Metz Mecablitz 44 AF-4 M Handleiding


Pagina's 108 Nederlands Flitser

Bekijk de handleiding van Metz Mecablitz 44 AF-4 M gratis online of download de PDF. 39 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

MECABLITZ 44 AF-4 M
BedienungsanleitungMode d’emploi
GebruiksaanwijzingOperating instruction
Manuale istruzioniManual de instrucciones
44 AF-4M

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Metz
Categorie: Flitser
Model: Mecablitz 44 AF-4 M

Handleiding Metz Mecablitz 44 AF-4 M – volledige tekst

2 Flitsen met handinstelling „MLo“ met deelvermogen. 434. 5 Flitstechnieken. 434. 5. 1 Indirect flitsen. 434. 5. 2 Dichtbijopnamen / macro-opnamen. 434. 6 Flitssynchronisatie. 444. 6. 1 Normale synchronisatie. 444. 6. 2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter. 444. 6. 3 Synchronisatie met lange belichtingstijden / SLOW. 445. De mecablitz- en camerafuncties. 445. 1 Aanduiding van de flitsparaatheid. 445. 2 Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijd. 445. 3 Aanduidingen in de zoeker van de camera/Camera LCD monitor. 455. 3. 1 Dynax / Maxxum. 455. 3. 2 Dimage 5, 7, 7i. 455. 4 Aanduidingen in het LC-display. 455. 4. 1 Opgave van de reikwijdte in de TTL-flitserfunctie. 455. 4. 2Aanduiding van de reikwijdte bij flitsen met handinstelling M, c. q. MLo465. 4. 3 Overschrijding van het aanduidingsbereik. 465. 4. 4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdte. 465. 4.

Zoom”. 475. 6. 3 Extended-zoomfunctie. 475. 7 Autofocus-meetflits. 485. 8 Ontsteeksturing. 485. 9 Terug naar de basisinstellingen. 496. Speciale aanwijzingen per camera. 496. 1 De bij het flitsen niet ondersteunde bijzondere functies. 496. 1. 1 Creatieve onderwerpsprogramma’s PA Sen P. 496. 1. 2 Synchronisatie bij korte belichtingstijden HSS. 496. 1. 3 Draadloze afstandsbediening REMOTE van de flitser. 496. 1. 4 Flits vooraf tegen het “rode ogeneffect”. 497. Optionele accessoires. 508. Bij een eventuele storing. 509. Onderhoud en verzorging. 5010. Technische gegevens. 50Richtgetallentabel voor TTL en vol vermogen M in het metersysteem. 100Richtgetallentabel voor TTL en deelermogen MLo in het metersysteem. 101ń.

37ńVoorwoordHartelijk dank voor het in ons getoonde vertrouwen door uw keuze van eenMetz product. Wij zijn blij, u als klant te mogen begroeten. Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten met het in gebruik nemen van uw nieu-we flitser. Het is echter toch wel belangrijk eerst de gebruiksaanwijzing telezen want alleen dan leert u hoe u zonder problemen met het apparaat omkunt gaan. Deze flitser is geschikt voor de analoge Minolta “Dynax”, c. q. “Maxxum” ende digitale “Dimage” camera’s (zie tabel 1). Voor camera’s van anderefabrikanten is deze mecablitz niet geschikt. Sla s. v. p. ook de afbeeldingen op het omslag van de gebruiksanwij-sing open. 1. Veiligheidsaanwijzingen• De flitser is uitsluitend voor fotografisch gebruik bedoeld en toegelaten. • De flitser mag absoluut niet worden ontstoken in de omgeving van ont-vlambare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen etc. ).

GEVAARVOOR EXPLOSIES. • Fotografeer nooit auto-, bus-, fiets-, motorfiets-, of treinbestuurders etc. tijdens de rit met een flitser. Door de verblinding zou de bestuurder eenongeval kunnen veroorzaken. • Ontsteek nooit een flits in de directe nabijheid van de ogen. Een flits vlakvoor de ogen van mens of dier kan beschadiging van het netvlies enernstig letsel aan de ogen veroorzaken - tot blindheid aan toe. • Gebruik alleen de in deze gebruiksaanwijzing aangegeven en toegela-ten stroombronnen. • Batterijen / accu’s niet blootstellen aan overmatige warmte, zoals vanzonneschijn, vuur of iets dergelijks. • Verbruikte batterijen / accu’s niet in open vuur gooien. ☞• Uit gebruikte batterijen kan loog lekken met beschadiging van de con-tacten tot gevolg. Haal verbruikte batterijen dus altijd uit het apparaat. • Batterijen kunnen niet worden opgeladen.

• Stel flitser en oplaadapparaat niet bloot aan druip- en spatwater (bijv. regen). • Bescherm uw flitser tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid. Bewaarde flitser niet in het handschoenvak van uw auto.

• Bij het ontsteken van een flits mag er zich vlak voor of op het flitser-venster geen materiaal dat geen licht doorlaat bevinden. Het flitser-venster mag niet vuil zijn. Als u dit voorschrift niet in acht neemt, kan datleiden tot verbranding van het materiaal of van het flitservenster. • Raak na meervoudig flitsen het flitservenster niet aan. Gevaar voor ver-branding. • Demonteer de flitser niet. HOOGSPANNING. In het apparaat bevindenzich geen onderdelen die door een leek kunnen worden gerepareerd. • Bij flitsseries met vol vermogen en de korte flitsoplaadtijden van de accumoet u er op letten, dat u telkens na 15 flitsen een pauze van minstens10 minuten aanhoudt. Op die manier voorkomt u overbelasting van hetapparaat. • De mecablitz mag alleen tegelijk met de in de camera ingebouwde flitserworden gebruikt, als deze geheel opengeklapt kan worden.

Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiterAutomatische sturing van de zoomreflectorAutofocus-meetflitssturingAanduiding flitsreikwijdteGeprogrammeerd automatisch flitsenOntsteeksturingWake-Up-FunctieDynax 9 / 9 Titan• • • • • • x x • • • • •• • • • • • x x • • • • •• • • • • • x x • • • • •• • • • • • x x • • • • •• • • • • • x • • • • •• • • • • • x • • • • •• • • • • • x • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •Dynax 7Dynax 5Dynax 800siDynax 700siDynax 650siDynax 600siDynax 505si super, Maxxum XTsiDynax 505si, Maxxum HTsiDynax 500si super, Maxxum 500siDynax 500si, Maxxum 400siDynax 404siDynax 303si• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • • • • • • • •• • • • x x • • • •• • • • x x • • • •Dynax 9xiDynax 7xiDynax 5xiDynax 3xi / 4Dynax SpxiDynax 8000i, Maxxum 8700iDynax 7000i, Maxxum 7700iDynax 5000i, Maxxum 5700iDynax 3000i, Maxxum 3700iVectis S-1Dimage 7, 7i, 7Hi, A1, A2, A200Dimage 5, Z1, Z2, Z3, Z5, Z6• • • • • x x • • • • • Dimage 7D, 5D, α100Camera-typeDedicated functies• = Dedicated functie wordt ondersteundx = Dedicated functie wordt door de camera zelf uitgevoerd, c.

1 Keuze uit batterijen of accu’sDe mecablitz kan naar keuze worden gevoed uit:• 4 NiCd-accu’s type IEC KR 15/51, deze bieden zeer korte oplaadtijden eneen spaarzaam gebruik omdat ze opgeladen kunnen worden. • 4 Nickel-Metaal-Hydride accu’s, die een duidelijk hogere capaciteit heb-ben dan de de NiCd-accu’s en die bovendien milieuvriendelijker zijn. • 4 Alkalimangaanbatterijen type IEC LR6, onderhoudsvrije stroombron voornormale prestaties. • 4 Lithiumbatterijen, type FR6 L91,vele jaren bijna zonder verlies van energie op te slaan, daarom zeergeschikt. voor het af en toe gebruiken door amateurs. Neem de voeding uit het apparaat als u verwacht dat u de mecablitzgedurende een langere tijd niet zult gaan gebruiken. ☞☞☞2. 2. 2 Batterijen verwisselen (Afb. 1)De batterijen zijn leeg (verbruikt) als de oplaadtijd van de flitser (de tijd tus-sen het ontsteken van een flits met vol vermogen bijv.

• Zet de batterijen of de accu’s in de lengte, overeenkomstig de aangegevenbatterijsymbolen in en sluit het deksel. Let bij het inzetten van de batterijen of accu’s op de juiste polariteit,overeenkomstig de symbolen in het batterijvak. Door het verkeerdinzetten van de stroombronnen kan het apparaat kapot gaan. Vervang altijd alle batterijen door hetzelfde type met dezelfde capaci-teit. Verbruikte batterijen en accu’s horen niet in het huisvuil. Lever uwbijdrage aan de milieubescherming en geef lege batterijen af bij debetreffende verzamelpunten. 2. 3 In- en uitschakelen van de flitserMet behulp van de hoofdschakelaar op het deksel van het batterijvak wordtde flitser ingeschakeld. Met de schakelaar in de bovenste stand „ON“ is deflitser ingeschakeld. Schuif de schakelaar naar beneden om de flitser uit te zetten.

Als u de flitser gedurende een langere tijd niet gebruikt, bevelen wijaan om de flitser via zijn hoofdschakelaar uit te zetten en de voeding(batterijen of accu’s) er uit te nemen. 2. 4 Automatische uitschakeling / Auto - OFF (Afb. 2)Bij fabricage wordt de mecablitz zo ingesteld, dat hij ong. 3 minuten -• na het inschakelen;• na het ontsteken van een flits;• na het aantippen van de ontspanknop op de camera;• na het uitschakelen van het belichtingsmeetsysteem van de camera. ☞☞.

40ńķƴį. om energie te besparen en de stroombronnen tegen onbedoeld ontladen tebeschermen naar de standby-functie overschakelt (Auto-OFF). De aandui-ding van flitsparaatheid dooft, evenals de aanduidingen in het LC-displayvan de mecablitz. De laatst gebruikte instellingen blijven na de automatische uitschakeling inge-steld staan en zijn onmiddellijk na inschakelen weer ter beschikking. De flit-ser wordt door het drukken op te toetsen „Mode“ of „Zoom“ ofwel door hetaantippen van de ontspanknop van de camera (Wake-Up-functie) weer inge-schakeld. Wanneer u de mecablitz langere tijd niet nodig hebt, moet u het appa-raat in principe altijd met behulp van zijn hoofdschakelaar uitzetten. Indien gewenst, kan de automatische uitschakeling gedeactiveerd worden:Uitschakelen van de automatische uitschakeling• Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in.

• Druk zo vaak op de toetsencombinatie „Select“ (= toets „Mode“ + toets„Zoom“), dat in het LC-display van de mecablitz „3m“ (voor 3 minuten)wordt aangegeven. • Druk zo vaak op de „Zoom“-toets, dat in het LC-display van de mecablitz„OFF“ knippert. • De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis-play weer naar de normale weergave terug. Inschakelen van de automatische uitschakeling• Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in. • Druk zo vaak op de toetsencombinatie „Select“ (= toets „Mode“ + toets„Zoom“), dat in het LC-display van de mecablitz „3m“ (voor 3 minuten)wordt aangegeven. • Druk zo vaak op de „Zoom“-toets dat in het LC-display van de mecablitz„On“ knippert. • De instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis-play weer naar de normale weergave terug. ☞3.

Geprogrammeerd automatisch flitsen (volautomatisch flitsen)Bij geprogrammeerd automatisch flitsen worden het diafragma, de belich-tingstijd en de mecablitz door de camera automatisch zo gestuurd, dat in demeeste opnamesituaties samen met het flitslicht een optimaal belichte opna-me ontstaat. Instelling op de cameraStel op uw camera de functie program “P” in, of een van de onderwerpspro-gramma’s (landschap, portret, sport enz. ). Kies op de camera de autofocus-functie “Single AF” (S). Zie voor het instellen de gebruiksaanwijzing van decamera. Gebruik bij het „Nachtopname-program“ een statief, om het gevaarvoor bewegen tijdens de opname met lange belichting te voorkomen. Instelling op de flitserStel de mecablitz in op de functie „TTL“ (zie 4. 1). Bij sommige camera’s wordt in de program “P” stand automatischomgeschakeld naar de TTL-flitsfunctie van de mecablitz.

Als u of uw camera deze instelling heeft uitgevoerd, kunt u zonder enig pro-bleem met uw flitsopnamen beginnen zodra de mecablitz aangeeft dat hijopgeladen is(zie 5. 1). Let op de aanwijzingen voor de creatieve onderwerpsprogramma’s(Paragraaf 6. 1). 4. Flitserfuncties van de mecablitz4. 1 TTL-flitserfunctie (Afb. 3)Let, voor de digitale camera’s Dimage 5, 7 en 7i op de aanwijzingenin de paragrafen 4. 2 en 4. 3. In de TTL-flitserfunctie verkrijgt u op eenvoudige wijze zeer goede flitsopna-men. In deze flitserfunctie wordt belichtingsmeting uitgevoerd door een sen-sor in de camera. Deze meet het door het objectief (TTL = „Trough The Lens“)op de film vallende licht. Bij het bereiken van de benodigde hoeveelheid licht☞☞☞☞.

41ńzendt de elektronica van de camera een stopsignaal naar de mecablitz en delichtafgifte wordt onmiddellijk gestopt. Het voordeel van het op deze manierflitsen schuilt hierin, dat alle factoren die de belichting van de film kunnenbeinvloeden (opnamefliters, veranderingen van diafragmawaarde en brand-puntsafstand bij zoomobjectieven, verlenging van de uittrek voor dichtbijop-namen enz. ), automatisch bij de regeling van het flitslicht in acht wordengenomen. U hoeft zich niet te bekommeren om het instellen van de flitser, deelektronica in de camera zorgt automatisch voor de juiste dosering van hetflitslicht. Voor de reikwijdte van het flitslicht kijkt u naar de betreffende aan-duiding in het LC-display van de mecablitz (zie 5. 4). Bij een correct belichteflitsopname verschijnt gedurende ong. 3 s. in het LC-display van de meca-blitz de „o. k. “-aanduiding (zie 4. 1. 3).

De TTL-flitsfunctie wordt bij alle camerafuncties (bijv. program “P”, tijdauto-matiek “A”, diafragma-automatiek “S”, onderwerpsprogramma’s (uitgezon-derd landschap), manual “M” enz. ) ondersteund. Voor het testen van de TTL-functie moet zich een film in de camerabevinden. Let er bij het kiezen van een film op, dat deze voor uwcamera geen belemmeringen oplevert met betrekking tot de maxima-le filmgevoeligheid, ofwel de ISO-waarde (bijv. maximaal ISO 1000)voor de TTL flitserfunctie (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Het instellen van de TTL-flitserfunctieBij sommige camera’s wordt de TTL flitsfunctie in program “P”, c. q. deonderwerpsprogramma’s (uitgezonderd landschap) op de mecablitzautomatisch geactiveerd. • Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in;• druk zo vaak op de „Mode“-toets, dat in het LC-display „TTL“ knippert;• de instelling treedt onmiddellijk in werking.

bij een donker onderwerp in desneeuw, kan een correctie op de belichting nodig zijn (zie hoofdstuk 4. 1. 2). ☞☞4. 1. 1 Automatisch TTL-invulflitsen bij daglicht (Afb. 5 en 6)Bij de meeste cameratypes wordt bij de programautomatiek “P”en de onder-werpsprogramma’s (uitgezonderd landschap) bij daglicht automatisch deinvulflitsfunctie geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Met de invulflits kunt u lastige schaduwen opheffen en bij tegenlichtopnameneen uitgebalanceerde belichting tussen onderwerp en achtergrond verkrij-gen. Een computergestuurd meetsysteem van de camera zorgt voor de ge-schikte combinatie van belichtingstijd, diafragmawaarde en flitsvermogen. Let er op, dat de bron van het tegenlicht niet rechtstreeks in het objec-tief schijnt. Het TTL-meetsysteem van de camera zou daardoor in dewar kunnen raken.

Op de mecablitz vindt geen instelling of aanduiding voor de automatischeTTL-invulflitsfunctie plaats. 4. 1. 2 Met de hand in te stellen correctie op de TTL-flitsbelichtingDe TTL-flitsbelichtingsautomatiek van de meeste camera’s is afgestemd opeen reflectiegraad van het onderwerp van 25 % (gemiddelde reflectie vanflitsonderwerpen). Een donkere achtergrond, die veel licht absorbeert, of eenlichte achtergrond, die sterk reflecteert, kan leiden tot een te ruime of te krap-pe belichting van het onderwerp. Om bovenstaand effect te compenseren, kan bij sommige camera’s (zietabel 1) de TTL-flitsbelichting met de hand aan de opnameomstandighedenworden aangepast met een bepaalde correctiewaarde. De grootte van dezewaarde is afhankelijk van het contrast tussen onderwerp en achtergrond. Deinstelling van de correctiewaarde geschiedt op de camera. Let hierbij op deopgaven, c. q.

de instelaanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van uwcamera. Geef bij een donker onderwerp tegen een lichte achtergrond een positievecorrectiewaarde (ongeveer +1 tot +2 stops).

Bij een licht onderwerp tegeneen donkere achtergrond een negatieve correctiewaarde (ongeveer -1 bis-2 stops). Bij het instellen van de correctiewaarde kan in het LC-displayde aanduiding van de reikwijdte van de mecablitz veranderen en zichaan de correctiewaarde aanpassen (afhankelijk van het type camera). ☞☞.

42ńHet is niet mogelijk een correctie op de flitsbelichting toe te passen via hetveranderen van de diafragmawaarde aan het objectief, daar de belichtings-automatiek van de camera zo’n veranderde diafragmawaarde weer als nor-maal werkdiafragma ziet. Vergeet niet om de correctie op de TTL-flitsbelichting na de opname opde camera weer naar „0“ terug te zetten. 4. 1. 3 Aanduiding van de belichtingscontrole in de TTL flitserfunctie(Afb. 4)De aanduiding „o. k. “ verschijnt in het LC-display van de mecablitz alleen alsde opname in de TTL-flitserfunctie correct belicht werd. Als u de aanduiding „o. k. “ na de opname niet ziet verschijnen, werd de op-name te krap belicht en moet u een lagere diafragmawaarde instellen (bijv. in plaats van diafragma 11 diafragma 8 nemen) of de afstand tot het onder-werp, c. q. het reflectievlak (bijv. bij indirect flitsen) verkleinen en de opnameopnieuw maken.

Let op de aanduiding van de reikwijdte in het LC-displayvan de mecablitz (zie 5. 4. 1). Voor de aanduiding van de belichting in de zoeker van de camera,zie ook 5. 3. 4. 2 Meerzone-flitsbelichtingsmeting (flitsbelichtingsmeting via flits vooraf)Het systeem bepaalt, dat dit alleen mogelijk is met de Minolta Dimage5, Dimage 7 en 7i. De meerzone-flitsbelichtingsmeting (flitsbelich-tingsmeting via flits vooraf) is een moderne variant op de TTL-flitsfunc-tie. De camera bepaalt, dat de standaard TTL-flitsfunctie zonder flitsvooraf, niet mogelijk is. Bij de opname wordt, bij het indrukken van de ontspanknop op de cameraeerst met een flits vooraf de reflectie van het onderwerp gemeten.

De elektro-nica in de camera registreert met zijn belichtingssysteem en de 14-segmentsmeerzonemeting de hoeveelheid van het door het onderwerp gereflecteerdelicht en bepaalt dan, afhankelijk van de gemeten lichtverdeling en de infor-maties uit het AF-systeem de optimale balans voor de 4 segmenten van deflitsbelichtingsmeting.

De aansluitend afgegeven hoeveelheid hoofdflitslicht☞☞☞en daarmede de belichting van de opname, komen voort uit de meetresulta-ten van de meting met flits vooraf. De mecablitz moet in de functie TTL worden gezet. Er vindt geen afzonderlij-ke instelling en aanduiding voor de meerzone-flitsbelichtingsmeting op demecablitz plaats. De wijze van het instellen van de meerzone-flitsbelichtings-meting op de camera vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw camera. 4. 3 ADI-flitsregeling (Advanced Distance Integration)Het system bepaalt, dat dit alleen met de Dimage 5, Dimage 7 en 7imogelijk is. De ADI-flitsregeling is een moderne variant op de TTL-flits-functie. De camera bepaalt, dat de standaard TTL-flitsfunctie zonderflits vooraf, niet mogelijk is.

De ADI-flitsregeling is een meerzone-flitsbelichtingsmeting (flitsbelichtingsme-ting via flits vooraf) die uitgebreid is met een extra richtgetalsturing. De mecablitz moet in de functie TTL worden gezet. Er vindt geen afzonderlij-ke instelling en aanduiding voor de ADI-flitsregeling op de mecablitz plaats. De wijze van het instellen van de ADI-flitsregeling op de camera vindt u inde gebruiksaanwijzing van uw camera. 4. 4 Flitsen met handinstellingBij sommige camera’s wordt in de programautomatiek “P” en deonderwerpsprogramma’s (uitgezonderd landschap) automatisch naarde TTL-flitsfunctie omgeschakeld. Het is dan niet mogelijk de flitsermet de hand in te stellen. Bij het flitsen met handinstelling verschijnt erin het LC-display van de mecablitz geen aanduiding voor de belich-tingscontrole.

De camera moet in de functie tijdautomatiek „A“ of in de functie van instel-ling met de hand „M“ of „X“ worden gezet. Diafragmawaarde en belich-tingstijd (bij „M“) moeten overeenkomstig de opnamesituatie op de cameraworden ingesteld (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). 4. 4. 1 Flitsen op vol vermogen met handinstelling „M“In deze functie geeft de flitser altijd een niet-geregelde flits met vol vermogenaf.

43ńdiafragmawaarde op de camera. In het LC-display van de mecablitz wordtde afstand van de flitser tot het onderwerp die voor een goede belichtingmoet worden aangehouden, aangegeven (zie ook 5. 4. 2). Het instellen van de functie flitsen met handinstelling „M“• Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in;• druk zo vaak op de „Mode“-toets, dat de „M“ in het LC-display knippert;• de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis-play weer naar de normale weergave terug. 4. 4. 2 Flitsen met handinstelling „MLo“ met deelvermogenIn deze functie geeft de flitser steeds een niet-geregelde flits af met 1/8 (Low)van zijn volle vermogen. De aanpassing aan de opnamesituatie moet door hetinstellen van de diafragmawaarde op de camera geschieden.

In het LC-displayvan de mecablitz wordt de afstand van flitser tot onderwerp die voor een cor-recte belichting moet worden aangehouden, aangegeven (zie ook 5. 4. 2). Het instellen van flitsen met handinstelling MLo• Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in;• druk zo vaak op de „Mode“-toets, dat in het LC-display „M Lo“ knippert. • de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. Schakelt het LC-dis-play weer naar de normale weergave terug. 4. 5 Flitstechnieken4. 5. 1 Indirect flitsenRechtstreeks geflitste opnamen zijn vaak aan hun typisch harde en duidelijkeschaduwen te herkennen. Vaak werkt ook de natuurkundig bepaalde lichtaf-val van voor- tot achtergrond storend. Door indirect te flitsen kunt u deze ver-schijnselen sterk verminderen, omdat onderwerp en achtergrond met ver-strooid licht zacht en gelijkmatig worden verlicht.

De reflector wordt hierbijzo gezwenkt, dat hij op een geschikt reflecterend vlak wordt gericht (bijv. ophet plafond of de muur van de ruimte) en dat verlicht. De reflector van de flitser is tot 90° verticaal te zwenken. In zijn basispositieis de kop van de reflector mechanisch vergrendeld.

Druk, om de kop van dereflector te zwenken, op de ontgrendelknop. Bij verticaal zwenken van de reflector moet u er op letten, dat hij voldoendegezwenkt wordt, minstens tot de 60° klikstand, zodat er geen licht van dereflector rechtstreeks op het onderwerp kan vallen. De afstandsaanduidingenin het LC-display verdwijnen. De afstand van de flitser via plafond of muurtot het onderwerp is nu immers een onbekende grootheid. Het door het reflectievlak teruggekaatste licht geeft een zachte verlichtingvan het onderwerp. Het reflecterende vlak moet wel neutraal van kleur, liefstwit, zijn en geen structuren hebben (bijv. houten balken in het plafond), dieschaduwen kunnen oproepen. Voor kleureffecten kiest u reflecterende vlak-ken in de betreffende kleur. Let er op, dat de reikwijdte van de flitser bij indirect flitsen sterk af-neemt.

Bij een normale kamerhoogte kunt u zich voor het bepalenvan de maximale reikwijdte met de volgende vuistregel behelpen:richtgetalReikwijdte = ———————————————verlichtingsafstand x 24. 5. 2 Dichtbijopnamen / macro-opnamenOm parallaxfouten te compenseren kan de reflector van de flitser -7° naarbeneden worden gezwenkt. Druk, om de kop van de reflector te zwenken,op de ontgrendelknop en richt de reflector naar beneden. Bij opnamen in het dichtbijbereik moet u erop letten, dat bij het opnemenbepaalde minimumafstanden aangehouden moeten worden om te ruimebelichting van het onderwerp te vermijden. De minimale flitsafstand bedraagt ong. 10 procent van de in het LC-displayaangegeven reikwijdte.

Daar er bij het naar beneden gezwenkte reflector inhet LC-display geen reikwijdte wordt aangegeven moet u zich orienteren aande reikwijdte die de mecablitz aangeeft als de reflector zich in de normalestand bevindt. ☞.

44ń4. 6 Flitssynchronisatie4. 6. 1 Normale synchronisatie (Afb. 7)Bij de normale synchronisatie wordt de mecablitz ontstoken aan het beginvan de belichting, dus zodra de sluiter geheel openstaat (= synchronisatie bijhet opengaan van de sluiter). De normale synchronisatie is de standaard-functie en wordt door alle camera’s ondersteund. Deze methode is voor demeeste flitsfoto’s dan ook de meest geschikte. De camera wordt, afhankelijkvan de ingestelde functie, naar de flitssynchronisatietijd van de cameraomgeschakeld. Normaliter zijn dat de belichtingstijden tussen 1/30 s. en1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Op de mecablitzhoeft voor deze functie geen instelling plaats te vinden. 4. 6. 2 Synchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter(REAR-functie) (Afb.

8)Sommige camera’s bieden ook de mogelijkheid tot synchronisatie op eenmoment vlak vóórdat de sluiter begint dicht te gaan (REAR-functie). Daarbijwordt de flits pas afgevuurd aan het einde van de belichtingstijd. Dit is voo-ral bij belichtingen met lange belichtingstijden (langer dan bijv. 1/30 secon-de) en bewegende onderwerpen die een eigen lichtbron met zich meevoereneen voordeel, omdat deze dan een „lichtstaart“ achter zich aan trekken inplaats van - zoals bij de synchronisatie bij het opengaan van de sluiter -voor zich uit opbouwen. Met het synchroniseren bij het dichtgaan van desluiter krijgt u dan een meer „natuurlijke“ weergave van de opnamesituatie. Afhankelijk van de op de camera ingestelde functie stuurt deze langerebelichtingstijden dan zijn flitssynchronisatietijd aan. De REAR-functie met op de camera ingesteld worden (zie de gebruiks-aanwijzing van de camera).

In deze functie hebt u demogelijkheid om in schemerlicht of bij avond de achtergrond van de opname☞beter in beeld te krijgen. Dit wordt bereikt door belichtingstijden die aange-past zijn aan de lage omgevingshelderheid. Daarbij worden door de cameraautomatisch belichtingstijden gekozen, die langer zijn dan z’n flitssynchroni-satietijd. Bij sommige camera’s wordt de synchronisatie met lange belich-tingstijden in bepaalde cameraprogramma’s (bijv. bij diafragmavoorkeuze„Av“, nachtopnameprogramma enz. ) automatisch geactiveerd (zie de ge-bruiksaanwijzing van uw camera). Op de mecablitz hoeft u voor deze func-tie niets in te stellen en vindt er ook geen aanduiding plaats. Gebruik bij lange belichtingen een statief om bewegen van de cameratijdens het opnemen te voorkomen. 5. De mecablitz- en camerafuncties5.

1 Aanduiding van de flitsparaatheidZodra de flitser opgeladen is, licht op de mecablitz de aanduiding van flits-paraatheid op. Deze geeft daarmee aan, dat hij gereed is om te flitsen. Dat betekent, dat voor de volgende opname flitslicht zal worden gebruikt. Het signaal, dat de flitser opgeladen is wordt ook naar de camera overge-bracht en zorgt er daar voor dat ook in de zoeker van de camera het betref-fende symbool wordt getoond (zie Tabel 1). Als u een opname maakt, voordat in de zoeker van de camera het flitssym-bool te zien is, wordt er geen flits ontstoken en wordt de opname te krapbelicht, als de camera tenminste reeds op zijn flitssynchronisatietijd is omge-schakeld (zie 5. 2). 5.

2 Automatische omschakeling naar de flitssynchronisatietijdAfhankelijk van het type camera en de erop ingestelde functie wordt, zodrade flitser opgeladen is, naar flitssynchronisatietijd omgeschakeld (zie degebruiksaanwijzing van de camera). Kortere tijden dan de flitssynchronisatietijd van de camera kunnen niet wor-den ingesteld, c. q. worden naar de flitssynchronisatietijd van de cameraomgeschakeld. ☞.

45ń5. 3. 2 Dimage 5, 7, 7iDe hieronder aangegeven aanduidingen verschijnen alleen dan in de LCD-monitor van de camera als de ontspanknop van de camera wordt aangetipten daarmee het meetsysteem van de camera is geactiveerd. In de weergave-modus (bijv. direct na de opname) vindt er geen aanduiding plaats. Let s. v. p. ook op de desbetreffende aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing. (wit) de mecablitz is ingeschakeld en klaar om te flitsen(rood) de mecablitz is ingeschakeld maar nog niet klaar om te flitsen(blauw) de opname werd correct belicht. Deze aanduiding verschijnt na de opname eventueel slechts kort. 5. 4 Aanduidingen in het LC-displayDe camera’s geven de aarden van de filmgevoeligheid ISO, de brandpunts-afstand van het objectief (mm) diafragma en belichtingscorrectie door aande mecablitz. De mecablitz past daar zijn vereiste instellingen automatischop aan.

Hij berekent aan de hand van die waarden en zijn richtgetal demaximale reikwijdte van de flits. Flitsfunctie, reikwijdte, diafragmawaarde ende stand van de zoomreflector worden in het LC-display van de mecablitzaangegeven. Wanneer de mecablitz wordt gebruikt zonder dat deze de gegevens van decamera krijgt (bijv. als de camera uitgeschakeld is), dan wordt alleen de opde flitser ingestelde functie, de stand van de reflector en „M. Zoom“ aangege-ven. De aanduidingen voor diafragmawaarde en reikwijdte verschijnen pasals de mecablitz deze gegevens van de camera heeft ontvangen. Bij sommige camera’s wordt de reikwijdte in het LC-display van demecablitz bij hoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400), c. q. bij correcties opde flitsbelichting onderdrukt. Met de digitale camera’s Dimage 5,Dimage 7 en 7i vindt er in het LC0display geen aanduiding van dediafragmawaarde plaats. 5. 4.

De aangegeven waarde berust op de reflec-☞Veel camera’s beschikken over een bereik van flitssynchronisatie vanbijv. 1/30 s. tot 1/125 s. (zie de gebruiksaanwijzing van uw camera). Welke synchronisatietijd de camera kiest, hangt dan af van de ca-merafunctie, de helderheid van de omgeving en de brandpuntsaf-stand van het gebruikte objectief. Langere belichtingstijden dan de flitssynchronisatietijd kunnen, afhankelijkvan de camerafunctie en de gekozen flitssynchronisatietijd (zie ook 4. 6. 2 en4. 6. 3) worden gebruikt. Op de digitale camera’s Dimage 5, 7 en 7i vindt geen automatische omscha-keling plaats naar de flitssynchronisatietijd. Met deze camera’s kan bij elkebelichtingstijd worden geflitst. Als u de volle flitsenergie van de mecablitznodig heeft, wordt aanbevolen geen kortere belichtingstijd dan 1/125 s. tegebruiken. 5. 3 Aanduidingen in de zoeker van de camera/Camera LCD monitor5.

46ńtiegraad van 25 % van het onderwerp, wat voor de meest voorkomende situ-aties voldoet. Sterke afwijkingen van deze reflectiegraad, bijv. bij zeer sterkof zeer zwak reflecterende onderwerpen, kunnen de reikwijdte van de meca-blitz beinvloeden. Let bij het fotograferen op de aanduiding van de reikwijd-te in het LC-display van de mecablitz. Het onderwerp moet zich in het bereikvan ongeveer 40 % tot 70 % van de aangegeven waarde bevinden. Deelektronica van de camera heeft alleen dan de voor een goede belichtingbenodigde, voldoende speelruimte. De minimale afstand tot het onderwerpmoet minstens op 10 % van de aangegeven waarde liggen om te ruimebelichting te vermijden. De aanpassing aan de betreffende opnamesituatiekan door het veranderen van de diafragmawaarde op het objectief wordenverkregen. Voorbeeld:In dit voorbeeld reikt de flits van ing. 0,6 m tot 6,2 m.

Het onderwerp ligtdan ideaal als het zich zo tussen ong. 2,5 m en 4,3 m bevindt. 5. 4. 2 Aanduiding van de reikwijdte bij flitsen met handinstellingM, c. q. MLoIn het LC-display van de mecablitz wordt de afstandswaarde aangegevendie voor een correct belichte opname moet worden aangehouden. Aan-passing aan de betreffende opnamesituatie kan worden bereikt door het ver-anderen van de diafragmawaarde en door te kiezen tussen vol vermogen Men het deelvermogen MLo (zie 4. 2). Voorbeeld:In het voorbeeld hiernaast zou het hoofdonderwerp zich op een afstand van6,2 m van de mecablitz moeten bevinden. 5. 4. 3 Overschrijding van het aanduidingsbereikDe mecablitz kan reikwijdten tot maximaal 199 m, c. q. 199 ft aangeven. Bijhoge ISO-waarden (bijv. ISO 6400) en grote diafragmaopeningen kan datbereik van de aanduiding worden overschreden. Dit wordt door een pijl, c. q.

4 Verdwijnen van de aanduiding van de reikwijdteWanneer de kop van de reflector uit zijn normale stand naar boven of bene-den wordt gezwenkt, vindt in het LC-display van de mecablitz geen afstands-aanduiding plaats. 5. 4. 5 Omschakeling van meter naar feet (m - ft)De aanduiding van de reikwijdte in het LC-display van de mecablitz kannaar keuze in meter (m) of feet (ft) plaatsvinden. Om de aanduidingen teveranderen gaat u als volgt te werk:• Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar uit;• houd de toetscombinatie „Select“ (=“Mode“-toets + „Zoom“-toets) inge-drukt;• schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar in;• laat de toetscombinatie „Select“ (=“Mode“-toets + „Zoom“-toets) los;• de aanduiding van de afstanden wisselt nu van m naar ft of terug van ftnaar m. 5. 5 LC-display-verlichtingBij het drukken op de „Mode“- of de „Zoom“-toets wordt gedurende ong. 10 s.

de verlichting van het LC-display van de mecablitz geactiveerd. Bij hetontsteken van een flits gaat de verlichting van het LC-display uit. Bij de eerste bediening van de genoemde toetsen vindt er geen veran-dering van de instellingen op de mecablitz plaats. Als in de TTL-flitserfunctie de opname correct werd belicht, wordt gedurendede „o. k. “-aanduiding (zie 4. 1. 3) de verlichting van het LC-display geacti-veerd. 5. 6 Motor-zoomreflectorDe reflector van de mecablitz kan brandpuntsafstanden vanaf 28 mm (klein-beeldformaat 24 x 36 mm) uitlichten. ☞.

47ń5. 6. 1 „Auto-Zoom“Als de mecablitz wordt gebruikt in combinatie met een camera die de gege-vens van de brandpuntsafstand van het objectief aan de flitser meldt, pastdeze de stand van de zoomreflector automatisch aan die brandpuntsafstandaan. Na het inschakelen van de mecablitz wordt in zijn LC-display „AutoZoom“ en de dan geldende reflectorstand aangegeven. De automatische aanpassing van de reflectorstand vindt plaats voor objectie-ven met brandpuntsafstanden van 28 mm en meer. Wordt een brandpuntsaf-stand van minder dan 28 mm ingezet, dan knippert in het LC-display deaanduiding „28“ mm als waarschuwing, dat het onderwerp door de meca-blitz niet geheel tot aan de randen kan worden verlicht. Voor objectieven met een brandpuntsafstand vanaf 20 mm kan eengroothoekvoorzetvenster (zie hoofdstuk 7: Optionele accessoires) wor-den gebruikt.

Bij de automatische, motorische sturing van de zoomre-flector op de mecablitz door de digitale camera’s Dimage 5, 7 en 7ikan de ingestelde reflectorstand iets afwijken van de brandpuntsaf-stand die op de camera is ingesteld. De camera stuurt de reflector danzo, dat het onderwerp verder als nodig wordt uitgelicht (in principe netals bij de extended-zoomfunctie; zie 5. 6. 3). Daardoor de 28 mm aan-duiding in het LC-display van de mecablitz die immers niet over een24 mm stand beschikt, knipperen bij groothoekinstelling van het objec-tief. Met de hand instellen van de reflectorstand is echter niet nodig. 5. 6. 2 Het instellen van de zoomreflector met de hand „M. Zoom“Indien gewenst, kan de stand van de zoomreflector met de hand worden ver-steld om bijv. bepaalde verlichtingseffecten te kunnen realiseren (bijv. hot-spot enz. ).

Door herhaald op de toets „Zoom“ op de mecablitz te drukken,kunnen achtereenvolgens de volgende reflectorstanden worden gekozen:28 mm - 35 mm - 50 mm - 70 mm - 85 mm - 105 mm. In het LC-display van de mecablitz wordt „M.

Zoom“ (voor zoominstellingmet de hand) en de ingestelde zoomstand (in mm) aangegeven. De instellingtreedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-display weernaar de normale weergave terug. ☞Als de instelling van de zoomreflector ertoe zou leiden, dat de randenvan het onderwerp niet goed worden verlicht, gaat de aanduidingvan de zoomstand in het LC–display van de mecablitz als waar-schuwing knipperen. Voorbeeld:• U werkt met een brandpuntsafstand van 50 mm. • Op de mecablitz is de reflectorstand van 70 mm met de hand ingesteld(aanduiding „M. Zoom“). • In het LC-display van de mecablitz knippert de aanduiding „70“ mm voorde zoomstand, omdat de randen van het onderwerp niet goed verlichtworden.

Terugzetten naar „Auto-Zoom“Voor het terugzetten naar „Auto Zoom“ zijn er twee verschillende mogelijk-heden:• Druk zo vaak op de „Zoom“-toets van de mecablitz, dat in het display„Auto Zoom“ wordt aangegeven; de instelling treedt onmiddellijk in wer-king; na ong. 5 s. schakelt het LC-display weer naar de normale weergaveterug. Of:• Schakel de mecablitz via zijn hoofdschakelaar even uit. Na het opnieuwinschakelen wordt in het display van de mecablitz „Auto Zoom“ aangege-ven. 5. 6. 3 Extended-zoomfunctieBij de extended-zoomfunctie (Ex) wordt de brandpuntsafstand van de meca-blitz ten opzichte van die van het op de camera gebruikte objectief één stopgereduceerd. De daaruit resulterende bredere uitlichting zorgt voor extrastrooilicht in de ruimte (door reflecties) en daardoor voor een wat zachtereflitsverlichting. ☞.

48ńVoorbeeld voor de extended-zoomfunctie:De brandpuntsafstand van het objectief op de camera is 35 mm. In de extended-zoomfunctie stuurt de mecablitz de reflectorstand 28 mm aan. In het LC-displaywordt desondanks 35 mm aangegeven. De extended-zoomfunctie is alleen in de functie „Auto Zoom“ en met objec-tieven met een brandpuntsafstand vanaf 35 mm mogelijk. Daar de uitgangs-stand van de zoomreflector 28 mm bedraagt, wordt bij objectieven metbrandpuntsafstanden van minder dan 35mm in het LC-display knipperend„28“ mm aangegeven. Deze aanduiding geldt als waarschuwing dat eenvoor de extended-zoomfunctie vereiste reflectorstand van 24 mm niet kanworden gerealiseerd. Opnamen met objectieven met brandpuntsafstanden van 28 mm tot35 mm worden ook in de extended-zoomfunctie correct door demecablitz uitgelicht.

Het inschakelen van de extended-zoomfunctie• Druk zo vaak op de toetsencombinatie „Select“ (= “Mode“-toets + „Zoom“-toets) dat in het LC-display „Ex“ verschijnt;• druk zo vaak op de „Zoom“-toets dat in het LC-display „On“ knippert;• de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s. schakelt het LC-dis-play weer naar de normale weergave terug. Het symbool „Ex“ voor de extended-zoomfunctie blijft nadat u dezer functiehebt ingesteld in het LC-display van de mecablitz aangegeven. Denk er wel aan, dat door de bredere verlichtingshoek in de exten-ded-zoomfunctie een kortere reikwijdte ontstaat. Uitschakelen van de extended-zoomfunctie• Druk zo vaak op de toetsencombinatie „Select“ (= “Mode“-toets + „Zoom“-toets) dat in het LC-display „Ex“ verschijnt;• druk zo vaak op de „Zoom“-toets, dat in het LC-display „OFF“ knippert;• de instelling treedt onmiddellijk in werking. Na ong. 5 s.

schakelt het LC-dis-play weer naar de normale weergave terug. ☞☞Het symbool „Ex“ voor de extended-zoomfunctie wordt, na het uitschakelenvan de functie, niet meer in het LC-display van de mecablitz aangegeven. 5.

7 Autofocus-meetflitsZodra er voor automatisch scherpstellen niet meer voldoende licht is, wordtdoor de elektronica van de camera de autofocus-meetflits geactiveerd. Hetautofocuslampje projecteert dan een streeppatroon op het onderwerp. Opdat streeppatroon kan de camera dan automatisch scherpstellen. De reik-wijdte van de AF-meetflits bedraagt ong. 6 m. tot 9 m. (bij standaardobjec-tief 1,7/50 mm). Vanwege de parallax tussen objectief en het AF-lampjebedraagt de instelgrens voor dichtbij ong. 0,7 m. tot 1 m. Om de AF-meetflits door de camera te laten activeren, moet het objec-tief in de camera op AF ingesteld zijn. Op de camera moet de AF-func-tie „Single-AF“, c. q. „ONE-SHOT-AF“ ingesteld zijn (zie de gebruiks-aanwijzing van uw camera). Zoomobjectieven met een geringelichtsterkte beperken de reikwijdte van de AF-meetflits soms flink.

Het streeppatroon van de AF-meetflits ondersteunt alleen de centrale AF-sen-sor van de camera. Bij camera’s met meerdere AF-sensoren moet u dusalleen de centrale AF-sensor activeren (zie de gebruiksaanwijzing van decamera). Als de fotograaf met de hand, of de camera zelfstandig, een decentrale AF-sen-sor kiest wordt de schijnwerper van de AF-meetflits niet geactiveerd. Enkelecamera’s gebruiken in dat geval de in de camera ingebouwde AF-meetflits (ziede gebruiksaanwijzing van de camera). 5. 8 OntsteeksturingAls er voldoende omgevingshelderheid is voor een belichting inde normalemodus, verhindert de camera het ontsteken van een flits. De belichting vindtdan plaats met de in het display, c. q. de zoeker van de camera aangegevenbelichtingstijd. Het geactiveerd zijn van de ontsteeksturing wordt door hetdoven van de aanduiding van de flitsparaatheid in de zoeker van de cameraaangegeven.

49ńDe ontsteeksturing werkt alleen bij sommige camera’s in de functie program“P”en diafragma-automatiek “S” (zie de gebruiksaanwijzing van de ca-mera). De ontsteeksturing kan bij sommige camera’s uitgezet worden: drukdaarvoor op de camera op de toets voor de flitsregeling (zie de gebruiks-aanwijzing van de camera) en houd deze bij de opname ingedrukt. Bij hetaantippen van de ontspanknop op de camera verschijnt in de zoeker van decamera nu weer de aanduiding dat de flitser paraat is. De elektronica vande camera kiest een geschikte combinatie van belichtingstijd en diafragma. Bij de opname wordt een flits ontstoken. Bij de Dynax 800si wordt de ontsteeksturing door de persoonlijkeinstelling “5” geactiveerd (zie de gebruiksaanwijzing van de camera). Bij de Dynax 7 vindt de ontsteeksturing alleen plaats bij de camera-functie “volautomatisch”(groen P-symbool). 5.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Metz Mecablitz 44 AF-4 M stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden