Peugeot 108 (2018) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Peugeot 108 (2018) (180 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 127 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Peugeot 108 (2018) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Peugeot |
| Categorie: | Auto |
| Model: | 108 (2018) |
Handleiding Peugeot 108 (2018) – volledige tekst
Toegang tot het instructieboekjeDownload vanaf de desbetreffende Store de app voor smartphones Scan MyPeugeot APP.Toegang tot het instructieboekje.Het instructieboekje is beschikbaar op de PEUGEOT-website, in de rubriek "MY PEUGEOT", of op het volgende adres:http://public.servicebox.peugeot.com/APddb/Selecteer vervolgens:- het model van uw auto,- de uitgifteperiode van het boekje die overeenkomt met de eerste registratiedatum van uw auto.Download de content voor het instructieboekje van uw auto.Selecteer:- de taal,- het model van uw auto en de carrosserievariant,- de uitgifteperiode van het boekje die overeenkomt met de eerste registratiedatum van uw auto.Met dit symbool wordt de meest recente en beschikbare informatie aangeduid.
1WelkomAan de beschrijvingen en afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend.Automobiles PEUGEOT behoudt zich het recht voor de technische kenmerken, uitrusting en accessoires te wijzigen zonder verplicht te zijn dit dit specifieke boekje aan te passen.In dit document vindt u alle aanwijzingen en adviezen voor het gebruik van uw auto zodat u optimaal van uw auto kunt profiteren. Neem de tijd dit document aandachtig door te lezen zodat u vertrouwd raakt met uw nieuwe auto.
Lees ook het garantie- en onderhoudsboekje door waarin u informatie vindt over de garanties, het onderhoud en de pechhulpverlening.Dit boekje bevat alle informatie en adviezen die u nodig hebt om optimaal en in alle veiligheid gebruik te maken van de mogelijkheden van uw auto.Uw auto kan, afhankelijk van het uitrustingsniveau, het type, de uitvoering en de specifieke kenmerken voor het land waar uw auto verkocht is, slechts van een deel van de in dit boekje vermelde uitrustingselementen zijn voorzien.Overhandig dit volledige instructieboekje bij verkoop van de auto aan de nieuwe eigenaar.SleutelVeiligheidswaarschuwingAanvullende informatieAdviezen met betrekking tot de bescherming van het milieuAuto's met linkse besturingAuto's met rechtse besturingLocatie van de apparatuur/knop beschreven met een zwart gebied
6Eco-rijdenMilieubewust rijdenMaak optimaal gebruik van de versnellingsbakAls uw auto is voorzien van een handgeschakelde versnellingsbak, rijd dan rustig weg, schakel zo snel mogelijk de tweede versnelling in. Schakel snel op tijdens het accelereren. Als uw auto is voorzien van een ETG-versnellingsbak, gebruik dan bij voorkeur de automatische stand (Easy) en trap het gaspedaal niet plotseling of diep in. Kies voor een soepele rijstijlHoud afstand van de auto's voor u, rem bij voorkeur af op de motor in plaats van het rempedaal te gebruiken en trap het gaspedaal geleidelijk in. Als u deze aanwijzingen naleeft, neemt het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot af en wordt de geluidsoverlast door het verkeer beperkt.
Matig het gebruik van uw elektrische uitrustingAls het passagierscompartiment te warm is, ventileer dit dan voordat u gaat rijden door de ruiten en de ventilatieopeningen te openen voordat u de airconditioning gaat gebruiken. Sluit bij snelheden boven 50 km/h de ruiten, maar laat de ventilatieopeningen open staan. Maak gebruik van alle uitrustingsdelen die kunnen bijdragen aan een verlaging van de temperatuur in het passagierscompartiment (zonnedak en zonnescherm…). Schakel de airconditioning uit zodra de gewenste temperatuur is bereikt (behalve bij auto's met een automatische airconditioning). Schakel de achterruitverwarming en de ontwaseming uit zodra deze niet meer nodig zijn als deze niet automatisch worden aangestuurd. Schakel de stoelverwarming zo snel mogelijk uit. Schakel de verlichting en de mistlampen uit als het zicht voldoende is.
Laat de motor vooral 's winters na het starten niet stationair warmdraaien, maar rijd zo snel mogelijk weg: uw auto warmt sneller op als u rijdt. Sluit als passagier zo min mogelijk multimedia-apparatuur (DVD-speler, MP3-speler, spelcomputer, enz. ) op de auto aan om het elektriciteitsverbruik, en dus het brandstofverbruik, te beperken. Koppel externe apparatuur los als u de auto verlaat.
Door in de dagelijkse praktijk een aantal aanwijzingen op te volgen kunt u het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van uw auto verminderen. De schakelindicator adviseert u de versnelling in te schakelen die het best geschikt is voor de rijomstandigheden: volg het op het instrumentenpaneel weergegeven schakeladvies zo snel mogelijk op. Bij auto's met een ETG-versnellingsbak wordt de schakelindicator uitsluitend in de handmatige stand weergegeven.
Gebruik liever een dakkoffer.Verwijder na gebruik de dakdragers en het imperiaal.Vervang na de winter zo snel mogelijk de winterbanden door zomerbanden.Houd u aan de onderhoudsvoorschriftenControleer regelmatig de bandenspanning (bij koude banden), houd u daarbij aan de bandenspanning die staat vermeld op de sticker op de portiersponning aan bestuurderszijde.Controleer de bandenspanning met name:- voor een lange rit,- bij de wisseling van de seizoenen,- als de auto gedurende langere tijd niet is gebruikt.Laat uw auto regelmatig onderhouden (olie verversen, oliefilter, luchtfilter en interieurfilter vervangen, enz.) en houd u daarbij aan het aan uw situatie aangepaste garantie- en onderhoudsboekje.Vergeet niet het reservewiel en de wielen van een aanhanger of caravan.
Boven het maximumtoerental: schakel door naar een hogere versnelling als de staven rood oplichten.Centraal displayDe weergegeven informatie is afhankelijk van het type versnellingsbak van uw auto.Centraal display van de uitvoering met handgeschakelde versnellingsbak1. Buitentemperatuur. De temperatuur knippert bij kans op gladheid.
Verklikkerlampje airbag vóór aan passagierszijde ingeschakeld.Het verklikkerlampje C of D blijft branden, afhankelijk van de status van de airbag vóór aan passagierszijde (uitgeschakeld of ingeschakeld).WaarschuwingslampjesDe verklikkerlampjes (weergegeven als symbolen) informeren de bestuurder over een defect (waarschuwingslampjes) of de werking van een systeem (werking of uitschakeling waarschuwingslampjes). Bepaalde waarschuwingslampjes branden op twee manieren (vast of knipperend) en/of in verschillende kleuren.Bijbehorende waarschuwingenHet branden van een lampje kan in combinatie met een geluidssignaal plaatsvinden en/of een weergegeven melding op het display.De manier van oplichten van het lampje t.a.v.
de werkingsfase bepaalt of de situatie normaal is of dat er een fout is opgetreden, zie de beschrijving van ieder lampje voor meer informatie.Bij het aanzetten van het contactAls het contact wordt aangezet, gaan bepaalde rode of oranje waarschuwingslampjes enkele seconden branden. Deze lampjes moeten doven als de motor draait.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over uitrusting of een functie.
10InstrumentenpaneelAanhoudend waarschuwingslampjeBij een draaiende motor of tijdens het rijden, wijst het branden van een rood of oranje waarschuwingslampje op een fout die nader onderzocht moet worden aan de hand van het bijbehorende bericht en de beschrijving van het waarschuwingslampje in de documentatie.Wanneer een waarschuwingslampje blijft brandenDe aanduidingen (1) (2) en (3) in het waarschuwingslampje geven aan of u naast de onmiddellijk aanbevolen acties contact met een gekwalificeerde professional moet opnemen.(1 ): zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats en zet het contact af.(2): neem contact op met een PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.(3): ga naar een PEUGEOT-dealer of een gekwalificeerde werkplaats.
111InstrumentenpaneelLijst met waarschuwingslampjesWaarschuwings- resp. verklikkerlampjeStatus Oorzaak Acties/OpmerkingenRode waarschuwingslampjesSTOP Knippert, samen met een ander waarschuwingslampje.Dit waarschuwingslampje brandt bij een te lage motoroliedruk of bij een te hoge koelvloeistoftemperatuur.Voer (1) en dan (2) uit.Remsysteem Permanent. Het remvloeistofniveau is te laag.Vul het niveau bij met een vloeistof voorzien van een artikelnummer van PEUGEOT.Voer (3) uit als het probleem blijft bestaan.Storing remsysteem. Voer (1) en dan (2) uit.ParkeerremPermanent in combinatie met een geluidssignaal.De parkeerrem is aangetrokken of niet goed vrijgezet.+Motoroliedruk Permanent. De motoroliedruk is te laag. Voer (1) en dan (2) uit.Te hoge motorkoelvloeistoftemperatuurKnippert. De koelvloeistoftemperatuur stijgt. Rijd voorzichtig.Permanent.
12InstrumentenpaneelWaarschuwings- resp. verklikkerlampje Status Oorzaak Acties/OpmerkingenVeiligheidsgordels vóórKnippert in combinatie met een geluidssignaal.De bestuurder heeft zijn/haar veiligheidsgordel niet heeft vastgemaakt of weer losgemaakt.De voorpassagier heeft zijn/haar veiligheidsgordel losgemaakt.Airbags Permanent. Een van de airbags of gordelspanners is defect. Voer (3) uit.ETG-versnellingsbak Permanent. Er is een storing in de ETG-versnellingsbak. Voer snel (3) uit.Koppeling Knippert in combinatie met een geluidssignaal.De temperatuur van de koppeling is te hoog.Voer (1) uit, zet de selectiehendel van de ETG-versnellingsbak in de stand N en wacht ongeveer 15 minuten om de temperatuur van de koppeling te laten zakken.StuurbekrachtigingKnippert of blijft branden in combinatie met een geluidssignaal.Er is een storing met betrekking tot de stuurbekrachtiging.
Rijd voorzichtig en met lage snelheid en voer dan (3) uit.Laadtoestand accu Permanent.Er is een storing in het laadstroomcircuit van de accu (vervuilde accuklemmen, aandrijfriem dynamo niet correct gespannen of gebroken enz.).Reinig de nokjes en bevestig deze weer. Als het waarschuwingslampje niet uitgaat wanneer de motor is gestart, voer (2) uit.Portier(en)/achterklep open Permanent in combinatie met een geluidssignaal.Een portier of de achterklep is niet goed gesloten. Sluit het portier of de achterklep.
131InstrumentenpaneelWaarschuwings- resp. verklikkerlampje Status Oorzaak Acties/OpmerkingenOranje waarschuwingslampjesAntiblokkeersysteem (ABS)Permanent. Er is een storing in het antiblokkeersysteem. De normale remwerking blijft behouden.Rijd voorzichtig en met lage snelheid en voer dan (3) uit.EmissieregelsysteemPermanent. Er is een storing in de emissieregeling.
Voer snel (3) uit.Motorstoring Permanent.Er is een ernstige storing gesignaleerd waar geen specifiek waarschuwingslampje voor is.Voer (2) uit zonder defect.Laag brandstofniveau Permanent in combinatie met een geluidssignaal.Als het lampje gaat branden zit er nog ongeveer 5 liter brandstof in de tank (reservevoorraad ).Tank bij de eerstvolgende gelegenheid om een lege brandstoftank te voorkomen.Rijd nooit door tot de tank helemaal leeg is, hierdoor kunnen het emissieregelsysteem en het injectiesysteem beschadigd raken.Bandenspanning te laag Permanent. De bandenspanning van een of meerdere wielen is te laag. Controleer zo snel mogelijk de bandenspanning.Reset na het afstellen van de druk het controlesysteem.Dynamische stabiliteitscontrole (DSC)/antislipregeling (TRC)Knippert. DSC/TRC wordt ingeschakeld als er sprake is van verlies van grip of koersstabiliteit.Permanent.
14InstrumentenpaneelWaarschuwings- resp. verklikkerlampje Status Oorzaak Acties/OpmerkingenDynamische stabiliteitscontrole (DSC)Permanent. Er is bij stilstaande auto langer dan 3 seconden op de toets gedrukt.De antispinregeling (TRC) en het elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP) zijn uitgeschakeld.Druk op de toets om de systemen in te schakelen.Het ESP-systeem wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart.Antispinregeling (TRC) Permanent. Er is kort op de toets gedrukt.De antispinregeling (TRC) is uitgeschakeld.Druk op de toets om het systeem in te schakelen.Het TRC-systeem wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart.Na uitschakelen van de systemen worden ze automatisch opnieuw ingeschakeld bij snelheden hoger dan ongeveer 50 km/h.Airbag voorpassagier (ON)Permanent.
De airbag vóór aan passagierszijde is geactiveerd.De schakelaar staat in de stand "ON".Plaats in dit geval GEEN kinderzitje met de "rug in de rijrichting" op de voorpassagiersstoel – risico op zwaar letsel!Airbag voorpassagier (OFF)Permanent. De airbag vóór aan passagierszijde is uitgeschakeld.De schakelaar staat in de stand "OFF".U kunt een kinderzitje met de rug in de rijrichting plaatsen, behalve in het geval van een storing in het airbagsysteem (brandend waarschuwingslampje Airbags).Systeem Keyless entrée and start Knippert in combinatie met een geluidssignaal.De batterij van de elektronische sleutel is defect. Vervang de batterij.U verlaat de auto zonder dat u de stand "OFF" geactiveerd hebt. Druk, als u de elektronische sleutel bij u draagt, op de START/STOP-knop om de stand "OFF" te activeren.De elektronische sleutel wordt niet herkend.
151InstrumentenpaneelWaarschuwings- resp. verklikkerlampje Status Oorzaak Acties/OpmerkingenStop & Start Permanent. Het Stop & Start-systeem is uitgeschakeld. Schakel de functie weer in door nogmaals op de toets te drukken.Knippert. Het Stop & Start-systeem is defect. Voer (3) uit.SnelheidsbegrenzerPermanent. De snelheidsbegrenzer is defect. Voer (3) uit.Active City Brake Knippert. Er is een storing in het Active City Brake-systeem. Voer (3) uit.Active City Brake Permanent. Er is op een toets gedrukt.De configuratie van het systeem is gewijzigd.Het Active City Brake-systeem is ingeschakeld.Knippert in combinatie met een geluidssignaal.Het Active City Brake-systeem is in werking. Het systeem optimaliseert het remmen om een aanrijding te voorkomen.Active City Brake Permanent. Het Active City Brake-systeem is uitgeschakeld.
Schakel de functie weer in door nogmaals op de toets te drukken.Lane Departure Warning System Permanent. Het Lane Departure Warning System is defect. Voer (3) uit.Lane Departure Warning System Knippert (oranje) in combinatie met een geluidssignaal.Overschrijding van een rijstrookmarkering, rechts. Stuur de andere kant op om de auto weer op de juiste koers te brengen.
16InstrumentenpaneelWaarschuwings- resp. verklikkerlampje Status Oorzaak Acties/OpmerkingenLane Departure Warning System Knippert (oranje) in combinatie met een geluidssignaal.Er wordt een rijstrookmarkering aan de linkerzijde overschreden. Draai het stuurwiel de andere kant op om de auto weer in het juiste spoor te brengen.Mistachterlicht Permanent. Het lampje brandt.Groene verklikkerlampjesLane Departure Warning System Permanent. Er is op een toets gedrukt. Het Lane Departure Warning System is ingeschakeld.Lane Departure Warning System Permanent. Er is op een toets gedrukt.
Het systeem is in werking: het heeft rijstrookmarkeringen links en/of rechts gedetecteerd.Stop & Start Permanent.Het Stop & Start-systeem heeft de motor in de STOP-stand gezet (verkeerslicht, stopbord, opstopping enz.).Het lampje gaat uit en de motor wordt automatisch gestart (START-stand) als u wilt wegrijden.Systeem Keyless entrée and start Permanent. Er wordt aan alle voorwaarden voor het starten van de motor voldaan.Knippert langzaam.Het contact staat in de stand "ACC".De accessoires (autoradio, 12 V-aansluiting, enz.) kunnen worden gebruikt.Knippert snel. Het stuurslot is niet ontgrendeld. Zet het contact in de stand "OFF" en vervolgens weer in de stand "ON", en draai iets aan het stuurwiel om het stuurslot te ontgrendelen.
18InstrumentenpaneelMetersKilometerteller/dagtellerBij het aanzetten van het contact wordt de kilometerteller of de dagteller weergegeven, afhankelijk van welke weergave bij het afzetten van de motor was geselecteerd.- bij de dagteller wordt TRIP weergegeven.Houd, als de dagteller wordt weergegeven, een van de twee knoppen 1 ingedrukt om de dagteller op nul te zetten.BrandstofniveaumeterLaag brandstofniveauAls het minimumbrandstofniveau is bereikt, gaat dit verklikkerlampje op het instrumentenpaneel branden in combinatie met een geluidssignaal.Als de auto is gestrand met een lege brandstoftank, moet minimaal 5 liter brandstof worden getankt.BoordcomputerDe boordcomputer geeft actuele informatie over het rijden (actieradius, brandstofverbruik enz.).Weergave van de gegevens* Afhankelijk van de uitvoering.F Druk op de knop op het stuurwiel om achtereenvolgens de verschillende functies van de boordcomputer weer te geven.- Totale kilometerstand.- Traject A.- Traject B.- Tijd per traject van de STOP-stand van het Stop & Start-systeem*.- Totale tijd van de STOP-stand van het Stop & Start-systeem*.- De buitentemperatuur*.- Actueel brandstofverbruik.- Gemiddeld brandstofverbruik.- Actieradius.- Gemiddelde snelheid.- Dimmer verlichting.Druk op de een van de knoppen 1 om afwisselend de kilometerteller en de dagteller weer te geven:- bij de kilometerteller wordt ODO weergegeven,De brandstofniveaumeter geeft de resterende hoeveelheid brandstof aan:- 1/1 en zes segmenten: de brandstoftank is vol.- R en één segment: het minimumbrandstofniveau is bereikt.Er zit dan nog ongeveer 5 liter brandstof in de tank.
191InstrumentenpaneelBuitentemperatuurIn bepaalde situaties wordt de buitentemperatuur niet of pas na enige tijd weergegeven, met name:- als de auto stilstaat of met een zeer lage snelheid rijdt (lager dan ongeveer 25 km/h,- als de temperatuursverschillen groot zijn (in- of uitrijden van een garage of een tunnel enz.),- tijdens zeer korte ritten (korter dan ongeveer 2 minuten).Dimmer verlichtingMet deze functie kunt u tijdens ritten in het donker bepaalde delen van de dashboardverlichting uitschakelen zodat uw ogen minder snel vermoeid raken.Deze functie werkt uitsluitend als de parkeerlichten branden.F Houd zodra het menu "Dimmer dashboardverlichting" wordt weergegeven een van de toetsen "DISP" ingedrukt om de instellingen te wijzigen.F Druk vervolgens een van de twee toetsen DISP herhaaldelijk in om de lichtsterkte sterker of zwakker te maken.
Het display knippert om de gekozen lichtsterkte te tonen.Traject resettenF Druk een van de twee toetsen DISP langer dan 2 seconden in zodra het gewenste traject wordt aangegeven.De trajecten A en B zijn onafhankelijk en hebben dezelfde eigenschappen.Traject A kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor een dagelijks verbruik en traject B voor een maandelijks verbruik.Met het touchscreenAls uw auto is uitgerust met het touchscreen, kunt u hierop verschillende gegevens over uw actuele traject bekijken.Op de pagina Menu van het touchscreen:F selecteer het tabblad Gegevens auto.Op het tabblad "Gegevens traject" wordt de volgende informatie weergegeven:- "Gemiddelde snelheid",- "Verstreken tijd",- "Actieradius",- het "Actuele brandstofverbruik", in de vorm van een grafiek.- het tabblad "Geschiedenis" voor weergave van gegevens over het brandstofverbruik voor de laatst gemaakte ritten.Met de toets "Wissen" kunt u de gegevens over het brandstofverbruik op het touchscreen en op het instrumentenpaneel resetten.Met de knop "Updaten" kan het beste resultaat van het tabblad "Geschiedenis" worden weergegeven.
20InstrumentenpaneelBoordcomputer, enkele definitiesActieradius(km of miles)De actieradius geeft aan hoeveel kilometer u nog met de resterende hoeveelheid brandstof kunt rijden (berekend op basis van het gemiddelde verbruik over de laatste afgelegde kilometers).Deze waarde kan schommelen door een gewijzigde rijstijl of het rijden op een helling, waardoor het actuele brandstofverbruik aanzienlijk kan wijzigen.Als het brandstofniveau erg laag is, wordt de melding "Lo FUEL" weergegeven.Als het brandstofniveau erg laag is, wordt de actieradius niet meer herberekend.Actueel brandstofverbruik(l/100 km, km/l of mpg)Berekend over de laatste seconden.Gemiddeld brandstofverbruik(l/100 km, km/l of mpg)Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.Gemiddelde snelheid(km/h of mph)Berekend sinds de laatste nulstelling van de trajectgegevens.Teller Stop & Start(minuten/seconden of uren/minuten)Als uw auto is uitgerust met het Stop & Start-systeem, houdt een teller bij hoelang de STOP-stand tijdens een rit is geactiveerd.De teller wordt elke keer als u het contact aanzet weer op nul gezet.Tijd instellenRadioDe tijd kan worden ingesteld met de draaiknop "MENU":- druk op de draaiknop om toegang te krijgen tot de menu's en een gemaakte keuze te bevestigen,- draai aan de draaiknop om een functie of een onderdeel in de lijst te selecteren.U kunt altijd terugkeren naar de vorige stap door op de toets "Back" te drukken.F Druk op de draaiknop om toegang te krijgen tot de menu's.F Draai aan de draaiknop om "CLOCK" te selecteren.F Druk op de draaiknop om te bevestigen.
22Toegang tot de autoSleutelsMet de sleutel kunnen de voorportieren, de achterklep en het stuurslot worden vergrendeld en ontgrendeld, kan de airbag vóór aan passagierszijde worden uitgeschakeld en kan het contactslot worden bediend.Vergrendeling- Steek de sleutel in het slot van een van de voorportieren en draai hem richting de achterzijde van de auto om het desbetreffende portier te vergrendelen.- Steek de sleutel in het slot van de achterklep en draai hem naar rechts om de achterklep te vergrendelen.Ontgrendeling- Steek de sleutel in het slot van een van de voorportieren en draai hem richting de voorzijde van de auto om het desbetreffende portier te ontgrendelen.- Steek de sleutel in het slot van de achterklep en draai hem naar links om de achterklep te ontgrendelen.AfstandsbedieningHiermee kunt u op afstand de vergrendel- en ontgrendelfuncties van de auto uitvoeren.De radiografische afstandsbediening is een systeem met een groot bereik.
Het is raadzaam om niet met de knop van de afstandsbediening te spelen om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden.Druk nooit herhaaldelijk op de knoppen van uw afstandsbediening wanneer u buiten het bereik van uw auto bent, want dan werkt de afstandsbediening mogelijk niet meer.Uitklappen/inklappen van de sleutelF Druk op deze knop om de sleutel uit of in te klappen.VergrendelenF Druk op deze knop om de auto te vergrendelen.De richtingaanwijzers knipperen één keer.
232Toegang tot de autoWanneer u de auto hebt vergrendeld en merkt dat een van de portieren niet goed is gesloten, sluit dan het portier en vergrendel de auto opnieuw.OntgrendelingF Druk op deze knop om de auto te ontgrendelen.De richtingaanwijzers knipperen twee keer.Lokaliseren van de autoF Druk op deze toets om de eerder vergrendelde auto te lokaliseren op een parkeerplaats.De richtingaanwijzers knipperen gedurende enkele seconden.Batterij van de afstandsbediening vervangenBatterij ref.: CR 2016/3 volt.F Wip het deksel met een kleine schroevendraaier bij de uitsparing los.F Verwijder het deksel.F Verwijder de lege batterij.F Plaats een nieuwe batterij in de juiste richting in de houder.F Plaats het deksel terug en druk het vast.Gooi de lege batterijen van de afstandsbediening niet weg: ze bevatten metalen die schadelijk zijn voor het milieu.Lever ze in bij het PEUGEOT-netwerk of bij een speciaal inzamelpunt."Keyless entry and start"-systeemSysteem dat het ontgrendelen, vergrendelen en starten van de auto mogelijk maakt terwijl u de elektronische sleutel gewoon op zak houdt.Elektronische sleutelUit veiligheidsoverwegingen hebben de detectiezones waarbinnen de elektronische sleutel werkt een bereik van ongeveer 70 cm rond elke knop voor het openen.Deze elektronische sleutel kan ook worden gebruikt als afstandsbediening.Hij omvat een ingebouwde fysieke sleutel.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de afstandsbediening.
24Toegang tot de autoOpenen van de autoOntgrendelen via de portierenOntgrendelen via de achterklepF Als u de elektronische sleutel op zak hebt binnen één van de detectiezones, kunt u de auto ontgrendelen door op één van de knoppen op de voorportierhandgrepen te drukken.F Trek vervolgens aan de portiergreep om het portier te openen.Het ontgrendelen wordt bevestigd door het twee keer snel knipperen van de richtingaanwijzers.Sluiten van de autoVergrendelingDe richtingaanwijzers knipperen één keer.Als een van de portieren of de achterklep geopend is of als een van de elektronische sleutels van het Keyless entry and start-systeem zich in de auto bevindt, wordt u gewaarschuwd door een geluidssignaal en werkt de centrale vergrendeling niet.Als de auto wordt ontgrendeld en de portieren en de achterklep gesloten blijven, wordt de auto na ongeveer 30 seconden automatisch weer vergrendeld.Stel de elektronische sleutel nooit bloot aan extreme temperaturen (lager dan -20°C en hoger dan 60°C).
Dit kan storingen veroorzaken.F Als u de elektronische sleutel op zak hebt binnen de detectiezone aan de achterzijde, kunt u de auto ontgrendelen en de achterklep een stukje openen door op de knop op de handgreep van de achterklep te drukken.F Beweeg de achterklep omhoog om hem volledig te openen.F Druk, als de sleutel zich binnen een van de detectiegebieden bevindt, op de knop van de portiergreep van een van de voorportieren of druk op de knop onder de achterklep.Laat omwille van de veiligheid en ter voorkoming van diefstal de elektronische sleutel nooit in de auto achter, ook niet wanneer u in de buurt bent.Het is raadzaam de sleutel bij u te houden.
252Toegang tot de autoNoodprocedureMet de geïntegreerde sleutel kan de auto vergrendeld of ontgrendeld worden als de elektronische sleutel niet werkt en als er een storing in het "Keyless entry and start"-systeem is:- batterij sleutel leeg, accu ontladen of losgekoppeld…- auto bevindt zich in een omgeving met veel elektromagnetische straling.F Houd de nok 1 ingedrukt om de geïntegreerde sleutel 2 uit de houder te halen.OntgrendelenF Steek de geïntegreerde sleutel in het slot van het bestuurdersportier en draai hem richting de voorzijde van de auto om de auto te ontgrendelen.VergrendelenF Steek de geïntegreerde sleutel in het slot van het bestuurdersportier en draai hem richting de achterzijde van de auto om de auto te vergrendelen.Batterij van de elektronische sleutel sparenOm de batterij te sparen, kan de werking van de elektronische sleutel worden uitgeschakeld (geen ontvangst van radiogolven).F Druk tweemaal op het open hangslot, terwijl u het gesloten hangslot ingedrukt houdt.
26Toegang tot de autoControleer of het lampje op de elektronische sleutel 4 keer knippert. Hoewel deze functie is geactiveerd, is het "Keyless entry and start"-systeem buiten werking. Om de elektronische sleutel te activeren, drukt u op één van de knoppen (open of gesloten hangslot). Batterij van de elektronische sleutel vervangenBatterijtype: CR2032/3 volt. Als de batterij van de elektronische sleutel defect is, gaat dit verklikkerlampje op het instrumentenpaneel branden. F Plaats een nieuwe batterij in de juiste richting in de houder. F Breng het afdekplaatje weer op zijn plaats. F Klik het deksel op de afstandbediening vast. InstructiesAfstandsbediening/elektronische sleutelDeze radiografische afstandsbedieningen zijn erg gevoelig. Het is raadzaam om niet met de knoppen ervan te spelen om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden.
Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening of uw elektronische sleutel wanneer u buiten het bereik en het zicht van uw auto bent. Dan werkt de afstandsbediening mogelijk niet meer. De afstandsbediening zou dan moeten worden gereset. Vergrendelen van de autoHet rijden met vergrendelde portieren kan in noodgevallen de toegang tot het interieur voor de hulpdiensten bemoeilijken. Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening of de elektronische sleutel mee als u de auto verlaat, zelfs al is dit voor korte duur. Sleutels, afstandsbediening, elektronische sleutel verlorenGa met het kentekenbewijs van de auto, uw legitimatiebewijs en indien mogelijk de sticker met de sleutelcode naar het PEUGEOT-netwerk. Het PEUGEOT-netwerk kan de speciale code van de sleutel en de transponder opzoeken en voor nieuwe sleutels zorgen.
Bij het aanschaffen van een gebruikte autoLaat door het PEUGEOT-netwerk controleren of alle in uw bezit zijnde sleutels met uw auto zijn gelinkt, zodat u er zeker van kunt zijn dat deze sleutels de enige zijn waarmee uw auto ontgrendeld en gestart kan worden.
272Toegang tot de autoOm een portier te ver-/ontgrendelen, druk op/trek aan knop A.Uitvoeringen zonder centrale vergrendelingDoor de knop A te bedienen wordt alleen het desbetreffende portier vergrendeld/ontgrendeld.Uitvoeringen met centrale vergrendelingDoor de knop A aan bestuurderszijde te bedienen worden alle portieren en de achterklep vergrendeld/ontgrendeld.Door de knop A aan passagierszijde te bedienen wordt alleen het desbetreffende portier vergrendeld/ontgrendeld.Met het bedienen van de handgreep kan het portier altijd vanuit het interieur worden geopend, zelfs wanneer het vergrendeld is.Portier geopendAls de schakelaar in deze stand staat, blijft de plafonnier branden als een portier is geopend.Vergrendelen/ontgrendelen en openen van de achterklepMet de sleutel- Steek de sleutel in het slot en draai hem rechtsom om de achterklep te ontgrendelen en op een kier te zetten.
De portieren blijven vergrendeld.- Beweeg de achterklep omhoog via de handgreep aan de buitenzijde.Als u de achterklep sluit, wordt hij meteen vergrendeld.Met de afstandsbedieningF Druk op deze knop om de auto en de bagageruimte te ontgrendelen.F Druk op de knop voor het openen om de achterklep gedeeltelijk te openen.F Til de achterklep op aan de hendel aan de buitenkant om deze te openen.F Druk op deze knop om de achterklep en de auto te vergrendelen.
28Toegang tot de autoMet het "Keyless entry and start"-systeemAls de auto al was ontgrendeld via de voorportieren, hoeft u de elektronische sleutel niet bij u te dragen om de achterklep met de ontgrendelknop te ontgrendelen.F Druk terwijl u de elektronische sleutel bij u draagt op de knop onder de achterklep om de achterklep te vergrendelen.ofVergrendel de auto via de voorportieren.Sla de achterklep niet dicht: begeleid de klep bij het sluiten en laat hem pas los als hij bijna is gesloten.NoodbedieningHiermee kan bij een lege accu of een eventuele storing in de centrale vergrendeling de achterklep mechanisch ontgrendeld worden.OntgrendelenF Klap de rugleuning van de achterbank neer om bij het slot in de bagageruimte te komen.F Verwijder met een schroevendraaier waarvan het uiteinde is omwikkeld met een doek de 4 klemmen en vervolgens de bagageruimtebekleding.F Beweeg de pal naar rechts om de achterklep te ontgrendelen.Elektrisch bedienbare voorportierruiten(Afhankelijk van de uitvoering).1.
Linksvoor.2. Rechtsvoor.Druk bij aangezet contact op een van de schakelaars om de desbetreffende ruit te openen of trek hem omhoog om de ruit te sluiten. De ruit stopt zodra de schakelaar wordt losgelaten.Aan de bestuurderszijde bevinden zich schakelaars voor zowel het bestuurdersportier als het voorportier aan passagierszijde.De ruitbediening werkt niet als het contact is afgezet.Het onvoorzichtig sluiten van de ruiten kan leiden tot ernstige verwondingen.Zorg ervoor dat niets het sluiten van de ruiten kan hinderen en let er met name op dat kinderen zich niet kunnen bezeren.F Druk terwijl u de elektronische sleutel bij u draagt op de ontgrendelknop van de achterklep om de achterklep te ontgrendelen en op een kier te zetten.De portieren worden dan ook ontgrendeld.F Beweeg de achterklep omhoog via de handgreep aan de buitenzijde.
292Toegang tot de autoZijruiten achterBij de 5-deurs uitvoering zijn de zijruiten achter uitstelbaar voor een optimale ventilatie van de achterste zitplaatsen.OpenenF Draai de hendel naar buiten.F Duw de hendel zo ver mogelijk naar buiten om de ruit in de geopende stand te vergrendelen.SluitenF Trek de hendel naar binnen om de ruit te ontgrendelen.F Beweeg de hendel volledig naar binnen om de ruit in de gesloten stand te vergrendelen.Elektrisch bedienbaar canvasdak(Afhankelijk van de uitvoering.)Uw auto kan zijn uitgerust met een elektrisch bedienbaar vouwdak.Elektrisch bediend openen en sluitenU kunt het dak openen en sluiten door op de bediening te drukken op de plafonnier: 1 om te openen en 2 om te sluiten.De asymmetrische vorm van de openingsbediening voorkomt onbedoeld sluiten.U kunt het dak bedienen als het contact aan staat, bij draaiende motor en tijdens het rijden.Om de accu geladen te houden, raden we aan om het dak met draaiende motor te bedienen.Afhankelijk van de acculading kan de beweging van het dak stoppen, wanneer u het opent of sluit terwijl de auto op contact staat en tegelijkertijd de motor start.
Om het dak verder te openen of sluiten, herhaalt u de bedieningsactie nadat u de motor heeft gestart.Bediening van het dak kan leiden tot ernstige verwondingen: voordat u dit doet, moet u zeker weten dat niemand binnen of buiten de auto wordt blootgesteld aan de risico's die verband houden met een schuivend dak en dat er geen voorwerpen in de weg zitten.Posities van het dak
30Toegang tot de autoStand 0: Dak volledig gesloten. Stand 1: Positie waarin het dak stopt bij het automatisch sluiten. Stand 2: Dak volledig geopend. OpenenF Druk kort op de zijde "openen" van de schakelaar om het dak in stappen te openen. ofF Houd de zijde "openen" van de schakelaar ingedrukt totdat het dak begint te bewegen; het dak wordt volledig geopend. Door nogmaals op de schakelaar te drukken wordt de beweging van het dak gestopt. SluitenF Druk kort op de zijde "sluiten" van de schakelaar om het dak in stappen te sluiten. ofF Houd de zijde "sluiten" van de schakelaar ingedrukt totdat het dak begint te bewegen; het dak wordt gesloten tot de positie 1. Door nogmaals op de schakelaar te drukken wordt de beweging van het dak gestopt. F Houd, om het dak (tussen de posities 1 en 0) volledig te sluiten, de schakelaar ingedrukt totdat u het dak hoort vergrendelen.
Het sluiten van het dak kan ernstige verwondingen veroorzaken: pas vooral goed op met kinderen. Als het dak niet goed gesloten kan worden:- controleer of niets het sluiten hindert (afgezet contact),- herhaal de sluitprocedure (draaiende motor). Als het probleem zich blijft voordoen, neem dan contact op met het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats. Beveiliging van de elektromotoren voor het openen en sluiten van het dakAls het dak herhaaldelijk wordt geopend en gesloten, kunnen de elektromotoren oververhit raken, waardoor het dak niet meer geopend of gesloten kan worden. Laat de elektromotoren afkoelen door het dak gedurende 10 minuten niet te bedienen. StoringRaadpleeg in geval van een elektrische storing het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
WindschermEr is een windscherm beschikbaar om het comfort van de inzittenden onder bepaalde rijomstandigheden (hoge snelheid) te verbeteren. Hierdoor worden de luchtturbulenties in het interieur zoveel mogelijk beperkt. Bij het openen van het dak wordt het windscherm uitgeklapt.
312Toegang tot de autoGebruiksvoorschriftenPlaats nooit voorwerpen op het geopende of gesloten dak. Ga nooit op de daktraverse zitten en plaats er geen voorwerpen op als het dak is geopend. Open om beschadiging te voorkomen het dak niet bij sneeuw of ijzel. Gebruik nooit scherp gereedschap om sneeuw of ijs van het dak te verwijderen. Om blijvende vouwlijnen in het dak te voorkomen, is het raadzaam het dak niet langdurig geopend te houden. Het wordt afgeraden de airconditioning van de auto te gebruiken als het dak is geopend. Wanneer u de auto voor een langere periode buiten parkeert, is het raadzaam het dak te beschermen met een hoes. Het is raadzaam het dak te sluiten als u de auto parkeert. Ook als het dak is gesloten, is het beter om geen waardevolle spullen in de auto achter te laten.
Zet het contact af en haal de sleutel uit het contact (of neem de elektronische sleutel mee) als u de auto verlaat, om te voorkomen dat het dak ongewild wordt bediend. OnderhoudstipsAlgemene adviezen voor wat betreft het onderhoud van uw auto vindt u in het garantie- en onderhoudsboekje. Canvas dakVoordat u het canvas gaat wassen, moet u zoveel mogelijk vuil met een zachte borstel of stofzuiger verwijderen. Om beschadiging van het dak te voorkomen:- gebruik nooit een hogedruksproeier,- was uw auto niet in een wasstraat met borstels. Laat de auto in de schaduw drogen en niet in direct zonlicht. Om vlekken te verwijderen, moet u ze afdeppen (nooit wrijven) met een spons en wat zeepsop. Spoel het canvas hierna meteen af met schoon water. Vogelpoep of plantaardige harsen moet u onmiddellijk verwijderen, wat de bijtende stoffen hierin kunnen het canvas beschadigen.
Voor regelmatig onderhoud van het canvas, zodat het zijn originele vorm behoudt, raden wij u aan om de milieuvriendelijke insectenverwijderaar uit het assortiment "TECHNATURE" te gebruiken. U kunt dit product bestellen bij een PEUGEOT-dealer.
Gebruik nooit chemische producten, reinigingsmiddelen, vlekverwijderaars, oplosmiddelen, alcohol, benzine… om het canvas te reinigen. Om het canvas waterdicht te maken, gebruikt u alleen producten die specifiek zijn bestemd voor canvas daken. Akoestische luchtgeleiderWij raden u aan de akoestische luchtgeleider voorzichtig schoon te maken met een zachte borstel.
32Ergonomie en comfortVoorstoelenStel vanwege veiligheidsredenen de stoelen alleen af als de auto stilstaat.Zorg er bij het verstellen van de stoel naar achteren voor dat het schuiven van de stoel niet wordt verhinderd door personen of voorwerpen.Er is een risico op bekneld raken van de achterpassagiers of op blokkeren van de stoel als grote voorwerpen op de vloer achter de stoel zijn geplaatst.Juiste zitpositieStel alvorens te gaan rijden en te profiteren van de ergonomische lay-out van de instrumenten en bedieningen de afstellingen af in de volgende volgorde:- de hoek van de rugleuning,- de hoogte van de zitting van de stoel,- de positie in lengterichting van de stoel,- de hoogte van het stuurwiel,- de binnenspiegel en buitenspiegels.Controleer vervolgens of u vanuit uw zitpositie een goed zicht hebt op het instrumentenpaneel.Verstellen in lengterichtingF Trek de beugel omhoog en schuif de stoel in de gewenste stand.Hoek van de rugleuningF Buig iets naar voren zodat u niet tegen de rugleuning leunt.F Draai de knop om de hoek van de rugleuning te verstellen.Hoogteverstelling van de bestuurdersstoel(Afhankelijk van de uitvoering).F Trek de hendel omhoog of duw deze omlaag tot de gewenste stand is bereikt.Bediening stoelverwarming
333Ergonomie en comfortBij draaiende motor is de stoelverwarming voor beide voorstoelen afzonderlijk regelbaar. F Druk op de schakelaar; het verklikkerlampje gaat branden. F Druk nogmaals op de schakelaar om de verwarming uit te schakelen. De temperatuur wordt automatisch geregeld. De stoelverwarming wordt ongeveer twee minuten na het afzetten van het contact uitgeschakeld. Zet het contact aan en druk op de schakelaar om de stoelverwarming weer in te schakelen. Schakel de stoelverwarming uit als u denkt dat dat nodig is, want hoe lager het stroomverbruik, hoe lager het brandstofverbruik. Gebruik de functie niet als de stoel niet wordt gebruikt. Zet de stoelverwarming zo snel mogelijk in een lagere stand. U kunt de functie uitschakelen zodra de temperatuur van de stoelen en in het interieur op een aangenaam niveau is gekomen.
Dit vermindert het stroomverbruik waardoor ook het brandstofverbruik lager wordt. Langdurig gebruik in de hoogste instelling wordt afgeraden voor personen met een gevoelige huid. Personen waarvan de warmtewaarneming beperkt is (bijvoorbeeld ziekte, medicijnen) kunnen brandwonden krijgen. Het systeem kan oververhit raken als materiaal met isolerende eigenschappen zoals kussens of stoelhoezen wordt gebruikt. Gebruik de functie niet:- als vochtige kleding wordt gedragen,- als kinderzitjes zijn aangebracht. Om breken van het verwarmingselement in de stoel te voorkomen:- plaats geen zware voorwerpen op de stoel,- kniel of sta niet op de stoel,- plaats geen scherpe voorwerpen op de stoel,- mors geen vloeistoffen op de stoel. Voorkomen van de kans op kortsluiting:- gebruik geen vloeibare producten om de stoel te reinigen,- gebruik de verwarmingsfunctie nooit wanneer de stoel vochtig is.
34Ergonomie en comfortAchterbankUw auto is uitgerust met een achterbank met een eendelige vaste zitting en, afhankelijk van de uitvoering, met:- een in delen (50/50) neerklapbare rugleuning,- een eendelige neerklapbare rugleuning.Opbergen van de veiligheidsgordelsBerg de gespen van de veiligheidsgordels achter op in de houders op de middenstijl als ze niet worden gebruikt of voordat de rugleuning van de achterbank (geheel of gedeeltelijk) wordt neergeklapt.Neerklappen van de achterbankleuningHet neerklappen geschiedt vanaf de achterzijde van de auto met geopende achterklep.F Zet de hoofdsteun in de lage stand.Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor meer informatie over de hoofdsteunen achter.F Trek aan de riem A aan de achterzijde van de rugleuning en klap de rugleuning neer op de zitting.Terugplaatsen van de achterbankleuning3-deurs 5-deursF Klap de rugleuning omhoog en vergrendel hem in de verankering B.F Controleer of de achterbankleuning goed vergrendeld is.Hoofdsteunen achter(Afhankelijk van de uitvoering).De hoofdsteunen achter zijn afneembaar en kunnen in twee standen worden gezet:- omhoog, als ze gebruikt worden.- omlaag, als ze niet gebruikt worden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Peugeot 108 (2018) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Peugeot
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto