Husqvarna Svartpilen 401 (2022) Handleiding

Husqvarna Motor Svartpilen 401 (2022)

Bekijk gratis de handleiding van Husqvarna Svartpilen 401 (2022) (144 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Husqvarna Svartpilen 401 (2022) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/144
BEDIENINGSHANDLEIDING2022
Svartpilen401
Artikelnr.3402602nl

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Husqvarna
Categorie: Motor
Model: Svartpilen 401 (2022)

Handleiding Husqvarna Svartpilen 401 (2022) – volledige tekst

BESTE HUSQVARNA MOTORCYCLES-KLANT,*3402602nl*3402602nl02/2022BESTE HUSQVARNAM OTORCYCLES-KLAN T,We wensen u veel geluk met uw keuze voor een Husqvarna-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modernen sportief voertuig dat, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken. We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe. Vul hieronder het serienummers van uw voertuig in. Voertuigidentificatiennummer ( pag. 13) Stempel dealerMotornummer ( pag. 13)Sleutelnummer ( pag. 13)De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van dezemodelserie. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet wor-den uitgesloten. Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend.

Husqvarna Motorcycles GmbH houdt zich het recht voor tech-nische gegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingenen dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder ver-goeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald modelzonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. Husqvarna Motorcycles is niet aansprakelijk voor leverings-mogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeeldemodellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveringsomvang horen.

© 2022 Husqvarna Motorcycles GmbH, Mattighofen OostenrijkAlle rechten voorbehoudenNadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan metschriftelijke toestemming van de auteur. ISO 9001(12 100 6061)Husqvarna Motorcycles past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwa-liteitsmanagementsnorm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.

SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 151.1 Gebruikte pictogrammenHieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen.Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage!

Daar wordt uw motorfiets door speciaal geschooldevakkundige medewerkers met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.Kenmerkt een spanningsmeting.Kenmerkt een stroommeting.Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.1.2 Gebruikte formatteringenHieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.Naam®Kenmerkt een beschermde naam.Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vakter-men die in de begrippenlijst worden uitgelegd.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN62. 1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruikDit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normaal gebruik in het verkeerkan weerstaan. Dit voertuig is niet geschikt voor gebruik op racecircuits en niet-geasfalteerde wegen. InfoDit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering toegelaten voor het rijden op de openbare weg. 2. 2 Onjuist gebruikGebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze. Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal enmilieu. Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik. Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs‑ en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specifi-caties voor het toepassingsgebied. 2.

3 VeiligheidsaanwijzingenVoor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te wordengenomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvul-dig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen inde tekst. InfoOp goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschu-wingsstickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als dezeontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen. 2. 4 Gevarenniveau en pictogrammenGevaarWaarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolgheeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.

WaarschuwingWaarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet dejuiste voorzorgsmaatregelen neemt. VoorzichtigWaarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgs-maatregelen neemt.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 272. 5 Waarschuwing voor manipulatiesHet is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgendemaatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van hetvoertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buitenwerking is gesteld. Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten dieuitlaatgassen geleiden. 2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.

3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand. 4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelenvan het inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten. 2. 6 Veilig gebruikGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voorzichzelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. GevaarGevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood totgevolg hebben. – Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie. – Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.

– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, koeler, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, alsdeze voertuigcomponenten zijn afgekoeld. – Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert. Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebrui-ken. Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist. Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage worden verholpen. De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN82. 7 Beschermende kledingWaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-mede broek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Voor uw eigen veiligheid adviseert Husqvarna Motorcycles om het voertuig uitsluitend met geschikte bescher-mende kleding te gebruiken. 2. 8 WerkinstructiesVoor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen metcontactslot, modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of trans-pondersleutel). Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist.

Deze maken geen deel uit van het voertuig,maar kunnen worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lager-trekker (15112017000)Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen. Omgevingstemperatuur 20 °COmgevingsluchtdruk 1. 013 mbarRelatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansie-schroeven, afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuweonderdelen vervangen. Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen vande fabrikant bij het gebruik in acht nemen. Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddelaanbrengen.

Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of versleten onderdelen vervangen. Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is. 2.

9 MilieuDoor op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemenen conflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaalgebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren. Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen evt. de oudemotorfiets aan de geldende wet- en regelgeving in het betreffende land. 2. 10 BedieningshandleidingLees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat u voor het eerst gaat rijden. In de bedie-ningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zokomt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen.

TipBewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen. Neem contact op met een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wiltweten of als tijdens het lezen iets niet duidelijk is.

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 29De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleidingdoor de nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren wordengedownload.De bedieningshandleiding is bovendien als download beschikbaar bij uw geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-dealer en op de Husqvarna Motorcycles-website. Via uw gecertificeerdeHusqvarna Motorcycles‑dealer kan ook een afgedrukt exemplaar worden besteld.Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www.husqvarna‑motorcycles.com

3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN103. 1 Fabrieksgarantie, garantieDe in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend door een geautoriseerde Husq-varna Motorcycles-garage worden uitgevoerd en moeten in het Husqvarna Motorcycles Dealer. net wordenbevestigd, omdat anders de garantie volledig vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/ofwijzigingen aan het voertuig is veroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op fabrieksgarantie. 3. 2 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffenAanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu. – Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen. Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken. 3.

3 Reserveonderdelen, technisch toebehoren van Husqvarna MotorcyclesGebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door Husqvarna Motorcycles zijnvrijgegeven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-garage monte-ren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is Husqvarna Motorcycles niet aansprakelijk. Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uwgeautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer adviseert u graag. Het nieuwste Husqvarna Motorcycles technisch toebehoren voor uw voertuig is te vinden op de HusqvarnaMotorcycles-website. Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www. husqvarna‑motorcycles. com3.

4 ServiceVoorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan dein de bedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en hetchassis. Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.

Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals bij stoffige omgeving, sterkeregen, hoge temperaturen of met zware bagage, kunnen componenten zoals luchtfilter, aandrijving, remsys-temen of veringscomponenten duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor hetbereiken van het volgende service-interval te controleren of te vervangen. Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtne-ming daarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets. Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend. 3. 5 AfbeeldingenDe in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen.

Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voorde betreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt u zich aan de aanwijzingen in de tekst. 3. 6 KlantenserviceDe geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of overHusqvarna Motorcycles. De lijst met geautoriseerde Husqvarna Motorcycles-dealers vindt u op de Husqvarna Motorcycles-website. Internationale Husqvarna Motorcycles-website: www. husqvarna‑motorcycles. com.

SERIENUMMERS 5135.1 Voertuigidentificatiennummer402408-10Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van hetbalhoofd gegraveerd.5.2 Typeplaatje402174-10Het typeplaatje1bevindt zich op het frame rechts.5.3 SleutelnummerF01413-10Sleutelnummer1staat op de KEYCODECARD.InfoVoor de bestelling van een reservesleutel is het sleutel-nummer nodig. KEYCODECARD op een veilige plaatsbewaren.Als nog minstens een contactsleutel aanwezig is, kan eenreservesleutel worden gemaakt. Als er geen contactsleutelmeer aanwezig is, moet het complete slotsysteem wordenvervangen.5.4 Motornummer402486-10Het motornummer1is aan de linker kant van de motor onderhet ketting-aandrijfwiel gegraveerd.

BEDIENINGSELEMENTEN 6156.1 KoppelingshendelF01351-10De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aan-gebracht.6.2 RemhendelF01352-10De remhendel1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.De voorwielrem wordt geschakeld met de remhendel.6.3 GashendelF01352-11De gashendel1is aan de rechterkant van het stuur aange-bracht.6.4 Schakelaars links aan stuur6.4.1 SeinlichtschakelaarF01366-10Het seinlichtschakelaar1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Seinlichtschakelaar in uitgangspositie• Seinlichtschakelaar ingedrukt – In deze stand wordt hetseinlicht (groot licht) gebruikt.

6 BEDIENINGSELEMENTEN166.4.2 LichtschakelaarF01354-10De lichtschakelaar1is links op het stuur aangebracht.Mogelijke toestandenDimlicht aan – Lichtschakelaar is omlaag gezwenkt.In deze stand is het dimlicht en achterlicht ingescha-keld.Groot licht aan – Lichtschakelaar naar bovengeschakeld. In deze stand is het dimlicht, groot lichten achterlicht ingeschakeld.6.4.3 RichtingaanwijzerschakelaarF01353-10De richtingaanwijzerschakelaar1is links aan het stuur aange-bracht.Mogelijke toestandenRichtingaanwijzer uitRichtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerscha-kelaar naar links geschakeld. De richtingaanwijzer-schakelaar springt na het schakelen terug in de mid-delste stand.Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzer-schakelaar naar rechts geschakeld.

De richtingaan-wijzerschakelaar springt na het schakelen terug in demiddelste stand.Voor het uitschakelen van de richtingaanwijzer moet u de rich-tingaanwijzerschakelaar richting het schakelaarhuis duwen.6.4.4 ClaxonknopF01353-11De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.Mogelijke toestanden• Claxonknop in de uitgangspositie• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxonbediend.6.5 Schakelaars rechts aan stuur6.5.1 NoodstopschakelaarF01352-12De noodstopschakelaar1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestandenNoodstopschakelaar uit – In deze stand is het ont-stekingscircuit onderbroken. Een draaiende motorschakelt uit en een stilstaande motor schakelt nietworden gestart.Noodstopschakelaar aan – Deze stand is nodig voorhet rijden. Het ontstekingscircuit is gesloten.

BEDIENINGSELEMENTEN 6176.5.2 StartknopF01355-10De startknop1is aan de rechterkant van het stuuraangebracht.Mogelijke toestanden• Startknop in de uitgangspositie• Startknop ingedrukt – In deze stand wordt de startmotorgeactiveerd.6.6 Contact- en stuurslotF01422-01Het contact- en stuurslot bevindt zich voor de bovenste kroon-plaat.Mogelijke toestandenOntsteking uit OFF – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken. Een draaiende motor scha-kelt uit en een stilstaande motor schakelt niet in.

Decontactsleutel kan eruit worden getrokken.Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscir-cuit gesloten en kan de motor worden gestart.Stuur geblokkeerd – In deze stand is het ontste-kingscircuit onderbroken en het stuur geblokkeerd.De contactsleutel kan eruit worden getrokken.6.7 Stuur vergrendelenAanwijzingGevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.400732-01– Voertuig parkeren.– Het stuur helemaal naar links draaien.– Contactsleutel in het contact- en stuurslot steken, indrukkenen naar links draaien. Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan niet meer worden bewogen.

Contactsleutel eruit trekken.Het stuur kan weer worden bewogen.6.9 Tankdop openenGevaarGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.WaarschuwingGevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.– Adem geen brandstofdampen in.– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, alsbrandstof in de ogen zijn gekomen.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.AanwijzingGevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.F02700-10–Afdekking1op de brandstoftankdop omhoogklappen encontactsleutel in het slot steken.AanwijzingGevaar voor beschadiging De contactsleutel kan bij over-belasting afbreken.Beschadigde contactsleutels moeten worden vervangen.– Op de brandstoftankdop drukken om de contactsleutel teontlasten.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop omhoogklappen.

BEDIENINGSELEMENTEN 6196.10 Tankdop sluitenF02701-01WaarschuwingGevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar,giftig en schadelijk voor de gezondheid.– De brandstoftankdop na het sluiten op correctevergrendeling controleren.– Wissel uw kleding, als er brandstof op is geko-men.– Bij contact met de huid desbetreffende plekonmiddellijk met veel water afspoelen.– Tankdop neerklappen.– Contactsleutel 90° met de klok mee draaien.– Brandstoftankdop indrukken en contactsleutel tegen de klokin draaien tot het tankdop-slot sluit.– Contactsleutel eruit trekken en afdekking neerklappen.6.11 ZadelslotF01425-10Het zadelslot1bevindt zich linksvoor onder de brandstoftank.Het zadelslot kan met de contactsleutel ontgrendeld worden.6.12 BagagedragerF02712-10De bagagedrager1bevindt zich op de brandstoftank.De bagagedrager mag maximaal met het aangegeven gewichtworden belast.Hoogst toegestanebelasting van debagagedrager5 kg

6 BEDIENINGSELEMENTEN206.13 BoordgereedschapF02658-10Het boordgereedschap1bevindt zich onder het bestuurders-zadel.6.14 GreepF02702-10De greep1is bestemd voor het rangeren van de motorfiets.Bij het rijden met een buddyseat kan de passagier zich hieraanvasthouden.6.15 Voetsteun passagierF02703-10De voetsteunen voor de passagier kunnen worden ingeklapt.Mogelijke toestanden• Voetsteun passagier ingeklapt – Voor het rijden zonder pas-sagier.• Voetsteun passagier uitgeklapt – Voor het rijden met passa-gier.6.16 Versnellingshendel401950-10De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motorgemonteerd.

BEDIENINGSELEMENTEN 621401950-11De positie van de versnellingen kan worden afgelezen op deafbeelding.De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e ver-snelling.6.17 Rempedaal402177-10Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.De achterwielrem wordt geschakeld met het rempedaal.6.18 Zijstandaard402029-10De zijstandaard1bevindt zich aan de linker voertuigzijde.De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-fiets.InfoTijdens het rijden moet de zijstandaard opgeklapt zijn.De zijstandaard is gekoppeld aan het veiligheidsstartsys-teem. Lees de rij-instructies.Mogelijke toestanden• Zijstandaard uitgeklapt – Het voertuig kan op de zijstan-daard worden neergezet. Het veiligheidsstartsysteem isactief.• Zijstandaard ingeklapt – Deze stand is altijd nodig als u gaatrijden. Het veiligheidsstartsysteem is niet actief.

27)7.2 Activering en testF01370-01ActiveringHet gecombineerde instrument wordt ingeschakeld met het con-tact.InfoDe helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.TestAls het contact wordt ingeschakeld, gaan alle controlelampjes,behalve het controlelampje voor de richtingaanwijzer, kort bran-den.De segmenten van de toerentalmeter en de versnellingsindicatiegaan één voor één aan en weer uit.De snelheidsindicatie telt van 0 tot 299 en vervolgens weer terug.De overige indicatiesegmenten van het display gaan kort bran-den.Op het display verschijnen de letters PIONEERING SINCE 1903.Vervolgens wordt gedurende 4 seconden de geselecteerde ABS-modus weergegeven.Daarna wordt de laatst geselecteerde modus weergegeven.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolangde motor niet draait.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7237.3 WaarschuwingenInfoAlle actuele waarschuwingen worden in de weergave Infoweergegeven tot ze niet meer actief zijn.Zodra een fout optreedt, gaan de betreffende controle-lampjes branden, waardoor wordt aangegeven dat eenaanwijzing/waarschuwing voor de bedrijfsveiligheid werdgedetecteerd.Zodra meerdere waarschuwingen werden herkend, knip-pert ook het algemene waarschuwingssymbool op hetdisplay.H03972-01Wanneer er een fout in de CAN‑bus is opgetreden, kunnen ver-schillende waarschuwingen op het display verschijnen:Er kunnen CAN FAILURE, CAN ABS FAILUREen CAN EMS FAILURE optreden.ABS Failure verschijnt op het display als ABS niet meer actief is.H03975-01Quick Shifter Failure verschijnt op het display als de Easy Shiftdefect is.ECU Failure verschijnt op het display als de motorbesturingsuniteen fout meldt.H03970-01Transport Lock verschijnt op het display als de transportmodusis geactiveerd.Temporary Transport Lock verschijnt op het display als de tij-delijke transportmodus is geactiveerd.H03971-01Kill Switch verschijnt op het display als de noodstopschakelaaris bediend.SideStand Down verschijnt op het display als de zijstandaard isuitgeklapt.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT24F01407-01Low Oil Pressure verschijnt op het display als de oliedruk telaag is.Low Battery verschijnt op het display als de accuspanningonder de aangegeven waarde valt.Accuspanning ≤ 10,5 VF01408-01Coolant Sensor Failure verschijnt op het display als de tempe-ratuursensor van het koelmiddel defect is.High Coolant Temperature verschijnt op het display als de koel-middeltemperatuur tot boven de aangegeven waarde stijgt.Koelmiddeltempera-tuur> 110 °CF01409-01Fuel Level Sensor Failure verschijnt op het display als debrandstofpeilsensor defect is.Low Fuel Level verschijnt op het display als het brandstofpeil dereservemarkering heeft bereikt.7.4 ControlelampjesF02666-01De controlelampjes geven extra informatie over de toestand vande motorfiets.Als het contact wordt ingeschakeld, gaan alle controlelampjes,behalve het controlelampje voor de richtingaanwijzer, kort bran-den.Zodra meerdere waarschuwingen werden herkend, knippert ookhet algemene waarschuwingssymbool op het display.InfoHet controlelampje storing brandt altijd, zolangde motor niet draait.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 725Controlelampje storing brandt geel – De OBDheeft een fout in de voertuigelektronicageconstateerd. Volgens de verkeersregels stoppenen contact opnemen met een geautoriseerdeHusqvarna Motorcycles-garage.Schakelindicator brandt/knippert rood – De scha-kelindicator knippert rood wanneer het ingesteldeschakeltoerental RPM1 werd bereikt.

De schakelin-dicator blijft rood branden wanneer het ingesteldeschakeltoerental RPM2 werd bereikt.Controlelampje stationair brandt groen – Versnellingis in positie vrij geschakeld.Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot lichtis ingeschakeld.ABS-waarschuwingslampje brandt geel – Status- offoutmelding bij het ABS.7.5 SchakelindicatorF01411-10De schakelindicator1bevindt zich in het midden boven hetdisplay.InfoDe schakelindicator kan in de Trip 1‑weergave en deTrip 2‑weergave worden geconfigureerd door de MODE-knop ingedrukt te houden.Tijdens de inrijfase (tot 1000 km/621 mi) is de schakelindicatoraltijd actief. Pas daarna kan de schakelindicator worden gede-activeerd en kunnen de waarden voor RPM1 en RPM2 wordeningesteld.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT267.6 DisplayF01373-10De toerentalmeter1geeft het motortoerental in toeren perminuut aan.De versnellingsindicatie2geeft de met de versnellingsbakgeschakelde versnelling aan.De snelheid3wordt aangegeven in kilometer per uur km/h ofin mijl per uur mph.Het brandstofpeil wordt in het gedeelte4aangegeven.Op het display5wordt extra informatie weergegeven.De tijd wordt in het gedeelte6aangegeven.De koelmiddeltemperatuur wordt in het gedeelte7aangege-ven.InfoDe tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekop-peld is geweest van het voertuig of als de zekering eruit isgehaald.De helderheid van de indicaties wordt geregeld door eenomgevingslichtsensor in het gecombineerde instrument.7.7 BrandstofpeilweergaveF01374-10De inhoud van de brandstoftank wordt in het gedeelte1vanhet display weergegeven.De weergave van het brandstofpeil bestaat uit balkjes.

Hoe meerbalkjes er branden, hoe meer brandstof zich in de brandstoftankbevindt.InfoAls het brandstofpeil laag is, wordt op het display ook dewaarschuwing Low Fuel Level weergegeven.Om voortdurend schommelen van de weergave tijdenshet rijden te vermijden, wordt het brandstofpeil iets ver-traagd weergegeven.Als het gecombineerde instrument geen signaalontvangt van de brandstofpeilsensor, worden geenbalkjes weergegeven en op het display verschijnt dewaarschuwing Fuel Level Sensor Failure.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7277.8 Weergave van de koelmiddeltemperatuurF01374-11De koelmiddeltemperatuur wordt in het gedeelte1van het dis-play weergegeven.De weergave van de koelmiddeltemperatuur bestaat uit balkjes.Hoe meer balkjes er branden, hoe warmer het koelmiddel.AanwijzingMotorschade Bij oververhitting raakt de motor beschadigd.– Stop onmiddellijk volgens de verkeersregels en schakel demotor uit wanneer de waarschuwing voor de koelmiddeltem-peratuur verschijnt.– Laat de motor en het koelsysteem afkoelen.– Controleer resp.

corrigeer het koelmiddelpeil bij afgekoeldkoelsysteem.InfoAls alle balkjes branden, verschijnt er op het displaybovendien de waarschuwing High Coolant Temperature.Als het koelsysteem oververhit raakt, wordt het maximalemotortoerental begrensd.Mogelijke toestanden• Motor koud – Tot drie balkjes branden.• Motor warm – Vier balkjes branden.• Motor heet – Vijf tot acht balkjes branden.• Motor zeer heet – Alle acht balkjes knipperen.7.9 FunctietoetsenF02663-10Met de MODE‑knop1wisselt u tussen de weergavemodi.Mogelijke weergavemodi zijn ABS (bij opgetreden waarschu-wingen), afgelegde totale afstand (ODO), afstand 1 (TRIP 1) enafstand 2 (TRIP 2).Met de SET‑knop2wisselt u tussen de menu’s binnen eenweergavemodus.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT287.10 ABS‑weergaveH03973-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ABS ophet display verschijnt.ABS toont de geselecteerde ABS-modus.InfoDe ABS-modus kan alleen bij stilstaand voertuig wordengewijzigd.Kort indrukken van de MODE‑knop wisselt naar de vol-gende weergavemodus op het display.7.11 Info‑weergaveF01387-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie Info ophet display verschijnt.Info toont de opgetreden waarschuwingen.InfoDe Info‑aanduiding wordt alleen weergegeven als er eenmelding of waarschuwing aanwezig is.De opgetreden waarschuwingen worden in de weergaveInfo opgeslagen tot ze niet meer actief zijn.Alle opgetreden waarschuwingen worden in de weergaveInfo na elkaar automatisch weergegeven.Kort indrukken van de SET‑knop wisselt naar de volgendewaarschuwing op het display.Kort indrukken van de MODE‑knop wisselt naar de vol-gende weergavemodus op het display.7.12 ODO‑weergaveF01375-01MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO op hetdisplay verschijnt.InfoODO geeft de totale afstand aan.Deze waarde blijft ook opgeslagen als de 12V-accu vanhet voertuig losgekoppeld wordt en/of de zekering isgesmolten.ODO loopt altijd mee tot 999.999.Als de odometer 999.999 heeft bereikt, begint deodometer weer vanaf 0 te tellen en het gecombineerdeinstrument geeft na elke ontstekingswisselingeen ODO ROLL OVER aan.Kort indrukken van de SET‑knop wisselt naar het vol-gende menu op het display.Kort indrukken van de MODE‑knop wisselt naar de vol-gende weergavemodus op het display.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 7297.12.1 Fuel RangeF01375-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO ophet display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.Het menu Fuel Range is in de ODO‑weergave, deTrip 1‑weergave en de Trip 2‑weergave identiek.In dit menu wordt de reikwijdte weergegeven.InfoDe reikwijdte is afhankelijk van het gemiddelde verbruiken de hoeveelheid brandstof in de brandstoftank.De reikwijdte wordt na het inschakelen van het contactpas na een enkele 100 m weergegeven.SET-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displayMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.12.2 ServiceF01376-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO ophet display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de resterende afstand tot de volgende serviceweergegeven.InfoAls de afstand tot de volgende service bij 0 km is aan-gekomen, verschijnt op het display de waarschuwingService Reset.

Deze waarschuwing wordt elke keer bijhet inschakelen van het contact weergegeven, tot deservice wordt teruggezet.De waarschuwing Service Reset wordt in deInfo-weergave niet weergegeven.SET-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displayMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT307.13 TRIP 1‑weergaveF01379-01MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1 ophet display verschijnt.InfoTRIP 1 geeft de gereden afstand sinds de laatste resetaan, bijvoorbeeld de afstand tussen twee tankstops.TRIP 1 loopt altijd mee tot 9999.9.Kort indrukken van de SET‑knop wisselt naar het vol-gende menu op het display.Kort indrukken van de MODE‑knop wisselt naar de vol-gende weergavemodus op het display.7.13.1 Time Trip 1F01380-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1op het display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de rijtijd 1 op basis van TRIP 1 weergegeven.SET-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET-knop3 secondenindrukken.Indicatie TRIP 1 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.13.2 Average Speed Trip1F01381-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1op het display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de gemiddelde snelheid 1 op basis van TRIP 1weergegeven.SET-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET-knop3 secondenindrukken.Indicatie TRIP 1 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display

Trip 1F01382-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1op het display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt het gemiddelde verbruik 1 op basis van TRIP 1weergegeven.SET-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET-knop3 secondenindrukken.Indicatie TRIP 1 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.14 TRIP 2‑weergaveF01383-01MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2 ophet display verschijnt.InfoTRIP 2 geeft de gereden afstand sinds de laatste resetaan, bijvoorbeeld de afstand tussen twee tankstops.TRIP 2 loopt altijd mee tot 9999.9.Kort indrukken van de SET‑knop wisselt naar het vol-gende menu.Kort indrukken van de MODE‑knop wisselt naar de vol-gende weergavemodus op het display.7.14.1 Time Trip 2F01384-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2op het display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de rijtijd 2 op basis van TRIP 2 weergegeven.SET-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET-knop3 secondenindrukken.Indicatie TRIP 2 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT327.14.2 Average Speed Trip2F01385-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2op het display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt de gemiddelde snelheid 2 op basis van TRIP 2weergegeven.SET-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET-knop3 secondenindrukken.Indicatie TRIP 2 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.14.3 Avg F.C.

Trip 2F01386-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2op het display verschijnt.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat hetgewenste menu op het display verschijnt.In dit menu wordt het gemiddelde verbruik 2 op basis van TRIP 2weergegeven.SET-knopkort indruk-ken.Volgend menu op het displaySET-knop3 secondenindrukken.Indicatie TRIP 2 wordt geresetMODE-knopkort indruk-ken.Volgende weergavemodus op het display7.15 ABS‑modus instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.H03974-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ABS ophet display verschijnt.– SET‑knop 3 tot 5 seconden ingedrukt houden om deABS‑modi te wijzigen.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 733InfoTijdens de selectie geen gas geven.Als de ABS-omschakeling niet succesvol was, blijft deeerder ingestelde ABS-modus actief.Knipperen van de ABS-modus geeft aan, dat de weer-gegeven ABS-modus wegens een fout niet met dedaadwerkelijke ABS-modus van de ABS overeenkomt.Als de ABS‑modus ROAD actief is, regelt het ABS aanbeide wielen.Als de ABS‑modus SUPERMOTO actief is, regelt hetABS alleen aan het voorwiel.

Het achterwiel wordtniet meer via het ABS geregeld en kan bij het remmenblokkeren.7.16 Eenheden instellenInfoLandspecifieke instelling aanpassen.Als de eenheid wordt gewijzigd, blijft de waarde ODO bewaard en wordt dienovereenkomstig omgere-kend.VoorwaardenDe motorfiets staat stil.F01402-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO ophet display verschijnt.– MODE-knop 5 seconden indrukken.De weergave van de eenheden verschijnt.InfoDe weergave van de eenheden verschijnt in deODO‑weergave bij elk menu door de MODE-knopingedrukt te houden.– SET-knop meerdere keren kort indrukken totdat de gewensteeenheid op het display verschijnt.– MODE‑knop en SET‑knop gedurende ca.

7 GECOMBINEERD INSTRUMENT347.17 Tijd instellenInfoDe tijd wordt weergegeven in 24‑uurs formaat.De tijd moet worden ingesteld als de 12V-accu losgekoppeld is geweest van het voertuig of als de zeke-ring eruit gehaald was.VoorwaardenDe motorfiets staat stil.F01410-10– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie ODO ophet display verschijnt.– MODE‑knop en SET‑knop gelijktijdig 5 seconden indrukken.De tijd begint te knipperen.InfoDe tijd kan in de ODO‑weergave bij elk menu door hetgelijktijdig ingedrukt houden van de MODE‑knop enSET‑knop worden ingesteld.– Urenweergave instellen met de MODE-knop.– Minutenweergave instellen met de SET-knop.– MODE‑knop en SET‑knop gelijktijdig indrukken.De ingestelde tijd wordt overgenomen en opgeslagen.7.18 Schakeltoerental RPM1 instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.ODO > 1000 km (621 mi).F01400-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 1op het display verschijnt.– MODE-knop 5 seconden indrukken.De RPM1-weergave verschijnt.InfoDe RPM1‑weergave verschijnt in de TRIP 1‑weergavebij elk menu door de MODE-knop ingedrukt te hou-den.RPM1 is het toerental vanaf het moment dat de scha-kelindicator activeert en knippert.Het toerental kan in stappen van 50 worden ingesteld.Het schakeltoerental RPM1 kan maar tot maximaal50 omw./min.

GECOMBINEERD INSTRUMENT 735De RPM1‑weergave verdwijnt en het ingestelde schakel-toerental RPM1 wordt overgenomen en opgeslagen.7.19 Schakeltoerental RPM2 instellenVoorwaardenDe motorfiets staat stil.ODO > 1000 km (621 mi).F01401-01– MODE‑knop zo vaak kort indrukken tot de indicatie TRIP 2op het display verschijnt.– MODE-knop 5 seconden indrukken.De RPM2-weergave verschijnt.InfoDe RPM2‑weergave verschijnt in de TRIP 2‑weergavebij elk menu door de MODE-knop ingedrukt te hou-den.RPM2 is het toerental vanaf het moment dat de scha-kelindicator brandt.Het toerental kan in stappen van 50 worden ingesteld.Het schakeltoerental RPM2 kan vanaf ten minste50 omw./min.

boven het schakeltoerental RPM1worden ingesteld.– Het toerental met de MODE‑knop en SET‑knop instellen.InfoDe MODE-knop verhoogt de waarde.De SET-knop verlaagt de waarde.– MODE‑knop en SET‑knop gelijktijdig indrukken.De RPM2‑weergave verdwijnt en het ingestelde schakel-toerental RPM2 wordt overgenomen en opgeslagen.

8 INBEDRIJFSTELLING368. 1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstellingGevaarGevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voorzichzelf en voor anderen. – Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent. – Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent. WaarschuwingGevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico. – Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen als-mede broek en jas met bescherming. – Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijkevoorschriften. WaarschuwingGevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Husqvarna Svartpilen 401 (2022) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden