Metz Mecablitz 52 AF-1 Sony digital Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Metz Mecablitz 52 AF-1 Sony digital (286 pagina’s), behorend tot de categorie Flitser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 106 mensen. Heb je een vraag over Metz Mecablitz 52 AF-1 Sony digital of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Metz |
| Categorie: | Flitser |
| Model: | Mecablitz 52 AF-1 Sony digital |
Handleiding Metz Mecablitz 52 AF-1 Sony digital – volledige tekst
Voorwoord. 951 Veiligheidsinstructies. 962 Dedicated flitsfuncties. 973 Flitser gereedmaken. 983. 1 Het aanbrengen van de flitser. 983. 2 Voeding. 993. 3 In- en uitschakelen van de flitser. 1003. 4 Het keuzemenu. 1003. 5 INFO. 1013. 6 Automatische uitschakeling / Auto – OFF. 1014 LED-aanduidingen op de flitser. 1034. 1 Flitsparaatheids aanduiding. 1034. 2 Belichtingscontrole. 1035 Aanduidingen in het display. 1035. 1 Aanduiding van de flitsfunctie. 1045. 2 Aanduiding van de reikwijdte. 1046 Aanduidingen in de zoeker van de camerar. 1057 Flitsfuncties. 1067. 1 TTL-flitsfunctie. 1067. 2 TTL met flits vooraf en ADI-meting. 1077. 3 Manual flitsfunctie. 1077. 4 Automatische synchronisatie bijkorte belichtingstijden ( HSS). 1098 Met de hand in te stellen correctie op de flitsbelichting. 1099 Bijzondere functies. 1119. 1 Motorische zoominstelling van de reflector („Zoom“).
VoorwoordWij bedanken u voor uw beslissing een Metz-product aan te schaffen. Wij verheugen ons u als klant te kunnenbegroeten. Natuurlijk kunt u nauwelijks wachten, uw flitser in gebruik te nemen. Het is echter lonend om de gebruiksaan-wijzing te lezen want alleen dan kunt u leren,zonder problemen met het apparaat om tegaan. Deze flitser is geschikt voor:• Digitale Sony spiegelreflexcamera's metTTL-, TTL-flits vooraf en ADI-meting. Voor camera’s van andere fabrikanten is dezeflitser niet geschikt. Sla s. v. p. ook de flap aan het einde van degebruiksaanwijzing open. ToelichtingVingerwijzing, aanwijzingOpgelet – extreme belangrijke veiligheid-saanwijzing. +11. 2. 2 SPOT-zoomfunctie. 12511. 2. 3 Standaard-zoomfunctie. 12611. 2. 4 Aanpassing aan het opname-formaat (Zoom-Size). 12611. 3 AF-BEAM (AF-hulplicht). 12711. 4 Vergrendeling / ontgrendeling. 12811. 5 Reikwijdte aanduidden in m of ft.
1 VeiligheidsinstructiesIn de omgeving van ontvlambare gassenof vloei stoffen (benzine, oplosmiddelenenz.) mag de flitser in geen geval wordenontstoken. GEVAAR VOOR EXPLOSIE!Flits nooit vanaf korte afstand rechts-treeks in de ogen! Rechtstreeks in deogen van personen of dieren flitsen kanleiden tot beschadiging aan het netvliesen daardoor ernstige zichtstoringenveroorzaken - tot blindheid toe!Fotografeer nooit berijders van auto, busof mo torfiets, fietsers of treinbestuur-ders tijdens de rit met een flitser. Doorde verblinding kan de berijder een onge-luk krijgen dan wel veroorzaken!Indien het huis zo zeer beschadigd is,dat het interieur open ligt, mag de flitserniet meer worden gebruikt. Neem dan debatterijen er uit! Raak de binnenliggendeonderdelen niet aan. HOOGSPANNING!Raak na meervoudig flitsen de voor-zetschijf niet aan. Gevaar voor brand-wonden!Demonteer de flitser niet!
HOOGSPANNING! Reparaties kunnen uitsluitend door een geautoriseerde service worden uitgevoerd!• De flitser is alleen bedoeld en toegelatenvoor gebruik in de fotografie!• Gebruik uitsluitend de in de handleidingaangegeven en toegelaten stroombronnen!• Batterijen niet openen of kortsluiten!• Stel de batterijen nooit bloot aan hoge tem-peraturen zoals intensieve zonnestraling,vuur of dergelijke!• Verbruikte batterijen / accu's niet in openvuur gooien!• Gebruik geen beschadigde batterijen ofaccu’s!• Haal lege batterijen onmiddellijk uit hetapparaat! Uit verbruikte batterijen kunnenchemicaliën lekken (het zogenaamde uitlo-pen) die tot beschadiging van het apparaatleiden!• Batterijen mogen niet worden opgeladen!• Stel het apparaat niet bloot aan drup- ofspatwater!• Bescherm uw flitser tegen grote hitte enhoge luchtvochtigheid!
Bewaar hembijvoorbeeld niet in het handschoenen-vakje van uw auto!• Bij snelle wisseling van temperaturen kanvocht op het apparaat neerslaan. Laat deflitser vóór gebruik acclimatiseren!96x
• Bij het ontsteken van een flits mag er zichgeen materiaal dat geen licht doorlaatdirect op of vlak voor het venster van dereflector bevinden. Het venster van dereflector mag niet vuil zijn. Als u hierop nietlet zou, door de hoge energie van de hetflitslicht, dat materiaal of het venster vande reflector kunnen verbranden!• Bij flitsseries met vol vermogen en korteflitsvolgtijden moet u er op letten, dat u natelkens 20 flitsopnamen een pauze vanminstens 3 minuten inlast!• Bij serieflitsopnamen met vol vermogen enkorte flitsvolgtijden wordt de groothoekdif-fusor bij zoomstanden van 35 mm en minder, flink heet!
• De flitser mag alleen samen met de in decamera ingebouwde flitser worden gebruiktals deze volledig uitgeklapt kan worden!2 Dedicated flitsfunctiesDedicated flitsfuncties zijn speciaal op hetcamerasysteem ingestelde flitsfuncties.Afhankelijk van het type camera wordendaarbij verschillende flitsfuncties onder-steund.• Aanduiding van flitsparaatheid in de zoeker/monitor van de camera• Automatische sturing van de flits-synchronisatietijd• Automatische invulflitssturing• TTL-flitsfunctie ( )• ADI-meting en TTL met flits vooraf• Met de hand in te stellen correctie op deflitsbelichting bij TTL ( )• Synchronisatie bij het open- of dichtgaanva de sluiter (REAR).(camera-instelling)• Automatische FP-synchronisatie bij en.• Automatische sturing van de motorischezoomreflector• Extended-zoomfunctie• Sturing van de AF-meetflits• Automatische aanduiding van de flitsreikwijdte• Automatisch geprogrammeerd flitsen• Draadloze afstandssturing voor flitsen• Servo-flitsfunctieTTLTTLTTLM97x
• Spot zoomfunctie• Wake-Up-functie voor de flitser• Het updaten van de firmwareIn het kader van deze gebruiksaanwijzing ishet niet mogelijk, alle cameramodellen methun individuele flitsfuncties gedetailleerd tebeschrijven.Zie daarvoor de aanwijzingen in de gebruik-saanwijzing van uw camera met betrekkingtot de mogelijke flitsfuncties, welke flits-functies door uw camera worden onder-steund, c.q. op de camera zelf moeten wor-den ingesteld! Bij het gebruik van objectieven zonder CPU(bijv. objectieven zonder autofocus) tredenten dele beperkingen op!3 Flitser gereedmaken3.1 Het aanbrengen van de flitserFlitser op de camera monterenCamera en flitser vóór het aanbrengen ofafnemen uitschakelen.• De gekartelde moer tot de aanslag tegen de flitser draaien.
De borgpen in devoet is nu geheel in het huis van de flitserverzonken.• Flitser met de aansluitvoet tot de aanslagin de accessoireschoen van de cameraschuiven.• De gekartelde moer tot de aanslag tegenhet camerahuis draaien en de flitser vast-klemmen. Bij een camerahuis dat geen borggat bezit,blijft de geveerde borgpen in de flitser zitten, zodat het oppervlak van de cameraniet wordt beschadigd.Flitser van de camera afnemenCamera en flitser vóór het aanbrengen ofafnemen uitschakelen.• De gekartelde moer tot de aanslag tegenhet huis van de flitser draaien.• Flitser uit de accessoireschoen schuiven.+++98x
3.2 VoedingBatterij-, c.q. accukeuzeDe flitser kan naar keuze worden gevoed uit:• 4 Nikkel-metaal-hydride accu’s 1,2 V, type IEC HR6 (AA / Penlight) deze hebben een duidelijk hogere capa-citeit dan de NiCd-accu en zijn minder bez-waarlijk voor het milieu omdat ze geen cadmium bevatten.• 4 super-alkalimangaanbatterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrije voeding voor gematigdeeisen aan de prestatie.• 4 Lithiumbatterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA / Penlight), onderhoudsvrijevoeding met hoge capa-citeit en geringe zelfont-lading.Gebruik alleen de hierboven aangegevenstroombronnen. Bij het gebruik van anderestroombronnen ontstaat het gevaar dat deflitser beschadigd raakt.Als u denkt, de flitser gedurende een langeretijd niet te gebruiken, haal de batterijen erdan s.v.p. uit.Het vervangen van de batterijenDe accu's batterijen zijn leeg, c.q.
verbruikt,als de flitsvolgtijd (= tijd tussen het ontste-ken van een flits met volle energie, bijv. bijM, tot het hernieuwd oplichten van deparaatheidsaanduiding) langer duurt dan 60seconden. Bovendien verschijnt in het aan-raakscherm de aanduiding 'LOW'.• Schakel de flitser uit, druk daarvoor zolangop de toets tot alle aanduidingenverdwenen zijn. • Neem de flitser van de camera en schuifhet deksel van het batterijvak naarbeneden.• Leg de batterijen in en schuif het dekselvan het batterijvak weer terug naarboven.Let bij het inzetten van de batterijen, c.q.accu’s op de juiste polariteit, overeenkom-stig de symbolen in het batterijvak. Verkeerdingezette batterijen kunnen het apparaat vernielen! Vervang altijd alle batterijen tegelijk en door dezelfde batterijen van ééntype fabrikant, met gelijke capaciteit!Verbruikte batterijen horen niet in het huis-vuil!
Om dit uit te schakelen moet u zo langop de toets drukken tot alle aandui-dingen zijn verdwenen.Als u denkt, dat u de flitser gedurende langere tijd niet gaat gebruiken, bevelen wijaan om de flitser met de toets auit teschakelen en de stroombronnen eruit tenemen.3.4 Het keuzemenu• Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.Het keuzemenu is in 4 sensortoetsen onder-verdeeld:Na drukken op de toets kunnen devolgende functies worden ingesteld.TTL, zie 7.1TTL HSS* , zie 7.2M, zie 7.3M HSS, zie 7.4MASTER, zie 10.1SLAVE, zie 10.2SERVO, zie 10.4 *) alleen na uitwisseling van gegevens met een camera.DDMODENa drukken op de toets kunnen deflitsparameters worden ingesteld..EV (correctie op de flitsbelichting), zie 10.1.2.1, 10.1.3.1Zoom (reflectorstand), zie 9.1F( diafragma)ISO (lichtgevoeligheid), P( deelenergie), zie 7.3 en 10.1.2.1RATIO2) (ichtverhouding), zie 10.1.2.2CHANNEL3) (Kanaal), zie 10.1.3CTRL2) (Remote), zie 10.1GROUP3) ( slaafgroep), zie 10.2.32) alleen in de functie als master.3) alleen in de functie als slaaf.Na drukken op de toets kan het aan-raakscherm worden geconfigureerd, of kande flitser in zijn toestand als bij de afleveringworden teruggezet (gereset).CONTRAST ( contrast), zie 14.1BRIGHTNESS ( helderheid), zie 14.2ROTATION (beeldschermweergave zwenken),zie 14.3RESET, zie 15.3PARASERVICE+52AF-1SON100x
uitschakeling van het apparaat), zie 3.6MOD.LIGHT (instellicht), zie 11.1AF BEAM (AF-hulplicht), zie 11.3m / ft (meter / voet), zie 11.5In het aangegeven menu op de flitser zijn alle in een zwart vlakje staande velden alssensortoetsen uitgevoerd, waarop moetenworden gedrukt voor het instellen van debeschreven functie.In de afbeeldingen in deze gebruiksaan-wijzing zijn steeds de sensortoetsen, waaropmoeten worden gedrukt voor het instellenvan de beschreven functie, met zwart gemar-keerd.OPTION 3.5 INFODe actuele instellingen van de flitser kunnentijdens het gebruik aangegeven worden.• Druk op het aanraakscherm op de sensor-toets . De infotabel 1 verschijnt.- Spot-zoomfunctie (SP) is ingesteld (zie 11.2.2).- AF-BEAM (AF hulplicht) is uitgeschakeld (zie 11.3).- instellicht (MOD.
LIGHT) is ingesteld (zie 11.1).- de automatische uitschakeling van hetapparaat is ingesteld op 10 minuten, (zie 3.6).- de aanduiding van de temperatuur stijgt bijintensief gebruik van het aapparaat.• druk, terwijl de infotabel 1 wordt aange-geven, nogmaals op het aanraakscherm.Infotabel 2 wordt dan aangegeven. 3.6 Automatische uitschakeling / Auto – OFFIn de fabriek wordt de flitser zo ingesteld, dathij ong. 10 minuten -• na het inschakelen,• na het ontsteken van een flits,• na het aantippen van de ontspanknop opde camera,INFO101x
+STANDBYOff41 min10 minZOOM MODESTANDBYMOD.LIGHT• na het uitschakelen van het belichtings-meetsysteem van de camera......in de standby-functie schakelt (AUTO OFF)in om energie te besparen en de stroom-bronnen tegen onbedoeld ontladen tebeschermen. De geactiveerde automatischeuitschakeling wordt in het INFO-display aan-gegeven. De flitsparaatheidsaanduiding en de aanduidingen op het LC-display doven.In de standby-functie knipper de toets rood. De het laatst ingestelde flitsfunctie blijft nahet automatisch uitschakelen behouden enstaat na het inschakelen onmiddellijk weerter beschikking. De flitser wordt door te drukken op detoets , c.q.
door het aantippen van deontspanknop op de camera (=Wake-upfunctie) weer ingeschakeld.In de Slaaf-/SERVO functie is de automati-sche uitschakeling van de flitser niet actief.Als u de flitser langere tijd niet gaat ge-bruiken, schakel hem dan in principe altijdvia zijn hoofdschakelaar uit!Indien noodzakelijk kan de automatische uit-schakeling reeds na 1 minuut plaatsvindenof worden gedeactiveerd.De flitser schakelt zich ong. 1 uur na het laatste gebruik geheel uit.DDHet instellen van de automatische uitschakeling• Schakel de flitser via de toets in.Het opstartscherm verschijnt.De flitser schakelt daarna altijd in met dehet laatst gebruikte flitsfunctie (bijv.
flitsenmet handinstelling M).• Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensortoets .• Druk in het aanraakscherm op de toetsenen kies 'STANDBY 'uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensortoets . • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de gewenste tijd. De instellingtreedt onmiddellijk in werking. Na ong. 10seconden wordt naar de bedrijfsfunctieomgeschakeld, of druk zo vaak op de toets, dat de bedrijfsfunctie verschijnt.In de Standby-functie knippert de toets rood. DOPTIONSTANDBYDD102x
4 LED-aanduidingen op de flitser4. 1 Flitsparaatheids aanduidingZodra de flitscondensator is opgeladen lichtop de flitser de toets groep op en geeftdaarmee aan dat de flitser gereed is om teflitsen (flitsparaatheid). Dat betekent dat voor de eerstvolgendeopname flitslicht kan worden gebruikt. Deflitsparaatheid wordt ook naar de cameraovergebracht en zorgt in de zoeker daarvanvoor de betreffende aanduiding. Als u een opname maakt voordat in de zoe-ker van de camera de signaal dat de flitser isopgeladen, ontsteekt de flitser geen flits. De opname kan dan mogelijk foutief wordenbelicht wanneer de camera al naar de flits-synchronisatietijd is omgeschakeld (zie 13. 1). 4. 2 BelichtingscontroleBij een correcte belichting licht de toetsgedurende ong. 3 seconden rood op alsde opname in de flitsfuncties TTL ( ) ofADI-meting en TTL met flits vooraf(zie 7. 1 of 7. 2)correct werd belicht.
Volgt deze aanduiding van de belichtings-controle na de opname niet, dan werd deopname onderbelicht. U moet dan:- het eerstvolgend lagere diafragmagetalinstellen (bijv. in plaats van diafragma 11,diafragma 8) ofDTTL- de afstand tot het onderwerp, c. q. hetreflecterend vlak (bijv. bij indirect flitsen)verkleinen of- de camera een hogere ISO-waarde instellen. Let in het display van het flitsapparaat op deaanduiding van de reikwijdte van de flits (zie 5. 2). 5 Aanduidingen in het displayDe Sony camera’s geven de waarden van ISO,brandpuntsafstand van het objectief (mm) endiafragma door naar de flitser. Deze past zijnvereiste instellingen automatisch daaraanaan. Hij berekent uit die waarden en zijnrichtgetal de maximale reikwijdte van hetflitslicht. Flitsfunctie, reikwijdte, werkdiafragma en dezoomstand van de reflector worden in hetdisplay van de flitser aangegeven.
+5.1 Aanduiding van de flitsfunctieIn het display wordt ingestelde flitsfunctieaangegeven. Daarbij zijn, afhankelijk van hettype camera verschillende voor de telkensondersteunde TTL-flitsfunctie (z.B. en) en de manual flitsfunctie M mogelijk(zie 7.3).5.2 Aanduiding van de reikwijdteAls de camera is voorzien van een objectiefmet CPU, verschijnt in het display een aan-duiding van de reikwijdte. Hiervoor moet een uitwisseling van gegevenstussen camera en flitser plaats hebbengevonden, bijvoorbeeld door het aantippenvan de ontspanknop op de camera. De reik-wijdte kan zowel in meters (m) of in feet (ft)worden aangegeven (zie 11.5).Er verschijnt geen aanduiding van de reikwijdte . .
.- als er geen gegevens door de camerawerden overgebracht.- als de kop van de reflector uit zijn normalepositie (naar boven of zijwaarts) isgezwenkt.- als de flitser in de SLAVE- of de SERVO flits-functie werkt.TTLTTL HSSAanduidingen van de reikwijdte in de TTLflitsfunctiesIn de TTL-flitsfuncties en (zie 7)wordt in het display de waarde voor de mini-male en de maximale reikwijdte van het flits-licht aangegeven. De aangegeven waarde geldt voor een reflec-tiegraad van het onderwerp van 25%, watvoor de meeste opnamesituaties een correc-te waarde is.Grote afwijkingen van deze reflectiegraad, bijzeer sterk of juist zeer zwak reflecterendeonderwerpen kunnen de reikwijdte van hetflitslicht beïnvloeden.Het onderwerp moet zich in een bereik vanongeveer 40% tot 70% van de aangegevenwaarde bevinden.
De elektronica heeft danvoldoende speelruimte voor een goedebelichting.Om overbelichting te vermijden moet u min-stens de afstand die in het display als mini-mum staat aangegeven, aanhouden.Het aanpassen aan de betreffende opname-situatie kan bijv. door het veranderen van dediafragmaopening van het objectief wordenbereikt.TTL TTL HSSINFO EV+ 11/30,7-7,9 mZOOM 35 F4.0mm104TTLINFO EV+ 11/30,7-7,9 mZOOM 35 F4.0mmTTLx
Aanduiding van de reikwijdte in de functievan met de hand in te stellen flitser In de functie van de met de hand in te stellen(manual) flitser M wordt in het display deafstandswaarde aangegeven die voor het correct belichten van het onderwerp aange-houden moet worden. Het aanpassen aan deheersende opnameomstandigheden kan bijv.door het veranderen van de diafragmawaardeop het objectief of door het kiezen van eenmet de hand in te stellen deelvermogen (zie 7.3) worden bereikt.Overschrijding van het bereik van de aanduidingenIn het display kunnen reikwijdten tot maxi-maal 99 m, c.q. 99 ft worden aangegeven. Bij hoge ISO-waarden en grote diafragmao-peningen kan het bereik van de aanduidin-gen worden overschreden. Dit wordt door een pijl, c.q.
Le flash n'est pas encore prêt à l'utilisation.Le symbole éclair s’allumele condensateur du flash est chargé.Le flash est prêt à être utilisé.Lees in de gebruiksaanwijzing van uw camerana welke aanwijzingen voor uw type camerageldend zijn!Basiscorrectie bij een foute belichting:• Bij te ruime belichting: niet flitsen!• Bij te krappe belichting: schakel de flitserin of gebruik een statief en een langerebelichtingstijd.In de verschillende belichtings- en automa-tische programma's kunnen er verschillenderedenen zijn voor het optreden van een foutebelichting.Zoek voor de aanduidingen in de zoeker vanuw camera in de gebruiksaanwijzing van decamera wat voor uw camera geldt! MINFO 1/17,9 mZOOM 35 F4.0mmINFO EV9,0-99 m 4ZOOM 35 F1.0mm105TTLx
7 FlitsfunctiesAfhankelijk van het type camera staan er ver-schillende flitsfuncties, bijv. TTL ( ), TTL HSS ( ), de functie van met dehand uit te voeren instellingen op de flitseren ), de remote-master , deremote-slaaffunctie alsmede de ser-vofunctie ter beschikking. Het instellen van de flitsfuncties vindt plaatsvia het aanraakscherm.Voor het instellen van de flitsfunctiesen moet er eerst een uitwisseling vangegevens tussen camera en flitser hebbenplaatsgevonden, bijv. door het aantippenvan de ontspanknop van de camera. 7.1 TTL-flitsfunctie ( )De meeste camera's ondersteunen deTTL-flitsfunctie. Bij de opname worden, voorafgaand aan deeigenlijke belichting enkele, nauwelijkszichtbare meetflitsen door de flitser ont-stoken.
Het gereflecteerde licht van die meetflitsenwordt door de camera geëvalueerd.Overeenkomstig deze evaluatie wordt de danvolgende flitsbelichting door de camera afgestemd op de opnamesituatie (zie voornadere details de gebruiksaanwijzing van uwcamera).TTLTTL HSSM M HSS MASTERSLAVESERVOTTL HSSM HSSTTLHet instellen van de flitsfunctie• Schakel de flitser met de toets in. Het opstartscherm verschijnt.De flitser schakelt altijd in met de het laatstgebruikte flitsfunctie (bijv. M-flitsfunctie).• Druk in het aanraakscherm zo vaak op deaangegeven flitsfunctie, tot de aanduidingvoor het kiezen verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies de gewenstefunctie.• Druk op de in een zwart vlakje staandefunctie. De instelling treedt onmiddellijk inwerking. • Stel op de camera een overeenkomendefunctie in, bijv.
7.2 TTL met flits vooraf en ADI-metingDe TTL met flits vooraf en de ADI-meting zijndigitale TTL-flitsfuncties en nieuwe ontwikke-lingen van de TTL-flitsfuncties van analogecamera's. Bij de opname wordt dan, voor deeigenlijke belichting, een nagenoeg onzicht-bare meetflits door de flitser afgegeven. Het door het onderwerp gereflecteerde lichtwordt door de camera geëvalueerd.Overeenkomstig deze evaluatie wordt deeerstvolgende flitsbelichting door de cameraaan de opnamesituatie aangepast (zie voordetails de gebruiksaanwijzing van uw camera).Bij de ADI-meting worden bovendien gege-vens betreffende de afstandsinstelling vanhet objectief bij het flitsen meegerekend. De keuze, c.q.
instelling van de flitsfunctiesTTL met flits vooraf of ADI-meting moet op decamera zelf plaatsvinden (zie de gebruik-saanwijzing van de camera).Op de flitser moet de flitsfunctie wordeningesteld (zie 7.1).TTL7.3 Manual flitsfunctieIn de manual flitsfunctie M wordt door de flitser altijd het volle vermogen afgegeven,als er geen deelvermogen is ingesteld. Hetaanpassen aan de opnamesituatie kan bijv.door de instelling van het diafragma op decamera of door het kiezen van een geschikt,met de hand in te stellen deelvermogenplaatsvinden.Het instelbereik strekt zich uit van P 1/1 tot P 1/128 in de functie, P 1/1 tot P1/32in de functie. In het display wordt deafstand aangegeven waarbij het onderwerpcorrect wordt belicht (zie 5.2).MM HSS107x
1/1 7,9m1/1 -1/31/161/16 -1/31/16 -2/3MINFO 1/17,9 mZOOM 35 F4.0mmHet instellen van de flitsfunctie • Schakel de flitser met de toets in. Het opstartscherm verschijnt.De flitser schakelt altijd in met de het laatstgebruikte flitsfunctie.• Druk in het aanraakscherm zo vaak op desensortoetsen van de aangegeven flits-functie, tot de aanduiding voor het kiezenvan de functie verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets . • Stel op de camera een overeenkomendefunctie in, bijv. enz.• Tip de ontspanknop op de camera evenaan, zodat er een uitwisseling van gege-vens tussen camera en flitser ontstaat. Sommige camera's ondersteunen de handin-stelling van de flitser alleen in de camera-functie M (manuell).
In andere camera's ver-schijnt er een foutmelding in het display enwordt het ontspannen geblokkeerd.MMMMet de hand in te stellen deelvermogensIn de met de hand uit te voeren instelling vande flitsfunctie kan een deel van het flits-vermogen worden ingesteld. Het instellen• Druk in het aanraakscherm zo vaak op desensortoets voor het deelvermogen, dat hetkeuzemenu voor het deelvermogen ver-schijnt.• Stel in het aanraakscherm met de sensor-toetsen het gewenste deelver-mogen 1/1, 1/2, 1/8, c.q. 1/128 in.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor het uitgekozen deelvermogen.De instelling treedt onmiddellijk in werkingen wordt automatisch opgeslagen. De aanduiding van de afstand van de reik-wijdte wordt automatisch aan het deelver-mogen (zie 5.2) aangepast.M+108TTLINFO EV0,7-7,9 mZOOM 35 F4.0mmTTL HSSMM HSSMINFO 1/17,9 mZOOM 35 F4.0mmx
7. 4 Automatische synchronisatie bijkorte belichtingstijden ( HSS)Verschillende camera’s ondersteunen deautomatische synchronisatie bij korte belich-tingstijden HSS (zie de gebruiksaanwijzingvan de camera). Met deze flitsfunctie is hetmogelijk, ook bij kortere tijden dan de flits-synchronisatietijd een flitser te gebruiken. Deze functie is interessant bij bijv. portrettenin een heldere omgeving, als door een vergeopend diafragma (bijv. F 2,0) de scherpte-diepte begrensd moet worden. De flitserondersteunt de synchronisatie bij kortebelichtingstijden in de functies en. Natuurkundig bepaald wordt door deze synchronisatie bij korte belichtingstijden hetrichtgetal en daarmee tevens de reikwijdtevan de flitser behoorlijk ingeperkt. Let daarom op de aanduiding van de reik-wijdte in het display van de flitser.
De syn-chronisatie bij korte belichtingstijden wordtautomatisch uitgevoerd als op de cameramet de hand, of automatisch door het belich-tingsprogramma, een kortere belichtingstijddan de flitssynchronisatietijd is ingesteld. Let er op, dat het richtgetal van de flitser bijde synchronisatie bij korte belichtingstijdenmede afhangt van de gekozen belichting-stijd:hoe korter de belichtingstijd, des te lager hetrichtgetal. TTL MDe synchronisatie bij korte belichtingstijdenwordt automatisch uitgevoerd als op decamera met de hand, of automatisch doorhet belichtingsprogramma, een korterebelichtingstijd dan de flitssynchronisatietijdis ingesteld. 8 Met de hand in te stellen cor-rectie op de flitsbelichting De automatiek van de flitsbelichting is in demeeste camera’s gebaseerd op een reflectie-graad van 25% (gemiddelde reflectiegraadvan flitsonderwerpen).
Om het bovengenoemde effect te compen-seren kan de flitsbelichting via een met dehand in te stellen correctiewaarde wordenaangepast aan de opnamesituatie. De hoogtevan die correctiewaarde hangt af van het con-trast tussen onderwerp en achtergrond. Op de flitser kunnen in de TTL-flitsfunctiesmet de hand correctiewaarden voor de flits-belichting van -3 tot +3 stops (EV) in stappenvan 1/3 stop worden ingesteld. 109x.
TipDonker onderwerp tegen een lichte achter-grond: positieve correctiewaarde.Licht onderwerp tegen donkere achtergrond:negatieve correctiewaarde.Een belichtingscorrectie door veranderen vande diafragmaopening van het objectief is nietmogelijk, omdat de belichtingsautomatiekvan de camera het veranderde diafragmaweer als werkdiafragma ziet. Bij het instellenvan een correctiewaarde kan de aanduidingvan de reikwijdte in het display veranderenen aan de correctiewaarde worden aange-past (hangt af van het type camera)!Het instellen• Druk zo vaak op de sensortoets , dathet keuzemenu voor een correctiewaardeverschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en stel een correctie-waarde in.• Druk in het aanraakscherm op de uitge-kozen correctiewaarde, bijv .
De instelling treedt onmiddellijk in werking.Een met de hand in te stellen correctie-waarde voor de flitsbelichting in de TTL-flits-functies kan alleen dan worden uitgevoerdEV-1als de camera de instelling van een correctie-waarde op de flitser ondersteunt (zie degebruiksaanwijzing van uw camera)!Wanneer de camera deze functie niet onder-steunt werkt de op de flitser ingestelde cor-rectie niet.Bij sommige cameramodellen moet de cor-rectiewaarde op de flitsbelichting op decamera zelf worden ingesteld, In het displayvan de flitser wordt dan geen correctie-waarde aangegeven.Vergeet niet de met de hand ingestelde cor-rectie op de flitsbelichting na de opname opde camera uit te schakelen!Opgelet: Sterk reflecterende onderwerpen inhet onderwerp kunnen de belichtingsauto-matiek van de camera storen. De opnamewordt dan onderbelicht.
9 Bijzondere functiesAfhankelijk van het type camera c. q. groepcamera’s staan verschillende, bijzonderefuncties ter beschikking. Voor het oproepen en instellen van de bijzon-dere functies moet er daarom eerst een uit-wisseling van gegevens tussen camera enflitser plaats hebben gevonden, bijv. doorhet aantippen van de ontspanknop op de camera. Het instellen moet onmiddellijk na het oproe-pen van de bijzondere functie plaatsvinden,daar de flitser anders na enige secondenautomatisch weer naar de normale flits-functie omschakelt. 9. 1 Motorische zoominstelling van dereflector („Zoom“)De motorische zoom van de reflector van deflitser kan de beeldhoek van objectieven meteen brandpuntsafstanden vanaf 24 mm(kleinbeeldformaat) uitlichten. Door het gebruik van de ingebouwde groot-hoekdiffusor vergroot de verlichtingshoekzich tot die van een 12 mm objectief.
AutozoomAls de flitser gebruikt wordt op een cameradie de gegevens van de brandpuntsafstandvan het objectief doorgeeft past de zoom-stand van de reflector zich automatisch daa-raan aan. Na het inschakelen van de flitserwordt in het display 'Zoom' en de actuelezoomstand van de reflector aangegeven. De automatische aanpassing geschiedt voorobjectieven met een brandpuntsafstand van24 mm of meer. De automatische aanpassing vindt nietplaats als de reflector gezwenkt is, als degroothoekdiffusor auitgetrokken of eenMecabounce (accessoire) aangebracht is. Naar wens kan de stand van de reflector metde hand worden versteld om bepaalde ver-lichtingseffecten te bereiken (bijv. een spot-light-effect enz. ).
Manual zoomfunctieBij camera's die geen gegevens van debrandpuntsafstand van het objectiefdoor-geven moet de zoomstand van de reflectormet de hand aan de brandpuntsafstand vanhet objectief worden aangepast. De autozoomfunctie is in die gevallen nietmogelijk. Na het inschakelen van de flitser wordt in hetdisplay ‘Zoom’ en de actuele stand van dereflector aangegeven.
• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies 'Zoom' uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen . • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies de gewenstezoomwaarde uit. Na ong. 10 sec. wordt naar de functieaandui-ding omgeschakeld of druk zo vaak op detoets tot de functieaanduiding ver-schijnt. De volgende zoomstanden voor dereflector zijn mogelijk: 24 - 28 - 35 - 50 - 70 -85 - 105 mm (kleinbeeldformaat).Tip: Als u niet altijd de volle energie en reikwijdtevan de flitser nodig heeft, kunt u de reflectorook laten staan in de in de stand van de aan-vangsbrandpuntsafstand. Daardoor is gegarandeerd dat het geheleonderwerp in het beeld altijd volledig uitge-licht wordt. U bespaart zich dan het steedsmoeten aanpassen aan de brandpunts-afstand van het objectief.Voorbeeld: U gebruikt een zoomobjectief met een bereikaan brandpuntsafstanden van 35 tot 105mm.
In dit voorbeeld stelt u de stand van dezoomreflector van de flitser in op 35 mm.ZoomDTerugzetten naar autozoom• Tip de ontspanknop op de camera evenaan, zodat er een uitwisseling van gege-vens tussen camera en flitser plaats kanvinden.• Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies 'Zoom' uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets . • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies de gewenste zoom-waarde uit. Na ong. 10 sec. wordt naar de functieaandui-ding omgeschakeld of druk zo vaak op detoets tot de functieaanduiding verschijnt.DPARAZoomA.ZoomD112EVZOOM507085EVZOOMA.Zoom24x
GroothoekdiffusorMet de ingebouwde groothoekdiffusor kande verlichtingshoek aan objectieven met eenbrandpuntsafstand vanaf 12 mm wordenaangepast (kleinbeeldformaat).Trek de groothoekdiffusor uit de reflectortot de aanslag naar voren en laat hem los.De groothoekdiffusor klapt dan vanzelfnaar beneden. De reflector wordt zodanigautomatisch in de vereiste stand gezet. In het display worden de afstandsaandui-dingen en de zoomwaarde naar 12 mmgecorrigeerd.De gemotoriseerde reflector wordt bij hetgebruik van de groothoekdiffusor nietautomatisch aangepast.Voor het terugzetten de groothoekdiffusor 90° naar boven klappen en hem geheelinschuiven.mecabounce Diffuser MBM-02Als op de reflector van de flitser eenMecabounce (accessoire; zie 18) is gemon-teerd, wordt de reflector automatisch naar devereiste stand gestuurd.
De aanduidingenvan de afstand en de zoomstand worden op16 mm gecorrigeerd.De gemotoriseerde reflector wordt bij hetgebruik van een Mecabounce niet auto-matisch aangepast.Het tegelijkertijd gebruiken van de groot-hoekdiffusor en een Mecabounce is nietmogelijk.+113x
10 Flitsen met bediening opafstandDe flitser ondersteunt het draadloos Sony-Remote-Systeem in de functies ‚CTRL’ und‚CTRL+´, afhankelijk van het ingezette camera-systeem. De functies ‚CTRL’ en ‚CTRL+’ wor-den automatisch herkend. Dit remote-systeem bestaat uit een master-flitser op de camera en een of meer slaafflit-sers. De slaafflitser, c.q slaafflitsers wordendoor een lichtimpuls uit de reflector van demaster-flitser draadloos op afstand bedienden gestuurd.
De slaafflitser wordt aan één van twee moge-lijke groepen (RMT of RMT2) toegewezen.Daarbij kan elke groep ook weer uit een ofmeer slaafflitsers bestaan.De master-flitser kan al deze slaafgroepentegelijkertijd sturen en de daarbij de indivi-duele instellingen voor elke slaafgroep inacht nemen.Het hele remote-systeem kan met de functie, of automatische synchronisatie bijkorte belichtingstijdenworden uitgevoerd.Een verandering van de flitsfunctie moet opde master-flitser worden uitgevoerd. TTL MOpdat meerdere remote-systemen in eenzelf-de ruimte elkaar niet storen, staan u vieronafhankelijke remote-kanalen ter beschik-king. Master- en slaafflitsers die tot hetzelfderemote-systeem behoren moeten op hetzelf-de remote-kanaal worden ingesteld.
De slaafflitsers die tot hetzelfde remotesys-teem behoren, moeten met de geïntegreerdesensor voor de remote-functie het licht vande master-flitser kunnen ontvangen.De remote-flitsfunctie ondersteunt ook desynchronisatie bij het dichtgaan van de sluiter. In de remote-flitsfunctie vindt er geenaanduiding van de reikwijdte van de flits inhet display van de flitser plaats.114x
10.1 Remote master-functieDe slaafgroepen RMT en RMT2 zijn vanaf defabriek geactiveerd. De masterflitser (CTRL) en de slaafgroepenRMT en RMT2 kunnen geactiveerd of gedeac-tiveerd worden! Bij een uitgeschakelde master-flitser (CTRL)heeft de flits van de master-flitser alleen nogslechts een sturende functie en draagt hijniet bij aan de belichting van de opname!10.1.1 Remote-masterfunctie instellen • Schakel de flitser in met de toets .Het startmenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm zo vaak op desensortoetsen van de aangegeven flits-functie, dat de aanduiding voor het keuze-menu voor de functies verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets .In de afbeelding is de remote masterfunctieCTRL+ aangegeven.
De master (CTRL) draagtin gelijke mate bij aan de belichting als deslaafgroep (RMT).MASTERMASTERAan de master (CTRL) en de slaafflitsgroepRMT, c.q. RMT2 kunnen de verlichtingsver-houdingen worden toegekend (zie 10.1.2).Omschakelen van CTRL naar CTRL+• Druk zo vaak op de toetsen dat hetkeuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies 'CTRL'uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets . • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de gewenste functie , c.q..De instelling treedt onmiddellijk in werking.Een sturing van een verlichtingsverhouding(Ratio) is alleen mogelijk in de functieCTRL+.DPARACTRLCTRLCTRL+115TTLINFO EV0,7-7,9 mZOOM 35 F4.0mmM HSSMASTERSlaveREMOTECTRL +INFORATIOCTRL RMT RMT2111TTLRATIOCTRLCTRLCTRL++x
10.1.2 Flitsfunctie op de masterflitser instellen• Druk in het aanraakscherm zo vaak op desensortoets voor de functie, dat het keuze-menu van de functies verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de gewenste functie c.q.. De ingestelde functie treedt onmiddellijk inwerking.
TTLM10.1.2.1 Deelvermogen in de M-functie opde masterflitser instellenStel de flitsfunctie in op zoals onder10.1.2 beschreven.• Druk in het aanraakscherm zo vaak op desensortoets , dat het master keuze-menu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor het deelvermogen .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen om het gewenste deel-vermogen in te stellen.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets van het uitgekozen deelvermogen.De instelling treedt onmiddellijk in werking.MM1/11/16116REMOTECTRL +INFORATIOCTRL RMT RMT2111M1/1REMOTECTRL +INFORATIOCTRL RMT RMT2111M1/16TTLM1/11/11/1 -1/31/8 -2/31/16 1/16 -1/3TTLMREMOTECTRL +INFORATIOCTRL RMT RMT2111TTLREMOTECTRL +INFORATIOCTRL RMT RMT2111M1/1x
10.1.2.2 Verlichtingsverhouding (RATIO)voor de flitsergroepen op demasterflitser definiërenEen verlichtingsverhouding (Ratio) is alleenin de functie van CTRL+ mogelijk.De slaaffltsers moeten in de flitsfunctie TTLwerken.De verlichtingsverhoudingen van het remote-systeem kunnen worden ingesteld ombepaalde lichteffecten te bereiken. De ver-lichtingsverhoudingen worden voor demaster (CTRL) en de groepen (RMT en RMT2)worden uitsluitend door de masterflitsergestuurd.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets waarvoor een verlichtingsverhoudingmoet worden ingesteld, in het voorbeeldRMT2. • Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen om de gewenste verlich-tingsverhouding in te stellen of de verlich-tingsbijdrage uit te schakelen (--).• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de gewenste correctiewaarde.
De instelling treedt onmiddellijk in werking.RATIO10.1.3 Remote-kanaal instellenOpdat meerdere remote-systemen in dezelfde ruimte elkaar niet storen, staan uvier onafhankelijke remote-kanalen terbeschikking. Master- en slaafflitsers die bijeenzelfde remote-systeem horen moeten ophetzelfde remote-kanaal worden ingesteld.• Druk zo vaak op de toets , dat het keuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets .• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies „CHANNEL”.• Druk in het aanraakscherm op de toets.
• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies het kanaal uit.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets van het gewenste kanaal.De instelling treedt onmiddellijk in werking.De instelling van een kanaal kan door op desensortoets te drukken, wordengecontroleerd.DPARACHANNELINFO117REMOTECTRL +INFORATIOCTRL RMT RMT2111M1/16REMOTECTRL +INFORATIOCTRL RMT RMT2114M1/1624811CTRLRMTRMT2 1ZOOMCHANNELRATIO12CH3+x
10.2 Remote-slaafflitsfunctieDe flitser ondersteunt het draadloze Remote-systeem in de slaafflitsfunctie en is compa-tibel met het Sony-systeem. Hierbij kunnen een of meerdere slaafflitsersdoor een master op de camera (bijv. de mecablitz 52 AF-1S digital) draadloos op afstand worden aangestuurd.Een slaafflitser kan aan één van twee moge-lijke slaafgroepen (RMT, RMT2) worden toe-gewezen.
De masterflitser kan al deze slaaf-groepen tegelijkertijd sturen en daarbij deindividuele instellingen van elk der slaaf-groepen acht nemen.Opdat meerdere remote-systemen in dezelfde ruimte elkaar niet storen, staan uvier onafhankelijke remote-kanalen (CH1, 2,3 of 4) ter beschikking.Masterflitsers die tot eenzelfde remote-sys-teem behoren, moeten alle op hetzelfdekanaal ingesteld worden.De slaafflitsers moeten met de ingebouwdesensor voor de remote-functie het licht vande masterflitser kunnen ontvangen.Afhankelijk van het type camera kan ook eenin de camera ingebouwde flitser als master-flitser werken.10.2.1 Slaafkanaal instellen • Schakel de flitser in met de toets .Het opstartscherm verschijnt.De flitser schakelt dan altijd in met de hetlaatst gebruikte functie (bijv.
M-functie).• Druk in het aanraakscherm zo vaak op deaangegeven flitsfunctie, dat de keuze vande functies verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen en kies „SLAVE”.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets . De remote slaaffunctie wordt ingesteld.Bovendien wordt de gekozen slaafgroep(bijv. A) en het remote-kanaal (bijv. RMT)aangegeven.SLAVE118TTLINFO EV0,7-7,9 mZOOM 35 F4.0mmMASTERSLAVESERVOREMOTESLAVEINFO1/1ZOOM 35 mmRMT CH1x
10.2.2 Slaafgroep instellen• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de kanaalgroep (bijv ) .De keuze voor kanaal en groep wordt in-gevoegd.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen voor het kanaal 'CH'.• Druk in het aanraakscherm op e sensor-toetsen en kies het gewenstekanaal uit.• Druk in het aanraakscherm op het gekozenkanaal.De instelling treedt onmiddellijk in werking. RMT I CH110.2.3 Slaafkanaal instellen• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets boor de kanaalgroep (bijv ).De keuze voor kanaal en groep verschijnt.• Druk in het aanraakscherp op de sensor-toets voor de groep 'GROUP'.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toetsen voor de gewenste groep 'RMT' of'RMT2'.De instelling treedt onmiddellijk in werking.
10.2.4 Slaaffunctie instellen• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de verlichtingsverhouding /belichtingscorrectie (bijv. / ). Het keuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de gewenste functie of .De instelling treedt onmiddellijk in werking.10.2.5 Slaaf- deelvermogen / belichtings-correctie instellen• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor het deelvermogen / de belich-tingscorrectie (bijv. / ) .Het keuzemenu verschijnt.• Druk in het aanraakscherm op de sensor-toets voor de gewenste functie of .• Auf dem Touch-Display die Sensortastenen stel daarmee de gewenstebelichtingscorrectie (bijv.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Metz Mecablitz 52 AF-1 Sony digital stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden