Husqvarna 801 Svartpilen (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna 801 Svartpilen (2024) (167 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna 801 Svartpilen (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Husqvarna |
| Categorie: | Motor |
| Model: | 801 Svartpilen (2024) |
Handleiding Husqvarna 801 Svartpilen (2024) – volledige tekst
BESTE HUSQVARNA MOTORCYCLES-KLANT,*3402759nl*3402759nl28. 03. 2024BESTE HUSQVARNAM OTORCYCLES-KLAN T,We willen u hartelijk feliciteren met uw keuze voor een Husqvarna-motorfiets. U bent nu in het bezit van eenmodern en sportief voertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummer van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 15) Stempel van de dealerMotornummer ( pag. 15)Sleutelnummer ( pag. 15)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet wor-den uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.
Husqvarna Motorcycles GmbH houdt zich het recht voor tech-nische gegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingenen dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder ver-goeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald modelzonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. Husqvarna Motorcycles is niet aansprakelijk voor leverings-mogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. Een aantal van deafgebeelde modellen zijn voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2024 Husqvarna Motorcycles GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan metschriftelijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)Husqvarna Motorcycles past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwa-liteitsmanagementsnorm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN61.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen.Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage.
Daar wordt uw motorfiets door speciaal geschooldevakkundige medewerkers met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vakter-men die in de begrippenlijst worden uitgelegd.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is ontworpen en gebouwd om bestand te zijn tegen de gebruikelijke belastingen van normaal weg-gebruik en gebruik op het circuit. Dit voertuig is alleen geschikt voor gebruik op geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifi-caties voor het toepassingsgebied. 2.
3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen inde tekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschu-wingsstickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als dezeontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgs-maatregelen neemt.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buitenwerking is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten dieuitlaatgassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelenvan het inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voorzichzelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood totgevolg hebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, alsdeze voertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebrui-ken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 292. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-mede broek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert Husqvarna Motorcycles om het voertuig uitsluitend met geschikte bescher-mende kleding te gebruiken. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of trans-pondersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.
Indien dit speciale gereedschap niet bij de leve-ring van het voertuig is inbegrepen, kan het speciale gereedschap worden besteld onder het opgegeven artikel-nummer. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansie-schroeven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuweonderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen vande fabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als er op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. In het werkbereik op reinheid letten en componenten eventueel al voor het demonteren reinigen.
Binnendrin-gend vuil kan leiden tot verhoogde slijtage en gevolgschade. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2. 9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemenen conflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaalgebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de gel-dende wet- en regelgeving in het betreffende land. Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geenwettelijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer is u graag van dienst.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN102.10 BedieningshandleidingLees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en volledig door, voordat u voor het eerst met de motorfiets gaatrijden. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudigermaken. Alleen zo komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letselkunt beschermen.TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.Neem contact op met een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wiltweten of als tijdens het lezen iets niet duidelijk is.De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig.
Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer enop de husqvarna Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde Husqvarna Motorcycles‑dealer kanook een afgedrukt exemplaar worden besteld.Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www.husqvarna‑motorcycles.com
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3113. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde Husq-varna Motorcycles-garage worden uitgevoerd en moeten in de elektronische servicegegevens worden beves-tigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzi-gingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.
3 Reserveonderdelen, technisch toebehorenGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door Husqvarna Motorcycles zijnvrijgegeven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage monte-ren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is Husqvarna Motorcycles niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer adviseert u graag. Het nieuwste Husqvarna Motorcycles-toebehoren voor uw voertuig is te vinden op deHusqvarna Motorcycles-website. Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www. husqvarna‑motorcycles. com3.
4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan dein de bedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en hetchassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij sterke regen, stoffige of zan-derige omgeving, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen onderdelen zoals aandrijving, remsysteem,luchtfilter of veringscomponenten duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn om voor elke rit of hetvervangen van onderdelen de onderdelen al voor het bereiken van het volgende service-interval te controlerenof te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtne-ming daarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen.
Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voorde betreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt u zich aan de aanwijzingen in de tekst.
SERIENUMMERS 5155.1 Voertuigidentificatiennummer402324-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 Typeplaatje402174-10Het typeplaatje1is op het balhoofd links aangebracht.5.3 SleutelnummerV01200-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoU hebt het sleutelnummer nodig voor het bestellen vaneen reservesleutel. Bewaar de KEYCODECARD op eenveilige plaats.5.4 MotornummerH01047-10Het motornummer1is op het motorhuis boven gegraveerd.
BEDIENINGSELEMENTEN 6176.1 KoppelingshendelA01784-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aan-gebracht.6.2 RemhendelA01785-10De remhendel1is rechts aan het stuur aangebracht.De voorwielrem wordt bediend met de remhendel.6.3 GashendelA01786-10De gashendel1is aan de rechterzijde van het stuur aange-bracht.6.4 Schakelaars links aan stuur6.4.1 CombinatieschakelaarDe combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.A01788-10Overzicht combinatieschakelaar links1Lichtschakelaar ( pag. 18)2Noodknipperlichtschakelaar ( pag. 18)3Menutoetsen ( pag. 18)4Richtingaanwijzerschakelaar ( pag. 19)5Claxonknop ( pag. 19)
6 BEDIENINGSELEMENTEN186.4.2 LichtschakelaarB06292-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar in standA. In dezestand zijn het dimlicht en het achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar in standBgeduwd.
In deze stand zijn het groot licht en hetachterlicht ingeschakeld.Seinlicht – Lichtschakelaar in standCtrekken.6.4.3 NoodknipperlichtschakelaarA01791-10De noodknipperlichtschakelaar1is op de schakelaar rechtsaangebracht.De noodknipperlichten worden gebruikt voor het aangeven vannoodsituaties.InfoDe noodknipperlichten kunnen bij ingeschakeld contactof tot 60 seconden na het uitschakelen van het contactworden in- of uitgeschakeld.Noodknipperlichten slechts zo lang gebruiken als beslistnodig is, aangezien dit de 12V-accu ontlaadt.Mogelijke toestanden• Noodknipperlichtschakelaar in de uitgangspositie• Noodknipperlichtschakelaaringedrukt – Alle vier knipper-lichten en de controlelampjes van de noodknipperlichten inhet gecombineerde instrument knipperen.6.4.4 MenutoetsenA01792-10De menutoetsen zijn centraal op de gecombineerde schakelaarlinks aangebracht.Met de menutoetsen wordt het display van het gecombineerdeinstrument bestuurd.Toets1is de UP‑toets.Toets2is de DOWN‑toets.Toets3is de SET‑toets.Toets4is de BACK‑toets.
De richtingaan-wijzerschakelaar springt na het schakelen terug in demiddelste stand.Voor het uitschakelen van de richtingaanwijzer moet u de rich-tingaanwijzerschakelaar richting de schakelaarbehuizing duwen.6.4.6 ClaxonknopB06294-10De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.5 Schakelaars rechts aan stuur6.5.1 Startknop/noodstopschakelaarB06295-10De startknop/noodstopschakelaar1is rechts op de combina-tieschakelaar aangebracht.Mogelijke toestandenStartknop/noodstopschakelaar uit (bovenste stand)– In deze stand is het ontstekingscircuit onderbro-ken. Een draaiende motor schakelt uit en een stil-staande motor kan niet worden gestart.
Er verschijnteen melding op het display.Startknop/noodstopschakelaar aan (middelste stand)– Deze stand is noodzakelijk bij het rijden, het ont-stekingscircuit is gesloten.Startmotor aan (onderste stand) – In deze standwordt de startmotor geactiveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN206.6 Contact- en stuurslotF03783-01Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroon-plaat.Mogelijke toestandenOntsteking uit – In deze stand is het ontstekingscir-cuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uiten een stilstaande motor schakelt niet in.
De con-tactsleutel kan eruit worden getrokken.Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscir-cuit gesloten en kan de motor worden gestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en het stuur geblokkeerd.De contactsleutel kan eruit worden getrokken.6.7 USB‑aansluitingB06477-10De USB‑aansluiting1voor de voedingsspanning van externeapparaten is aan de linker zijde van de maskerdrager aange-bracht.De USB-aansluiting wordt ingeschakeld met het contact.USB‑aansluitingSpanning 5 VMaximalestroomopname2,1 A6.8 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.
BEDIENINGSELEMENTEN 621AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.B06397-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen encontactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij over-belasting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.6.9 Tankdop sluitenB06398-10– Tankdop neerklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klokin draaien tot het slot sluit.WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaaren schadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is geko-men.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Contactsleutel eruit trekken en afdekking neerklappen.6.10 ZadelslotB06400-10Het zadelslot1bevindt zich aan de linkerkant van het voertuig.Hij kan worden vergrendeld met de contactsleutel.
6 BEDIENINGSELEMENTEN226.11 BoordgereedschapB06408-10Het boordgereedschap1bevindt zich onder het zadel.6.12 Voetsteun passagierB06407-10De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder pas-sagier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.13 VersnellingshendelV01271-11De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.V01271-10De positie van de versnellingen kunnen afgelezen worden op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e ver-snelling.
BEDIENINGSELEMENTEN 6236.14 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.6.15 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstan-daard worden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem isactief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT247.1 Gecombineerd instrumentI00936-10Het gecombineerde instrument is voor het stuur aangebracht.Het gecombineerde instrument is ingedeeld in twee functiesegmenten.1Controlelampjes2DisplayVoorzichtigGevaar voor verbranding Delen van het gecombineerde instrument worden in bepaalde situatiesheet.Bij omgevingstemperaturen hoger dan 55 °C (131 °F), langere stilstand, bijvoorbeeld bij een verkeers-licht of direct zonlicht, warmt vooral het display sterk op.– Raak het gecombineerde instrument in deze situaties niet met blote handen aan.– Draag geschikte beschermende kleding.– Als u zich heeft verbrand dient u de verbrande plek meteen onder lauwwarm water te houden.7.2 Activering en testI00937-10ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestOp het display verschijnt de begroetingstekst en alle controle-lampjes branden kort in het kader van een functiecontrole.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 725InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolangde motor niet draait. Als de motor loopt en hetcontrolelampje storing brandt, volgens deverkeersregels stoppen en contact opnemen met eengeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolangde motor niet draait. Wanneer de motor draait en hetwaarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijkvolgens de geldende verkeersregels stoppen en de motorafzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en hetTC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid vanca. 6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.7.3 WaarschuwingenI00938-10Waarschuwingen verschijnen in het midden van het display,afhankelijk van hun relevantie krijgen ze een gele of rodeachtergrond.Gele waarschuwingen tonen fouten of informatie die een snelleinterventie of aanpassing van de rijstijl vereisen.Rode waarschuwingen tonen fouten of informatie die een onmid-dellijke interventie vereisen.InfoWaarschuwingen worden verborgen door op een willekeu-rige knop te drukken.Alle bestaande waarschuwingen worden in hetsubmenu Warning weergegeven tot deze niet meer actiefzijn.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT267.4 ControlelampjesI00939-10De controlelampjes geven extra informatie over de toestand van de motorfiets.Bij het inschakelen van het contact gaan alle controlelampjes behalve het TC-controlelampje kort branden.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolang de motor niet draait. Als de motor loopt en het con-trolelampje storing brandt, volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met een geautori-seerde Husqvarna Motorcycles-garage.Het waarschuwingslampje oliedruk brandt altijd, zolang de motor niet draait. Wanneer de motor draaiten het waarschuwingslampje oliedruk brandt, onmiddellijk volgens de geldende verkeersregels stop-pen en de motor afzetten.Het ABS-waarschuwingslampje en het TC‑controlelampje blijven branden tot een snelheid van ca.6 km/h (ca.
4 mph) of meer is bereikt.Mogelijke toestandenControlelampje voor richtingaanwijzer knippert groen in knipperritme – Richtingaanwijzer isingeschakeld.Controlelampje storing brandt geel – De OBD heeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd. Volgens de verkeersregels stoppen en contact opnemen met eengeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- of foutmelding bij het ABS.ABS-rear-waarschuwingslampje brandt geel – ABS is aan het achterwiel gedeactiveerd.Controlelampje stationair brandt groen – Versnelling is in positie vrij geschakeld.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 727TC-controlelampje brandt/knippert geel – MTC ( pag. 129) is niet actief of is bezig metregelen. Het TC-controlelampje brandt ook als er een fout wordt herkend. Contact opne-men met geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage. Het TC-controlelampje knippertals MTC actief ingrijpt.Waarschuwingslampje oliedruk brandt rood – Oliedruk is te laag.
Onmiddellijk veilig stoppenen de motor afzetten.Controlelampje alarminstallatie brandt/knippert rood – Status- of foutmelding bij de alarmin-stallatie.Controlelampje cruisecontrol brandt geel – De functie cruisecontrol is ingeschakeld, maarde cruisecontrol is niet actief.Controlelampje cruisecontrol brandt groen – De functie cruisecontrol is ingeschakeld en decruisecontrol is actief.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.Algemeen waarschuwingslampje brandt geel – Een aanwijzing/waarschuwing voor de veilig-heid is gedetecteerd. Dit wordt ook op het display weergegeven.7.5 DisplayI00940-101Brandstofpeilweergave ( pag. 32)2Tijd ( pag. 31)3Omgevingslucht-temperatuurindicator4Toerental ( pag. 30)4Schakelindicator ( pag. 30)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.5Snelheidsindicator ( pag. 30)6Eenheid voor de snelheidsindicatie
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT287Handgreepverwarming (optioneel) ( pag. 33)8Versnellingsindicatie9Weergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 32)bkFavorites‑weergave ( pag. 33)blMTC‑weergave (optioneel) ( pag. 32)bmABS‑weergave ( pag. 31)bnRide‑Mode‑weergave ( pag. 31)boBereikweergave7.6 Minimaal displayI00941-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde modus Mini-mal. Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnelling weergege-ven.1Toerental ( pag. 30)1Schakelindicator ( pag. 30)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.2Snelheidsindicator ( pag. 30)3Eenheid voor de snelheidsindicatie4Versnellingsindicatie
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7297.7 Dynamic Display (optioneel)I00942-10InfoDe afbeelding toont het startscherm van het gecombineerde instrument bij geactiveerde rijmodus Dyna-mic (optioneel). Als het menu geopend is, worden verder de snelheid en de geselecteerde versnellingweergegeven.1Brandstofpeilweergave ( pag. 32)2Slipaanpassing (optioneel) ( pag. 130)3Tijd ( pag. 31)4Omgevingslucht-temperatuurindicator5Toerental ( pag. 30)5Schakelindicator ( pag. 30)De schakelindicator is in de weergave van de toerenteller geïntegreerd.6Snelheidsindicator ( pag. 30)7Eenheid voor de snelheidsindicatie8Handgreepverwarming (optioneel) ( pag. 33)9VersnellingsindicatiebkWeergave van de koelmiddeltemperatuur ( pag. 32)blEenheid voor de toerentalindicatiebmFavorites‑weergave ( pag. 33)bnAnti Wheelie modus (optioneel)boABS‑weergave ( pag. 31)bpThrottle Response (optioneel) ( pag. 130)bqBereikweergave
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT307.8 ToerentalI00943-10Het toerental wordt in omwentelingen per minuut weergegeven.7.9 SchakelindicatorI00944-10De schakelindicator is in het display geïntegreerd.In het submenu Shift Light kan het toerental voor deschakelindicator worden ingesteld. Tijdens de inrijperiode (tot1000 km/621 mi) is de schakelindicator altijd actief. Pas daarnakan de schakelindicator worden gedeactiveerd en kunnen dewaarden voor RPM1 en RPM2 worden ingesteld.
Bij RPM1knippert het display en bij RPM2 is het volledige displaypermanent rood/oranje.InfoIn de 6e versnelling is de schakelindicator bij warmemotor na de eerste service gedeactiveerd.Koelmiddeltempera-tuur≤ 35 °CODO 35 °CODO > 1.000 kmRPM1 Schakelindi-catorknippertRPM2 Schakelindi-catorbrandt permanent7.10 SnelheidsindicatorI00945-10De snelheid wordt in het bereik1van het display weergegeven.De snelheid wordt in kilometer per uur km/h of in mijl peruur mph weergegeven.De eenheid van de snelheid kan in het submenu Distance wor-den geconfigureerd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7317.11 Weergave van de cruisecontrolI00946-10De bedrijfstoestand van de geactiveerde cruisecontrol wordt inhet bereik1van het display weergegeven.De cruisecontrol wordt via de combinatieschakelaar gestuurd.InfoAls de functie cruisecontrol is ingeschakeld maar de crui-secontrol niet actief is, brandt het controlelampje cruise-control geel.Als de functie cruisecontrol is ingeschakeld en de cruise-control actief is, brandt het controlelampje cruisecontrolgroen.7.12 TijdI00945-11De tijd wordt in het gedeelte1van het display weergegeven.In alle talen kan de tijd in 24 uursformaat of 12 uursformaat wor-den weergegeven.Het formaat van de tijd kan in het menu Clock Format wordengeconfigureerd.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.7.13 Ride‑Mode‑weergaveI00945-12De ingestelde Ride Mode ( pag.
129) wordt in het bereik1van het display weergegeven.In het submenu Ride Mode kan de rijmodus worden geconfigu-reerd.7.14 ABS‑weergaveI00945-13De ingestelde ABS-modus wordt in het bereik1van het displayweergegeven.De ABS kan in het submenu ABS worden geconfigureerd.InfoAls de ABS‑modus Road actief is, regelt het ABS aanbeide wielen.Als de ABS‑modus Supermoto actief is, regelt het ABSalleen aan het voorwiel. Het achterwiel wordt niet meer viahet ABS geregeld; het kan bij het remmen blokkeren.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT327.15 MTC‑weergave (optioneel)I00945-16In het bereik1van het display wordt weergegeven of MTC( pag. 129) (optioneel) is in- of uitgeschakeld.In het submenu MTC (optioneel) kan de motorfietstractiecontroleworden in- of uitgeschakeld.7.16 Weergave van de koelmiddeltemperatuurI00874-10De koelmiddeltemperatuur wordt door een symbool weergege-ven. Afhankelijk van de temperatuur wisselt het symbool tussenLOW, OK en HOT.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp.
corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.InfoAls de koelmiddel-temperatuurindicatie HOT aangeeft,begint de weergave aanvullend te knipperen.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft LOWaan.• Motor warm – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft OKaan.• Motor heet – Koelmiddel-temperatuurindicatie geeft HOTaan.7.17 BrandstofpeilweergaveI00875-10De brandstofpeilweergave bestaat uit de reikwijdteweergave eneen balk. Hoe verder de balk is gevuld, des te meer brandstofzich in de brandstoftank bevindt
GECOMBINEERD INSTRUMENT 733InfoAls de brandstofvoorraad bijna is verbruikt, knippert hetlaatste segment rood en verschijnt bovendien de waar-schuwing LOW FUEL.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdenshet rijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets ver-traagd weergegeven.Als de zijstandaard is uitgeklapt of als de noodstopscha-kelaar is uitgeschakeld, wordt de brandstofpeilweergaveniet geactualiseerd.Als de zijstandaard wordt ingeklapt en de noodstopscha-kelaar ingeschakeld, wordt de volgende actualisering pasna 2 minuten uitgevoerd.Als het gecombineerde instrument geen signaal van debrandstofpeilsensor ontvangt, knippert de brandstofpeil-weergave.7.18 Handgreepverwarming (optioneel)I00945-14De status van de greepverwarming wordt in het bereik1vanhet display weergegeven.De handgreepverwarming kan in het menu Handgreepverwar-ming worden geconfigureerd.7.19 Favorites‑weergaveI00945-15In de Favorites‑weergave1worden tot vier informatietekstenweergegeven.In het submenu Favorites kan de Favorites‑weergave vrij wor-den geconfigureerd.7.20 Quick Selector 1‑weergaveI00876-10Door op de UP-knop te drukken, wordt bij gesloten menude Quick Selector 1-weergave opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Quick Selector 1-weergave gesloten.InfoDe Quick Selector 1-weergave kan in het menu Settingsonder Quick Selector 1 worden geconfigureerd.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT347.21 Quick Selector 2‑weergaveI00877-10Door op de DOWN-knop te drukken, wordt bij gesloten menude Quick Selector 2-weergave opgeroepen.Door op de BACK‑knop te drukken, wordt de Quick Selector 2-weergave gesloten.InfoDe Quick Selector 2-weergave kan in het menu Settingsonder Quick Selector 2 worden geconfigureerd.
Er kaneen willekeurige informatietekst worden geselecteerd.7.22 Navigation‑weergave (optioneel)I00947-10De Navigation-weergave (optioneel) verschijnt bij geactiveerdenavigatiefunctie.In de Navigation‑weergave (optioneel) worden de richtingspijl,de afstand tot de bestemming, de geschatte aankomsttijd vande mobiele telefoon, de afstand tot het volgende wegpunt en destraatnaam weergegeven.In het submenu Navigation (optioneel) kande Navigation‑weergave (optioneel) worden in- of uitgeschakeld.Voorwaarden voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.– De Ride Husqvarna-app (optioneel) is op een geschikte tele-foon (Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparatenvanaf versie 14) geïnstalleerd en verbonden.7.23 Call‑weergaveI00948-10WaarschuwingGevaar voor ongevallen Te hoog volume van uw kop-telefoon kan van het verkeer afleiden.– Stel het volume van uw koptelefoon zodanig in dat uhet overige verkeer nog kunt horen.De Call‑weergave verschijnt bij binnenkomende resp.
actieveoproepen.Door de SET‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep aangenomen.Door de BACK‑knop in te drukken, wordt een binnenkomendeoproep afgewezen.Door de UP-knop in te drukken, wordt het volume verhoogd.Door de DOWN-knop in te drukken,wordt het volume verlaagd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 735InfoDe wijziging van het audiovolume met de gecombineerdeschakelaar kan niet met elke mobiele telefoon worden uit-gevoerd.Belduur en contactpersoon worden weergegeven. Afhan-kelijk van de instelling van de mobiele telefoon wordt decontactpersoon met naam weergegeven.Bij actieve telefonie kan niet in het menu worden genavi-geerd.Voorwaarde voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument is met een geschikte mobieletelefoon verbonden.7.24 Remote Control Mode (optioneel) (RCM)I00949-10De Remote Control Mode-weergave (optioneel) verschijnt bijgeactiveerde Remote Control Mode (optioneel).Door het indrukken van de BACK-knop gedurende ca. 3 secon-den wordt de Remote Control Mode (optioneel) geactiveerd.Door het indrukken van de BACK-knop gedurende ca.
3 secon-den wordt de Remote Control Mode (optioneel) verlaten.Als de Remote Control Mode (optioneel) is geactiveerd, kan viade combinatieschakelaar in de app aan de mobiele telefoon wor-den genavigeerd.InfoEr kan in de Remote Control Mode (optioneel) alleen bin-nen de app worden genavigeerd.Bij actieve Remote Control Mode (optioneel) kan niet aanhet gecombineerde instrument worden genavigeerd.De Remote Control Mode (optioneel) kan niet wordengeactiveerd, als een menu is geopend.Voorwaarden voor het gebruik:– Het gecombineerde instrument moet met een geschiktemobiele telefoon verbonden zijn.– De Ride Husqvarna-app (optioneel) moet op een geschiktemobiele telefoon (Android-apparaten vanaf versie 7.0, iOS-apparaten vanaf versie 14) geïnstalleerd en geopend zijn.7.25 MenuI00555-10InfoOm het menu te openen op het startscherm opde SET‑knop1drukken.Met de UP-knop2of de DOWN-knop3in het menunavigeren.Door de BACK-knop4in te drukken springt de menus-tructuur een stap terug resp.
7 GECOMBINEERD INSTRUMENT367.25.1 MotorcycleI00950-10– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.In Motorcycle kunnen de rijmodus en de ABS-modus wordeningesteld.7.25.2 Ride ModeI00951-10– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle is geselec-teerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een verkeerd gekozen rij-modus bemoeilijkt de controle over het voertuig aan-zienlijk.De rijmodi zijn telkens slechts voor bepaaldeomstandigheden geschikt.– Selecteer steeds een rijmodus die past bij deondergrond, het weer en de rijsituatie.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Ride Mode is geselec-teerd.
Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren.– Door de SET‑knop in te drukken, kan de rijmodus wordengeselecteerd. Hierdoor worden op elkaar afgestemde instel-lingen van motor en motorfietstractiecontrole gewijzigd.Street - Gehomologeerd vermogen met uitgebalan-ceerde respons.Rain - Gehomologeerd vermogen met zacht aanspreek-gedrag voor een betere rijbaarheid.Sport - Gehomologeerd vermogen met zeer directe res-pons, de motorfietstractiecontrole laat een hogere slipaan het achterwiel toe.Dynamic (optioneel) - Respons enmotorfiets-tractiecontrole kunnen individueel wordeningesteld.In het menu Ride Mode kan de rijmodus van het voertuig wordengeconfigureerd.
GECOMBINEERD INSTRUMENT 7377.25.3 Slip Adjuster (optioneel)I00952-10Voorwaarden• De rijmodusDynamic (optioneel) is geactiveerd.• MTC+MSR (optioneel) is geactiveerd.– Bij gesloten menu de SET‑knop indrukken.WaarschuwingGevaar voor ongevallen Een verkeerd gekozen rij-modus bemoeilijkt de controle over het voertuig aan-zienlijk.De rijmodi zijn telkens slechts voor bepaaldeomstandigheden geschikt.– Selecteer steeds een rijmodus die past bij deondergrond, het weer en de rijsituatie.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Motorcycle op het displayis gemarkeerd. Door de SET‑knop in te drukken, wordt hetmenu geopend.– UP- of DOWN‑knop indrukken tot Slip Adjuster is geselec-teerd.
Door de SET‑knop in te drukken, wordt het menu geo-pend.– Met de UP- of DOWN‑knop naar het menupunt navigeren.– Door de SET‑knop in te drukken, kan de door de mororfiets-tractiecontrole maximaal toegestane slip worden ingesteld.InfoTijdens de selectie geen gas geven.De slipaanpassing is een functie van demotorfiets-tractiecontrole.Met de slipaanpassing kan de motorfiets-tractiecontrole in negenniveaus op de gewenste karakteristiek worden afgesteld.Bij niveau 0 is de meeste slip aan het achterwiel mogelijk, bijniveau 9 de minste slip.Als de functie voor cruisecontrol is gedeactiveerd, kunnen deknoppen UP en DOWN in de hoofdweergave resp.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Husqvarna 801 Svartpilen (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Husqvarna
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor