Husqvarna Norden 901 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna Norden 901 (2024) (195 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna Norden 901 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna |
| Categorie: | Motor |
| Model: | Norden 901 (2024) |
Handleiding Husqvarna Norden 901 (2024) – volledige tekst
BESTE HUSQVARNA MOTORCYCLES-KLANT,*3402761nl*3402761nl24. 11. 2023BESTE HUSQVARNAM OTORCYCLES-KLAN T,We wensen u veel geluk met uw keuze voor een Husqvarna-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modernen sportief voertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummer van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 14) Stempel van de dealerMotornummer ( pag. 15)Sleutelnummer ( pag. 14)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet wor-den uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
Husqvarna Motorcycles GmbH houdt zich het recht voor tech-nische gegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingenen dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder ver-goeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald modelzonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. Husqvarna is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkhe-den, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijnvoor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2023 Husqvarna Motorcycles GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan metschriftelijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)Husqvarna Motorcycles past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwa-liteitsmanagementsnorm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN61.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen.Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage.
Daar wordt uw motorfiets door speciaal geschooldevakkundige medewerkers met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt een spanningsmeting.Kenmerkt een stroommeting.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vakter-men die in de begrippenlijst worden uitgelegd.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikHet voertuig is zo ontworpen en gebouwd, dat het kan worden gebruikt bij normale belastingen tijdens het rij-den over de weg en op eenvoudig terrein (niet-geasfalteerde wegen). Dit voertuig is niet geschikt voor gebruikop racecircuits. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifi-caties voor het toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen inde tekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschu-wingsstickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als dezeontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgs-maatregelen neemt.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buitenwerking is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten dieuitlaatgassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelenvan het inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voorzichzelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood totgevolg hebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, alsdeze voertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebrui-ken. Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt. Voor het wegverkeer is het juisterijbewijs vereist. Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-mede broek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert Husqvarna Motorcycles om het voertuig uitsluitend met geschikte bescher-mende kleding te gebruiken. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of trans-pondersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.
Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lager-trekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansie-schroeven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuweonderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen vande fabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2.
9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemenen conflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaalgebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geenwettelijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer is u graag van dienst.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN102.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaatrijden. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wiltweten of als tijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.
Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer enop de husqvarna Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde Husqvarna Motorcycles‑dealer kanook een afgedrukt exemplaar worden besteld.Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www.husqvarna‑motorcycles.com
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde Husq-varna Motorcycles-garage worden uitgevoerd en moeten in het Husqvarna Motorcycles Dealer. net wordenbevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/ofwijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door Husqvarna Motorcycles zijnvrijgegeven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage monte-ren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is Husqvarna niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer adviseert u graag. Het actuele Husqvarna Motorcycles Technische Zubehör voor uw voertuig vindt u op deHusqvarna Motorcycles-website. Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www. husqvarna‑motorcycles. com3.
4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan dein de bedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en hetchassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij sterke regen, hoge tempera-turen of met zware bagage, kunnen onderdelen zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duide-lijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtne-ming daarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen. Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voorde betreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd.
5 SERIENUMMERS145.1 Voertuigidentificatiennummer402324-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 TypeplaatjeF01880-10Het typeplaatje1is links op het frame aangebracht.Het typeplaatje Australië2is op het frame rechts aangebracht.5.3 SleutelnummerF01413-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoVoor de bestelling van een reservesleutel is het sleutel-nummer nodig. De KEYCODECARD op een veilige plaatsbewaren.
6 BEDIENINGSELEMENTEN166.1 KoppelingshendelV02346-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aan-gebracht.6.2 RemhendelB06255-10De remhendel1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelB06256-10De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.6.4 Schakelaars links aan stuur6.4.1 CombinatieschakelaarDe combinatieschakelaar is aan de linkerkant van het stuur aan-gebracht.V02349-10Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 17)2Knop van de cruisecontrol ( pag. 17)3Menutoetsen ( pag. 18)4Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 19)5Claxonknop ( pag. 19)
BEDIENINGSELEMENTEN 6176.4.2 LichtschakelaarF01886-10De lichtschakelaar1is links op de combinatieschakelaar aan-gebracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd. In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standCtrekken.6.4.3 Knop van de cruisecontrolV01193-10De knop van de cruisecontrol1is links op de combinatiescha-kelaar aangebracht.Mogelijke toestanden• Knop van cruisecontrol in de uitgangspositie.• Knop van de cruisecontrol naar links gedrukt. – In dezestand wordt de cruisecontrol in- en uitgeschakeld. Debedrijfstoestand wordt op het gecombineerde instrumentweergegeven.• Knop van de cruisecontrol kort naar boven gedrukt. – Deals laatste opgeslagen snelheid wordt weer bereikt en aan-gehouden.
Elke keer dat de schakelaar wordt aangetikt,wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verhoogd.• Knop van de cruisecontrole naar boven gedrukt houden.– De doelsnelheid neemt stapsgewijs toe met 5 km/h of5 mph.• Knop van de cruisecontrol kort naar beneden gedrukt.– De cruisecontrol wordt geactiveerd en de actuele snelheidwordt aangehouden. Elke keer dat de schakelaar wordt aan-getikt, wordt de doelsnelheid met 1 km/h of 1 mph verlaagd.• Knop van de cruisecontrol naar beneden gedrukt gehou-den. – De doelsnelheid neemt stapsgewijs af met 5 km/h of5 mph.InfoNa activering van de cruisecontrol kan de gashendel inde uitgangspositie teruggedraaid worden.
6 BEDIENINGSELEMENTEN18– bediening van de remhendel–bediening van het rempedaal– bediening van de koppelingshendel– Dichtdraaien van de gashendel tot voorbij de uitgangspositie– regeling van de motorfietstractiecontrole (MTC)– slip aan het achterwiel of omhoog komend voorwiel– optreden van een fout die de functie van de cruisecontrolbeïnvloedt– overschrijden van de doelsnelheid bij een inhaalmanoeuvregedurende meer dan 30 secondenWaarschuwingGevaar voor ongevallen De cruiscontrol-functie is nietvoor alle rijsituaties geschikt.De gekozen doelsnelheid wordt onderschreden als opeen helling het motorvermogen niet voldoende is.De gekozen doelsnelheid wordt overschreden als opeen helling de motorremwerking niet voldoende is.– Gebruik de cruisecontrol-functie niet op wegen metveel bochten.– Gebruik de cruisecontrol-functie niet op een gladwegdek (bijvoorbeeld regen, ijs, sneeuw), bij slechtzicht of op een onverharde ondergrond (bijvoorbeeldzand, stenen, grind).– Gebruik de cruisecontrol-functie niet als de verkeers-situatie geen constante snelheid toelaat.De functie cruisecontrol is alleen beschikbaar wanneer de motor-fietstractiecontrole (MTC) is geactiveerd.Wanneer de tractiecontrole van de motorfiets (MTC) wordt uitge-schakeld, wordt ook de cruisecontrol uitgeschakeld.De cruisecontrol kan tijdens een sterke acceleratie niet wordengeactiveerd.De functie cruisecontrol kan alleen in de 2e, 3e, 4e, 5e en 6e ver-snelling worden geactiveerd.Het regelbereik loopt van 30 tot 160 km/h of van 18 tot 98 mph.6.4.4 MenutoetsenV02350-10De menuknoppen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het display van het gecombineerdeinstrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de DOWN‑toets.Toets3is de SET‑toets.Toets4is de BACK‑toets.
De richtingaan-wijzerschakelaar springt na het schakelen terug in demiddelste stand.Voor het uitschakelen van de richtingaanwijzer moet u de rich-tingaanwijzerschakelaar richting het schakelaarhuis duwen.6.4.6 ClaxonknopV02350-12De claxonknop1is op de gecombineerde schakelaar links aan-gebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.5 Schakelaars rechts aan stuur6.5.1 Startknop/noodstopschakelaarB06257-10De startknop/noodstopschakelaar1is rechts op de combina-tieschakelaar aangebracht.Mogelijke toestandenStartknop/noodstopschakelaar uit (bovenste stand)– In deze stand is het ontstekingscircuit onderbro-ken. Een draaiende motor schakelt uit en een stil-staande motor kan niet worden gestart.
Er verschijnteen melding op het display.Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand)– Deze stand is noodzakelijk bij het rijden, het ont-stekingscircuit is gesloten.Startmotor aan (onderste stand) – In deze standwordt de startmotor geactiveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN206.5.2 NoodknipperlichtschakelaarI00280-10De noodknipperlichtschakelaar1is op de schakelaar rechtsaangebracht.De noodknipperlichten worden gebruikt voor het aangeven vannoodsituaties.InfoDe noodknipperlichten kunnen bij ingeschakeld contactof tot 60 seconden na het uitschakelen van het contactworden in- of uitgeschakeld.Noodknipperlichten slechts zo lang gebruiken als beslistnodig is, aangezien dit de 12V-accu ontlaadt.Mogelijke toestanden• Noodknipperlichtschakelaar in de uitgangspositie• Noodknipperlichtschakelaar ingedrukt – Alle vier knipper-lichten en de controlelampjes van de noodknipperlichten inhet gecombineerde instrument knipperen.6.6 Contact- en stuurslotV02352-10Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroon-plaat.Mogelijke toestandenOntsteking uit – In deze stand is het ontstekingscir-cuit onderbroken.
Een draaiende motor schakelt uiten een stilstaande motor schakelt niet in. De con-tactsleutel kan eruit worden getrokken.Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscir-cuit gesloten en kan de motor worden gestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en het stuur geblokkeerd.De contactsleutel kan eruit worden getrokken.6.7 Stuur vergrendelenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.400732-01– Voertuig parkeren.– Het stuur helemaal naar links draaien.– Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar links draaien. Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan niet meer worden bewogen.
Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan weer worden bewogen.6.9 Schakelaar extra koplampV02370-10De schakelaar extra koplamp1bevindt zich links naast hetgecombineerde instrument.InfoAls het symbool op de schakelaar brandt, zijn de extrakoplampen ingeschakeld.6.10 Stopcontact voor elektrisch toebehorenV02353-10Het stopcontact1voor elektrische toebehoren is rechts naasthet gecombineerde instrument aangebracht.Het is aangesloten op ontstekingsplus en gezekerd.Stopcontact elektrische toebehorenSpanning 12 Vmaximalestroomafgifte10 A6.11 USB‑aansluitingB06267-10De USB‑aansluiting1voor de voedingsspanning van externeapparaten is aan de linker zijde van de maskerdrager aange-bracht.De USB-aansluiting wordt ingeschakeld met het contact.USB‑aansluitingSpanning 5 VMaximalestroomopname2,1 A
6 BEDIENINGSELEMENTEN226.12 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.V02354-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen encontactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij over-belasting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.
BEDIENINGSELEMENTEN 6236.13 Tankdop sluitenV02355-01– Tankdop neerklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klokin draaien tot het slot sluit.WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaaren schadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is geko-men.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Contactsleutel eruit trekken en afdekking neerklappen.6.14 BrandstofkranenV02356-10Er bevindt zich een brandstofkraan1aan iedere kant van debrandstoftank.InfoDe brandstofkranen bevinden zich achter de brandstof-tankbekledingen.De brandstofkranen moeten tijdens het rijden altijd zijngeopend.De brandstofkranen worden alleen gesloten voor het ver-wijderen van de brandstoftank.Mogelijke toestanden• Brandstofkranen gesloten – Er kan geen niveaucompensatieplaatsvinden en de brandstoftoevoer naar het smoorklep-huis is gesloten.• Brandstofkranen geopend – Er kan een niveaucompensatieplaatsvinden en de brandstoftoevoer naar het smoorklep-huis is geopend.6.15 Opbergvak links openenWerkzaamheden vooraf– Buddyseat verwijderen.
6 BEDIENINGSELEMENTEN266.19 BoordgereedschapV02361-10In het opbergvak links of rechts bevindt zich het boordgereed-schap1.6.20 GrepenV02362-10De grepen1zijn bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een passagier kan deze zich hieraan vasthou-den.6.21 BagagedragerV02362-11De bagagedrager1bevindt zich achter de buddyseat.Op de bagagedrager kan de basisplaat van een koffersysteem(optioneel) worden bevestigd.De bagagedrager mag maximaal met het aangegeven gewichtworden belast.Hoogst toegestanebelasting van debagagedrager5 kgInfoOp de aanwijzingen van de kofferfabrikant letten.6.22 ZadelslotV02368-10Het zadelslot1bevindt zich aan de linkerkant van het voertuig.Hij kan met de contactsleutel ontgrendeld worden.
BEDIENINGSELEMENTEN 6276.23 Voetsteun passagierV02369-10De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder pas-sagier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.24 VersnellingshendelV01271-11De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.V01271-10De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van deafbeelding.De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2eversnelling.6.25 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.
6 BEDIENINGSELEMENTEN286.26 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstan-daard worden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem isactief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.6.27 Middenstandaard (Expedition)402031-10Naast de zijstandaard is het voertuig uitgerust met een midden-standaard1.
31)2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situatiesheet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.7.2 Activering en testV02178-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en alle controle-lampjes branden kort in het kader van een functiecontrole.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT30InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolangde motor niet draait. Als de motor loopt en hetcontrolelampje storing brandt, volgens deverkeersregels stoppen en contact opnemen met eengeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet draait. Wanneer de motor draait en hetwaarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijkvolgens de geldende verkeersregels stoppen en de motorafzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en hetTC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid vanca. 6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.7.3 WaarschuwingenV02192-01Waarschuwingen verschijnen in het midden van het display,afhankelijk van hun relevantie krijgen ze een gele of rodeachtergrond.Gele waarschuwingen tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen tonen fouten of informatie die een onmid-dellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle bestaande waarschuwingen worden in hetsubmenu Warning weergegeven tot deze niet meer actiefzijn.7.4 Waarschuwing voor glad wegdekV02252-01Het verschijnen van de waarschuwing voor glad wegdek wijstop een verhoogd risico op gladde wegen.De waarschuwing voor glad wegdek verschijnt op het dis-play wanneer de omgevingstemperatuur onder de aangegevenwaarde is gedaald.Temperatuur ≤ 4 °CDe waarschuwing voor glad wegdek verdwijnt weer van hetdisplay wanneer de omgevingstemperatuur weer boven de aan-gegeven waarde is gestegen.Temperatuur ≥ 6 °CInfoWanneer de waarschuwing voor glad wegdek oplicht,verschijnt ook de waarschuwing Ice Warning.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7317.5 ControlelampjesV02180-10De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact lichten alle controlelampjes kort op.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor loopt en het con-trolelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautori-seerde Husqvarna Motorcycles-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet draait. Wanneer de motor draaiten het waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stop-pen en de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid van ca.6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.Mogelijke toestandenControlelampje alarminstallatie brandt/knippert rood – Status- of foutmelding bij de alarmin-stallatie.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag. Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten.Algemeen waarschuwingslampje brandt geel – Een aanwijzing/waarschuwing voor de veilig-heid is gedetecteerd. Dit wordt ook op het display weergegeven.Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd. Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met eengeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT32Controlelampje cruisecontrol brandt geel – De functie cruisecontrol is ingeschakeld, maarde cruisecontrol is niet actief.Controlelampje cruisecontrol brandt groen – De functie cruisecontrol is ingeschakeld en decruisecontrol is actief.Waarschuwing glad ijs op het display actief – De waarschuwingslamp brandt bij verhoogdgevaar voor glad wegdek.TC-controlelampje brandt/knippert geel – MTC ( pag. 153) is niet actief of is bezig metregelen. Het TC-controlelampje brandt ook als er een fout wordt herkend. Contact opnemenmet geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage. Het TC-controlelampje knippert, alsMTC of MSR actief ingrijpen.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS.Controlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld.7.6 DisplayV02179-101Tijd ( pag. 35)2Toerental ( pag.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7339Eenheid voor de snelheidsindicatiebkSnelheidsindicator ( pag. 35)blBereikweergavebmBrandstofpeilweergave ( pag. 37)bnABS‑weergave ( pag. 36)boRide‑Mode‑weergave ( pag. 36)bpMTC‑weergave ( pag. 36)bqVersnellingsindicatie7.7 Explorer display (optioneel)V02186-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodusExplorer (optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerdeversnelling weergegeven.1Tijd ( pag. 35)2Toerental ( pag. 34)2Schakelindicator ( pag. 34)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.3Versnellingsindicatie4Omgevingslucht-temperatuurindicator ( pag. 35)5Favorites‑weergave ( pag. 38)6Throttle (optioneel) ( pag. 153)7MTC‑weergave ( pag. 36)8ABS‑weergave ( pag. 36)
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT349Handgreepverwarming (optioneel) ( pag. 37)bkZadelverwarming (optioneel) ( pag. 38)blEenheid voor de toerentalindicatiebmWeergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 36)bnBereikweergaveboBrandstofpeilweergave ( pag. 37)bpSlipaanpassing (optioneel) ( pag. 153)bqSnelheidsindicator ( pag. 35)brEenheid voor de snelheidsindicatie7.8 ToerentalV02182-01Het toerental wordt in omwentelingen per minuut weergegeven.7.9 SchakelindicatorV02185-01De schakelindicator is in de weergave van de toerentellermeterresp. in het display geïntegreerd.In het submenu Shift Light kan het toerental voor de schakelindi-cator worden ingesteld. Tijdens de inrijfase (tot 1000 km/621 mi)is de schakelindicator altijd actief. Pas daarna kan de schakelin-dicator worden gedeactiveerd en kunnen de waarden voor RPM1en RPM2 worden ingesteld.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7357.10 SnelheidsindicatorV02187-10De snelheid wordt in het bereik1van het display weergegeven.De snelheid wordt in kilometer per uur km/h of in mijl peruur mph weergegeven.De eenheid van de snelheid kan in het menu Units wordengeconfigureerd.7.11 Weergave van de cruisecontrolV02189-10De bedrijfstoestand van de geactiveerde cruisecontrol wordt inhet bereik1van het display weergegeven.De cruisecontrol wordt bestuurd met deknop van cruisecontrol ( pag.
17).InfoAls de functie cruisecontrol is ingeschakeld maar de crui-secontrol niet actief is, brandt het controlelampje cruise-control geel.Als de functie cruisecontrol is ingeschakeld en de cruise-control actief is, brandt het controlelampje cruisecontrolgroen.7.12 TijdV02459-10De tijd wordt in het gedeelte1van het display weergegeven.In alle talen kan de tijd in 24 uursformaat of 12 uursformaat wor-den weergegeven.Het formaat van de tijd kan in het menu Units worden geconfigu-reerd.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.7.13 Omgevingslucht-temperatuurindicatorV02458-10De omgevingstemperatuur wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De omgevingstemperatuur wordt in °C of °F weergegeven.In het menu Units kan de eenheid van de omgevingstemperatuurworden geconfigureerd.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT367.14 Ride‑Mode‑weergaveV02188-10De ingestelde Ride Mode wordt in het bereik1van het displayweergegeven.In het menu Ride Mode kan de rijmodus worden geconfigureerd.7.15 ABS‑weergaveV02190-10De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.In het menu ABS Mode kan het ABS worden geconfigureerd.InfoAls de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aanbeide wielen.Als de ABS‑modus Offroad actief is, regelt het ABS alleenaan het voorwiel. Het achterwiel wordt niet meer via hetABS geregeld; het kan bij het remmen blokkeren.7.16 MTC‑weergaveV02191-10In het bereik1van het display wordt weergegeven of MTC( pag.
153) is in- of uitgeschakeld.In het menu MTC + MSR kan de motorfiets-tractiecontrole wor-den in- of uitgeschakeld.7.17 Weergave van de koelmiddeltemperatuurV02195-01De weergave van de koelmiddeltemperatuur bestaat een balk.Hoe verder de balk gevuld is, des te heter is de koelvloeistof.Bij een koelmiddeltemperatuur van 120 °C wordt de noodloop-modus automatisch ingeschakeld.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp. corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 737InfoAls de koelmiddel-temperatuurindicatie HOT aangeeft,begint de weergave aanvullend te knipperen.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft LOWaan.• Motor warm – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft O.K.aan.• Motor heet – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft HOTaan.7.18 BrandstofpeilweergaveV02196-01De brandstofpeilweergave bestaat uit de reikwijdteweergave eneen balk.
Hoe verder de balk is gevuld, des te meer brandstofzich in de brandstoftank bevindtInfoAls de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knippert hetlaatste segment rood en verschijnt bovendien de waar-schuwing Low Fuel.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdenshet rijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets ver-traagd weergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopscha-kelaar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergaveniet geactualiseerd.Als de zijstandaard wordt ingeklapt en de noodstopscha-kelaar ingeschakeld, wordt de volgende actualisering pasna 2 minuten uitgevoerd.Als het gecombineerde instrument geen signaal van debrandstofpeilsensor ontvangt, knippert de brandstofpeil-weergave.7.19 Handgreepverwarming (optioneel)V02197-10De status van de greepverwarming wordt in het bereik1vanhet display weergegeven.De handgreepverwarming kan in het menu Heating wordengeconfigureerd.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT387.20 Zadelverwarming (optioneel)V02198-10De status van de zadelverwarming wordt in het bereik1vanhet display weergegeven.De zadelverwarming kan in het menu Heating worden geconfigu-reerd.InfoHet verwarmingsniveau van de buddyseatverwarming (op-tioneel) kan door een schakelaar naast de rechter hand-greep worden geregeld.7.21 Favorites‑weergaveV02199-10In de Favorites‑weergave worden tot vier informatietekstenweergegeven.In het menu Favorites kan de Favorites‑weergave vrij wordengeconfigureerd.7.22 Navigation‑weergaveV02201-01De Navigation-weergave verschijnt bij geactiveerde navigatie-functie.In de Navigation‑weergave worden de richtingspijl, de afstandtot de bestemming, de geschatte aankomsttijd van de mobieletelefoon, de afstand tot het volgende wegpunt en de straatnaamweergegeven.InfoAls de visuele navigatie is geactiveerd, verdwijnt de Favo-rites‑weergave.7.23 Call‑weergaveV02202-01WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw kop-telefoon kan van het verkeer afleiden.– Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in dat uhet overige verkeer nog kunt horen.De Call‑weergave verschijnt bij binnenkomende resp.
actieveoproepen.Door de SET‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep aangenomen.Door de BACK‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep afgewezen.Door de UP-knop in te drukken, wordt het volume verhoogd.Door de DOWN-knop in te drukken,wordt het volume verlaagd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 739InfoDe wijziging van het audiovolume met de gecombineerdeschakelaar kan niet met elke mobiele telefoon worden uit-gevoerd.Belduur en contactpersoon worden weergegeven. Afhan-kelijk van de instelling van de mobiele telefoon wordt decontactpersoon met naam weergegeven.Bij actieve telefonie kan niet in het menu worden genavi-geerd.7.24 MenuF01784-10InfoOm het menu te openen op het startscherm opde SET‑knop1drukken.Met de UP-knop2of de DOWN-knop3in het menunavigeren.Door de BACK-knop4in te drukken springt de menus-tructuur een stap terug resp. wordt het menu gesloten.7.24.1 MotorcycleV02206-01– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd.
Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.In Motorcycle kunnen de rijmodus, de ABS-modus, de tractie-controle, de motorsleepkoppelregeling, de Easy Shift, de zadel-verwarming, de handgreepverwarming en de interface wordeningesteld.Bij geactiveerde Ride Mode Explorer (optioneel) kan bovendiende karakteristiek van de gasrespons en slip van het achterwielworden geconfigureerd.7.24.2 Ride ModeV02211-01Voorwaarden• Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand) – Dezestand is noodzakelijk bij het rijden, het ontstekingscircuit isgesloten. ( pag. 19)• Cruisecontrol gedeactiveerd.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna Norden 901 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Husqvarna
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor