterkste zenders afgezocht in de stand. Daarna "LO"wordt in de stand ook naar "DX"zwakkere zenders gezocht. Druk twee keer kort op de toets J of om direct in de stand op L "DX"de zwakkere zenders af te kunnen stemmen.

33-Audio en telematica01-01-2006RADIOFUNCTIEOpmerkingen over de radio-ontvangstDe ontvangst van uw autoradio wijkt af van de ontvangst van uw radio thuis. De ontvangst van lan-gegolf, middengolf en FM-zenders (frequentiemodulatie) kan door diverse oorzaken worden gestoord. Dit ligt niet aan de kwaliteit van het apparaat, maar aan de opbouw van de radiosignalen en de wijze van verzenden. Bij AM-zenders kunnen er storingen optreden als er onder hoogspan-ningskabels, in tunnels of onder viaducten wordt gereden. Bij FM-zenders kunnen de afstand van de zender, de reflectie van hetsignaal door grote obstakels (bergen, gebouwen, enz. ) en het zenderbe-reik oorzaak zijn van een mindere ontvangst. Selecteren van de radiofunctie Automatisch afstemmenAutomatische volumeregelingMet deze functie wordt het volume automatisch aangepast aan het geluidsniveau ten gevolge van de snelheid van de auto.

Druk op de toets of om de functie H Iin of uit te schakelen. Druk op de toets. ODruk kort op de toets O, om de golflengteFM1, FM2, FMast of AM te kiezen. Druk kort op één van de toetsen Jof om respectievelijk de volgende Lof vorige zender te selecteren. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde fre-quenties afzoeken. De radio stopt bij de eerste zender die na het loslaten van de toets wordt gevonden. Als de functie TA is ingeschakeld, wordt alleen afgestemd op zenders die verkeersinformatie uitzenden. Selecteren van het golfbereikHandmatig afstemmenDruk op de toets. "MAN"Druk kort op de toets of om de J Lweergegeven frequentie respectie-velijk te verhogen of te verlagen. Als deze toets wordt vastgehouden, blijft de radio in de gekozen volgorde frequenties afzoeken. Het zoeken stopt zodra de toets wordt losgelaten.

Als de toets opnieuw wordt "MAN"ingedrukt, wordt teruggekeerd naar het automatisch afstemmen op een zender. Handmatig opslaan van zenders Kies het gewenste station.

Houd één van de voorkeuzetoetsen "1" "6" t/m langer dan twee secon-den ingedrukt. Het geluid valt weg en keert weer terug: de desbetreffende zender is nu opgeslagen. Eerst worden de sterkste zenders afgezocht in de stand. Daarna "LO"wordt in de stand ook naar "DX"zwakkere zenders gezocht. Druk twee keer kort op de toets J of om direct in de stand op L "DX"de zwakkere zenders af te kunnen stemmen.

34 - Audio en telematica01-01-2006Automatisch opslaan van FM-zenders (autostore)Houd de toets meer Odan twee seconden ingedrukt.De autoradio slaat automatisch de 6 best te ontvangen FM-zenders op. Deze zenders wor-den op de Fmast-band opgeslagen.Als er minder dan zes zenders wor-den gevonden, blijven de resterende geheugens ongewijzigd.RDSGebruik van RDS-functie (Radio Data Systeem) op FM De -functie biedt de mogelijk-RDSheid om naar een zender te luisteren, ongeacht de verschillende frequen-ties die voor deze zender gebruikt worden in de diverse regio's.VerkeersinformatieVolgen van RDS-zendersOp het display wordt de naam van de zender aangegeven.

Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt de radio steeds de sterkste zender die hetzelfde programma uitzendt.Druk op de toets "TA" om deze functie in of uit te schakelen.Op het display verschijnt:- "TA" als deze functie is ingescha-keld,- "(TA)" als deze functie wel inge-schakeld, maar niet beschikbaar is.Als deze functie is ingeschakeld, wordt de geluidsbron die op dat moment te horen is (radio, CD of CD-wisselaar) onderbroken om voor-rang te verlenen aan de ontvangen verkeersinformatie.Druk op de toets "TA" om de ver-keersinformatie te onderbreken; de functie is dan uitgeschakeld.Druk kort op de toets "RDS" om de functie in of uit te schakelen.Op het multifunctio-nele display verschijnt:- als deze functie is inge-"RDS"schakeld, - "(RDS)" als deze functie wel inge-schakeld, maar niet beschikbaar is.Oproepen van opgeslagen zenders Telkens als een van de toetsen "1" t/m wordt ingedrukt, wordt de "6" desbetreffende zender weergege-ven.Opmerking: Het volume van de verkeersinformatie is onafhan-kelijk van het normale volume van de radio.

35-Audio en telematica01-01-2006Regionale functie (REG)Sommige gekoppelde zenders zenden op bepaalde tijdstippen op dezelfde frequentie verschillende, regionale programma's uit. Met deze functie kan een regionaal programma worden beluisterd.Houd hiervoor de toets "RDS" langer dan twee seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schakelen. PTY-functieMet behulp van deze functie kunnen zenders met een specifieke program-mering (info, cultuur, sport, pop...) beluisterd worden.Houd, als is gese-FMlecteerd, de toets "TA" langer dan twee seconden ingedrukt om deze functie in of uit te schake-len. Zoeken van een -programme-PTYring: - schakel de -functie in, PTY- druk kort op één van de toetsen Jof om een overzicht met de ver-Lschillende programmatypes weer te geven.

- als er een programma naar wens wordt weergegeven, houd dan één van de toetsen of langer J Ldan twee seconden ingedrukt om automatisch af te stemmen (na het afstemmen wordt de -functie PTYweer uitgeschakeld).In de stand kunnen de verschil-PTYlende programmatypes worden opgeslagen. Houd daarvoor de voorkeuzetoetsen " " t/m " " langer 1 6dan twee seconden ingedrukt. Een bepaalde programmering kan nu worden opgeroepen door de desbe-treffende toets kort in te drukken.EONDit systeem maakt koppelingen tus-sen zenders in hetzelfde gebied. Bij dit systeem is het mogelijk om automatisch naar andere zenders binnen het gebied over te schakelen die verkeersinformatie of een -PTYprogrammering uitzenden.De EON-functie werkt alleen als de functie TA PTY of is ingeschakeld.

36 - Audio en telematica01-01-2006Random-functie (RDM)Houd, op het moment dat de CD-speler als geluidsbron is gekozen, de toets 2 seconden ingedrukt. De Nnummers van de CD worden nu in een willekeurige volgorde afgespeeld. Druk de toets opnieuw langer dan N2 seconden in om weer op normaal spelen over te schakelen.De random-functie wordt uitgescha-keld als de radio wordt uitgezet.Het gebruik van gekraste CD's kan storingen ver-oorzaken.Gebruik alleen CD's met een ronde vorm.Denk eraan bij het verlaten van de auto met het dak in de stand cabriolet de CD uit de speler te halen (kans op diefstal).CD-SPELERSelecteren van CD-spelerZodra een CD in de CD-speler wordt gestoken met het etiket naar boven gericht, zal de CD-speler de CD automatisch afspelen.Als er al een CD in het apparaat zit, druk dan op de toets .

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Peugeot 206 CC (2006) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden